Nu bijna alle Nederlandse huishoudens voorzien zijn van glasvezel, moet de sector de bakens verzetten naar nieuwe urgente uitdagingen. Dat stelt de Fiber Carrier Association (FCA) in haar jaarrapport ‘Glasvezel in Stad en Land 2025’.

Met 8,26 miljoen glasvezelaansluitingen die inmiddels beschikbaar zijn, is de grote verglazing van Nederland grotendeels voltooid. Maar volgens de FCA dienen zich nu nieuwe prioriteiten aan: digitale soevereiniteit, AI-infrastructuur, quantum computing, cybersecurity en investeringen in intercontinentale zeekabelverbindingen.

“Glasvezelnetwerken zijn en blijven een absolute basisvoorwaarde voor goed functionerende digitale samenlevingen en economieën. Die afhankelijkheid zal in de toekomst alleen maar toenemen,” aldus Andrew van der Haar, directeur van de FCA. “Nederland heeft andere Europese landen veel te bieden als het gaat om kennis en kunde bij de uitrol van glasvezel. Maar sinds kort zijn ook het veiligheidsaspect en vragen rondom digitale soevereiniteit belangrijker geworden.”

In 2024 werden nog 1,13 miljoen nieuwe glasvezelaansluitingen opgeleverd, een lichte daling ten opzichte van de recordaantallen in voorgaande jaren. Voor het eerst zijn er nu meer glasvezelaansluitingen beschikbaar dan coax-aansluitingen in Nederland.

Strategische autonomie onder druk

In Europees perspectief blijft Nederland koploper op glasvezelgebied, maar het continent heeft nog volop werk aan de winkel. “Dat Europese perspectief wordt daarbij snel belangrijker,” benadrukt Van der Haar. “We moeten ons weerbaar maken tegen dreigingen die enkele jaren geleden nog bijna ondenkbaar waren. Dat betekent ook dat onze netwerken ‘gezekerd’ moeten zijn in de hele keten: van fabricage tot aanleg, van beheer tot eigendom.”

De veranderende geopolitieke verhoudingen maken strategische autonomie urgenter dan ooit. De snel verschuivende geopolitieke panelen maken dat digitale en technologische afhankelijkheden snel zeer risicovol zijn geworden. Ook de glasvezelsector moet de handschoen van digitale soevereiniteit daarom oppakken aldus de FCA.

“De EU moet op eigen benen staan, ook als het gaat om digitale diensten en technologieën. Op dit vlak is de afhankelijkheid van de VS in de huidige geopolitieke context onacceptabel,” stelt Van der Haar. “Als het gaat om backbone capaciteit en transatlantische verbindingen, zijn er wel degelijk risico’s. Veel zeekabels worden de laatste jaren aangelegd door Amerikaanse techreuzen die daarmee essentiële infrastructuur beheersen. We moeten daar op zijn minst alternatieven tegenover kunnen stellen. Die zijn er nu onvoldoende en er wordt ook onvoldoende op gepland.”

Een toekomstbestendige infrastructuur

De opkomst van AI en quantum computing stelt nieuwe eisen aan de glasvezelinfrastructuur. Waar voorheen 100 Gbps nog de norm was, wordt 400 Gbps per Wavelength Division Multiplexing (WDM) nu de standaard. “Glasvezel blijft nieuwe technologie zoals AI faciliteren. Zo jaagt glasvezel ook innovatie aan,” aldus Van der Haar.

De massale adoptie van AI zorgt voor sterke toename van de vraag naar breedbandige verbindingen, terwijl datacenters al meer glasvezelverbindingen tussen AI-clusters aanleggen. Parallel daaraan boekt quantumtechnologie snel vooruitgang.

Het rapport is te downloaden via de website van de Fiber Carrier Association.

 

Ashley Schut verlaat na zeven jaar ESET Nederland. Per 1 september gaat ze aan de slag als Channel Accountmanager bij het Amerikaanse cybersecuritybedrijf Arctic Wolf.

Schut begon in 2018 als Solution Advisor bij ESET. Vier jaar later werd ze Head of MSP, om uiteindelijk door te groeien tot Channel Sales Manager. In die hoedanigheid was ze onder meer verantwoordelijk voor de aansturing van het channelteam van ESET Nederland en het opzetten, uitrollen en borgen van de segmentstrategieën.

Het voelde na zeven jaar als het juiste moment voor iets nieuws, aldus Schut. “Bij Arctic Wolf krijg ik de kans om verder te bouwen aan een weerbare digitale wereld. Samen met het team focus ik me op het versterken van het partnerkanaal in de Benelux, waarbij proactieve monitoring en het minimaliseren van risico’s centraal staan.”

