Slechts 7% van de organisaties is klaar voor AI, terwijl 88% al AI-agents gebruikt of test. Dat blijkt uit het Data and AI Trust Gap Report van Veeam Software. Volgens het onderzoek heeft 95% van de organisaties vertraging opgelopen in AI-trajecten door problemen met datakwaliteit en -beheer.

Het onderzoek legt een opvallend verschil bloot tussen hoe directies en operationele teams naar AI kijken. Zo denkt 65% van de CEO’s een volledige AI-inventaris te hebben, tegenover 48% van de technische leiders. Van de CEO’s stelt 52% actief leiding te geven op het gebied van data, maar slechts 41% van de CISO’s en 38% van de CIO’s onderschrijft dat.

Shadow-AI opsporen blijft een uitdaging

Daarnaast meldt 83% van de CEO’s druk te voelen om AI- en datacapaciteiten te versnellen, terwijl slechts 28% van alle ondervraagde organisaties vertrouwen heeft dat ze AI-systemen kunnen detecteren die buiten goedgekeurde parameters opereren.

Anand Eswaran, CEO van Veeam, stelt dat de eerste fase van AI werd gekenmerkt door investeringen en experimenten, en dat de volgende fase om vertrouwen draait. Volgens Eswaran verschuift de kernvraag van of een organisatie AI kán gebruiken naar of ze kunnen garanderen dat alle data veilig, beheerd en herstelbaar zijn.

AI-storingen anders dan traditionele downtime

Naarmate AI-systemen autonomer worden, verandert ook de aard van storingen, aldus het rapport. Het risico verschuift van systeemuitval naar storingen op dataniveau, die moeilijker te detecteren en te verklaren zijn. Van de organisaties die momenteel AI inzetten, kan slechts een minderheid binnen enkele minuten vaststellen welke systemen AI benadert (29%), welke acties het onderneemt (25%), welke beslissingen het beïnvloedt (24%) en welke data het gebruikt (22%).

Slechts 40% van de executives geeft aan vertrouwen te hebben dat ze een AI-storing kunnen isoleren en nauwkeurig kunnen herstellen. Veeam stelt dat herstel moet evolueren van het terugzetten van volledige omgevingen naar precisieherstel van alleen de getroffen data.

Schaduw-AI vormt een groeiend risico

Het onderzoek signaleert ook een toename van ongeoorloofd AI-gebruik binnen organisaties. Volgens Veeam meldt 95% van de ondervraagden dit verschijnsel, en beschouwt 93% het als een significant risico. Toch biedt slechts 25% van de organisaties goedgekeurde alternatieven aan. Daarnaast geeft 44% aan dat schaduw-AI het snelst groeiende cyberrisico is binnen hun organisatie.

Externe regelgeving speelt ook een rol: 61% van de organisaties geeft aan dat Europese AI-wetgeving de investeringsstrategieën de afgelopen twaalf maanden al heeft beïnvloed. Voor 47% is het kunnen verklaren van AI-besluiten voor audits de grootste compliancezorg.

Verantwoordelijkheid als bepalende factor

Waar verantwoordelijkheid duidelijk is belegd, verbeteren de resultaten aanzienlijk. Organisaties waarbij de CISO verantwoordelijk is voor AI-agentrisico’s, hebben volgens het rapport 24% meer kans om ongewenst AI-gedrag te detecteren. Bij gedeelde verantwoordelijkheid daalt die kans met 47%.

Van de organisaties die als volledig AI-klaar worden geclassificeerd, rapporteert 97% meetbare zakelijke voordelen van investeringen in data en AI, tegenover 48% gemiddeld. Veeam positioneert zijn platform als een combinatie van dataveerkracht, beveiliging en governance, waarmee organisaties inzicht kunnen krijgen in datagebruik door AI en nauwkeurig kunnen herstellen bij incidenten.

Het Data and AI Trust Gap Report is hier beschikbaar.

SoftwareOne, wereldwijd leverancier van software- en cloudoplossingen, gaat samenwerken met Raynet. Het Duitse bedrijf Raynet biedt ITAM- en SAM-oplossingen via het centrale platform RaynetOne. De twee partijen willen gezamenlijk de Europese markt benaderen en gezamenlijke marketingactiviteiten ontwikkelen.

