Pax8 presenteert een nieuw pakket aan diensten en programma’s waarmee MSP’s AI-projecten bij klanten kunnen uitvoeren en vermarkten. Het gaat om de Managed Intelligence Provider (MIP) Program, Managed Intelligence Services (MIS) en de Agent Store. De diensten zijn aangekondigd tijdens het bedrijfsevenement Beyond 2026 en worden in juli algemeen beschikbaar.

Pax8 kondigt drie nieuwe onderdelen aan die MSP’s een gestructureerde aanpak moeten geven voor het leveren en commercialiseren van AI-diensten aan MKB-klanten: de Agent Store, het MIP-programma en Managed Intelligence Services.

Volgens Pax8 blijkt uit eigen onderzoek dat 62 procent van de MKB-bedrijven AI noodzakelijk acht voor concurrentievermogen, en dat 74 procent van mening is dat AI hen helpt te concurreren met grotere organisaties. Het bedrijf stelt dat bijna negentig procent van kleine bedrijven al gebruikmaakt van AI of ermee experimenteert, maar dat de meeste organisaties geen strategie hebben om daar meetbare resultaten uit te halen.

Agent Store als instappunt

De Agent Store vormt het startpunt voor zowel het MIP-programma als Managed Intelligence Services. Via dit onderdeel van de Pax8 Marketplace krijgen partners toegang tot AI-oplossingen die volgens Pax8 geschikt zijn voor de MKB-markt, waaronder Microsoft 365 Copilot Business, ConnectWise Sidekick en Rewst RoboRewsty. Pax8 geeft aan dat alle oplossingen worden geleverd via het bestaande Marketplace-platform met transparante prijsstelling en gecentraliseerde facturatie.

MIP-programma: van verkoop naar beheer

Het MIP-programma biedt MSP’s een gestructureerd traject om een praktijk op te bouwen rond het beheren van AI-toepassingen. Na een AI-volwassenheidsassessment doorlopen medewerkers een rolgebaseerd leertraject gericht op het identificeren van kansen en het inzetten van agentic AI-oplossingen. Pax8 stelt dat 95 procent van de organisaties die AI inzetten geen aantoonbaar rendement rapporteert, en beoogt met dit programma de kloof tussen adoptie en resultaat te verkleinen.

Managed Intelligence Services: uitvoering via Pax8-experts

Met Managed Intelligence Services kunnen MSP’s direct inspelen op klantvragen door Pax8-professionals in te zetten. De diensten zijn beschikbaar als white-label extensie van het partnerteam of als gezamenlijke uitvoering. Pax8 meldt dat de partner de klantrelatie en de bijbehorende omzet behoudt.

Bij de introductie zijn vier diensten beschikbaar:

– Copilot Readiness Assessment: evaluatie van de Microsoft 365-omgeving van een klant op gereedheid voor Copilot-adoptie
– Transformation Discovery Assessment Agent: AI-ondersteunde discovery voor transformatiegesprekken met klanten
– Workflow Automation and Agent Builds: ontwerp en implementatie van geautomatiseerde workflows en AI-agents op maat
– Microsoft 365 Data Protection: identificatie, classificatie en beveiliging van gevoelige data in Microsoft 365 via Microsoft Purview Information Protection en Data Loss Prevention

Verdere ontwikkelingen op de roadmap

Pax8 kondigt ook twee producten aan die later dit jaar beschikbaar komen. De Agent Gateway is een beheerlaag waarmee MSP’s alle AI-agents van hun klanten centraal kunnen beheren, inclusief identiteitsbeheer, modelkeuze en verbruiksmonitoring per klant. Pax8 geeft aan dat partners hiermee marges, budgetten en limieten per klant kunnen instellen. De gateway is momenteel in preview en bredere beschikbaarheid wordt later dit jaar verwacht.

Daarnaast werkt Pax8 aan een platform voor agent-orchestratie en -commercialisering, waarmee partners een agent eenmalig bouwen en uitrollen over hun gehele klantenbestand. Het platform meet en attribueert verbruik per klant, zodat partners omzet genereren op zowel de agent als het verbruik. Dit platform start in het vierde kwartaal met een gesloten bèta.

Deelnemers aan Beyond 2026 hebben nu toegang tot de Agent Store, het MIP-programma en Managed Intelligence Services. Algemene beschikbaarheid staat gepland voor juli 2026.

