Een AI-gegenereerde phishingaanval kan binnen vijf minuten leiden tot blijvende toegang op een endpoint, blijkt uit een Red Team-simulatie van Barracuda Research. Het onderzoek toont hoe aanvallers MFA omzeilen via sessiecookies en vervolgens een voet tussen de deur houden via OAuth-apps en inboxregels. Tegelijk kondigt Barracuda een nieuwe geïntegreerde e-mailbeveiligingsoplossing aan.

Het Red Team gebruikte generatieve AI om een phishingmail op te stellen met een ogenschijnlijk urgent documentverzoek. De testgebruiker opende de mail 21 minuten na ontvangst en klikte op de ingesloten link. Die leidde naar een vervalste Microsoft-inlogpagina die het legitieme authenticatieproces onderschepte.

Binnen 60 seconden had de gebruiker zijn inloggegevens ingevoerd. Daarna volgde een MFA-verzoek van Microsoft. Binnen twee minuten na de eerste klik hadden de aanvallers gebruikersnaam, wachtwoord, authenticatiecookie én sessiegegevens in handen, zonder dat MFA de aanval tegenhield.

Met de gestolen sessiecookie kregen de aanvallers toegang tot de mailbox van het slachtoffer. Volgens Barracuda konden ze vervolgens e-mails lezen en versturen, toegang krijgen tot SharePoint en OneDrive, inboxregels aanmaken om hun activiteiten te verbergen, en toestemming verlenen aan schadelijke OAuth-apps om toegang te behouden nadat de sessie was verlopen.

ClickFix als laatste stap

Om blijvende toegang op het endpoint te vestigen, paste het Red Team een zogenoemde ClickFix-techniek toe. Het slachtoffer werd gevraagd een verificatiecode in het klembord te plakken. Dat activeerde een schadelijk script waarmee de aanvallers een persistente voet aan de grond kregen. Barracuda stelt dat de aanval vanaf dat punt verder kon escaleren richting uitbreiding van toegangsrechten en diefstal, versleuteling of vernietiging van gegevens.

Aanbevolen verdedigingsmaatregelen

Barracuda geeft aan dat geen enkele afzonderlijke beveiligingsmaatregel dit type meerlaagse aanval kan tegenhouden. Het bedrijf beveelt een combinatie aan van phishingbestendige MFA zoals hardwarebeveiligingssleutels, e-mailauthenticatie via DMARC, realtime detectie van afwijkende inlogactiviteiten, bewustzijnstraining voor gebruikers, en beperking van toegang tot tools die aanvallers misbruiken.

Securityteams moeten volgens Barracuda ook letten op tekenen van persistentie zoals nieuw aangemaakte inboxregels, geplande taken en verdachte OAuth-app-autorisaties.

Integrated Email Protection

Parallel aan de publicatie van het onderzoek kondigt Barracuda zijn Integrated Email Protection aan, een e-mailbeveiligingsoplossing met AI-functionaliteit gericht op detectie van dreigingen die buiten de inbox actief worden. Merium Khalid, Director AI and Automation bij het Office of the CTO van Barracuda, stelt dat aanvallers algemeen beschikbare AI-tools inzetten om traditionele verdedigingsmechanismen te omzeilen, en dat de snelheid waarmee het Red Team tot persistentie wist te komen de noodzaak onderstreept van continue, geautomatiseerde e-mailsecurity.

De volledige technische details van de simulatie zijn beschikbaar via het Barracuda-blog.

Organisaties die AI dieper integreren in hun werkprocessen, lopen aanzienlijk vaker tegen security- of kostenincidenten aan. Dat blijkt uit onderzoek van Jamf onder 687 IT- en securityleiders wereldwijd. Ruim een op de vijf organisaties heeft al een AI-gerelateerd incident meegemaakt, terwijl bijna zes op de tien op korte termijn een risico ziet op dergelijke problemen.

