Techleap for Scaleups heeft de vijftiende groep scale-ups bekendgemaakt die deelneemt aan Rise, het groeiprogramma dat Nederlandse techbedrijven helpt versneld door te breken. De selectie bestaat uit negen scale-ups die actief zijn in onder meer fintech, cybersecurity, ESG-intelligence en travel tech.

De geselecteerde bedrijven vallen op door hun internationale succes. Gemiddeld wordt 70 procent van hun omzet buiten Nederland gerealiseerd. Samen zijn ze goed voor gemiddeld 204 medewerkers per bedrijf, een gezamenlijke jaaromzet van ruim €210 miljoen en een gemiddelde funding van €37 miljoen. Zes van de negen teams worden (mede) geleid door vrouwen, en twee groeiden zonder externe investeringen.

“Deze ondernemers laten zien waar Nederlandse tech wereldwijd voor staat,”zegt Dylan Richts, Head of Community bij Techleap. “Ze combineren lef en diversiteit, bouwen over grenzen heen, en zetten innovatie om in concrete economische impact. Met Rise creëren we de ruimte waarin zij sneller, sterker en met meer impact kunnen doorgroeien.”

Hoewel deze scale-ups al stevig groeien, stuiten ze ook in deze fase op nieuwe groeibarriëres. Het Rise-programma is speciaal ontwikkeld om hen juist in deze fase te ondersteunen. In een intensief programma van acht weken werken ze aan hun belangrijkste uitdagingen, met steun van ervaren ondernemers, investeerders en andere founders.

Sinds de start van het programma namen ruim 300 bedrijven deel en haalden zij honderden miljoenen aan kapitaal op om nieuwe markten te betreden.

Deze scale-ups zijn geselecteerd voor Batch 15 van het Rise-programma:

  • Bitvavo (Amsterdam) is een van Europa’s grootste cryptoplatforms, met miljoenen gebruikers en focus op gebruiksgemak en veiligheid.
  • Datamaran (London) biedt ESG-software waarmee internationale bedrijven risico’s, regelgeving en reputatie kunnen monitoren en beheren.
  • Eye Security (Den Haag) maakt cybersecurity eenvoudig voor het mkb met een combinatie van bescherming, incident response en verzekering in één dienst.
  • Fourthline (Amsterdam) levert AI-gedreven KYC- en compliance-oplossingen aan toonaangevende financiële instellingen wereldwijd.
  • Hadrian (Amsterdam) ontwikkelt een AI-gestuurd offensive security-platform dat zich gedraagt als een hacker om kwetsbaarheden real time op te sporen en op te lossen.
  • Oneleet (Amsterdam) is een cybersecurity-platform waarmee bedrijven hun digitale beveiligingsprogramma’s kunnen opzetten, beheren en opschalen.
  • Ticketswap (Amsterdam) is een fan-to-fan marktplaats voor tweedehands eventtickets in Europa, met een sterke focus op veiligheid, eerlijkheid en transparantie.
  • Vio.com (Amsterdam) is een hotelvergelijker waarmee reizigers razendsnel prijzen kunnen vergelijken van honderden boekingssites.
  • WeTravel (Amsterdam) biedt een alles-in-één platform voor groepsreisorganisaties, met tools voor betalingen, boekingen en reisbeheer.

Cybercriminelen gaan steeds geraffineerder te werk bij het selecteren van hun slachtoffers en bij het bepalen van de hoogte van het losgeldbedrag. Zo zoeken ze gericht naar bedrijven uit sectoren die veel betalen en vragen ze meer losgeld als een bedrijf verzekerd is. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Tom Meurs, specialist cybercriminaliteit bij de politie, nadat hij meer dan 500 ransomware-incidenten tussen 2019 en 2023 bij het mkb onderzocht. 