Incentro positioneert zich volledig als aanbieder van agentic AI-diensten. Het bedrijf kondigt een reeks kant-en-klare AI-agents aan voor veelvoorkomende B2B-processen en een eigen ontwikkelplatform voor organisaties die hun bedrijfsvoering willen herontwerpen. Bestaande klanten als BAS World, Payter en Woodvision gaan al met de aanpak aan de slag.

Incentro richt zijn volledige dienstenaanbod in op agentic AI. Het bedrijf stelt dat organisaties die hun processen niet herontwerpen met AI als uitgangspunt, een achterstand opbouwen die moeilijk te overbruggen is. Volgens CEO Sander Verstoep schiet het inzetten van losse tools als chatbots of Copilot-licenties tekort: zulke ingrepen veranderen de operationele werkelijkheid van een bedrijf niet.

Verstoep stelt dat de fase van experimenteren voorbij is. Organisaties vragen naar aantoonbaar resultaat in de vorm van snellere processen en hogere productiviteit. Dat is volgens hem alleen haalbaar als AI niet bovenop bestaande processen wordt gelegd, maar als vertrekpunt voor de herinrichting van de bedrijfsvoering.

Autonomous Enterprise als doelmodel

Incentro introduceert het concept ‘Autonomous Enterprise’ als richtlijn voor zijn advies- en implementatiewerk. Hieronder verstaat het bedrijf een organisatievorm waarin mensen samenwerken met AI-agents die een groeiend deel van de operationele taken zelfstandig uitvoeren. Verstoep geeft aan dat AI-agents schalen zonder de beperkingen die gelden voor menselijke medewerkers: ze werken continu, schalen direct op en wisselen realtime tussen systemen en datasets.

Het bedrijf verwijst naar lopende projecten als onderbouwing. Voor truckplatform BAS World bouwde Incentro agents voor sales, pricing en klantenservice. Bij betalingsdienstverlener Payter implementeerde het bedrijf een zogenoemde agentic architectuur voor bedrijfskritische processen. Houtgroothandel Woodvision gebruikt AI-agents om automatisch orders te verwerken uit e-mails, pdf-bestanden en spreadsheets.

Kant-en-klare agents voor B2B-processen

Naast maatwerk kondigt Incentro een reeks voorgebouwde AI-agents aan voor veelvoorkomende B2B-toepassingen. Het gaat om een Order Intake Agent die orders verwerkt uit e-mails, pdf-bestanden en Excel-bestanden, een Customer Service Agent voor klantvragen via chat of voice, een Product Finder Agent, een Call Agent die realtime informatie aanreikt tijdens gesprekken, en een Quote Generation Agent die offertes genereert op basis van offerteaanvragen.

Voor maatwerkontwikkeling en complete agentic ecosystemen werkt Incentro technologie-agnostisch. Het bedrijf noemt platforms als Workato, Camunda, LangChain, Mendix, UiPath, Glean en n8n als onderdeel van zijn gereedschapskist.

Risico van versnippering

Incentro waarschuwt voor een trend dat het bedrijf in de markt herkent: organisaties die los van elkaar AI-tools uitrollen zonder centrale aansturing of procesorkestratie. Verstoep stelt dat dit leidt tot een nieuwe generatie technical debt die op termijn moeilijk te beheren is. Incentro pleit dan ook voor één samenhangend AI-landschap waarin agents onderling samenwerken en gecontroleerd kunnen worden opgeschaald.

Het dienstenaanbod omvat naast de agents ook een AI Readiness Scan, een AI Discovery Track, trainingen en een eigen modulaire architectuur die het bedrijf de ‘AI Building Block’ noemt. Daarmee kunnen organisaties meerdere AI-agents bouwen en orkestreren binnen één omgeving. De koerswijziging bouwt voort op de AI-strategie die Incentro eerder aankondigde tijdens World Summit AI en op het eigen evenement IncentroCon.

Arrow Electronics opent twee experience centra, in Alpharetta (VS) en Stockholm (Zweden), die channelpartners ondersteunen bij het evalueren, testen en implementeren van AI-, cloud- en beveiligingsoplossingen. De centra fungeren als hubs voor leveranciers, partners en eindklanten in Europa en Noord-Amerika. Partners krijgen toegang tot meer dan honderd geteste oplossingen en kunnen met ondersteuning van Arrow-ingenieurs ook maatwerkconfiguraties samenstellen.

