Odin Groep, moederorganisatie van onder andere Previder, neemt de digitale workspace-tak van Digital Services Europe over. Dit bedrijfsonderdeel omvat onder andere circa 100 IT-professionals die actief zijn vanuit vestigingen in Amsterdam en Karlsruhe (Duitsland). De overgenomen bedrijfstak is gespecialiseerd in moderne werkplekken. 

“Deze overname is voor ons een strategisch belangrijke stap,” zegt Arno Witvliet, CEO van Odin Groep. “Dit type digitale dienstverlening, ontwikkeld door Orange Business – Digital Services Europe, is een essentieel onderdeel van de kernstrategie van Previder. Wij zijn ervan overtuigd dat de synergie tussen onze activiteiten een belangrijke kans biedt voor duurzame groei en toekomstig succes. We zijn dan ook enorm blij dat deze teams uit Amsterdam en Karlsruhe zich bij ons zullen aansluiten. Hun technische expertise, klantgerichte instelling en ervaring in complexe IT-trajecten rondom digitale workspace sluiten naadloos aan bij wat wij doen én wie wij zijn.”

“Het creëren van een inspirerende werkomgeving voor onze medewerkers en het leveren van maximale aandacht aan onze klanten zijn onze hoogste prioriteiten,” aldus Sara Murby Forste, CEO Orange Business – Digital Services Europe. “Bij Odin Groep herkenden we dezelfde toewijding aan vakmanschap, klantbetrokkenheid en continue ontwikkeling. Dat maakt deze stap niet alleen strategisch logisch, maar ook inhoudelijk juist.”

Odido kondigt een samenwerking aan met cybersecurityleverancier cyan AG. Hiermee wil Odido een stap zetten om MKB-bedrijven beter te beschermen tegen cybercriminaliteit. Centraal hierin staat ‘cyan Guard 360’: een tool die bescherming biedt tegen phishing, malware en andere digitale dreigingen. De commerciële uitrol start in augustus 2025.

Mkb-bedrijven zijn nog altijd een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen, juist omdat ze niet altijd beschikken over de juiste middelen of expertise om zich adequaat te beschermen. Volgens Odido biedt cyan Guard 360 hiervoor een laagdrempelige oplossing: een slimme extra beveiligingslaag die eenvoudige maar veel voorkomende aanvallen zoals phishing en malware direct afweert nog voordat ze schade kunnen aanrichten.

Als extra beveiligingslaag naast bestaande antivirusprogramma’s vormt het de eerste verdedigingslinie tegen digitale dreigingen. Guard 360 draait op de achtergrond, vereist geen handmatige updates en is direct actief op mobiele apparaten. Dankzij AI-technologie, speciaal ontwikkeld voor de behoeften van het mkb, blijft de beveiliging altijd actueel en effectief.

Thomas Kicker, CEO van cyan AG: “Onze samenwerking met Odido is een belangrijke mijlpaal in de uitrol van cyan Guard 360. Een sterke samenwerking tussen een toonaangevende telecomprovider en een AI-gedreven cybersecuritybedrijf en we zijn trots dat we samen de klanten van Odido kunnen beschermen.”

Martijn Teekens, CCO Business bij Odido: “Bij Odido vinden we dat cybersecurity voor het mkb zowel krachtig als eenvoudig moet zijn. Met cyan Guard 360 bieden we een oplossing die precies dat combineert: betrouwbare bescherming zonder complexiteit. Het is makkelijk uit te rollen, eenvoudig te activeren en vraagt geen technische kennis van de gebruiker. Daarmee sluit het perfect aan bij onze missie om technologie toegankelijk te maken voor iedereen.”

Signicat, een bedrijf in digitale identiteit, heeft vandaag de overname aangekondigd van Inverid, een Nederlandse aanbieder van NFC-gebaseerde oplossingen voor digitale identiteitsverificatie. De overname, waarvan het bedrag niet is bekendgemaakt, betreft het meerderheidsbelang van investeerder Main Capital en de oprichters van Inverid.

Met de overname van Inverid versterkt Signicat haar portfolio met ReadID, een NFC-gebaseerde identiteitsverificatieoplossing. De acquisitie sluit aan bij Signicats ambitie om voorop te blijven lopen in digitale identiteitsinnovatie en breidt het aanbod uit met een oplossing die wereldwijd wordt ingezet door overheden en financiële instellingen. Inverid, dat onder steun van Main Capital sterk heeft geïnvesteerd in R&D en marktuitbreiding, voegt zich bij een breder platform van identiteitsoplossingen binnen Signicat, waaronder mobiele authenticatie, eIDAS-compliant videoverificatie en anti-fraude technologie.

“Door Inverid’s unieke NFC-gebaseerde oplossing toe te voegen aan ons platform, kunnen we onze klanten de best mogelijke documentverificatietechnologie en ongeëvenaarde identiteitsoplossingen bieden”, zegt Asger Hattel, CEO van Signicat. “Deze transactie weerspiegelt onze toewijding om voorop te blijven lopen in digitale identiteitsinnovatie. We streven er voortdurend naar om onze klanten effectievere tools te bieden in de strijd tegen fraude, terwijl we tegelijkertijd de digitale gebruikerservaring voor hun eindklanten verbeteren.”

“De overname van Inverid is een belangrijke stap om Signicat’s aanbod verder te versterken en nog betere digitale identiteitsoplossingen op de markt te brengen. Voortbouwend op een succesvolle samenwerking tussen de bedrijven en een sterke culturele fit, zal deze transactie onmiddellijke synergieën opleveren. Nordic Capital is enthousiast om de voortdurende groei van Signicat in Europa te ondersteunen”, aldus Rolf Torsøe, Managing Director bij Nordic Capital Advisors.

ReadID biedt ongeëvenaarde mogelijkheden op het gebied van NFC-gebaseerde documentverificatie en beschikt over door de industrie erkende certificeringen zoals ISO27001, ISO27701, SOC2 Type II en eIDAS Level of Assurance High. ReadID wordt vertrouwd door meer dan 50 organisaties, waaronder Rabobank, de Britse en Deense overheid en het Europees Grens- en Kustwachtagentschap (Frontex), en stelt organisaties in staat om veilige, efficiënte en schaalbare identiteitsverificatieprocessen uit te voeren.

De nieuwste editie van ChannelConnect is uit. In het julinummer lees je onder andere een interview met Gert-Jan de Boer van aaZoo over de samenwerking met Comstor. Daarnaast bevat deze editie verdiepende specials over Digital Workspace, Datacenter & Cloud, én een uitgebreid dossier over Telecom & UC.

Geautomatiseerde security als antwoord op een nieuwe generatie dreigingen

In een wereld waarin cyberaanvallen steeds geavanceerder worden en het aan tal incidenten toeneemt, kiezen steeds meer organisaties voor gespecialiseerde partners die niet alleen technologie leveren, maar ook strategie en automatisering
bieden. aaZoo wil zo’n partner zijn. In samenwerking met Comstor en Cisco biedt het bedrijf managed security-oplossingen die inspelen op actuele dreigingen, met een sterke focus op zero trust, automatisering en threat intelligence.

Digitale Werkplek

Nederland voert nog altijd de lijst aan als het gaat om thuiswerken, maar sommige bedrijven roepen hun medewerkers terug naar kantoor. Tegelijkertijd investeren organisaties flink in AI-assistenten en duurzamere IT. De digitale werkplek blijft veranderen.

