Nederland behoort tot de Europese koplopers op het gebied van AI-adoptie: 61% van de bedrijven past AI toe, tegenover een Europees gemiddelde van 54%. Tegelijk geeft slechts 23% van de bedrijven aan klaar te zijn voor de volgende generatie AI-technologieën, zoals AI-agents. Dat blijkt uit onderzoek van Strand Partners in opdracht van Amazon Web Services.

De AI-adoptie in Nederland groeide het afgelopen jaar van 49% naar 61% van de bedrijven, een stijging van 24%. Volgens het rapport ‘Unlocking the Netherlands’ AI Potential’ van Strand Partners, uitgevoerd in opdracht van Amazon Web Services (AWS), liggen de voordelen die bedrijven ervaren ook hoger: 76% van de deelnemers meldt productiviteitswinst door AI, en 80% van de AI-gebruikers stelt dat hun innovatietempo in de afgelopen twee jaar is versneld.

Tegelijk signaleert het onderzoek een structureel probleem: de meeste Nederlandse bedrijven bevinden zich nog in de meest basale fase van AI-gebruik. 55% maakt gebruik van publiekelijk beschikbare chatbots of kant-en-klare AI-oplossingen voor routinetaken. Dat aandeel is het hoogst in het openbaar bestuur en defensie (70%), de gezondheidszorg (65%) en de bouw (61%).

Voorbereiding op AI-agents beperkt

De bereidheid voor de volgende generatie AI-technologieën — zoals AI-agents — is beperkt. Slechts 23% van de bedrijven zegt zich volledig of zeer goed voorbereid te voelen. Startups vormen een uitzondering: 83% van hen geeft aan klaar te zijn voor deze stap. Danielle Gorlick, Managing Director Benelux bij AWS, stelt dat het huidige leiderschap van Nederland geen garantie biedt voor de toekomst. Gorlick benadrukt dat de kloof tussen huidige AI-adoptie en gereedheid voor de volgende generatie de centrale uitdaging is voor het concurrentievermogen van Nederlandse bedrijven.

Compliancekosten en vaardighedentekort als rem

Het onderzoek wijst op drie structurele belemmeringen. Ten eerste stijgen de compliancekosten: die maken nu 40% uit van de totale tech-uitgaven, tegenover 35% vorig jaar. Strand Partners geeft aan dat Europese vereenvoudigingsinspanningen nog niet hebben geleid tot een lagere nalevingslast voor bedrijven.

Ten tweede noemt 58% van de deelnemers een tekort aan AI- en digitale vaardigheden als obstakel, boven het Europese gemiddelde van 51%. De vaardigheden die het meest worden gemist, zijn AI- en machine learning-expertise (50%), cybersecurity (45%) en data-analyse en -engineering (45%).

Ten derde belemmert gebrek aan specifiek AI-budget verdere groei. Veel toepassingen blijven daardoor beperkt tot pilots. Desondanks verwacht 90% van de ondervraagde bedrijven dat AI binnen drie jaar tot 20% van het totale IT-budget zal innemen.

Digitale soevereiniteit en toegang tot mondiale technologie

Nederlandse bedrijven benadrukken dat toegang tot gekwalificeerd talent (57%), vereenvoudiging van regelgeving (50%) en toegang tot mondiale technologie en infrastructuur (47%) noodzakelijk zijn voor verdere groei. 91% van de bedrijven ziet toegang tot internationale AI- en cloudoplossingen als een voorwaarde voor verdere AI-adoptie.

Burgers leggen bij digitale soevereiniteit de nadruk op gegevensbescherming, privacy en cybersecurity (58%) en controle over de opslag van Europese data (44%). Volgens de onderzoekers draait soevereiniteit voor zowel bedrijven als burgers niet om uitsluiting van buitenlandse technologie, maar om vertrouwen en controle over kritieke data en systemen.

AI-bedrijf Anthropic heeft met zijn testmodel Claude Mythos Preview in samenwerking met zo’n vijftig partners meer dan tienduizend beveiligingslekken gevonden in veelgebruikte software. De resultaten van Project Glasswing laten zien dat AI het vinden van kwetsbaarheden radicaal versnelt — maar het repareren ervan blijft mensenwerk. Dat spanningsveld vormt nu de grootste uitdaging voor de sector.