De ondersteuning in de centra is georganiseerd rondom drie gebieden. Het eerste is hybride infrastructuur: het samenstellen en demonstreren van hardware- en softwarecombinaties van meerdere leveranciers, gericht op organisaties die zoeken naar on-premise cloud- en AI-implementaties. Het tweede focusgebied is cyberbeveiliging, risico en veerkracht, waarbij het gaat om het ontwikkelen van oplossingen die kritieke systemen en gegevens beschermen. Het derde gebied betreft diensten en consultancy, waaronder training, begeleiding en kennisuitwisseling rondom implementatievraagstukken.

Volgens Arrow hebben partners binnen de centra toegang tot meer dan honderd vooraf samengestelde en geteste oplossingen. Wie een specifieke configuratie nodig heeft, kan die met ondersteuning van Arrow-ingenieurs op maat laten samenstellen.

AI centraal in het aanbod

Arrow geeft aan dat de centra zijn opgezet om partners beter inzicht te geven in de rol van AI binnen IT-omgevingen, met aandacht voor machine learning, datamodellering en data science. Nick Bannister, president EMEA bij Arrow Enterprise Computing Solutions, stelt dat de wereldwijde verbinding tussen de twee locaties het mogelijk maakt om gebruiksscenario’s te testen en partners te helpen begrijpen hoe ze workloads wereldwijd kunnen uitvoeren en beveiligen.

Katerina Wikstrom, Chief Product Officer bij Oxide AI, geeft aan dat de samenwerking met het experience centrum in Stockholm haar bedrijf heeft geholpen bij het schalen van een AI-product en bij het opbouwen van contacten met leveranciers en channelpartners.

Onderdeel van bredere strategie

De opening van de centra past binnen de bredere koers die Arrow vaart op het gebied van AI, cloud en beveiliging. Het bedrijf positioneert de locaties als plekken waar de stap van technologieverkenning naar daadwerkelijke implementatie concreet gemaakt kan worden, zowel voor partners als voor hun eindklanten.

Onderzoek van Infoblox Threat Intel toont aan dat residential proxies diep zijn ingebed in bedrijfsnetwerken. In 2026 vertoonde meer dan 65% van de klanten van Infoblox Threat Defense Cloud DNS-activiteit gerelateerd aan residential proxy-netwerken. Het maandelijkse queryvolume naar proxy-domeinen groeide met ongeveer 25% tussen januari 2025 en april 2026, tot meer dan 500 miljard queries per maand.

Infoblox Threat Intel publiceerde het onderzoek in samenwerking met Synthient, voortbouwend op eerder werk rond het Kimwolf-botnet. De onderzoekers analyseerden miljarden DNS-resoluties en bijbehorende netwerktelemetrie binnen het klantenbestand. Uit die analyse blijkt dat de aanwezigheid van residential proxy-gerelateerd verkeer geen randfenomeen is, maar structureel voorkomt in productieomgevingen.

Hoe residential proxies werken

Residential proxies leiden internetverkeer om via consumentenapparaten zoals thuisrouters, mobiele telefoons, IoT-apparaten en systemen waarop apps met ingebouwde proxysoftware draaien. Het verkeer lijkt daardoor afkomstig van een echte consument in plaats van een datacenter. Legitieme toepassingen bestaan, zoals webscraping of het omzeilen van geo-restricties, maar dezelfde eigenschappen maken deze proxies ook bruikbaar voor kwaadwillenden. Ze omzeilen IP-reputatiesystemen, fraudedetectie en verificatiecontroles, waardoor schadelijk verkeer opgaat in normaal consumentenverkeer.

Voor organisaties betekent dit dat als een derde partij verdachte activiteit ziet vanuit hun IP-ruimte, de organisatie als eerste als bron wordt aangemerkt, met mogelijke reputatie-, juridische en operationele gevolgen.

Omvang en groei

Volgens Infoblox steeg het maandelijkse queryvolume naar residential proxy-domeinen van bijna 400 miljard in januari 2025 naar meer dan 500 miljard in april 2026. Het bedrijf wijst AI-gerelateerde webscraping aan als een belangrijke aanjager: residential proxies maken het mogelijk dat geautomatiseerd verkeer eruitziet als afkomstig van echte consumenten.

