De Nederlandse maakindustrie blijkt bovengemiddeld kwetsbaar voor ernstige cyberaanvallen. Dat blijkt uit onderzoek onder 245 bedrijven in de sector, uitgevoerd door Cegeka tussen juli en september 2025.
Volgens de onderzoekers zijn bedrijven in de maakindustrie sterk afhankelijk van hun toeleveringsketen, wat de sector aantrekkelijk maakt voor cybercriminelen. Bij een aanval kan niet alleen directe schade optreden, maar ook indirecte schade in de keten oplopen tot miljoenen euro’s, stelt Cegeka.
De maakindustrie is een belangrijke motor voor de Nederlandse economie: 1 op de 9 Nederlanders werkt in de sector, die bovendien verantwoordelijk is voor circa 60 procent van alle innovaties. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven gemiddeld een 7,6 scoren op digitale weerbaarheid. Daarmee blijven ze achter bij sectoren zoals de financiële dienstverlening, waar door strengere regelgeving het bewustzijn en de volwassenheid hoger liggen.
Uit de analyse komt naar voren dat de verschillen binnen de sector toenemen:
• 82 bedrijven scoren lager dan een 7; hun digitale weerbaarheid is tijdens de onderzoeksperiode met 12 tot 62 procent afgenomen.
• De 80 best scorende bedrijven lieten juist een groei van 13 procent zien.
Volgens Cegeka komt dit doordat goed scorende bedrijven cybersecurity beschouwen als strategisch risico en structureel investeren in monitoring en herstelvermogen. Bedrijven die lager scoren, beperken zich vaker tot ad hoc uitgaven.
Het onderzoek laat verder zien dat applicatiebeveiliging een van de zwakste punten blijft binnen de sector. Dit sluit aan bij internationale cijfers waaruit blijkt dat webapplicatie-exploits steeds vaker het startpunt vormen van ernstige incidenten.