Anthropic heeft de eerste resultaten gepubliceerd van Project Glasswing, een initiatief waarbij het testmodel Claude Mythos Preview wordt ingezet om kwetsbaarheden te zoeken in zogenoemde systemisch belangrijke software. Aan het project nemen zo’n vijftig partners deel, waaronder Cloudflare, Palo Alto Networks en Mozilla.

Het model wordt vooralsnog alleen beschikbaar gesteld aan geselecteerde partners en overheden. Anthropic geeft aan dat het Mythos-model niet breder wordt uitgerold omdat de huidige veiligheidsbarrières in de AI-sector onvoldoende zijn om misbruik voor grootschalige schade te voorkomen.

Schaal van de vondsten

De deelnemende partijen melden dat hun tempo van het vinden van bugs met een factor tien is gestegen. Cloudflare ontdekte 2.000 kwetsbaarheden in kritieke systemen, waarvan 400 als hoog of kritiek werden beoordeeld. Mozilla vond 271 kwetsbaarheden in Firefox 150, ruim tien keer zoveel als bij eerdere tests met oudere AI-modellen.

Anthropisch scande ook meer dan duizend opensourceprojecten die het fundament vormen van het wereldwijde internet. Het model schatte dat in die codebase ruim 6.200 zware kwetsbaarheden aanwezig zijn. Na handmatige controle door onafhankelijke beveiligingsbedrijven bleek meer dan 90 procent van de meldingen te kloppen. Een van de gevonden lekken betrof wolfSSL, een cryptografische bibliotheek die op miljarden apparaten draait. Het model slaagde erin een aanvalsmethode te construeren waarmee bankcertificaten vervalst kunnen worden om nepsites te hosten.

Daarnaast meldt Anthropic dat het model bij een deelnemende bank een frauduleuze overboeking van 1,5 miljoen dollar hielp voorkomen, nadat aanvallers via een gecompromitteerd e-mailaccount en deepfake-telefoongesprekken een aanval hadden ingezet.

Herstel loopt achter op ontdekking

De snelheid van het model legt een structureel capaciteitsprobleem bloot. Het vinden van een lek duurt met AI nog slechts minuten, maar het verifiëren, rapporteren en patchen vereist nog altijd intensief handwerk. Gemiddeld duurt het momenteel twee weken om een kritiek lek te dichten.

Anthropics geeft aan dat beheerders van opensourceprojecten zijn overspoeld door AI-gegenereerde bugrapporten en bij het bedrijf hebben aangedrongen op een lager meldingstempo, omdat de capaciteit om patches te ontwikkelen ontbreekt.

De sector hanteert traditioneel een disclosure-periode van 90 dagen: een gevonden kwetsbaarheid wordt pas openbaar gemaakt als er een patch beschikbaar is, zodat aanvallers niet kunnen profiteren van bekende lekken. Het leeuwendeel van de tienduizend gevonden kwetsbaarheden is daardoor nog niet publiek. Als aanvallers met vergelijkbare modellen dezelfde lekken ontdekken voordat patches zijn uitgerold, ontstaat een aanzienlijk risico.

Defensieve tools en samenwerking

Om de verdedigers een voorsprong te geven, stelt Anthropic defensieve AI-tools beschikbaar aan geselecteerde enterprise-klanten. Het bedrijf werkt daarnaast samen met de Open Source Security Foundation om beheerders te ondersteunen bij het verwerken van het grotere volume aan bugrapporten. Anthropic roept systeembouwers en netwerkbeheerders op hun update-cycli te verkorten en netwerkinrichtingen preventief te verstevigen.

Het Haagse bedrijf Plenr.ai brengt een platform op de markt dat MKB-organisaties begeleidt bij de opbouw van een AI-strategie. Het platform stelt prioriteiten op basis van bedrijfsdoelen, bewaakt de voortgang van implementaties en signaleert relevante ontwikkelingen in wetgeving en tooling. Organisaties kunnen zich aanmelden voor vroege toegang via een wachtlijst.

Plenr.ai, een AI-bedrijf uit Den Haag, kondigt een platform aan dat volgens het bedrijf fungeert als een digitale Chief AI Officer (CAIO) voor het MKB. Het platform richt zich op organisaties die AI willen inzetten, maar geen intern leiderschapsteam hebben om strategie, prioritering en implementatie te coördineren. Plenr.ai lijkt hiermee rechtstreeks de concurrentie aan te gaan met MSP’s.