Schut: “Ik geloof er echt in dat alleen door samenwerking we échte stappen kunnen zetten. Alleen via schaalbaarheid en sterke partnerships kunnen we hoogwaardige securitydiensten bereikbaar maken voor organisaties van elke omvang. Partners zijn daarin onmisbaar – zij kennen hun klanten als geen ander en vormen de sleutel tot duurzame impact. We willen samen duurzame relaties opbouwen waarin we klanten niet alleen beschermen, maar ook strategisch verder helpen. Dat maakt cybersecurity niet alleen noodzakelijk, maar ook een gedeelde winst.”

Steeds meer bedrijven nemen maatregelen nemen om hun klanten of medewerkers veilig te laten inloggen op hun ICT-systemen, websites en apps. Het gebruik nam toe van 26% in 2017, naar 61% in 2024. Het gebruik van tweefactorauthenticatie door kleinere bedrijven met 10 tot 50 werknemers is zelfs ruim verdubbeld: van 29% in 2017 naar 76% in 2024. Dat blijkt uit de Cybersecuritymonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Zowel grote als kleine bedrijven gebruiken steeds vaker veilige manieren om te loggen. Zo maakt 97% van de bedrijven met 250 of meer werknemers in 2024 gebruik van tweefactorauthenticatie, tegen 57% van de bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen. Het gebruik van veilige manieren om in te loggen is bij kleinere bedrijven wel sneller gestegen. Zo is het gebruik van tweefactorauthenticatie door bedrijven met 10 tot 50 werknemers ruim verdubbeld: van 29% in 2017 naar 76% in 2024.

Kleine bedrijven besteden het vaakst uit

ICT-veiligheidswerkzaamheden werden in 2023 het vaakst volledig uitbesteed door kleine bedrijven (10 tot 50 werkzame personen). Bij grote bedrijven (250 of meer werkzame personen) werden de werkzaamheden juist het vaakst deels uitbesteed en deels door het eigen personeel uitgevoerd. Dit laatste is niet opmerkelijk, omdat een groot bedrijf meer personeel in dienst heeft en vaker over de middelen beschikt om complexere zaken uit te besteden.

Dalende trend cyberincidenten

Ondanks alle genomen maatregelen blijven cybersecurityincidenten plaatsvinden. Grote bedrijven hebben vaker cyberincidenten dan kleine bedrijven, maar bij alle bedrijfsgroottes daalde het aantal bedrijven met incidenten. In 2017 gaf nog bijna 40% van de grootste bedrijven (250 of meer werknemers) aan in het jaar daarvoor een incident door een aanval van buitenaf te hebben gehad, in 2024 was dat nog maar 1%.

Grotere bedrijven vaker slachtoffer

Grotere bedrijven zijn percentueel gezien vaker slachtoffer van ransomware-aanval. Van alle bedrijven met 2 of meer werkzame personen kreeg 1% in 2023 te maken met een ransomware-aanval. Hoewel slechts 2% daarvan losgeld betaalde, kreeg ongeveer een derde wel te maken met andere kosten ten gevolge van de ransomware-aanval.

Een vijfde van incidenten gaat gepaard met kosten

Lang niet alle cybersecurityincidenten gaan gepaard met kosten. Ook neemt het aandeel van bedrijven met kosten aan het cybersecurityincident neemt af met de tijd. Zo had in 2016 nog bijna 41% van de bedrijven met ten minste één cybersecurityincident met een interne oorzaak (2 of meer werkzame personen) daadwerkelijk kosten aan het incident. Dit was in 2023 nog maar 20%. Van de bedrijven met ten minste één cybersecurityincident door een aanval van buitenaf (2 of meer werkzame personen) had in 2016 nog bijna 55% kosten aan het incident. Ook dit percentage is in 2023 gedaald naar 20%.

Het rapport is hier in te zien.

 

Tien jaar Dutch Data Center Association (DDA) werd donderdag gevierd in de Heineken Experience in Amsterdam. Managing Director Stijn Grove blikte terug op de begintijd. “Het idee om een brancheorganisatie voor datacenters op te richten, ontstond in een tijd waarin digitale infrastructuur nog geen vanzelfsprekend thema was op overheidsagenda’s.”

Tekst: Mels Dees

De organisatie richt zich vanaf de oprichting op drie pijlers: energie en duurzaamheid, onderwijs en werkgelegenheid, en de digitale economie. Grove benadrukte hoe belangrijk het was dat de sector destijds die focus koos. “Focus heeft ons veel gebracht. Vooral in het begin. Energie, onderwijs, economie – dat zijn de kerngebieden waarin we echt iets konden betekenen.”

Manager Public Affairs Laura Beukers, inmiddels vier jaar werkzaam voor DDA, ging tijdens het evenement in op het maatschappelijk debat over datacenters. Dat laaide in de afgelopen jaren op. “We moesten ineens veel meer uitleggen over thema’s als energiegebruik en waterverbruik.” Die uitleg werpt vruchten af, stelde Beukers. “Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.”