Jamf ondervroeg 687 IT- en securityleiders wereldwijd over AI-adoptie en de bijbehorende risico’s. Uit het onderzoek blijkt dat 72,9% van de organisaties al een vorm van AI heeft geïmplementeerd. Toch neemt het risico op incidenten toe naarmate de integratie dieper gaat: organisaties met ver doorgevoerde AI-implementaties melden 40% vaker een AI-gerelateerd incident dan organisaties die zich nog in een verkennende fase bevinden.

Een op de vijf al getroffen

Volgens Jamf heeft 22,0% van de respondenten al te maken gehad met een AI-gerelateerd incident, zoals een onverwachte kostenoverschrijding, een securityprobleem of een combinatie van beide. Nog eens 59,7% verwacht op korte termijn een vergelijkbaar incident. Het bedrijf stelt dat AI-governance daarmee een operationele vereiste aan het worden is.

Jamf-CEO Beth Tschida geeft aan dat AI de organisatie niet binnenkomt als één te beoordelen applicatie, maar opduikt in developertools, productiviteitsapps, autonome agents en in bestaande software. Naarmate die aanwezigheid groeit, is het behouden van inzicht en controle de voornaamste uitdaging. Tschida stelt dat governance gelijke tred moet houden met de implementatie.

Drie prioriteiten voor de komende twaalf maanden

De respondenten noemen drie AI-prioriteiten voor het komende jaar: automatisering van IT-operaties (44,4%), implementatie van AI-productiviteitstools (41,0%) en het invoeren van AI-governance (36,7%). Jamf leidt hieruit af dat IT-teams de adoptie niet willen afremmen, maar juist zoeken naar manieren om AI-gebruik te ondersteunen met behoud van zichtbaarheid, security en compliance.

Vier terugkerende uitdagingen

Uit 178 open antwoorden destilleert Jamf vier veelgenoemde barrières. Ten eerste blijft shadow AI een hardnekkig probleem: medewerkers gebruiken AI-tools zonder formele goedkeuring, waardoor IT-teams weinig zicht hebben op hoe gegevens worden verwerkt.

Ten tweede brengen AI-agents en developer AI nieuwe governance-uitdagingen met zich mee. Command-line tools, IDE-extensies, ingebedde modellen en autonome workflows worden vaak niet opgepikt door traditionele monitoringtools.

De derde uitdaging is leverancierswildgroei: softwareleveranciers voegen AI-functionaliteit toe aan bestaande producten, waardoor organisaties een toenemend aantal tools moeten evalueren en beheren.

Tot slot blijft kostenbeheer lastig. Op gebruik gebaseerde tarieven en overlappende abonnementen maken het moeilijk om inzicht te krijgen in waar AI-uitgaven plaatsvinden en welke tools daadwerkelijk waarde opleveren.

Governance als fundament

Jamf stelt dat de vraag voor organisaties niet langer is óf ze AI adopteren, maar hoe het beheer de implementatie kan bijhouden. Naarmate AI verder doordringt in applicaties, workflows en apparaten, zijn IT- en securityteams volgens het bedrijf gebaat bij vroegtijdig inzicht in de werking van AI-tools, gegevenstoegang en mogelijke risico’s.

Cegeka neemt 3Point over, een Belgische IT-consultancy- en cybersecurityspeler met een focus op defensie- en publieke veiligheidsomgevingen. Met de overname krijgt Cegeka toegang tot gespecialiseerde expertise in sterk geclassificeerde omgevingen, medewerkers met veiligheidsmachtiging en de dreigingsmonitoringoplossing Pointguard. Financiële details zijn niet bekendgemaakt.

Volgens Cegeka past de overname in een bredere strategie om de positie in defensie, intelligence en kritieke infrastructuur te versterken. CEO Koen Deryckere stelt dat Europa’s veiligheid en soevereiniteit in toenemende mate afhankelijk zijn van digitale infrastructuur en van partners die het vertrouwen krijgen die te beschermen. Hij geeft aan dat Cegeka met 3Point zijn rol als langetermijnpartner voor de defensie-, intelligence- en publieke veiligheidssectoren verder wil invullen, in omgevingen waar vertrouwen en discretie cruciaal zijn.

