Bedrijven schroeven hun AI-gebruik niet terug ondanks toenemende budgetzorgen, blijkt uit de meest recente AI Gateway Production Index van Vercel. Het aantal verwerkte AI-tokens steeg in mei met 20 procent ten opzichte van april, terwijl de totale uitgaven met 43 procent toenamen. Tegelijk worden organisaties selectiever in welk model ze voor welke taak inzetten.

Vercel publiceert maandelijks de AI Gateway Production Index, gebaseerd op geanonimiseerde gebruiksdata van organisaties die via het platform AI-modellen inzetten. De meest recente editie laat zien dat het tokenvolume in mei fors groeide, maar dat de kostenstructuur verschuift: goedkopere modellen nemen een groter deel van het volume voor hun rekening, terwijl duurdere modellen geconcentreerd blijven op bedrijfskritische toepassingen.

Die verschuiving staat in contrast met recente berichten over ontsporende AI-budgetten. Zo verbruikte Uber zijn volledige jaarlijkse AI-budget al kort na het eerste kwartaal, en schafte Amazon interne ranglijsten voor tokengebruik af om onproductief gebruik tegen te gaan. Uit het onderzoek van Vercel komt een andere reactie naar voren: organisaties gebruiken niet minder AI, maar verdelen het werk anders over beschikbare modellen.

Goedkopere modellen nemen groter volumeaandeel

Een opvallende ontwikkeling in de index is de opmars van DeepSeek. Vercel meldt dat het aandeel van dit model in het totale tokenvolume in één maand steeg van minder dan 1 procent naar 17 procent. Het aandeel in de totale kosten bleef rond de 1 procent. Dat verschil suggereert dat organisaties DeepSeek inzetten voor taken waarbij volume telt en waarbij de kostprijs per token zwaar weegt, terwijl duurdere modellen worden gereserveerd voor toepassingen die hogere nauwkeurigheid vereisen.

Malte Ubl, CTO van Vercel, geeft aan dat nieuwere, goedkopere modellen inmiddels volwassen genoeg zijn voor productieomgevingen. Tegelijk ziet hij dat AI-budgetten per saldo blijven groeien. Volgens Ubl combineren teams steeds vaker meerdere modellen met specifieke routingstrategieën om meer rendement uit hun AI-uitgaven te halen.

Kwaliteit weegt zwaarder bij bedrijfskritische taken

Uit de index blijkt dat Anthropic dominant blijft voor toepassingen waarbij kwaliteit direct doorwerkt in bedrijfsprocessen. Het bedrijf vertegenwoordigt 65 procent van alle uitgaven via AI Gateway. Bij toepassingen als AI-gestuurde softwareontwikkeling, backoffice-automatisering en AI-agents loopt dat aandeel op tot 70 à 80 procent. Vercel stelt dat organisaties bij deze categorie bereid blijven te betalen voor modellen die consistent betrouwbare output leveren.

Adoptie nieuwe modellen verloopt voorzichtiger

De terughoudendheid bij modelkeuzes is ook zichtbaar bij de introductie van Google’s Gemini 2.5 Flash. Ondanks de beschikbaarheid vanaf mei verliep de adoptie opvallend langzaam. Vercel geeft aan dat de hogere prijs daarbij een belangrijke rol speelt: veel teams bleven de oudere Gemini 2.0 Flash gebruiken zolang de meerwaarde van de nieuwere versie onvoldoende aantoonbaar was.

Ubl omschrijft de bredere ontwikkeling als een verschuiving van experimenteren naar optimaliseren. Organisaties verhogen hun AI-budgetten, maar sturen tegelijk actiever op de verhouding tussen kosten, prestaties en risico door verschillende modellen naast elkaar in te zetten.

Zeven op de tien Nederlandse organisaties kregen het afgelopen jaar te maken met een cyberincident, maar AI-gerichte dreigingen staan bij hen minder hoog op de agenda dan in andere Europese landen. Nederlandse organisaties richten zich bij hun cybersecurityinvesteringen vooral op training, vaardigheidsontwikkeling en governance, terwijl specifieke voorbereiding op AI-gedreven aanvallen een lagere prioriteit krijgt. Operationele problemen en personeelstekorten bepalen de prioriteiten.

Dit blijkt uit Europees onderzoek van de Zoho Corporation-divisie ManageEngine. AI-gedreven dreigingen staan in Duitsland bovenaan de lijst van grootste cyberrisico’s (45%), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (43%) en Italië (36%). In Nederland noemt slechts 28,5 procent van de organisaties dit als voornaamste zorg, waarmee Nederland aan de onderkant van het Europese spectrum staat.