Datacenter & Cloud

Datacenters worden gezien als een van de grootste belasters van het Nederlandse elektriciteitsnet. Uit onderzoek van RaboResearch blijkt dat deze stroomslurpers op langere termijn juist van groot belang kunnen zijn voor de energietransitie. Dankzij datacenters kunnen energieprojecten van de grond komen en hun restwarmte is bruikbaar voor bedrijven en huizen.

Telecom & UC Dossier

In het Telecom & UC Dossier 2025 staat de fundamentele transformatie van telecom en unified communications centraal. Klassieke telefonie maakt plaats voor slimme UC-oplossingen, AI-integraties en geavanceerde call routing. In dit dossier komen ook de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van spraak, video, messaging en omnichannel communicatie samen, steeds met de dagelijkse praktijk van de IT-dienstverlener als uitgangspunt. De inzet: betere bereikbaarheid, efficiëntere samenwerking en meer grip op klantcontact.

Tijdens het congres Telecom Insights 2025 zetten Joost Farwerck, CEO van KPN, en Dean Bubley, Founder & Director van Disruptive Analysis, de ontwikkelingen in de telecomsector op een rij. “De groei in het dataverkeer vlakt af.”

Je moet je als telecombedrijf voort-durend afvragen of je op alle lagen actief moet zijn,” zei Joost Farwerck -tijdens zijn toespraak. Hij doelde op de drie bekende lagen in het telecommodel: infrastructuur, platformen en diensten. “Op die lagen kom je allerlei verschillende partijen -tegen: concurrenten, partners en technologiebedrijven. Het is telkens de vraag: wie doet wat?”

Ook Bubley verwees naar die gelaagdheid. “We zien een proliferatie van netwerktypes en nieuwe soorten operators. Door virtualisatie en software-gedreven netwerken wordt het speelveld diffuser.”

De traditionele operator staat volgens hem onder druk van meerdere zijden: nieuwe toetreders, hyperscalers en industrie-clusters met private netwerken. “Er ontstaat een wildgroei aan actoren. Dat vraagt discipline en visie van gevestigde partijen.”

Beide sprekers waren het erover eens dat die visie niet gebaseerd moet zijn op hype, maar op de lange termijn. Voor Farwerck is dat pure noodzaak. “Dataverkeer verdubbelt elke twee jaar. Elk jaar bouwen we bij. Dat is kapitaalsintensief. Je kunt niet wachten tot het nodig is om dan pas te investeren.” Hij wijst op de parallellen met de energiesector, waar een decennium van te weinig investering leidde tot krapte. “Dat haal je niet zomaar in.”

Ook Bubley legde de nadruk op vooruitdenken. Hij signaleerde zelfs een omgekeerde trend: de technologie verbetert sneller dan het verkeer groeit. In Europa, zo stelde hij, vlakt het mobiele dataverkeer in sommige landen af. “In Nederland daalde het mobiele verkeer in Q4 licht.” Dat leidt volgens hem tot een verrassende paradox: “Er ontstaat overcapaciteit in sommige netwerken. En dat terwijl providers nog niet eens winst-gevend zijn geworden op 5G.”

AI en security

AI kwam bij beiden heren uitvoerig aan bod. Farwerck noemde AI ‘de transformatie die telecombedrijven eindelijk dwingt om end-to-end te digitaliseren.’ Hij wees erop dat veel telco’s nog steeds functioneren als vijftien jaar geleden. “Ze hebben winkels, callcenters, fysieke post. Terwijl AI de kans biedt om het hele operationele model opnieuw te ontwerpen.”

Bubley deelde die analyse, maar voegde daar een onverwachte wending aan toe. “AI is niet alleen een interne optimalisatietool. Het wordt ook klant, regulator en concurrent.” In zijn toespraak schetste hij het scenario waarin een AI-systeem belt met een klantenservice: “Hallo, dit is ChatGPT namens Dean. Ik weet dat je me 17 procent korting gaat geven, dus laten we geen tijd verspillen.” Hij erkende dat dit misschien een karikatuur is, maar volgens hem illustreert het wel wat er gebeurt wanneer AI niet langer alleen ondersteunend is, maar ook transacties en besluitvorming overneemt.

Waar AI de toekomst raakt, is cybersecurity het domein van de hedendaagse plicht. Voor Farwerck is het meer dan een compliance-onderwerp. “Security is voor ons sinds 2012, toen KPN gehackt werd, een kern-onderdeel. Het is onze license to operate.” Hij pleitte voor meer verantwoordelijkheid binnen de keten.

Bubley benaderde het onderwerp vanuit de bedreigingen die hij ziet groeien. Hij noemde GPS-spoofing, quantumdecryptie, het doorsnijden van onderzeese kabels en geopolitieke spanningen. “We hebben nul zicht en nul controle op sommige dreigingen. Maar we moeten er wel klaar voor zijn.”

De impact van regelgeving

De beide sprekers deelden een zekere frustratie over de Europese context.
Farwerck: “In Europa reguleren we, in de VS en -China innoveren ze.” Hij hekelde de traagheid van besluitvorming, de onduidelijkheid over -kleine overnames en het uitblijven van -beweging rond tarieven en markttoegang.

Bubley sloot zich daarbij aan. Hij noemde de nieuwe Digital Networks Act van de Europese Commissie een onzekere factor. “Sommigen willen meer regulering, anderen minder. De balans is zoek. En de Europese consolidatieagenda botst met de nationale belangen van operators, die juist hun internationale activiteiten afstoten.”

Ondertussen schuiven de grenzen van het telecombedrijf zelf op. Farwerck beschreef hoe KPN zich opnieuw richt op de toegevoegde waarde per huishouden, niet op afzonderlijke producten als mobiel of breedband. “We rapporteren die nog wel, maar de focus ligt op het geheel. Wat leveren we aan het huishouden en waar kunnen we waarde toevoegen?”

Ook Bubley meldde die beweging. Maar hij waarschuwde dat die waardecreatie in veel gevallen niet voort zal komen uit de pure infrastructuur. “De markt versplintert. We zien duizenden kleine en middelgrote private netwerken ontstaan. In havens, fabrieken, zelfs hotels en recreatieparken.” Hij spreekt van de democratisering van 5G: “Je kunt tegenwoordig je eigen netwerk starten, met een lokale licentie of in onvergund spectrum.”

De conclusie die beide impliciet trekken, is dat telecombedrijven zich opnieuw moeten uitvinden, maar dan wel op hun eigen fundamenten. “Blijf bij je kern,” zei Farwerck in zijn slotwoord. “Laat zien dat je daar geld mee kunt verdienen. Dat is wat telecombedrijven nu moeten doen.”

Bubley verwoordde het op zijn manier: “Wat willen we eigenlijk dat 6G oplost? Niet -abstracte toekomstvisies, maar -concrete problemen: veerkracht, energieverbruik, -privacy en goede indoor-dekking.”

De groeiende vraag naar 5G en glasvezel zorgt voor meer telecomstations in woonwijken. Daarbij wordt geluidshinder een steeds groter probleem. Voor IT-dienstverleners betekent dit dat ze naast koeling ook aandacht moeten besteden aan geluidsnormen.

