ESET-onderzoekers hebben de eerste UEFI bootkit voor Linux systemen ontdekt, die door de makers Bootkitty is genoemd. ESET gelooft dat deze bootkit waarschijnlijk een eerste proof of concept is en gebaseerd op ESET-telemetrie is deze nog niet in het wild ingezet. Het is echter het eerste bewijs dat UEFI bootkits niet langer beperkt zijn tot alleen Windows systemen. Het hoofddoel van de bootkit is het uitschakelen van de verificatiefunctie voor handtekeningen van de kernel en het vooraf laden van twee nog onbekende ELF-binaire bestanden via het Linux “init”-proces (het eerste proces dat door de Linux-kernel wordt uitgevoerd tijdens het opstarten van het systeem).

De voorheen onbekende UEFI-toepassing met de naam “bootkit.efi” is geüpload naar VirusTotal. Bootkitty is ondertekend door een zelfondertekend certificaat en kan dus niet worden uitgevoerd op systemen waarop UEFI Secure Boot standaard is ingeschakeld. Bootkitty is echter ontworpen om de Linux kernel naadloos op te starten, of UEFI Secure Boot nu is ingeschakeld of niet, omdat het in het geheugen de noodzakelijke functies patcht die verantwoordelijk zijn voor integriteitsverificatie.

De bootkit is een geavanceerde rootkit die de bootloader kan vervangen en de kernel kan patchen voordat deze wordt uitgevoerd. Bootkit stelt de aanvaller in staat om de volledige controle over de getroffen machine over te nemen, omdat het het opstartproces van de machine overneemt en malware uitvoert nog voordat het besturingssysteem is opgestart.

Tijdens de analyse ontdekte ESET een mogelijk gerelateerde niet-ondertekende kernelmodule die ESET BCDropper noemde – met tekenen die suggereren dat het ontwikkeld zou kunnen zijn door dezelfde auteur(s) als Bootkitty. Het gebruikt een ELF-binary die verantwoordelijk is voor het laden van nog een andere kernelmodule die onbekend was op het moment van analyse.

“Bootkitty bevat veel artifacts, wat suggereert dat dit meer een proof of concept is dan het werk van een dreigingsactor. Hoewel de huidige versie van VirusTotal op ditmoment geen echte dreiging vormt voor de meerderheid van de Linux-systemen, omdat het slechts enkele Ubuntu-versies kan aantasten, benadrukt het de noodzaak om voorbereid te zijn op potentiële toekomstige dreigingen”, zegt ESET-onderzoeker Martin Smolár, die Bootkitty analyseerde. “Om je Linux-systemen te beschermen tegen dergelijke dreigingen, moet je ervoor zorgen dat UEFI Secure Boot is ingeschakeld, dat je systeemfirmware, beveiligingssoftware en OS up-to-date zijn en dat je UEFI revocatielijst up-to-date is”, voegt hij eraan toe.

Na het opstarten van een systeem met Bootkitty in de ESET testomgeving, merkten onderzoekers op dat de kernel werd gemarkeerd als ’tainted’ (een commando kan worden gebruikt om de ’tainted’ waarde te controleren), wat niet het geval was wanneer de bootkit afwezig was.

Een andere manier om te zien of de bootkit aanwezig is op het systeem met UEFI Secure Boot ingeschakeld, is door te proberen een niet-ondertekende dummy kernelmodule te laden tijdens runtime. Als deze aanwezig is, wordt de module geladen; zo niet – dan weigert de kernel deze te laden. Een eenvoudige remedie om van de bootkit af te komen, wanneer de bootkit is geïmplementeerd als “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”, is om het legitieme “/EFI/ubuntu/grubx64-real.efi” bestand terug te verplaatsen naar de originele locatie, namelijk “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”.

In de afgelopen jaren is het UEFI dreigingslandschap, in het bijzonder dat van UEFI bootkits, aanzienlijk geëvolueerd. Het begon allemaal met de eerste UEFI bootkit proof of concept (PoC), beschreven door Andrea Allievi in 2012, die diende als demonstratie van het inzetten van bootkits op moderne, op UEFI gebaseerde Windows-systemen, en werd gevolgd door vele andere PoC’s (EfiGuard, Boot Backdoor, UEFI-bootkit). Het duurde enkele jaren voordat de eerste twee echte UEFI-bootkits in het wild werden ontdekt (een daarvan was ESPecter in 2021 door ESET), en het duurde nog eens twee jaar voordat de beruchte BlackLotus – de eerste UEFI-bootkit die in staat was om UEFI Secure Boot op up-to-date systemen te omzeilen – verscheen (in 2023, ontdekt door ESET). Een rode draad door deze publiekelijk bekende bootkits was dat ze uitsluitend gericht waren op Windows-systemen.

