In het decembernummer van ChannelConnect besteden we ruim aandacht aan Duurzaamheid in IT. Dat doen we onder meer met een Grotetafelgesprek, waarvan de opnames plaatsvinden op 9 novemeber. 

Efficiënt energiegebruik en het recyclen van elektronische apparaten verminderen de CO2-uitstoot. Groene datacenters met hernieuwbare energie verlagen de ecologische voetafdruk. Duurzame IT-praktijken bevorderen ook maatschappelijk verantwoord ondernemen en het bewustzijn onder bedrijven en gebruikers.

Tijdens dit Grotetafelgesprek over Duurzaamheid in IT gaan verschillende partijen met elkaar in gesprek over de behoeftes van hun klanten en staan ze stil bij trends en de vernieuwingen binnen de branche.

Bekijk hieronder het laatste Grotetafelgesprek, deze keer over Datacenter & Cloud.

De opnames voor het Grotetafelgesprek over Duurzaamheid in IT vinden plaats op 9 november aanstaande in het kantoor van ChannelConnect in Hilversum.

Bij de deelname zijn de volgende onderdelen inbegrepen:

  • Een uitgebreid verslag – inclusief professionele portretfoto’s – in ChannelConnect december
  • Een videoverslag van op YouTube, waarvan de laatste ruim 4600 keer bekeken is.
  • Promotie van het verslag en de video op ChannelConnect.nl, in de nieuwsbrief & socials

Kosten voor losse deelname Grotetafelgesprek:                            €1.750
Kosten i.c.m. een deelname in ChannelConnect december:           €1.500

Neem contact op door te bellen naar 035-6465810, te mailen naar sales@channelconnect.nl of bel direct met een van onze teamleden:

 

Mitchel van der Heide

mitchel.vanderheide@imediate.nl

06 50 949 656

Tarik Lahri

tarik.lahri@imediate.nl

06 58 823 710

Bekijk voor alle uitgebreide informatie onze CC infosheet 2023, de 2023-prijslijst en Jaarkalender 2023 of raadpleeg onze informatiepagina.

Het Belgische Cloud Group, een aanbieder van VoIP-telefonie in de cloud, heeft aangekondigd uit te breiden naar Nederland.

Het bedrijf biedt ook integratie met Microsoft Teams en CRM/ERP-programma’s zoals Odoo, ZOHO en Filemaker Pro, en lokale 24/7 ondersteuning. Het bedrijf telt naar eigen zeggen meer dan 20.000 gebruikers in België, voornamelijk kleine en middelgrote ondernemingen.

Gedelegeerd bestuurder Pieter Roelants over de uitbreiding: “We zijn een all-in partner met een duurzaam ontzorgmodel. Onze jarenlange ervaring op de Belgische markt stelt ons in staat om klanten ook in Nederland de best mogelijke service te bieden.”

36 procent van alle Nederlandse organisaties maakt zich weleens zorgen over de impact van kunstmatige intelligentie op hun bedrijfstak. Dit blijkt uit onderzoek van Linden-IT onder 1.088 Nederlandse HR-verantwoordelijken.

Deze bezorgdheid lijkt geen reden om kunstmatige intelligentie van de werkvloer te weren, want drie op de tien Nederlandse bedrijven integreren momenteel AI actief in hun dagelijkse werkzaamheden.

Vooral organisaties in de IT-sector (44 procent), financiële sector en het onderwijs (beide 43 procent) maken zich zorgen over de invloed van kunstmatige intelligentie op hun werk. “Organisaties in deze sectoren werken veel met computers en technische systemen”, aldus Gerbert-Jan Valk van Linden-IT. “Hierdoor zullen zij de technologische ontwikkelingen moeten bijhouden. Hoewel ik me kan voorstellen dat bedrijven dit spannend vinden, is het slim om de technologie voor je te laten werken. Uiteindelijk kun je met behulp van AI veel herhalende processen makkelijker maken en relevante data verzamelen. Vervolgens kun je met die informatie de productiviteit, efficiëntie en klanttevredenheid van je organisatie verhogen.”

Arbeidskrapte

Ondanks de zorgen denken veel bedrijven dat kunstmatige intelligentie op sommige afdelingen ook soelaas kan bieden. Zo ziet maar liefst veertig procent van de ondervraagde HR-professionals AI als een mogelijke oplossing voor de arbeidskrapte in hun branche. In de financiële- en IT-sector bedragen deze percentages zelfs 58 en 51 procent. Deze oplossing kan mogelijk ook doorslaan: maar liefst een kwart van alle respondenten denkt dat AI in de toekomst een groot deel van de banen zal vervangen.

Wederom is deze verwachting in de financiële sector (37 procent) en in de IT-sector (32 procent) het hoogst. Valk: “AI kan simpele en repeterende taken van mensen overnemen. Hierdoor heeft je personeel meer tijd voor complexere vraagstukken, wat hun werk leuker en uitdagender maakt. Toch ben ik ervan overtuigd dat ze in de toekomst niet zonder elkaar kunnen. AI is een handig hulpmiddel, maar werkt alleen dankzij de input van de mens.”

Kennis

Niet iedereen lijkt Artificial Intelligence te vrezen of te omarmen. Zo blijkt uit het onderzoek dat nog altijd een derde van alle organisaties weinig mogelijkheden ziet waarop ze de technologie kunnen integreren in hun werkzaamheden. Het gebrek aan knowhow hierover is het grootst in de zorgsector (41 procent) en het onderwijs (42 procent).