De telecominfrastructuur in Nederland wordt continu uitgebreid. Glasvezel en 5G vragen om veel nieuwe technische installaties, vaak midden in de bebouwde omgeving. Van straatkasten tot microdatacenters: alles moet een plek krijgen. “Veel van die infrastructuur moet onvermijdelijk in woonwijken geplaatst worden,” vertelt Richard Esendam, Business Development Manager Benelux Telecom & Infrastructure bij STULZ. “Als je een straatkast of een PoP-station neerzet, ben je niet alleen leverancier van een koeloplossing. Je levert een totaaloplossing met een aanvaardbaar geluidsniveau voor de omgeving.”

Richard Esendam

Koeling en geluid

Geluid is niet het eerste waar je aan denkt bij koeloplossingen voor telecomstations. Toch wordt het een steeds grotere uitdaging. Dat geldt niet alleen voor kastjes voor de distributie van elektriciteit, maar bijvoorbeeld ook voor PoP-stations, lokale internetknooppunten.

Die installaties maken geluid. Vooral door koelventilatoren of airco’s die draaien om de apparatuur koel te houden.

“Tot voor kort waren PoP-stations eigenlijk nooit 100 procent gevuld,” vertelt Esendam. “Dus de warmtelasten waren tot nu toe altijd vrij beperkt. Als dit soort stations voller komen te staan, wordt het steeds belangrijker om de koeling te optimaliseren waarbij je het geluidsniveau beperkt.”

Mensen worden kritischer

De apparatuur in telecomstations geeft een monotoon geluid af waar sommige mensen bijzonder gevoelig voor zijn. “Vergelijk het met een airco in huis. Overdag valt het nauwelijks op dat die geluid maakt, maar ’s nachts kan het gebrom behoorlijk hinderlijk zijn als het te hard is.” Daar komt bij dat mensen steeds kritischer worden, vooral als apparatuur vlak bij hun huis komt te staan. Het probleem wordt versterkt als je meerdere units dicht bij elkaar plaatst. Met een enkele unit voldoe je misschien nog aan de normen, maar twee of drie units bij elkaar versterken elkaars geluid. “De kans is groot dat je dan de grens overgaat.”

De wettelijke norm ligt overdag tussen de 50 en 65 dB(A), ‘s nachts tussen de 40 en 55 dB(A). Voor ziekenhuizen, scholen en woonwijken gelden strengere eisen.

Totaaloplossingen nodig

Als specialist in klimaatbeheersing biedt STULZ daarom verschillende totaaloplossingen. Die pakken zowel de koeling als het geluidsniveau aan. “Je wilt klachten ook vóór blijven,” benadrukt Esendam. “De oplossing begint bij de analyse: wat heb je aan koelvermogen nodig, wat voor ruimte is het, wat is de isolatiewaarde? Aan de hand daarvan wordt een voorstel gemaakt, zowel koeltechnisch als geluidstechnisch.”

Aan de hand daarvan wordt een voorstel gemaakt, zowel koeltechnisch als geluidstechnisch

In een behuizing wordt buitenlucht naar binnen gehaald voor vrijeluchtkoeling. De warme lucht wordt naar buiten geblazen. “Als je daar een standaardrooster voor neemt, gaat het grootste deel van het geluid van de unit door het rooster mee naar buiten. Voor industriële toepassingen was dat nooit zo’n probleem, maar in woonwijken speelt dat wel.”

De oplossing ligt in geluiddemping tussen de unit en het rooster, of geïntegreerd in het rooster zelf. “Het zijn geteste systeemoplossingen, zodat we kunnen aantonen dat het voldoet aan de normen.”

Het zijn geteste systeemoplossingen, zodat we kunnen aantonen dat het voldoet aan de normen

Daarbij spelen ook duurzaamheidsaspecten een rol. STULZ werkt samen met bouwers van PoP-stations en datacenters om duurzame oplossingen te realiseren die voldoen aan alle eisen.

Micro-datacenters in opkomst

Ook bij datacenters worden geluidsnormen in toenemende mate een uitdaging. Dat geldt voor de grote hyperscalerdatacenters, maar nog meer voor micro-datacenters, die ook in de bebouwde omgeving verrijzen.

De markt van micro-datacenters groeit door de snelle opkomst van 5G. Dit zorgt voor veel meer dataverkeer en strenge eisen aan de reactietijden in netwerkverbindingen. Om die snelheid en betrouwbaarheid waar te maken, moeten gegevens dichter bij de gebruiker worden verwerkt. Dat gebeurt in micro-datacenters: kleine, lokale datacenters die vlakbij masten of eindgebruikers staan. Ze vormen als het ware de lokale knooppunten in het 5G-netwerk. “Bij 5G moet om de 300 meter een antennepunt zijn in een stad om het signaal  goed verspreid te hebben in het centrum. Al die data van al die antennepunten moet goed verzameld worden. Dan zijn micro-datacenters in steden noodzakelijk.”

Serieuze overweging

Voor IT-dienstverleners betekent dit dat geluid een aandachtspunt wordt om rekening mee te houden. “Bij elk project moet je kijken waar het wordt geplaatst en een cirkel eromheen trekken: waar is de eerstvolgende bebouwing en moeten we wel of niet iets doen aan het geluidsniveau? Naast technische specificaties en kosten moet nu ook geluidshinder worden meegenomen in de planning anders loop je het risico op klachten en juridische problemen.”

De Belgische telecomprovider Intellinet verstevigt zijn positie als wholesale-partner voor VoIP-aanbieders in Nederland. Sinds de introductie van zijn white label ‘operator in a box’-oplossing is het bedrijf erin geslaagd om meerdere partners live te krijgen. Ook lanceerde het recent een nieuwe dienst, specifiek voor callcenters die zich richten op de Belgische markt: Elastic SIP Trunking.

Intellinet is een cloudfirst operator met stevige wortels in België. Het bedrijf richt zich op VoIP-aanbieders die hun aanbod willen uitbreiden naar de Belgische markt. Een traject dat traditioneel gepaard gaat met complexe wet- en regelgeving. Door zijn wholesale-oplossing volledig af te stemmen op de lokale eisen, biedt Intellinet partners een directe toegang tot het vaste telefonie-netwerk in België.

Rutger Scherpenberg, Business Developer bij Intellinet, ziet dat veel kleinere aanbieders tegen beperkingen aanlopen. “De Belgische telecommarkt is volwassen en onderhevig aan strikte regelgeving. Wij maken het voor buitenlandse partijen mogelijk om snel, compliant en schaalbaar Belgische vaste telefonie aan te bieden.” De oplossing draait op een eigen platform dat voortdurend in ontwikkeling is. Partners kunnen via een webportaal of API’s processen -automatiseren zoals portaties, nummerbeheer, configuratie van routes en interconnecties.

Eigen interconnecties

Intellinet beschikt over eigen interconnecties met Tier-1 carriers en een uitgebreide pool van Belgische nummers. Partners kunnen hieruit kiezen, of eigen nummerreeksen in exploitatie nemen wanneer ze over de juiste licenties beschikken. “We bieden zowel een managed model als de mogelijkheid om de operatordienst in eigen systemen te integreren,” zegt Scherpenberg.

