Het Nederlandse kabinet heeft op 17 april 2026 een non-paper gepubliceerd waarin het de Europese Commissie oproept tot een geïntegreerde aanpak van digitale soevereiniteit. Volgens Den Haag zijn bestaande Europese initiatieven op het gebied van AI, cloud en chips te versnipperd. Het voorstel introduceert een ‘Sovereign Tech Stack’ die vraag en aanbod in de Europese techketen met elkaar verbindt.
Het non-paper verschijnt in aanloop naar het EU Tech Sovereignty Package en stelt dat technologische soevereiniteit geen alles-of-niets-kwestie is. Volgens het kabinet gaat het om een samenspel tussen alle lagen van de technologische keten — van grondstoffen en chips tot software en data.
Demand-supply loop als kern van het voorstel
Nederland stelt voor om de Europese digitale infrastructuur te benaderen als een gelaagde stack. Het centrale element is een demand-supply loop: Europese AI- en cloudaanbieders bovenaan de stack creëren een voorspelbare vraag naar Europese chips en infrastructuur onderaan. Die basislagen leveren op hun beurt de bouwstenen voor de bovenste lagen. Zonder deze koppeling riskeert Europa volgens Den Haag miljarden te investeren in technologie die de eigen markt vervolgens niet afneemt.
Drie wetgevende prioriteiten
Het non-paper stelt drie concrete wetgevende stappen voor. De eerste is een Cloud & AI Development Act (CADA). Het kabinet wil een einde maken aan ‘sovereignty-washing’ door duidelijke definities te introduceren voor wat een soevereine cloud inhoudt, met gradaties van ‘midden-autonoom’ tot ‘volledig soeverein’. De EU moet datacenters van strategisch belang prioriteit geven, en overheden zouden als launching customer moeten optreden voor vertrouwde Europese oplossingen.
De tweede prioriteit is een vernieuwde Chips Act (CAII). Nederland geeft aan dat de opvolger van de huidige Chips Act verder moet kijken dan de bouw van grote fabrieken. De focus moet verschuiven naar chipontwerp en vraagstimulering. Het kabinet pleit voor criteria voor betrouwbare chips op basis van transparantie in de toeleveringsketen, en voor steun aan open architecturen zoals RISC-V om vendor lock-in bij buitenlandse leveranciers te voorkomen.
De derde pijler is open source. Nederland ziet open source niet als een technisch detail, maar als een strategisch instrument dat de drempel voor Europese bedrijven verlaagt en systemen transparant en controleerbaar houdt. Het voorstel adviseert elke lidstaat om Open Source Program Offices (OSPO’s) op te richten.
Autonomie, geen protectionisme
Het non-paper benadrukt dat Nederland geen protectionistisch ‘Fort Europa’ nastreeft. De EU blijft afhankelijk van wereldwijde handel en buitenlandse technologie, maar moet wel de keuzevrijheid behouden om autonoom te handelen op het wereldtoneel, in lijn met democratische waarden en zonder gedwongen te worden door technologische afhankelijkheden van grootmachten elders.
Financiering via Europees fonds
Voor de financiering van deze plannen wijst Den Haag op het toekomstige European Competitiveness Fund. Europees publiek geld en privaat kapitaal moeten gezamenlijk de schaalvergroting van de soevereine stack mogelijk maken. De bal ligt nu bij de Europese Commissie om de geïntegreerde aanpak over te nemen in het definitieve Tech Sovereignty-pakket.