Bijna de helft van de IT’ers is zo druk met normale werkzaamheden dat er geen tijd overblijft om IT-storingen te verhelpen. Dat blijkt uit onderzoek van TOPdesk.

De dagelijkse taken zoals het faciliteren van goed werkende IT-systemen nemen al veel uren in beslag. Hier voelt de IT’er (80%) zich in hoge mate verantwoordelijk voor: de continuïteit van de bedrijfsvoering is voor IT’ers de hoogte prioriteit. Veel IT-afdelingen hebben eigenlijk geen tijd voor het oplossen van zaken zoals een trage internetverbinding of vastgelopen programma’s.

Werkdruk op de IT-afdeling

Een kwart van de IT’ers vindt de werkdruk op de IT-afdeling prima. Daartegenover staat dat bijna een op de drie IT’ers (28%) de werkdruk op de IT-afdeling (te) hoog vindt. Die druk stijgt volgens een derde als er zich een grote IT-storing voordoet.

De werkvloer en de IT-afdeling zijn beide van mening dat IT-storingen er nu eenmaal bij horen in het digitale leven (65% en 87%). Maar ze hebben een verschillende ervaring als het gaat om de frequentie van IT-storingen. Volgens collega’s op de werkvloer komen IT-storingen vrijwel nooit (31%) of slechts eens per maand (30%) voor. Ter illustratie: slechts 19 procent van de IT’ers geeft aan dat er eens per maand een storing aan de hand is.

Zelfredzaamheid kan helpen

Thomas Burghart, Business Unit Director Rijksoverheid bij TOPdesk: “IT is tegenwoordig steeds meer vervlochten met vrijwel alle bedrijfsprocessen. Het effect hiervan is dat IT-storingen een grotere impact hebben op steeds meer collega’s. Een ander gevolg is dat het vinden van de onderliggende oorzaak van zo’n storing complexer wordt. Het is daarom niet zo gek dat de werkdruk op de IT-afdeling toeneemt. Er zijn simpelweg meer meldingen en ze zijn ook steeds drukker met het verhelpen van diezelfde verstoringen.

Gelukkig zien we tegelijkertijd dat de zelfredzaamheid van de gemiddelde medewerker best hoog is, doordat ze zowel zakelijk als privé constant te maken hebben met IT. Mochten bedrijven twijfelen aan de zelfredzaamheid van hun team, dan kan dat gestimuleerd worden door handleidingen en kennisitems aan te maken voor terugkerende problemen. Als deze op een centrale plek terug te vinden zijn, kunnen medewerkers zelf een verstoring proberen op te lossen. Dit kan de druk een beetje van de ketel halen op de IT-afdeling.”

Over het onderzoek

In totaal namen 250 IT-medewerkers -en beslissers van organisaties met 25 t/m 500+ medewerkers deel, naast ruim 1000 Nederlanders (18 t/m 67 jaar) in zulke organisaties. Het onderzoek is uitgevoerd door Markteffect in opdracht van TOPdesk.

Manon Heitkamp, voorheen actief als Interim Marketing Manager, wordt benoemd tot Chief Marketing Officer (CMO) van ESET Nederland.

Manon Heitkamp over haar nieuwe rol als CMO: “Bij ESET krijg ik nu de kans om de rol van Chief Marketing Officer op me te nemen. Een sterk merk is van cruciaal belang om te kunnen blijven groeien in deze competitieve markt.” ESET Nederland gelooft dat deze strategische benoeming zijn merkpositionering, marketinginitiatieven en algemene aanwezigheid in de markt zal versterken.

 

Dit najaar starten we met een nieuwe reeks artikelen, het MKB – IT Expert Panel, waarin we per aflevering het mkb benaderen om vast te stellen welke vragen er leven rond een specifiek onderwerp. Onze IT experts komen vervolgens met adviezen, best practices en visies. De eerste aflevering gaat over Back-up & Disaster Recovery.

Het midden- en vooral kleinbedrijf in Nederland loopt nog altijd achter als het gaat om de weerbaarheid tegen cybercriminaliteit. Het Digital Trust Center deed onlangs onderzoek en concludeerde dat basismaatregelen niet voldoende worden doorgevoerd. Het overgrote deel van de kleine bedrijven heeft antivirussoftware geïnstalleerd en denkt inmiddels ook phishing goed te kunnen herkennen. Maar wanneer het gaat om wat te doen wanneer een crimineel succesvol is binnengedrongen, dan zijn deze bedrijven meestal nauwelijks voorbereid. Kortom, hoe staat het met maatregelen die vallen onder de noemer ‘back-up en disaster recovery’?

