Aanvallers maken actief misbruik van een combinatie van twee recent ontdekte kwetsbaarheden in WordPress, aangeduid als WP2Shell. De combinatie van de lekken maakt onbevoegde remote code-uitvoering mogelijk op getroffen websites. WordPress heeft inmiddels beveiligingsupdates uitgebracht en geforceerde automatische updates ingeschakeld.

Twee kwetsbaarheden in WordPress, geregistreerd onder CVE-2026-60137 en CVE-2026-63030, worden actief uitgebuit. De lekken zijn samen aangeduid als WP2Shell en treffen WordPress-versies 6.9.0 tot en met 6.9.4 en 7.0.0 tot en met 7.0.1. Volgens de betrokken onderzoekers kan een anonieme aanvaller met deze kwetsbaarheden een standaard WordPress-installatie zonder plug-ins aanvallen.

CVE-2026-60137 betreft een kwetsbaarheid met hoge ernst die SQL-injecties mogelijk maakt. CVE-2026-63030 is als kritiek geclassificeerd en maakt willekeurige code-uitvoering mogelijk. Door beide kwetsbaarheden te combineren kan een aanvaller onbevoegde remote code-uitvoering bereiken op de getroffen WordPress-websites.

Updates automatisch geïnstalleerd

WordPress heeft op 19 juli beveiligingsupdates uitgebracht in de vorm van versies 6.9.5 en 7.0.2. Daarnaast is de beveiligingsfix ook teruggeporteerd naar de nog ondersteunde 6.8-reeks met versie 6.8.6. Websites die op WordPress 6.8.6 draaien, zijn daarmee eveneens beschermd en hoeven niet naar versie 7.0.2 te upgraden.

Vanwege de ernst van de situatie heeft het WordPress.org-team geforceerde updates ingeschakeld via het auto-update-systeem voor websites die de kwetsbare versies draaien. Beheerders van websites waarop automatische updates zijn uitgeschakeld, moeten de beveiligingsupdate handmatig installeren om het risico weg te nemen.

Snel misbruikt

Securityonderzoekers van Patchstack, Hexastrike en WatchTowr melden aan SecurityWeek dat cybercriminelen de kwetsbaarheden kort na de openbaarmaking al op grote schaal zijn gaan misbruiken. Volgens de onderzoekers onderstreept de snelheid waarmee de aanvallen op gang kwamen het belang van het zo snel mogelijk installeren van beveiligingsupdates voor WordPress.

Volgens WordPress zijn de versies 6.9.0 tot en met 6.9.4 en 7.0.0 tot en met 7.0.1 kwetsbaar voor de WP2Shell-aanvalsketen. De beveiligingsupdates 6.8.6, 6.9.5 en 7.0.2 bevatten de benodigde patches.

Microsoft heeft een noodupdate uitgebracht voor specifieke Dell-computers die kampten met oververhitting en onverwachte uitval. De oorzaak lag bij een fout in de Intel Innovation Platform Framework-driver in combinatie met een recente Windows-update. Microsoft pauzeerde tijdelijk de reguliere Patch Tuesday-uitrol voor de betreffende modellen.

Microsoft heeft een noodpatch uitgebracht voor een groep Dell-computers die last hadden van prestatieproblemen, oververhitting en onverwachte uitval. Volgens Microsoft ontstond het probleem door een incompatibiliteit tussen de Intel Innovation Platform Framework-driver en een recente Windows-update.

Om verdere schade aan de getroffen apparaten te voorkomen, besloot Microsoft de uitrol van de reguliere Patch Tuesday-beveiligingsupdates voor de specifieke Dell-modellen tijdelijk stil te leggen. Gebruikers van deze systemen kregen daardoor de nieuwste beveiligingsupdates niet automatisch binnen totdat een oplossing beschikbaar was.

Noodpatch en hotpatch

Microsoft heeft de incompatibiliteit inmiddels verholpen met de uitrol van patch KB5121767 en hotpatch KB5121768 voor Windows 11. Met deze updates kunnen de getroffen pc’s volgens Microsoft weer veilig de nieuwste beveiligingsupdates installeren zonder risico op oververhitting of uitval.