Een van de opvallendste conclusies uit het onderzoek is dat bedrijven met een cyberverzekering gemiddeld 2,8 keer meer losgeld betalen dan bedrijven zonder verzekering. Cybercriminelen proberen bewust te achterhalen of een bedrijf verzekerd is. Tom licht toe: “Zodra ze toegang hebben verkregen tot een systeem, gaan ze actief op zoek naar documenten met namen als ‘insurance’ of ‘policy’. Deze extra informatie geeft cybercriminelen een betere onderhandelingspositie, wat leidt tot hogere losgeldbetalingen.”

Het onderzoek laat ook zien dat bedrijven met een goed ingericht back-upsysteem 27 keer minder vaak losgeld betalen bij cyberaanvallen. “Cybercriminelen die in het netwerk van een slachtoffer zitten, gaan bewust op zoek naar back-ups, en verwijderen die”, zegt Tom. “Alleen het hebben van back-ups is dus niet voldoende om je bestanden terug te halen. Het is belangrijk om back-ups te hebben die niet aangepast kunnen worden door onbevoegden in je netwerk. Offline back-ups zijn daar de meest eenvoudige oplossing voor, maar ik heb ook cloud-oplossingen voorbij zien komen”.

Handelsbedrijven, waaronder retail en groothandel, zijn het vaakst slachtoffer van ransomware (32,6% van de aanvallen), met een gemiddeld losgeldbedrag van €112.793. De bouwsector volgt met 17,9% van de gevallen, en de ICT-sector wordt minder vaak getroffen (14,7%), maar kent wel de hoogste losgeldbetalingen met een gemiddelde van €268.039.

Volgens Meurs gaan cybercriminelen doelgericht te werk: “Vaak lees ik in chatberichten die cybercriminelen naar elkaar sturen, of op illegale marktplaatsen waar inloggegevens worden verkocht, dat er specifiek gezocht wordt naar bedrijven uit sectoren die veel betalen.”

De overheid, waaronder het Digital Trust Center (DTC), adviseert slachtoffers van ransomware om geen losgeld te betalen. Betalen biedt geen garantie dat gegevens worden teruggegeven of ongewijzigd blijven. Daarnaast vergroot het de kans op herhaalde afpersing en stimuleert het cybercriminaliteit. Bij de politie wordt gezien dat het losgeld direct gebruikt wordt om inloggegevens van (nieuwe) slachtoffers te kopen.

Uit het onderzoek van Meurs blijkt dat bedrijven vaak geen andere keus hebben dan losgeld te betalen: “In grofweg 5 van de 100 gevallen waarin wordt betaald, hebben slachtoffers wel de mogelijkheid om op een andere manier te herstellen dan te betalen, maar kiezen ze er toch voor te betalen – bijvoorbeeld om sneller te herstellen of reputatieschade te voorkomen. In de overige 95 gevallen is er geen andere optie om te herstellen. In die gevallen is hun hele IT-infrastructuur kapot en niet meer herstelbaar, waardoor het betalen van losgeld de enige optie is om een faillissement te voorkomen.”

Politie-interventies spelen een belangrijke rol bij het bestrijden van ransomware, maar geen enkele aanpak blijkt op zichzelf voldoende. Bedrijven moeten vooral zélf maatregelen nemen om de kans op een succesvolle aanval drastisch te verkleinen.

Exertis Benelux maakt een stap in zijn groeistrategie met de aankondiging van een nieuw, centraal gelegen warehouse. Deze ontwikkeling volgt op de recente herstructurering van de organisatie, waarbij gekozen is voor een opzet met Exertis Benelux als juridische entiteit en Exertis Amacom en Exertis AV als handelsnamen.

Met ingang van 1 maart 2026 zal Exertis Benelux zijn intrek nemen in een hypermodern warehouse op bedrijventerrein Vorstengrafdonk in Oss, direct gelegen aan de A59. Het nieuwe warehouse stelt Exertis Benelux in staat zijn logistieke processen verder te optimaliseren.