Bekijk voor een meer gedetailleerde analyse en technische uitsplitsing van Bootkitty, de eerste bootkit voor Linux, de nieuwste blogpost van ESET Research, “Bootkitty: Analyzing the first UEFI bootkit for Linux,” op WeLiveSecurity.com. Zorg ervoor dat je ESET Research volgt op Twitter (tegenwoordig bekend als X) voor het laatste nieuws.

De voorheen onbekende UEFI-toepassing met de naam “bootkit.efi” is geüpload naar VirusTotal. Bootkitty is ondertekend door een zelfondertekend certificaat en kan dus niet worden uitgevoerd op systemen waarop UEFI Secure Boot standaard is ingeschakeld. Bootkitty is echter ontworpen om de Linux kernel naadloos op te starten, of UEFI Secure Boot nu is ingeschakeld of niet, omdat het in het geheugen de noodzakelijke functies patcht die verantwoordelijk zijn voor integriteitsverificatie.

De bootkit is een geavanceerde rootkit die de bootloader kan vervangen en de kernel kan patchen voordat deze wordt uitgevoerd. Bootkit stelt de aanvaller in staat om de volledige controle over de getroffen machine over te nemen, omdat het het opstartproces van de machine overneemt en malware uitvoert nog voordat het besturingssysteem is opgestart.

Tijdens de analyse ontdekte ESET een mogelijk gerelateerde niet-ondertekende kernelmodule die ESET BCDropper noemde – met tekenen die suggereren dat het ontwikkeld zou kunnen zijn door dezelfde auteur(s) als Bootkitty. Het gebruikt een ELF-binary die verantwoordelijk is voor het laden van nog een andere kernelmodule die onbekend was op het moment van analyse.

“Bootkitty bevat veel artifacts, wat suggereert dat dit meer een proof of concept is dan het werk van een dreigingsactor. Hoewel de huidige versie van VirusTotal op ditmoment geen echte dreiging vormt voor de meerderheid van de Linux-systemen, omdat het slechts enkele Ubuntu-versies kan aantasten, benadrukt het de noodzaak om voorbereid te zijn op potentiële toekomstige dreigingen”, zegt ESET-onderzoeker Martin Smolár, die Bootkitty analyseerde. “Om je Linux-systemen te beschermen tegen dergelijke dreigingen, moet je ervoor zorgen dat UEFI Secure Boot is ingeschakeld, dat je systeemfirmware, beveiligingssoftware en OS up-to-date zijn en dat je UEFI revocatielijst up-to-date is”, voegt hij eraan toe.

Na het opstarten van een systeem met Bootkitty in de ESET testomgeving, merkten onderzoekers op dat de kernel werd gemarkeerd als ’tainted’ (een commando kan worden gebruikt om de ’tainted’ waarde te controleren), wat niet het geval was wanneer de bootkit afwezig was.

Een andere manier om te zien of de bootkit aanwezig is op het systeem met UEFI Secure Boot ingeschakeld, is door te proberen een niet-ondertekende dummy kernelmodule te laden tijdens runtime. Als deze aanwezig is, wordt de module geladen; zo niet – dan weigert de kernel deze te laden. Een eenvoudige remedie om van de bootkit af te komen, wanneer de bootkit is geïmplementeerd als “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”, is om het legitieme “/EFI/ubuntu/grubx64-real.efi” bestand terug te verplaatsen naar de originele locatie, namelijk “/EFI/ubuntu/grubx64.efi”.

In de afgelopen jaren is het UEFI dreigingslandschap, in het bijzonder dat van UEFI bootkits, aanzienlijk geëvolueerd. Het begon allemaal met de eerste UEFI bootkit proof of concept (PoC), beschreven door Andrea Allievi in 2012, die diende als demonstratie van het inzetten van bootkits op moderne, op UEFI gebaseerde Windows-systemen, en werd gevolgd door vele andere PoC’s (EfiGuard, Boot Backdoor, UEFI-bootkit). Het duurde enkele jaren voordat de eerste twee echte UEFI-bootkits in het wild werden ontdekt (een daarvan was ESPecter in 2021 door ESET), en het duurde nog eens twee jaar voordat de beruchte BlackLotus – de eerste UEFI-bootkit die in staat was om UEFI Secure Boot op up-to-date systemen te omzeilen – verscheen (in 2023, ontdekt door ESET). Een rode draad door deze publiekelijk bekende bootkits was dat ze uitsluitend gericht waren op Windows-systemen.

Bekijk voor een meer gedetailleerde analyse en technische uitsplitsing van Bootkitty, de eerste bootkit voor Linux, de nieuwste blogpost van ESET Research, “Bootkitty: Analyzing the first UEFI bootkit for Linux,” op WeLiveSecurity.com. Zorg ervoor dat je ESET Research volgt op Twitter (tegenwoordig bekend als X) voor het laatste nieuws.