Directe risico’s domineren de agenda

Voor het komende jaar zien Nederlandse organisaties geavanceerde cyberaanvallen (33,2%), menselijke fouten en lage security-awareness (32,2%) en datalekken (29,5%) als de drie grootste risico’s. AI-gestuurde aanvallen volgen op de vierde plaats. Die rangorde vertaalt zich rechtstreeks naar investeringsbeslissingen: voor de komende twaalf tot vierentwintig maanden krijgen training en vaardigheidsontwikkeling (36,5%) en cybersecurity-governance (30,5%) de meeste aandacht. Voorbereiding op AI en andere opkomende dreigingen eindigt ook hier als vierde prioriteit, met 26,5 procent.

Volgens ManageEngine weerspiegelt dit dat organisaties AI beschouwen als onderdeel van een breder risicolandschap, maar vooralsnog de voorkeur geven aan het aanpakken van actuele operationele uitdagingen.

Operationele belemmeringen verklaren de focus

Structurele problemen spelen hierbij een rol. Een tekort aan gekwalificeerd personeel (37%), vaardigheidskloven door snel veranderende dreigingen (32,2%), niet-geïntegreerde beveiligingstools (31%) en handmatige processen (29,5%) leggen beslag op capaciteit en aandacht. Van de 70 procent van de organisaties die het afgelopen jaar een incident meemaakten, kreeg bijna de helft te maken met phishing en social engineering (46%), gevolgd door malware en ransomware (43,4%) en datalekken (38%).

Regional Business Director Benelux Sabarishwaran Jay van ManageEngine stelt dat AI geen toekomstonderwerp meer is, maar nu al de manier verandert waarop aanvallen worden voorbereid, opgeschaald en aangepast. Organisaties hebben volgens Jay nog tijd om bij te sturen, maar moeten daarvoor inzetten op meer zichtbaarheid, snellere detectie, striktere identity-controls en betere voorbereiding op opkomende dreigingen.

Governance nog overwegend reactief

Op governancevlak constateert het onderzoek dat de betrokkenheid van bestuurders en directie bij cybersecurity bij bijna de helft van de organisaties (49,5%) pas toeneemt tijdens een crisis. Minder dan één op de vijf organisaties (19%) meldt structurele en voortdurende betrokkenheid van het leiderschap.

Stevige basis aanwezig

Het onderzoek laat ook positieve ontwikkelingen zien. Meer dan zes op de tien organisaties (61,3%) beschikken al over een formele methodologie voor cyberweerbaarheid en een derde is er nog een aan het ontwikkelen. Bijna de helft (48%) beoordeelt de eigen weerbaarheid vaker dan eenmaal per jaar en 94 procent voert na een incident een formele evaluatie uit.

Praveen Das, Regional Technical Head Europe bij ManageEngine, geeft aan dat de uitdaging voor Nederlandse organisaties niet ligt in bewustzijn of ambitie, maar in uitvoering: het terugdringen van complexiteit, betere samenwerking tussen teams en het bijhouden van een steeds verder geautomatiseerd dreigingslandschap, inclusief dreigingen die AI mogelijk maakt.

Cybercriminelen misbruiken vertrouwde software zoals LogMeIn en ScreenConnect om toegang te krijgen tot apparaten van gebruikers. Dat blijkt uit het Threat Insights Report dat HP heeft gepubliceerd over het eerste kwartaal van 2026. Het onderzoek laat zien hoe aanvallers kwaadaardige activiteiten camoufleren als normale IT-processen, waardoor detectie steeds lastiger wordt.

Het rapport is gebaseerd op data van miljoenen endpoints waarop HP Wolf Security draait en beschrijft drie campagnetypes die onderzoekers in die periode identificeerden: remote access-tools als toegangspoort, cryptowallet-hersteltools als lokmiddel en ClickFix vermomt malware als audiobestand.

Remote access-tools als toegangspoort

Volgens HP misbruiken aanvallers applicaties zoals LogMeIn en ScreenConnect om controle te krijgen over apparaten van slachtoffers. De campagnes begonnen met phishingmails rondom het einde van het belastingjaar en nepdownloads van desktopapplicaties, waaronder via datingsites. Gebruikers werden zo verleid tot het installeren van remote access-software die vervolgens onder controle van de aanvallers stond. Omdat deze tools regulier zijn binnen IT-omgevingen, gaan de activiteiten op in normale bedrijfsprocessen.

