Twee derde van de Nederlandse AI-startups heeft moeite om investeringen aan te trekken. Dat schrijft Techleap in een rapport over de uitdagingen van Nederlandse AI-bedrijven.

Naast financiering hebben Nederlandse AI-bedrijven moeite om door te groeien door stroeve markttoegang en een gebrek aan talentvolle medewerkers. De juiste randvoorwaarden voor groei zijn noodzakelijk, omdat deze ondernemingen een enorme economische en maatschappelijke impact kunnen hebben, zegt de non-profitorganisatie. “Nederland telt zo’n 750 AI-bedrijven, wat slechts 10 procent van de volledige startupmarkt is. Veel Nederlandse AI-bedrijven richten zich vooral op de ontwikkeling van AI gebaseerde softwareoplossingen en minder op de ontwikkeling van AI-hardware of -infrastructuur. De meeste bedrijven zitten nog in de vroege fase, waarin productontwikkeling en afstemming met de markt centraal staan.”

Driekwart (77 procent) is jonger dan vijf jaar en bijna de helft (45 procent) zoekt naar investeringen tussen de €250.000 en €2 miljoen. Terwijl de AI-trend in volle gang is, richt slechts vier procent van de AI-startups zich momenteel op meer dan €10 miljoen aan investeringen. Daarin wijkt Nederland in negatieve zin af van landen om ons heen, waar gemikt wordt op hogere bedragen zodat bedrijven sneller schalen.

Publieke investeringen

Techleap ziet een rol voor investeerders weggelegd om meer technische kennis op te doen over de verschillen in AI-oplossingen. “Ook (toegang tot) publieke investeringen kunnen efficiënter worden ingericht. Dit kan bijvoorbeeld door procedures te versnellen of door fondsen vanuit de overheid te bundelen zodat grotere investeringen mogelijk zijn. In andere landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, wordt intensief samengewerkt tussen overheid en techondernemers bij het opstellen van AI-beleid. Voor Nederland is het een belangrijk aandachtspunt om de verbinding tussen ondernemers en de overheid te verbeteren voor effectievere regelingen,” zo stelt het rapport.

Naast financiering worden bekendheid over AI-toepassingen binnen verschillende sectoren (56 procent) en markttoegang voor kleinere toetreders (52 procent) veel genoemd als uitdaging. Het gaat de ondernemers dan vooral om toegang tot gezamenlijke faciliteiten voor onderzoeken, testen en prototypes. Voldoende datasets en computerkracht staan hoog op het wensenlijstje van Nederlandse AI-bedrijven.

Ook het aantrekken van talent met de juiste vaardigheden is een veelgehoorde uitdaging onder de AI-startups (46 procent). Met name medewerkers in technische functies, zoals engineers en developers, zijn schaars. Aandelenopties worden genoemd als een stimulans om talent te vinden en houden. Momenteel kunnen die als arbeidsvoorwaarde onvoldoende worden benut, vanwege minder gunstige belastingtarieven in vergelijking met andere landen.

ESET een wereldwijde leider op het gebied van cybersecurity, en SuperOps, een next-gen Remote Monitoring and Management (RMM) en Professional Services Automation (PSA) platform, hebben vandaag hun krachtige integratie aangekondigd.

Deze samenwerking stelt Managed Service Providers (MSP’s) in staat om hun endpoints naadloos te beheren en te beveiligen binnen het SuperOps-platform. Dit zorgt voor ongekende efficiëntie en bescherming voor hun operaties met de toegevoegde kracht van ESET Endpoint Security, een kernoplossing van het bekroonde en erkende ESET PROTECT-platform.

“Ons doel bij SuperOps is om het werk van MSP’s efficiënter en intuïtiever te maken. De integratie van ESET met SuperOps biedt MSP’s een gestroomlijnde, alles-in-één oplossing voor endpoint-securitybeheer. Deze samenwerking stelt MSP’s in staat om hun klanten verbeterde bescherming te bieden, terwijl ze tegelijkertijd hun workflows vereenvoudigen,” zei Arvind Parthiban, mede-oprichter en CEO van SuperOps.