Ministeries begrijpen nu beter wat we doen en waarom het belangrijk is voor de economie.

Het jaarlijks rapport State of the Dutch Data Centers, dat samen met onderzoeksbureau Pb7 wordt uitgebracht, is een concreet voorbeeld van die inspanning. “Dit jaar was het bijna 100 pagina’s,” vertelt Laura. “Het laat goed zien hoe de markt zich ontwikkelt. Dat onze bevindingen letterlijk worden overgenomen in overheidsdocumenten is het beste bewijs dat we impact hebben.”

Kickstart Europe als toonaangevende beurs

Een van de grootste publiekssuccessen van de DDA is het jaarlijkse event Kickstart Europe, dat inmiddels is uitgegroeid tot een van de belangrijkste Europese bijeenkomsten in de sector. Zoë Derksen, Manager Marketing, PR & Events, legde uit hoe bijzonder die groei is geweest. “In 2018 begonnen we met 250 mensen. Nu zitten we over de 2000. En het unieke is: het is een evenement vóór en dóór het netwerk.”

Ook op het gebied van duurzaamheid is er veel gebeurd. Erik Barentsen blikte terug op het eerste initiatief rond restwarmte. “In 2017 boden we onze warmte aan. Het idee was simpel: gebruik energie twee keer. Maar al snel ontdekten we dat het niet zo makkelijk was. Er moet ook een warmtevraag zijn. En daar liep het spaak. Die warmtevraag wordt niet voldoende gestimuleerd in Nederland. Het is frustrerend, want we hebben honderden megawatts beschikbaar aan restwarmte, maar het beleid loopt achter.”

Andrew van der Haar, verantwoordelijk voor onder meer de energie-efficiëntiemaatregelen, vulde aan: “Wat we hebben geleerd is dat we als sector al veel doen, maar dat het zichtbaar maken van die inspanningen cruciaal is. Samen met toezichthouders hebben we nu een werkbare methode ontwikkeld om die besparingen goed te rapporteren. Dat is echt een doorbraak.”

Het zichtbaar maken van onze inspanningen is cruciaal.

Het gesprek verschoof daarna naar onderwijs en werkgelegenheid. Van der Haar zag daar een groot gat dat gedicht moest worden. “Binnen het onderwijs was nauwelijks aandacht voor onze sector. Je had opleidingen voor ICT, programmeren, maar niets over datacenterbeheer, fysieke installaties, onderhoud. We hebben nu MBO-opleidingen opgezet, keuzevakken geaccrediteerd gekregen. Vorig jaar schreven we 206 certificaten uit. Dat is echt een verschil.”

Nederland staat stil

Toen het gesprek richting toekomst verschoof, stelde Kees Verhoeven, voormalig lid van de Tweede Kamer (D66), een centrale vraag: wat zijn de strategische keuzes die Nederland nu moet maken? Michiel Eielts, voorzitter van het bestuur van DDA, was duidelijk: “Als je kijkt naar AI, naar robotisering, naar digitalisering in brede zin, dan staat de wereld niet stil. Maar Nederland wél. En dat is zorgelijk. We moeten de randvoorwaarden creëren zodat we kunnen blijven innoveren. Dat vraagt om lef, beleid en samenwerking.”

We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.

Managing Director Stijn Grove vulde aan: “Ik zie een positieve kans. We kunnen bijdragen aan het oplossen van netcongestie, we kunnen versnelling brengen in de energietransitie. Maar we moeten wél erkend worden als infrastructuur. Op dit moment zitten we nog te vaak in de uitlegfase. We moeten naar de fase waar onze rol vanzelfsprekend is.”

Diederik Wennekes is Managing Director van IT-dienstverlener Varity, een onderneming die zich ontwikkelde van webhostingaanbieder tot een serieuze speler op het gebied van cloud- en securityoplossingen. “Soevereine cloud? Bij en met ons kan het.”

Wat ooit begon als een onderneming in de hostingwereld, is uitgegroeid tot een organisatie met ongeveer 35 medewerkers, verspreid over meerdere locaties, met klanten in binnen- en buitenland. “We zijn 16 jaar geleden begonnen als Trans-IX,” vertelt Wennekes. “In 2023 hebben we SIS Automatisering overgenomen en dat was het moment waarop we de naam hebben veranderd naar Varity.”

De oorsprong van Varity ligt in webhosting. “Zo begonnen we. Van daaruit zijn we doorgegroeid naar kantoorautomatisering en alles wat daarbij hoort, met onder meer VoIP. Altijd met onze eigen cloudinfrastructuur, met eigen apparatuur en verbindingen in meerdere datacenters, volledig in eigen beheer.”