Brandon De Waele, Managing Director Defense, Intelligence & Space bij Cegeka, geeft aan dat 3Point de capaciteiten meebrengt die nodig zijn om in deze domeinen te versnellen: technische expertise, de juiste veiligheidsmachtigingen en geloofwaardigheid in geclassificeerde omgevingen.

Pointguard versterkt dreigingsdetectie

De Pointguard-oplossing van 3Point wordt na de overname geïntegreerd binnen het Cegeka-portfolio. Cegeka stelt dat de oplossing monitoring mogelijk maakt via darkweb-analyse en threathunting, waardoor organisaties dreigingen in een vroeg stadium kunnen detecteren en erop kunnen reageren. Het bedrijf verwacht dat dit zijn capaciteiten op het gebied van proactieve dreigingsdetectie verder versterkt, ook in scenario’s waarbij aanvallers gebruikmaken van AI.

Schaal voor 3Point, domeinkennis voor Cegeka

Medeoprichters Paul Meys en Stijn Haemhouts van 3Point geven aan dat de combinatie met Cegeka de mogelijkheid vergroot om grotere en complexere projecten te ondersteunen, terwijl de gespecialiseerde aanpak en nabijheid voor klanten behouden blijven. Meys benadrukt dat 3Point via het internationale platform van Cegeka nieuwe groeimogelijkheden wil creëren voor medewerkers en de organisatie als geheel. Haemhouts stelt dat klanten door de samenwerking end-to-end ondersteuning kunnen verwachten, aangevuld met de expertise en het bereik van een internationale groep, zonder dat de vertrouwde werkwijze verandert.

Na de overname werken de teams van beide bedrijven samen binnen de divisie Defense, Intelligence & Space van Cegeka.

Minstens 279 Nederlandse organisaties zijn getroffen door het FortiBleed-incident, waarbij cybercriminelen op grote schaal toegangsgegevens tot Fortinet-firewalls hebben buitgemaakt en actief misbruiken. Dat blijkt uit onderzoek van cybersecuritybedrijf Secutec en de Threat Research Unit van SOCRadar. Bij 136 van die organisaties hebben aanvallers vandaag nog steeds beheerderstoegang tot de firewall én het achterliggende netwerk.

Het FortiBleed-incident treft wereldwijd meer dan 75.000 firewalls van Fortinet, waarbij aanvallers ruim 110 miljoen aanmeldgegevens hebben onderschept in een campagne die begin 2026 startte en nog steeds actief is. Secutec bracht samen met SOCRadar, een specialist in darknetmonitoring, de Nederlandse impact in kaart.

De aanval maakt misbruik van een kwetsbaarheid in het Fortinet-partnerportaal, waar IT-dienstverleners toegang hebben tot de omgevingen van hun klanten. Daardoor konden de aanvallers in één beweging de netwerken bereiken van een groot aantal organisaties tegelijk. Dit verklaart waarom de schade zich uitstrekt over meerdere sectoren en ook kleinere organisaties treft, zoals advocatenkantoren, lokale overheden en scholen.

Beheerdersaccounts nog actief toegankelijk

Bij de helft van de onderzochte firewalls trof Secutec al nieuwe accounts aan die de aanvallers zelf hebben aangemaakt. Daarmee behouden zij toegang, ook als de oorspronkelijk gestolen inloggegevens worden geblokkeerd. Secutec stelt dat voor geen van de onderzochte firewalls multifactorauthenticatie was ingeschakeld. Daarnaast gebruikten IT-partners in veel gevallen identieke wachtwoorden voor meerdere klanten. Ook draait 85 procent van de getroffen systemen niet op de meest recente firmware, waardoor bekende kwetsbaarheden beschikbaar blijven voor misbruik.