Volgens SoftwareOne versterkt de samenwerking zijn Europese en data-soevereine positionering. Het bedrijf wil samen met Raynet klanten ondersteunen bij het beheren, controleren en optimaliseren van hard- en software gedurende de volledige levenscyclus. Presales consultant services bij SoftwareOne Ismail Addi geeft aan dat het partnerschap ook een onderscheidende optie biedt in gesprekken met klanten waarvoor soevereiniteit een prioriteit is, met name in de publieke en gereguleerde sectoren.

On-premises uitrol als alternatief voor SaaS

Een onderscheidend kenmerk van Raynet is dat RaynetOne niet uitsluitend als SaaS-oplossing beschikbaar is. Organisaties kunnen het platform via Kubernetes binnen de eigen IT-omgeving uitrollen. Volgens SoftwareOne is dit voor organisaties waarbij datasoevereiniteit, hosting, controle en regelgeving een rol spelen een belangrijk argument om voor Raynet te kiezen.

SoftwareOne ziet een groeiende behoefte aan controle over datalocatie, governance, compliance en technologische keuzes. Via dit partnerschap wil SoftwareOne klanten praktischer kunnen ondersteunen op deze vlakken.

Palo Alto Networks heeft de overname van Portkey afgerond. Het bedrijf integreert de AI Gateway-technologie van Portkey in Prisma AIRS, zijn AI-beveiligingsplatform. Daarmee wil Palo Alto Networks organisaties een centraal beheerpunt bieden voor al het AI-verkeer, inclusief monitoring, toegangscontrole en beveiliging van AI-agents.

Een AI Gateway fungeert als centrale laag tussen organisaties en de AI-modellen en agents die zij inzetten. De gateway monitort inkomende aanvragen, stuurt die naar het meest geschikte model en houdt tokengebruik bij om onverwacht hoge kosten te signaleren. Daarnaast voegt de gateway een beveiligingslaag toe die ongewenst of kwaadaardig AI-gedrag in realtime detecteert en blokkeert.

Dit wordt voor organisaties relevanter naarmate ze AI-agents inzetten die zelfstandig taken uitvoeren. Palo Alto Networks stelt dat zulke agents nieuwe risico’s introduceren, zoals ongeautoriseerde acties en onbedoelde blootstelling van gevoelige data.

Integratie in Prisma AIRS

Door de integratie van Portkey in Prisma AIRS ontstaan volgens Palo Alto Networks drie gecombineerde functionaliteiten. Ten eerste inspecteert Portkey als AI Runtime Security-component al het AI-verkeer in realtime op dreigingen die specifiek gericht zijn op AI-agents. Ten tweede authenticeert de Idira-module elke interactie van AI-agents om ongeautoriseerd gebruik van tools en laterale bewegingen te voorkomen. Ten derde biedt de integratie met Chronosphere inzicht in de prestaties van AI-workloads op productieschaal.

Portkey verwerkt volgens het bedrijf biljoenen tokens en is opgezet voor grootschalige implementaties. Palo Alto Networks beoogt hiermee de integratiecomplexiteit bij klanten te verlagen, zodat organisaties minder afhankelijk zijn van losse, afzonderlijke oplossingen.

Met de overname wil Palo Alto Networks een platform bieden dat organisaties in staat stelt nieuwe AI-mogelijkheden sneller en met minder integratiewerk te adopteren, meldt Lee Klarich, Chief Product & Technology Officer bij Palo Alto Networks. Rohit Agarwal, CEO en medeoprichter van Portkey, voegt toe dat de combinatie met het platform van Palo Alto Networks organisaties helpt om van experimenten door te groeien naar bedrijfskritische AI-toepassingen.

Gartner signaleert vier categorieën cyberdreigingen waarbij aanvallers een structureel voordeel hebben op verdedigende organisaties: compromittering van AI-toepassingen, identiteitsvervalsing met deepfakes, kwetsbaarheden in de softwaretoeleveringsketen en prompt-injectie. Het onderzoeksbureau plaatst deze dreigingen in een eigen raamwerk dat dreigsignaal afzet tegen de organisatorische capaciteit om ze te beheersen. Voor IT-dienstverleners die klanten adviseren over securitystrategie zijn de aanbevelingen direct toepasbaar.

