Commvault en Microsoft kondigen een meerjarige strategische samenwerking aan waarbij Commvault beschikbaar komt als native ISV-dienst op het Azure-cloudplatform. Azure-klanten kunnen de cyberweerbaarheidsoplossingen van Commvault daardoor rechtstreeks via Azure inrichten en beheren. De public review staat gepland voor de zomer van 2026.

Commvault wordt opgenomen in het Microsoft Azure-platform als native ISV-dienst. Dit betekent dat Azure-klanten de cyberweerbaarheids- en hersteloplossingen van Commvault kunnen inrichten en beheren zonder afzonderlijke infrastructuur op te zetten of systemen handmatig te koppelen.

Volgens Commvault stelt de integratie organisaties in staat om data, applicaties en identiteiten te herstellen na cyberaanvallen, storingen of menselijke fouten. De samenwerking omvat daarnaast een geïntegreerde ervaring voor inkoop, onboarding en beheer binnen de bestaande Azure-omgeving.

Beschikbaar via Microsoft Marketplace

Commvault Cloud is aan te schaffen via de Microsoft Marketplace en het gebruik is op te nemen binnen een Microsoft Azure Consumption Commitment (MACC). Dat vereenvoudigt het inkoopproces en maakt het mogelijk om uitgaven aan cyberweerbaarheid te koppelen aan bestaande cloudbudgetten, aldus het bedrijf.

Commvault-president en CEO Sanjay Mirchandani benadrukt dat de samenwerking met Microsoft al meer dan 25 jaar loopt en nu een nieuwe fase ingaat. Hij wijst erop dat veel klanten Azure gebruiken om cloudactiviteiten op te schalen en AI in te zetten.

Microsoft-president Azure Core Girish Bablani stelt dat de native ondersteuning van Commvault op Azure klanten meer keuze geeft in hoe zij hun data beschermen en herstellen, binnen een volledig geïntegreerde Azure-omgeving.

Go-to-market samenwerking

De twee bedrijven gaan samenwerken aan gezamenlijke go-to-market initiatieven, waaronder co-selling en het ontwikkelen van geïntegreerde salestrajecten. Commvault geeft aan hiermee cloudtransities te willen versnellen en de adoptie van cyberweerbaarheid op Azure te stimuleren.

De native ISV-dienst op Azure is naar verwachting deze zomer beschikbaar in public review.

Investeringsmaatschappij NLI Capital is meerderheidsaandeelhouder geworden in Holland ICT Groep, een Nederlands platform van managed IT-dienstverleners voor het MKB. Het bedrijf bedient vanuit zes regionale partnerbedrijven ruim 1.300 klanten met managed services, cybersecurity, cloud en modern workplace-oplossingen. Met de investering wil NLI Capital de buy-and-build-strategie van Holland ICT Groep versnellen.

NLI Capital heeft een meerderheidsbelang genomen in Holland ICT Groep (HIG) en stelt aanvullend kapitaal beschikbaar voor groei en overnames. Founder en CEO Pieter van Woerden blijft als materiële aandeelhouder en directeur verbonden aan het bedrijf. Financieringspartner Kartesia treedt toe, vertegenwoordigd door Ruben Moen en Jan-Paul van Hees.

Holland ICT Groep telt ruim zestig medewerkers en opereert vanuit zes regionale partnerbedrijven. De omzet is volgens het bedrijf grotendeels contractueel terugkerend. Het model houdt in dat lokale partnerbedrijven hun eigen merk en klantrelaties behouden, terwijl zij gebruikmaken van een gedeeld operationeel platform voor finance, HR, compliance en informatiebeveiliging.

Buy-and-build in een gefragmenteerde markt

De Nederlandse MSP-markt telt naar schatting meer dan 3.000 aanbieders. NLI Capital stelt dat structurele factoren zoals toenemende digitalisering bij het MKB, strengere cybersecurityvereisten en een aanhoudend tekort aan IT-personeel de vraag naar uitbesteding aanjagen. Het bedrijf ziet in die fragmentatie een consolidatiemogelijkheid voor Holland ICT Groep.

Rutger Nuij, directeur Private Equity van NLI Capital, noemt drie factoren achter de investering: een organisch groeiende omzetbasis met terugkerende inkomsten, een actieve overnamepijplijn in een gefragmenteerde markt en een organisatie die volgens hem klaar is voor verdere schaalvergroting.

