Het geheugen in een MacBook Air is in een halfjaar misschien 50 euro duurder geworden. De MacBook Air zelf stijgt 200 dollar in prijs. Apple presenteert dat als een onvermijdelijk gevolg van de AI-geheugenschaarste, en daar zit een kern van waarheid in. Maar de verhouding klopt niet: de componentprijsstijging rechtvaardigt bij lange na niet de verkoopprijsstijging. Apple pakt extra marge. En Apple is niet de enige.
Apple verhoogt de MacBook Air met 200 dollar, van 1.099 naar 1.299 dollar. De iPad Air gaat van 599 naar 749 dollar, plus 150 dollar. De iPad Pro stijgt 200 dollar naar 1.199 dollar. Microsoft verhoogt Xbox-consoles op 1 augustus met 100 tot 150 dollar. De redenering bij beide bedrijven is dezelfde: geheugenprijzen zijn door AI-datacenterinvesteringen enorm gestegen en die kosten moeten ergens neerslaan. Dat klopt, maar de rekening die consumenten gepresenteerd krijgen is substantieel hoger dan de feitelijke componentkostenstijging rechtvaardigt. Dell’s COO legde het in harde cijfers vast: DRAM kostte een halfjaar geleden 43 dollarcent per gigabit, inmiddels staat de prijs op 2,39 dollar. Een laptop heeft doorgaans 16 gigabyte werkgeheugen. Reken je dat door naar de meerkosten per apparaat, dan kom je op enkele tientallen euro’s. De verkoopprijs stijgt met 150 tot 300 dollar.
Het verschil gaat niet volledig op aan marges. Apparaten bevatten ook NAND Flash voor opslag, en die stijgt met 55 tot 60 procent. Fabrikanten rekenen voorraden af tegen huidige inkoopkosten, niet wat ze ooit betaalden. En voor Apple en anderen geldt dat langlopende leveringscontracten nu aflopen en tegen nieuwe, hogere tarieven worden verlengd. Toch is de verhouding scheef. De geheugen- en opslagcomponenten samen vertegenwoordigen nu zo’n 35 procent van de totale fabricagekosten van een laptop, historisch was dat 16 tot 20 procent. Dat rechtvaardigt een hogere verkoopprijs, maar niet vijf keer de componentmeerkosten doorfactureren aan de eindgebruiker. De geheugenschaarste biedt de industrie een alibi om prijzen te verhogen die verder gaan dan de kostenstijging.
Einde van prijsstijgingen nog niet in zicht
Gartner berekent dat de gecombineerde geheugen- en opslagkosten voor 2026 uitkomen op plus 130 procent ten opzichte van een jaar geleden. Dat vertaalt zich in pc’s die gemiddeld 17 procent duurder worden en smartphones 13 procent. Microsoft schrijft dat opslag- en geheugenprijzen meer dan verdubbeld zijn en voor de zomer van 2027 mogelijk opnieuw verdubbelen. Voor wie nu hardware aanschaft of adviseert: de huidige prijsverhogingen zijn waarschijnlijk niet het eindpunt.
Wat is RAMageddon?
RAMageddon is de bijnaam voor de geheugencrisis van 2026. De naam verwijst naar de wereldwijde tekorten aan standaard DRAM en NAND Flash, veroorzaakt doordat AI-datacenters nu zo’n 70 procent van alle wereldwijd geproduceerde geheugenonderdelen opslokken. Wat overblijft voor consumentenelektronica en zakelijke hardware is structureel onvoldoende. Nieuwe productiecapaciteit bij Samsung, SK Hynix en Micron komt er vroegst in 2027-2028. Tot die tijd betalen eindgebruikers de rekening.
Waarom de fabrikanten dit laten gebeuren
Samsung, SK Hynix en Micron produceren samen meer dan 95 procent van alle DRAM ter wereld. Ze zetten hun capaciteit de afgelopen twee jaar systematisch om richting High-Bandwidth Memory (HBM): de gespecialiseerde chips die AI-accelerators van Nvidia, Google en Microsoft nodig hebben. HBM levert tien keer hogere marges op dan gewone DRAM. Elk halfgeleiderplaatje dat naar een AI-server gaat, gaat niet naar een laptop of smartphone.
Alphabet, Amazon, Meta en Microsoft kondigen voor 2026 samen zo’n 650 miljard dollar aan datacenterinvesteringen aan, 67 procent meer dan in 2025. Die datacenters slokken nu 70 procent van alle geproduceerde geheugenonderdelen op. Wat overblijft voor de consumentenmarkt is structureel te weinig.