Gartner deelt cyberdreigingen in via de zogeheten ThreatScape, een model met zes categorieën langs twee assen: de kwaliteit en hoeveelheid beschikbare dreigingsinformatie, en de mate waarin organisaties de dreiging kunnen beheersen. De vier hieronder beschreven dreigingen vallen in de categorie waarbij aanvallers structureel voordeel hebben.

Compromittering van AI-toepassingen

Volgens Gartner richten aanvallers zich op het groeiende aanbod van zowel publiek toegankelijke als interne AI-tools. De aanvalsoppervlakte is uitgebreid met op maat gemaakte AI-agents, integraties van externe partijen en medewerkergerichte toepassingen. Gartner-analist John Watts stelt dat cybersecurityteams hun programma’s moeten uitbreiden voorbij traditionele softwarebeveiliging.

Watts geeft aan dat het TRiSM-raamwerk (Trust and Risk in Security Management) van Gartner cybersecurityteams in staat stelt AI-specifieke dreigingsmitigaties direct in het ontwikkelproces in te bouwen. Aanbevolen maatregelen zijn veilige ontwikkelcycli, threat modelling voor AI-toepassingen, verbeterde gegevensclassificatie, doelgebaseerde toegangscontrole (PBAC) en runtime-monitoring.

Identiteitsvervalsing met deepfakes

Generatieve AI heeft de productie en toegankelijkheid van deepfakes in spraak, video en afbeeldingen vergroot, meldt Gartner. Aanvallers zetten deze technologie in om biometrische authenticatieprocessen aan te vallen, sociale manipulatie in realtime toe te passen en wervingsprocessen te ondermijnen.

Watts geeft aan dat geen enkele securitymaatregel volledige bescherming biedt. Organisaties moeten meerdere lagen van controles combineren, afgestemd op de specifieke gebruikssituatie. Gartner adviseert onder meer het detecteren van presentatie- en injectieaanvallen op biometrische verificatie, het implementeren van conditionele toegangsbeleid voor online vergaderingen en het versterken van bewustwording bij medewerkers.

Kwetsbaarheden in de softwaretoeleveringsketen

Gartner verwacht dat de adoptie van generatieve AI aanvallen via kwetsbaarheden in open-source software zal versnellen. Watts stelt dat organisaties moeten werken aan betrouwbare componentenregisters, het verharden van CI/CD-pipelines en het opbouwen van anomaliedetectie en responscapaciteiten.

Concreet adviseert Gartner CISO’s om SBOM’s en AIBOM’s van alle leveranciers te eisen, elk component te beoordelen met dreigingsinformatie voordat het wordt ingezet, gecureerde repositories te gebruiken voor code van derden en containerimages, en runtime-activiteiten van AI-agents continu te monitoren.

Prompt-injectie

Bij prompt-injectie manipuleren aanvallers de invoer aan AI-systemen die gebruikmaken van grote taalmodellen (LLM’s), waardoor het model gevoelige informatie lekt, onbevoegde acties uitvoert of beveiligingscontroles omzeilt. Gartner stelt dat het risico toeneemt naarmate organisaties generatieve AI breder inzetten.

De aanbevolen aanpak omvat inputvalidatie en -sanitatie om kwaadaardige prompts te filteren, monitoring op abnormaal AI-gedrag, en het integreren van prompt-injectietests in de ontwikkellevenscyclus van AI-systemen. Gartner adviseert de testresultaten te gebruiken om runtime-controles doorlopend te verbeteren.

De volledige analyse is voor Gartner-klanten beschikbaar in het rapport ‘How to Respond to the 2026-2027 Threat Landscape’.

Apple verschuift de lancering van meerdere producten, waaronder een slimme bril, naar eind 2027. De vertragingen zijn het gevolg van aanhoudende problemen met de integratie van AI in spraakassistent Siri. Dat meldt Bloomberg-journalist Mark Gurman op basis van gesprekken met bronnen.

Apple wil een large language model in Siri integreren om de mogelijkheden van de assistent uit te breiden. Omdat meerdere nieuwe producten afhankelijk zijn van die AI-integratie, lopen ook die vertraging op. Naast de slimme bril geldt dat voor AirPods met camera’s.