Van Woerden geeft aan dat de samenwerking met NLI Capital de slagkracht en het tempo van Holland ICT Groep moet vergroten, met als doel een sterkere landelijke aanwezigheid.

Nieuwe COO aangesteld

Richard Bronzwaer treedt toe als COO, bestuurder en mede-aandeelhouder. Hij brengt ervaring mee op het gebied van buy-and-build-executie, post-merger integratie en exits binnen de MSP-sector. Bronzwaer geeft aan dat hij samen met Van Woerden, de partnerbedrijven en aandeelhouders verder wil bouwen aan de toekomst van de organisatie.

Bij de transactie waren onder meer Perspectief Adviesgroep, Osborne Clarke, 9Corporate, Sincerius, DLA Piper en JSA betrokken als adviseurs.

Microsoft heeft samen met Europol en internationale partners juridische stappen gezet tegen de cybercrime-tools Amadey en StealC. De actie richt zich op de onderliggende infrastructuur die cybercriminelen gebruiken voor ransomware, diefstal van inloggegevens en fraude. Nederland staat wereldwijd op de negende plaats van landen met de meeste StealC-slachtoffers.

De Microsoft Digital Crimes Unit (DCU) heeft samen met Europol en meerdere partners juridische actie ondernomen tegen de malwaretools Amadey en StealC. De aanpak maakt deel uit van Operation Endgame, een internationale campagne waarbij ook nationale opsporingsdiensten en private partijen betrokken zijn.

Twee tools, één aanvalsketen

Amadey en StealC worden door cybercriminelen in combinatie ingezet. Amadey zorgt voor toegang tot apparaten; StealC buitmaakt vervolgens wachtwoorden en andere gevoelige gegevens. Alleen al in de eerste twee weken van mei registreerde Microsoft wereldwijd meer dan 140.000 unieke geïnfecteerde IP-adressen die verband hielden met beide tools.

De actie richt zich nadrukkelijk op de bredere infrastructuur achter deze aanvallen, en niet op individuele incidenten. Microsoft stelt dat die aanpak meer effect heeft dan het bestrijden van afzonderlijke dreigingen.

Nederland in de top tien van StealC-slachtoffers

Nederland staat wereldwijd op de negende plaats van landen met de meeste slachtoffers van StealC-malware. Dat plaatst Nederlandse organisaties en gebruikers in een risicogroep die extra aandacht verdient bij het monitoren van inloggegevens en het detecteren van ongeautoriseerde toegang.

AI ingezet voor malwareanalyse

Microsoft geeft aan dat het AI heeft gebruikt, waaronder Microsoft Copilot, om malware sneller te analyseren en verbanden tussen cybercriminele netwerken in kaart te brengen. Volgens het bedrijf verkortte dit de tijd die nodig is om patronen en samenwerkingsverbanden tussen criminelen te identificeren.

De bevindingen zijn gepubliceerd in een blogpost van Steven Masada, Assistant General Counsel bij de Microsoft Digital Crimes Unit.

Photon Capital voegt Levelfour Networks toe aan zijn managed network- en securityplatform. Het is de derde overname van de investeringsgroep, na CrowdXS en Cloud Networks. Levelfour is actief in de retail-, hospitality- en zorgsector en levert internet-, telefonie- en netwerkinfrastructuuroplossingen aan zakelijke klanten.

Levelfour is in 2015 opgericht en levert netwerk- en communicatieoplossingen aan zakelijke klanten, met een concentratie in de retail-, hospitality- en zorgsector. Het bedrijf verzorgt internet-, telefonie- en netwerkinfrastructuuroplossingen voor organisaties met bedrijfskritische connectiviteitsbehoeften.

Volgens Photon Capital voegt de overname een complementaire klantenbasis toe aan het platform en vergroot die de aanwezigheid van de groep binnen de drie genoemde sectoren. Daarnaast breidt het dienstenaanbod zich uit met expertise op het gebied van telefonie en wholesale networking.

Geïntegreerd platform

De drie bedrijven opereren samen als één platform voor connectiviteits-, netwerk- en securitydiensten. Vanuit meerdere locaties in Nederland ondersteunt de groep organisaties bij het ontwerp, de implementatie en het 24/7 beheer van IT-omgevingen. Kees van Bommel, partner bij Photon Capital, geeft aan dat de acquisitie een stap is in de verdere uitvoering van de buy-and-build-strategie van de groep.