Kritiek op testproces

Het incident leidt tot nieuwe kritiek op de kwaliteitscontrole rond Windows-updates. De fout bleek al aanwezig in een preview-update van de maand ervoor, wat volgens critici aantoont dat het testproces voorafgaand aan brede uitrol tekortschiet. Eerdere problemen met Windows-updates wezen al eerder op vergelijkbare tekortkomingen in de testfase, waardoor fouten pas na uitrol naar eindgebruikers aan het licht komen.

Microsoft heeft nog niet aangegeven welke concrete maatregelen worden genomen om vergelijkbare incompatibiliteiten in de toekomst eerder te signaleren.

De Europese Commissie heeft richtlijnen gepubliceerd die aanbieders en gebruikers van AI verplichten om AI-gegenereerde content en interacties herkenbaar te maken. De regels vloeien voort uit de Europese AI-wet en gaan in op 2 augustus 2026. Chatbots, deepfakes en synthetische media moeten volgens de Commissie voortaan als zodanig herkenbaar zijn voor gebruikers.

De Europese Commissie heeft nieuwe richtlijnen gepubliceerd voor de omgang met AI-gegenereerde content. De richtlijnen vloeien voort uit de Europese AI-wet (AI Act) en moeten volgens de Commissie voorkomen dat burgers worden misleid door technologie. De regels gaan in op 2 augustus 2026.

Vanaf die datum moeten ontwikkelaars van AI-systemen, zoals chatbots, deze zo inrichten dat gebruikers direct kunnen zien dat zij met een machine communiceren. Aanbieders moeten daarnaast onzichtbare, machinetaal-leesbare kenmerken toevoegen aan teksten, beelden en audio die door AI zijn gegenereerd of bewerkt. Deze kenmerken maken het mogelijk om synthetische content technisch te herkennen, ook als dat voor mensen niet direct zichtbaar is.

Verplichtingen voor gebruikers van AI

Naast eisen aan ontwikkelaars gelden er verplichtingen voor organisaties die AI toepassen. Zij moeten gebruikers waarschuwen wanneer zij deepfakes tonen, emotieherkenning inzetten of AI-gegenereerde berichten over maatschappelijke kwesties publiceren zonder menselijke eindredactie. De Commissie wil hiermee voorkomen dat gebruikers onbewust interacteren met content of systemen waarvan de herkomst of werking niet transparant is.

Uitzonderingen en voorbeelden

De richtlijnen bevatten praktische voorbeelden om de grens tussen wel en niet meldingsplichtige toepassingen te verduidelijken. Zo worden alledaagse functies als standaard spelling- en grammaticacorrectie expliciet uitgezonderd van de transparantieverplichting. Volgens de Commissie moeten de voorbeelden bedrijven helpen om zelf te bepalen wanneer een toepassing onder de nieuwe regels valt.

Om organisaties te ondersteunen bij het naleven van de wetgeving heeft de Commissie een gedragscode (Code of Practice) en een online hulploket (AI Act Service Desk) geïntroduceerd. Bedrijven die de vrijwillige gedragscode volgen, kunnen daarmee volgens de Commissie aantonen dat zij aan de Europese regels voldoen.

Handhaving en overgangstermijn

Henna Virkkunen, Eurocommissaris voor Technologische Soevereiniteit, stelt dat de richtlijnen aanbieders moeten helpen om aan hun verplichtingen te voldoen en dat burgers hierdoor moeten kunnen weten wanneer zij met AI te maken hebben.

De meeste regels en handhavingsbevoegdheden gaan in op 2 augustus 2026. Voor AI-systemen die al op de markt zijn, geldt een langere overgangstermijn. Het markeren en detecteren van deze bestaande systemen moet uiterlijk op 2 december 2026 op orde zijn.

Wereldwijd onderzoek van Kaspersky onder 1.800 IT- en cybersecuritybeslissers laat zien dat bedrijven cybersecurity steeds vaker koppelen aan groei en innovatie, niet enkel aan bescherming tegen dreigingen. 35 procent noemt gegevensbescherming de belangrijkste waarde, gevolgd door veilige adoptie van nieuwe technologieën zoals cloud en AI. Het onderzoek toont ook verschillen tussen bedrijven met en zonder eerdere beveiligingsincidenten.

