Tweede Kamerleden Barbara Kathmann en El Boujdaini stellen schriftelijke vragen aan het kabinet over de gevolgen van Amerikaans sanctiebeleid voor Nederlandse internetproviders. Aanleiding is een geval waarbij een Nederlands bedrijf uit angst voor Amerikaanse maatregelen geen diensten meer levert aan het Internationaal Strafhof. De Kamerleden willen weten hoe het kabinet deze druk denkt af te weren.
Tweede Kamerleden Barbara Kathmann (PvdA/GroenLinks) en El Boujdaini (D66) hebben schriftelijke vragen gesteld aan het kabinet over de invloed van Amerikaans sanctiebeleid op de Europese digitale infrastructuur. De vragen gaan in op de mogelijkheid dat Amerikaanse interventies Nederlandse internetproviders en instellingen kunnen raken zonder tussenkomst van een Europese rechter.
De aanleiding voor de Kamervragen is een artikel in NRC waarin de vrees van Europese internetaanbieders voor Amerikaanse sancties wordt beschreven. Volgens de Kamerleden heeft dit beleid al directe gevolgen op Nederlandse bodem.
Druk op dienstverlening aan het Internationaal Strafhof
Als voorbeeld noemen Kathmann en El Boujdaini het Nederlandse bedrijf ProcoliX. Door een Amerikaanse interventie bij een Italiaanse partnerorganisatie neemt deze provider naar eigen zeggen geen opdrachten meer aan van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag.
De Kamerleden vragen de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Buitenlandse Zaken of zij het wenselijk vinden dat Nederlandse bedrijven hun dienstverlening aan het ICC of andere instellingen beëindigen uit angst voor Amerikaanse maatregelen. Zij willen weten hoe het kabinet voorkomt dat Nederlandse organisaties feitelijk uitvoering geven aan sancties die door de Europese Unie niet worden gesteund, gericht tegen instituten die Nederland ondersteunt.
Vrees voor chilling effect en verlies van internetneutraliteit
De Kamerleden vragen het kabinet om een stellingname tegen de extraterritoriale werking van Amerikaanse sancties en het op politieke gronden plaatsen van internetaanbieders op sanctielijsten. Kathmann en El Boujdaini stellen dat deze handelswijze leidt tot een chilling effect, waarbij Nederlandse bedrijven uit angst hun diensten preventief aanpassen.
Daarnaast stellen de Kamerleden vragen over de houdbaarheid van een vrij en open internet wanneer onderdelen van de digitale infrastructuur, zoals de extensies .com, .net en .org, onder Amerikaanse jurisdictie vallen.
Beroep op Europees Anti-Dwanginstrument
De Kamerleden roepen het kabinet op om stappen te zetten om de digitale afhankelijkheid van de Verenigde Staten te verkleinen en gedupeerde Nederlandse aanbieders te ondersteunen. Zij vragen onder meer welke rol het kabinet ziet voor het Europese Anti-Dwanginstrument (Anti-Coercion Instrument) om Amerikaanse druk op de Europese internetsector af te weren.
De Kamerleden vragen om een afzonderlijke beantwoording van de vragen vóór het geplande commissiedebat over de Digitaliserende Overheid en Toezicht op 30 september.