Nederland heeft de deadline van 31 juli voor omzetting van het Europese recht op reparatie niet gehaald. Het kabinet diende het wetsvoorstel pas op 9 juli in bij de Tweede Kamer, die het samen met de Eerste Kamer nog moet behandelen. Daardoor is onzeker of de regeling dit jaar nog in werking treedt. Dit meldt de Consumentenbond.
Het Europese recht op reparatie had uiterlijk 31 juli verwerkt moeten zijn in de Nederlandse wetgeving. Het kabinet stuurde het wetsvoorstel echter pas op 9 juli naar de Tweede Kamer, aldus de Consumentenbond. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten het voorstel nog behandelen, waardoor het niet vaststaat dat de wet dit jaar nog ingaat.
Verplichtingen voor fabrikanten
Het recht op reparatie verplicht fabrikanten om voor bepaalde productgroepen een reparatie aan te bieden, ook nadat de wettelijke garantietermijn is verstreken. Buiten de garantie betaalt de consument zelf voor de reparatie, maar de fabrikant moet daarbij volgens de regeling een redelijke prijs rekenen en de reparatie binnen een redelijke termijn uitvoeren. Fabrikanten mogen reparaties niet blokkeren met software of technische beperkingen en mogen onafhankelijke reparateurs niet zonder goede reden weigeren.
De regeling bouwt voort op de Europese ecodesign-eisen. Die bepalen dat producten al bij het ontwerp geschikt moeten zijn voor reparatie en dat reserveonderdelen beschikbaar moeten zijn. Het recht op reparatie geldt pas voor een productgroep zodra daarvoor ecodesign-eisen van kracht zijn.
Beperkt aantal productgroepen
De reparatieplicht geldt op dit moment voor een beperkt aantal productgroepen: wasmachines, wasdrogers en was-droogcombinaties, vaatwassers, koelkasten en vriezers, televisies en andere elektronische displays, smartphones en tablets, servers en dataopslagapparatuur, lasapparatuur en bepaalde elektrische verwarmingstoestellen. Via de Europese Batterijenverordening vallen ook bepaalde elektrische fietsen en e-steps eronder, met regels over het verwijderen, vervangen en leveren van de accu.
Voor producten als koffiezetapparaten, printers, laptops en steelstofzuigers geldt de reparatieplicht voorlopig niet. De Europese Unie is van plan de regels de komende jaren uit te breiden naar meer productgroepen.
De verplichtingen verschillen per productgroep. Fabrikanten moeten in sommige gevallen jarenlang onderdelen blijven leveren en reparatiehandleidingen beschikbaar stellen, in een aantal gevallen tot 5 tot 10 jaar nadat het laatste exemplaar van een product is verkocht.