Volgens onderzoek van het Internal Research Center van Kaspersky zien organisaties de ontwikkeling van hun IT-beveiligingscapaciteiten als iets dat verder reikt dan bescherming tegen cyberdreigingen. Het bedrijf stelt dat bedrijven cybersecurity steeds vaker beschouwen als investering die digitale transformatie ondersteunt, de bedrijfsveerkracht vergroot en bijdraagt aan groei. Voor het onderzoek ondervroeg Kaspersky 1.800 IT- en cybersecuritybeslissers en specialisten in 18 landen, verdeeld over sectoren als IT, productie, financiën, detailhandel en groothandel.

Databescherming als belangrijkste waarde

Van de ondervraagden noemt 35 procent bescherming van gegevens als de belangrijkste bedrijfswaarde van verbeterde cybersecurity. Kaspersky wijst erop dat naarmate bedrijven grotere hoeveelheden gevoelige data verwerken, gegevensbescherming bijdraagt aan het beperken van cyberrisico’s, aan operationele continuïteit en aan naleving van regelgeving. Volgens het bedrijf vormen cybersecuritymaatregelen daarmee een instrument om aan privacywetgeving te voldoen.

Nieuwe technologie veilig adopteren

27 procent van de deelnemers noemt de mogelijkheid om nieuwe technologieën zoals cloud, AI en automatisering veilig te adopteren als belangrijkste voordeel. Kaspersky stelt dat deze technologieën risico’s met zich meebrengen, doordat ze het aanvalsoppervlak vergroten en medewerkers ze vaak sneller invoeren dan toezichthoudende structuren kunnen volgen. Dit verklaart volgens het bedrijf waarom veilige adoptie hoger scoort dan het voorkomen van financiële verliezen.

Financiële overwegingen

Financiële veerkracht blijft ook een drijfveer voor investeringen: 24 procent van de respondenten verwacht dat sterkere cybersecurity financiële risico’s en onverwachte verliezen vermindert. 23 procent geeft aan dat het voorkomen van cyberaanvallen meer waarde oplevert dan het afhandelen van gevolgen achteraf, en eenzelfde percentage ziet cybersecurity als voorwaarde voor veilige bedrijfsgroei.

Het onderzoek laat ook verschillen zien tussen bedrijven met en zonder eerdere incidenten. Organisaties zonder recente beveiligingsincidenten koppelen cybersecurity vaker aan operationele efficiëntie en compliance, terwijl bedrijven die wel incidenten meemaakten meer nadruk leggen op veilige technologieadoptie, het beperken van financiële risico’s en menselijke fouten, en het versterken van de concurrentiepositie.

Kaspersky’s productaanbod

Ilya Markelov, Head of Unified Platform Product Line bij Kaspersky, stelt dat cybersecurity is verschoven van een beschermende functie naar een instrument voor innovatie en groei, en dat effectieve beveiliging naast veerkracht ook de bedrijfsvoering in complexe IT-omgevingen moet vereenvoudigen. Volgens Markelov investeert het bedrijf daarom in platformgebaseerde oplossingen zoals Kaspersky Next XDR Expert, dat preventie, detectie en respons in één omgeving combineert.

Kaspersky adviseert organisaties daarnaast dreigingsinformatie in te zetten via Kaspersky Threat Intelligence, waarmee volgens het bedrijf beveiligingsteams opkomende risico’s kunnen identificeren en onderzoek kunnen prioriteren. Ook wijst het bedrijf op de Next-productlijn, die realtime bescherming en detectie- en responsmogelijkheden biedt voor EPP, EDR en XDR, waarbij organisaties kunnen overstappen tussen niveaus als hun behoeften veranderen.

Onderzoek van team.blue laat zien dat AI-agents een groeiende rol spelen bij hoe klanten bedrijven vinden. Slechts 28 procent van de Nederlandse bedrijven heeft zich hierop voorbereid. Veel organisaties hebben bovendien onvoldoende zicht op hun klantreis en de resultaten van hun online activiteiten.

Nederlandse bedrijven zijn volgens onderzoek van team.blue onvoldoende voorbereid op de invloed van AI-agents op zoekfuncties en de manier waarop klanten hen online vinden. Het bedrijf, een digitale partner voor bedrijven in Europa, voerde het onderzoek uit onder de naam State of European Business 2026. Daaruit blijkt dat slechts 28 procent van de Nederlandse bedrijven zich heeft voorbereid op deze ontwikkeling.