De sectorale spreiding is opvallend breed. Infoblox meldt dat in elke branchecategorie minimaal 40% van de klanten proxy-gerelateerd verkeer vertoonde. In de farmaceutische sector en de voedings- en drankenindustrie lag dat cijfer boven de 90%. Bij overheids- en bankklanten was dat meer dan 60%.

Instappunten via alledaagse software

Een bijzonder punt uit het onderzoek is hoe systemen worden ingeschreven in proxy-netwerken. Infoblox Threat Intel geeft aan dat dit doorgaans niet via zichtbare malware verloopt, maar via veelgebruikte tools: gratis VPN-apps, streamingapplicaties, schermbeveiligers, ‘productiviteits’-apps en goedkope IoT-apparaten. Gebruikers stemmen technisch gezien in via gebruiksvoorwaarden, maar de relevante bepalingen zijn vaak diep begraven in juridische documenten.

Renée Burton, Vice President van Infoblox Threat Intel, waarschuwt dat een externe partij via deze toegangspunten de middelen van een organisatie kan inzetten voor criminele activiteiten, waarbij de reputatie en het IP-adres van die organisatie worden misbruikt. Burton geeft aan dat beleidsmakers de gevaren van residential proxies, de vereisten voor geïnformeerde toestemming en de verantwoordelijkheid van proxyproviders nader moeten onderzoeken. Voor organisaties bepleit Burton een aanpak op meerdere niveaus, waarbij beschermende DNS wordt ingezet om verbindingen met ongewenste proxydiensten te blokkeren.

Analytische druk op securityteams

Naast het directe risico wijst het onderzoek op een indirect effect: proxy-gerelateerd verkeer kan een disproportioneel groot alertvolume genereren. Dat vergroot de analysedruk op securityteams die al onder druk staan. Organisaties die niet weten of, waarom en in welke mate deze diensten aanwezig zijn in hun omgeving, hebben daarmee een snel groeiend blinde vlek in hun beveiligingsbeleid.

Nextcloud brengt versie Hub 26 Spring uit. De release voegt Euro-Office toe als tweede kantooroptie naast Collabora, introduceert Nextcloud Governance voor compliance-beheer in grote organisaties en vernieuwt de gebruikersinterface. Volgens Nextcloud bestaat 96 procent van de codewijzigingen in deze release uit onderhoud en stabiliteitsverbeteringen. De release valt samen met het tienjarig bestaan van het bedrijf, dat in 2016 vanuit Berlijn en Stuttgart werd opgericht.

De meest in het oog springende toevoeging is Euro-Office, een kantoorapplicatie die Nextcloud de afgelopen maanden heeft ontwikkeld als onderdeel van een Europees industrie-initiatief. Euro-Office is volledig open source en omvat editors voor tekstdocumenten, spreadsheets, presentaties en pdf-bestanden. Nextcloud stelt dat de software compatibel is met Microsoft Office-bestanden en dat dataverwerking lokaal plaatsvindt, wat volgens het bedrijf zorgt voor snellere weergave en minder serverbelasting.

Euro-Office is geïntegreerd met bestaande Nextcloud-functionaliteit, waaronder de Smart Picker voor het invoegen van taken, datatabellen en bestanden, en de Nextcloud Assistant voor AI-functies binnen de editors. Collabora Office blijft beschikbaar als alternatief. In deze versie krijgt Collabora een nieuwe zijbalk waarmee gebruikers de Nextcloud Assistant kunnen raadplegen tijdens het werken aan een document, en een aanpasbare statusbalk.

Verbeteringen in productiviteitsapps

De teksteditor Nextcloud Text ondersteunt nu een offlinemodus van maximaal vijf minuten, wat bruikbaar is bij onstabiele netwerkverbindingen. Omdat Text als basiscomponent door meerdere Nextcloud-apps wordt gebruikt, geldt die offline-functionaliteit ook voor toepassingen als Deck, Notes en de informatiepanelen bij mappen. De Collectives-app ondersteunt nu het doorbladeren van kennisbanken zonder verbinding, mits de pagina’s eerder zijn geopend.

Nextcloud Deck krijgt een GANTT-weergave waarmee gebruikers start- en einddatums en afhankelijkheden aan taken kunnen koppelen. De Tables-app, die onder meer door de deelstaat Sleeswijk-Holstein wordt ingezet, is uitgebreid met nieuwe weergaveopties en de mogelijkheid om tabellen via een publieke link te delen met externe deelnemers.