Securityleveranciers hameren er al jaren op dat het uit de lucht zijn als gevolg van ransomware of andere cybercriminele activiteiten per dag veel geld kan kosten. Vergeet trouwens ook overstromingen of brand niet. Een ‘disaster recovery’ waarmee je je bedrijf weer snel up en running hebt, verdient zo zijn geld al snel vanzelf terug. Maar veel ondernemingen in het mkb komen niet veel verder dan het dagelijks maken van een back-up en hebben geen idee wat te doen wanneer deze gebruikt moet worden na problemen.

De enquête is hier te vinden. Voel je vrij deze in te vullen als jouw bedrijf binnen het mkb valt. Je mag hem ook delen met jouw klanten binnen het mkb.

Het MKB – IT Expert Panel Back-up & Disaster Recovery is in samenwerking met Datto en Directeuren Netwerk.

Naar de enquête >

Melchior Aelmans, Chief Architect EMEA bij Juniper Networks, las op 1 augustus het nieuws dat Vertiv met nieuwe adviezen komt voor de omgang met extreme hitte in datacenters.

Aelmans reageert: “Hitte en energieverbruik in datacenters worden steeds belangrijkere thema’s binnen het kanaal en de IT-industrie. Dit ten eerste omdat duurzaamheid binnen bijna elk bedrijf hoog op de agenda staat. Ten tweede omdat we ook vaker te maken lijken te krijgen met de effecten van klimaatverandering, waaronder extreem weer.”

“Vertiv geeft in dit nieuwsbericht zinnige tips over het bestrijden van warmte. Namelijk door te kijken naar de systemen van het datacenter, datakoeling, onderhoud en alternatieve energiebronnen. Het is belangrijk dat hier aandacht voor is, omdat de IT-industrie de plicht heeft om duurzame methoden voor hun klanten in de praktijk te brengen. En hier transparant over te communiceren. In het verlengde daarvan moeten we ook kijken naar de bron van die warmte binnen datacenters: de apparatuur. Bestrijden is immers goed, maar voorkomen is beter.”

Verhoogde efficiëntie

Apparatuur gebruikt in datacenters wordt van oudsher gebouwd met het oog op hoge beschikbaarheid en performance en niet direct op energie-efficiëntie. Sommige vooruitstrevende leveranciers passen echter het ontwerp van hardware aan om ervoor te zorgen dat energiezuinigheid een topprioriteit is naast prestaties. Aelmans: “Apparatuur, waaronder servers, routers en switches, kan de omgevingstemperatuur nog verder verhogen, wat moeilijker te controleren is bij extreem warm weer. Eén voorbeeld voor het efficiënter inzetten van apparatuur wordt in het artikel al gegeven, namelijk de eco-modus instellen op de UPS (Uninterruptible Power Supply). Er zijn echter veel andere stappen om te zetten om de efficiëntie van apparatuur te verhogen.”

“Kun je bijvoorbeeld een deel van de routers en switches die in gebruik zijn uitzetten wanneer de vraag naar netwerkcapaciteit minder hoog is? Het uitzetten van een deel van de apparatuur klinkt voor menig bedrijf angstaanjagend, maar er zijn routers op de markt die de mogelijkheid bieden om individuele Packet Forwarding Engines (PFE’s) aan en uit te zetten, zonder andere eenheden te beïnvloeden. Als deze mogelijkheid goed benut wordt, kan dit niet alleen de opgewekte warmte verminderen, maar ook voor aanzienlijke energiebesparingen zorgen in zowel de koeling als verbruik van het apparaat zelf.”

Pay as you grow

“Met deze strategie in gedachten kunnen bedrijven er ook voor kiezen een ‘pay as you grow’ model te implementeren, waarbij met het oog op toekomstige opschaling een router of switch met meer capaciteit wordt aangeschaft dan op dit moment nodig is. Een deel van de apparatuur wordt direct gebruikt en wanneer uitbreiding gewenst is, kan simpelweg meer capaciteit ingezet worden op de geïnstalleerde infrastructuur. Dit is zowel financieel voordelig als duurzaam.”