Plenr stelt dat veel MKB-bedrijven AI-adoptie starten met losse experimenten per afdeling, zonder overkoepelende roadmap of eigenaarschap. Het bedrijf geeft aan dat dit leidt tot parallelle initiatieven die niet samenkomen en een gebrek aan meetbare voortgang.

Intake en roadmap

Wanneer een organisatie zich aanmeldt, start het platform met een gestructureerd intakegesprek met de directie. Daarin komen strategische doelen, het huidige AI-volwassenheidsniveau, het beschikbare budget, de bestaande technologiestack en operationele knelpunten aan bod. Vervolgens worden relevante medewerkers en eventueel externe stakeholders betrokken. Op basis van die input genereert het platform een geprioriteerde AI-roadmap, met een volgorde van initiatieven en een indicatie van wat elk initiatief vraagt.

Continue begeleiding via bestaande tools

Na de initiële roadmap blijft het platform actief betrokken. Voortgang wordt bijgehouden via Microsoft Teams, Slack of WhatsApp. Volgens Plenr.ai checkt het platform wekelijks in op de status van lopende initiatieven. Als een mijlpaal meerdere weken niet vordert, attendeert het systeem de verantwoordelijke persoon daarop. Het platform signaleert ook wanneer nieuwe verplichtingen uit de Europese AI-verordening raken aan bestaande roadmap-onderdelen, of wanneer een nieuwe tool relevant wordt voor een actief initiatief.

Elk kwartaal genereert het platform een rapportage met behaalde resultaten, een indicatie van de return on investment en de voorgestelde prioriteiten voor de volgende negentig dagen.

Europese AI-verordening als aanleiding

Plenr.ai wijst op de Europese AI-verordening als een van de redenen waarom MKB-organisaties nu structuur nodig hebben in hun AI-aanpak. De verordening legt governance- en verantwoordingsverplichtingen op aan bedrijven die daar voorheen geen rekening mee hoefden te houden. Het bedrijf verwacht dat het verschil tussen organisaties met een coherente AI-aanpak en organisaties die blijven experimenteren, de komende tijd verder toeneemt.

SUSE heeft Ton Musters benoemd tot Chief Sales Officer en versterkt zijn leiderschapsteam in de regio Americas met twee nieuwe directeuren. Tegelijkertijd consolideert het bedrijf zijn Noord- en Zuid-Amerikaanse activiteiten tot één geïntegreerde regio. De wijzigingen zijn per direct van kracht.

SUSE heeft Ton Musters benoemd tot Chief Sales Officer. Musters was eerder actief als algemeen directeur voor de regio EMEA en treedt nu toe tot het managementteam van SUSE. In zijn nieuwe rol houdt hij toezicht op de uitvoering van de wereldwijde verkoopstrategie, met aandacht voor klantenrelaties, marktaanwezigheid en samenwerking met partners.

CEO Dirk-Peter van Leeuwen geeft aan dat de organisatie een nieuwe groeifase ingaat en dat het leiderschap daarop wordt afgestemd. Volgens Van Leeuwen sluiten de achtergronden van de nieuwe managers aan bij de wereldwijde uitvoeringsagenda en het partnerecosysteem van SUSE.

Americas als één regio

SUSE consolideert zijn activiteiten in Noord- en Zuid-Amerika tot één regio onder de naam Americas. Het bedrijf stelt dat deze structuur het voor klanten in de verschillende deelregio’s eenvoudiger maakt om gebruik te maken van de expertise van SUSE.

Jeff Paul is aangesteld als algemeen directeur voor de regio Americas. Hij stuurt de langetermijnstrategie aan voor deze geconsolideerde regio. Paul heeft meer dan twintig jaar ervaring in managementfuncties bij technologiebedrijven als WSO2, Red Hat, Intel en IBM.

Tina Steincke wordt Vice President North America Sales en werkt daarin samen met Paul. Zij houdt toezicht op de uitvoering van de regionale verkoopstrategie en de levering van oplossingen aan klanten. Steincke heeft eveneens meer dan twintig jaar ervaring, opgedaan bij Red Hat en IBM. Haar achtergrond ligt in open source-oplossingen op het gebied van containerization, automatisering en AI, en in het moderniseren van inkoopprocessen en cloudstrategieën.