Photon Capital stelt zich ten doel het platform verder uit te bouwen via organische groei en gerichte overnames, met als beoogd resultaat een positie als managed network- en securityprovider op nationale schaal.

Nederlandse organisaties gebruiken AI voornamelijk om efficiënter te werken, maar zetten de technologie zelden in voor bredere organisatorische vernieuwing. Van de vier Europese landen in het onderzoek scoort Nederland op vrijwel alle dimensies van wendbaarheid het laagst. Slechts elf procent van de Nederlandse bestuurders neemt expliciet eigenaarschap voor technologische transformatie, blijkt uit de Tech Reality Check 2026 van Conclusion.

Het onderzoek, uitgevoerd onder 1.058 IT-beslissers in Nederland, Duitsland, Portugal en Spanje, laat zien dat AI breed beschikbaar is maar organisatorisch achterblijft. Conclusion stelt dat 74 procent van de respondenten in de vier landen AI inzet om bestaande processen sneller of goedkoper te maken, niet om die processen fundamenteel anders in te richten.

Nederland onderaan in wendbaarheid

Binnen de onderzochte landen valt Nederland negatief op. Waar elf procent van de Nederlandse bestuurders en directieleden expliciet eigenaarschap neemt voor technologische transformatie, ligt dat aandeel in Duitsland op 31 procent en in Portugal op dertig procent. Ook de afwachtende houding is het sterkst aanwezig in Nederland: 29 procent van de bestuurders geeft aan te wachten tot verandering onvermijdelijk is. Dat percentage is het hoogste van alle onderzochte landen.

Conclusion geeft aan dat AI-adoptie daardoor in Nederland vaker beperkt blijft tot losse toepassingen en efficiëntiewinst, in plaats van door te groeien naar een herziening van processen, rollen en besluitvorming.

Lage opbrengsten op alle meetpunten

De terughoudendheid aan de top is zichtbaar in de gerapporteerde resultaten. Dertig procent van de Nederlandse respondenten noemt snellere of betere besluitvorming als opbrengst van AI, tegenover 64 procent in Duitsland. Bij dienstverlening rapporteert 34 procent van de Nederlandse organisaties verbetering, tegenover 56 procent in Portugal.

Daarnaast ziet dertien procent van de Nederlandse respondenten nog helemaal geen merkbare AI-effecten — ook dat is het hoogste aandeel van alle onderzochte landen.

Eigenaarschap als ontbrekende schakel

Bastiaan Sjardin, AI officer bij Conclusion Intelligence, stelt dat AI pas waarde creëert als organisaties niet alleen bestaande processen versnellen, maar ook durven kijken naar hoe werk anders kan worden ingericht. Volgens Sjardin is de technologie in Nederland wel beschikbaar, maar blijven leiderschap en eigenaarschap achter. De volgende stap gaat wat hem betreft niet over meer experimenteren met tools, maar over het beantwoorden van drie vragen: welke processen wil een organisatie veranderen, welke vaardigheden zijn daarvoor nodig, en wie voelt zich verantwoordelijk voor de transformatie. Zonder dat eigenaarschap blijft AI volgens Sjardin een optimalisatielaag bovenop de bestaande organisatie.

De Tech Reality Check 2026 is het eerste onderzoek in een jaarlijks terugkerende reeks van Conclusion. Het rapport behandelt vier thema’s: kosten en technische schuld, digitale soevereiniteit, samenwerking in data-ecosystemen en wendbaarheid in een AI-gedreven organisatie. Het volledige rapport is beschikbaar via conclusion.nl.

Aanvallers misbruiken kwetsbaarheden steeds vaker voordat een leverancier een patch heeft uitgebracht. Dat blijkt uit het Global Threat Landscape 2026 van Northwave Cyber Security, gebaseerd op SOC-data, incidentresponsactiviteiten en dreigingsanalyses. Het rapport laat zien dat AI het tempo van aanvallen opdrijft, cyberafpersing ook kleinere organisaties treft en Business Email Compromise in 2025 de meest voorkomende incidentcategorie was.