Een andere stap is het energiezuiniger maken van componenten terwijl ze draaien. Vooral indien deze altijd aan moeten blijven. Aelmans: “Er zijn veel factoren die invloed hebben op het energieverbruik van bijvoorbeeld een high-end router. Hoe vaak schakelen componenten, hoe zijn deze componenten inherent ontworpen? Maar ook: hoe zijn ze met elkaar verbonden? En op welk technologisch proces zijn ze gebaseerd? Dit heeft allemaal invloed op het energieverbruik. Dit is niet iets wat een datacenterbeheerder zelf op kan lossen. Maar dit zijn wel allemaal knoppen waar sommige duurzame leveranciers aan draaien. Op het moment dat het bestaande netwerk of de componenten uitgebreid of vervangen moeten worden, is het belangrijk om te gaan kijken naar de energiezuinigheid van het aanbod.”

Gebruik de eco-modus

Aelmans vat samen: “Voor het efficiënter maken van een datacenter gelden eigenlijk dezelfde tips als thuis. Gebruik de eco-modus op een apparaat als dit beschikbaar is. Zet apparatuur, of delen ervan die je niet gebruikt, uit. En kijk bij de aanschaf naar het stroomverbruik. Gezien de schaal van datacenters, is er met deze tips een wereld te winnen. Dit zowel in termen van verantwoord verbruik als operationele kosten.”

Tijdens de Grotetafeldiscussie Datacenter & Cloud keken we met de deelnemers vooruit. Hoe zal een pas opgeleverd datacenter er over tien jaar uitzien? Eén conclusie is al duidelijk: AI en automatisering worden belang­rijker.

Google meldde onlangs dat het in enkele datacenters is overgegaan naar een systeem dat op basis van kunstmatige intelligentie de koeling van zijn datacenters beheert zonder tussenkomst van mensen. Het AI-systeem maakt elke vijf minuten een snapshot van duizenden sensoren van het hele datacenter. Het analyseert vervolgens hoe het energieverbruik van het datacenter verminderd kan worden. Een energiebesparing van gemiddeld 30% zou er al mee mogelijk zijn, en aan de instellingen van de AI-oplossing wordt nog steeds gewerkt, waardoor in de nabije toekomst verdere verbeteringen gerealiseerd kunnen worden.

Automatisering in het datacenter

Datacenters zijn cruciaal voor moderne bedrijven en consumenten. En de implementatie van infrastructuurautomatisering en kunstmatige intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol bij het optimaliseren van deze complexe omgevingen. De enorme en nog steeds sterk groeiende hoeveelheid data die we genereren is zonder intelligente systemen en automatisering niet meer te verwerken. Uit onderzoek van Gartner onder leidinggevenden op het gebied van Infrastructuur en Organisatie (I&O) zal in 2025 circa 70% van de organisaties automatisering voor de datacenter-infrastructuur geïmplementeerd hebben om te beschikken over de noodzakelijke flexibiliteit. Maar vooral ook om duurzaam, betrouwbaar en efficiënt in te ­spelen op de wensen van de klant. In 2021 bedroeg dit percentage nog slechts 20%.

Datacenter met AI gebruikt 30% minder energie

Automatisering speelt dus een steeds grotere rol. Dit gaat echter gepaard met een aanzienlijke verschuiving in de manier waarop datacenter-ondernemingen hun infrastructuur beheren en optimaliseren, stelt Gartner. Platform-as-a-Service (PaaS) en kant-en-klare on-premise software zijn twee verschillende benaderingen om infrastructuurautomatisering te realiseren. Deze automatisering biedt operationele efficiëntie en verbeterde productiviteit door routinetaken over te dragen aan slimme automatiseringsapplicaties. ­Volgens de eerdergenoemde jaarlijkse I&O-leidersenquête van Gartner beschouwt maar liefst 59% van de I&O-leiders het automatiseren van de datacenter­infrastructuur als belangrijkste activiteit om automatisering op toe te passen.