Eén van de grootste pluspunten is volgens hem de afhandeling van compliance. “We nemen een groot deel van de lokale verplichtingen over, zoals realtime portaties, nummerregistratie en dragen bij aan fraudedetectie.” Intellinet monitort het verkeer met een eigen systeem dat afwijkingen detecteert via AI, en zo telecomfraude vroegtijdig kan opsporen. De verantwoordelijkheid voor naleving ligt voor een deel bij de partner, maar Intellinet bewaakt de infrastructuur.

Succesvolle uitrol via wholesale

Vorig jaar besteedde ChannelConnect aandacht aan de start van het wholesalekanaal van Intellinet in Nederland. Inmiddels zijn er meerdere operatoren live, waarmee het model zich volgens Scherpenberg heeft bewezen. De interesse onder VoIP-spelers neemt duidelijk toe. “Voor partijen die willen uitbreiden naar België zonder zelf alle lagen te beheren, biedt onze oplossing precies de juiste balans tussen controle en ontzorging.”

Nieuwe propositie: Elastic SIP Trunking

Een recente toevoeging aan het portfolio is Elastic SIP Trunking, een dienst specifiek ontwikkeld voor callcenters die voornamelijk naar Belgische nummers bellen. Daarmee speelt Intellinet in op een nichebehoefte in de markt. Scherpenberg: “Callcenters hebben andere eisen dan reguliere bedrijven. Denk aan schaalbaarheid, prijsoptimalisatie en controle over telefoonnummers en nummerweergave. Onze SIP Trunks zijn hier specifiek op afgestemd en worden aangeboden met een SLA die de nodige garanties biedt op het vlak van beschikbaarheid, flexibiliteit en support.”

Callcenters hebben andere eisen dan reguliere bedrijven

De dienst is ontworpen voor nationale gesprekken. Oproepen met een ongeldige caller ID of naar nummers die niet benaderd mogen worden, zoals het Bel-me-niet-register, worden automatisch geblokkeerd. Elastic SIP Trunking is inzetbaar voor Belgische én Nederlandse callcenters die zich richten op de Belgische markt.

Volgens Scherpenberg is ook deze dienst inmiddels commercieel succesvol. “We hebben al meerdere callcenters aangesloten. De combinatie van scherpe tarieven, compliance en een plug-and-play implementatie spreekt aan.”

Focus op sectorgerichte toepassingen

Intellinet ontwikkelt zich verder als Belgische wholesale-operator met een duidelijke focus op samenwerking met buitenlandse VoIP-aanbieders. Het bedrijf breidt zijn aanbod stapsgewijs uit en speelt met Elastic SIP Trunking in op specifieke behoeften van onder meer callcenters. Tegelijk blijft het uitgangspunt gelijk: partijen ondersteunen die vaste telefonie willen aanbieden in België, zonder dat zij zelf een volledige telecominfrastructuur hoeven op te zetten of zelf aan complexe compliance-eisen moeten voldoen.

De oplossing die Intellinet aanbiedt, is modulair van opzet. Partners kunnen onderdelen naar eigen inzicht inzetten en beheren, afhankelijk van hun technische voorkeuren of bestaande systemen. Zo kunnen partners gebruikmaken van real-time provisioning, hun eigen nummerreeksen beheren en – indien gewenst – via API’s alle functionaliteit volledig integreren in hun eigen portalen. Ook biedt Intellinet een dashboard voor servicebewaking en belhistoriek, die volledig inzicht geeft in de gemaakte belkosten.

Operator in a box

Een belangrijk onderdeel van het wholesale-aanbod blijft de zogeheten ‘operator in a box’: een gestandaardiseerde omgeving voor vaste telefonie in België. Deze oplossing bevat onder andere routing, nummerbeheer en toegang tot lokale interconnecties. Voor buitenlandse VoIP-aanbieders betekent dit dat ze snel toegang krijgen tot de Belgische markt, zonder dat ze daarvoor zelf een volledig netwerk hoeven uit te rollen of individuele afspraken moeten maken met lokale partijen. “We hebben het aanbod zo opgebouwd dat partners zich kunnen richten op hun eigen dienstverlening, terwijl wij zorgen voor de onderliggende infrastructuur,” zegt Intellinet CEO Rahul Malik.

Volgens Intellinet biedt deze aanpak vooral voordelen voor aanbieders die hun portfolio willen uitbreiden, maar niet de schaal of middelen hebben om zelf aan alle wettelijke en technische vereisten te voldoen. De schaalbaarheid van de oplossing maakt het mogelijk om ook met kleinere volumes van start te gaan, zonder langdurige investeringen of zware verplichtingen.

Veel partners kennen AudioCodes vooral van producten als IP-telefoons en gateways: hardwareoplossingen die jarenlang het hart van het portfolio vormden. “Dat doen we nog steeds,” zegt Regional Sales Director Jasper Maters. “Maar het is nog maar een klein onderdeel van onze business.”

Volgens Jasper Maters heeft AudioCodes de afgelopen jaren een duidelijke transformatie doorgemaakt. “Functionaliteiten die vroeger hardware-based waren, zijn nu als dienst beschikbaar vanuit de cloud,” legt hij uit. Met Audio-Codes Live Platform sluit het bedrijf aan bij een bredere beweging in de telecomsector: de verschuiving van losse producten naar geïntegreerde platformdiensten. Die ontwikkeling biedt volgens Maters volop kansen voor het partnerkanaal.

AudioCodes is afhankelijk van een sterk partnernetwerk om markten te bedienen. “Partners voeren onze groeistrategie uit. Grote partners helpen ons opschalen.” Dat gebeurt via een communicatieplatform dat multi-tenant is ingericht. Partners kunnen zelf waarde toevoegen.

Partners voeren onze groeistrategie uit. Grote partners helpen ons opschalen

Hogere positie in waardeketen

Een trend is dat communicatiediensten commodities zijn geworden. “De prijsdruk is hoog. Je kunt je technisch nauwelijks onderscheiden,” zegt Maters. Daarom klimt AudioCodes in de waardeketen richting applicaties: “Daar zit de waarde, voor ons én voor onze partners.” Het platform van AudioCodes ondersteunt applicaties als Microsoft Teams, Zoom en Cisco Webex. “Alles is gecertificeerd. Met AudioCodes weet je zeker dat het werkt.” Daarnaast speelt slimme technologie zoals AI een steeds grotere rol in communicatieplatformen. “Dat vraagt om partners die verder kijken dan techniek en klanten adviseren bij het slim inzetten van innovaties.”

Alles is gecertificeerd. Met AudioCodes weet je zeker dat het werkt

VOCA en Meeting Insights

Een snelgroeiende oplossing is VOCA, het Microsoft-native contact-center van AudioCodes met ingebouwde conversational AI. “Het doet het fantastisch in sectoren als overheid, banken en productie.”

De tweede groeipijler is Meeting Insights, een AI-oplossing voor het opnemen, transcriberen en samenvatten van vergaderingen. Door integratie met Microsoft Active -Directory verschijnen automatisch namen en gezichten van sprekers. Daarnaast biedt AudioCodes een gecertificeerde oplossing voor compliance recording: Interaction Insights. Opgenomen gesprekken zijn juridisch bruikbaar en voldoen aan alle regelgeving. Partners -kunnen al deze oplossingen laagdrempelig testen.