Van versleuteling naar toegangshandel

Volgens Secutec en SOCRadar illustreert FortiBleed een verschuiving in de werkwijze van cybercriminelen. De focus ligt niet langer primair op het versleutelen van data, maar op het stelen en verhandelen van toegang en gegevens. Dit model noemen de onderzoekers ook wel ‘Initial Access Brokerage’. Bij meerdere organisaties wereldwijd is al sprake van grootschalige data-exfiltratie, waarna in een latere fase losgeld kan worden geëist.

De aanvallers verkregen via ‘brute force’ toegang door geautomatiseerd grote hoeveelheden gebruikersnamen en wachtwoorden te combineren. Eenmaal binnen installeerden zij FortigateSniffer, een tool die via de firewall al het netwerkverkeer monitort en inloggegevens onderschept via tientallen protocollen. De buitgemaakte gegevens worden nadien gekraakt en gebruikt om verder door te dringen in interne systemen, waarna gevoelige data systematisch wordt ontvreemd.

De operatie wordt gelinkt aan een Russische groep. Secutec en SOCRadar stellen vast dat de infrastructuur van de aanvallers nog steeds operationeel is, met dagelijks nieuwe compromitteringen.

Autoriteiten ingelicht

Secutec heeft het NCSC en Europese nationale CERT’s op de hoogte gebracht. Geert Baudewijns, CEO van Secutec, geeft aan dat dit type ketenaanval — waarbij één kwetsbare schakel toegang biedt tot honderden organisaties — de komende jaren naar verwachting vaker zal voorkomen.

Organisaties die gebruikmaken van Fortinet-oplossingen worden opgeroepen direct maatregelen te nemen: systemen bijwerken naar de meest recente firmware, multifactorauthenticatie activeren, en bestaande toegangen en accounts controleren op ongeautoriseerde wijzigingen.

Cisco benoemt Ernst van Maanen tot Public Sector Lead voor Nederland. Hij treedt per direct toe tot het Nederlandse managementteam en rapporteert aan Cynthia Koetsier-Beerten, General Manager van Cisco Benelux. In zijn nieuwe rol richt Van Maanen zich op cybersecurity, digitale weerbaarheid, bescherming van kritieke infrastructuur en compliance binnen de publieke sector.

Van Maanen was eerder werkzaam als Cybersecurity Sales Director voor Noord-Europa bij Cisco. Daarvoor vervulde hij meerdere functies binnen de organisatie, waaronder rollen in channel, enterprise en emerging markets in Nederland en de rest van Europa. Naast zijn werk bij Cisco is hij bestuurslid bij Cyberveilig Nederland.

Koetsier-Beerten stelt dat Van Maanen door zijn achtergrond in cybersecurity en zijn technische en commerciële ervaring goed gepositioneerd is om klanten en partners te ondersteunen bij het bouwen van kritieke infrastructuur.

Samenwerking met partnernetwerk

In zijn nieuwe positie werkt Van Maanen nauw samen met het partnernetwerk van Cisco. Hij ondersteunt daarbij ook strategische initiatieven als het Country Digital Acceleration (CDA)-programma en de Networking Academy. Cisco geeft aan dat deze programma’s bijdragen aan digitale vaardigheden en een veiligere digitale samenleving in Nederland.

Volgens Van Maanen sluit de aanpak van Cisco op het gebied van cybersecurity, networking en AI aan bij de vraagstukken waarmee publieke organisaties te maken hebben, zoals het voldoen aan strengere regelgeving en het vergroten van digitale weerbaarheid.

Tijdens de zomermaanden neemt het risico op cyberaanvallen toe doordat IT-teams kleiner zijn, thuiswerken vaker voorkomt en online boekingsactiviteit stijgt. Sophos publiceert een analyse van de specifieke risico’s voor de reis- en horecasector en geeft aanbevelingen voor organisaties die hun beveiliging op peil willen houden tijdens het hoogseizoen.

Sophos wijst op een combinatie van factoren die de zomerperiode aantrekkelijk maakt voor aanvallers: verminderde bezetting bij beveiligingsteams, langere reactietijden en een groter aanvalsoppervlak door toegenomen gebruik van thuiswerken en openbare netwerken. Volgens het Sophos Active Adversary Report 2026 was 67% van de in 2025 geanalyseerde incidenten het gevolg van identiteitsaanvallen, waarbij gecompromitteerde inloggegevens in 42% van de gevallen de primaire aanvalsvector vormden.