Vernieuwd applicatiemenu

De gebruikersinterface is aangepast met een waffle-menu als applicatiewisselaar, vergelijkbaar met de indeling die andere samenwerkingstools hanteren. Nextcloud geeft aan dat het aantal prominente knoppen is teruggebracht en dat de actieve tabindicatoren in de zijbalken zijn vereenvoudigd om afleidingen te verminderen.

Nextcloud Governance voor compliance

Voor grotere organisaties die onder specifieke regelgeving opereren, introduceert Nextcloud de Governance-module. Volgens het bedrijf biedt de module beheerders overzicht over toegang tot geclassificeerde data, het beheer van documenten over hun volledige levenscyclus en de uitvoering van regulatorische procedures. De module omvat gevoeligheidslabels voor toegangsrechten, de mogelijkheid om een juridische bewaarverplichting op bestanden in te stellen, regels voor automatische verwijdering van documenten en ingebouwde documentatie voor het bijhouden van compliancetaken.

Stabiliteit als prioriteit

Nextcloud benadrukt dat veruit de meeste ontwikkelinspanning in deze release is gestoken in architecturele verbeteringen en stabiliteit. Functionele wijzigingen vertegenwoordigen volgens het bedrijf slechts 4 procent van alle codewijzigingen; de overige 96 procent betreft onderhoud. Hub 26 Spring bevat daarnaast updates voor Nextcloud Talk, Whiteboard, Files, Groupware, Flow, de Nextcloud Assistant en de mobiele en desktopclients.

Kaseya introduceert MSP Success, een ecosysteem dat marketingondersteuning, peer-samenwerking en community-toegang voor MSP’s samenbrengt. De kern is MSP Success Digital Marketing, een platform met tools voor leadgeneratie, zoekmachineoptimalisatie, reputatiebeheer en campagnebeheer. Kaseya combineert hierin bestaande programma’s als TruMethods Peer en Technology Marketing Toolkit onder één dak. Het bedrijf wil MSP’s hiermee ondersteunen bij klantenwerving, marktpositionering en onderlinge samenwerking.

De ploeg achter MSP Success telt 140 medewerkers wereldwijd en staat onder leiding van Dan Tomaszewski, EVP of channel. Verder zijn Greg Jones, SVP of MSP Success EMEA, en Mike Stodola, VP of marketing enablement strategy, bij de opzet betrokken.

Twee abonnementsvormen voor digitale marketing

MSP Success Digital Marketing is de centrale component van het ecosysteem. Volgens Kaseya geeft 71 procent van de MSP’s aan dat het werven van nieuwe klanten hun grootste uitdaging is, zo blijkt uit het eigen 2026 State of the MSP Report. Het platform moet MSP’s daarbij ondersteunen met tools voor websitebouw, zoekmachine- en antwoordmachineoptimalisatie (SEO/AEO), lokale zoekoptimalisatie, contentmarketing, e-mail- en socialmediacampagnes, reputatiebeheer, leadcapture en afsprakenbeheer. Elke deelnemer krijgt toegang tot een toegewezen Marketing Success Specialist.

Het platform wordt aangeboden in twee varianten. Express richt zich op digitale zichtbaarheid en het genereren van een constante stroom gekwalificeerde leads, ook via AI-gestuurde zoekresultaten. Pro voegt daar marketingautomatisering, conversiemiddelen en strategische begeleiding aan toe. Tomaszewski geeft aan dat Kaseya de aanpak heeft gebaseerd op eigen ervaring en deze heeft vertaald naar een team van practitioners met bijbehorende tools en processen.

TruMethods Peer en Technology Marketing Toolkit samengevoegd

Kaseya brengt zijn twee bestaande peer-programma’s, TruMethods Peer en Technology Marketing Toolkit, samen onder de naam MSP Success Peer. MSP’s kunnen afhankelijk van hun omvang kiezen uit twee peer-programma’s. Fysieke bijeenkomsten vinden per kwartaal plaats in Noord-Amerika, EMEA en APAC, aangevuld met online sessies.