AI maakt automatisering datacenter mogelijk

De gewenste automatisering zal voor een deel mogelijk worden door de inzet van kunstmatige intelligentie (AI). Als deze intelligentie wordt geïntegreerd in automatiseringsoplossingen, dan kunnen datacenters winst behalen op het gebied van flexibiliteit en schaalbaarheid. Het zal bovendien leiden tot foutvermindering en vereenvoudiging van processen. Ge­automatiseerde analyses bewaken de infrastructuur en kunnen veel sneller handelen dan een menselijke operator. Opslag­leveranciers hebben bijvoorbeeld AI al langer geleden geïntegreerd in hun producten, waardoor de traditionele overhead voor opslagbeheer en -ondersteuning aanzienlijk is verminderd.

De mogelijkheden voor zelfbeheer van AI, waarbij de AI van een systeem het eigen presteren monitort, verlagen de kos­ten en maken het aanstellen van schaars en duur personeel min­der noodzakelijk. Deze technologie zal naar verwachting steeds vaker voorkomen in bedrijfsnetwerken van datacenters om uitval te mi­nimaliseren. En om de responstijd bij het oplossen van gemelde en geregistreerde problemen te versnellen. AI biedt veel voordelen voor datacenters, waaronder energiebesparing. Met AI-gestuurde systemen kunnen datacenters namelijk beter reageren op veranderingen in de belasting en vraag naar performance van de klanten. Ook kan deze intelligentie de ­koeling van de servers optimaliseren, waardoor energiekosten worden verlaagd (zie kader).

Vaardigheden van de staf

Het is echter belangrijk op te merken dat IT-teams vaak de vaardigheden missen die nodig zijn om dergelijke omgevingen effectief te beheren, blijkt uit de Gartner-rapportage. Om de impact van infrastructuurautomatisering te vergroten, is het essentieel dat IT-teams investeren in het verwerven en ontwikkelen van automatiseringsvaardigheden in meerdere technologiedomeinen.

Ook dat kwam overigens al ­terug in het Grotetafelgesprek: er wer­ken weliswaar niet heel veel mensen in een datacenter, maar ze moeten wel een brede kennis hebben. Een ‘automatisering eerst’-mentaliteit en samen­werking tussen technologieteams zijn cruciaal om vertragingen in de levering te voorkomen, stelt Gartner. Trainingen en vaardigheidsontwikkeling zijn essentieel om effectief te kunnen werken in een geautomatiseerde infrastructuur.

Trainingen en vaardigheidsontwikkeling zijn essentieel om effectief te kunnen werken in een geautomatiseerde infrastructuur

Optimalisatie van workloads en beveiliging

AI heeft een grote invloed op workloadbeheer in datacenters, waarbij machine learning-technieken worden gebruikt om piekmomenten te voorspellen en workloads dynamisch te verdelen. Dit zorgt voor betere benutting van de capaciteit en optimalisatie van prestaties. Bovendien kan AI bijdragen aan beveiliging door middel van ­real-time analyses om af­wijkende patronen en verdachte ­activiteiten te identificeren, en pro­actieve maatregelen te ­nemen om ­beveiligingsrisico’s te voorkomen. Zo kan de tijd tussen detectie en respons fors korter worden.

Een uitdaging is echter in veel gevallen, dat het implementeren van AI in bestaande infrastructuur complex kan zijn. Het vereist de nodige aanpassingen en investeringen als het datacenter niet ‘native’ op de inzet van AI is voor­bereid. Ook het waarborgen van gegevensprivacy en -beveiliging is van essentieel ­belang. Sterke ­beveiligingsmaatregelen en ethisch gebruik van AI zijn vereist. Naarmate de techno­logie ­evolueert, zullen datacenters profiteren van geavanceerdere AI-toepassingen en daarmee ­tevens van een hoger niveau van automatisering.

Fortinet kondigt de FortiGate 90G aan. Dit is de eerste Secure SD-WAN-appliance en next-generation firewall die is uitgerust met de nieuwe Security Processor 5 (SP5). Deze ASIC zou geoptimaliseerd zijn voor energie-efficiëntie en prestaties tegen een concurrerende prijs. 

De nieuwe next-generation firewalls (ngfw’s) uit de FortiGate 90G-serie brengen netwerkfunctionaliteit zoals hybrid mesh firewall, SD-WAN en SD-Branch naar gedistribueerde netwerkranden. De FortiGate 90G vormt de basis voor Fortinets SASE- en zero trust-traject.