Tegenwoordig biedt Varity een breed scala aan diensten aan, van IaaS en VoIP tot 24/7 beheer en support.

Impact van NIS2

Security speelt daarbij een steeds grotere rol. “We zijn inmiddels al zeven jaar ISO- en NEN-gecertificeerd,” vertelt Wennekes. “Security zit echt diep in onze werkwijze, en we zijn druk bezig met de NIS2-regelgeving. Niet alleen voor onze eigen infrastructuur, maar vooral ook richting klanten.”

Security zit echt diep in onze werkwijze.

Veel mkb’s, vertelt hij, zijn zich niet altijd bewust van de risico’s. “Je moet, zeker bij bedrijven tot tien werkplekken, klanten soms overtuigen om werk te maken van hun beveiliging.” Nu verbaast dat de Managing Director niet, gezien de kosten en de complexiteit die samen kunnen hangen met goede security. “Maar wij nemen daarin wel onze verantwoordelijkheid als msp, ook al omdat een organisatie als de onze daadwerkelijk onder de NIS2-regelgeving valt.”

De doelgroep van Varity is de laatste jaren verschoven. Waar eerder organisaties onder de tien werkplekken bediend werden, richt het bedrijf zich nu vooral op het grotere mkb. “Alles boven de vijftien werkplekken is voor ons interessant. Daarnaast leveren we IaaS-activiteiten voor wat grotere partijen, dat zijn bijvoorbeeld bedrijven in de olie, finance en zorg.”

Wat opvalt aan de aanpak van Varity is de samenwerking met andere technisch georiënteerde partijen, zowel klanten als partners. “We worden vaak ingeschakeld als verlengstuk van een IT-team. Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit. En met partners werken we vooral samen om landelijke dekking te realiseren. Wij zitten in Wormer, maar als een klant in Limburg zit, dan is het prettig om lokaal iemand te hebben die dezelfde taal spreekt – letterlijk en figuurlijk.”

Veel van onze klanten hebben zelf ook IT’ers in dienst, maar zoeken aanvullende expertise of capaciteit.

Veilig internetprotocol

Een van de meest veelbelovende ontwikkelingen binnen Varity is de uitrol van SCION. “Dat is de afgelopen twaalf jaar ontwikkeld in Zwitserland. Het is een internetprotocol en wordt gezien als de opvolger van BGP,” legt Wennekes uit, refererend aan het Border Gateway Protocol. “Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt. Je krijgt dus niet automatisch de goedkoopste of snelste route, zoals bij BGP, maar de veiligste of meest betrouwbare.”

Het grote voordeel van SCION is dat je zelf kunt bepalen hoe je dataverkeer over het internet loopt.

Voor organisaties die met gevoelige gegevens werken, zoals banken, is dat een gamechanger, want bij SCION praat je over gesloten netwerken. “Je kunt complete geïsoleerde netwerken bouwen en end-to-end encrypten.”

De commerciële variant van SCION, dat zelf een stichting is die de open-source software managed, heet Anapaya, en Varity heeft de exclusieve uitrolrechten gekregen voor de Benelux. “We zijn daar ontzettend trots op,” zegt Wennekes. “Het interesseert veel overheden, financiële instellingen en ziekenhuizen.”

Concreet draait de software op een core server, die als router fungeert, en edges die bij klanten draaien on-premise of in de cloud. “En straks heb je ook nog een gate-client, waarmee apps rechtstreeks kunnen connecten met het SCION-netwerk. Gebruikers of hun partners kunnen zelf een isolated domain maken en bepalen wie er wel of niet op kan komen. Het is extreem schaalbaar en veilig.”

Europese onafhankelijke cloud

Een ander project dat Varity nauw aan het hart ligt, is het samenwerken met Whitesky, een Belgische partij die een controlpanel op KVM Hypervisor bouwde. Wennekes: “We draaien dat in een van onze Nederlandse datacenters. Alles soeverein geen Amerikaanse afhankelijkheid, dus Open Cloud.”

Via dit platform kan Varity eenvoudig virtuele machines, storage en complete omgevingen aan­bieden aan klanten. “En als andere providers ook via dit platform ­willen leveren, kan dat. Zo bouwen we samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.”

We bouwen samen aan een Europese cloud, die echt onafhankelijk is.

Die onafhankelijkheid viel ook op bij SURF, voor meer dan 1500 ­onderwijsinstellingen een belangrijke IT-organisatie. “We hebben meegedaan aan een Europese aanbesteding voor het leveren van cloudcapaciteit gedurende vier jaar, en zijn één van de 30 partijen die zijn geselecteerd.”

Volgens Wennekes is dat een duidelijk signaal dat er behoefte is aan alternatieven voor de grote Amerikaanse aanbieders als Google, Azure of AWS. “Universiteiten willen grip houden op hun data en infrastructuur. Met ons kunnen ze dat met een eigen cloud en Europese software.”