Westcon-Comstor, een wereldwijde technologieleverancier, kondigt vandaag een strategische uitbreiding aan van zijn cloudaanbod voor channelpartners door een overeenkomst te tekenen om een geautoriseerde Amazon Web Services (AWS) distributeur voor Europa te worden.

De nieuwe distributieovereenkomst bestrijkt de volledige Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland (UKI). Hiermee creëert Westcon-Comstor groeikansen voor zijn partners in meer dan 30 landen door toegang te bieden tot het portfolio van cloudproducten en -oplossingen van AWS. Om dit succes te ondersteunen, zal Westcon-Comstor zijn cloudcapaciteiten inzetten om partners te helpen bij het ontwikkelen van hun AWS-strategieën, gebruik te maken van financieringsprogramma’s en technische expertise op te bouwen via enablement. Een speciale AWS-cloudbusinessunit wordt opgericht met een gecentraliseerd Centre of Excellence en aanvullende lokale verkoop-, pre-sales- en marketingteams om partners effectief te werven en te ondersteunen.

De samenwerking bouwt voort op de ervaring van Westcon-Comstor met AWS in de regio Azië-Pacific (APAC) en de eerder dit jaar overgenomen expertise van Rebura, een Premier Tier Services-partner van AWS. Partners kunnen profiteren van diensten zoals migraties, moderniseringen en managed services, ondersteund door flexibele contractmodellen. De focus van de Europese overeenkomst ligt op het stimuleren van het gebruik van AWS-oplossingen bij eindgebruikers in het MKB en de publieke sector, wat een bredere adoptie en groei mogelijk maakt.

“Onze visie is om een AWS-distributeur bij uitstek te zijn en deze overeenkomst voor heel Europa betekent een belangrijke stap voorwaarts op die reis”, zegt David Grant, CEO van Westcon-Comstor. “We zijn er trots op dat we een uniek, uitgebreid AWS-raamwerk hebben opgebouwd, dat partners de expertise en ondersteuning biedt die ze nodig hebben om hun cloudbedrijfsgroei te versnellen en succes te garanderen in het AWS-ecosysteem. We kijken ernaar uit om de aanwezigheid en voetafdruk van AWS in Europa verder uit te breiden, nieuwe mogelijkheden voor onze partners te ontsluiten en inzichten te benutten uit onze succesvolle samenwerking in APAC.”

Afgelopen maand was het team van ChannelConnect op Cybersec Netherlands 2024. Dé cybersecurity-beurs van Nederland vond dit jaar plaats op 6 en 7 november in de Koninklijke jaarbeurs in Utrecht.

Bekijk hieronder het videoverslag waarin diverse IT-professionals hun visie delen over Cybersec Netherlands. Daarnaast blikken ze vooruit op de ontwikkelingen in cybersecurity voor het komende jaar.

Deelnemers video:

Dave Maasland, ESET
Marc van Ierland, Exclusive Networks
Bas van Hoek, Fortinet
Irene van der Zanden, Digital Trust Center
Praveen Haridas, ManageEngine
Bart Lageweg, Bizway
Fabrice Wynants, Cegeka
Mick den Dijker, Cybersec

Uit een onderzoek van Fujitsu blijkt dat oudere werknemers Generative AI (GenAI) vaker gebruiken dan hun jongere collega’s.

Vooral 43- tot 58-jarigen en 59-plussers maken regelmatig gebruik van deze technologie, met percentages die significant hoger liggen dan bij de jongste generatie, Gen Z. Het gebruik verschilt daarnaast per land, met Spanje en Ierland als koplopers en Nederland en België daar vlak achter.

Het onderzoek toont aan dat GenAI breed wordt geaccepteerd in Europese organisaties. Een grote meerderheid van de werknemers beschouwt de technologie als een waardevolle ondersteuning in hun werk en ziet het als essentieel voor productiviteit. Vertrouwen in veilig gebruik en duidelijke strategieën van werkgevers zijn belangrijke voorwaarden, vooral voor jongere generaties. De meeste bedrijven hebben beleid en teams om het gebruik van GenAI in goede banen te leiden, wat het vertrouwen onder werknemers versterkt.

Een van de belangrijkste voordelen van GenAI is de tijdswinst. Gemiddeld besparen werknemers 4,75 uur per week door het gebruik van deze technologie. Dit resulteert in meer tijd voor andere taken en verhoogde productiviteit. Bedrijven die GenAI effectief inzetten, kunnen niet alleen efficiënter werken, maar ook creatievere en productievere teams creëren.