De beveiligingsoplossingen van ESET worden hoog gewaardeerd door analisten en klanten voor het leveren van een uitgebreide hoogwaardige meerlaagse beveiliging die is geconfigureerd om zowel dreigingen op een netwerk te voorkomen als om detectie- en responsacties efficiënt te beheren, met gebruik van AI-native detectietechnologieën en wereldwijd erkend onderzoek en threat intelligence.

De integratie met SuperOps maakt snelle implementatie van onze endpoint-securityoplossing op alle apparaten mogelijk binnen enkele minuten, waardoor directe bescherming en optimalisatie worden verzekerd. MSP’s kunnen ESET’s next-gen beveiligingsoplossing automatiseren tijdens het onboarden van apparaten om bescherming te bieden tegen zero-day aanvallen, ransomware, phishing en gerichte aanvallen, en de beschermingsstatus in realtime binnen SuperOps te monitoren. Dit alles is te danken aan de meerlaagse AI-native ESET LiveSense beveiliging die in ons endpoint-product is geïntegreerd, wat de bescherming versterkt in een altijd veranderend dreigingslandschap.

“ESET staat bekend als een betrouwbare partner voor duizenden MSP’s, omdat wij serieus omgaan met onze partnerschappen. Met deze integratie kunnen MSP’s cybersecurity met meer gemak en vertrouwen beheren. Om dat te bereiken, creëren de krachtige beveiligingsmaatregelen van ESET gecombineerd met de uitgebreide managementtools van SuperOps een krachtige synergie die operationele efficiëntie en klantbeveiliging verbetert,” aldus Michal Jankech, Vice President, Enterprise & SMB/MSP bij ESET.

Aangezien de schade door wereldwijde cybercriminaliteit naar verwachting jaarlijks met 15% zal toenemen en tegen 2025 $10,5 biljoen zal bereiken (Bron: Forbes), moeten bedrijven, met name MSP’s, cybersecurity als hun hoogste prioriteit beschouwen. De integratie van ESET met SuperOps verbetert aanzienlijk de cybersecurity-operaties en versterkt de beveiligingsaanbiedingen van MSP’s. Door hun krachten te bundelen, herdefiniëren ESET en SuperOps de industrienormen, waardoor MSP’s hun klanten ongeëvenaarde beveiliging kunnen bieden.

Digital Realty gaat samenwerken met Ecolab, om een door AI aangedreven waterbesparingsoplossing te implementeren in 35 datacenters in de VS. Deze pilot, uitgevoerd door Nalco Water, de water- en procesbeheerdivisie van Ecolab, is gericht op het verbeteren van de watergebruiksefficiëntie van Digital Realty en het minimaliseren van de impact op het milieu.

De oplossing maakt gebruik van Ecolab’s geavanceerde automatiserings- en controletechnologie, gecombineerd met meer dan honderd jaar expertise, om bruikbare waterverbruik benchmarks te creëren. Door deze gegevens te analyseren en te interpreteren met behulp van een AI/machine learning-model, worden operationele inefficiënties in koelsystemen in real-time opgespoord, waarna aanbevelingen voor snelle verbeteringen worden gedaan.

Voordelen oplossing

Digital Realty was de eerste die de volgende generatie AI-gestuurde technologie van Ecolab testte en speelt een cruciale rol als samenwerkingspartner in de ontwikkeling van deze technologie. Na volledige implementatie wordt verwacht dat de oplossing ongeveer 15 procent waterbesparing oplevert. Daarnaast zal het de levensduur van apparatuur verlengen en jaarlijks tot ongeveer 470 miljoen liter (126 miljoen gallons) drinkwater besparen uit lokale stroomgebieden.

“De samenwerking met Ecolab aan dit AI-gestuurde waterbesparingsinitiatief sluit goed aan bij onze doelstellingen om het watergebruik efficiënter te maken en de milieu-impact te minimaliseren. We zijn enthousiast over deze oplossing als nieuwe standaard voor de waterbesparing voor datacenters,” zegt Aaron Binkley, Vice President of Sustainability bij Digital Realty.