Andere rol voor sales

De rol van sales verandert zichtbaar. “We verkopen niet langer producten. We praten over het ver-beteren van processen. We zijn een strategisch adviseur geworden,” besluit Maters. Volgens de -Regional Sales Director is dat ook waar -resellers naartoe -moeten: “Als je blijft -steken in het integreren van losse -producten, wordt het op termijn lastig om je waardepropositie overeind te houden.”

Amerikaanse platforms, AI, security en veranderende communicatiebehoeften zetten de markt voor UC en CCaaS op scherp. Tijdens een ChannelConnect Grotetafelgesprek deelden experts hun visie op technologie, cultuur en partnerschap.

De wereld van zakelijke communicatie verandert snel. Unified Communications (UC), UCaaS en CCaaS -verschuiven van traditionele beloplossingen naar -geïntegreerde platformen waarin applicaties, datastromen en klant(contact)processen samenkomen. Daarbij krijgen thema’s als compliance, data-eigenaarschap en AI-integratie steeds meer gewicht. Welke richting slaat de markt op? En wat betekent dat voor dienstverleners, partners, leveranciers en eindgebruikers? Tijdens een discussie op de ChannelConnect redactie in Hilversum bogen Joran Klarenbeek (Evolve IP), Robbert Klemkerk (Dstny), Jasper Maters (Audio-Codes), Johan van Oostveen (Pridis) en Dennis Schabracq (Steam-connect) zich over deze en andere vragen.

1: De term Unified Communications is achterhaald: alles draait inmiddels om integratie met businessapplicaties

De term Unified Communications (UC) is volgens sommigen nog springlevend, maar de invulling verandert zichtbaar. Robbert Klemkerk, Product ­Management & Development Director bij Dstny, ziet UC niet als iets van vroeger, maar juist als een overkoepelende kapstok waar steeds meer applicatie-integratie onder valt. Klemkerk: “De vraag is niet of, maar hoe je de veelheid aan informatiestromen op een werkbare manier aanbiedt.” Dstny ziet daar vooral een orkestrerende rol weggelegd, waarbij partners onmisbaar zijn. “Zeker bij grotere klanten die specifieke kennis vereisen.”

Ook Jasper Maters, Regional Sales Director bij Audio­Codes ziet die beweging. “De term Unified Communications is wat mij betreft niet achterhaald, maar de invulling verandert wel. UC wordt pas echt waardevol als communicatie volledig geïntegreerd is met de applicaties en processen die mensen dagelijks gebruiken. Of het nu gaat om sales, service of samenwerking, dáár zit de echte meerwaarde.”

Anderen benadrukken dat de waarde van UC sterk afhankelijk is van het marktsegment. In de onderkant van de markt blijven bellen en traditionele UC-­oplossingen voorlopig nog overeind, denkt Johan van Oostveen. Hij is CEO van Pridis. “Juist in het hogere segment verschuift de nadruk naar CRM- en ERP-integratie. Daar gaat communicatie over veel meer dan beschikbaarheid: het draait om directe koppelingen met sales- en serviceprocessen.”

Ook Joran Klarenbeek, Business Development ­Manager bij Evolve IP, ziet een beweging richting consolidatie en vereenvoudiging. Volgens hem ­worden traditionele belkanalen ingehaald door platformen waarin chat en video een grotere rol spelen. “Bellen zal blijven, maar raakt steeds meer ingebed in een multichannelstrategie waarin IT een regiefunctie vervult en streeft naar minder beheerlast.”

Bellen zal blijven, maar raakt steeds meer ingebed in een multichannelstrategie

Voor Dennis Schabracq, CEO van Steam-connect Group, is duidelijk dat UCaaS zijn relevantie grotendeels heeft verloren. In zijn visie ligt de toekomst bij CCaaS, waar alle externe communicatiekanalen ­worden gebundeld tot één dienst. “Vooral voor ­kleinere bedrijven moet dit laagdrempelig beschikbaar zijn.”

Klarenbeek onderschrijft dat punt: “Voor professionele externe communicatie zijn dashboards en rapportages essentieel geworden, en dat vraagt om andere tooling dan klassieke UC-oplossingen.” Het onderscheid tussen front- en backoffice wordt volgens hem steeds zichtbaarder. Hoewel Klemkerk erkent dat niet ­iedere organisatie CCaaS nodig heeft, ziet hij dat de veranderende communicatie­vormen de adoptie daarvan logisch ­maken. “Modulair opgebouwde plat­formen bieden daarbij uitkomst,” betoogt hij. Het blijkt een visie die ook door anderen gedeeld wordt. Uiteindelijk beweegt de markt richting uniforme oplossingen met routing, reporting en analytics als kern.

Waar communicatie ooit ging over ‘bereikbaar zijn’, draait het nu steeds vaker om inzicht: wat gebeurt er op al die kanalen? “Die integrale benadering maakt losse koppelingen over­bodig,” stelt Schabracq. “Alles moet in één platform samenkomen.” Wel blijft kwetsbaarheid bij uitval een punt van zorg. Dat is op te lossen met redundantie in kanalen en mobiele bereikbaarheid, zoals Van Oostveen toelicht. “Door social media zowel centraal als persoonlijk in te zetten, blijft de ­organisatie bereikbaar, ook als één ­kanaal wegvalt.”

2: Communicatie is onderdeel van een cultuur

Dat communicatie niet los te zien is van cultuur, daarover bestaat brede overeenstemming. Van Oostveen (Pridis) merkt op dat technologische mogelijkheden weinig betekenen als ze botsen met de heersende werkcultuur. “Mensen willen nog steeds direct antwoord, zeker in een professionele context. Technologie verandert dat niet fundamenteel.”

Waar organisaties tien jaar geleden vooral streefden naar bereikbaarheid, schuift de focus nu naar responsiviteit. Dit betekent volgens hem dat de vraag ‘ben ik echt beschikbaar?’ belangrijker wordt dan wachttijden of KPI’s. Klemkerk ­(Dstny) voegt daaraan toe dat communicatieoplossingen nog altijd verdeeld worden over IT en telecom, twee werelden met een eigen cultuur. “Het feit dat je nu kunt bellen via Teams of Zoom betekent niet dat bereikbaarheid eenvoudig te regelen is.”

Schabracq (Steam-connect Group) reageert met de vraag wat precies onder communicatie wordt verstaan. Zijn organisatie kijkt vooral naar de buitenkant: naar externe bereikbaarheid via CCaaS-functionaliteiten. “Voor ons is interne communicatie belangrijk, maar het heeft een ondersteunende functie.”

Toch verandert de besluitvorming rond communicatietools. Volgens Klarenbeek worden keuzes vaker samen met HR of medewerkers gemaakt. “De afname van hiërarchie en de krappe arbeidsmarkt zorgen ervoor dat gebruiksvriendelijkheid zwaarder weegt. De HR-afdeling speelt daarin een steeds actievere rol.”

Van Oostveen erkent dat: “Technologie is slechts een invulling van de werkwijze die door de organisatiecultuur wordt bepaald. Vaak ligt de lat van wat technologisch mogelijk is hoger dan wat de organisatie aankan. Dat vraagt om zorgvuldige afstemming per klant.”