Volgens team.blue verandert de opkomst van AI-tools de manier waarop klanten bedrijven ontdekken. Drie jaar geleden speelden deze tools nog geen rol, meldt het bedrijf, maar inmiddels komt 8,4 procent van de klanten via AI-agents bij een bedrijf terecht. Dat is meer dan via online beoordelingen, die goed zijn voor 7,9 procent. Offline aanbevelingen (72 procent) en zoekmachines (41 procent) blijven de belangrijkste kanalen, maar de groei van AI-agents wijst volgens het onderzoek op een veranderend landschap.

De ontwikkelingen hebben volgens team.blue directe gevolgen voor de bedrijfsvoering. Zo geeft 35 procent van de Nederlandse organisaties aan dat wijzigingen op bestaande platforms hun bedrijfsvoering hebben beïnvloed. In Europa ligt dit percentage op 40 procent. Bijna een derde van de Europese bedrijven, 31 procent, vindt dat het de afgelopen twee jaar moeilijker is geworden om klanten online te bereiken. Dat is hoger dan het percentage dat het juist gemakkelijker vindt geworden, 22 procent. In Nederland deelt 21 procent van de respondenten deze zorg.

Fragmentatie staat groei in de weg

De onzekerheid ontstaat volgens team.blue niet alleen door AI en veranderende platforms, maar ook door gebrek aan intern inzicht. Meer dan de helft van de Europese bedrijven, 52 procent, werkt met versnipperde digitale tools of heeft onvoldoende zicht op de volledige klantreis. Een kwart van de bedrijven beschikt over een grotendeels of volledig geïntegreerd digitaal landschap en 8 procent heeft alle tools volledig geïntegreerd.

Nederlandse bedrijven hebben daarnaast weinig inzicht in de resultaten van hun online activiteiten, stelt team.blue. Zo’n 71 procent beschikt niet over duidelijke data over hoeveel websitebezoekers uiteindelijk klant worden. Dat is het hoogste percentage van alle onderzochte landen. Hierdoor missen veel bedrijven volgens het onderzoek zicht op welke inspanningen daadwerkelijk bijdragen aan nieuwe klanten.

Behoefte aan digitaal fundament

Nu AI-agents een grotere rol spelen bij hoe bedrijven online worden gevonden, wordt een digitale basis waarover bedrijven zelf controle hebben belangrijker, geeft team.blue aan. Toch benutten veel bedrijven hun website onvoldoende. Van de Nederlandse bedrijven heeft 84 procent een website, tegen 87 procent gemiddeld in Europa. Van deze websites is 64 procent volledig geoptimaliseerd voor mobiel gebruik, tegen 55 procent in Europa. Slechts 40 procent van de Nederlandse respondenten zegt vertrouwen te hebben in de optimalisatie van hun website voor AI-zoekopdrachten.

Adrian Garrett, CRO Nederland bij team.blue, stelt dat AI het voor bedrijven moeilijker maakt om klanttrajecten en groeifactoren te doorgronden. Volgens Garrett worden bedrijven overspoeld met nieuwe systemen, functies en technologieën, wat tot chaos leidt als deze niet effectief en op elkaar afgestemd worden ingezet. Verminderde transparantie is volgens Garrett geen toekomstprobleem, maar speelt nu al en kan direct invloed hebben op de concurrentiepositie van een merk. Garrett benadrukt dat bedrijven hun systemen en platformkeuzes moeten herzien om ervoor te zorgen dat deze geïntegreerd zijn en meegroeien met de ontwikkeling van AI.

Zoom heeft een kwetsbaarheid verholpen in zijn Windows-toepassingen waarmee aanvallers zonder inloggegevens een account konden overnemen. Het lek kreeg een ernstscore van 9,8 op een schaal van 10. Het bedrijf ontdekte het probleem zelf en adviseert gebruikers direct te updaten.

Zoom waarschuwt voor een kwetsbaarheid in zijn Windows-software die aanvallers zonder inloggegevens kunnen misbruiken om accounts over te nemen. Het lek is geregistreerd onder CVE-2026-53412 en kreeg een ernstscore van 9,8 op een schaal van 10. Bleepingcomputer meldt dat Zoom de kwetsbaarheid zelf heeft ontdekt.

De oorzaak ligt volgens Zoom in onjuiste invoervalidatie. Hierdoor kan een aanvaller via het netwerk, zonder te beschikken over inloggegevens, een account volledig overnemen. Het lek treft meerdere Windows-toepassingen van het bedrijf: Zoom Workplace voor Windows in versies ouder dan 7.0.0, de Zoom Windows VDI Client in versies ouder dan 7.0.10, 6.6.15 en 6.5.18, en de Zoom Meeting SDK voor Windows in versies ouder dan 7.0.0.