Patrick Schläpfer, Principal Threat Researcher bij HP Security Lab, geeft aan dat de combinatie van vertrouwde software en doelgerichte social engineering, gekoppeld aan actuele gebeurtenissen zoals het einde van het belastingjaar, het steeds moeilijker maakt om te bepalen wat wel en niet te vertrouwen is.

Cryptowallet-hersteltools als lokmiddel

HP meldt ook een campagne waarbij frauduleuze tools voor het herstellen van cryptowallets worden verspreid via codeplatformen en mediasites. In plaats van verloren wallets te herstellen stelen de tools inloggegevens, walletinformatie en systeemdata, die vervolgens worden verpakt in archiefbestanden voor exfiltratie. De scripts bevatten opvallend veel emoji’s en lijken ontwikkeld via zogenoemde ‘vibe coding’, wat erop wijst dat aanva —llers mogelijk AI-ondersteunde technieken inzetten voor de ontwikkeling van malware.

ClickFix vermomt malware als audiobestand

Een derde campagnetype betreft ClickFix-aanvallen waarbij malware wordt vermomd als audiobestanden. Slachtoffers komen via professioneel ogende nepwebsites terecht bij realistische CAPTCHA-verzoeken en worden verleid tot het uitvoeren van opdrachten, waarna schadelijke payloads op de achtergrond worden uitgevoerd.

Cijfers uit het rapport

Het rapport laat verder zien dat minimaal 11 procent van de e-maildreigingen die HP Sure Click identificeerde, één of meer e-mailgatewayscans wist te omzeilen. Uitvoerbare bestanden waren in het eerste kwartaal de meest gebruikte verspreidingsmethode voor malware (39 procent), gevolgd door archiefbestanden (38 procent) en PDF-documenten (10 procent). Het gebruik van PDF-bestanden als drager is met 2 procent toegenomen. Aanvallers maakten daarbij gebruik van lokmiddelen als gerechtelijke documenten en bonusuitkeringen om gebruikers tot klikken aan te zetten.

Alex Holland, eveneens Principal Threat Researcher bij HP Security Lab, stelt dat deze aanvallen niet langer lijken op een klassieke inbraak maar op normale bedrijfsactiviteiten. Holland geeft aan dat organisaties onnodige rechten moeten beperken, software-installaties strikter moeten controleren en risicovolle activiteiten zoals downloads en onbekende links moeten isoleren. Uitsluitend vertrouwen op detectie is onvoldoende wanneer aanvallers legitieme tools als achterdeur inzetten, aldus Holland.

Het volledige rapport is beschikbaar via de Threat Research blog van HP.

PLTFRM, specialist in de regie over IT-omgevingen met meerdere leveranciers, breidt zijn directie uit met Jeffrey de Haan en Paul Verheul. Beiden treden aan als Managing Partner en richten zich respectievelijk op commerciële strategie en operationele inrichting. Met deze benoemingen wil het bedrijf zijn groei verder structureren.

Jeffrey de Haan komt over van Sentia en Accenture, waar hij in zijn laatste rol verantwoordelijk was voor commerciële groei in EMEA op het gebied van observability. Bij PLTFRM richt De Haan zich op het verder ontwikkelen van de commerciële strategie en het realiseren van de groeidoelstellingen van het bedrijf.

Paul Verheul brengt meer dan tien jaar ervaring mee van onder andere Ymor, Sentia en Accenture. Zijn achtergrond ligt bij het meetbaar maken van IT-waarde en cloud-oplossingen. Volgens PLTFRM legt Verheul zich toe op het stroomlijnen van de interne operatie en ondersteunt hij organisaties bij de overgang naar een waardegedreven IT-ecosysteem.

Vergaderzalen ingericht voor Microsoft Teams Rooms zijn waardevol, maar de praktijk is weerbarstig: externe gasten werken met Zoom, een klant belt via Google Meet en een collega start een ad-hocoverleg in een nog niet geboekte ruimte. Met Wireless BYOD voor ClickShare Hub speelt Barco in op die alledaagse realiteit, zonder dat IT-afdelingen de infrastructuur opnieuw hoeven in te richten.

