Tien jaar Dutch Data Center Association (DDA) werd donderdag gevierd in de Heineken Experience in Amsterdam. Managing Director Stijn Grove blikte terug op de begintijd. “Het idee om een brancheorganisatie voor datacenters op te richten, ontstond in een tijd waarin digitale infrastructuur nog geen vanzelfsprekend thema was op overheidsagenda’s.”
Tekst: Mels Dees
De organisatie richt zich vanaf de oprichting op drie pijlers: energie en duurzaamheid, onderwijs en werkgelegenheid, en de digitale economie. Grove benadrukte hoe belangrijk het was dat de sector destijds die focus koos. “Focus heeft ons veel gebracht. Vooral in het begin. Energie, onderwijs, economie – dat zijn de kerngebieden waarin we echt iets konden betekenen.”
Manager Public Affairs Laura Beukers, inmiddels vier jaar werkzaam voor DDA, ging tijdens het evenement in op het maatschappelijk debat over datacenters. Dat laaide in de afgelopen jaren op. “We moesten ineens veel meer uitleggen over thema’s als energiegebruik en waterverbruik.” Die uitleg werpt vruchten af, stelde Beukers. “Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.”
Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.
Het jaarlijks rapport State of the Dutch Data Centers, dat samen met onderzoeksbureau Pb7 wordt uitgebracht, is een concreet voorbeeld van die inspanning. “Dit jaar was het bijna 100 pagina’s,” vertelt Laura. “Het laat goed zien hoe de markt zich ontwikkelt. Dat onze bevindingen letterlijk worden overgenomen in overheidsdocumenten is het beste bewijs dat we impact hebben.”
Kickstart Europe als toonaangevende beurs
Een van de grootste publiekssuccessen van de DDA is het jaarlijkse event Kickstart Europe, dat inmiddels is uitgegroeid tot een van de belangrijkste Europese bijeenkomsten in de sector. Zoë Derksen, Manager Marketing, PR & Events, legde uit hoe bijzonder die groei is geweest. “In 2018 begonnen we met 250 mensen. Nu zitten we over de 2000. En het unieke is: het is een evenement vóór en dóór het netwerk.”
Ook op het gebied van duurzaamheid is er veel gebeurd. Erik Barentsen blikte terug op het eerste initiatief rond restwarmte. “In 2017 boden we onze warmte aan. Het idee was simpel: gebruik energie twee keer. Maar al snel ontdekten we dat het niet zo makkelijk was. Er moet ook een warmtevraag zijn. En daar liep het spaak. Die warmtevraag wordt niet voldoende gestimuleerd in Nederland. Het is frustrerend, want we hebben honderden megawatts beschikbaar aan restwarmte, maar het beleid loopt achter.”
Andrew van der Haar, verantwoordelijk voor onder meer de energie-efficiëntiemaatregelen, vulde aan: “Wat we hebben geleerd is dat we als sector al veel doen, maar dat het zichtbaar maken van die inspanningen cruciaal is. Samen met toezichthouders hebben we nu een werkbare methode ontwikkeld om die besparingen goed te rapporteren. Dat is echt een doorbraak.”
Het zichtbaar maken van onze inspanningen is cruciaal.
Het gesprek verschoof daarna naar onderwijs en werkgelegenheid. Van der Haar zag daar een groot gat dat gedicht moest worden. “Binnen het onderwijs was nauwelijks aandacht voor onze sector. Je had opleidingen voor ICT, programmeren, maar niets over datacenterbeheer, fysieke installaties, onderhoud. We hebben nu MBO-opleidingen opgezet, keuzevakken geaccrediteerd gekregen. Vorig jaar schreven we 206 certificaten uit. Dat is echt een verschil.”
Nederland staat stil
Toen het gesprek richting toekomst verschoof, stelde Kees Verhoeven, voormalig lid van de Tweede Kamer (D66), een centrale vraag: wat zijn de strategische keuzes die Nederland nu moet maken? Michiel Eielts, voorzitter van het bestuur van DDA, was duidelijk: “Als je kijkt naar AI, naar robotisering, naar digitalisering in brede zin, dan staat de wereld niet stil. Maar Nederland wél. En dat is zorgelijk. We moeten de randvoorwaarden creëren zodat we kunnen blijven innoveren. Dat vraagt om lef, beleid en samenwerking.”
We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.
Managing Director Stijn Grove vulde aan: “Ik zie een positieve kans. We kunnen bijdragen aan het oplossen van netcongestie, we kunnen versnelling brengen in de energietransitie. Maar we moeten wél erkend worden als infrastructuur. Op dit moment zitten we nog te vaak in de uitlegfase. We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.”