Om het peer-programma verder te ontwikkelen, benoemt Kaseya Jay Dixon tot Director of MSP Success Peer Education. Dixon participeerde vier jaar als captain in het peer-programma en heeft zijn eigen bedrijf verkocht. Tomaszewski stelt dat zijn achtergrond past bij de aanpak waarbij Kaseya investeert in begeleiders die het groeitraject van een MSP uit eigen ervaring kennen.

Centraal leerplatform op MSPsuccess.com

Parallel aan de lancering van MSP Success heeft Kaseya MSPsuccess.com online gezet, een leerplatform met frameworks, expertbegeleiding en praktische bronnen voor groei en winstgevendheid. De site fungeert ook als toegangspunt tot de Kaseya-klantcommunity.

AI versnelt en vereenvoudigt werkprocessen, maar productiviteitswinst volgt niet automatisch. Dat blijkt uit onderzoek van TNO bij vier Nederlandse organisaties. De impact op werknemers verdient meer aandacht dan organisaties er doorgaans aan besteden.

TNO onderzocht hoe vier organisaties AI inzetten in hun primaire processen: verzekeraar a.s.r. (voorspellen van klanttevredenheid), de Douane (zoeken in handboeken), e-commercebedrijf HelloPrint (automatisch beantwoorden van klantvragen) en IT-dienstverlener LINKIT (genereren van aanbiedingsbrieven en projectomschrijvingen). De onderzoekers combineerden praktijkonderzoek met een literatuurstudie en spraken met zowel medewerkers als leidinggevenden die betrokken zijn bij de ontwikkeling en toepassing van AI.

Productiviteitswinst niet vanzelfsprekend

De resultaten laten zien dat de omvang van productiviteitswinst sterk verschilt per situatie. Bij HelloPrint resulteerde grootschalige automatisering van klantcontact in een personeelsbehoefte die 80 procent lager lag, wat leidde tot forse kostenbesparingen. Bij de Douane en LINKIT bleef het effect beperkt tot tijdswinst bij specifieke taken als schrijven en informatie opzoeken.

Volgens TNO leidt tijdswinst alleen tot productiviteitsverbetering als organisaties de vrijgekomen tijd waardevol benutten. Organisaties kunnen er ook bewust voor kiezen die tijd in te zetten om de werkdruk te verlagen. Bij a.s.r. lag de focus op het verkrijgen van rijkere inzichten in klantbeleving. Het lukte uiteindelijk niet om klantoordelen nauwkeurig genoeg te voorspellen op basis van gesprekverslagen, maar de opgedane kennis en ervaring is volgens TNO waardevol voor toekomstige AI-toepassingen.

Impact op werknemers onderbelicht

AI beïnvloedt niet alleen de hoeveelheid werk, maar ook de inhoud ervan. Taken worden complexer, gevarieerder of juist eentoniger. Autonomie, mentale belasting en ondersteuning van medewerkers veranderen mee. TNO stelt dat de deelnemende organisaties hier vooraf in beperkte mate bij stilstonden. Een reden daarvoor is dat de precieze gevolgen voor medewerkers moeilijk in te schatten zijn zolang onduidelijk is hoe goed een AI-toepassing in de praktijk zal werken.

Bij HelloPrint verdwenen routinetaken en kregen medewerkers meer uitdagend en gevarieerd werk, wat tegelijkertijd de mentale belasting verhoogde. Bij LINKIT en de Douane maakte AI de uitvoering van taken makkelijker. De gevolgen voor medewerkers hingen daar af van hoe de vrijgekomen tijd werd ingevuld: meer van hetzelfde werk vermindert variatie, terwijl het loslaten van ongewijzigde doelstellingen de tijdsdruk verlaagt.

Bewuste keuzes als voorwaarde

TNO concludeert dat AI-adoptie geen puur technische aangelegenheid is. Medewerkers uit het primaire proces moeten nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling en invoering van AI-toepassingen. Dat vergroot de kans op een goed functionerend systeem én zorgt voor tijdige aandacht voor veranderingen in taken en arbeidsomstandigheden.

Daarnaast zijn randvoorwaarden als datakwaliteit, een solide IT-infrastructuur, voldoende digitalisering en ruimte om te experimenteren essentieel. Organisaties die bewuste keuzes maken over de inrichting van werk, rollen en processen, maken volgens de onderzoekers de meeste kans op zowel hogere productiviteit als een goede kwaliteit van arbeid.

