Slechts vijftien procent van de Nederlandse organisaties in de publieke sector heeft momenteel zijn digitale transformatie strategie al volledig geïmplementeerd. Dit blijkt uit onderzoek van Unit4 onder 300 beslissers in de publieke sector afkomstig uit Canada, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Zweden.
Nederland loopt achter op onder andere Canada en het Verenigd Koninkrijk, waar respectievelijk 24 en 23 procent de digitale transformatie al volledig heeft uitgerold. Maar liefst veertig procent van de Nederlandse organisaties in de publieke sector heeft wel een strategie, maar deze is pas minimaal uitgerold. Dat betekent dat slechts enkele afdelingen en teams ervan kunnen profiteren. Nog eens negen procent heeft wel een digitale transformatie strategie, maar heeft er tot nu toe nog niets mee gedaan.
Inhaalslag in de komende jaren
Maar dat zou de komende jaren moeten veranderen. De grootste groep (39%) verwacht dat zij binnen twee tot drie jaar de digitale transformatie volledig hebben uitgerold. Bijna de helft (47%) denkt minder dan twee jaar nodig te hebben, waarvan zes procent binnen een jaar de implementatie verwacht af te ronden. Kijken we naar het gemiddelde van alle vier de ondervraagde landen, dan duurt het gemiddeld nog 2,3 jaar voordat organisaties in de publieke sector een volledige digitale transformatie hebben ondergaan.
Dat die digitale transformatie nodig is, blijkt uit het feit dat 41 procent van de Nederlandse beslissers in de publieke sector aangeeft dat er grote verandering nodig is om data compatibel over verschillende afdelingen te maken. Nu moet in 32 procent van de organisaties data nog handmatig uit het ene systeem worden geëxporteerd, om deze vervolgens in een ander systeem te importeren. Daarbovenop komt nog eens 28 procent die gegevens vanaf papier handmatig in de systemen moet invoeren.