Update geadviseerd

Zoom roept gebruikers op zo snel mogelijk de nieuwste software-updates te installeren. Het bedrijf wijst op de brede inzet van de software bij bedrijven en particulieren wereldwijd als reden voor de urgentie.

Naast dit kritieke lek heeft Zoom in dezelfde beveiligingsronde drie andere kwetsbaarheden verholpen, geregistreerd als CVE-2026-53410, CVE-2026-53409 en CVE-2026-53411. Deze lekken stelden gebruikers die al waren ingelogd en over lokale toegang beschikten in staat hun systeemrechten te verhogen.

Voor zover bekend zijn er op het moment van bekendmaking geen aanwijzingen dat de kwetsbaarheden actief zijn misbruikt.

Unit 42, het onderzoeksteam van Palo Alto Networks, waarschuwt voor een aanvalstechniek waarbij criminelen verwijderde cloud-opslaglocaties opnieuw registreren. Daardoor kunnen ze data onderscheppen die applicaties nog naar de oude locatie sturen. Het onderzoeksteam noemt dit bucket hijacking en koppelt het risico aan hoe organisaties cloudopslag beheren en opruimen.

Unit 42, het onderzoeksteam van Palo Alto Networks, publiceert onderzoek naar een aanvalstechniek die het bedrijf bucket hijacking noemt. Daarbij registreren kwaadwillenden oude of verwijderde cloud-opslaglocaties opnieuw, waarna ze gevoelige data kunnen onderscheppen die nog via bestaande koppelingen naar de oorspronkelijke locatie wordt verzonden.

Volgens Unit 42 gebruiken veel organisaties cloudopslag voor het automatisch wegschrijven van logs, back-ups, configuratiebestanden en andere bedrijfsdata. Wanneer een cloud bucket wordt verwijderd terwijl applicaties of datastromen er nog gegevens naartoe sturen, kan een aanvaller de vrijgekomen bucketnaam opnieuw registreren en die inkomende gegevens onderscheppen.

Oorzaak van het risico

Het onderzoeksteam stelt dat het risico ontstaat door een combinatie van hoe cloudopslag is ingericht en hoe deze wordt beheerd en opgeruimd. Verwijderde opslaglocaties worden volgens Unit 42 vaak als opgeruimd beschouwd, terwijl achterliggende koppelingen en geautomatiseerde processen nog actief blijven. Daardoor kunnen organisaties zonder het te merken gevoelige informatie blijven versturen naar een locatie die ze niet langer beheren.

Aanbevolen maatregelen

Om het risico op bucket hijacking te beperken, doet Unit 42 een aantal aanbevelingen aan organisaties. Het onderzoeksteam adviseert om verwijderrechten voor cloudopslag te beperken tot een zo klein mogelijke groep beheerders en om vóór het verwijderen van cloud buckets alle afhankelijkheden, applicaties en datastromen in kaart te brengen. Daarnaast raadt Unit 42 aan te controleren of systemen nog verwijzen naar een opslaglocatie voordat die wordt verwijderd, en monitoring en waarschuwingen in te richten voor het verwijderen en opnieuw aanmaken van kritieke cloud-opslaglocaties. Tot slot benadrukt het onderzoeksteam het belang van regelmatige controle van cloudomgevingen op verouderde configuraties en achtergebleven verwijzingen naar resources die niet meer in gebruik zijn.

Unit 42 stelt dat effectieve cloudbeveiliging verder reikt dan het beschermen van actieve workloads. Volgens het onderzoeksteam is ook het beheren, monitoren en uitfaseren van cloudresources nodig om te voorkomen dat bedrijfsinformatie onbedoeld wordt blootgesteld.

Microsoft verwijdert vanaf december 2026 de parameter -Credential uit de PowerShell-modules voor Exchange Online en Security & Compliance. Scripts die deze verouderde authenticatiemethode gebruiken, werken na een update van de module niet meer. Het bedrijf verschuift de deadline hiermee van juli naar december 2026 en wijst beheerders op alternatieve authenticatiemethoden.