“AI revolutioneert niet alleen het bedrijfsleven, maar staat ook op het punt om water- en energie-efficiëntie in de technologiesector te transformeren,” voegt Emilio Tenuta, Senior Vice President en Chief Sustainability Officer bij Ecolab toe. “Wij zijn trots om samen met Digital Realty AI-gestuurde wateroplossingen te ontwikkelen. Met deze samenwerking laten we zien hoe next-gen technologie waterbeheer in verschillende sectoren naar een hoger niveau kan tillen.”

Het belang van innovatie

De pilot van de Ecolab-oplossing maakt deel uit van Digital Realty’s bredere waterbesparingsstrategie, gericht op het verbeteren van de Water Usage Effectiveness (WUE) en het verminderen van het totale waterverbruik. In het recente ESG-rapport van 2023 meldde Digital Realty een vermindering van 14 procent in watergebruik intensiteit vergeleken met het voorgaande jaar. Dit benadrukt de voortdurende inzet van het bedrijf voor innovatie en het minimaliseren van de milieu-impact.

Deze samenwerking tussen Digital Realty en Ecolab onderstreept het belang van duurzaamheid en innovatie in de datacenterindustrie. Digital Realty richt zich op het gebruik van geavanceerde technologieën en strategische partnerschappen om het milieu beter te beschermen en duurzame oplossingen te realiseren.

Met ingang van vandaag gaat Telindus verder onder de naam Proximus NXT Nederland. Het bedrijf maakt al jaren deel uit van de Proximus Groep.

Met de rebranding wil Telindus verder gaan op de weg die het inmiddels 40 jaar heeft afgelegd in de Nederlandse IT-markt. Het bedrijf is inmiddels uitgegroeid tot een managed service provider op het gebied van cybersecurity, networking, automation en hybrid cloud. De vorige naam Telindus is afkomstig van ‘Telecom Industrie’ en deze dekt volgens het bedrijf de lading niet meer. Proximus NXT werd in 2023 gelanceerd om de IT-organisaties binnen de Proximus Groep met elkaar te verbinden.

Joris Leupen, CEO van Telindus, benadrukt dat de naamsverandering geen invloed heeft op de bedrijfsvoering van de onderneming. “De naamswijziging heeft geen impact op de huidige dienstverlening aan klanten. We bepalen onze eigen op innovatie gestoelde proposities. Ik kijk er naar uit om, gesteund door deze naamswijziging, de markt duidelijk te laten zien dat we een breed ecosysteem hebben.”

De naamswijziging van Telindus naar Proximus NXT Nederland is vanaf vandaag actief. Per 1 januari 2025 zal de juridische entiteit veranderen.

Vandaag zou officieel de NIS2-wetgeving in werking moeten treden. Maar de invoering van de Nederlandse wet die dat regelt, de Cyberbeveiligingswet (Cbw), is uitgesteld naar het derde kwartaal van volgend jaar. Intussen heeft het DTC een persbericht uitgestuurd met de gevolgen voor bedrijven tussen vandaag het het moment van daadwerkelijke invoering.

Gedurende de periode van 17 oktober 2024 tot de datum van inwerkingtreding van de implementatiewet gelden voor organisaties die onder de richtlijn vallen, nog geen daaruit voortvloeiende verplichtingen, schrijft het DTC. “Wel hebben organisaties in bepaalde gevallen bepaalde rechten, vanwege rechtstreekse werking van sommige bepalingen in de NIS2-richtlijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het ontvangen van bijstand bij een incident door een Computer Security Incident Response Team (CSIRT).”

Voor alle essentiële en belangrijke entiteiten gaan de verplichtingen in de NIS2-richtlijn pas in zodra de Cyberbeveiligingswet in werking treedt. Voor organisaties die momenteel al onder de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni, de voorganger van NIS2, ook wel NIS) vallen, blijven de rechten en verplichtingen op grond van die wet gelden totdat de Cyberbeveiligingswet in werking treedt en de Wbni daarmee wordt ingetrokken.

De Rijksoverheid roept organisaties uitdrukkelijk op om alvast aan de slag te gaan en niet te wachten tot de Cyberbeveiligingswet in werking is getreden, zegt het DTC. “De risico’s die organisaties en systemen lopen, zijn er immers nu ook al. En het kost tijd en aandacht om maatregelen te nemen die voortkomen uit de zorgplicht.”