Slimme bril zonder scherm

Volgens Gurman werkt Apple aan een slimme bril waarvan de eerste versie geen scherm bevat, maar wel speakers, microfoons en camera’s. Die camera’s dienen niet alleen voor foto’s en video’s, maar ondersteunen ook de ingebouwde AI-agents. Net als brillen van Meta komt het model op sterkte beschikbaar, aldus de bronnen van Gurman.

Daarnaast werkt Apple aan een AR-bril met scherm. Wanneer dat product op de markt komt, is volgens geruchten nog jaren onduidelijk. Apple overweegt technologie toe te voegen die het zicht van gebruikers corrigeert.

Apple TV en HomePod Mini ook vertraagd

Ook nieuwe versies van de Apple TV 4K en de HomePod Mini zijn uitgesteld. Gurman meldde eerder dat deze apparaten in 2025 zouden verschijnen, maar de problemen met Siri hebben ook hier voor maanden vertraging gezorgd. De verwachte release is nu deze herfst.

De voornaamste wijziging in beide apparaten is de toevoeging van een nieuwe system-on-a-chip, waardoor de prestaties verbeteren en nieuwe AI-functies beschikbaar komen. Het uiterlijk blijft volgens de bronnen vrijwel ongewijzigd.

Cloudera heeft Koen van Erp aangesteld als Head EMEA Alliances & Channels. Van Erp komt met meer dan vijftien jaar ervaring in partner-ecosystemen en commerciële teams bij internationale technologiebedrijven. In zijn nieuwe rol stuurt hij de partnerstrategie voor de gehele EMEA-regio aan.

Koen van Erp treedt in dienst bij Cloudera met een achtergrond die twaalf jaar bij Google omvat, waar hij de EMEA-partnerorganisatie voor Google Cloud Security opschaalde naar een jaarlijkse omzet van meer dan honderd miljoen dollar. Meest recent was Van Erp COO bij IronCloud, waar hij bijdroeg aan de ontwikkeling van het go-to-market-model van een AI-gestuurd Security Operations as a Service-platform.

Focusgebieden in EMEA

In zijn nieuwe functie ondersteunt Van Erp de EMEA-verkooporganisatie van Cloudera en geeft hij invulling aan de partnerstrategie voor de regio. Cloudera voert volgens het bedrijf wereldwijd een ecosysteemgerichte strategie uit, waarbij partners worden ingezet om klantwaarde en marktbereik te vergroten.

Van Erp richt zich daarbij specifiek op regionale systeemintegrators met een sterke focus op soevereine cloudoplossingen. Daarnaast breidt hij strategische allianties uit met partijen als AWS, Nvidia, Dell Technologies, AMD en IBM.

Van Erp geeft aan dat een sterk ecosysteem niet ontstaat door het aantal partners te vergroten, maar door te focussen op de juiste relaties en de voorwaarden te creëren waaronder partners kunnen investeren in klanten. Hij beoogt partners te ondersteunen bij het omzetten van de complexiteit van hybride data en AI in een voordeel voor eindklanten.

Cloudera Partner Network

Het Cloudera Partner Network (CPN) vormt een onderdeel van de bredere partnerstrategie van het bedrijf. Het programma omvat een partnerportaal met trainingsmateriaal, financiële voordelen zoals ontwikkelingsbudgetten, incentiveprogramma’s en kortingen. Cloudera stelt dat het CPN partners in staat stelt lokale expertise in te zetten voor complexe regelgeving en soevereine cloudvereisten binnen EMEA.

Michelle Hoover, SVP Alliance and Channels bij Cloudera, stelt dat de markt de afgelopen tien jaar werd gekenmerkt door fragmentatiekosten die organisaties dwongen te kiezen tussen publieke clouds of on-premises hardware. Cloudera beoogt dit op te lossen via een uniform platform dat publieke clouds, datacenters en edge combineert. Hoover geeft aan dat de partnergerichte aanpak volgens het bedrijf al leidt tot sneller gesloten deals, hogere winstpercentages en grotere expansies.