Digital Realty lanceert de Digital Academy, een intern opleidingsprogramma gericht op het opleiden van mbo-studenten voor een carrière in de datacentersector. Met de Digital Academy wil Digital Realty de kloof verkleinen tussen de groeiende vraag naar gekwalificeerd personeel en het beschikbare aanbod van talent op de IT-arbeidsmarkt.

Met de lancering van de Digital Academy wil Digital Realty zich proactief inzetten voor talentontwikkeling. De Digital Academy biedt een acht maanden durend programma dat zich richt op kandidaten met een startkwalificatie, zoals een mbo niveau 2-diploma of een havo-diploma. Deze deelnemers worden in dienst genomen bij Digital Realty en werken drie dagen per week in een team en één dag per week met een trainer waarvan zij zij begeleiding ontvangen voor hun opdrachten en projecten.

Met specifieke aandacht voor het stroomvoorzienings- en koelingsexpertise binnen datacenters worden de deelnemers opgeleid tot instapniveau datacentermedewerkers. Als site engineers zijn zij mede-verantwoordelijk voor de continuïteit van de stroomvoorziening en koeling in datacenters. Dit houdt in dat de deelnemers preventief onderhoud uitvoeren om te zorgen dat de stroomvoorziening altijd beschikbaar is en de koeling operationeel blijft, zelfs bij storingen.

Sander van Kesteren, Project Manager Digital Academy bij Digital Realty, benadrukt de maatschappelijke waarde en bredere impact van dit initiatief: “We zijn ontzettend enthousiast over de lancering van de Digital Academy, een initiatief dat we met passie ondersteunen. Dit programma biedt is een platform waar verschillende partners kosteloos kunnen in hun vrije tijd aan bijdragen, wat een waardevol verschil maakt in onze gezamenlijke missie. Door deze samenwerkingen slaan we een brug tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Er ligt een aanzienlijk arbeidsmarktpotentieel, en met de Digital Academy willen we onze verantwoordelijkheden en mogelijkheden aangrijpen om deze kloof te overbruggen. Samen kunnen we de kansen benutten en het arbeidstekort effectief aanpakken.”

De eerste groep van zes studenten, drie mannen en drie vrouwen, start op 1 december 2024. Digital Realty wil in de komende drie jaar ieder half jaar een nieuwe groep laten beginnen met de opleiding.

STULZ Modular, een toonaangevende leverancier van modulaire datacenteroplossingen en een volledige dochteronderneming van STULZ GmbH, heeft de voltooiing aangekondigd van een prestigieuze installatie aan de Universiteit van Göttingen voor de Emmy supercomputer, die gebruik maakt van een innovatieve combinatie van direct to chip vloeistof- en luchtkoeling.

Emmy staat in de top 100 van krachtigste supercomputers ter wereld en is vernoemd naar de beroemde Duitse wiskundige Emmy Noether, die door Albert Einstein werd beschreven als een van de belangrijkste vrouwen op het gebied van wiskunde. De universiteit van Göttingen had een nieuw datacenter nodig voor Emmy, omdat de bestaande faciliteiten niet de vereiste ruimte en koelinfrastructuur konden bieden. Het moest een modulaire constructie worden met een totale capaciteit van 1,5MW die geschikt is voor verdere uitbreiding, met de inzet van een koelsysteem dat een warmtedichtheid tot 100kW per rack kan verwijderen. Het energieverbruik van Emmy was ook een factor, dus de geïmplementeerde oplossing moest dit aanpakken door zo energie-efficiënt en duurzaam mogelijk te zijn.

We kregen minder dan twee maanden de tijd om een modulair datacenter met twee kamers en een koelinfrastructuur te ontwerpen en te installeren. Dit datacenter zou worden geïnstalleerd op een grondplaat en worden aangesloten op het transformatorstation op locatie”, legt Dushy Goonawardhane, directeur van STULZ Modular, uit. Onze oplossing bestaat uit vier geprefabriceerde modules – twee grotere modules beslaan een oppervlakte van 85 m2 en zijn verbonden langs de ruggengraat om plaats te bieden aan de vloeistofgekoelde supercomputer die direct op de chip wordt aangesloten. Twee kleinere modules zijn ook verbonden langs de ruggengraat om luchtgekoelde IT-apparatuur te huisvesten in een ruimte van 70 m2 .

Het hele datacenter bestaat uit computers met hoge prestaties, vloeistofgekoelde systemen van 1.120 kW direct op de chip met ongeveer 20% restwarmte, high density racks en STULZ CyberAir en STULZ CyberRow precisie airconditioning met vrije koeling. Met 96kW per volledig rack en 11 racks die momenteel in gebruik zijn, is er in totaal capaciteit voor 14 racks.