Musters over de koers

Musters stelt dat het succes van SUSE is gebaseerd op keuzevrijheid en digitale soevereiniteit voor klanten. Volgens hem ligt de prioriteit bij het aanscherpen van de wereldwijde salesuitvoering, zodat het bedrijf beter kan inspelen op veranderende klantbehoeften. SUSE beoogt hiermee de positie als voorkeursleverancier voor organisaties die hun IT-infrastructuur moderniseren te versterken.

Elke maand schuiven we aan bij een MSP voor een goed gesprek. Wat loopt er goed? Waar liep je tegenaan? Hoe kijk jij naar de markt? Want het loont om ervaringen uit te wisselen: hoe doe jij dat nou? De MSP van de Maand Juni: VSA in Assen.

VSA bestaat al dertig jaar, en dat merk je. Niet in de zin van stoffig of vastgeroest, maar in de manier waarop Patrick Vaatstra (managing director) en Johannes Werkman (security officer) praten over hun klanten, hun vak en hun mensen. Nuchter, betrokken, en zonder poespas. Een gesprek met twee noorderlingen die al een kwart eeuw bij hetzelfde bedrijf werken, en er nog steeds met plezier naartoe gaan.

Wie zijn jullie, en wat maakt jullie anders dan andere MSP’s?

“Wij zijn nuchtere noorderlingen,” zegt Johannes met een lach. VSA is opgericht in 1995 en gespecialiseerd in het automatiseren van hotels en administratie- en accountantskantoren. “We combineren traditionele IT met slimme automatisering, en back-up en security zijn voor ons de absolute kern.”

Wat VSA onderscheidt is de 24/7-bereikbaarheid met een Nederlandstalige servicedesk, geen chatbot of externe helpdesk, maar altijd een eigen medewerker aan de lijn. “Een hotel draait dag en nacht door. Dan moet jij als IT-partner dat ook kunnen.” Patrick en Johannes werken allebei al meer dan 25 jaar bij VSA. Dat zegt wel iets over hoe het er intern aan toegaat.

Welke klant past het beste bij jullie, en welke juist niet?

“Die tweede vraag is eigenlijk de interessantere,” geeft Patrick toe. Bij VSA passen klanten die de meerwaarde van automatisering zien en er ook in willen investeren. “IT kan geld opleveren. Als je dat snapt, kunnen we echt wat voor elkaar betekenen.”

Minder passend zijn bedrijven die IT puur als kostenpost zien. Zeker nu met AI en automatisering is dat een gemiste kans. Maar je moet het zelf willen zien.”

Wat was de meest leerzame fout of tegenvaller van het afgelopen jaar?

Patrick denkt even na. “Wat je eigenlijk altijd ziet: je denkt dat je vooroploopt, en dan loop je toch ergens achter de feiten aan. Met name rondom AI. Het IT-landschap verandert zo snel. Je bent op zoveel vlakken tegelijk aan het jongleren, dat er voor echt nieuwe ontwikkelingen soms te weinig ruimte overblijft. Terwijl je dat wel zou willen.”

En dan is er nog de les die ze eerder leerden: bij grotere migraties draait succes niet alleen om de technische uitvoering. “Je kunt alles technisch perfect doen, maar als gebruikers niet goed begeleid worden, raak je ze kwijt. Mensen zijn niet goed in verandering. Dus nu stoppen we veel meer tijd in communicatie en adoptie.”

Welke technologie houdt jullie nu het meest bezig?

“AI,” zegt Patrick zonder aarzeling. “Dat wist je al, denk ik.” In de hotelbranche ziet VSA concrete toepassingen opkomen: van het automatisch verwerken van reserveringen en e-mails tot ondersteunende robots in restaurants die helpen bij het opdienen of afruimen. “Klanten vragen er actief naar. De vraag is er, en die wordt alleen maar groter.”

Johannes vult aan vanuit zijn hoek: ook vragen rondom security en de locatie van data worden vaker gesteld. “Klanten willen weten: waar staat mijn data eigenlijk, en wat gebeurt ermee? Dat is iets waar wij serieus naar kijken, risicogebaseerd, want het antwoord is niet voor iedereen hetzelfde.”

Hoe zorg je dat mensen goed en gemotiveerd blijven in een krappe arbeidsmarkt?