De ClickShare Hub werd vorig jaar op InfoComm 2025 geïntroduceerd als een van de eerste modulaire roomsystemen gebouwd op het Microsoft Devices Ecosystem Platform (MDEP). Het apparaat werd ontwikkeld voor organisaties die hun vergaderinfrastructuur willen standaardiseren op Microsoft Teams Rooms, met gecertificeerde bundles in samenwerking met partners als Logitech, Sennheiser en Huddly.

De kracht van een Teams Room is tegelijk ook de beperking: de ruimte functioneert optimaal als alles via Microsoft Teams verloopt. Op het moment dat iemand een Zoom-call wil starten, een Webex-vergadering heeft gepland of een externe gast de meeting moet hosten vanuit zijn eigen laptop, loopt de gebruiker al snel tegen de grenzen aan. Er is weliswaar een workaround beschikbaar binnen Microsoft Teams Rooms, maar die is complex en beperkt, zeker als het gaat om het delen van content.

Met de introductie van Wireless BYOD wil Barco dat pijnpunt wegnemen. Medewerkers en gasten pluggen simpelweg de volgende generatie ClickShare Button in hun laptop en maken automatisch verbinding met het scherm, de camera, de microfoon en de speakers van de ruimte. Vervolgens starten ze de meeting van hun eigen laptop, via welk platform dan ook.

Geen gedoe, wel de kwaliteit van de ruimte

“Het laatste wat we willen is dat mensen moeten nadenken over kabels of instellingen op het moment dat ze de ruimte binnenlopen,” zegt Elizabeth Callens, die bij Barco verantwoordelijk is voor de productlijn. Ze beschrijft het als een typische ClickShare-aanpak: eenvoud als vertrekpunt, de technologie op de achtergrond.

Foto: Tim Luyten

Volgens Callens onderscheidt die benadering Wireless BYOD van vergelijkbare oplossingen op de markt. Er bestaan al producten die een soortgelijke functionaliteit bieden, maar de gebruikerservaring is vaak merkbaar complexer. Barco koos bewust voor een aanpak waarbij de gebruiker geen keuze hoeft te maken en geen modus hoeft te selecteren. De ClickShare Button detecteert automatisch of er een Zoom-call, een Google Meet-vergadering of een andere sessie gestart wordt en zorgt dat de ruimteapparatuur beschikbaar komt.

Dat is relevant voor drie veel voorkomende situaties. De eerste is de platformmismatch: een interne Teams-omgeving die een externe partij ontvangt die werkt met Zoom of Webex. De tweede is de ongeplande vergadering: een ruimte die nog niet geboekt is maar wel vrij staat, waardoor het control panel de meeting niet automatisch oppikt. De derde is de externe gast die simpelweg niet op de bedrijfstenant staat en daardoor geen gebruik kan maken van de standaard Teams Rooms-integratie.

MSP’s: minder tickets, meer standaardisatie

Voor IT-managers en MSP’s die vergaderinfrastructuur beheren en ondersteunen, is Wireless BYOD interessant om een andere reden dan alleen gebruiksvriendelijkheid. De functie is te activeren zonder aanpassingen aan de bestaande ruimteconfiguratie, zonder extra bekabeling en zonder dat eindgebruikers nieuwe hardware nodig hebben, behalve de ClickShare Button die binnen bestaande ClickShare-omgevingen al wordt gebruikt.

Dat maakt de businesscase overzichtelijk. Organisaties die al geïnvesteerd hebben in een Microsoft Teams Rooms-infrastructuur en de bijbehorende ClickShare Hub hoeven niet opnieuw te investeren in hardware om hun ruimtes flexibeler te maken. Een software-update is voldoende.

Voor MSP’s vertaalt dat zich naar minder urgente tickets rondom vergaderruimtes. Situaties die voorheen leidden tot noodoplossingen, frustratie bij eindgebruikers of spoedverzoeken aan de helpdesk, kunnen met Wireless BYOD grotendeels worden voorkomen. De ruimte werkt gewoon, ongeacht wie er zit en via welk platform de meeting loopt.

Samenwerking met Microsoft

De stap om het platform open te trekken voor andere videoconferencingdiensten is niet zonder risico, erkent Callens. Barco heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de relatie met Microsoft en het is niet vanzelfsprekend om dan een feature te introduceren die het gebruik van concurrerende platforms faciliteert.

Barco heeft dat risico bewust gemanaged. “We hebben vanaf het begin met de juiste mensen binnen Microsoft aan tafel gezeten,” zegt Callens. Volgens haar is Microsoft zich bewust van dit pijnpunt: in de dagelijkse hybride werkpraktijk is BYOD nog steeds een reëel gegeven, en dat gegeven verdwijnt niet door het te negeren. Het resultaat is volgens Barco een samenwerking in plaats van spanning, waarbij Microsoft de aanpak actief ondersteunde.