FortiGate 90G is geïntegreerd met FortiGuard AI-Powered Security Services en moet geavanceerde inbraakpreventie bieden voor deep packet inspection van SSL/TLS-verkeer, webbeveiligingsdiensten, zoals DNS- en URL-filtering voor het blokkeren van de toegang tot schadelijke domeinen en URL’s, en inhoudsbeveiliging, zoals inline sandboxing om zero-day en andere bestandsgebaseerde bedreigingen tegen te houden.

Secure Networking technologie

Deze nieuwe reeks van firewalls is de eerste die is toegerust met de SP5, de vijfde generatie ASIC van Fortinet die eerder dit jaar werd geïntroduceerd en die meer toepassingen moet kunnen versnellen en gelijktijdig uitvoeren. De FortiGate 90G is onderdeel van de Secure Networking-oplossingen van Fortinet voor convergentie van netwerktechnologie en door AI ondersteunde beveiliging aan alle netwerkranden.

De technologie is bedoeld voor hybrid mesh firewalls voor datacenters en cloudomgevingen, Secure SD-WAN voor filialen, SASE voor telewerkers en filialen, Universal ZTNA voor telewerkers en campusomgevingen en WLAN/LAN voor filialen en campusomgevingen.

Tijdens het Grotetafelgesprek dat we ­organiseerden met professionals uit de datacenter- en cloud-sector kwam ook de security aan de orde. Niet alleen de cybersecurity, met virussen en dreigingen als ­ran­somware. Maar zeker ook de fysieke beveiliging. Dat gespreksonderwerp was niet nieuw, tijdens eerdere edities van een Grotetafelgesprek over datacenters schoof ook een vertegenwoordiger van Rittal aan. Hij sprak dan onder meer over de beveiliging van de severracks in een datacenter.

Slotgracht om het datacenter

Maar daar ging het deze keer echter niet over. Het ging, in een steeds onrustiger maatschappij vol protesten die vaak gepaard gaan met dreigingen, om fysieke agressie tegen datacenters. Locaties waarvan, bijvoorbeeld, vermoed wordt dat bepaalde groeperingen er servers hebben staan. Of zelfs een statelijke agressor die met de aanslag op een datacenter bepaalde delen van de digitale infrastructuur wil platleggen. Dit onderdeel van het gesprek eindigde met de stelling dat we wel firewalls hebben, “maar dat er geen slotgracht om een datacenter ligt.”

Atoombunker

Hoewel: er is een datacenter in Kloetinge (dat ligt bij Goes) dat qua fysieke beveiliging een heel eind komt. Dit center van Hollanddatacenters is gevestigd in een atoombunker uit de Koude Oorlog. De stad Goes werd zelf zwaar gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog en op de puinberg verrees de bunker, die zich daarmee twee meter boven maximaal zeewaterpeil bevindt. Daarnaast is het een zogeheten vlotbunker, een soort grote woonboot. Als het grondwater stijgt, stijgt de bunker mee. Het pand lijkt me redelijk bestand tegen een aanslag en, wellicht relevanter, is ook in staat zeewaterstijgingen te verwerken.

Dat laatste geldt overigens ook voor de datacenters die Cellnex (voorheen Alticom geheten) realiseert in oude televisiezendmasten die her en der in het land te vinden zijn. Meters boven de grond heb je van overstromingen geen last. Laat een van die torens nu ook in Goes staan.

Dat maakt het Zeeuwse eiland Zuid-Beveland een unieke datacenterlocatie.

Het gemak van public cloud-technologie maakt remote en hybride werken niet alleen mogelijk, maar zorgt ook voor een hoge productiviteit. De risico’s van het gebruik van de cloud worden echter ook steeds zichtbaarder. Misconfiguraties van cloud-omgevingen kunnen tot ernstige beveiligingsproblemen leiden. 

Maar liefst 98,6% van de organisaties heeft te maken met zorgwekkende misconfiguraties van hun cloud-­omgeving. Zo heeft 68% van de organisaties externe gebruikers met admin-rechten in hun cloudomgeving, wat kan leiden tot uitdagingen met betrekking tot governance en een hoog risico op datalekken. Deze afwijkingen kunnen grote risico’s veroor­zaken voor data en infrastructuur. Dit blijkt uit het Cloud (In)Security-onderzoek van het ­ThreatLabz-team van security-specialist ­Zscaler.