De verhuizing naar de nieuwe locatie wordt in de komende maanden voorbereid, zonder directe impact op de huidige logistieke processen. Deze blijven voorlopig ongewijzigd verlopen vanuit de bestaande locaties. Partners worden actief op de hoogte gehouden van de voortgang en relevante ontwikkelingen.

Bij een presentatie tijdens een event, waarbij een honderd partners van Dell aanwezig waren op het circuit van Zandvoort, startte Jaap van Oostendorp, Field Product Manager Client Solutions bij Dell, met het tonen een video uit 2018 waarin AI en de toekomst van de pc centraal stonden. “Deze video is dus al een paar jaar oud,” zei hij, “maar je ziet nu om je heen devices en applicaties die we toen al voorspelden.”

Die toekomst is inmiddels realiteit, wil Van Oostendorp zeggen. Volgens hem zitten we inmiddels in de AI-pc-era, aangedreven door de opkomst van de NPU, de Neural Processing Unit. “Die maakt de PC tot een apparaat voor de nieuwe moderne AI-workloads die naar de PC gaan,” legt hij uit. “De PC, het grootste productiviteitsapparaat ter wereld, wordt zelfs meer essentieel voor wat jij en ik elke dag doen in de nabije toekomst.”

Van Oostendorp benadrukt dat de toepassingen van AI steeds dichter bij de gebruiker komen te liggen. “Het gaat allemaal op de pc draaien. Het is gelokaliseerde AI, op het endpoint.” De verwachting is dat tegen het einde van het jaar vrijwel alle pc’s standaard met een NPU geleverd worden.

Drie leveranciers van processoren

Deze verschuiving brengt ook veranderingen in leveranciers en portfolio’s met zich mee. Dell werkt niet langer uitsluitend met Intel, maar ook met Qualcomm en AMD. “We leveren nu ook Qualcomm. En met AMD komen we op de markt,” aldus de Field Product Manager Client Solutions.

Het productaanbod van Dell is versimpeld tot drie duidelijke lijnen. Te weten Dell voor ‘Play, School and Work’, met de nadruk op mobiliteit. Als tweede groep Dell Pro voor IT-beheerde omgevingen en Dell Pro Max voor maximale prestaties (zie foto). In het Plus-segment zit de meeste keuze qua chassis en CPU’s.

Dell zet daarnaast sterk in op duurzaamheid en servicebaarheid. Nieuwe laptops bevatten modulaire onderdelen, zoals eenvoudig vervangbare USB-C-poorten. “Het meeste wat stuk gaat, zijn I/O-poorten. Dus op deze manier kunnen wij, of onze partners zonder het moederbord te vervangen wel de I/O-poorten verwisselen zegt Van Oostendorp.

Overstappen op Windows 11

Tot slot benadrukt de spreker het belang van de migratie naar Windows 11. “De klok loopt,” waarschuwt Van Oostendorp refererend aan het stoppen van support op Windows 10 door Microsoft later dit jaar. “Wil je echt goed gebruik maken van alle AI-features op de werkplek, dan moet je ook doorstappen naar Windows 11. Windows 10 gaat die NPU niet aanspelen.”

De Europese Commissie heeft afgelopen woensdag haar ambitieuze ‘AI Continent Action Plan’ onthuld, waarmee het continent zich wil positioneren als wereldleider op het gebied van kunstmatige intelligentie. Met dit nieuwe offensief hoopt Brussel de kloof met technologische grootmachten als de Verenigde Staten en China te verkleinen.

Hoewel Amerikaanse bedrijven als OpenAI en het Chinese DeepSeek momenteel vooroplopen in de AI-wedloop, gelooft de Commissie dat Europa het verschil nog kan maken. “De race is nog lang niet gestreden,” klinkt het uit Brussel. In het verlengde van het InvestAI-initiatief, dat eerder dit jaar tijdens de AI-top in Parijs werd gepresenteerd, wil de EU minimaal dertien AI-fabrieken en tot vijf zogeheten ‘gigafabrieken’ realiseren. Deze moeten dienen als broedplaatsen voor de ontwikkeling en training van geavanceerde AI-modellen.