In 2025 werden wereldwijd meer dan 48.000 nieuwe kwetsbaarheden geregistreerd. Tegelijkertijd duurde het gemiddeld 43 dagen voordat organisaties een beschikbare beveiligingsupdate hadden geïnstalleerd. Northwave Cyber Security signaleert in zijn rapport dat aanvallers kwetsbaarheden al kennen en actief misbruiken nog voordat de leverancier een oplossing publiceert. Daarmee verliest de traditionele patch-cyclus als verdedigingsstrategie aan effectiviteit.

Volgens Northwave versnelt AI het hele aanvalsproces: van het ontdekken van kwetsbaarheden tot het ontwikkelen van werkende exploits. Daardoor opereren aanvallers op een tempo dat organisaties met conventionele beveiligingscycli niet kunnen bijhouden. Het bedrijf stelt daarnaast dat generatieve AI drempelverlagend werkt: technieken die vroeger specialistische kennis vereisten, zijn nu ook inzetbaar voor minder ervaren aanvallers. Ook het ontwikkelen van maatwerkmalware wordt eenvoudiger, waardoor bestaande detectiemethoden minder effectief worden.

Chief Technology Officer Christiaan Ottow beschrijft een recente ransomwareaanval die grotendeels geautomatiseerd verliep via AI. De aanval verliep in een ongebruikelijk hoog tempo en vond op meerdere fronten tegelijk plaats. Ottow geeft aan dat dergelijke aanvallen nog niet de norm zijn, maar dat het incident wel illustreert in welke richting cybercriminaliteit zich ontwikkelt.

Middelmatige meldingen, grote impact

Northwave’s SOC-team verwerkt jaarlijks meer dan 2,5 miljoen beveiligingsmeldingen. Slechts 5 procent krijgt de classificatie ‘hoog risico’, maar die groep vertegenwoordigt 19 procent van de bevestigde dreigingen. Opvallender is dat 64 procent van alle bevestigde dreigingen voortkomt uit meldingen die aanvankelijk als ‘middelmatig risico’ werden aangemerkt. Nog eens 17 procent ontstaat uit meldingen met een lage ernstgraad.

Ottow stelt dat organisaties die hun beveiliging inrichten op snelheid en efficiëntie daarmee onbedoeld blinde vlekken creëren, omdat aanvallen steeds vaker beginnen met signalen die pas in samenhang hun werkelijke betekenis krijgen.

Cyberafpersing treft ook MKB

Cyberafpersing blijft een van de grootste dreigingen voor Europese organisaties. Northwave meldt dat de focus van aanvallers verschuift van het versleutelen van systemen naar het buitmaken van gevoelige gegevens en dreigen met publicatie daarvan. Wereldwijd werden in 2025 meer dan 8.000 organisaties vermeld op zogeheten dataleksites, een recordaantal.

Ongeveer 60 procent van de bedrijven die vorig jaar gebruikmaakten van Northwave’s CERT-diensten, koos ervoor geen losgeld te betalen. Wanneer er wel werd betaald, was het voorkomen van openbaarmaking van gestolen gegevens doorgaans de reden. In de Benelux waren de bouw, de overheid, de gezondheidszorg en zakelijke en IT-diensten in de eerste vijf maanden van 2026 de sectoren die het vaakst op dataleksites verschenen.

Uit internationale gegevens blijkt dat ongeveer 80 procent van de op dataleksites genoemde organisaties in 2025 minder dan 500 medewerkers had. Cyberafpersing is daarmee geen exclusief probleem voor grote ondernemingen.

Lead Crisis Communication Marcel Vielvoije geeft aan dat de naam van een getroffen organisatie binnen enkele minuten na publicatie op een dataleksite al tot vragen van media, klanten en toezichthouders kan leiden. Goede voorbereiding — inclusief heldere beslissingsbevoegdheden en communicatielijnen — bepaalt volgens hem het verschil tussen controle en chaos.

BEC omzeilt MFA

Business Email Compromise was in 2025 verantwoordelijk voor meer dan 40 procent van alle incidentresponszaken van Northwave, waarmee het cyberafpersing als meest voorkomende categorie voorbijstreefde. Het bedrijf stelt dat aanvallers via phishingkits, beschikbaar op het dark web, voor enkele tientjes per maand MFA kunnen omzeilen door sessies en authenticatietokens te stelen. Northwave geeft aan dat MFA-omzeiling inmiddels voorkomt in alle BEC-zaken waarbij het bedrijf onderzoek doet.