Dat is ook logisch vanuit een marktperspectief. Voor bedrijven die overwegen te migreren naar een Microsoft Teams Rooms-omgeving is de flexibiliteitsvraag vaak een expliciete voorwaarde. Kunnen we onze externe partners ook ontvangen? Kunnen medewerkers die op Zoom werken ook gewoon in de ruimte zitten? Als die vragen ontkennend worden beantwoord, remt dat de adoptie van Teams Rooms. Wireless BYOD neemt die drempel weg.

Een positie tussen standaardisatie en flexibiliteit

Met ClickShare Hub positioneert Barco zich op het snijvlak van twee krachten die IT-beslissers dagelijks tegenkomen: de behoefte aan standaardisatie, terwijl de praktijk vaak om flexibiliteit vraagt. Teams Rooms levert de consistentie en de beheersbaarheid. Wireless BYOD moet die flexibiliteit mogelijk maken.

“We blijven inzetten op onze roots: de ClickShare Button, de eenvoud, de one-click ervaring,” zegt Callens. Tegelijk bouwt Barco met de Hub aan een bredere propositie die aansluit bij de realiteit van hybride werken, waarbij organisaties zelden volledig gestandaardiseerd zijn op één platform.

Gestolen patiëntgegevens worden verhandeld via een gespecialiseerde ondergrondse economie met ransomwaregroepen, access brokers en frauduleuze marktplaatsen. Dat blijkt uit onderzoek van TrendAI, waarbij over een periode van twaalf maanden tienduizenden berichten op criminele fora en marktplaatsen werden geanalyseerd. Zorgdata zijn volgens het bedrijf bijzonder aantrekkelijk, omdat ze niet kunnen worden geannuleerd en voor meerdere vormen van fraude tegelijk bruikbaar zijn.

TrendAI analyseerde gedurende twaalf maanden 7.779 berichten op ondergrondse fora, 21.813 advertenties op marktplaatsen en 95 websites met gegevens van datalekken. Uit het onderzoek blijkt dat cybercriminelen een gestructureerde toeleveringsketen hebben opgebouwd rond gestolen patiëntgegevens, waarbij verschillende gespecialiseerde partijen samenwerken. Volgens TrendAI was de verkoop van ransomware-gerelateerde zorgdata goed voor meer dan een derde (36,3%) van de totale marktplaatsactiviteit. Aanvallers combineren daarbij encryptie steeds vaker met datadiefstal en afpersing om aan deze gegevens te komen.

Permanente waarde maakt zorgdata aantrekkelijk doelwit

Stephen Hilt, Principal Threat Researcher bij TrendAI, legt uit waarom zorgdata zo gewild zijn: diagnoses, behandelgeschiedenissen en biometrische gegevens kunnen niet worden geannuleerd of opnieuw worden uitgegeven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld creditcardgegevens. Dit maakt zorgorganisaties volgens Hilt een structureel aantrekkelijk doelwit voor ransomwaregroepen en data brokers.

Op de ondergrondse marktplaatsen is een breed aanbod beschikbaar: toegang tot ziekenhuisnetwerken, verzekeringsgegevens, zogeheten ‘medische fullz’ (complete pakketten met gestolen medische en persoonlijke gegevens) en vervalste medische documentatie.

EPD-leveranciers steeds vaker in het vizier

TrendAI stelt dat leveranciers van elektronische patiëntendossiers (EPD’s) en elektronische medische dossiers (EMR’s) een steeds prominenter doelwit vormen. Als actueel voorbeeld noemt het bedrijf de recente hack bij ChipSoft, waarbij daadwerkelijk patiëntgegevens zijn buitgemaakt. Die gegevens kunnen volgens TrendAI later worden ingezet voor gerichte phishingaanvallen.

Numaan Huq, Senior Threat Researcher bij TrendAI, waarschuwt aan dat het niet gaat om geïsoleerde incidenten, maar om een onderling verbonden toeleveringsketen. Initial access brokers, ransomware-partners, verkopers van inloggegevens en fraudespecialisten werken daarbij samen om patiëntgegevens herhaaldelijk te gelde te maken.