De Ops in DevOps

Ondanks het technologisch hoge niveau blijft het vinden van personeel een uitdaging, zeker als developers gezocht worden die buiten de paden van de Amerikaanse providers kunnen denken, zoals het geval is bij Whitesky. “De hypervisors bieden vaak mooie tools aan, die prima gebruikt kunnen worden in testomgevingen. Zodra de oplossing in productie draait of het verkeer meegroeit met het bedrijf, stijgt ook de te betalen rekening waarmee de hypervisors komen fors.”

Varity definieert zichzelf als de Ops in DevOps. “We zijn operators. Developers hebben dan soms het gevoel op ons te moeten wachten en de hypervisors speelden daarop in door te zeggen: ‘klik je oplossing zelf bij elkaar’. Dus de afgelopen vijf jaar zag je dat men de Ops in Dev­Ops probeerde minder belangrijk te maken. Maar zo ontstaat wel een lock-in. Wie met ons werkt krijgt een alternatief.”

Zoals bekend is er in Nederland schaarste in stroomaansluitingen. Netcongestie zorgt inmiddels voor een wachtlijst van duizenden bedrijven die een aansluiting willen voor afname of juist levering van stroom. Er wordt de komende jaren daarom gewerkt aan verzwaring van het landelijke elektriciteitsnet. In de tussentijd worden er andere ­oplossingen uitgewerkt. Zoals in Zeeland, waar de grootste megabatterij van Nederland ­ruimte blijkt te kunnen creëren.

Volgens TenneT, beheerder van het landelijke hoogspanningsnet, zat het regionale stroomnet in Zeeland in 2023 al aan zijn max. Hierdoor kwamen nieuwe grootverbruikers van elektriciteit net als in andere provincies op een wachtlijst te staan. Dankzij een innovatieve samenwerking tussen netbeheerder TenneT, regionale netbeheerder Stedin en batterijbedrijf Lion Storage is er recent ruimte gecreëerd voor tientallen ondernemers, terwijl er van netverzwaring nog geen sprake is. Hoe kan dat en welk perspectief biedt de gevonden oplossing voor de nabije toekomst van andere ondernemers op de wachtlijst?

Grootste batterij

Lion Storage bouwt in Zeeland aan de grootste batterijopslag in ons land tot nu toe. Het gaat om een installatie van Megapack 2 XL, het industriële energieopslagsysteem van Tesla. De batterijen zijn in 2027 volledig operationeel en kunnen 1400 MWh laden en ontladen met een vermogen van 350 MW, meerdere keren per dag. De capaciteitswinst die Tennet in samenwerking met regio­nale netbeheerder Stedin hebben gevonden in samenwerking met Lion Storage, zit hem in de flexibiliteit van laden en ontladen.

Flexibele aansluiting

Aanvankelijk had Lion Storage een normaal stroomcontract voor 24/7 toegang tot het net. In overleg is dit omgezet naar een tijdsduurgebonden contract. In dit zogenoemde flexcontract is vastgelegd dat Lion Storage voor 85% van de dag gegarandeerde toegang tot het net heeft. Deze contractvorm maakt het mogelijk om netcapaciteit vrij te maken. Door alleen op gunstige momenten te laden of te ontladen, voorkomt de batterij belasting van het net tijdens spitsuur en wordt ruimte gecreëerd voor andere gebruikers. In ruil voor het flexibele contract krijgt Lion Storage een korting op de nettarieven.

In ruil voor het flexibele contract krijgt Lion Storage een korting op de nettarieven.

Toewijzing van capaciteit

Door deze nieuwe afspraak tussen genoemde partijen komt er al voor komende zomer 350 megawatt aan netcapaciteit vrij. Die capaciteit wordt slechts deels toegewezen aan bedrijven op de wachtlijst: 70 megawatt, genoeg voor enkele tientallen mkb-bedrijven. Eugène Baijings, program manager congestion management bij Tennet, legt uit hoe daartoe is besloten. “De toewijzing gebeurt op basis van volgorde op de wachtlijst, maar ook het zogeheten ‘prioriteringskader’ speelt een rol.

Bedrijven die helpen om de netcongestie te verminderen, zoals andere batterijbedrijven, krijgen voorrang.  Daarnaast wordt een deel gereserveerd voor organisaties die zorgen voor veiligheid, zoals ziekenhuizen en hulpdiensten. Ook aanvragers in de categorie ‘basisbehoeften’, zoals scholen en woonwijken, behoren tot de groepen met prioriteit.”

Bedrijven die helpen om de netcongestie te verminderen, zoals andere batterijbedrijven, krijgen voorrang.