Via InvestAI moet minstens 20 miljard euro aan particuliere middelen worden vrijgemaakt voor de bouw van deze megafaciliteiten. Daarbovenop komt een aanvullende impuls voor de cloud- en datacentersector via een aparte wetgevingsagenda, de ‘Cloud and AI Development Act’. De Europese datacapaciteit moet de komende jaren minimaal verdrievoudigen, met een nadruk op duurzame oplossingen.

Die verduurzaming is cruciaal, want AI-toepassingen vragen enorm veel energie en water. Een verzoek aan een AI-model als ChatGPT verbruikt tot tien keer meer stroom dan een eenvoudige zoekopdracht op internet, volgens het Internationaal Energieagentschap. Hoe de EU dit energieverbruik op een duurzame manier wil opvangen, wordt in het actieplan echter nog niet concreet gemaakt.

Slechts klein deel Europese bedrijven gebruikt AI

Naast investeringen in infrastructuur en technologie wil de EU de toepassing van AI in strategische sectoren bevorderen. Op dit moment maakt slechts 13,5 procent van de Europese bedrijven gebruik van AI. Dat percentage moet flink omhoog, onder meer in de industrie, zorg en publieke dienstverlening. Ook moet de toegang tot hoogwaardige data worden verbeterd.

Volgens Europarlementariër Reinier van Lanschot (Volt) is de politieke steun voor deze plannen groot. “Europa beseft steeds meer dat strategische autonomie noodzakelijk is,” zegt hij. Tegelijkertijd plaatst hij kanttekeningen bij de uitvoering. Hij verwijst naar eerdere ambitieuze maar gefaalde initiatieven, zoals Gaia-X – het EU-project voor een onafhankelijk datanetwerk dat nooit van de grond kwam. “We moeten kritisch blijven. Gaat het deze keer wel lukken?”

Atos heeft de benoeming bekendgemaakt van Hans Koolen tot CEO Atos Nederland

Hans Koolen, CEO Atos Nederland: “Ik voel mij vereerd om Atos Nederland te mogen leiden in zo’n dynamische tijd. Ik kijk ernaar uit om nauw samen te werken met ons getalenteerde team om onze klanten te ondersteunen in hun digitale transformaties, met de ambitie om de positie van Atos op de Nederlandse markt verder te versterken. Atos speelt een sleutelrol in het ontwikkelen en leveren van robuuste, veilige soevereine diensten aan zijn klanten.”

Punit Sehgal, CEO Atos BeLux, Nederland & Nordics: “We zijn verheugd Hans Koolen te verwelkomen als CEO Atos Nederland. Zijn uitgebreide ervaring in digitale transformaties en zijn bewezen leiderschapskwaliteiten sluiten perfect aan bij de kernwaarden van Atos. Ik ben ervan overtuigd dat Hans een sleutelrol zal spelen in het versterken van de reputatie van Atos Nederland als betrouwbare partner voor organisaties die een digitale transformatie doormaken.”

Hans Koolen heeft zijn carrière opgebouwd rond sales en digitale transformatie. Bij BT was hij verantwoordelijk voor contracten met klanten in de financiële dienstverlening en consumentengoederen.

Als Executive Digital and Commercial Transformation bij Philips IT leidde Koolen initiatieven om de time-to-market te versnellen en het partner-ecosysteem structureel te verbeteren. Ook speelde hij een rol in de volledige migratie van Philips naar de cloud en droeg hij bij aan de ontwikkeling van internationale cloud competentiecentra.

Meer dan de helft van de Nederlandse bedrijven (59%) wil informatie ontvangen over IT-kwetsbaarheden. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het Digital Trust Center, onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction.