Risico reikt verder dan individuele zorginstelling

Een belangrijke bevinding uit het onderzoek betreft de risico’s in de toeleveringsketen. TrendAI verwacht dat aanvallen op leveranciers van zorgsoftware en medische platforms aanvallers in staat stellen hun activiteiten ver buiten individuele ziekenhuizen of klinieken uit te breiden. Inbreuken op dit niveau vormen daarmee een structureel risico voor de gehele sector.

AI doorbreekt de historische relatie tussen omzetgroei en personeelsuitbreiding bij MKB-bedrijven, blijkt uit een nieuw rapport van Pax8. Volgens het rapport adopteren MKB-bedrijven AI wel, maar integreren ze het nog beperkt in hun bedrijfsvoering. Het rapport stelt dat AI MKB-bedrijven in staat stelt te groeien zonder evenredig meer personeel aan te nemen, en dat IT-dienstverleners een sleutelrol vervullen bij het realiseren van die transitie. Pax8 speelt hierop in met een nieuw model: de ‘managed intelligence provider’. 

Volgens het rapport is de arbeidsproductiviteit in de VS gestegen van 1,43% naar 2,16% per jaar sinds eind 2022, een tempo dat Pax8 vergelijkt met de vroege jaren van de interneteconomie. Generatieve AI bereikte binnen drie jaar na marktintroductie een adoptiegraad van 53% onder de bevolking, sneller dan de pc of het internet eerder deden.

De productiviteitswinsten zijn echter niet gelijkmatig verdeeld. De overgang van basale naar tussenliggende AI-adoptie levert volgens het rapport een winstgevendheidsverbetering van circa 45% op; de stap naar volledige integratie zou dat verhogen naar 111%. Pax8 stelt dat de meeste MKB-bedrijven juist in die tweede fase stagneren. Uit het bijbehorende Pax8 Pulse SMB Technology Report blijkt dat 62% van de MKB-bedrijven verwacht zonder AI binnen drie jaar niet meer concurrerend te zijn, en dat 74% aangeeft dat AI hen helpt te concurreren met grotere bedrijven.

Beveiliging als keerzijde

Het rapport wijst op een risico dat in het productiviteitsdebat regelmatig onderbelicht blijft: elke AI-agent die wordt ingezet, vergroot ook het aanvalsoppervlak. AI-gestuurde cyberaanvallen namen in 2025 met 89% jaar-op-jaar toe, met gemiddelde inbreektijden van 29 minuten. Toch geeft 49% van de MKB-bedrijven aan geen AI-specifiek beveiligingsbeleid te hebben, terwijl 83% erkent dat AI hun blootstelling aan dreigingen heeft vergroot.

Van MSP naar managed intelligence provider

Pax8 introduceert in het rapport het concept van de ‘managed intelligence provider’ (MIP) als opvolger van het traditionele MSP-model. Waar een MSP systemen beheert, orchestreert een MIP volgens Pax8 de intelligentieworkflows die bedrijven aansturen. Het bedrijf vergelijkt deze rol met die van een fractional chief operating officer voor AI-native MKB-bedrijven.

De marktcijfers die Pax8 aanhaalt, ondersteunen die verschuiving: AI-diensten binnen de managed services-sector groeien met 59% per jaar, tegenover 13% voor traditionele managed services. Bovendien geeft 84% van de MKB-bedrijven aan een externe technologieadviseur te vertrouwen voor AI-implementatie, en zegt 70% dat externe partnerships noodzakelijk zijn om volledig van AI te profiteren.

Concrete stappen voor MSPs

Voor IT-dienstverleners die de transitie naar MIP willen maken, beschrijft het rapport een strategie met zes acties. Drie daarvan bieden volgens Pax8 de kortste weg naar extra omzet: het uitvoeren van een AI-governance-audit bij bestaande klanten om shadow AI en beleidsrisico’s in kaart te brengen, het aanbieden van branchespecifieke AI-workflows in plaats van generieke platforms, en het starten met AI-agents in backoffice-functies waar de digitale infrastructuur al aanwezig is.

Tegelijk met dit rapport presenteert Pax8 een begeleidend rapport voor technologieleveranciers: ‘From Customer Zero to Customer One: The Vendor’s Playbook for the Agentic Workforce Era‘. Dat rapport richt zich op hoe leveranciers agentic AI-oplossingen eerst intern kunnen operationaliseren voordat zij klanten door dezelfde transitie begeleiden. Pax8 stelt dat beide rapporten samen een volledig beeld geven van de transformatie die zich voltrekt in het kanaal.