Volgens Schabracq betekent dit vooral dat het onderwerp zich verplaatst van IT naar verander­management. Toch blijft volgens hem de functionele kant van CCaaS – vooral voor externe bereikbaarheid – de essentie.

De grens tussen intern en extern vervaagt echter. Medewerkers bewegen zich vaker tussen afdelingen of zelfs buiten de organisatie. Hierdoor vervalt het klassieke onderscheid. Klarenbeek (Evolve IP) ziet oplossingen ontstaan die niet meer vragen om een keuze tussen UCaaS en CCaaS, maar beide werelden combineren. “Front- en backoffice kunnen dan ieder hun eigen voorkeuren volgen, binnen één overkoepelend platform.”

Maters (AudioCodes) vult aan: “Goede klantcommunicatie stopt niet bij de afdeling of de voordeur van de organisatie. Het wordt steeds belangrijker dat medewerkers uit alle delen van het bedrijf, van front- tot backoffice, gemakkelijk kunnen samenwerken en over dezelfde informatie beschikken. Zo vergroot je de kans op snelle, persoonlijke én consistente service. Dat biedt kansen, want een standaardoplossing hoeft geen eenheidsworst te zijn.”

Veel organisaties maken een ­scheiding tussen externe en interne communicatie. Klarenbeek (Evolve IP) ziet dat klantcontact echt een aparte afdeling is binnen een organisatie, soms zelfs buiten het land. Tegelijkertijd is er bij kleinere bedrijven juist een voorkeur voor één geïntegreerde oplossing, waarbij zij zelf bepalen wie welke functionaliteit krijgt. Schabracq (Steam-connect Group) richt zich met zijn bedrijf uitsluitend op de buitenkant. Interne samenwerkingstools als Teams worden losgelaten. “Het draait bij ons om vaste, mobiele én digitale bereikbaarheid.

De discussie maakt duidelijk dat communicatie steeds vaker een culturele en organisatorische kwestie is. Technologie is er genoeg, maar of medewerkers ermee aan de slag gaan, hangt af van hoe goed het past bij de werkpraktijk.

3: Door hybride werken en telecomoplossingen verliezen managers grip op de cultuur en (informele) communicatie binnen organisaties.

Hybride werken en de beschikbaarheid van UC-oplossingen op afstand zorgen ervoor dat managers, zoals Van Oostveen ­(Pridis), moeite hebben om intern grip te houden. Veel organisaties keren daarom deels terug naar kantoor, al blijft remote ­werken technisch mogelijk. Maar dan rijzen vragen over beveiliging en compliance. Klarenbeek benadrukt het belang van flexibiliteit. “Werk en privé lopen in elkaar over, en werkgevers ­moeten daar ruimte voor bieden.” Zelf werkt hij volgens een schema dat aansluit op gezinsverantwoordelijkheden, en hij pleit voor meer vertrouwen in medewerkers.

Werk en privé lopen in elkaar over, en werkgevers ­moeten daar ruimte voor bieden

Dat vertrouwen kent echter grenzen. Schabracq stelt dat het niet vanzelfsprekend is dat mensen leveren wat ze beloven. Hij ziet dat controlemechanismen soms nodig zijn, zeker als de prestaties moeilijk meetbaar zijn. “Resultaatgericht werken biedt een uitkomst, maar vraagt wel om andere vormen van belonen.” Ook Van Oostveen signaleert dat zicht op werk is afgenomen. “In fysieke context is veel meer waarneembaar. Informele gesprekken na een overleg – die online zelden plaatsvinden – gaan verloren.”

Voor Klemkerk (Dstny) draait het om gezond verstand en professionaliteit. Hij wijst op recente ontwikkelingen bij bedrijven als KPN, waar medewerkers zelf hun vrije dagen inplannen. “Vertrouwen staat voorop, mits wederzijds.” Het spanningsveld tussen technologie, cultuur en verantwoordelijkheid is hiermee duidelijk. Informele communicatie via bijvoorbeeld chat of bij de koffieautomaat wordt vaak niet geregistreerd, maar is wel degelijk van invloed. Bij gevoelige onderwerpen kan dat tot problemen leiden als er geen duidelijk beleid is.

Maters (AudioCodes) ziet die spanning dagelijks terug. “Technologie verandert niet de cultuur binnen een organisatie, maar kan wel helpen om communicatie inzichtelijk en beheersbaar te ­maken. Zeker in een hybride werkomgeving, met verspreide teams en klantcontact op afstand, biedt een geïntegreerde ­oplossing houvast, zonder de menselijke factor uit het oog te verliezen.

4: Het belang van security en compliance wordt nog te vaak onderschat

Security en compliance zijn volgens Van Oostveen inmiddels standaardonderdelen van communicatieprojecten, zeker bij overheden. Toch heerst er nog veel onwetendheid. “Alles wordt vastgelegd – wat, wanneer, waar – maar veel gebruikers beseffen dat onvoldoende.”

Ook Schabracq (Steam-connect Group) ziet dat organisaties af willen van Amerikaanse aanbieders, al blijft dat lastig. “De grote spelers zijn nog altijd dominant in communicatie-oplossingen.”

Maters (AudioCodes) herkent die uitdaging. “Je volledig losmaken van grote leveranciers is niet altijd haalbaar, maar organisaties kunnen wél bewuster keuzes maken om risico’s te spreiden en hun security­positie te versterken.”

Klarenbeek (Evolve IP) herkent dat security bij grotere organisaties inmiddels eerder op tafel komt dan bereikbaarheid. “In het mkb daarentegen wordt er nog weinig aandacht aan besteed.” Volgens Schabracq moeten leveranciers daarom de verantwoordelijkheid nemen om klanten hierin mee te nemen. Europa loopt bovendien achter op het gebied van AI en data. Van Oostveen stelt dat duizenden manjaren aan ontwikkeling niet zomaar zijn ingehaald. “Toch biedt het gebruik van eigen data kansen,” vult ­Schabracq aan. “Daarin valt snel winst te boeken.”

Voorwaarden zoals encryptie en gespreksopslag zijn voor Van Oostveen vanzelfsprekend. Maar hij ziet nog vaak oude data of ongeschoonde back-ups. “De implementatie schiet tekort aan de klantzijde.” ­Klemkerk (Dstny) bevestigt dat veel mkb’ers nauwelijks met security bezig zijn, tot het fout gaat. ­Partners vragen inmiddels vaker naar ISO-certificeringen of DORA-compliance. Klarenbeek ziet daarin een trend die zich doorzet.

Toch blijft het probleem vaak niet technisch. Volgens Van Oostveen (Pridis) hebben leveranciers hun zaakjes meestal wel op orde. “De uitdaging zit in bewustwording en discipline bij klanten. Zolang security als kostenpost wordt gezien, blijft het kwetsbaar.”

5: Fixed Wireless Access breekt door

De kwaliteit van Fixed Wireless Access (FWA) is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Van Oostveen (Pridis) noemt voorbeelden waarbij het prima werkt – zoals in een rotsachtig gebied in Noorwegen – maar in Nederland wisselt de ervaring. De oplossing mag dan draadloos zijn, betrouwbaarheid blijft essentieel.

In Nederland is glasvezel meestal beschikbaar, maar voor bouwplaatsen of vakantieparken kan FWA een praktisch alternatief zijn. Klemkerk (Dstny) wijst ook op toepassingen in moeilijk bereikbare binnensteden of bij kleinere bedrijven. “Daar kan een draadloze verbinding volstaan.”