Bedrijven ontvangen informatie over IT-kwetsbaarheden zoals beveiligingslekken in bedrijfssoftware bij voorkeur van hun IT-dienstverlener of overheidsinstantie. Bedrijven hechten vooral waarde aan een duidelijke risicoschatting en praktische adviezen om digitale kwetsbaarheden te verhelpen. Ondanks deze grote behoefte, ontvangt lang niet ieder bedrijf op dit moment de benodigde informatie terwijl de cyberdreigingen juist blijven toenemen.

Eén op de drie bedrijven ontvangt momenteel helemaal geen informatie over kwetsbaarheden. Vooral zzp’ers ontvangen deze informatie niet (61%). In het mkb ligt dit percentage op 14% en bij de grote bedrijven met meer dan 250 medewerkers ontvangt slechts 4% geen kwetsbaarhedeninformatie.

Informatie over kwetsbaarheden in IT-systemen of applicaties kan divers van inhoud en vorm zijn. Bedrijven die deze informatie ontvangen, ontvangen het vaakst advisories/beveiligingsadviezen (36%), en dreigingsbeelden (26%). Maar ook CTI-rapportages, CVE, CVSS en IoC’s worden gebruikt om kennis te nemen van eventuele kwetsbaarheden in software en hardware die de eigen organisatie gebruikt. Eén op de drie bedrijven weet niet welk soort informatie het ontvangt.

Van de bedrijven die wel kwetsbaarhedeninformatie ontvangen, komt dit respectievelijk binnen via een IT-dienstverlener (28%), via hun eigen netwerk of platform (21%) of vanuit een overheidsinstantie (9%). Binnen die laatste groep ontvangt 42% deze informatie van het NCSC en 34% van het DTC.

Wanneer bedrijven wordt gevraagd van wie ze deze informatie het liefst ontvangen, liggen de cijfers iets anders. Het grootste deel (43%) van de bedrijven heeft een voorkeur voor eenIT-dienstverlener als informatiebron, terwijl 30% liever informatie ontvangt van een overheidsinstantie zoals het NCSC of DTC. Eenzelfde aandeel (30%) noemt het eigen netwerk of cyberplatform als voorkeurskanaal. Een CERT is voor 14% van de bedrijven een gewenste bron van kwetsbaarhedeninformatie.

Het onderzoek is hier te vinden.

 

Tijdens Next ’25 heeft Google Cloud een reeks AI-innovaties gepresenteerd die organisaties wereldwijd moeten helpen hun digitale transformatie te versnellen.

CEO Thomas Kurian benadrukt dat AI de potentie heeft om levens te verbeteren en processen fundamenteel te veranderen. Nieuwe infrastructuren zoals het Google WAN, een wereldwijd netwerk geoptimaliseerd voor AI, en de AI Hypercomputer, met TPU’s en geavanceerde GPU-opties, tonen hoe Google schaalbare en efficiënte rekenkracht beschikbaar maakt voor bedrijven. Bovendien wordt Gemini, het AI-model van Google, via Google Distributed Cloud beschikbaar gesteld in zowel verbonden als afgesloten omgevingen.

Op het platform Vertex AI breidt Google zijn aanbod uit. Gebruikers kunnen kiezen uit honderden modellen, waaronder Gemini 2.5 Pro en Flash, en nieuwe tools als Vertex AI Dashboards en Model Optimizer helpen bij monitoring, afstemming en performance-optimalisatie. Het multi-agent ecosysteem krijgt een boost met tools als de Agent Development Kit en het Agent2Agent-protocol, die samenwerking tussen verschillende AI-agents en systemen vergemakkelijken. Via Agentspace kunnen werknemers efficiënter werken met AI-ondersteuning in zoekopdrachten, ideeënontwikkeling en diepgaand onderzoek, nu ook geïntegreerd met Chrome Enterprise en lokale data via GDC.