Aanbevelingen

Northwave adviseert organisaties hun aanvalsoppervlak te verkleinen door publieke systemen, cloudomgevingen en webapplicaties continu te monitoren en snel te patchen. Aanvullende maatregelen zoals netwerksegmentatie en extra beveiliging rond cloud- en SaaS-omgevingen moeten aanvallers vertragen. Tegelijkertijd moeten beveiligingsteams, crisisteams en het senior management gezamenlijk oefenen in incidentrespons, met vooraf vastgelegde beslissingsbevoegdheden.

De helft van de Nederlandse organisaties heeft geen duidelijke governance voor het gebruik van AI, terwijl 84 procent van de cybersecuritybeslissers aangeeft dat AI-tools wel degelijk worden ingezet. Dat blijkt uit onderzoek van KnowBe4, uitgevoerd door Vanson Bourne onder 250 Nederlandse respondenten. Het ontbreken van beleid vergroot volgens het bedrijf het risico op ongecontroleerd gebruik van AI-tools buiten het zicht van de organisatie.

KnowBe4 presenteert de uitkomsten van een onderzoek naar de staat van AI-governance en AI-gerelateerde cyberrisico’s in Nederland. Vanson Bourne voerde het onderzoek uit onder 4.000 respondenten wereldwijd, waaronder 50 cybersecuritybeslissers en 200 medewerkers bij Nederlandse organisaties met minimaal 250 medewerkers.

Gebruik loopt voor op beleid

Uit het onderzoek blijkt dat 84 procent van de Nederlandse cybersecuritybeslissers aangeeft dat AI-tools worden ingezet binnen de organisatie. Daarvan werkt 58 procent al met autonome AI-agents die zelfstandig acties uitvoeren binnen bedrijfsprocessen. De helft van de beslissers stelt tegelijkertijd dat er geen duidelijke governance-richtlijnen zijn voor dat gebruik.

Dat gebrek aan beleid vertaalt zich in risico’s rondom zogeheten ‘Shadow AI’: het gebruik van AI-tools en AI-agents buiten het zicht van de organisatie. Iets meer dan een kwart van de ondervraagde medewerkers (27 procent) geeft aan eigen AI-tools te gebruiken wanneer door de organisatie goedgekeurde alternatieven ontbreken of te beperkend zijn. Opvallend daarbij is dat 81 procent van diezelfde medewerkers zich bewust is van het risico dat ingevoerde informatie kan worden opgeslagen of verder kan worden gebruikt op manieren die gevoelige bedrijfsdata blootstellen.

De gevolgen zijn merkbaar: 50 procent van de cybersecuritybeslissers geeft aan dat niet-goedgekeurde software en AI-applicaties een negatieve impact hebben op de beveiligingspositie van de organisatie. Daarnaast noemt 48 procent het veilig beheren van AI-tools en AI-agents de grootste uitdaging bij het beperken van mensgerelateerde cyberrisico’s.

Deepfakes: herkend, maar onderschat

Het onderzoek wijst ook op de groeiende rol van AI bij aanvallen. Negentig procent van de Nederlandse medewerkers geeft aan dat deepfake-video’s en -audiobestanden inmiddels zo realistisch zijn dat het lastig te bepalen is welke informatie nog te vertrouwen is. Zesenzestig procent denkt zelf slachtoffer te kunnen worden van deepfake-oplichting op de werkvloer.

Toch verwacht slechts 16 procent van de Nederlandse cybersecuritybeslissers dat AI-gedreven dreigingen het cyberrisico voor hun organisatie het sterkst zullen vergroten in de komende twaalf maanden. De helft van de beslissers denkt goed voorbereid te zijn op nieuwe AI-gerelateerde dreigingen. KnowBe4 plaatst daarbij een kanttekening: slechts 6 procent van de organisaties heeft het hoogste volwassenheidsniveau bereikt, waarbij menselijke en AI-gerelateerde cyberrisico’s in samenhang worden beheerd.

