Een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het kabinet het DigiD-contract met Solvinity niet verlengt. De achtergrond: de Nederlandse IT-dienstverlener dreigt in Amerikaanse handen te vallen, wat volgens Kamerleden de veiligheid en beschikbaarheid van DigiD in gevaar brengt.
Een ruime Kamermeerderheid schaarde zich op 21 april achter een motie van Barbara Kathmann (PRO) en Chris Stoffer (SGP) om bij het aflopen van het huidige contract in 2028 het beheer van DigiD over te hevelen naar een Nederlandse aanbieder die buiten de invloedssfeer van de Amerikaanse overheid valt. Alleen Daniël van den Berg (JA21) stemde tegen. Volgens Van den Berg generaliseert de motie alle Amerikaanse bedrijven ten onrechte als risico en staat zij op gespannen voet met het aanbestedingsbeleid.
De indieners wijzen die bezwaren van de hand. Kathmann en Stoffer stellen dat de veiligheid en betrouwbaarheid van DigiD gebaat zijn bij een overgang naar een aanbieder zonder Amerikaanse eigendomsstructuur. Een specifiek vrees is uitval van DigiD als de regering in Washington Nederland politiek wil benadelen.
Vertrouwelijke briefing op komst
De Tweede Kamer krijgt binnenkort vertrouwelijk te horen welke concrete risico’s de mogelijke overname van Solvinity met zich meebrengt. Aanleiding is een interne waarschuwing van de hoogste privacy-functionaris van Logius, Pieter van Oordt. Van Oordt gaf aan dat de Kamer in februari informatie is onthouden over hoe een eigendomswijziging van Solvinity de nationale veiligheid kan bedreigen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stuurde de Kamer destijds een samenvatting, maar de volledige CISO-impactanalyse ontbrak. Dat document is volgens Van Oordt het meest relevante technische advies en concludeert dat mitigerende maatregelen onvoldoende zijn om zowel de beschikbaarheid als de privacy van DigiD te waarborgen.
Conflict rond gelekte analyse
Staatssecretaris Eric van der Burg (BZK) suggereerde in een brief van 21 april dat Van Oordt informatie uit de gerubriceerde impactanalyse met de media zou hebben gedeeld. Van Oordt ontkent dit. Hij meldt een verzoek van NRC om het document te verstrekken juist te hebben afgewezen; de krant bevestigt dat. Van Oordt beklaagt zich erover dat zijn leidinggevenden hem niet hebben gehoord voordat zij hun conclusies trokken en kondigt aan juridische stappen te zetten vanwege reputatieschade.