STULZ Modular werkte samen met CoolIT Systems, dat gespecialiseerd is in schaalbare oplossingen voor vloeistofkoeling voor de meest veeleisende computeromgevingen ter wereld, om de microprocessoren van Emmy te voorzien van vloeistofkoeling direct op de chip. De secundaire lus bestaat uit twee vloeistoflussen en zorgt voor een stroom koelvloeistof van de koeldistributie-eenheid (CDU) naar de distributieverdelers en naar de servers, waar warmte via koude platen wordt overgedragen naar de koelvloeistof. De secundaire vloeistof stroomt vervolgens naar de warmtewisselaar in de CDU, waar het warmte overdraagt aan de primaire lus en de geabsorbeerde warmte-energie naar een droge koeler wordt geleid en wordt afgevoerd.

Het direct naar de chip gekoelde vloeistofgekoelde systeem verwijdert 78% (74,9kW) van de warmtebelasting van de server. Een watergekoelde STULZ CyberRow (met optie voor vrije koeling) luchtkoeleenheid verwijdert de resterende 22% (21,1kW) van de warmtelast die door componenten in de server wordt geproduceerd. De afvoerluchttemperatuur van de CyberRow is gespecificeerd op ongeveer 48°C, de toevoerluchttemperatuur op 27-35°C en de watertemperatuur op 32-36°C.

De Universiteit van Göttingen is toegewijd aan het verminderen van haar ecologische voetafdruk en het totale energieverbruik op haar campus. Het modulaire datacenter van STULZ levert een elektriciteitsbesparing op van 27% bij een gemiddelde belasting van 75%, wat neerkomt op 3,96 GWh per jaar. Vergeleken met een standaard luchtgekoeld datacenter met een Power Usage Effectiveness (PUE) van 1,56 – het huidige industriegemiddelde volgens het Uptime Institute – levert het hybride direct to chip vloeistof- en luchtkoelsysteem een totale jaarlijkse PUE van 1,13, met een PUE van 1,07 voor de vloeistofgekoelde supercomputerruimte alleen.

Dushy Goonawardhane van STULZ Modular concludeerde: “Deze installatie toont onze toewijding om de grenzen van datacenterkoelingtechnologie te verleggen. Door direct-to-chip vloeistofkoeling te combineren met onze geavanceerde luchtkoelsystemen, hebben we een oplossing gecreëerd die niet alleen voldoet aan de extreme eisen van supercomputers, maar ook in lijn is met de duurzaamheidsdoelstellingen van de Universiteit van Göttingen. We zijn verheugd om de complexiteit en de lessen van dit project te delen in een whitepaper die we in samenwerking met de universiteit van Göttingen hebben opgesteld.

DTX, een Nederlandse onderneming in cloud, security en business solutions benoemt per 1 januari 2025 Erik Ploegmakers tot CEO. In zijn nieuwe rol wordt Ploegmakers verantwoordelijk voor het aansturen van het bedrijf en het realiseren van de strategische visie en doelstellingen van DTX.

Erik Ploegmakers heeft een lange staat van dienst in de Nederlandse IT/security sector. Hij begon zijn carrière bij Fox-IT, zette vervolgstappen met leidinggevende functies bij PwC Nederland en KPN Security en keerde daarna terug bij Fox-IT als CEO. Ploegmakers stapt over naar DTX van ethische hackersfirma Zerocopter, waar hij tot 1 december 2024 CEO is.

“Ik kijk er enorm naar uit om met het getalenteerde team van DTX aan de slag te gaan,” zegt Erik Ploegmakers. “DTX heeft alles in huis om organisaties te helpen niet alleen te reageren op veranderingen, maar deze actief naar hun hand te zetten. Mijn ambitie is om samen met het team onze klanten te ondersteunen bij het realiseren van duurzame groei, met oplossingen die even innovatief als praktisch zijn.”

“De kracht van DTX ligt in de combinatie van diepgaande expertise en een mensgerichte aanpak,” vervolgt Ploegmakers. “We willen meer zijn dan een leverancier – we willen meedenken over de toekomst. Dat betekent investeren in innovatie, maar ook in kennis en vertrouwen.”

“We zijn ontzettend blij om Erik in ons midden te verwelkomen! DTX is inmiddels gegroeid tot meer dan 50 medewerkers en dat betekent dan we als bedrijf een nieuwe fase ingaan. Een fase die een andere aansturing en andere kwaliteiten van het management vereist. De directie was van mening dat het goed zou zijn om deze groei te laten begeleiden door een zeer ervaren bestuurder zoals Erik”, zegt Rutger de Boer, oprichter en CTO van DTX. “Met zijn enorme schat aan bestuurlijke ervaring in de IT/security sector, weet ik zeker dat hij gaat bijdragen aan onze verdere groei. DTX is al ruim 25 jaar een betrouwbare partner voor organisaties. We vinden het belangrijk om als bedrijf verder te kunnen opschalen in de kwalitatief hoogwaardige dienstverlening die we onze klanten nu al bieden. Met de komst van Erik zijn wij ervan overtuigd dat we naast de bestaande, nog veel meer duurzame relaties kunnen opbouwen.”