Microsoft heeft aangekondigd dat de parameter -Credential vanaf december 2026 definitief verdwijnt uit de Exchange Online PowerShell-modules. Beheerders van Microsoft 365-omgevingen die scripts of automatiseringsworkflows gebruiken die op deze parameter leunen, moeten deze aanpassen voordat de nieuwe moduleversies worden geïnstalleerd. Volgens Microsoft dicht de maatregel een beveiligingslek, omdat de -Credential-parameter gebruikmaakt van Resource Owner Password Credentials (ROPC), een authenticatiemethode die geen ondersteuning biedt voor multifactorauthenticatie (MFA) of Conditional Access-beleidsregels.

De wijziging geldt voor alle beheerders die verbinding maken met Exchange Online PowerShell of de Security & Compliance PowerShell, ongeacht of dit handmatig gebeurt of via geautomatiseerde scripts.

Tweefasige uitfasering

Microsoft voert de wijziging door in twee stappen, waarbij de eerste deadline recent is verschoven van juli naar eind 2026. In de eerste fase, gepland voor december 2026, verdwijnt de parameter uit de nieuwe moduleversies van Connect-ExchangeOnline en Connect-IppsSession. Bestaande scripts blijven volgens Microsoft op dat moment nog werken, zolang beheerders de PowerShell-module niet updaten.

In een tweede fase, waarvoor Microsoft nog geen exacte datum heeft vastgesteld, blokkeert het bedrijf de onderliggende authenticatiestroom aan de serverkant. Vanaf dat moment stoppen scripts met werken, ook als beheerders nog een oudere moduleversie gebruiken.

Drie alternatieven voor migratie

Microsoft adviseert organisaties niet te wachten tot de deadline en scripts tijdig te migreren. Het bedrijf onderscheidt drie scenario’s met bijbehorende alternatieven.

Voor beheerders die handmatig inloggen, adviseert Microsoft over te stappen op moderne authenticatie in combinatie met MFA. Voor automatisering die op lokale servers draait buiten Azure, stelt het bedrijf app-only authenticatie op basis van certificaten voor. Voor workflows die binnen Azure draaien, wijst Microsoft op Managed Identities, waarbij volgens het bedrijf geen wachtwoorden of andere geheimen meer in scripts hoeven te worden opgeslagen.

Microsoft geeft aan dat de wijziging organisaties in staat stelt compliancy-richtlijnen strakker af te dwingen, omdat alle PowerShell-verbindingen met Exchange Online hiermee onder centraal MFA- en Conditional Access-beleid komen te vallen.

AI-platform Hugging Face meldt dat een autonome AI-agent een cyberaanval op het eigen netwerk heeft uitgevoerd en daarbij toegang kreeg tot interne datasets en inloggegevens. Het bedrijf zette zelf ook AI in om de aanval te analyseren, nadat commerciële AI-modellen weigerden de aanvalsdata te verwerken. Volgens Hugging Face is dit een van de eerste keren dat een cyberaanval volledig door AI werd aangestuurd, van infiltratie tot uitvoering.

Hugging Face meldt dat zijn netwerk is getroffen door een cyberaanval die volledig werd aangestuurd door een autonome AI-agent. Bij het incident kreeg de aanvaller onbevoegde toegang tot een beperkt aantal interne datasets en inloggegevens. Het bedrijf noemt het incident een van de eerste gevallen waarbij een cyberaanval van begin tot eind door kunstmatige intelligentie werd uitgevoerd.

Volgens Hugging Face begon de aanval in de dataverwerkingspijplijn. Een dataset met kwaadaardige code misbruikte twee kwetsbaarheden om code uit te voeren op een verwerkingsserver. Van daaruit escaleerde de aanvaller de toegang tot het niveau van serverknooppunten, buitte cloud- en clusterreferenties uit en bewoog zich gedurende het weekend door meerdere interne netwerken. Het bedrijf stelt dat de campagne werd uitgevoerd door duizenden geautomatiseerde AI-agenten die samen meer dan 17.000 afzonderlijke acties uitvoerden via een reeks kortstondige testomgevingen.

AI ingezet tegen AI

Hugging Face zette voor de detectie en analyse van de aanval eigen AI in. Het bedrijf meldt dat LLM-gedreven analyse-agenten de meer dan 17.000 logboekevenementen binnen enkele uren doorzochten, een proces dat volgens Hugging Face handmatig dagen zou hebben gekost.