Organisaties die AI-agents met succes inzetten, hebben hun bestaande werkprocessen grondig aangepakt. Gebrek aan kennis en middelen blijft de voornaamste drempel voor bredere adoptie. Dat blijkt uit onderzoek van Savanta, uitgevoerd in opdracht van Pegasystems, onder ruim 500 business- en IT-beslissers wereldwijd. 

Savanta ondervroeg meer dan 500 business- en IT-beslissers die al ervaring hebben met AI-agentprojecten. De resultaten werden gepresenteerd tijdens PegaWorld in Las Vegas. Uit het onderzoek blijkt dat 96 procent van de ondervraagde organisaties bestaande processen opnieuw heeft ingericht om AI-agents effectief te kunnen inzetten. Meer dan de helft (53%) deed dit in aanzienlijke mate.

Daarnaast geeft 80 procent van de respondenten aan dat business- en IT-teams openstaan voor nieuwe technologieën en modernere manieren van samenwerken.

Automatisering als voornaamste doelstelling

Het automatiseren en vereenvoudigen van processen staat bij veel organisaties bovenaan de agenda. Ruim zeven op de tien respondenten (71%) noemen dit als een van hun twee belangrijkste doelstellingen voorafgaand aan de implementatie van AI-agents. Voor 45 procent was dit de absolute topprioriteit. Meer dan de helft (58%) meldt inmiddels concrete resultaten te zien, waaronder voorspelbaardere uitkomsten, minder complexiteit en een verbeterde klantbeleving.

Strategie en meetbare doelen bepalend

Organisaties die succesvolle resultaten rapporteren, hanteren een gestructureerde aanpak. Volgens het onderzoek beschikt 95 procent over een concrete strategie en een uitvoeringsplan op organisatieniveau. Daarnaast werkt 65 procent met vooraf vastgestelde meetpunten die zijn gekoppeld aan bedrijfsdoelstellingen en die regelmatig worden geëvalueerd.

Bijna twee derde (61%) start een AI-agentproject met de verwachting dat de klantbeleving aanzienlijk zal verbeteren. Daarnaast verwacht 58 procent direct meetbare bedrijfswaarde te realiseren, zoals een hogere klanttevredenheid en lagere operationele kosten.

Kennisgap grootste drempel

Het onderzoek laat ook zien waar organisaties vastlopen. Ruim driekwart (77%) wijst op een gebrek aan voldoende middelen en mensen als voornaamste barrière. Savanta suggereert dat dit erop kan duiden dat organisaties onvoldoende zicht hebben op de potentiële bedrijfswaarde van AI-agents. Daarnaast noemt 75 procent van de respondenten een gebrek aan kennis over de voordelen van AI-agents als de grootste drempel voor succes.

Don Schuerman, Chief Technology Officer bij Pega, stelt dat veel organisaties weliswaar experimenteren met AI-agents, maar dat de aanpak vaak nog onvoldoende volwassen is. Volgens Schuerman ontstaat concrete waarde pas als organisaties naast de technologie ook hun processen en werkcultuur aanpassen. Hij geeft aan dat organisaties die die omslag niet maken, het risico lopen achter te blijven.

Zscaler introduceert nieuwe beveiligingsoplossingen voor autonome AI-agents binnen zijn Zero Trust Exchange-platform. Het gaat om twee nieuwe producten en uitbreidingen op het bestaande AI Protect-aanbod. . Zscaler stelt hiermee het eerste complete Zero Trust-platform voor Agentic AI in de markt te zetten.

Dit kondigt Zscaler aan tijdens Zenith Live 2026. De eerste is Zscaler AI Broker, een component die communicatie tussen AI-agents beveiligt via MCP- en A2A-brokers. Via een geïntegreerd Agent Registry kunnen organisaties volgens Zscaler bijhouden welke data en systemen een agent mag benaderen, en toegangscontroles instellen op agentniveau.

De tweede is Zscaler Endpoint AI Security, gericht op het detecteren van AI-gerelateerde dreigingen op eindpunten. Het product biedt zichtbaarheid in browser-, extensie- en plug-inlagen en maakt het mogelijk beveiligingsbeleid af te dwingen voor AI-omgevingen op zowel endpoints als in de cloud. Zscaler geeft aan dat dit dreigingen omvat die verborgen zitten in browsers, lokale AI-tools en plug-ins die traditionele endpointbeveiliging niet altijd ziet.