Cisco introduceert Cloud Control, een platform dat menselijke operators en AI-agents vanuit één omgeving laat samenwerken aan het beheer, de monitoring en beveiliging van kritieke IT-infrastructuur. Het platform combineert Cisco’s netwerk-, security-, compute-, observability- en samenwerkingstools onder één login. Tegelijk kondigt Cisco uitbreidingen aan op het gebied van runtime-beveiliging en kwantumveiligheid.

Cisco heeft op Cisco Live in Las Vegas Cloud Control gepresenteerd als de centrale beheerlaag voor wat het bedrijf ‘AgenticOps’ noemt: een model waarbij mensen en AI-agents vanuit dezelfde datalaag en hetzelfde actiesysteem werken. Jeetu Patel, President en Chief Product Officer bij Cisco, stelt dat AI-agents continu redeneren en handelen op softwaresnelheid en dat dit de manier waarop organisaties hun infrastructuur schalen, beheren en beveiligen fundamenteel verandert.

Één omgeving voor mens en agent

Cloud Control brengt verschillende Cisco-platforms samen in één interface. Volgens Cisco beschikken zowel operators als agents over dezelfde operationele context, terwijl de mens de uiteindelijke controle behoudt. Het platform bestaat uit meerdere onderdelen.

Cross-domain telemetry voegt data uit netwerken, security, observability en samenwerkingstools samen, zodat mens en agent op basis van dezelfde informatie kunnen handelen. Voor analyse maakt het platform gebruik van een combinatie van gespecialiseerde en zogenoemde frontier-modellen, waaronder Cisco’s Deep Network Model, dat is gebaseerd op veertig jaar netwerkoperatiedata.

Autonome agents in Cloud Control volgen een gestructureerd pad: van het signaleren van een probleem en het bepalen van de oorzaak, tot het doorvoeren van een fix, het testen van wijzigingen en het bevestigen van herstel. Cisco AI Canvas is een gedeelde werkruimte waar operators en agents op basis van live-data problemen onderzoeken; context blijft behouden bij wisselingen en escalaties.

Cloud Control Studio biedt twee aanpassingsmogelijkheden. Met Agent Builder kunnen klanten agents bouwen die zijn afgestemd op eigen beleid en workflows, met koppelingen naar meer dan vijftig externe platforms via native connectors of het open Model Context Protocol. App Builder stelt klanten in staat apps en workflows te bouwen via natuurlijke taal, ondersteund door de agentic coding assistant van OpenAI Codex. Wat in Studio wordt gebouwd, is publiceerbaar in de bijbehorende Cloud Control Marketplace.

Cloud Control is vanaf vandaag beschikbaar in de Verenigde Staten via Controlled Availability. Wereldwijde beschikbaarheid volgt later.

Runtime-beveiliging zonder downtime

Cisco meldt dat de tijd tussen het ontdekken van een kwetsbaarheid en een daadwerkelijke exploit is ingekort van weken naar minuten. Als reactie hierop breidt het bedrijf Live Protect uit: een functie die Cisco-producten tijdens runtime beschermt tegen nieuwe kwetsbaarheden, zonder reboots of onderhoudsvensters. Live Protect is nu beschikbaar voor Nexus 9000-switches en wordt de komende maanden uitgerold naar meer producten.

Daarnaast introduceert Cisco een uitbreiding van de Hybrid Mesh Firewall, die bescherming uitbreidt over netwerken, applicaties en zowel Cisco- als third-party firewalls.

Kwantumveiligheid als standaard

Cisco zet in op een kwantumveilige infrastructuur. Post-kwantumsecurity wordt geïntegreerd in het kernportfolio; het bedrijf verwacht dit tegen december 2026 in het merendeel van zijn portfolio te hebben verwerkt. Nieuwe enterprise- en datacenterrouters, switches en firewalls worden voortaan standaard geleverd met kwantumveilige secure boot.

Via Cisco IQ komen Quantum Ready Assessments beschikbaar. Cisco geeft aan dat deze assessments in kaart brengen welke assets kwetsbaar zijn voor zogenoemde ‘harvest now, decrypt later’-aanvallen. Het nieuwe Quantum Resilience Framework biedt organisaties een gestructureerde aanpak voor post-kwantumcryptografie, opgebouwd rond kwantumveilige communicatie en kwantumveilige producten.

