Ruim een op de vijf organisaties (22%) noemt gebrek aan capaciteit de grootste belemmering om stappen te zetten richting naleving van de Europese Data Act. Dat blijkt uit onderzoek onder 433 beslissers. Ruim de helft erkent dat wachten op meer duidelijkheid binnen de eigen organisatie als excuus dient om geen actie te ondernemen.
Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Markteffect in opdracht van SureSync, een Nederlandse IT-dienstverlener die zich richt op gegevensuitwisseling. De respondenten vallen in twee groepen. De eerste groep bestaat uit C-level executives, hoger management en beslissers op het gebied van IT, Finance, Data, Compliance en Legal bij organisaties met meer dan 250 medewerkers. De tweede groep bestaat uit professionals in de zorg die bij deze disciplines betrokken zijn.
Naast capaciteit noemen respondenten nog andere belemmeringen. Negentien procent geeft aan dat naleving van de Data Act binnen de organisatie onvoldoende prioriteit heeft. Vijftien procent noemt gebrek aan kennis als grootste obstakel. De wetgeving is inmiddels een jaar van toepassing.
Wachten op duidelijkheid
De noodzaak om in actie te komen wordt wel herkend. Twee derde van de respondenten (66%) verwacht dat de eigen organisatie achter gaat lopen op Europese datawetgeving als er nu geen stappen worden gezet. Tegelijkertijd zegt 52 procent dat wachten op meer duidelijkheid intern wordt gebruikt als reden om nog niets te doen.
Afhankelijkheid van legacy-systemen
Volgens SureSync vereist de Data Act dat organisaties data kunnen delen en ontsluiten op manieren die veel legacy-systemen niet ondersteunen. Ruim drie kwart van de respondenten (78%) stelt dat de wetgeving laat zien hoe afhankelijk de organisatie is van deze systemen. Slechts dertien procent ziet legacy-systemen als de grootste belemmering bij naleving. De afhankelijkheid wordt dus breed herkend, maar geldt voor de meeste organisaties niet als het belangrijkste knelpunt.
Federatief databeheer nog weinig volwassen
Een deel van de organisaties ziet federatief databeheer als mogelijke route. Bij deze aanpak blijft data bij de bron en wordt die gericht gedeeld, in plaats van centraal gekopieerd. Zeven op de tien beslissers noemen dit cruciaal voor hun toekomstige datastrategie.
De kennis over deze aanpak blijft achter. Van de respondenten weet 27 procent niet wat federatief databeheer inhoudt. Elf procent werkt naar eigen zeggen op een volwassen federatief niveau. Bijna een kwart (24%) zet stappen in die richting, maar geeft aan dat dit nog in de kinderschoenen staat.
Aansluiten bij bestaande processen
Sander Odijk, managing director bij SureSync, vindt het veelzeggend dat organisaties zelf toegeven dat wachten op duidelijkheid een excuus is. Volgens hem concurreert de Data Act intern met dossiers die urgenter aanvoelen, omdat daar een deadline of een klant aan verbonden is. Daarnaast ontbreekt vaak de capaciteit om er een nieuw traject naast op te starten.
Odijk waarschuwt dat uitstel de uiteindelijke kosten verhoogt. Verouderde systemen en ontbrekende afspraken lossen zichzelf niet op en worden volgens hem met de tijd complexer en duurder om recht te trekken. Hij adviseert organisaties de Data Act te laten aansluiten bij bestaande processen, in plaats van er een apart traject van te maken. Zo wordt de stap richting naleving volgens Odijk kleiner en eenvoudiger te zetten.