Holland Datacenters organiseerde een rondetafeldiscussie met MSP’s over digitale soevereiniteit en de afhankelijkheid van grote Amerikaanse techpartijen. De locatie was het datacenter van Holland Datacenters zelf: de cyberbunker in Kloetinge.
Deze bunker is ooit gebouwd om Nederlandse staatsgeheimen te beschermen tegen een aanval van buitenaf is nu de fysieke schil om een datacenter. Onder die drieënhalve meter dikke muren bogen eigenaren, security- en portfolioverantwoordelijken van MSP’s zich over een vraag die dagelijks actueler wordt: hoe kwetsbaar is de sector eigenlijk, en wat kun je daar zelf aan doen?
De vraag is niet nieuw, maar is actueler dan ooit: hoe afhankelijk is de sector van een handvol grote Amerikaanse techpartijen, en wat betekent een veranderende geopolitieke situatie voor die afhankelijkheid? De toon is uitdrukkelijk niet die van een aanklacht. Niemand is hier om af te rekenen met de partijen waarmee jarenlang tot tevredenheid is samengewerkt. Wie de afgelopen jaren clouddiensten van de grote namen heeft verkocht, deed dat vaak met tevreden klanten als resultaat. De vraag ligt genuanceerder: is dat comfort houdbaar nu de wetgeving in de Verenigde Staten techbedrijven ruime mogelijkheden geeft om invloed uit te oefenen op klantdata, ook buiten de eigen landsgrenzen?

De rondetafel vond plaats in het voormalige commandocentrum. Let ook op het enorme scherm aan de muur.
Geen radicale uitstap
De een is er stellig over: wie voor overheden of gereguleerde sectoren werkt, ontkomt niet aan de vraag waar data staat en wie erbij kan. De ander relativeert: het is voor een groot deel een gevoelskwestie, en de praktische impact valt vaak mee zolang de architectuur klopt. Niemand pleit voor een radicale uitstap uit de grote clouddiensten, maar bijna iedereen erkent dat klanten er in toenemende mate naar vragen: alternatieven, uitwijkscenario’s, een Europese of Nederlandse optie naast de vertrouwde infrastructuur. Een paar keer klinkt de vraag waar de grens precies ligt tussen een principekwestie en een verkoopargument. Een sluitend antwoord komt er niet, maar de vraag zelf houdt de zaal wakker.
In het tweede deel van de middag verschuift het gesprek naar de praktische kant: welke kansen ontstaan er voor een MSP die met alternatieve back-upscenario’s aan de slag gaat, en hoe verkoop je dat aan een klant die eigenlijk net zo goed tevreden was met de bestaande oplossing? Ook hier is de sfeer open. Sommigen delen ervaringen van klanten die pas na een incident bij een ander hun eigen continuïteit serieus zijn gaan bekijken, anderen zien vooral een kans om zich als partij te onderscheiden op een thema waar de markt nog volop naar zoekt.
Na afloop van de discussie volgt een rondleiding door de bunker: dikke deuren, indrukwekkende techniek, en de nodige verbaasde blikken bij wat er allemaal onder de grond schuilgaat. Het is duidelijk een hoogtepunt van de middag. Iedereen is verbaasd over de high-tech in het datacenter, en er worden volop foto’s gemaakt.

Serverruimte Alfa – alle ruimtes zijn vernoemd via het NAVO-alfabet.
Van staatsgeheim tot cybercrime tot cyberveiligheid
De bunker in Kloetinge werd in 1955 gebouwd, midden in de Koude Oorlog, als commandocentrum voor het Provinciaal Militair Commando. Het gebouw staat op puin van de Tweede Wereldoorlog en is opgetrokken als een soort drijvende constructie: bij stijgend grondwater beweegt de bunker mee, wat het bestand maakt tegen een eventuele nieuwe watersnoodramp. Vanaf de jaren zestig huisvestte de bunker ook de besturing van kruisraketten, iets waarvan het bestaan destijds officieel werd ontkend.
Nadat Defensie het pand in 1994 afstootte, begon een minder eervol hoofdstuk. Onder de naam CyberBunker werd de locatie een hostingbedrijf dat zich profileerde als vrijhaven voor vrijwel alles, op kinderporno en terrorisme na. In de praktijk betekende dat onderdak voor onder meer The Pirate Bay, spamnetwerken en een niet geringe hoeveelheid criminaliteit: na een brand in 2002 bleek er ook een xtc-laboratorium in het pand te zitten. Dit duistere tijdperk is vastgelegd in de Netflix-documentaire “Cyberbunker: The Criminal Underworld”.
Sinds de overname door de huidige eigenaren is de bunker grondig verbouwd tot een modern, zwaarbeveiligd datacenter, met muren van drieënhalve meter dik als tastbare herinnering aan het oorspronkelijke doel van het gebouw. Waar de bunker ooit symbool stond voor onzichtbaarheid en ontwijking, staat hij nu voor het tegenovergestelde: fysieke en digitale veiligheid als expliciet verkoopargument.