Hier schudt Patrick even zijn hoofd. “Wij klagen eigenlijk niet. Ons verloop is heel laag, en dat zegt al wat.” Hij en Johannes werken er allebei al meer dan 25 jaar, en ook bij de rest van het team zijn dienstverbanden van 12,5 jaar geen uitzondering.

Hoe dat komt? “Sfeer,” zegt Patrick. “Dat is moeilijk uit te drukken, maar het is echt het antwoord. We luisteren naar mensen, kijken niet alleen cijfermatig naar werkbelasting, maar willen ook gewoon horen hoe iemand zich voelt. En als iemand wil doorgroeien of een opleiding wil volgen, dan kijken we hoe we dat kunnen regelen. Die ruimte is er.”

Waar willen jullie over twee jaar staan met VSA?

“Bekend zijn in Nederland als dé betrouwbare IT-partner voor hotels.” Patrick is daar helder over. “Als je een hotel hebt, moet je eigenlijk automatisch aan VSA denken. Altijd bereikbaar, altijd in het Nederlands, no-nonsense, en echt een partner, geen leverancier.”

Inhoudelijk wil VSA het dienstenpakket uitbreiden: televisie en camera’s in hotels staan op de agenda. En groei? Ja, maar gestaag. “Als je in een jaar tijd tien mensen erbij krijgt, gaat je bedrijf kapot. Gestaagde groei is goede groei.”

Wat wou je dat je eerder had geweten als MSP?

“Dat schaalbaarheid niet over techniek gaat, maar over processen en communicatie.” In het begin pakt iedereen alles op wat binnenkomt, zegt Patrick. “Maar duurzame groei ontstaat pas als het niet meer uitmaakt wie de telefoon opneemt. Dan kan elke medewerker de klant verder helpen, en dat is wat klanten verwachten.”

Arrow breidt zijn distributieovereenkomst met Veeam uit naar Italië, Nederland, Polen en Zwitserland. Channelpartners in deze landen krijgen daarmee toegang tot het Veeam-portfolio voor back-up, herstel en gegevensbescherming in hybride cloudomgevingen. De uitbreiding bouwt voort op een bestaande samenwerking tussen de twee bedrijven in de EMEA-regio.

Arrow en Veeam hebben hun distributieovereenkomst uitgebreid met vier nieuwe landen: Italië, Nederland, Polen en Zwitserland. Channelpartners van Arrow in deze markten kunnen via de overeenkomst het volledige Veeam-portfolio inzetten voor klanten die hun back-up, herstel, cyberresilience en gegevensbescherming in hybride cloudomgevingen willen versterken.

Lokale ondersteuning voor channelpartners

Mike Worby, hoofd strategische allianties voor Arrows Enterprise Computing Solutions in EMEA, geeft aan dat channelpartners op zoek zijn naar flexibele oplossingen die eenvoudig te implementeren zijn, nu klanten hun aanpak voor dataprotectie en herstel in hybride omgevingen herzien. Volgens Worby versterkt de uitbreiding van de samenwerking met Veeam het vermogen van Arrow om partners lokaal te ondersteunen en hen te helpen inspelen op de groeiende vraag naar herstel en weerbaarheid bij eindklanten.

David Tedd, Senior Director Distribution and VCSP EMEA bij Veeam, stelt dat samenwerking met distributeurs als Arrow cruciaal is naarmate het partnerecosysteem in EMEA groeit. Tedd geeft aan dat de uitbreiding naar nieuwe markten channelpartners beter in staat stelt klanten te ondersteunen bij het verbeteren van hun dataweerbaarheid en herstelgereedheid in hybride omgevingen.

Groeiende vraag naar dataresilience

De uitbreiding sluit aan op een bredere trend waarbij organisaties steeds meer gedistribueerde IT-omgevingen beheren en daarbij zoeken naar oplossingen die gegevensbescherming, herstelgereedheid en workloadmobiliteit in cloud-, gevirtualiseerde en on-premise-omgevingen combineren. Veeam positioneert zijn portfolio als antwoord op die vraag, met oplossingen die volgens het bedrijf geschikt zijn voor uiteenlopende hybride configuraties.

Check Point breidt zijn WAF-platform uit met specifieke beveiligingsmechanismen voor generatieve AI-chatbots in productieomgevingen. De uitbreiding richt zich op bedreigingen als prompt-injectie, datalekken en schadelijke modeloutput. Het platform combineert een machine learning-model met contextuele analyse om verdachte interacties te detecteren.