Brian Schippers, Manager Sales Engineering bij Sophos, geeft aan dat de zomer aanvallers iets biedt wat ze waarderen: kansen. Organisaties verminderen hun verdedigingscapaciteit, de perimeter breidt zich uit door thuiswerken en gebruik van openbare wifi, en medewerkers zijn minder alert door de vakantiesfeer.

Reis- en horecasector als doelwit

De reis- en horecasector is tijdens de zomer een aantrekkelijk doelwit, meldt Sophos. Het aantal transacties neemt toe, organisaties zetten vaker tijdelijk personeel in en reizigers staan regelmatig onder tijdsdruk bij reserveringen en betalingen. Sophos volgt sinds 2023 actieve campagnes waarbij niet boekingsplatforms zelf worden gecompromitteerd, maar de accounts van hotelmedewerkers. Via phishing stelen aanvallers inloggegevens en gebruiken vervolgens echte boekingsinformatie zoals namen, verblijfsdata en reserveringsbedragen om gasten te benaderen via legitieme communicatiekanalen.

De Fraudehelpdesk ontving in het eerste kwartaal van 2026 bijna 400 meldingen van Booking.com-gerelateerde fraude in Nederland, waarbij criminelen gestolen reserveringsgegevens gebruikten om reizigers te overtuigen extra betalingen te doen of betaalgegevens te delen.

Schippers stelt dat het niet zozeer gaat om sectoren die structureel vaker worden aangevallen, maar om kansen die ontstaan wanneer sectoren tijdens de zomer op volle capaciteit draaien.

AI verlaagt drempel voor phishing

AI heeft phishingaanvallen volgens Sophos toegankelijker en schaalbaarder gemaakt. Aanvallers kunnen hiermee binnen enkele seconden foutloze berichten opstellen in het Nederlands, Frans en Engels, aangevuld met gepersonaliseerde reserveringsinformatie en betalingsverzoeken. Klassieke signalen waarmee gebruikers fraude eerder herkenden, verdwijnen daardoor. Dit geldt ook voor vishing en smishing, waarbij berichten inspelen op tijdsdruk om slachtoffers minder kritisch te laten reageren.

Onderzoek van Alert Online laat zien dat bijna een derde van de Nederlandse medewerkers in 2025 te maken kreeg met phishingpogingen, een stijging ten opzichte van het jaar ervoor.

Volgens Schippers heeft AI de aard van aanvallen niet veranderd, maar wel de barrières weggenomen die gebruikers vroeger hielpen fraude te herkennen. De nadruk ligt op snelheid en schaal: elk bericht kan worden gepersonaliseerd met gestolen gegevens en elke taalvariant is binnen seconden beschikbaar.

Aanbevelingen voor het hoogseizoen

Sophos raadt organisaties aan hun beveiligingsstrategie vóór het hoogseizoen te herzien. De aanbevelingen richten zich op vijf aandachtsgebieden. Ten eerste het activeren en controleren van multi-factor authenticatie (MFA): bij 59% van de in 2025 onderzochte incidenten ontbrak MFA of was deze verkeerd geconfigureerd. Ten tweede het garanderen van 24/7 monitoringdekking tijdens vakantieperiodes, eventueel via een uitbestede MDR-dienst of een externe CISO-dienst.

Ten derde het betrekken van tijdelijk personeel bij bewustwordingsprogramma’s, omdat dit een veelgebruikt toegangspunt voor aanvallers is. Ten vierde het herzien van het beleid rond externe wifi en remote werken, door het gebruik van een bedrijfs-VPN verplicht te stellen en toegang te segmenteren op gebruikersprofiel. Ten vijfde het activeren van een gedocumenteerd en getest incidentresponsplan, dan wel een MDR-dienst met autonome responscapaciteit, om de impact van langere reactietijden te beperken.