Nieuwe dienstverleningsmodules via Cisco IQ

Cisco Services kondigt vier toevoegingen aan Cisco IQ aan. Resilient Infrastructure Services biedt een driestappenplan — Exposure Assessment, Infrastructure Modernization en Defense Resiliency — om risico’s van frontier-AI-modellen te beperken. Daarnaast komt er een Resilient Infrastructure Playbook binnen Cisco IQ, ondersteuning voor on-premise implementaties bij klanten met strenge data-soevereiniteitseisen, en Peer Benchmarking. Dat laatste gebruikt geanonimiseerde data om inzicht te geven in risico’s en kwetsbaarheden, afgezet tegen organisaties van vergelijkbare omvang of sector.

Commvault raadt organisaties aan een vierstappenproces te volgen om weerbaar te blijven nu AI-modellen kwetsbaarheden steeds sneller in kaart brengen. Frontier AI-modellen zoals Mythos en GPT-5.5-Cyber versnellen de identificatie van beveiligingslekken aanzienlijk, waardoor de tijd tussen ontdekking en misbruik dramatisch krimpt. Het bedrijf introduceert daarnaast het Resilience Operations-model (ResOps) als operationeel raamwerk om herstelgereedheid te operationaliseren.

Commvault stelt dat Frontier AI het dreigingslandschap op twee fronten verandert. Uit tests door Palo Alto Networks bleek dat AI-modellen voor cybersecurity in één maand ruim zeven keer meer kwetsbaarheden kunnen identificeren dan bij traditionele methoden. Daarnaast kunnen door AI ondersteunde aanvalspogingen al binnen enkele minuten na bekendmaking van een kwetsbaarheid worden uitgevoerd, waar dat vroeger weken duurde. Volgens Commvault maakt dit cyberweerbaarheid tot een basisvereiste voor bedrijfscontinuïteit.

Nick Patience, Vice President en AI Practice Lead bij de Futurum Group, geeft aan dat programma’s voor kwetsbaarheidsherstel moeten meebewegen met deze ontwikkelingen. Hij stelt dat een patching-strategie onmisbaar blijft, maar dat herstelgereedheid en schoon herstel de hoogste prioriteit verdienen.

Het vierstappenplan

Commvault beschrijft vier stappen die organisaties kunnen zetten om zich voor te bereiden.

De eerste stap is het evalueren van herstelrisico’s. IT- en securityteams zouden moeten nagaan of hun herstelmogelijkheden bestand zijn tegen snelle cycli van kwetsbaarheidsidentificatie en misbruik. Daarbij gaat het om vragen als: is schoon herstel van bedrijfskritische systemen mogelijk, zijn herstelomgevingen geïsoleerd van besmette productiesystemen en sluiten herstelplannen aan op de belangrijkste afhankelijkheden?

De tweede stap betreft geïsoleerd herstel en air gapping. Commvault stelt dat traditionele herstelcycli niet kunnen bijhouden welke kwetsbaarheden, softwarefouten en externe blootstellingen er zijn. Het bedrijf adviseert onwijzigbare kopieën van bedrijfskritische data en workloads op te slaan in een omgeving die is geïsoleerd van de productieomgeving, het netwerk en de beheerlagen. Ook zouden recovery time objectives (RTO’s) en recovery point objectives (RPO’s) getest moeten worden op basis van realistische aanvalsscenario’s.

De derde stap is het toekennen van prioriteit aan systemen die essentieel zijn voor bedrijfscontinuïteit. Daarbij gaat het om platforms voor identiteitsbeheer, operationele databases en clouddiensten. Organisaties die AI in hun bedrijfsprocessen inbedden, moeten daarbij rekening houden met nieuwe afhankelijkheden rond data pipelines, model repositories, vector-databases en agentic workflows.

De vierde stap is het automatiseren en continu testen van cyberweerbaarheid. Herstelplannen mogen geen statische documenten zijn, aldus Commvault. Het bedrijf adviseert het scannen op cyberbedreigingen te automatiseren, schone herstelpunten te identificeren en herstelplannen regelmatig te testen in geïsoleerde cleanroom-omgevingen.