Generatieve AI-chatbots worden steeds vaker ingezet in klantportalen, interne assistentiesystemen, e-commerceplatforms en bedrijfsapplicaties. Daarmee krijgen ze toegang tot API’s, bedrijfsdata en operationele processen — een ontwikkeling die nieuwe beveiligingsvragen oproept. Check Point kondigt aan dat zijn WAF-platform nu ook beveiliging biedt voor de conversatielaag van GenAI-toepassingen.

Nieuwe aanvalsvectoren door open invoer

Waar traditionele webapplicaties werken met voorspelbare invoer en vaste workflows, verwerken GenAI-chatbots open natuurlijke taal. Volgens Check Point vergroot dat het aanvalsoppervlak met risico’s als prompt-injectie, datalekken, schadelijke modeloutput en misbruik van resources. Het bedrijf stelt dat klassieke webapplicatiebeveiliging daarvoor onvoldoende is.

Een van de voornaamste bedreigingen is prompt-injectie, waarbij aanvallers via verborgen instructies beveiligingsmaatregelen proberen te omzeilen of ongewenste acties uitlokken. Check Point geeft aan dat indirecte prompt-injecties — via documenten, externe databronnen of geüploade bestanden die als context worden aangeboden — in bedrijfsomgevingen bijzonder risicovol zijn. Daarnaast wijst het bedrijf op het risico van datalekken, omdat chatbots vaak toegang hebben tot interne databanken, klantinformatie of gekoppelde bedrijfssystemen.

Twee detectielagen

De beveiliging bestaat volgens Check Point uit twee lagen. De eerste is een vooraf getraind machine learning-model dat is opgebouwd op basis van miljoenen prompts en aanvalspatronen. Dit model detecteert verdachte interacties met een latentie van minder dan 50 milliseconden, zodat de gebruikerservaring niet verstoord wordt.

De tweede laag bestaat uit contextuele en semantische analyse. Het platform houdt daarbij rekening met het normale gedrag van een specifieke toepassing. Een interne hr-chatbot heeft andere interactiepatronen dan een klantenservicebot of een AI-assistent in de zorgsector. Check Point stelt dat het meenemen van die context de detectienauwkeurigheid verhoogt en het aantal valse positieven verlaagt.

Meertalige ondersteuning

Het platform ondersteunt meer dan 100 talen en schriften. Check Point geeft aan dat dit van belang is omdat prompt-aanvallen en versluieringstechnieken zich niet beperken tot Engelstalige interacties.

Nu GenAI-chatbots vaker worden gekoppeld aan interne systemen en bedrijfsprocessen, neemt ook de mogelijke impact van beveiligingsincidenten toe. Check Point verwacht dat een succesvolle prompt-aanval kan leiden tot datalekken, reputatieschade of misbruik van bedrijfsinfrastructuur.

ManageEngine brengt Zia Agents uit: autonome AI-agents die zelfstandig taken kunnen coördineren en uitvoeren binnen IT-omgevingen. Tegelijkertijd kondigt het bedrijf een architectuurupgrade aan voor het securityplatform Log360, met native SOAR-functionaliteit en zeven nieuwe integraties. Klantgegevens worden volgens ManageEngine niet gebruikt voor modeltraining, en beheerders kunnen guardrails instellen voor alle agentacties.

ManageEngine, een divisie van Zoho Corporation, introduceert Zia Agents: autonome AI-agents voor IT-beheer die zonder tussenkomst van gebruikers taken kunnen coördineren en uitvoeren. Het bedrijf stelt dat de agents zijn ontwikkeld binnen een privacyconform framework en integreren in het bestaande ManageEngine-platform.

Volgens CEO Rajesh Ganesan zijn generieke frontier-modellen niet altijd geschikt voor enterprise-IT-toepassingen. ManageEngine beoogt met Zia Agents doelgerichte AI-functionaliteit te bieden die past binnen de specifieke context van IT-beheer.

Standaard en custom agents

Zia Agents zijn beschikbaar als kant-en-klare agents die met één klik in te zetten zijn, of als custom agents die via Zia Agent Studio te configureren zijn via natuurlijke taal. Het bedrijf meldt dat masteragents gespecialiseerde subagents kunnen aansturen om complexe workflows te beheren.