Het onderzoeksteam van dit bedrijf noemt het percentage zorgwekkend, aangezien misconfiguraties de oorzaak bleken te zijn van het grootste deel van de cyber­aanvallen op public clouds. Cloud-misconfiguraties met betrekking tot openbare toegang tot ­storage-buckets, ­account-permissies, wachtwoordopslag en -beheer leidden al tot het uitlekken van ­miljarden gegevens. Uit eerder onderzoek van NetApp bleek al dat 38 procent van de ondervraagde Nederlandse IT’ers geen volledig inzicht heeft in waar gevoelige data in de cloud staan en hoe deze data zijn beveiligd. Met name het feit dat daarmee in veel gevallen onduidelijk is of en hoe de back-ups van data geregeld zijn, zorgt voor nog meer kwetsbaarheden en dataverlies.

Gecompromitteerde accounts

Afgezien van misconfiguraties en kwetsbaarheden, is een aanval bij 97,1% van de organisaties die toegangscontroles voor privileged gebruikers, waaronder vaak beheerders zijn, zonder multi-factor authentication (MFA) terug te herleiden naar gecompromitteerde accounts. Privileged toegang tot de cloud maakt het voor hackers mogelijk om verschillende vormen van detectie te omzeilen. En om aanvallen te lanceren. Toch limiteren veel organisaties de privileges en toegang nog niet.

Ransomware-controles

Daarnaast past 59,4% van de organisaties geen ransomware-controles toe voor ­cloudopslag, blijkt uit het Cloud (In)Security-onderzoek. Als het gaat om effectieve ransomware-controles valt te denken aan MFA Delete en versioning. Met Amazon S3 Versioning, bijvoorbeeld, kunnen meerdere object-varianten worden opgeslagen zodat wanneer een file aangepast wordt, per ongeluk of door een cybercrimineel, beide ­kopieën bewaard worden voor toekomstig herstel, vergelijking en verificatie.

Configureren is eigen verantwoordelijkheid

Deze cijfers laten zien dat er nog veel winst te behalen is bij het configureren en onderhouden van cloud-omgevingen. Hoewel de verantwoordelijkheid voor de cloud-omgeving wordt gedeeld met msp’s, is het correct configureren van deze omgevingen, inclusief de back-ups de verantwoordelijkheid van de organisatie zelf.

De Nederlandse ERP-specialist Xibis was al Infor Gold Partner en werd onlangs onderscheiden met de Infor Partner Innovations Award 2022. We praten met Sijmon van den Berg, general manager bij Xibis, over de ERP-markt en de reis die klanten maken naar de cloud.

Sijmon van den Berg: “Op 1 juni 1989 startte de onderneming Ibis. De naam staat voor Integrated Business Information Support. In de loop van de tijd ontstond discussie met de leverancier van een calculatiesoftware met dezelfde naam. Toen hebben we er in 2012 een ‘X’ voorgezet. We leveren al vanaf het eerste begin meer dan IT. Een van de oprichters werkte bij een klant die met Baan software werkte. Hij heeft later onder meer Baan geholpen bij softwareontwikkeling voor de procesindustrie. De andere oprichter werkte in de Nederlandse markt als reseller van ERP-software van Baan. Xibis startte met de gedachte klanten te helpen hun processen te optimaliseren. En dat doen we bijna 34 jaar later nog steeds, nu met 37 medewerkers. En nog steeds is de industrie eigenlijk onze belangrijkste markt.”

Xibis starte met de gedachte klant­en te helpen hun proc­essen te optimaliseren. En dat doen we bijna 34 jaar later nog steeds

Verhuizing naar Barneveld

“Toen Xibis eenmaal begon te draaien, groeide het door tot twaalf mensen. Er moest een kantoor komen en voor alle werknemers bleek Gorinchem het meest centraal, dus dat werd de vestigingsplaats. Dat is al die jaren zo gebleven, maar zal dit jaar veranderen met onze verhuizing naar Barneveld. Barneveld was ooit de plaats waar Baan groot werd. En hoewel Baan eerst opging in SSA, dat vervolgens onderdeel werd van Infor, staat het kantoor nog steeds in Barneveld. Met de verhuizing zitten we dus nog dichter bij onze belang­rijkste partner en leverancier, Infor.

