De groeiende vraag naar 5G en glasvezel zorgt voor meer telecomstations in woonwijken. Daarbij wordt geluidshinder een steeds groter probleem. Voor IT-dienstverleners betekent dit dat ze naast koeling ook aandacht moeten besteden aan geluidsnormen.
De telecominfrastructuur in Nederland wordt continu uitgebreid. Glasvezel en 5G vragen om veel nieuwe technische installaties, vaak midden in de bebouwde omgeving. Van straatkasten tot microdatacenters: alles moet een plek krijgen. “Veel van die infrastructuur moet onvermijdelijk in woonwijken geplaatst worden,” vertelt Richard Esendam, Business Development Manager Benelux Telecom & Infrastructure bij STULZ. “Als je een straatkast of een PoP-station neerzet, ben je niet alleen leverancier van een koeloplossing. Je levert een totaaloplossing met een aanvaardbaar geluidsniveau voor de omgeving.”

Richard Esendam
Koeling en geluid
Geluid is niet het eerste waar je aan denkt bij koeloplossingen voor telecomstations. Toch wordt het een steeds grotere uitdaging. Dat geldt niet alleen voor kastjes voor de distributie van elektriciteit, maar bijvoorbeeld ook voor PoP-stations, lokale internetknooppunten.
Die installaties maken geluid. Vooral door koelventilatoren of airco’s die draaien om de apparatuur koel te houden.
“Tot voor kort waren PoP-stations eigenlijk nooit 100 procent gevuld,” vertelt Esendam. “Dus de warmtelasten waren tot nu toe altijd vrij beperkt. Als dit soort stations voller komen te staan, wordt het steeds belangrijker om de koeling te optimaliseren waarbij je het geluidsniveau beperkt.”

Mensen worden kritischer
De apparatuur in telecomstations geeft een monotoon geluid af waar sommige mensen bijzonder gevoelig voor zijn. “Vergelijk het met een airco in huis. Overdag valt het nauwelijks op dat die geluid maakt, maar ’s nachts kan het gebrom behoorlijk hinderlijk zijn als het te hard is.” Daar komt bij dat mensen steeds kritischer worden, vooral als apparatuur vlak bij hun huis komt te staan. Het probleem wordt versterkt als je meerdere units dicht bij elkaar plaatst. Met een enkele unit voldoe je misschien nog aan de normen, maar twee of drie units bij elkaar versterken elkaars geluid. “De kans is groot dat je dan de grens overgaat.”
De wettelijke norm ligt overdag tussen de 50 en 65 dB(A), ‘s nachts tussen de 40 en 55 dB(A). Voor ziekenhuizen, scholen en woonwijken gelden strengere eisen.
Totaaloplossingen nodig
Als specialist in klimaatbeheersing biedt STULZ daarom verschillende totaaloplossingen. Die pakken zowel de koeling als het geluidsniveau aan. “Je wilt klachten ook vóór blijven,” benadrukt Esendam. “De oplossing begint bij de analyse: wat heb je aan koelvermogen nodig, wat voor ruimte is het, wat is de isolatiewaarde? Aan de hand daarvan wordt een voorstel gemaakt, zowel koeltechnisch als geluidstechnisch.”
Aan de hand daarvan wordt een voorstel gemaakt, zowel koeltechnisch als geluidstechnisch
In een behuizing wordt buitenlucht naar binnen gehaald voor vrijeluchtkoeling. De warme lucht wordt naar buiten geblazen. “Als je daar een standaardrooster voor neemt, gaat het grootste deel van het geluid van de unit door het rooster mee naar buiten. Voor industriële toepassingen was dat nooit zo’n probleem, maar in woonwijken speelt dat wel.”
De oplossing ligt in geluiddemping tussen de unit en het rooster, of geïntegreerd in het rooster zelf. “Het zijn geteste systeemoplossingen, zodat we kunnen aantonen dat het voldoet aan de normen.”
Het zijn geteste systeemoplossingen, zodat we kunnen aantonen dat het voldoet aan de normen
Daarbij spelen ook duurzaamheidsaspecten een rol. STULZ werkt samen met bouwers van PoP-stations en datacenters om duurzame oplossingen te realiseren die voldoen aan alle eisen.
Micro-datacenters in opkomst
Ook bij datacenters worden geluidsnormen in toenemende mate een uitdaging. Dat geldt voor de grote hyperscalerdatacenters, maar nog meer voor micro-datacenters, die ook in de bebouwde omgeving verrijzen.
De markt van micro-datacenters groeit door de snelle opkomst van 5G. Dit zorgt voor veel meer dataverkeer en strenge eisen aan de reactietijden in netwerkverbindingen. Om die snelheid en betrouwbaarheid waar te maken, moeten gegevens dichter bij de gebruiker worden verwerkt. Dat gebeurt in micro-datacenters: kleine, lokale datacenters die vlakbij masten of eindgebruikers staan. Ze vormen als het ware de lokale knooppunten in het 5G-netwerk. “Bij 5G moet om de 300 meter een antennepunt zijn in een stad om het signaal goed verspreid te hebben in het centrum. Al die data van al die antennepunten moet goed verzameld worden. Dan zijn micro-datacenters in steden noodzakelijk.”
Serieuze overweging
Voor IT-dienstverleners betekent dit dat geluid een aandachtspunt wordt om rekening mee te houden. “Bij elk project moet je kijken waar het wordt geplaatst en een cirkel eromheen trekken: waar is de eerstvolgende bebouwing en moeten we wel of niet iets doen aan het geluidsniveau? Naast technische specificaties en kosten moet nu ook geluidshinder worden meegenomen in de planning anders loop je het risico op klachten en juridische problemen.”