Voor datagovernance geeft ManageEngine aan dat klantgegevens niet worden gebruikt voor het trainen van modellen. Beheerders kunnen guardrails instellen, en ingebouwde observability biedt inzage in alle acties van de agents. Het platform ondersteunt daarnaast de MCP-standaard, zodat externe LLM’s en agentic platforms te combineren zijn met de ManageEngine-tools.

Toepassingen voor IT- en securityoperaties

Volgens het bedrijf zijn de agents inzetbaar voor uiteenlopende IT- en zakelijke processen, waaronder L1-servicedesk, analyses van configuratie-items en het genereren van kennisbankartikelen. Voor IT-operations stelt ManageEngine dat agents een actielaag toevoegen aan visibility-oplossingen, waardoor root cause analysis sneller verloopt en herstelprocessen automatisch kunnen worden uitgevoerd.

Op het gebied van security automatiseren de agents gebruikersreviews, alertcorrelatie en meertraps-onderzoeken. ManageEngine verwacht dat hiermee handmatig werk dat uren in beslag neemt, wordt teruggebracht tot minuten. Vooraf ontwikkelde agents voor endpointbeheer verzorgen EDR-eventtriage, koppelen aanvalsketens aan MITRE ATT&CK en voeren patchanalyses en apparaatdiagnoses uit.

Vicepresident Umasankar Narayanasamy stelt dat de privacyprincipes die ManageEngine de afgelopen twintig jaar heeft gehanteerd, nu van extra belang zijn in een omgeving met AI-agents. Doordat het bedrijf de volledige technologiestack beheert, beoogt ManageEngine datasoevereiniteit voor klanten te borgen.

Log360 krijgt native SOAR-functionaliteit

Naast Zia Agents kondigt ManageEngine een architectuurupgrade aan voor Log360, zijn geïntegreerde securityplatform. De update voegt native SOAR-functionaliteit toe, zeven nieuwe integraties met leveranciers van EDR-, identiteits- en threat intelligence-oplossingen, en cross-domainorkestratie die detectie, AI-gestuurde onderzoeken en geautomatiseerde respons samenbrengt binnen één datamodel.

Volgens ManageEngine kan één draaiboek hiermee endpoints isoleren, gecompromitteerde sessies intrekken, incidenten verrijken met threat intelligence, servicetickets aanmaken en SOC-teams waarschuwen — aangestuurd vanuit dezelfde alerts en gedragssignalen die het platform genereert. Doordat API-overdrachten tussen detectie en respons vervallen, blijft de context behouden. Log360 omvat verder een via CDN geleverde bibliotheek met draaiboeken van securityexperts en een low-codetool voor het bouwen van draaiboeken via Zoho Qntrl.

Generatieve AI-tools verbeteren creatieve output van individuele gebruikers, maar leiden tegelijkertijd tot minder diversiteit in ideeën en ontwerpen op collectief niveau. Dat concluderen onderzoekers van Tilburg University en Aarhus University op basis van een analyse van 19 empirische studies. De bevindingen roepen vragen op over de langetermijngevolgen van grootschalig AI-gebruik in creatieve processen.

Het onderzoek werd uitgevoerd door Alwin de Rooij en Michael Mose Biskjaer, die studies analyseerden die verschenen tussen 2022 en begin 2026 — kort na de brede introductie van populaire AI-chatbots. De analyse laat zien dat mensen die werken met generatieve AI-systemen vaker vergelijkbare ideeën produceren dan mensen die dat niet doen.

Het effect was vooral zichtbaar bij opdrachten waarbij deelnemers concrete oplossingen moesten bedenken voor een specifiek probleem, zoals verbeteringen voor openbaar vervoer of productinnovatie. Volgens De Rooij en Biskjaer komt dit doordat AI-systemen zijn getraind op grote hoeveelheden internetdata, waardoor de modellen gebruikers sturen richting statistisch voor de hand liggende associaties en oplossingen.

Ook buiten het laboratorium zichtbaar

De homogenisering werd niet alleen vastgesteld in laboratoriumonderzoek. Analyses van creatieve output uit de praktijk — waaronder essays en beeldende kunstwerken van vóór en na de opkomst van AI-tools — laten hetzelfde patroon zien. De onderzoekers stellen bovendien dat de invloed van AI kan doorwerken nadat gebruikers stoppen met het gebruik van deze systemen, en mogelijk enige tijd van invloed blijft op de manier waarop mensen ideeën ontwikkelen.