ResOps als operationeel model

Commvault introduceert ResOps als operationeel model dat het vierstappenplan praktisch toepasbaar maakt. Het model is gericht op voortdurende tests van herstelgereedheid, validatie van schoon herstel en bescherming van zowel productie- als herstelomgevingen.

Bill O’Connell, Chief Security Officer bij Commvault, stelt dat AI-modellen zich verder zullen ontwikkelen en dat dit kortere hersteltijden en een nieuwe benadering van herstelgereedheid vereist. Volgens O’Connell biedt ResOps organisaties de mogelijkheid om herstelgereedheid voortdurend te evalueren en cyberweerbaarheid structureel in de bedrijfsvoering in te bedden.

Jayson Morgan, Senior Vice President Infrastructure bij BOK Financial Corporation, geeft aan dat de kernvraag voor zijn organisatie niet draait om de beschikbaarheid van back-ups, maar om de mogelijkheid van schoon herstel, validatie van data-integriteit en het snel hervatten van bedrijfsprocessen.

KnowBe4 introduceert KnowBe4 Messaging Security voor Microsoft Teams. De oplossing combineert e-mail- en chatbeveiliging in één beheerconsole en is bedoeld om phishing en social engineering via Teams te detecteren en te blokkeren. Volgens het bedrijf groeit Teams tot een belangrijk doelwit voor aanvallers die misbruik maken van het vertrouwen dat gebruikers in chattools hebben.

KnowBe4 maakt KnowBe4 Messaging Security beschikbaar voor Microsoft Teams. Met deze uitbreiding van het KnowBe4 Platform dekt het bedrijf naar eigen zeggen de twee grootste samenwerkingskanalen binnen organisaties af: e-mail en chat.

Volgens KnowBe4 laten veel organisaties externe gebruikers toe in Teams zonder domeinrestricties in te stellen. Aanvallers maken hier gebruik van door zich voor te doen als IT-helpdeskmedewerkers om inloggegevens te stelen. Standaardfilters zouden dit soort aanvallen regelmatig missen, aldus het bedrijf. KnowBe4 baseert zich daarvoor op eigen onderzoek uit het Phishing Threat Trends Report Volume 7.

Functies en werking

De oplossing monitort berichten van buiten de organisatie op phishing- en social engineeringpogingen. Daarnaast scant het platform op configuraties in Teams die onbeperkte externe toegang mogelijk maken, en geeft het aanbevelingen om die instellingen te corrigeren via een ingebouwde Posture Monitoring-tool.

Beheerders kunnen de detectie eerst testen in een ‘report-only’-modus voordat automatische blokkering wordt ingeschakeld. KnowBe4 noemt dit een ‘humans-on-the-loop’-aanpak. Bekende kwaadwillenden worden via een gedeelde blokkadelijst tegelijkertijd geblokkeerd in zowel e-mail als Teams. Berichten krijgen classificatietags en risiconiveaus toegewezen, vergelijkbaar met de weergave binnen KnowBe4 Inbound Email Security.

Één console voor e-mail en chat

Chief Product Officer Greg Kras stelt dat organisaties met de nieuwe oplossing e-mail- en chatomgevingen vanuit één beheerconsole kunnen beheren. Kras geeft aan dat het bedrijf beoogt onzekerheid uit chatinteracties te verwijderen, zodat medewerkers met meer vertrouwen kunnen samenwerken.

KnowBe4 noemt GMMH als referentieklant. Kevin Orritt, Cyber Security Manager bij GMMH, geeft aan dat één beveiligingslaag voor de organisatie onvoldoende bleek om dagelijkse phishingdreigingen te detecteren. Orritt meldt dat de klikbare banners in KnowBe4 Defend medewerkers continu bewust houden van cyberdreigingen.

KnowBe4 Messaging Security is beschikbaar vanaf juni 2026.

Noord-Koreaanse netwerken infiltreren bedrijfssystemen door IT-vacatures te claimen met synthetische identiteiten, deepfake-interviews en gestolen documenten. Dit blijkt uit de Security Navigator 2026 van Orange Cyberdefense, gebaseerd op analyse van meer dan 139.000 incidenten. De praktijk levert naar schatting tussen de 300 en 600 miljoen dollar per jaar op voor de Noord-Koreaanse staat en treft ook Nederlandse organisaties.