Aanvallers opereren op machinesnelheid

Martin Kraemer, CISO Advisor bij KnowBe4, stelt dat de securitypraktijk in een nieuwe fase is beland. Organisaties moeten nu zowel menselijke medewerkers als AI-agents beschermen, terwijl de hybride werkomgeving sneller verandert dan veel securityteams kunnen bijhouden. Kraemer geeft aan dat aanvallers technieken zoals deepfakes en prompt injections inzetten om medewerkers te misleiden en AI-agents te manipuleren. Dat vier op de tien Nederlandse organisaties het AI-gebruik onvoldoende beheert, vormt volgens hem een opening voor cybercriminelen.

Aanvallers maken op grote schaal misbruik van openstaande netwerkdiensten, zwakke inloggegevens en ongepatchte systemen om toegang te krijgen tot bedrijfsnetwerken. Dat blijkt uit de nieuwe SOC Threat Radar van Barracuda, gebaseerd op incidenten die zijn gedetecteerd via Barracuda Managed XDR. De bevindingen laten zien hoe geautomatiseerde aanvalstools gericht zoeken naar configuratiefouten en ontbrekende beveiliging.

Barracuda publiceert de SOC Threat Radar voor juni 2026, met een overzicht van recente dreigingen die zijn onderschept door het eigen Security Operations Center. Drie incidenten staan centraal: een LemonDuck-infectie, een GoldBrute-botnetaanval en een forse toename van password spraying-pogingen op VPN-omgevingen.

LemonDuck misbruikt ongepatchte systemen voor cryptomining

LemonDuck-malware verspreidt zich door netwerken om cryptovaluta te minen en installeert daarbij aanvullende payloads. Volgens Barracuda maakt de malware misbruik van ongepatchte apparaten, zwakke inloggegevens en openstaande poorten. In de geanalyseerde gevallen voerde LemonDuck PowerShell-scripts uit buiten het zicht van de gebruiker, maakte verbinding met command-and-control-servers en creëerde geplande taken om langdurig actief te blijven.

Barracuda adviseert om internet-facing systemen actueel te houden, het gebruik van PowerShell te beperken en MFA af te dwingen.

GoldBrute-botnet richt zich op openstaande RDP-diensten

Het SOC-team detecteerde een actieve GoldBrute-infectie. Deze op Java gebaseerde malware voert brute-force aanvallen uit op openstaande Remote Desktop Protocol-diensten. Gecompromitteerde systemen worden vervolgens ingezet om het botnet verder uit te breiden. Barracuda meldt dat de operators achter GoldBrute recentelijk zijn gelinkt aan ransomware-activiteiten.

Het bedrijf geeft aan dat RDP nooit rechtstreeks aan het internet mag worden blootgesteld. Als alternatieven noemt het een beveiligde VPN of Zero Trust Network Access. Aanvullend adviseert Barracuda om accounts tijdelijk te blokkeren na herhaalde mislukte inlogpogingen.

Password spraying op Fortigate VPN-omgevingen neemt toe

In mei registreerde Barracuda een stijging van 55 procent in password spraying-pogingen afkomstig vanuit Iran, specifiek gericht op Fortigate VPN-omgevingen. Bij password spraying testen aanvallers systematisch veelgebruikte wachtwoorden op een groot aantal accounts, waardoor accountvergrendeling op basis van één gebruiker wordt omzeild. De pogingen werden volgens Barracuda afgeslagen, maar het bedrijf stelt dat de bevindingen laten zien hoe consistent remote access-infrastructuur als aanvalsdoel wordt gebruikt.

Barracuda adviseert MFA verplicht te stellen voor alle externe toegang, een strikt wachtwoordbeleid te handhaven, de zichtbaarheid van VPN-portals te beperken en geografische IP-filtering toe te passen voor regio’s met een verhoogd risico.

Basisfouten als voornaamste aanvalsvector

Een overkoepelende conclusie uit de SOC Threat Radar is dat aanvallers voor initiële toegang zelden complexe zero-day exploits nodig hebben. Barracuda stelt dat onbeveiligde RDP-verbindingen, kwetsbare netwerkapparatuur en zwakke wachtwoorden in de praktijk voldoende zijn. Het bedrijf benadrukt dat continue gedragsmonitoring noodzakelijk is om geautomatiseerde dreigingen te detecteren voordat ze kunnen escaleren naar een ransomware-infectie.