Schaal als kernprobleem

De Rooij en Biskjaer benadrukken dat hun bevindingen niet betekenen dat mensen minder creatief worden. Individuele output, met name van mensen zonder specialistische achtergrond, kan kwalitatief verbeteren door AI-ondersteuning. Het risico zit volgens hen in de schaal waarop dezelfde tools wereldwijd worden ingezet. Wanneer miljoenen gebruikers dezelfde AI-systemen raadplegen, neemt de kans toe dat creatieve processen naar dezelfde soorten ideeën convergeren, aldus De Rooij.

Pleidooi voor diversiteit in AI-ontwerp

De auteurs pleiten daarom voor nieuwe ontwerpen en werkmethoden die creatieve diversiteit actief stimuleren. Toekomstige AI-systemen zouden volgens hen niet uitsluitend gericht moeten zijn op efficiëntie en snelheid, maar ook op het bewaren van variatie en originaliteit in menselijke creativiteit.

In 19 van de 342 Nederlandse gemeenten heeft minder dan twee derde van de adressen een glasvezelaansluiting beschikbaar. Landelijk ligt de dekking op 92,5%, maar het gebruik blijft achter: slechts 41% van de aangesloten adressen maakt daadwerkelijk gebruik van glasvezel. Dat blijkt uit onderzoek van Independer op basis van data van de ACM.

De gemeente Gulpen-Wittem in Limburg heeft de laagste glasvezeldekking van Nederland. Eind 2025 waren er 199 aansluitingen geregistreerd op een totaal van 8.079 adressen, wat neerkomt op een dekking van 2,5%. Van die aansluitingen is bovendien slechts 15% in gebruik. Ook het Noord-Hollandse Enkhuizen (15% dekking) en de Groningse gemeente Eemsdelta (21%) scoren opvallend laag.

Nationaal telt het glasvezelnetwerk inmiddels bijna 9 miljoen aangesloten adressen. In 2025 kwamen er 681.318 aansluitingen bij. Alleen al in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag samen gaat het om ruim 150.000 nieuwe aansluitingen. Andere gemeenten met grote aantallen nieuwe aansluitingen zijn Utrecht (33.869), Leiden (23.381) en Hoorn (18.857).

Gebruik blijft achter bij beschikbaarheid

Van de ruim 8,9 miljoen aangesloten adressen maakt slechts 41% daadwerkelijk gebruik van glasvezel. Dat is een lichte stijging ten opzichte van 39% in 2024. Joris Kerkhof, expert telecom bij Independer, geeft aan dat veel huishoudens wel beschikken over een fysieke aansluiting, maar deze nog niet hebben geactiveerd.

Vooral in Zeeland en Limburg blijft het gebruik sterk achter. In Zeeland gebruikt 29% van de aangesloten adressen de verbinding ook daadwerkelijk, in Limburg is dat 31% en in Noord-Holland 32%.

Flevoland en Gelderland koplopers in gebruik

Flevoland is de provincie met het hoogste gebruikspercentage: 62% van de aangesloten adressen heeft de glasvezelverbinding geactiveerd. Gelderland volgt met 60%. Kerkhof wijst erop dat de stedenbouwkundige opzet van Flevoland, als jongste provincie met een weidser stratenplan, mogelijk bijdraagt aan eenvoudigere aanleg van glasvezel.

Op gemeenteniveau zijn de verschillen groot. In Landgraaf (Limburg), Stede Broec en Enkhuizen (Noord-Holland) maakt slechts 5% van de aangesloten adressen gebruik van glasvezel. De Gelderse gemeente Harderwijk staat aan de andere kant van het spectrum: daar is vrijwel elk aangesloten adres ook daadwerkelijk op glasvezel overgegaan. In Wierden (Overijssel) en Baarle-Nassau (Noord-Brabant) ligt het gebruik op 85%.

Onderzoeksverantwoording

Independer baseerde het onderzoek op de telecommonitor 2024 en 2025 van de ACM. Voor de berekening van het daadwerkelijke gebruik werkte het bedrijf met een gemiddelde van de percentagereeksen die de ACM hanteert voor geactiveerde aansluitingen.