Toch blijft FWA vooral geschikt als tijdelijke oplossing of back-up. Eén antenne voor een hele flat levert onvoldoende prestaties. Maar op een rustig gelegen vakantiepark werkt het prima, stelt Van Oostveen. Klarenbeek verwacht dat nieuwe technieken dit snel verbeteren.

Commerciële belangen spelen eveneens een rol. “Aanbieders zonder eigen netwerk, zoals Odido, zetten zwaarder in op FWA.” Volgens Schabracq (Steam-connect Group) zijn er al technieken beschikbaar om grote delen van Nederland draadloos te verbinden. “Het hangt vooral van ­businessmodellen af.”

Leveranciers trekken steeds meer diensten naar zich toe. Dat dwingt partners tot herpositionering: van reseller naar adviseur. Maters signaleert dat het onderscheid verschuift van infrastructuur naar applicaties die écht waarde toevoegen. “Daarmee verschuift ook de rol van leveranciers: het draait minder om de kabel, meer om de slimme laag erboven.” De rol van msp’s verandert. Klarenbeek (Evolve IP) ziet dat zij moeten kiezen tussen samen­werking of overname van expertise. Maar de relatie met de klant blijft doorslaggevend. “De klant zegt: regel jij het maar.”

6: We betalen te veel voor diensten die we nauwelijks gebruiken

De vraag hoeveel organisaties betalen voor functies die amper worden gebruikt, leidt tot verdeeldheid. Volgens Van Oostveen (Pridis) zijn de kosten per medewerker relatief bescheiden. “Vergeleken met vroegere tijden, toen honderden guldens per maand opgingen aan hardware en gesprekskosten, stelt een tientje meer of minder nu weinig voor. In verhouding tot loonkosten weegt het nauwelijks.”

Toch wringt het volgens Schabracq (Steam-­connect Group). Hij ziet dagelijks dat UC-platformen tal van ongebruikte functies bevatten. Interne chat, CRM-integratie of belgroepen worden vaak niet ingezet, terwijl er wel voor betaald wordt. Klemkerk (Dstny) bevestigt dat veel bedrijven werken met standaardprofielen zonder goed te analyseren wat daadwerkelijk nodig is.

Het probleem zit volgens Maters (AudioCodes) ook in de veranderende werkpraktijk. “Jongere medewerkers nemen hun eigen tools mee, ­gebruiken AI om notities te maken of informatie te bundelen. Dat leidt tot een wildgroei aan apps en communicatiekanalen. Zonder heldere beleidskaders raakt het overzicht snel zoek.” Duidelijke richtlijnen zijn noodzakelijk, stelt hij daarom. “Niet alleen om compliance te waarborgen, maar ook om efficiëntie en veiligheid te bevorderen.”

7: De sector omarmt AI in snel tempo

Ook het onderwerp AI duikt op. Klarenbeek (Evolve IP) merkt dat het in UC steeds meer draait om procesautomatisering. Gesprekken worden automatisch geanalyseerd, samengevat, en gekoppeld aan systemen zoals HR- of CRM-tools. Telefonie is dan slechts één element in een groter geheel. Als voorbeeld noemt hij sollicitatiegesprekken die automatisch worden beoordeeld. “AI bepaalt welke kandidaten geschikt zijn, terwijl de communicatie-omgeving de data aanlevert. Telefonie schuift naar de achtergrond; integratie en analyse worden leidend.”

Maters (AudioCodes) ziet daar juist kansen voor dienstverleners. AI-functies zijn technisch goed te integreren, mits dit veilig en compliant gebeurt. De uitdaging ligt in het controleren van gegevensstromen, niet in de technologie zelf. Volgens Van Oostveen (Pridis) zitten we nog in de beginfase. “Grote leveranciers waarschuwen voor overhaaste inzet van AI, maar de ontwikkeling versnelt. Zeker in serviceomgevingen is de impact al merkbaar.”

Klemkerk (Dstny) ziet dat met name grote organisaties al experimenteren. Ziekenhuizen en logistieke bedrijven lopen voorop. “Het mkb zal volgen,” verwacht hij. “Vooral als AI in staat blijkt eenvoudige klantvragen adequaat af te handelen.” De menselijke factor blijft belangrijk, daarover is men het eens. Maar als een bot het gesprek effectief kan voeren én netjes overdraagt aan een medewerker, accepteert de klant dat snel. Niemand wil twintig keer hetzelfde uit­leggen.

Schabracq (Steam-connect Group) onderstreept dat. “Als het werkt, maakt het voor de eindgebruiker weinig uit of die met een mens of machine spreekt. Maar geef de eindgebruiker een keus.”

8: De positie van grote platforms binnen zakelijke communicatie is dominant

Microsoft is volgens Van Oostveen (Pridis) stevig verankerd in de markt, maar de prijs ligt hoog. “Bedrijven die kiezen voor het volledige pakket – inclusief vaste netwerkintegratie – merken dat de kosten oplopen,” geeft hij aan. Van Oostveen ziet dat organisaties zich afvragen of ze alle functionaliteit wel nodig hebben, wat ruimte biedt voor alternatieven.

Daarnaast speelt de geopolitieke kant van deze platforms een steeds grotere rol. Het wantrouwen jegens Amerikaanse dataverwerking is toegenomen. Schabracq (Steam-connect Group) noemt het vertrouwen in de VS als dataveilige regio ‘onherstelbaar beschadigd’ zolang er geen beleidswijzigingen aan Amerikaanse zijde komen.

Daarmee komt de vraag op tafel of er voldoende Europese alternatieven bestaan. Die bieden nog niet dezelfde functionaliteit, is de consensus, maar gebruikers zijn mogelijk bereid concessies te doen voor meer grip op hun data. In het mkb leeft die gevoeligheid nog beperkt, stelt Klemkerk (Dstny). “In grotere organisaties, en zeker bij overheden, zijn certificeringen als ISO en DORA bepalend.” Klarenbeek (Evolve IP) bevestigt dat aanbestedingsbeleid steeds vaker eisen stelt aan datalocatie en leverancierskeuze. Verder ziet Klemkerk de positie van de grote platforms als een kans om hiermee samen te werken in plaats van tegen te vechten. “Goed integreren met deze dominante spelers biedt hiermee ook kansen.”

Toch is een volledige overstap naar Europese oplossingen geen eenvoudige opgave. Volgens Klarenbeek zou dat een ingrijpende exercitie zijn. Schabracq verwacht daarom een geleidelijke migratie, naarmate Europese aanbieders volwassen worden. Van Oostveen wijst op de schaalvoordelen van Amerikaanse partijen. Microsoft biedt een geïntegreerd ecosysteem waarin alle onderdelen naadloos samenwerken. Klarenbeek vult aan dat Microsoft al sinds 2016 geregistreerd is als telecombedrijf, met groeiende invloed via direct routing en Teamsintegratie voor mobiel gebruik.

Tegelijk vormt de competitieve Nederlandse markt een drempel. Maters (AudioCodes) ziet dat Microsoft moeite heeft om het mkb te veroveren. “Klanten zoeken toegevoegde waarde, niet alleen een bundel software.” Volgens hem liggen de kansen bij geïntegreerde UC- en contactcenteroplossingen die goed gepositioneerd zijn.