Fortinet stelt FortiSOC beschikbaar, een cloudgebaseerd platform dat SIEM, SOAR, UEBA, dossierbeheer, bedreigingsinformatie en ITDR combineert in één SaaS-oplossing. Het platform bevat ingebouwde agentic AI die zelfstandig meldingen onderzoekt en koppelt aan IT-systemen en identiteiten. Daarmee beoogt Fortinet beveiligingsprocessen te consolideren en op te schalen vanuit één console en abonnement.

Centraal in FortiSOC staat FortiAI-Assist, een AI-component die meldingen zelfstandig onderzoekt en aan elkaar koppelt. Fortinet stelt dat de AI acties kan aanbevelen of uitvoeren onder toezicht van beveiligingsanalisten. FortiAI-Assist maakt gebruik van bedrijfsbrede telemetrie en bedreigingsinformatie van FortiGuard Labs, en ondersteunt het Model Context Protocol (MCP) voor de coördinatie van AI-taken binnen het platform. Fortinet geeft aan dat security-teams hiermee op maat gemaakte beveiligingsprocessen kunnen opzetten en uitbreiden.

Oprichter en CTO Michael Xie geeft aan dat het platform is bedoeld voor teams van uiteenlopende omvang, van organisaties die de basis voor een SOC willen leggen tot teams binnen grote organisaties die een bestaande SOC-omgeving willen uitbreiden. Xie stelt dat de ingebouwde AI en geïntegreerde workflows zijn gebaseerd op de eigen wereldwijde beveiligingsactiviteiten van Fortinet.

Draaiboeken en bedreigingsinformatie ingebouwd

FortiSOC wordt geleverd met kant-en-klare draaiboeken en detectiemethoden die Fortinet baseert op zijn eigen SOC-activiteiten. FortiGuard verzorgt real-time bedreigingsinformatie, outbreak alerts en maandelijkse contentupdates. Fortinet meldt dat native integraties beschikbaar zijn met alle onderdelen van de Fortinet Security Fabric, aangevuld met koppelingen naar oplossingen van andere leveranciers.

Het platform is onderdeel van het bredere Fortinet SOC Platform, dat ook FortiAnalyzer, FortiSIEM en FortiSOAR omvat. Fortinet geeft aan dat die afzonderlijke producten beschikbaar blijven en verder worden doorontwikkeld, en dat FortiSOC is bedoeld voor organisaties die de voorkeur geven aan één cloudgebaseerde oplossing.

IDC ziet groeiende vraag naar geïntegreerde SOC-platforms

Onderzoek door IDC wijst uit dat organisaties toenemend prioriteit geven aan de workflow en onderzoekservaring van beveiligingsanalisten en aan SOC-functionaliteit die vanuit de cloud wordt geleverd. Michelle Abraham, senior research director Security & Trust bij IDC, geeft aan dat dit aansluit op de wens van organisaties om overzicht te verbeteren en incidentrespons te versnellen. Abraham stelt dat FortiSOC voortbouwt op het bestaande security operations-aanbod van Fortinet door bestaande technologieën samen te brengen in één SaaS-platform.

Unit 42, het onderzoeksteam van Palo Alto Networks, heeft een methode ontwikkeld om AI-uitbreidingen te controleren voordat ze toegang krijgen tot bedrijfsdata en systemen. Aanleiding is een analyse van bijna 50.000 AI-uitbreidingen, waarvan 80% minstens één afwijking bleek te vertonen tussen beschrijving en daadwerkelijk gedrag. In totaal telden de onderzoekers meer dan 250.000 van zulke afwijkingen.

Organisaties zetten AI-agents steeds vaker in voor taken als klantenservice en IT-beheer. Om extra functionaliteit toe te voegen kunnen zij externe uitbreidingen installeren, vergelijkbaar met apps op een smartphone. Eenmaal geïnstalleerd kunnen deze uitbreidingen toegang krijgen tot bestanden, gevoelige data, externe diensten en systeemcommando’s. Volgens Unit 42 ontbreekt bij veel van deze uitbreidingen de mogelijkheid om vooraf te controleren of ze daadwerkelijk doen wat de ontwikkelaar beschrijft.