Palo Alto Networks en Deutsche Telekom kondigen Sovereign Cortex met T Security aan, een SecOps-oplossing met data-soevereiniteitscontroles voor gereguleerde sectoren in Europa. Deutsche Telekom beheert de soevereiniteitscontroles onafhankelijk, terwijl het platform draait op de Cortex-technologie van Palo Alto Networks. De eerste release staat gepland voor het derde kwartaal van 2026.

De gezamenlijke beveiligingsdienst is gericht op organisaties in sectoren die onder strenge Europese regelgeving vallen. Denk aan de gezondheidszorg, financiële dienstverlening, de publieke sector en beheerders van kritieke nationale infrastructuur. Volgens Palo Alto Networks combineert de dienst de mogelijkheden van het Cortex SecOps-platform met soevereiniteitscontroles die specifiek zijn ontwikkeld voor het Europese regelgevingskader, waaronder NIS2, DORA en GDPR. Deutsche Telekom treedt op als onafhankelijke Europese partij die deze controles beheert en verifieert.

Soevereiniteitscontroles per laag

De oplossing gaat verder dan standaard dataresidentiecontroles, zo stellen de bedrijven. Sovereign Cortex met T Security omvat verifieerbare controles op klant- en systeemgegevens, encryptiesleutels en toegangslogboeken. Alle supportmedewerkers zijn uitsluitend gevestigd in Europa en alle contractuele overeenkomsten vallen onder Europees recht.

Helmut Reisinger, CEO EMEA bij Palo Alto Networks, geeft aan dat Europese organisaties niet zouden moeten kiezen tussen AI-beveiliging en verifieerbare soevereiniteitscontroles. Reisinger noemt de dienst een direct antwoord op vragen van klanten en toezichthouders in Europa.

Thomas Tschersich, CEO van Deutsche Telekom Security GmbH en CSO van Deutsche Telekom AG, stelt dat het gezamenlijke aanbod op dit niveau momenteel uniek is in Europa. Tschersich benadrukt dat de oplossing voldoet aan de compliance-eisen rond datasoevereiniteit van NIS2, DORA en KRITIS, zonder dat klanten concessies hoeven te doen aan de effectiviteit van hun beveiliging.

Ontwikkeld met gereguleerde organisaties

Palo Alto Networks meldt dat de dienst tot stand is gekomen in afstemming met gereguleerde organisaties en overheidsinstanties in Europa. De focus lag daarbij op specifieke, verifieerbare controles in plaats van een brede interpretatie van soevereiniteit. Palo Alto Networks wil de oplossingen laten meegroeien met de Europese regelgeving rond soevereiniteit.

Sovereign Cortex met T Security wordt in eerste instantie beschikbaar gesteld aan organisaties in de gezondheidszorg, financiële dienstverlening, de publieke sector en kritieke nationale infrastructuur. Bredere beschikbaarheid volgt later. De eerste release is voorzien voor het derde kwartaal van 2026.

Anthropic heeft gisteren Claude Fable 5 uitgebracht, het meest capabele model dat het bedrijf tot nu toe breed beschikbaar stelt. Het model is gebaseerd op het eerder besloten Mythos-model en bevat ingebouwde veiligheidsmechanismen die bij risicovolle vragen automatisch terugschakelen naar een eerder model. Tegelijkertijd kondigt Anthropic Claude Mythos 5 aan, een versie met deels opgeheven veiligheidsbeperkingen, alleen bestemd voor verdedigers van kritieke infrastructuur.

Fable 5 is de publieke versie van het Mythos-model dat Anthropic eerder dit jaar via het besloten Project Glasswing uitrolde bij een selecte groep cybersecuritypartners. Volgens het bedrijf presteert het model sterk op het gebied van software-engineering, kenniswerk, vision en wetenschappelijk onderzoek.

Gelijktijdig met Fable 5 stelt Anthropic Claude Mythos 5 beschikbaar. Dit is hetzelfde onderliggende model, maar met deels opgeheven veiligheidsbeperkingen. Mythos 5 is uitsluitend toegankelijk voor organisaties die kritieke infrastructuur verdedigen.