De directie van DTX wordt uitgebreid met Erik Ploegmakers als CEO. Bas de Gier, sinds 2012 algemeen directeur, draagt de dagelijkse leiding over aan Ploegmakers en wordt als CFO verantwoordelijk voor financiële en strategische zaken. Rutger de Boer blijft aan als CTO, en Kai van den Berg als CCO.

Ploegmakers blijft naast zijn nieuwe functie bij DTX actief in de Raad van Commissarissen van Zerocopter. Hij neemt, naast de andere DTX-directieleden, een gelijk belang in DTX.

Signicat, een pan-Europese leverancier van oplossingen voor digitale identiteit en fraudepreventie, heeft een strategisch partnerschap aangekondigd met AsiaVerify, specialist in gegevens uit de APAC-regio. Dit partnerschap stelt Signicat in staat om haar mogelijkheden uit te breiden in Azië-Pacific, waardoor bedrijven die actief zijn in die regio beter in staat zijn om te voldoen aan de toenemende regelgeving.

De samenwerking betekent een belangrijke toevoeging aan Signicat’s groeiende netwerk van betrouwbare dataleveranciers, met AsiaVerify als eerste APAC- specifieke dataleverancier. AsiaVerify’s real-time toegang tot gezaghebbende gegevens van officiële bronnen in belangrijke APAC-markten, zoals China en Singapore, zal Signicat’s klanten in staat stellen om zowel individuele als bedrijfsinformatie efficiënt te verifiëren over de grenzen heen. Deze samenwerking voorziet in een belangrijke behoefte voor bedrijven die de APAC regio willen betreden of er willen opereren, waar wettelijke vereisten en lokale registers complexe situaties kunnen opleveren die moeilijk zelfstandig te navigeren zijn.

“We zijn verheugd om samen te werken met AsiaVerify, een regionale specialist wiens expertise perfect aansluit bij onze missie voor veilige en compliant digitale identiteitsverificatie op wereldwijde schaal,” zegt Pinar Alpay, Chief Product & Marketing Officer bij Signicat. “Met onze wereldwijde compliant digitale identiteitsoplossingen kunnen we de uitbreidingsbehoeften van onze klanten ondersteunen, ongeacht waar ze groeien. Dit partnerschap verrijkt onze capaciteiten in Azië-Pacific en biedt onze klanten meer gelokaliseerde gegevens om vol vertrouwen uit te breiden naar deze snelgroeiende markt, terwijl de naleving van regionale en wereldwijde normen wordt gehandhaafd”.

De AsiaVerify oplossingen bieden real-time toegang tot kritieke informatie uit betrouwbare bronnen, waardoor Know Your Customer (KYC), Know Your Business (KYB) en identificatie van Ultimate Beneficial Ownership in bedrijven in heel Azië mogelijk wordt. Hun integratie in Signicat’s netwerk van databronnen zal organisaties voorzien van een krachtig pakket tools om zowel lokale als cross-border compliance naadloos te beheren.

“We zijn verheugd om samen te werken en de oplossingen van AsiaVerify te integreren met Signicat’s best-in-class aanbod”, zegt Joanna Wands, Hoofd Verenigd Koninkrijk en Europa bij AsiaVerify. “Azië biedt enorme mogelijkheden voor groei en expansie, maar brengt ook unieke uitdagingen met zich mee, met name om te voldoen aan lokale regelgeving. Het aanpakken van deze uitdagingen is de kern van wat we doen en we hebben het gevoel dat we sterk op één lijn zitten met Signicat in deze gedeelde missie om uitdagingen in de industrie effectief aan te pakken”.

Naarmate meer bedrijven hun activiteiten willen uitbreiden van APAC naar Europa en vice versa, zullen de verbeterde mogelijkheden van Signicat hun behoeften op het gebied van identiteitsverificatie en fraudepreventie ondersteunen en een betrouwbare, compliant oplossing bieden voor het beheren van identiteiten in een divers regelgevingslandschap. Deze samenwerking positioneert Signicat ook verder als leider in de digitale identiteitsindustrie, toegewijd aan het leveren van uitgebreide, cross-border identiteitsverificatie voor organisaties wereldwijd.