Met de verhuizing zitten we dus nog dichter bij onze belang­rijkste partner en leverancier, Infor

In 2012, ik was toen net begonnen, met ook een achtergrond bij Baan, als mede-eigenaar en Manager Business Development, werden we partner van Infor. We konden nog steeds teren op de installed base van Baan, maar om te overleven als onder­neming is ook new business nodig. En het was, gezien onze affiniteit met Baan logisch nauw te gaan samenwerken met Infor. Omdat we ook al vanaf het begin kennis willen hebben van nieuwe ontwikkelingen wilden we meteen preferred subcontractor en reseller van Infor zijn. Zodat we met hen kunnen teamen, niet alleen bij ­implementaties en sales maar ook waar nodig input leveren aan hun softwareontwikkelaars.”

En het was, gezien onze affiniteit met Baan logisch nauw te gaan samenwerken met Infor

Infor Partner Innovations Award

“Xibis is de flexibele arm van Infor in Nederland. Dat wordt ook door Infor onderkend. In 2018 werden we Infor Gold Partner en afgelopen maand werden we onderscheiden met de Infor Partner Innovations Award 2022. Met die prijs werden we onder meer beloond voor de manier waarop we invulling geven aan de wens van ­Infor om klanten zoveel mogelijk te ­migreren naar de cloud. In 2020 zijn we voor nieuwe klanten die ­Infor LN willen kopen gestopt met het on-premise verkopen van de applicatie. We zijn overgestapt op cloud. Binnen twee maanden mochten we al twee ­mooie klanten optekenen.

Een van hen, Van Dam, werkte met een oude versie van Baan, het laatste pakket dat uiteindelijk bekend werd onder de naam Infor LN. We ontwikkelden een specifieke migratie-aanpak, waardoor we Van Dam flexibel van on-premise naar de cloud­omgeving konden migreren, via door ons zelf ontwikkelde tooling en scripting. Daar zijn we zeker voor beloond. Aan de hand van die implementatie-ervaring worden we meer en meer door bedrijven gezien als de partij die dergelijke trajecten goed aankan.”

In 2020 zijn we voor nieuwe klanten die ­Infor LN willen kopen gestopt met het on-premise verkopen van de applicatie.

Toekomstvaste oplossing

“Vanaf 2011 zijn we naast Baan IV en Baan V, ook begonnen met het optimaliseren, migreren en implementeren bij klanten van Infor LN. Als je naar de markt kijkt, zijn er ongeveer 200 klanten in de industrie actief op Baan IV en het merendeel op Infor LN on premise. Van die 200 klanten zijn er meer dan 100 klant bij ons. Die brengen we stap voor stap naar de cloud. Ook dat is een voorbeeld van innovatie. Infor LN wordt veel bij onze klanten gebruikt, maar op dit moment vooral on-premise. Die upgraden we naar de laatste ­versie, maar alleen als er sprake is van veel maatwerk. Als de implementatie relatief standaard is, dan gaan we in één keer naar de cloud.

Een dergelijke transitie is kleiner dan een herimplementatie, maar wel complexer dan een upgrade.

Dat heeft uiteindelijk grote voordelen. De cost of ownership pakt veel positiever uit, de security is sterk en je benut de innovatiekracht volledig bij een stap naar de cloud. Je beschikt dan als onderneming over een toekomstvaste oplossing. Een dergelijke transitie is kleiner dan een herimplementatie, maar wel complexer dan een upgrade. Het zit ertussen in. Het is een stap die een onderneming goed moet overwegen. Er moet toch een projectteam opgetuigd worden. En men moet zorgen voor testcapaci­teit en key users. Het is alles bij elkaar weliswaar een eenmalige hogere investering, maar wel een grotere stap dan een upgrade on-premise. Soms is er eerst sprake van drempelvrees, omdat men moet wennen aan het feit dat alles de deur uit is. Een hele stap voor sommigen, maar het is wel de toekomst om te kunnen innoveren.”

Oliver Tuszik is aangesteld als de nieuwe President Cisco EMEA per 1 augustus 2023. Tuszik was hiervoor Senior Vice President van de Cisco Global Partner Sales and Routes to Market business, waar hij het uitgebreide wereldwijde ecosysteem van partners van Cisco ondersteunde. Voordat hij ging werken bij Cisco in diverse Europese functies, was Tuszik CEO van Computacenter in Duitsland.

In zijn nieuwe functie moet  Tuszik door middel van Cisco’s ecosysteem, partners en klanten significante digitalisering en innovatie in EMEA bevorderen.