Organisaties wereldwijd boeken vooruitgang op het gebied van cybersecurity, maar tegelijk bestaan er hardnekkige tegenstrijdigheden tussen vertrouwen, uitvoering en budgettering. Dat blijkt uit de Global Future of Cyber Survey van Deloitte, uitgevoerd onder 1.058 business- en cyberleiders in 43 landen. Het onderzoek identificeert vijf paradoxen die de weerbaarheid van organisaties structureel onder druk zetten.
Vertrouwen loopt voor op uitvoering
De meest opvallende bevinding uit het Deloitte-onderzoek is de kloof tussen zelfvertrouwen en feitelijke implementatie. 85% van de respondenten geeft aan vertrouwen te hebben in de eigen cybersecuritystrategie, terwijl de daadwerkelijke uitvoering van cybermaatregelen gemiddeld op 70% ligt. Niels van de Vorle, cybersecurityspecialist en partner bij Deloitte, stelt dat de data aantonen dat strategische stappen worden gezet, maar dat de vertaling naar de uitvoering achterblijft. Volgens Van de Vorle is het dichten van die kloof de sleutel tot toekomstbestendige beheersing van cyberrisico’s.
Deloitte signaleert dat de rol van Business Information Security Officer (BISO) nog onvoldoende is ingebed: slechts 63% van de respondenten geeft aan deze functie in grote of zeer grote mate te hebben geïmplementeerd. Third-party cyber risk-capaciteiten zijn bij 65% van de organisaties breed verankerd, wat het onderzoek aanmerkt als een potentiële blinde vlek in de keten.
C-suite-steun vertaalt zich niet naar engineering
Cybersecurity staat hoog op de agenda van het topmanagement en CISOs hebben vaak directe lijnen naar de CEO of CIO. Dat leidt volgens Deloitte niet automatisch tot invloed op dagelijkse engineering- en productbeslissingen. Hoewel 78% van de respondenten aangeeft dat cyberleiders formeel participeren in DevSecOps-processen, ervaart slechts 40% daadwerkelijk gezamenlijk eigenaarschap en gedeelde KPI’s. Het onderzoek benoemt de samenwerking tussen de CISO en de Chief Architect of CTO als essentieel: zonder die verbinding blijven security-by-design en technische guardrails onvoldoende verankerd.
Leverancierslandschap groeit ondanks consolidatiewens
Organisaties staan voor een tegenstrijdige situatie op het gebied van leveranciersbeheer. Bij 74% van de ondervraagde organisaties nam het aantal leveranciers het afgelopen jaar toe; 79% verwacht verdere groei binnen drie jaar en 85% voorziet meer leveranciers op een termijn van vijf jaar. Tegelijk willen veel organisaties consolideren om complexiteit te verminderen. Deloitte wijt deze spanning deels aan de opkomst van AI, waarvoor organisaties nieuwe leveranciers en capaciteiten nodig hebben.
Het onderzoek laat een verschuiving zien naar geïntegreerde cyberplatforms. In 2024 noemde slechts 10% van de respondenten platformtransformatie als doelstelling; in 2025 was dat al 21% en 51% verwacht deze transformatie in 2026 te realiseren.
Incidentfrequentie daalt, maar voorzichtigheid geboden
In 2025 rapporteerde 78% van de respondenten minstens één openbaar cyberincident, tegenover 91% in 2024. Operationele verstoring blijft de meest genoemde zakelijke consequentie: 58% geeft aan daar in grote of zeer grote mate last van te hebben gehad, tegen 66% in 2024. Gemiddeld meldt 52% dat incidenten negatieve consequenties veroorzaakten, waar dat in 2024 nog 64% was. Deloitte waarschuwt dat zowel een stijging als een daling van meldingen genuanceerd moet worden geïnterpreteerd, omdat een hoger aantal meldingen ook kan wijzen op betere detectie.
Budgetten groeien, flexibiliteit ontbreekt
Cyberbudgetten zijn bij de meeste organisaties gestegen: 85% van de respondenten geeft aan het budget het afgelopen jaar te hebben verhoogd en 88% verwacht een verdere stijging in de komende twaalf maanden. Deloitte stelt dat bestaande budgetprocessen het voor veel organisaties lastig maken om snel te reageren op nieuwe ontwikkelingen, zoals de doorbraak van generatieve AI. 72% van de respondenten heeft nieuwe generatieve redeneermogelijkheden inmiddels geïntegreerd in bestaande AI-programma’s. Het onderzoek adviseert meer flexibiliteit in cyberbegrotingsmodellen, bijvoorbeeld door een reservering aan te houden voor onvoorziene investeringen of rolling forecasts in te voeren.