Organisaties in de EMEA-regio versnellen de inzet van AI terwijl het overzicht over hun data achterblijft. Dat blijkt uit onderzoek dat Veeam Software heeft laten uitvoeren onder duizend IT-besluitvormers. Vier op de tien leidinggevenden noemen data die worden gebruikt voor AI-toepassingen hun grootste blinde vlek, terwijl 99% datasoevereiniteit als essentieel beschouwt.
Veeam Software presenteert een regionaal onderzoek dat dieper ingaat op de kloof tussen AI-adoptie en databeheer in de EMEA-regio. Het onderzoek is uitgevoerd door het onafhankelijke bureau Censuswide, dat tussen 21 en 27 april 2026 duizend besluitvormers ondervroeg bij organisaties met vijfhonderd of meer medewerkers in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en de regio Midden-Oosten en Afrika.
Volgens Veeam geeft 72,5% van de ondervraagde organisaties prioriteit aan het versnellen van AI-initiatieven. Tegelijkertijd geeft het bedrijf aan dat slechts 7% van de organisaties AI-agents effectief kan beheren, terwijl 88% deze al inzet. Tim Pfaelzer, General Manager and Senior Vice President EMEA bij Veeam, stelt dat organisaties die hun data goed begrijpen en beheren AI met meer zekerheid kunnen inzetten, terwijl ze tegelijkertijd risico’s beperken en voldoen aan eisen rond datasoevereiniteit.
Regionale verschillen, gedeeld probleem
Het onderzoek brengt per regio andere accenten aan de oppervlakte, maar de onderliggende uitdaging is vergelijkbaar: datazichtbaarheid houdt geen gelijke tred met de snelheid van AI-implementatie.
In het Verenigd Koninkrijk noemt 58% van de respondenten het voorkomen van datalekken als voornaamste reden voor investeringen in datasoevereiniteit. Tegelijk geeft 45% aan dat data voor AI en analyses hun grootste blinde vlek vormen — het hoogste percentage binnen Europa.
Duitse organisaties worstelen met de balans tussen defensieve prioriteiten en AI-innovatie. Veeam meldt dat 82% van de Duitse leidinggevenden snelheid verkiest boven het invoeren van adequate datacontroles.
Franse besluitvormers beschouwen datasoevereiniteit minder vaak als kritische prioriteit. Zij richten zich vooral op de bescherming van intellectueel eigendom en gevoelige informatie, een aandachtspunt voor sectoren waarin innovatie centraal staat.
Organisaties in het Midden-Oosten en Afrika zijn volgens het onderzoek het verst met hun strategie voor datasoevereiniteit: 60% heeft deze volledig operationeel. Ze zijn tegelijkertijd het minst geneigd datazeggenschap op te geven voor snellere AI-adoptie, maar ook het meest afhankelijk van externe leveranciers, wat de complexiteit van datasoevereiniteit vergroot.
Compliance als aanjager, niet strategie
De voornaamste drijfveren achter investeringen in datasoevereiniteit zijn het verkleinen van het risico op datalekken (44%) en het verkrijgen van meer controle over data (43%). Veeam geeft aan dat de uitvoering overwegend reactief is: interne audits en compliancecontroles (33%) en uitbreiding naar nieuwe markten (32%) vormen de belangrijkste aanleidingen om in actie te komen.
Organisaties tonen veel vertrouwen in gevestigde kaders zoals de AVG (90%), maar hebben aanzienlijk minder duidelijkheid over nieuwe wetgeving, waaronder de EU AI Act. Dat kan de governance-kloof verder vergroten, aldus Veeam.
Blinde vlekken in de infrastructuur
Doordat 68% van de organisaties digitale transformatie-initiatieven prioriteit geeft boven het invoeren van datacontroles, ontstaan er blinde vlekken in de IT-infrastructuur. Naast AI-workflows signaleert het onderzoek tekortkomingen in het inzicht in publieke cloudomgevingen (38%), grensoverschrijdende datastromen (34%) en externe leveranciers en partners (33%). Daarnaast ervaart 32% grote uitdagingen met schaduw-IT.
Andre Troskie, EMEA Field CISO bij Veeam, stelt dat het ontbreken van zicht op datastromen, toegangsrechten en het gebruik van data door AI-systemen leidt tot een gebrek aan controle. Troskie geeft aan dat AI daardoor kan uitgroeien tot een risico op bestuursniveau.