Onderzoek van Check Point Software Technologies laat zien dat het aandeel kritieke kwetsbaarheden in organisaties het afgelopen jaar meer dan verdubbelde. Tegelijk bleek na validatie minder dan één op de twaalf waarschuwingen daadwerkelijk urgent genoeg voor onmiddellijke actie. Het bedrijf wijst op een groeiende kloof tussen detectie en daadwerkelijke opvolging van dreigingen.
Automatisering en AI-gestuurde aanvalstools stellen cybercriminelen volgens Check Point in staat om op grote schaal systemen, inloggegevens, phishinginfrastructuur en bekende kwetsbaarheden te scannen en testen. Dat gebeurt sneller dan beveiligingsteams waarschuwingen handmatig kunnen analyseren en prioriteren, meldt het bedrijf in het rapport ‘Under Pressure: The 2026 Exposure Gap Report’.
Het bedrijf spreekt van een ‘exposure gap’: de kloof tussen wat organisaties kunnen detecteren, correct kunnen prioriteren en uiteindelijk kunnen herstellen. Volgens Check Point wordt het tijdsvenster om in te grijpen kleiner, waardoor kwetsbaarheden sneller kunnen uitgroeien tot incidenten.
Belangrijkste bevindingen
Uit het onderzoek van Check Point blijkt dat kwetsbaarheden goed waren voor 42,6 procent van alle kritieke risico’s, tegenover 18,7 procent een jaar eerder. Daarmee vormen ze volgens het bedrijf in 2026 de grootste afzonderlijke categorie van kritieke risico’s.
Na validatie bleek slechts 7,8 procent van alle waarschuwingen voor kwetsbaarheden daadwerkelijk de hoogste prioriteit te verdienen, aldus het rapport. Meer dan 90 procent van de meldingen vereiste volgens Check Point geen onmiddellijke herstelactie.
Het bedrijf constateert verder dat risico’s zich concentreren in een beperkt aantal categorieën: 76 procent van alle kritieke blootstellingen kwam uit kwetsbaarheden en blootgestelde interne informatie. Het aandeel phishingwebsites binnen kritieke blootstellingen steeg van 1,0 naar 10,5 procent in één jaar, wat het volgens Check Point tot een van de snelst groeiende blootstellingsvormen maakt.
Organisaties in de onderzochte sectoren voerden gemiddeld 85,9 procent van de aanbevolen herstelmaatregelen uit. Check Point leidt hieruit af dat kwetsbaarheden op schaal aan te pakken zijn wanneer duidelijke prioriterings- en responsprocessen aanwezig zijn.
Yochai Corem, VP & General Manager Exposure Management bij Check Point Software Technologies, geeft aan dat aanvallers steeds meer kwetsbaarheden testen, bij meer organisaties en in een tempo dat securityprofessionals niet meer handmatig kunnen bijhouden. Volgens Corem maken organisaties die snel kunnen bepalen welke dreigingen echt kritiek zijn het verschil, gevolgd door het verhelpen van die dreigingen zonder verstoring van de bedrijfsvoering. Dat proces noemt hij exposure management, dat volgens hem een steeds belangrijkere graadmeter wordt voor operationele paraatheid.
Verschillen tussen sectoren
Het onderzoek toont sectorverschillen in de aard van kritieke risico’s. Bij nutsbedrijven en overheidsorganisaties vormden kwetsbaarheden de belangrijkste bron van kritieke risico’s, met respectievelijk 78,2 en 56,4 procent van alle kritieke blootstellingen. In de gezondheidszorg (63,6 procent) en de financiële sector (42,7 procent) was blootgestelde interne informatie de dominante risicocategorie, meldt Check Point.
De gezondheidszorg bleek volgens het onderzoek de moeilijkste sector om kwetsbaarheden snel te verhelpen. Ondanks een hoog percentage uitgevoerde herstelmaatregelen bedroeg de mediane hersteltijd daar 158,8 uur. Check Point wijt dit aan een combinatie van verouderde systemen, de noodzaak van permanente beschikbaarheid van klinische toepassingen en strikte wijzigingsprocedures binnen IT-systemen.
Deze verschillen onderbouwen volgens het bedrijf de noodzaak voor organisaties om hun aanpak van exposure management af te stemmen op de specifieke risico’s en operationele situatie van hun sector.