STULZ, de specialist in bedrijfskritische airconditioning, heeft een standaarduitvoering van de geavanceerde CyberAir Mini CW precisie-airconditioner voor serverruimten toegevoegd aan zijn reeks toonaangevende oplossingen.

Als antwoord op de toenemende vraag naar snel beschikbare koelsystemen voor kleine tot middelgrote datacenters heeft deze standaarduitvoering een levertijd van slechts 14 dagen. Dit biedt klanten doorslaggevende voordelen op het gebied van levertijd en kosten, zonder verlies van kwaliteit en toepassingsmogelijkheden.

ImageDe standaard CyberAir Mini CW is een compact en efficiënt precisie-airconditioningsysteem dat verkrijgbaar is in vier formaten met een vermogen van 9 tot 35 kW. Het zorgt voor een effectieve klimaatregeling in serverruimtes en telecomkasten en kan eenvoudig worden geïntegreerd in bestaande gebouwbeheersystemen (GBS). De koeltechnologie met gekoeld water (CW) zorgt voor energiezuinig temperatuurbeheer en is ontworpen voor een ononderbroken werking, 24/7.

De CyberAir Mini is een ideale oplossing voor bedrijven die gevoelige IT-infrastructuur willen beschermen met nauwkeurige temperatuurregeling en lage bedrijfskosten. Het compacte ontwerp van de CyberAir Mini maakt flexibele installatie in kleine ruimtes mogelijk, terwijl het gebruik van modulaire componenten schaalbaarheid biedt om zo te kunnen voldoen aan groeiende koelbehoeften en aanpassing aan individuele vereisten. Klanten kunnen extra accessoires zoals basissen, jaloezieën of bevochtigers rechtstreeks bij STULZ bestellen, die vervolgens kant-en-klaar worden geleverd om ter plekke door een technicus te worden gemonteerd.

Alle beproefde mechanische, thermodynamische en elektrische eigenschappen en voordelen van de gevestigde CyberAir Mini CW-serie zijn behouden in de nieuwe standaardvariant, waardoor deze ideale klimaatomstandigheden handhaaft die de levensduur van apparatuur verlengen en downtime verminderen. Uitstekende energie-efficiëntie is mogelijk dankzij gelijkstroomventilatoren (EC) die kunnen werken bij deelbelasting, met weinig geluid en eenvoudig onderhoud. STULZ is het belang van gebruiksvriendelijkheid niet vergeten en het geavanceerde E²-besturingssysteem met touchscreen maakt intuïtieve bediening en snelle parametrisering mogelijk.

“De nieuwe standaardversie van de baanbrekende CyberAir Mini CW toont onze voortdurende inzet om onze klanten te voorzien van airconditioningoplossingen die een modern ontwerp en geavanceerde technologie combineren met gebruiksgemak, energie-efficiëntie, schaalbaarheid en betrouwbaarheid”, aldus Emily Kay, productmanager bij STULZ. “We kunnen nu een bijzonder voordelige oplossing aanbieden met een extreem korte levertijd en geïnteresseerde klanten, planners en koeltechnici kunnen op elk gewenst moment contact opnemen met hun STULZ-accountmanager voor meer informatie en persoonlijk advies.”

55 procent van alle Nederlandse bedrijven besteedt hun IT-werkzaamheden liever niet uit aan een buitenlandse partij. Dat staat in een  onderzoek van Smartshore onder 1.030 IT- eindverantwoordelijken.

In plaats daarvan kiest 54 procent van de ondervraagden liever voor een partij die qua DNA en profiel zoveel mogelijk matcht met hun eigen organisatie. Vooral kleine(re) bedrijven (tot 25 medewerkers) zijn sceptisch over het vooruitzicht van een internationale IT-partner, zegt het rapport. Zo zegt maar liefst zestig procent van alle ondervraagden werkzaam bij een kleiner bedrijf hun IT liever niet uit te besteden aan een buitenlandse partij.