Innovatieve stap

Misschien lijkt 70 megawatt ruimte op het stroomnet niet zo veel gezien de lange wachtlijst met bedrijven, maar de partners in dit traject zijn toch heel ­enthousiast over wat zij zien als een innovatieve stap. Zo zegt TenneT bij monde van Robert Kuik, directeur netplanning, in een reactie op de website van de netbeheerder dat er sprake is van een veelbelovende oplossing. “Dit is de eerste keer dat we via deze nieuwe contractvorm ruimte voor klanten op de wachtlijst creëren. Dat smaakt naar meer.”

Jeroen Althoff, CTO van Lion ­Storage, ziet zijn flexibele stroomcontract als voorbeeld van hoe batterijen kunnen bijdragen aan een slimmer en toekomstbestendig energiesysteem. “Door flexibel om te gaan met onze toegang tot het elektriciteitsnet ontstaat er ruimte voor andere ondernemers in Zeeland.”

Door flexibel om te gaan met onze toegang tot het elektriciteitsnet ontstaat er ruimte voor andere ondernemers.

Zeeland als proeftuin

De totale aanvraag van ondernemers op de wachtlijst in Zeeland bedraagt momenteel ruim 2000 megawatt voor meer dan 300 bedrijven. Er is dus alleen al in deze provincie nog een lange weg te gaan, maar Zeeland geldt door de afspraken met Lion Storage nu wel als proeftuin voor de rest van Nederland. Er wordt door TenneT dan ook druk gesproken met andere partijen over flexibilisering van contracten voor toegang tot het stroomnet.

Baijings: “Er is zeker potentieel om langs deze weg extra ruimte op het net te creëren. Vooral partijen die met batterijen werken zijn hiervoor geschikt. Het vergt wel een omschakeling in denken bij de betrokken bedrijven, omdat zij hun continu-toegang opgeven. Hoeveel ruimte dit precies kan opleveren is dan ook lastig in te schatten omdat we afhankelijk zijn van de bereidheid van partijen. Toch denk ik dat flexibilisering van contracten op de langere termijn structureel kan bijdragen aan het oplossen van netcongestie.”

Flexibilisering van contracten op de langere termijn kan structureel bijdragen aan het oplossen van netcongestie.

Toekomstperspectief

Baijings weet uiteraard dat flexibele toegang van grootgebruikers tot het stroomnet bijdraagt aan een oplossing, maar dat er nog veel meer nodig is om Nederland van het stroomslot te halen. Wat zijn de andere oplossingen waaraan volgens hem landelijk wordt gewerkt? “Wij bekijken alle mogelijkheden voor structurele netverzwaringen, waarvoor miljarden worden geïnvesteerd. Dergelijke uitbreidingen kosten helaas veel tijd door onder andere lange vergunningsprocedures en personeelstekorten. Samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) hebben we recent wel een pakket maatregelen samen­gesteld om de benodigde procedures te versnellen. De overige oplossingen liggen in flexibele omgang met het verbruik en opwekken van stroom, het verplaatsen van verbruik naar momenten met meer ruimte op het net en het inzetten van lokale stroom­opslag achter de meter.”

Flex-subsidie

‘Stroomopslag achter de meter’ betekent dus batterijen die bedrijven zelf plaatsen om hun beroep op het stroomnet te flexibiliseren. Aangezien dat kan betekenen dat er stevig geïnvesteerd moet worden, is het goed om te weten dat er ook subsidie beschikbaar is. Organisaties met een gecontracteerd transportvermogen van 100 kW of meer kunnen hiervoor een ­beroep doen op de regeling Flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e).

Mike Giresi zal op 30 juni starten als Global Chief Information Officer (CIO) bij Vertiv. In deze rol is hij verantwoordelijk voor AI-adoptie, cybersecurity, productbeveiliging en verbeterde productiviteit en klantervaring met behulp van digitale middelen.

Giresi heeft meer dan dertig jaar ervaring in de IT, waarvan meer dan twintig jaar in leidinggevende posities. Hij was tot voor kort Chief Digital Officer bij elektronicaproducent Molex. Daarvoor was hij onder meer Chief Digital & Technology Officer bij Aramark, CIO van Royal Caribbean Cruises, Ltd., CIO van Tory Burch, CIO van Direct Brands (Columbia House & Doubleday) en CIO en SVP IT bij Godiva Chocolatier.

“Een sterke IT-visie en -uitvoering staan centraal in onze strategie om marktleider te blijven en de waarde die wij onze klanten bieden voortdurend te vergroten,” zegt Giordano Albertazzi, CEO van Vertiv. “Mike begrijpt als geen ander waar de kansen binnen het snel veranderende AI-, IT- en digitale landschap liggen. Hij beschikt over de ervaring, focus en expertise om onze concurrentievoordelen te versterken.”