Ook Van Oostveen gelooft dat Microsoft zijn geld niet verdient met Teams of voice, maar met brede cloudabonnementen. “De communicatiecomponent is te gespecialiseerd en marginaal om er veel aandacht aan te besteden. Leveranciers zoeken dus naar manieren om telecomdiensten op te nemen in bredere platformen, zonder in een prijsval te lopen.”

De blijvende waarde van het partnerkanaal

Partners houden volgens Schabracq (Steam-connect Group) een duidelijke rol. “Zeker in het mkb ontbreekt vaak de kennis om pakketten goed te configureren. Daar springt de adviseur in – iemand die weet wat nodig is, die vertaalt, begeleidt en implementeert. Juist in het mkb-segment is de partner degene die begrijpt wat er nodig is, omdat de klant het zelf niet overziet.”

Maters (AudioCodes) bevestigt dat. Klanten willen best betalen voor meerwaarde, zolang het aanbod duidelijk en specifiek is. “Je moet weten wie je klant is, wat hij écht nodig heeft, en dat heel precies aanbieden.” Alleen dan maakt een reseller het verschil in een markt die steeds meer richting standaardisatie beweegt.

Van Oostveen (Pridis) sluit af met een observatie over de kracht van relatie. Een lokale partner die lid is van de plaatselijke businessclub of Rotary, heeft volgens hem vaak meer invloed op klantbeslissingen dan een anonieme leverancier ooit zal hebben. “De klant vertrouwt op zijn adviseur. Die zegt: ik weet niet wat ik moet kiezen, regel jij het maar.” Juist dat vertrouwen maakt het partnerkanaal – ondanks de dominantie van grote platforms – springlevend.

Ook Klarenbeek (Evolve IP) onderstreept de strategische rol van partners. “Soms vraagt de klant om Microsoft, soms om Webex of een andere oplossing. De kern is dat wij de nummers kunnen leveren en het verkeer betrouwbaar afwikkelen. Welke applicatie je daar bovenop plaatst, is dan eigenlijk secundair.” De partner weet wanneer het tijd is voor standaardisatie en wanneer maatwerk nodig is.

Klemkerk (Dstny) ziet partners als bruggenbouwers tussen klantbehoefte en technologie. Hij stelt dat partners een leidende rol spelen in bewustwording en adoptie. “Wij moeten die klanten meenemen. Zeker in het mkb gebeurt het anders niet.” Het gaat daarbij niet alleen om techniek, maar ook om zaken als security, compliance en verantwoord gebruik.

Voor Van Oostveen zit de meerwaarde van partners in hun vermogen om te orkestreren: om applicaties en systemen samen te brengen tot een werkbaar geheel, aangepast aan het klanttype. “Het is niet één platform dat alles oplost, het is hoe je het platform inzet. En dat vereist klantkennis.”

Zo ontstaat een beeld van een kanaal in transitie: van verkoper van losse diensten naar strategisch adviseur. De technologie mag dan gestandaardiseerd raken, de manier waarop die bij de klant landt, is dat allerminst. In die vertaalslag ligt de kracht van de partner – vandaag misschien wel meer dan ooit.

Als we terugkijken op de afgelopen vijf jaar, blijkt dat de wereldwijde economische groei allesbehalve indrukwekkend was. De vooruitgang stagneerde vaak en voldeed niet aan de verwachtingen. Dit jaar leek er echter eindelijk een kentering plaats te vinden. Steeds meer bedrijven tonen de bereidheid om fors te investeren in digitale technologieën om hun toekomst veilig te stellen.

Om te groeien, moeten bedrijven goed begrijpen hoe ze ervoor staan. Hoe doen ze het in de markten waarin ze actief zijn, en hoe ervaren klanten hun producten of diensten? Het draait allemaal om data. Tot nu toe hebben bedrijven vooral de gestructureerde data die ze hebben verzameld, geanalyseerd. Deze informatie wordt vervolgens verzameld in één systeem en in duidelijke dashboards gepresenteerd, zodat het makkelijk te begrijpen is.

Deze gestructureerde data is echter het topje van de ijsberg van alle data die een bedrijf tot beschikking heeft. Wat schuilt er nog meer onder het oppervlak?

Geen structuur, geen inzicht

GenAI heeft de hoeveelheid gegevens binnen organisaties flink doen toenemen. Maar zonder de juiste tools en structuur om al deze data te verwerken, blijft het een hoop informatie waar je geen waardevolle inzichten uit kunt halen. De extra inzichten die je uit deze data kunt halen, zijn precies wat bedrijven nodig hebben om een stevige basis voor duurzame groei te creëren.

Zonder de juiste structuur en tools blijft de waarde van zowel gestructureerde als ongestructureerde data vaak onbenut. Door een uniforme datalaag te creëren, kunnen bedrijven al hun databronnen samenbrengen, waardoor een holistisch en real-time inzicht ontstaat in al je bedrijfsprocessen.

Met deze datalaag en de bijbehorende visualisatietools kunnen managers en teams eenvoudig betrouwbare en actuele informatie inzien. Dit helpt hen bijvoorbeeld om vraag en aanbod beter te voorspellen en middelen efficiënter in te plannen. Zo kunnen ze sneller inspelen op veranderende behoeften en het groeipotentieel optimaal benutten.

Wet- en regelgeving

Dat is nog niet alles. Als je niet weet welke data er binnen je organisatie aanwezig is, kun je ook niet controleren of je voldoet aan de strenge Europese wet- en regelgeving die al van kracht is, of binnenkort wordt ingevoerd.

  1. Een bekend voorbeeld is de AVG-wetgeving, die sinds 25 mei 2018 van kracht is. Deze wet reguleert de verwerking van persoonsgegevens van EU-burgers. Organisaties moeten deze data te allen tijde beschermen, en dat kan alleen als je weet waar deze data zich binnen je organisatie bevindt.
  2. Verder is op 24 september 2023 de Data Governance Act (DGA) in werking getreden. Deze wet is met name gericht om het delen van data tussen overheden en bedrijven met het oog op privacy te reguleren. De Digital Markets Act en Digital Services Act zijn in zekere mate aanvullingen op de DGA, maar richten zich wel op andere aspecten van data en voornamelijk op grote techbedrijven.
  3. Een van de belangrijkere regelgeving is de AI Act. Hoewel deze voornamelijk gericht is op het reguleren van AI, speelt hier ook data governance en compliance een rol. Organisaties moeten ervoor zorgen dat de data die AI-systemen verwerken representatief zijn om bias te minimaliseren. Dit kun je alleen voorkomen door je ongestructureerde data goed inzichtelijk te maken.

Data is pas waardevol als je er daadwerkelijk inzichten uit kunt halen, en het is ook essentieel voor het naleven van wet- en regelgeving. Bedrijven kunnen alleen echt grip krijgen op hun data als ze een volledig overzicht hebben van hun activiteiten. Dit zorgt voor betere beslissingen, bedrijfsgroei, en voorkomt bovenal privacyschending met mogelijk hoge boetes tot gevolg. Kortom, goed datamanagement is de sleutel tot zowel succes als compliance.

Dit artikel is geschreven door James Fisher, Chief Strategy Officer bij Qlik