Automatische terugval bij risicovolle vragen

Fable 5 is uitgerust met veiligheidsfilters die bij vragen op het gebied van cybersecurity, biologie en chemie automatisch terugschakelen naar Claude Opus 4.8. Anthropic geeft aan die filters bewust conservatief te hebben ingesteld. Het bedrijf meldt dat een extern bug-bountyprogramma van meer dan duizend uur testen geen universele jailbreaks opleverde. De filters slaan naar verwachting in minder dan vijf procent van de sessies aan.

Engineeringresultaten uit vroege tests

Voor IT-dienstverleners zijn de gerapporteerde testresultaten op het gebied van software-engineering opvallend. Stripe meldde tijdens vroege tests dat het model maanden aan engineeringwerk terugbracht tot dagen. In een codebase van vijftig miljoen regels Ruby zou het model in één dag een migratie hebben voltooid waarvoor een volledig team anders meer dan twee maanden nodig had gehad. Dit zijn claims van de betrokken partijen; onafhankelijke verificatie ontbreekt.

Beschikbaarheid en prijzen

Fable 5 is direct beschikbaar via de Anthropic API en op Pro-, Max-, Team- en Enterprise-abonnementen, in elk geval tot en met 22 juni 2026. Daarna zal het vermoedelijk niet in de standaard abonnement zijn inbegrepen en moet er apart worden betaald, in elk geval totdat de capaciteit verder is opgeschaald. Voor toegang via de API moet nu al worden betaald. De prijs bedraagt tien dollar per miljoen invoertokens en vijftig dollar per miljoen uitvoertokens.

Cybersecuritybedrijf Proofpoint waarschuwt voor een phishingcampagne waarbij vermoedelijk Noord-Koreaanse aanvallers in zes weken meer dan 250 e-mails verstuurden naar softwareontwikkelaars bij bijna honderd organisaties wereldwijd. Het doel: het stelen van cryptocurrency-assets, API-tokens en inloggegevens. Proofpoint registreert de groep achter deze activiteit als UNK_DeadDrop.

De campagne vond plaats tussen april en mei 2026 en richtte zich op developers in de financiële sector, de cryptocurrencysector, het onderwijs en de technologiesector. De phishingmails hadden onderwerpen die aansloten bij werving of codebeoordeling en bevatten links naar door de aanvallers beheerde GitHub-repositories.

Infectieketen via GitHub

De repositories bevatten schadelijke scripts die malware uitvoeren op macOS, Linux en Windows. Proofpoint meldt dat hierbij een open-source Go-framework wordt ingezet met de naam Overlord. Daarnaast maakten de aanvallers misbruik van de workflows van Visual Studio Code via kwaadaardige VSIX-extensies, een techniek die slechts minimale interactie van de gebruiker vereist.

De campagne vertoont overeenkomsten met een eerder gedocumenteerde Noord-Koreaanse groep, Contagious Interview, die developers benadert via valse recruitersprofielen op platforms als LinkedIn, Slack en Telegram. Proofpoint geeft aan dat er geen directe overlap zit in de eigen telemetriedata en registreert UNK_DeadDrop daarom als een zelfstandige cluster.

Verschuiving naar grootschalige phishingoperaties

Volgens Proofpoint wijst de werkwijze op een operationele verschuiving: waar Noord-Korea-gelieerde groepen eerder voornamelijk individuele developers benaderden via sociale media, zet UNK_DeadDrop in op grootschalige e-mailcampagnes met links naar kwaadaardige repositories. Het bedrijf stelt dat dit erop kan duiden dat de betrokken actor zijn operaties opschaalt.

Proofpoint wijst verder op aanwijzingen voor actieve doorontwikkeling van de gebruikte tooling: nieuwe GitHub-repositories worden consequent aangemaakt, het malwareframework kent iteratieve builds en payloads worden steeds vaker ingebed in plaats van extern gehost. Dat laatste vergroot volgens Proofpoint de operationele veerkracht en beperkt de impact van het platleggen van infrastructuur.

Sinds 2022 richten met Noord-Korea gelieerde groepen zich op organisaties in de cryptocurrency- en gedecentraliseerde financieringssector. Gebruikte methoden zijn onder meer kwaadaardige open-source pakketten, met trojans geïnfecteerde applicaties en social engineering via technische beoordelingen of codeeruitdagingen. UNK_DeadDrop past in dit bredere patroon, al blijft de exacte toeschrijving aan een bekende actor vooralsnog onbevestigd. Proofpoint meldt de activiteit monitoren als zelfstandige cluster te blijven monitoren.