“Ik kijk ernaar uit om bij Vertiv aan de slag te gaan,” vertelt Giresi. “Ik ga de wereldwijde teams helpen om waarde toe te voegen door het verder ontwikkelen van de digitale strategie van het bedrijf. Door de klantervaring, productontwikkeling en productiecapaciteiten van Vertiv verder te ontwikkelen en te verbeteren, versnellen we de adoptie van AI en digitalisering voor hyperscale-, enterprise- en edge-klanten.”

Axians en Odido Business sluiten een strategisch partnership om de bereikbaarheid van medewerkers te verbeteren. Door integratie van Odido’s mobiele telefonie en Teams Phone Mobile van Microsoft breidt Axians haar portfolio uit en biedt daarmee naar eigen zeggen een betere en geïntegreerde as a Servic- communicatieoplossing.

Wij geloven niet in één oplossing voor iedereen”, zegt Peter Gijzenberg, Head of Partner Sales en IoT bij Odido Nederland. “Daarom werken wij met een divers partnerkanaal en is de opzet van al onze diensten modulair. Axians is een sterke system integrator die een landelijke serviceorganisatie die 24×7 monitoring en beheer levert. In situaties waarin het belangrijk is dat geen enkel communicatiesignaal verloren gaat, kunnen wij samen met Axians de juiste oplossing bieden.”

Het portfolio van Odido is een perfect passende aanvulling voor Axians. Naast vaste telefonie vanuit de cloud stelt dit ons in staat om ook de mobiele connectiviteit te verzorgen. Daarnaast maakt de in Nederland unieke module Teams Phone Mobile het mogelijk om verschillende devices en business applicaties met elkaar te verbinden aldus Bart Selten, Director bij Axians.

De wetsvoorstellen voor de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten zijn recent aangeboden aan de Tweede Kamer. Beide voorstellen vormen de nationale implementatie van respectievelijk de Europese NIS2-richtlijn (Network and Information Security) en de CER-richtlijn (Critical Entities Resilience). Deze richtlijnen zijn gericht op het versterken van de digitale weerbaarheid en de fysieke beveiliging van vitale infrastructuren binnen de Europese Unie.

Na het advies van de Raad van State in februari 2025 zijn de wetsvoorstellen nu officieel ter behandeling voorgelegd aan de Tweede Kamer. Indien deze worden aangenomen, volgt aansluitend de behandeling in de Eerste Kamer.

De aanvankelijke planning om de wetten in het derde kwartaal van 2025 te laten ingaan, is bijgesteld. De regering streeft er nu naar om beide wetten in het tweede kwartaal van 2026 in werking te laten treden. Deze planning is afhankelijk van het verloop van de parlementaire behandeling.

Tot het moment van inwerkingtreding zijn organisaties nog niet wettelijk verplicht te voldoen aan de bepalingen uit de NIS2- en CER-richtlijnen. Wel hebben organisaties in sommige gevallen al rechten op basis van de NIS2-richtlijn, zoals het ontvangen van ondersteuning bij incidenten door een Computer Security Incident Response Team (CSIRT).

Ondanks het uitstel adviseert de Rijksoverheid organisaties om nu al te starten met voorbereidingen, gezien de inspanning die de implementatie van de zorgplicht en andere maatregelen vraagt. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) biedt hiervoor praktische handvatten en een uitgebreide FAQ.

Organisaties kunnen terecht bij de website van de NCTV voor nadere informatie over de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Voor vragen over de Cyberbeveiligingswet biedt het Digital Trust Center (DTC) ondersteuning via de NIS2-themaruimte op de DTC Community. Hier kunnen ondernemers en cybersecurityprofessionals ervaringen uitwisselen en vragen stellen.

Actuele ontwikkelingen worden gedeeld via de website van het DTC, LinkedIn, Mastodon en de DTC Community.

Tijdens Oracle CloudWorld 2024 sprak Larry Ellison, oprichter en CTO van Oracle, duidelijke taal: “Het tijdperk van de open multi-cloud is aangebroken.” Met die uitspraak markeerde hij een strategisch kantelpunt in de manier waarop organisaties omgaan met cloudtechnologie.

Waar voorheen vendor lock-in en silo’s domineerden, is er nu een duidelijke verschuiving naar samenwerking, interoperabiliteit en klantkeuze. Deze visie heeft grote implicaties voor partners en cloudproviders die zich in dit landschap positioneren. Larry Ellison benadrukte in zijn keynote het belang van samen-werking tussen grote cloudleveranciers. Oracle heeft bijvoorbeeld OCI-diensten geïntegreerd in AWS-datacenters, waardoor klanten Oracle Database kunnen draaien in de infrastructuur van Amazon.

“Klanten willen niet vastzitten aan één cloud. Ze willen de vrijheid om het beste van elke provider te gebruiken,” aldus Ellison. Deze openheid is niet alleen een strategische keuze van Oracle, maar weerspiegelt een bredere trend in de industrie.