Remote-workerfraude begon als een methode voor Noord-Korea om internationale sancties te omzeilen en via IT-salarissen buitenlandse valuta te genereren. Inmiddels is dit uitgegroeid tot een grootschalige operatie die jaarlijks honderden miljoenen dollars opbrengt, aldus Orange Cyberdefense in zijn Security Navigator 2026.

De verspreiding van remote werken, het verdwijnen van fysieke verificatie en de toenemende inzet van generatieve AI maken het voor fraudeurs makkelijker om geloofwaardige identiteiten op te bouwen. Eenmaal aangenomen hebben deze nep-medewerkers toegang tot broncode, intellectueel eigendom en interne systemen, met als gevolg potentiële datadiefstal, sabotage of langdurige spionage.

Schaduwinfrastructuur en laptop farms

De netwerken opereren vanuit China, Rusland en Zuidoost-Azië en maken gebruik van een schaduwinfrastructuur die vervalste documenten levert, synthetische profielen opbouwt en technische middelen aanbiedt om die identiteiten geloofwaardig te houden. Deepfake-video en stemmanipulatie maken het voor hr-teams moeilijk om fraude te herkennen.

Een centraal onderdeel van de werkwijze zijn zogeheten laptop farms: bedrijfslaptops worden opgestuurd naar lokale medeplichtigen in het land waar de sollicitant zegt te wonen. Die medeplichtigen beheren tientallen apparaten die continu verbonden zijn met lokale netwerken, zodat de inlog voor de werkgever afkomstig lijkt uit de juiste regio. Betalingen verlopen via cryptowallets en schijnbedrijven.

Orange Cyberdefense meldt dat één facilitator Noord-Koreaanse werknemers aan banen hielp bij 309 verschillende bedrijven. Een enkele infiltrant genereert volgens het rapport gemiddeld 300.000 dollar per jaar voor de staat. De FBI loofde eerder een beloning van 5 miljoen dollar uit voor informatie die leidt tot verstoring van deze netwerken.

Vijf maatregelen

Orange Cyberdefense geeft vijf aanbevelingen om de risico’s te beperken.

Ten eerste adviseert het bedrijf identiteitsverificatie in meerdere fases toe te passen: voor, tijdens en na onboarding. Dat betekent een combinatie van documentcheck, videobewijs, locatievalidatie en gedragsverificatie, aangevuld met herbevestiging in een later stadium.

Ten tweede stelt Orange Cyberdefense dat toegangsrechten vanaf dag één beperkt moeten zijn. Zero trust voorkomt dat een frauduleuze medewerker zich na toegang door het netwerk kan bewegen.

Ten derde wijst het rapport op het belang van gedragsmonitoring via identity-, endpoint- en netwerkgovernance. Infiltranten zijn herkenbaar aan patronen als onlogische loginroutes, toegang tot data buiten hun functiescope of afwijkende werktijden.

Ten vierde adviseert het bedrijf financiële stromen richting risicoregio’s en onbekende accounts actief te controleren, zodat cryptobetalingen en schijnfacturen sneller opvallen.

Ten vijfde benadrukt Orange Cyberdefense het belang van informatie-uitwisseling met sectorpartners en autoriteiten. Patronen worden pas zichtbaar wanneer meerdere organisaties hun signalen combineren.

Nederland als risicoland

Dennis de Geus, CEO bij Orange Cyberdefense Nederland, geeft aan dat de sterk gedigitaliseerde Nederlandse economie en de verankering van remote werken Nederland tot een direct doelwit maken. Fraudeurs bouwen volgens hem complete identiteiten op die maandenlang geloofwaardig blijven.

De Geus stelt dat organisaties niet alleen hun verificatieprocessen moeten aanscherpen, maar ook structureel moeten heroverwegen hoe ze identiteit, toegang en integriteit waarborgen in een digitale arbeidsmarkt.

De Security Navigator 2026 is het jaarlijkse internationale onderzoeksrapport van Orange Cyberdefense. Het combineert incidentdata, threat intelligence en open source intelligence met onderzoek naar criminologie, geopolitiek, AI en operationele technologie. Voor deze editie analyseerde het bedrijf meer dan 139.000 incidenten uit de periode oktober 2024 tot september 2025.