Onder multinationals (1000+ medewerkers) bedraagt dit slechts 47 procent. “We zien dat steeds meer bedrijven worstelen met de organisatie van hun IT afdeling, zegt Jelke Schippers, CEO van Smartshore. De schaarste aan IT-experts en de stijgende loonkosten maken het onmogelijk om lokaal snel op te schalen. Daarbij blijft er buiten de landsgrenzen veel relevante kennis en kunde onbenut.”

Naast uitbesteden, zegt iets meer dan de helft van alle ondervraagden het liefst de IT van hun bedrijf in eigen beheer te houden. Toch houden veel Nederlandse bedrijven noodgedwongen hun opties open. Zo heeft 58 procent van hen weleens overwogen om hun IT-werkzaamheden uit te besteden. Voor grote organisaties geldt dit zelfs voor twee op de drie respondenten. In dit geval kiest twee derde van de ondervraagde IT-eindverantwoordelijken het liefst voor een Nederlandse partij.

Kleine bedrijven hechten hier meer waarde aan dan grote organisaties: 73 procent tegenover slechts 55 procent. De overgrote meerderheid van de Nederlandse organisaties lijkt zich overigens bewust van het strategische belang van IT. Zo wordt het uitbesteden en/of outsourcen ervan bij 72 procent van de bedrijven op directieniveau belegd.

Algemeen directeur Lotte de Bruijn neemt na 11 jaar afscheid van branchevereniging NLdigital. Ze start per 1 januari 2025 als CEO van IT-consultancybureau Strict.

Tijdens haar jaren bij NLdigital maakte De Bruijn zich hard voor een betere samenwerking tussen de overheid en de IT-sector. De vereniging schrijft in een persbericht: “Onder haar leiding groeide de vereniging uit tot een invloedrijke stem binnen de sector, met succes in verschillende lobbytrajecten en initiatieven die vernieuwing en bedrijvigheid hebben gestimuleerd. Ook is de vereniging toekomstbestendiger, met een nieuw pand, een eigentijdse naam, en een ambitieus team en bestuur.”

Lotte de Bruijn begon haar loopbaan bij Dell en vervulde daar verschillende commerciële en leidinggevende functies. Daarnaast was zij nauw betrokken bij de oprichting en ontwikkeling van het Young Professional netwerk binnen dit concern. In deze rol raakte Lotte al betrokken bij NLdigital, als voorzitter van het Young ICT Professionals netwerk van de brancheorganisatie. In 2014 maakte zij de overstap naar het dagelijks bestuur van NLdigital als algemeen directeur.

Emily Glastra, voorzitter NLdigital: “Lotte is in de afgelopen jaren van onschatbare waarde geweest voor NLdigital, haar leden en de relaties naar het publieke domein. Ze wist als geen ander de belangen van onze leden te verbinden aan maatschappelijke relevante dossiers, zoals onderwijs, arbeidsmarkt, diversiteit en inclusie, en duurzaamheid, cybersecurity en AI. Mede dankzij haar leiderschap staat de vereniging en het team van NLdigital als een huis. Wij zullen Lotte dan ook zeer gaan missen, als mens, als verbinder en als professional. Uiteraard wensen we Lotte enorm veel succes en plezier met deze mooie nieuwe stap in haar loopbaan en zijn we ontzettend blij dat ze in onze sector actief blijft.”

Vertrekkend algemeen directeur Lotte de Bruijn: “Een collega zei ooit: ’Lotte is een beetje verliefd op NLdigital’, en dat is nog waar ook. Het is een ongelofelijke eer om 11 jaar onderdeel te zijn geweest van NLdigital en te werken met geweldige, toegewijde collega’s die zich elke dag inzetten voor de leden en een groot hart hebben voor impact van digitalisering op de samenleving. Ik ben ervan overtuigd dat we, in een andere rol, nog veel zullen samenwerken.”

NLdigital start binnenkort met het sollicitatietraject voor een opvolger.

Bijna de helft van de finance professionals (45%) heeft grote verwachtingen van AI. Zij denken dat dit de technologietrend is met de meeste impact op de financiële sector. Dit staat in de FinTech Barometer, een onderzoek naar de financiële status bij Nederlandse bedrijven dat de afgelopen zeven jaar is uitgevoerd door Onguard.