Het beveiligingsteam liep daarbij tegen een probleem aan: grote commerciële AI-modellen weigerden de aanvalsdata te analyseren. De ingebouwde veiligheidsfilters van deze API’s blokkeerden de verzoeken omdat ze geen onderscheid konden maken tussen beveiligers en aanvallers. Hugging Face schakelde daarom over op het open-source model GLM 5.2 op de eigen infrastructuur om het onderzoek af te ronden.

Maatregelen en advies

Hugging Face meldt dat de misbruikte kwetsbaarheden zijn gedicht, gecompromitteerde servers zijn herbouwd en alle betrokken inloggegevens zijn ingetrokken of vervangen. Het bedrijf geeft aan geen bewijs te hebben gevonden dat openbare modellen, datasets of softwarepakketten zijn aangetast. De politie is ingeschakeld bij het onderzoek.

Hugging Face adviseert gebruikers uit voorzorg hun toegangstokens te herzien en recent accountbeheer te controleren. Het bedrijf stelt dat autonome, AI-gedreven cyberaanvallen niet langer theoretisch zijn en dat hier defensieve AI-systemen tegenover moeten staan.

Microsoft heeft op 14 juli 2026 de verlengde ondersteuning voor SQL Server 2016 stopgezet. Organisaties die de database nog gebruiken, ontvangen geen beveiligingsupdates, hotfixes of technische ondersteuning meer, tenzij ze aanvullende maatregelen treffen. Het bedrijf wijst op vier mogelijke vervolgstappen voor wie nog moet migreren.

Microsoft heeft op 14 juli 2026 de Extended Support voor SQL Server 2016 beëindigd. Organisaties die de databasemotor nog in gebruik hebben, krijgen vanaf die datum geen beveiligingsupdates, hotfixes of technische ondersteuning meer, tenzij ze aanvullende stappen ondernemen.

SQL Server 2016 werd tien jaar geleden geïntroduceerd en wordt binnen veel bedrijven gebruikt voor ERP- en facturatiesystemen en software voor zorg en productie. Functies zoals Query Store, Always Encrypted en native JSON-ondersteuning maakten destijds deel uit van de release.

Veranderend risicoprofiel

Microsoft geeft aan dat servers niet per direct stoppen met functioneren na het einde van de ondersteuning. Applicaties blijven verbinding maken en de database blijft draaien, maar het risicoprofiel verandert volgens het bedrijf. Zonder reguliere beveiligingsupdates zijn systemen kwetsbaarder voor nieuwe dreigingen, wat volgens Microsoft ook gevolgen kan hebben voor de naleving van wet- en regelgeving rondom gegevensbescherming.

Customer Engineers van Microsoft melden dat veel organisaties nog worstelen met de overstap. De database zelf is vaak eenvoudig te migreren, maar afhankelijkheden binnen bestaande applicaties, gekoppelde servers (Linked Servers) en maatwerkintegraties vormen volgens hen de grootste uitdaging bij migratietrajecten.

Vier routes

Microsoft noemt vier opties voor organisaties die nog op SQL Server 2016 draaien.

De eerste is een upgrade naar SQL Server 2022 of SQL Server 2025 op eigen infrastructuur, waarmee volgens het bedrijf toegang ontstaat tot nieuwere AI- en prestatiefunctionaliteit binnen een vertrouwde omgeving.

Een tweede optie is migratie naar Azure SQL Managed Instance. Microsoft stelt dat deze cloudvariant het beheer vermindert door automatische patching en ingebouwde hoge beschikbaarheid, met behoud van compatibiliteit met SQL Server.

Als derde optie noemt Microsoft ‘lift and shift’ naar Azure Virtual Machines, waarbij de database wordt verplaatst naar virtuele machines in de Microsoft-cloud. Volgens het bedrijf verandert er weinig aan de applicatiestructuur, terwijl eigen hardware-onderhoud vervalt.

De vierde optie is het afnemen van Extended Security Updates (ESU), die Microsoft voor maximaal drie jaar aanbiedt aan organisaties die niet direct kunnen migreren. Het bedrijf benadrukt dat dit is bedoeld als tijdelijke overbrugging en niet als langetermijnoplossing.

Inventarisatie

Microsoft adviseert bedrijven die nog geen stappen hebben gezet om te starten met een inventarisatie van hun datalandschap, als basis voor een overstap naar een ondersteund dataplatform.