Risico zit in combinaties van functies

Uit het onderzoek blijkt dat gevaar vaak niet in één handeling schuilt, maar in meerdere stappen die samen een aanval mogelijk maken. Twee aanvalspatronen kwamen steeds terug: het stelen en wegsluizen van gevoelige data, en het manipuleren van een AI-agent zodat die alsnog data prijsgeeft. Deze twee patronen waren samen verantwoordelijk voor 88% van alle geconstateerde meerstaps-aanvalsketens.

Van de onderzochte afwijkingen was 81% toe te schrijven aan fouten of onvolledigheden in de documentatie. Bijna 19% wees op mogelijk kwaadaardige of verdachte activiteit. Op het niveau van individuele uitbreidingen troffen de onderzoekers ruim 2.400 exemplaren aan met meerstaps-aanvalspatronen die extra aandacht vroegen.

Wat BIV doet

Om deze risico’s zichtbaar te maken, introduceerde Unit 42 Behavioral Integrity Verification (BIV). De methode vergelijkt wat een AI-uitbreiding zegt te doen met wat deze feitelijk uitvoert. BIV analyseert daarvoor drie onderdelen van een uitbreiding: de metadata, de onderliggende code en de instructies in natuurlijke taal die het gedrag van een AI-agent bepalen. De methode kijkt daarbij niet alleen naar afzonderlijke functies, maar ook naar de samenhang daartussen. Unit 42 stelt dat BIV daardoor complexe aanvalsketens kan herkennen die traditionele beveiligingscontroles vaak missen.

Unit 42 adviseert organisaties om third-party uitbreidingen vooraf te controleren, nog vóór installatie. Daarnaast kunnen organisaties Prisma AIRS en de Unit 42 AI Security Assessment inzetten voor aanvullende beveiliging van hun AI-omgevingen.

Aanvallers verspreiden malware via WhatsApp. Het gaat om schadelijke VBScript-bestanden, die worden verspreid via eerder gecompromitteerde accounts. De bestanden worden verstuurd vanuit de bestaande contactenlijst van het gehackte account, wat de kans vergroot dat ontvangers het bestand openen. Slachtoffers zijn vastgesteld in onder meer Maleisië, Brazilië, Singapore, Taiwan en Vietnam. De meertalige bestandsnamen wijzen echter ook op doelgerichte verspreiding in Europa.

De campagne werd in juni 2026 ontdekt door het Kaspersky Global Research and Analysis Team (GReAT). Aanvallers maken gebruik van WhatsApp-accounts die eerder zijn gecompromitteerd om kwaadaardige bijlagen te versturen. Omdat de berichten afkomstig lijken van bekende contacten, is de kans groter dat ontvangers de bestanden daadwerkelijk openen.

Volgens Kaspersky zijn de VBScript-bestanden voorzien van namen die lijken op reguliere zakelijke documenten, zoals facturen, bankafschriften, betalingsoverzichten en aanmaningen. De bestandsnamen zijn opgesteld in meerdere talen, waaronder Engels, Portugees, Frans, Duits en Maleis. Daarnaast bevatten de VBScript-bestanden commentaarregels en metadata die onderdelen van het legitieme Microsoft Windows Update-proces nabootsen.

Meerfasig installatieproces

Na het openen van het bestand start een meerfasig infectieproces op het getroffen systeem. Het initiële script maakt een werkmap aan onder C:\Users\Public\Documents\ en haalt vervolgens aanvullende scriptbestanden op van externe infrastructuur. Die worden uitgevoerd via Windows Script Host. De vervolgscripts voeren aanvullende systeemacties uit en downloaden een gecomprimeerd archief van dezelfde infrastructuur. Dat archief bevat een installatiepakket voor software voor remote monitoring en management, waarmee aanvallers op afstand toegang tot het systeem verkrijgen.