AI blijft de datacenterindustrie hervormen, een conclusie die duidelijk wordt uit de voorspelde datacentertrends voor 2025 van Vertiv, een wereldwijde leverancier van kritieke digitale infrastructuur en continuïteitsoplossingen. Vertiv-experts verwachten meer innovatie en integratie in de sector om high-density computing te ondersteunen en meer focus op duurzaamheid en cybersecurity. Daarnaast verwachten zij, een kritische blik op de regelgeving rondom AI.
“Onze experts hebben de opkomst van AI en de noodzaak om over te stappen op complexere vloeistof- en luchtkoelingsstrategieën vorig jaar geheel terecht benoemd als een trend voor 2024”, zegt Vertiv CEO Giordano Albertazzi. “We verwachten dat deze trend zich in 2025 verder doorzet. AI stuwt de dichtheid van racks naar kW’s van drie- en vier cijfers. De behoefte aan geavanceerde en schaalbare oplossingen om die racks van stroom en koeling te voorzien en tegelijkertijd hun ecologische voetafdruk te minimaliseren is nog nooit zo groot geweest. We verwachten aanzienlijke vooruitgang op dat gebied in 2025, en onze klanten vragen hier nu ook al om.”
De trends die Vertiv-experts voor de datacenterbranche in 2025 voorspellen, zijn:
1.   Innovaties op het gebied van infrastructuuroplossingen voor koeling en stroomvoorziening om bij te blijven met ontwikkelingen op het gebied van computerdichtheid: In 2025 zal de impact van high-density workloads toenemen. Geavanceerde computing blijft verschuiven van CPU naar GPU om de parallelle rekenkracht van deze laatste en het hogere thermische ontwerppunt van moderne chips te benutten. Dit gaat de bestaande systemen voor koeling en stroomvoorziening verder belasten en exploitanten van datacenters ertoe dwingen om gebruik te maken van cold-plate en immersiekoelingsoplossingen (onderdompeling) die de warmte op rackniveau afvoeren. Enterprise datacenters zullen ook beïnvloed worden door deze trend, aangezien het gebruik van AI zich uitbreidt tot buiten de eerste cloud- en colocatieproviders.
  • AI-racks vereisen UPS-systemen, batterijen, stroomverdelingsapparatuur en schakelapparatuur met een hogere vermogensdichtheid om AI-belastingen aan te kunnen die in een oogwenk kunnen fluctueren van 10 procent inactiviteit tot 150 procent overbelasting.
  • Hybride koelsystemen, met vloeistof-naar-vloeistof, vloeistof-naar-lucht en vloeistof-naar-koelmiddel configuraties, zullen zich ontwikkelen tot rack-mount, perimeter en rij-gebaseerde modules die kunnen worden ingezet in brown/greenfield-toepassingen.
  • Systemen voor vloeistofkoeling zullen steeds vaker worden gekoppeld aan hun eigen speciale high-density UPS-systemen om een continue werking te garanderen.
  • Servers zullen steeds meer worden geïntegreerd met de infrastructuur die nodig is om ze te ondersteunen, inclusief geïntegreerde vloeistofkoeling. Hierdoor worden uiteindelijk de productie en assemblage efficiënter, verloopt de implementatie sneller, wordt de voetafdruk van apparatuur kleiner en neemt de energie-efficiëntie van het systeem toe.
2.   Datacenters stellen prioriteiten aan uitdagingen op het gebied van beschikbaarheid van energie: Overbelaste netwerken en een explosief stijgende vraag naar elektriciteit veranderen de manier waarop datacenters stroom verbruiken. Wereldwijd gebruiken datacenters tegenwoordig gemiddeld 1-2 procent van alle stroom, maar door de toename van het verbruik door AI zal dit rond 2030 waarschijnlijk zijn gestegen tot 3-4 procent. Veel nutsbedrijven zullen deze eisen aan het elektriciteitsnet echter niet aankunnen. Dit trekt de aandacht van overheden over de hele wereld, wat onder andere kan leiden tot beperkingen op de bouw van datacenters en energieverbruik. De kosten en CO2-uitstoot zullen verder oplopen waardoor organisaties gedwongen worden om meer dan ooit prioriteit te geven aan energie-efficiëntie en duurzaamheid.
Voor 2024 voorspelden we een trend in de richting van energiealternatieven en de inzet van microgids. Voor 2025 zien we een versnelling van deze trend, waarbij er daadwerkelijk prioriteit wordt gegeven aan het zoeken naar nieuwe energie-efficiënte oplossingen en alternatieven. Brandstofcellen en alternatieve batterijchemieën zijn in toenemende mate beschikbaar als energieopties voor microgrids. Daarnaast zijn meerdere bedrijven bezig met de ontwikkeling van kleine modulaire reactoren voor datacenters en andere grote energieverbruikers.
3.   Industriële spelers werken samen om de ontwikkeling van de AI Factory te stimuleren: De gemiddelde rackdichtheid is de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Voor een industrie die in 2020 een gemiddelde dichtheid van 8,2kW ondersteunde, gaan de ontwikkelingen omtrent AI Factory-racks van 500 tot 1000kW of hoger binnenkort echter veel teweegbrengen. Als gevolg van deze snelle veranderingen zullen chipontwikkelaars, klanten, fabrikanten van stroom- en koelinfrastructuur, nutsbedrijven en andere belanghebbenden in de sector steeds meer samenwerken om transparante roadmaps te ontwikkelen. Zo kunnen zij stap voor stap AI implementeren. In het komende jaar zullen chipfabrikanten, infrastructuurontwerpers en klanten steeds meer samenwerken en overstappen naar partnerships die een echte integratie van IT en infrastructuur mogelijk maken.
4.   AI maakt cybersecurity zowel moeilijker als makkelijker: De toenemende frequentie en ernst van ransomware-aanvallen leidt tot een nieuwe, bredere kijk op cybersecurityprocessen en de rol die de datacenter community speelt bij het voorkomen van dergelijke aanvallen. Een derde van alle aanvallen vorig jaar had te maken met een vorm van ransomware of afpersing. Momenteel maken cybercriminelen gebruik van AI-tools om hun aanvallen op te voeren, een breder net uit te werpen en geavanceerdere benaderingen toe te passen. Aanvallen beginnen steeds vaker met een AI-ondersteunde hack van besturingssystemen en aangesloten apparaten of hardware. Zonder de juiste zorgvuldigheid kan zelfs het meest geavanceerde datacenter onbruikbaar worden.
Omdat cybercriminelen AI blijven inzetten om de frequentie van aanvallen te verhogen, moeten cybersecurity-experts, netwerkbeheerders en exploitanten van datacenters bijblijven door hun eigen geavanceerde AI-beveiligingstechnologieën te ontwikkelen.
5.   Overheids- en industriële toezichthouders pakken AI-toepassingen en energiegebruik aan: Waar onze voorspellingen voor 2023 gericht waren op overheidsregulering voor energiegebruik, verwachten we dat de overheid zich in 2025 meer zal richten op het gebruik van AI zelf. Regeringen en regelgevende instanties over de hele wereld zijn druk bezig om de gevolgen van AI te beoordelen en regelgeving te ontwikkelen voor het gebruik ervan. Ethisch verantwoorde inzet van AI is een focus van de Artificial Intelligence Act van de Europese Unie, China’s Cybersecurity Law (CSL) en AI Safety Governance Framework. Denemarken heeft onlangs zijn eigen soevereine AI-supercomputer in gebruik genomen en veel andere landen hebben hun eigen soevereine AI-projecten en wetgevingsprocessen ter bevordering van regelgevende kaders opgezet. Enige vorm van sturing is onvermijdelijk en beperkingen zijn hier een belangrijke aanvulling op.