Micron trok de uiterste conclusie en sloot zijn Crucial-merk volledig: geen RAM en SSD’s meer voor pc-gebruikers en gamers, alle capaciteit gaat naar AI-datacenters. Lenovo’s topman zei het op de ISC 2026-conferentie kortaf: “It will never be like it was last year.”
Wie de klap als eerste voelt
De impact treft de markt niet gelijk. Apple en Samsung hebben langlopende inkoopcontracten die geheugen 12 tot 24 maanden van tevoren vastleggen. Die buffer begint nu op te raken. Lenovo, Dell en HP kondigen prijsstijgingen van 15 tot 20 procent aan voor de volledige productlijnen, inclusief het schrappen van instapmodellen. IDC bevestigt dat Lenovo, Dell, HP, Acer en ASUS klanten al hebben gewaarschuwd voor prijsverhogingen en kortere offertegeldigheid.
IDC verwacht dat de wereldwijde pc-verkopen in 2026 met zo’n 10 tot 11 procent krimpen. Gartner verwacht dat laptops onder de 500 dollar als categorie verdwijnen tegen 2028: de fabricagekosten overschrijden de verkoopprijsgrens voor budgetmodellen. Duurdere geheugenonderdelen, wegvallende instapmodellen.
De smartphonemarkt staat voor een bijzonder dilemma. Twee jaar lang worden ‘AI-smartphones’ verkocht op de belofte van meer geheugen voor meer intelligentie aan boord. Nu is datzelfde geheugen het duurste onderdeel. Chinese Android-fabrikanten als TCL, Transsion, Realme en Xiaomi, die opereren op dunne marges in het middensegment, stellen productlanceringen uit, krimpen hun modellenportfolio en verlagen in sommige gevallen de geheugenspecificaties om de verkoopprijs aanvaardbaar te houden.
RAMageddon is geen tijdelijke dip
Eerdere geheugentekorten waren cyclisch: fabrieken stonden stil door COVID, logistiek liep vast, vraag en aanbod raakten tijdelijk uit balans. Zodra supply chains normaliseerden, daalden de prijzen. De huidige crisis werkt anders. De vraag naar HBM voor AI-datacenters groeit structureel en de fabrikanten die dat geheugen produceren, hebben economische prikkels om die vraag te blijven bedienen boven de consumentenmarkt.
TrendForce en IDC verwachten geen normalisering voor 2027-2028, en dan pas als de nieuwe fabrieken van Micron (Singapore en Idaho), SK Hynix (Cheongju) en Samsung (Pyeongtaek) op capaciteit zitten. Micron’s eigen marketingdirecteur stelde dat de Idaho-fabriek pas in 2028 noemenswaardige output levert. Normalisering is daarmee vrijwel zeker een kwestie van jaren.
Wat MSP’s nu kunnen doen
Voor MSP’s die hardware adviseren, inkopen of beheren heeft dit directe gevolgen op twee fronten: prijs en beschikbaarheid. Kostenramingen van zes maanden geleden kloppen niet meer. TechRadar meldt dat IT-afdelingen offertes binnenkrijgen die 30 tot 60 procent hoger uitvallen dan verwacht, met geldigheidsvensters die soms zijn teruggebracht van weken naar enkele uren. Maar het prijsprobleem is nog beheersbaar vergeleken met het beschikbaarheidsprobleem. Veel fabrikanten stappen over op build-to-order productie. Specifieke configuraties hebben levertijden van weken tot maanden. Fabrikanten halen budgetmodellen actief uit hun assortiment omdat ze er niets meer aan verdienen, en het segment onder de 500 dollar wordt richting 2028 structureel onhoudbaar.
Hardware die nu beschikbaar is, is deels nog ingekocht onder de oude contractprijzen. Hardware die later dit jaar of begin 2027 op de markt komt, is volledig gebouwd met de huidige componentkosten. Voor klanten die sowieso toe zijn aan vervanging, is vroeg bestellen rationeel, maar dan wel met realistische verwachtingen over levertijd.
De bredere kans voor MSP’s zit in het gesprek dat RAMageddon opent. Organisaties die worstelen met hogere deviceprijzen zijn ontvankelijker voor alternatieven: thin client-architecturen, virtualisatie, verlengde levensduur van bestaande apparaten gecombineerd met cloudwerklasten.