Enreach en Haptap kondigen een samenwerking aan waarbij Enreach-partners toegang krijgen tot een platform voor het beheer van Microsoft Teams Calling-omgevingen. Het platform, dat onder de naam Enreach Call Manager voor Teams wordt uitgebracht, richt zich op nummerbeheer, callflowconfiguratie en multi-tenant klantbeheer. De oplossing wordt beschikbaar in meerdere Europese markten.

Het platform stelt partners in staat om Microsoft Teams Calling-omgevingen van meerdere klanten vanuit één interface te configureren en te beheren. Haptap geeft aan dat het platform nummerbeheer, het instellen van callflows en dagelijks omgevingsbeheer ondersteunt via multi-tenant functionaliteit met rolgebaseerde toegangsrechten.

Door de telefoniediensten van Enreach, waaronder Microsoft Operator Connect, te combineren met het callmanagementplatform, verwacht Enreach dat partners klanten sneller kunnen onboarden en minder tijd kwijt zijn aan handmatige configuratiewerkzaamheden.

Positionering binnen het portfolio

Enreach positioneert de oplossing als een aanvulling op het bestaande Microsoft Teams Calling-portfolio. Tonny Siemons, Business Development Manager bij Enreach, stelt dat de toevoeging van Call Manager for Teams het dagelijkse beheer vereenvoudigt en partners in staat stelt zich meer te richten op klantgerichte dienstverlening.

Mark Herbert, CEO van Haptap, geeft aan dat de snelst groeiende partners in het Teams Calling-segment beschikken over een beheerlaag die hun dienstverlening schaalbaar maakt. Volgens Herbert biedt de samenwerking met Enreach partners een praktisch voordeel bij het werven en behouden van klanten.

Beschikbaarheid

Enreach Call Manager voor Teams wordt uitgerold als onderdeel van het Microsoft Teams Calling-portfolio van Enreach in meerdere Europese markten. Verdere details over prijsstelling en de specifieke markten zijn op dit moment niet bekendgemaakt.

Bechtle Groep Nederland, bestaande uit PQR, ARP, Bechtle en Cadmes, brengt de Bechtle Index of Sovereignty (BIoS) uit. Deze tool stelt het niveau van digitale soevereiniteit van organisaties vast via een assessment van kritieke bedrijfsprocessen, gecombineerd met advies van IT-bedrijfsarchitecten. De uitrol in Nederland is gestart; parallel loopt een pilot in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.

De BIoS combineert een softwaregebaseerde analyse van IT-componenten en applicatiediensten met een gestructureerd criteria-kader en AI-ondersteunde data-aggregatie. Via een gestandaardiseerde vragenlijst brengt het assessment ook de interne competenties van een organisatie in kaart. Bechtle stelt dat deze gegevens als indicator dienen voor het vermogen om zelfstandig te handelen en de eigen digitale omgeving in te richten.

Bechtle-consultants begeleiden klanten van de eerste voorbereidingen tot een eindrapport met aanbevelingen. De BIoS-software houdt rekening met actuele ontwikkelingen in wet- en regelgeving en met mogelijke toekomstige scenario’s. Ook maakt het inzichtelijk hoe wijzigingen in het IT-landschap de mate van digitale soevereiniteit beïnvloeden, en kan worden gevolgd hoe dit niveau zich in de tijd ontwikkelt.

Scenario-analyses en compliance-ondersteuning

Met de BIoS kunnen organisaties alternatieve technologieën en de impact van een eventuele overstap tegen elkaar afwegen voordat zij tot aanschaf overgaan. Volgens Bechtle ondersteunt de documentatie die het assessment genereert de naleving van regelgeving zoals de AVG, de Cyberbeveiligingswet en DORA, en biedt het een objectieve benchmark.

Vice President Marijke Krist van Bechtle Group Benelux geeft aan dat digitale soevereiniteit voor het bedrijf niet betekent dat organisaties grote technologiepartners moeten verlaten, maar dat ze bewust moeten kunnen kiezen. Krist stelt dat daarvoor inzicht nodig is in bestaande afhankelijkheden én een instrument om alternatieven te wegen voordat een besluit valt. Zo kunnen directies en IT-afdelingen volgens haar bepalen waar ze afhankelijk willen blijven, waar ze willen spreiden en waar alternatieven nodig zijn.