In 2023 verloren Nederlanders gezamenlijk 109 miljoen euro door online fraude. Dit blijkt uit cijfers van de eenheid Landelijke Expertise en Operaties en de eenheid Landelijke Opsporing en Interventies, die ruim 70.000 meldingen en aangiften van dergelijke fraude registreerden.

Bankhelpdesk- en beleggingsfraude waren financieel het schadelijkst en samen verantwoordelijk voor meer dan de helft van de gestolen bedragen.

 Aangiftebereidheid varieert sterk

Aankoop- en verkoopfraude waren met 60% van de registraties de meest voorkomende vormen van online fraude, vaak met relatief lage bedragen van gemiddeld 250 euro per zaak. Uit onderzoek blijkt dat slechts 20% van de slachtoffers aangifte doet van online fraude. Bij bankhelpdeskfraude is de aangiftebereidheid met ruim 80% veel hoger, terwijl slechts 20% van de slachtoffers van aankoopfraude naar de politie stapt.

Bankhelpdeskfraude lucratiever

Bankhelpdeskfraude vormde ruim 10% van de meldingen, maar bleek voor criminelen veel lucratiever. Slachtoffers verloren gemiddeld 7000 euro per zaak. Criminelen maken vaak gebruik van remote access-tools of persoonsgegevenslijsten om doelgroepen te benaderen, zoals ouderen, alleenstaanden en hoogopgeleide veertigers. Het gestolen geld wordt vaak besteed aan luxe goederen zoals sieraden, designerkleding en smartphones.

Toename verwacht door technologische ontwikkelingen

De politie waarschuwt dat de omvang van online fraude kan toenemen door de opkomst van kunstmatige intelligentie en deepfakes. Hoewel het aantal meldingen in 2023 vergelijkbaar was met 2019 en 2022, lag het tijdens de coronapandemie in 2020 en 2021 aanzienlijk hoger, met respectievelijk 45% en 35% meer meldingen dan in 2023.