In 2022 was dit percentage nog 38 procent. Een technologie die volgens de professionals juist steeds minder impact heeft, is het ‘Internet of Things’. In 2022 vond 31 procent nog dat dit de technologie was met de grootste invloed op de sector en inmiddels is dit slechts 23 procent.

Bovenstaande technologietrends zijn onderdeel van Intelligente Automatisering (IA). IA heeft als doel met verschillende automatiseringstechnologieën – waaronder dus AI – de efficiëntie binnen een bedrijf te verhogen. Dit overkoepelende begrip wordt volgens het rapport steeds bekender op de werkvloer. Dit jaar is bijna de helft van de finance professionals (48%) bekend met het begrip IA én weten zij wat het inhoudt. Vorig jaar was dit slechts 35 procent.

Steeds vaker ingezet

Het percentage professionals dat het begrip IA alleen kent van naam, maar niet weet wat het betekent, is in 2024 afgenomen ten opzichte van 2023 (respectievelijk 35 tegenover 48 procent). Het aantal finance professionals dat nog nooit gehoord heeft van de term IA is met de tijd gelijk gebleven: 19 procent in 2023 tegenover 17 procent in 2024.

Met de steeds grotere bekendheid van IA komt ook een toename van de inzet. In 2024 zegt zestien procent van de finance professionals het in te zetten, in 2023 was dit nog acht procent. Het percentage bedrijven dat zegt IA niet in te gaan zetten is in 2024 ook met zes procentpunt afgenomen naar 8 procent. De overige 66 procent is van plan IA in te gaan zetten, maar maakt er nu nog geen gebruik van.

Hoewel het totale aantal malware-detecties dit kwartaal met 24% is gedaald, laat het nieuwste Internet Security Report (ISR) van WatchGuard Technologies een stijging van 168% in evasive malware zien.

Deze geavanceerde bedreigingen ontwijken traditionele detectiemethoden, waardoor de impact op bedrijven wereldwijd groot is. Dit rapport van het tweede kwartaal van 2024 benadrukt de veranderende strategieën van aanvallers en de kwetsbaarheid van netwerken en endpoints. Het rapport beschrijft de belangrijkste trends op het gebied van malware, netwerk- en endpointdreigingen die door het WatchGuard Threat Lab zijn geanalyseerd in Q2 2024. Een overzicht van de meest opvallende bevindingen:

Evasive malware explosief toegenomen
Het aantal malware-detecties daalde in Q2 met 24% dankzij een afname in traditionele detectiemethoden. De stijging van evasive malware – bedreigingen die traditionele handtekening-gebaseerde detectiesystemen omzeilen – nam daarentegen met 168% toe. Deze malware is ontworpen om specifieke securitymechanismen te omzeilen, waardoor het moeilijker wordt om ze op te sporen en te blokkeren.

Opkomst van bedreigingen in de Azië-Pacific regio
In Q2 kwam 56% van alle netwerk-aanvalsdetecties uit de Azië-Pacific regio, meer dan een verdubbeling ten opzichte van het vorige kwartaal. Dit toont aan hoe aanvallers zich richten op groeiende markten met verouderde beveiligingsprotocollen. Netwerken in deze regio’s blijven een belangrijk doelwit voor hackers.

NGINX-kwetsbaarheid blijft dreiging vormen
Een kwetsbaarheid in de populaire webserver NGINX, die voor het eerst werd ontdekt in 2019, bleek nog steeds een van de meest misbruikte netwerkaanvallen in Q2 2024. Deze kwetsbaarheid is goed voor 29% van alle netwerkdetecties in dit kwartaal, wat laat zien hoe verouderde softwareproblemen kunnen blijven bestaan als systemen niet tijdig worden gepatcht.

Malware gericht op Chromium-browsers dominant
74% van alle malware-aanvallen die via webbrowsers werden uitgevoerd, waren gericht op Chromium-gebaseerde browsers, zoals Google Chrome en Microsoft Edge. Dit is een aanzienlijke toename ten opzichte van het vorige kwartaal, toen het aandeel nog 25% bedroeg.