Nederlandse werknemers slaan een aanzienlijk deel van de adviezen van AI-systemen in de wind. Onderzoek van Eraneos laat zien dat 83% van de Nederlandse respondenten minstens 40% van de AI-aanbevelingen negeert, een hoger percentage dan in de andere onderzochte landen. Volgens het onderzoek ligt de oorzaak niet bij de technologie zelf, maar bij het ontbreken van richtlijnen en duidelijke verantwoordelijkheden.
Nederlandse werknemers leggen een groot deel van de adviezen die zij van AI-systemen krijgen naast zich neer. Van de Nederlandse respondenten negeert 83% minstens 40% van de AI-aanbevelingen die zij ontvangen. Dit blijkt uit het People & AI-onderzoek 2026 van Eraneos, waaraan 658 leidinggevenden en hun teams meededen in Nederland, Duitsland, Spanje en Zwitserland. Gemiddeld over de vier landen ligt het percentage op 74%, in Duitsland op 64%.
Eraneos stelt dat de oorzaak van het geringe vertrouwen in AI-adviezen niet bij de gebruikte technologie ligt. Op vrijwel elke voorwaarde die volgens het onderzoek bepaalt of AI daadwerkelijk resultaat oplevert, scoort Nederland lager dan het gemiddelde van de vier landen. Dat geldt voor richtlijnen, verantwoordelijkheid, vaardigheden en de afstemming tussen directie en medewerkers.
Richtlijnen en verantwoordelijkheid ontbreken
In Nederland geeft 20% van de respondenten aan dat er duidelijke richtlijnen bestaan voor het gebruik van AI, tegenover gemiddeld 35% in de vier landen. Bij 22% van de Nederlandse respondenten is vastgelegd wie verantwoordelijk is wanneer AI een fout maakt, in Duitsland geldt dat voor 55%. De afstemming tussen directie en medewerkers over AI-gebruik blijft eveneens achter: 36% tegenover gemiddeld 47%.
In Nederland geeft 37% van de respondenten aan dat AI de prioriteiten in werkprocessen bepaalt, tegenover gemiddeld 50%. Het grootste verschil doet zich voor bij de vraag of AI daadwerkelijk is ingebed in werkprocessen. Slechts 3% van de Nederlandse respondenten bevestigt dat, tegenover gemiddeld 13% en 20% in Zwitserland.
Training staat los van dagelijkse praktijk
Van de Nederlandse respondenten combineert 28% het opbouwen van AI-vaardigheden met het dagelijks werk, in Duitsland is dat 54%. Uit het onderzoek van Eraneos blijkt dat deze manier van werken bepalend is voor het vertrouwen in AI. Onder respondenten die training los houden van de dagelijkse praktijk, vertrouwt 15% erop dat AI de juiste acties onderneemt. Komen leren en dagelijks werk samen, dan stijgt dat percentage naar 41%. Is AI-vaardigheid onderdeel van zowel de werkprocessen als de professionele ontwikkeling, dan loopt het vertrouwen op tot 56%.
Organisaties die volgens het onderzoek wel resultaat boeken met AI beschikken niet over andere of betere technologie. Eraneos meldt dat deze organisaties eerst vastleggen welke richtlijnen gelden, wie verantwoordelijk is als AI een fout maakt, hoe het werk tussen mens en AI verdeeld is en hoe medewerkers daarbij ondersteund worden. Pas daarna breiden zij het gebruik uit.
Organisatorisch vraagstuk
Het onderzoeksbureau typeert dit als organisatorisch werk, waarop organisaties zelf kunnen sturen zonder op een volgende generatie tools te wachten. De AI-tools zijn er al en worden breed gebruikt, aldus de onderzoekers. Hoeveel dat oplevert, hangt volgens het onderzoek vooral af van hoeveel houvast medewerkers krijgen om de uitkomsten te kunnen beoordelen.
Dragana Mijatovic, Partner Organizational Excellence & Transformation bij Eraneos, geeft aan dat de Nederlandse cijfers geen technologieprobleem laten zien, maar een ontwerpprobleem. Volgens Mijatovic hebben organisaties niet méér AI nodig, maar een manier van werken waarin de AI-tools die er al zijn de moeite waard worden om te vertrouwen.
Het volledige rapport is gepubliceerd onder de titel ‘De illusie van vooruitgang: People & AI-onderzoek 2026’ door Eraneos.