Ook andere hyperscalers volgen deze lijn. Google Cloud biedt met BigQuery Omni een analyseplatform dat werkt over Google Cloud, AWS en Azure. Thomas Kurian, CEO van Google Cloud, stelt in een interview met CNBC: “Klanten willen hun data analyseren waar deze zich ook bevindt, zonder dataverkeer tussen
clouds.”

Microsoft heeft ook zwaar ingezet op samenwerking. Azure ondersteunt een breed scala aan technologieën en biedt met Arc een platform voor het beheren van workloads over meerdere omgevingen. Satya Nadella, CEO van Microsoft, verwoordde het als volgt: “De -wereld is hybride en multi-cloud. Onze klanten verwachten die flexibiliteit.”

Security van groot belang

Deze koersverandering biedt -duidelijke kansen voor IT-partners en dienstverleners. Zij kunnen zich profileren als integratiespecialist, bruggenbouwer en vertrouwensadviseur in een wereld waarin klanten -zoeken naar een coherent multi-cloud-beleid. System integrators, managed service providers en onafhankelijke softwareleveranciers (ISV’s) hebben een belangrijke rol in het ontwerpen, bouwen en beheren van multi-cloud-architecturen.

Volgens een recent rapport van Gartner zal tegen 2027 meer dan 75% van alle grote organisaties een actieve multi-cloudstrategie hanteren. Dit stelt hoge eisen aan governance, beveiliging en kostenbeheer. Partners die hierin gespecialiseerd zijn, kunnen zich onderscheiden door middel van diepgaande -kennis, compliance-expertise en pragmatische tooling.

Beveiliging is een ander speerpunt. Ellison wees in zijn keynote op nieuwe innovaties zoals zero-trust packet routing (ZPR), waarmee netwerkverkeer actief wordt gecontroleerd en geverifieerd. Dit sluit aan bij een breder besef dat traditionele perimetermodellen niet meer volstaan. Google nam in april 2024 cybersecuritybedrijf Wiz over voor ruim 30 miljard dollar, met als doel om cloudbeveiliging in multi-cloudomgevingen te versterken.

Aandacht voor compliancy

Partners kunnen klanten ondersteunen met security assessments, identity management, SIEM-oplossingen en zero-trust implementaties over verschillende cloudplatforms heen. Daarnaast speelt compliance een grotere rol, zeker in sectoren als overheid, zorg en financiële dienstverlening, waar nationale regelgeving dwingt tot soevereine cloudoplossingen.

Oracle speelt hierop in met oplossingen als Dedicated Region -Cloud@Customer, waarbij een volledige cloudregio bij de klant op locatie draait. Dit sluit aan bij de behoefte aan gegevenssoevereiniteit zonder daarbij in te moeten leveren op functionaliteit. AWS biedt met Outposts een vergelijkbare dienst, en ook Microsoft en Google ontwikkelen lokale cloudzones om aan wet- en regelgeving te voldoen.

Voor cloudproviders betekent dit dat zij hun portfolio moeten afstemmen op multi-cloudomgevingen. Denk aan het aanbieden van cloud management platforms (CMP’s) die zicht en grip geven op gebruik, kosten en security over meerdere clouds. Ook API-integraties, monitoring-tools en AI-gebaseerde optimalisatiediensten worden steeds belangrijker.

Een goed voorbeeld is Mirantis, dat Kubernetes-oplossingen -levert die draaien over meerdere clouds. In een whitepaper uit 2024 stelt Mirantis–CTO Adam Parco: “De toekomst ligt niet in kiezen -tussen clouds, maar in het kunnen -schakelen tussen hen. Partners die dat -mogelijk maken, winnen het vertrouwen van de klant.”

Partners moeten allianties smeden

Voor partners ligt de sleutel in specialisatie en samenwerking. Door niet zelf alles te willen doen, maar slimme allianties aan te gaan met technologiepartners en andere specialisten, ontstaat een ecosysteem waarin de klant optimaal wordt bediend. Het opbouwen van kennis over de nuances van elk cloudplatform, het benutten van certificeringen en het investeren in security- en compliance-expertise zijn hierbij cruciaal.

Het multi-cloudtijdperk vraagt om een herijking van businessmodellen. Van productverkoop naar dienstverlening, van infrastructuurbeheer naar strategisch advies, en van techniek naar vertrouwen. De klant verwacht dat partners en providers niet alleen leveren, maar ook begeleiden, beveiligen en optimaliseren.

Zoals Ellison het stelde: “De toekomst van cloud is niet monopolie, maar samenwerking.” Voor IT-partners en cloudproviders die deze -visie omarmen, ligt er een uitgelezen kans om zich opnieuw uit te vinden als onmisbare schakel in een open, flexibele en veilige digitale wereld.