AI Access Graph

Naast de twee nieuwe producten presenteert Zscaler de AI Access Graph, dat onder meer is gebaseerd op technologie van het recent overgenomen Symmetry Systems. Zscaler stelt dat deze technologie in kaart brengt hoe identiteiten, applicaties en databronnen binnen een organisatie met elkaar verbonden zijn. De Graph maakt het vervolgens mogelijk om toegangsrelaties te visualiseren, beleidsregels af te dwingen en de herkomst van data in real-time te volgen.

AI Protect vernieuwd

Ook kondigt Zscaler uitbreidingen aan op AI Protect, dat in januari 2026 werd uitgebracht. De drie toepassingsgebieden van dat product worden elk uitgebreid:

  • AI Asset Management krijgt mogelijkheden om ingebedde AI-functionaliteit in SaaS-applicaties te ontdekken, AI-agents en MCP-servers in public cloudomgevingen te identificeren, risico’s in agentic codebases bloot te leggen via codescans en AI-activiteiten op endpoints te monitoren.
  • Secure Access to AI wordt uitgebreid met promptextractie voor meer dan 250 GenAI-applicaties, volledige gesprekshistorie, ondersteuning voor Compliance API’s van Anthropic en OpenAI, en op intentie gebaseerde beveiligingsmaatregelen voor meerstapsgesprekken.
  • Secure AI Infrastructure and Apps voegt AI red teaming toe voor MCP-servers, een zelfstandige dienst voor prompt hardening en compliance heatmaps voor AI-governance.

Het aantal glasvezelaansluitingen in Nederland is tussen 2022 en 2025 gegroeid van 4,77 miljoen naar 8,93 miljoen, een stijging van ruim 87%. Toch heeft nog geen 40% van de huishoudens met glasvezeltoegang daadwerkelijk een abonnement afgesloten. Dat blijkt uit een analyse van Overstappen.nl op basis van data van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Het piekjaar voor de uitrol was 2023, toen het netwerk met ruim 1,43 miljoen aansluitingen groeide naar 7,12 miljoen. In 2025 kwamen er nog eens 681.000 aansluitingen bij, waarmee het totaal eind van dat jaar uitkwam op bijna 8,93 miljoen.

Grote steden groeien het hardst

De sterkste absolute en procentuele groei deed zich voor in de grote steden. Amsterdam telde er sinds 2022 ruim 366.000 aansluitingen bij, een stijging van 337%. Rotterdam volgde met bijna 278.000 nieuwe aansluitingen, een groei van 388%. Den Haag groeide met 180.000 aansluitingen (+142%) en Utrecht met ruim 34.000 (+208%).

Telecomexpert Fleur de Ligt van Overstappen.nl stelt dat de marktverhoudingen fundamenteel zijn verschoven. Begin 2022 was glasvezel nog de kleinste aansluitingsvorm; DSL en coaxkabel domineerden. Begin 2025 waren er voor het eerst evenveel kabel- als glasvezelabonnementen, en sindsdien loopt glasvezel verder uit, aldus De Ligt.

Gemeenten lopen sterk uiteen

Tussen gemeenten bestaan grote verschillen. In sommige gemeenten liggen meer aansluitingen dan er adressen zijn, doordat meerdere netwerkbeheerders onafhankelijk van elkaar kabels aanleggen. Koplopers zijn Laren (gemiddeld 1,77 aansluitingen per adres) en Roerdalen (1,73 aansluitingen per adres).

Aan de andere kant van het spectrum staan gemeenten waar de uitrol vrijwel stilstaat. Gulpen-Wittem telt slechts 199 aansluitingen, omgerekend 0,02 per huishouden, en is daarmee de grootste achterblijver. Ook in Heeze-Leende (0,04 per huishouden) en Noord-Beveland (0,07 per huishouden) blijft de glasvezelinfrastructuur sterk achter.

Kloof tussen beschikbaarheid en gebruik

Hoewel glasvezel op veel plekken beschikbaar is, blijft het gebruik achter. Tegenover 8,93 miljoen fysieke aansluitingen stonden eind 2025 slechts 3,42 miljoen actieve glasvezelabonnementen. Minder dan 40% van de huishoudens met glasvezeltoegang heeft de overstap daadwerkelijk gemaakt; de meerderheid gebruikt nog altijd kabel of DSL.

De Ligt geeft aan dat de markt daarmee een nieuwe fase ingaat: de focus verschuift van infrastructuuruitrol naar het activeren van bestaande aansluitingen en het overtuigen van consumenten om daadwerkelijk gebruik te maken van beschikbaar glasvezel.