Security researcher Fareed Radzi van Kaspersky GReAT geeft aan dat de campagne inspeelt op vertrouwen binnen berichtenplatforms. Doordat de bestanden lijken te komen van bekende contacten en zijn ingekleed als alledaagse zakelijke documenten, zijn ontvangers eerder geneigd ze te openen. De meertalige opzet van de bestandsnamen ondersteunt verspreiding over meerdere taalregio’s.

Aanbevelingen

Kaspersky adviseert gebruikers om onverwachte bijlagen via WhatsApp met voorzichtigheid te behandelen, ook wanneer deze afkomstig lijken van bekende contacten. Het bedrijf raadt aan scriptbestanden en uitvoerbare bestandstypen zoals .vbs, .vbe, .exe, .bat, .cmd, .js en .ps1 niet te openen tenzij de herkomst onafhankelijk is geverifieerd. Het volledige onderzoeksrapport is beschikbaar op Securelist.com.

Onderzoekers van KnowBe4 Threat Lab hebben in recente phishingcampagnes herkenbare sporen van AI-gebruik gevonden. Het gaat om achtergebleven promptinstructies, uitgebreide codecommentaren en verborgen tekst als afleidingstactiek. Volgens KnowBe4 bevat 86 procent van de phishingcampagnes uit de afgelopen zes maanden een vorm van AI-ondersteuning. Die inzet laat tegelijkertijd nieuwe digitale vingerafdrukken achter die bruikbaar zijn voor detectie.

Dit meldt het securitybedrijf in een nieuw rapport. In één phishingmail stuitten de onderzoekers op een achtergebleven instructieregel die normaal alleen zichtbaar is voor de gebruiker van een AI-tool. De aanvallers hadden deze tekst per ongeluk in de verzonden mail laten staan. Zo’n achtergebleven promptinstructie vormt een directe aanwijzing dat generatieve AI is ingezet bij het opstellen van de aanval.

Phishingpagina’s op legitieme no-code-platforms

Een tweede bevinding betreft phishingpagina’s die sterk leken op legitieme Microsoft- of Meta-omgevingen, maar volledig waren gebouwd via publieke no-code-platforms. Volgens KnowBe4 maakt deze combinatie het voor aanvallers mogelijk om zonder programmeerkennis snel campagnes op te zetten. Tegelijkertijd profiteren zij van het vertrouwen dat beveiligingssystemen doorgaans hebben in bekende, legitieme hostingplatforms.

Code met uitgebreid commentaar over de aanvalstechniek

In de broncode van phishingwebsites vonden de onderzoekers commentaarregels die gedetailleerd beschreven hoe de aanval werkte, inclusief de technieken om beveiligingscontroles te omzeilen. Waar aanvallers hun werkwijze normaal gesproken proberen te verbergen, bevatte deze code juist uitvoerige documentatie. KnowBe4 stelt dat dit een kenmerk is van door AI gegenereerde code, omdat taalmodellen automatisch uitleg toevoegen aan de code die zij produceren.

Verborgen tekst als afleidingstactiek

Een vierde voorbeeld betreft phishingmails met grote hoeveelheden voor de ontvanger onzichtbare tekst. Het ging om door AI gegenereerde gesprekken over alledaagse onderwerpen, bedoeld om beveiligingsscanners te misleiden door de mail meer legitieme inhoud mee te geven. In deze verborgen teksten identificeerden de onderzoekers meerdere AI-kenmerken: onnatuurlijk regelmatige tijdsintervallen tussen berichten en het herhaaldelijk noemen van het e-mailadres van de ontvanger in contexten waarin echte gebruikers dat niet zouden doen.

Jeewan Singh Jalal, Principal Cybersecurity Threat Research Manager bij KnowBe4, geeft aan dat de aanname dat AI phishingaanvallen per definitie moeilijker detecteerbaar maakt, nuancering verdient. Volgens Jalal laat AI tegelijkertijd nieuwe sporen achter die beveiligingsteams kunnen gebruiken om campagnes sneller te identificeren, aan elkaar te koppelen en dreigingsinformatie te verrijken.