In Google Workspace verbeteren AI-functies zoals “Help me analyseren” in Sheets en “Docs Audio Overview” het dagelijks werk. Daarnaast automatiseert Workspace Flows terugkerende taken. Binnen security introduceert Google  AI-ondersteuning zoals Google Unified Security (GUS), dat securityprocessen centraliseert en verrijkt met actuele dreigingsinformatie, én gespecialiseerde agents voor alert triage en malwareanalyse.

Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en het Digital Trust Center (DTC) introduceren een vernieuwde, gezamenlijke set basisprincipes om de digitale weerbaarheid van Nederlandse bedrijven en organisaties te versterken. Met de komst van deze uniforme en breed afgestemde set basisprincipes is er nu één leidraad die toepasbaar is voor alle bedrijven en organisaties in Nederland. 
Voor Nederlandse bedrijven en organisaties is digitale veiligheid een voorwaarde om de kansen van de digitale economie te benutten. De realiteit is dat zij dagelijks te maken hebben met cyberdreigingen. Bedrijven en organisaties moeten zich weren tegen deze dreigingen en voldoende investeren in beveiliging. De vernieuwde set van 5 basisprincipes helpt om de basis op orde te brengen en zo de digitale weerbaarheid te vergroten. Deze basisprincipes zijn als volgt:
1. Breng risico’s in kaart
Door je afhankelijkheden en belangen in kaart te brengen, weet je welke dreigingen relevant zijn, wat je te beschermen belangen zijn, welke risico’s zich voordoen en hoe je deze adresseert.
> Basisprincipe 1
2. Bevorder veilig gedrag
Medewerkers kunnen onbedoeld of bedoeld grote schade toebrengen aan een organisatie. Bevorder veilig gedrag door in te zetten op een veilige cultuur, leren van fouten, degelijke processen en bewustwording.
> Basisprincipe 2
3. Bescherm systemen, apparaten en applicaties
Systemen, applicaties en apparaten houden je organisatie draaiende, maar kwetsbaarheden kunnen voor grote verstoringen zorgen. Bescherm ze door veilige instellingen te kiezen en dreigingen tijdig te detecteren.
> Basisprincipe 3
4. Beheer de toegang
Bepaal per medewerker tot welke systemen en data toegang nodig is om te kunnen werken. Zorg dat toegangsrechten worden aangepast als iemand een nieuwe functie krijgt of bij de organisatie vertrekt.
> Basisprincipe 4
5. Bereid je voor op incidenten
Incidenten zijn onvermijdelijk, dus bereid je voor. Om weerbaar te zijn tegen digitale incidenten, is het belangrijk om te weten hoe je op incidenten moet reageren en hoe je de schade kunt herstellen als het toch misgaat.
> Basisprincipe 5
Rijksbrede set basisprincipes
De vernieuwde basisprincipes zijn naar aanleiding van de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS) ontwikkeld door het DTC en het NCSC, die vanaf 1 januari verder gaan als één organisatie. Daarbij zijn niet alleen de eigen bestaande richtlijnen als uitgangspunt genomen, maar ook die van andere organisaties, zoals de AIVD, CIO Rijk, Cyberveilig Nederland en RDI. Inhoudelijk is de vernieuwde set gebaseerd op bestaande richtlijnen zoals NIST CSF en NIS2. “We hebben de verschillende richtlijnen en principes naast elkaar gelegd en geanalyseerd. Op basis van overeenkomsten en verschillen hebben we de meest relevante elementen geselecteerd en samengebracht in een gezamenlijke, breed gedragen set,” zegt Anthonie Drenth, cybersecurityadviseur bij het NCSC.
Basisprincipes breed toepasbaar 
Het DTC en het NCSC hadden voor de gemeenschappelijke basisprincipes ieder eigen aparte richtlijnen voor hun eigen doelgroep. Het DTC gericht op niet-vitale bedrijven en organisaties en het NCSC gericht op Rijksoverheid en organisaties in vitale sectoren. “Een kleine ondernemer heeft vaak andere middelen en risico’s dan een vitale organisatie, maar met deze basisprincipes krijgt iedere organisatie een eenduidig en uniform houvast vanuit de overheid,” zegt Matthijs van Amelsfort, directeur van het NCSC. “De basisprincipes zijn zo opgesteld dat ze zowel praktisch als breed toepasbaar zijn. Ze bieden concrete handvatten waarmee zowel kleine als grote, vitale en niet-vitale bedrijven en organisaties hun digitale veiligheid kunnen verbeteren.”

Vertiv, wereldwijd leverancier van kritieke digitale infrastructuur en continuïteitsoplossingen, kondigt een belangrijke upgrade aan van de Vertiv™ SmartAisle™, speciaal ontwikkeld voor edge computing-toepassingen tot 180 kW.

Vertiv™ SmartAisle™ is nu beschikbaar in de EMEA-regio en combineert stroomvoorziening, koeling, racks en geavanceerde beheer- en monitoringfuncties in één geïntegreerde oplossing. Het is ontworpen om edge-implementaties te vereenvoudigen en te versnellen. In lijn met de Europese Energie-efficiëntierichtlijn (EED) werkt het systeem energiezuinig en biedt het power usage effectiveness (PUE)-monitoring om organisaties te helpen hun prestaties en duurzaamheidsdoelen bij te houden.

“De vernieuwde Vertiv™ SmartAisle™ maakt het verschil bij effectieve edge-implementaties,” zegt Giuseppe Leto, senior director IT Systems Business bij Vertiv in EMEA. “We hebben het voor bedrijven eenvoudiger, sneller en kostenefficiënter gemaakt om hun IT-omgeving op te schalen. Het vooraf ontworpen systeem voorkomt de gebruikelijke uitdagingen rond installatieplanning en logistiek. Tegelijkertijd biedt het een complete, betrouwbare oplossing waarmee datacenters operators hun energie-efficiëntie kunnen monitoren volgens de nieuwste EU-richtlijnen.”

De geïntegreerde Vertiv™ RDU501 voor intelligent infrastructuurbeheer stelt datacenters in staat om systeemactiviteiten 24/7 in realtime te monitoren en aan te sturen via één overzichtelijk en gebruiksvriendelijk platform. Dankzij de vooraf ontworpen edge-oplossingen van Vertiv kunnen organisaties de tijd voor planning, ontwerp en locatievoorbereiding met tot wel tachtig procent verkorten en de implementatiekosten met tot dertig procent verlagen ten opzichte van traditionele gebouwde datacenters. Bovendien leidt de integratie van alle componenten tot een hogere energie-efficiëntie tot twintig procent ten opzichte van het industriegemiddelde (zoals gerapporteerd door het Uptime Institute in 2024).

Vertiv SmartAisle is onderdeel van het groeiende portfolio van flexibele, volledig vooraf ontworpen modulaire oplossingen van Vertiv. Het systeem is standaard beschikbaar in vier verschillende referentieontwerpen, is schaalbaar tot een IT-belasting van 180 kW en beschikt over N+1-redundantie voor zowel stroom- als koelsystemen.

Belangrijke kenmerken en voordelen zijn onder andere:

  • Geavanceerde 24/7 monitoring van energieverbruik en capaciteitsbeheer
  • Nauwkeurige omgevingsmonitoring met zes sensoren per serverrack
  • Energiezuinige, modulaire systemen voor noodstroomvoorziening
  • Stroomverdeling via power bars of vloergemonteerde PDU’s
  • Geïntegreerde stroommonitoring via rackgemonteerde PDU’s (rPDU)
  • Adaptief direct-expansiekoelsysteem met modulerend vermogen van 20–100%
  • Verbeterde thermische efficiëntie dankzij cold aisle containment
  • Geavanceerde fysieke beveiliging met e-handles en IP-camera’s
  • Schaalbare architectuur voor gestandaardiseerde uitrol op meerdere edge-locaties