Datacenters zijn verantwoordelijk voor 2% van de CO2-uitstoot, wat ongeveer evenveel is als de uitstoot van de luchtvaart. Echter blijkt uit onderzoek van NetApp dat bijna één derde van de respondenten nog steeds geen rekening houdt met het milieu in hun keuzes omtrent datamanagement.

Organisaties zouden volgens NetApp achter de schermen meer kunnen doen om het milieu te redden, bijvoorbeeld door hun data-infrastructuur bewust in te richten. Uit het onderzoek blijkt dat bij het kiezen van een leverancier en/of het inrichten van de data infrastructuur ruim de helft van de organisaties rekening houdt met het milieu. Van deze respondenten geeft 31% aan dat het een beperkte rol speelt en de overige 20% geeft het milieu een grote rol in bij de inrichting van hun data-infrastructuur. Toch geeft nog 31% van de ondervraagden aan dat ze geen rekening houden met het milieu.

Organisaties die rekening willen houden met het milieu kiezen een cloud-aanbieder die hernieuwbare energiebronnen gebruikt (12%), energiezuinige technologieën gebruikt (18%), energiezuinige hardware gebruikt (12%) en over de juiste milieu gerelateerde certificeringen beschikt en de milieustandaarden respecteert (20%).

Komende editie van ChannelConnect staat onder andere in het teken van Duurzaamheid in IT. Interesse om mee te doen in een van deze jaarlijkse specials? Reserveer dan snel jouw deelname gezien de sluitingsdatum van vrijdag 1 september. Bekijk voor meer informatie en de deelname-opties de volgende pagina of neem direct contact op met Tarik of Mitchel via sales@channelconnect.nl of bel naar 035-6465810.

De angst van elke IT-beheerder en elke msp is een storing. Bedrijven en gebruikers gaan ervan uit dat het internet werkt, dat ze altijd bij hun data kunnen. “Het netwerk moet werken en veilig zijn. En data moeten alleen beschikbaar zijn voor degene die de gegevens mogen zien. Of die nu on-premise of elders staan”, zo weten Gillian Roseval, Presales Engineer en Arend Karssies, Regional Director Benelux & Nordics bij Netgear.

Met welke vragen komen msp’s naar jullie?

Gillian Roseval: “Vroeg of laat ­denkt een msp erover na of hij zijn infrastructuur, de hardware, de applicaties en de data, naar een datacenter brengt, of het toch in een eigen omgeving wil houden. De eerste vraag is dan toch vaak: kan ik met mijn applicaties eigenlijk wel naar een extern datacenter? Zeker partners die actief zijn in een ­bepaalde vertical, bijvoorbeeld msp’s met accountants of bepaalde medische praktijken als klant, hosten applicaties die eigenlijk niet eens kúnnen landen in een datacenter. De tweede vraag is: is het wel handig qua regelgeving op het gebied van GDPR of privacy of heb ik klanten die in een markt actief zijn waarvoor geldt dat data in ­Nederland of de EU moeten ­blijven?”

Als het antwoord twee keer ‘nee’ is, zal de uitkomst helder zijn. Maar als ze wel naar een data­center zouden kunnen?

Roseval: “Dan moeten ze zich in die vorm van dienstverlening verdiepen. Dan blijkt dat je met outsourcen niet van alle problemen verlost bent. Je moet er toch een soort ­regie-organisatie voor inrichten. En op het moment dat data toch ­gelekt worden, of als een ­onbevoegde erbij kon, dan moet je de hele klantenbase aanschrijven, ook als er eigenlijk niets kwalijks gebeurd is met die data.”

Daar staan toch ook voordelen van het datacenter tegenover?

Roseval: “Als het gaat om schaalbaarheid is een datacenter sterk. En natuurlijk klinkt het goed: 99,9% uptime, maar waarom zou je ervan uitgaan dat je zelf, met gepland onderhoud een slechtere performance hebt? Stel dat je meerdere vestigingen hebt als bedrijf, waarom zou je dan bij een van die vestigingen geen mini-datacenter neerzetten? Je profiteert al snel van lagere ­latency. Een on-­premise omgeving heb je in de hand. Je wordt niet verrast doordat ergens iemand besluit systemen te gaan upgraden, dat kun je helemaal zelf plannen. We merken dat dit erg resoneert in de markt. Ook omdat je met onze producten als mkb-ondernemer enterprise-apparatuur tegen een mkb-prijspeil kunt kopen, die erop gebouwd is om invulling te geven aan de belangrijkste eis van de msp: continuïteit.”

Een ander argument kan zijn: de security is bij grote partijen beter geregeld.

Arend Karssies: “Terecht is ­cybersecurity een hot topic. Wij zetten ons met onze producten sterk in op de beveiliging van het netwerk, inclusief de edge- en de IoT-omgeving. Dat doen we niet voor niets; we weten dat kwaadwillenden inmiddels wel doorhebben dat de datacenters van AWS en Google te vergelijken zijn met Fort Noxx. Elke overvaller weet dat bij een vestiging van een gerenommeerde juwelier lastiger in te breken is dan bij een sieradenwinkeltje in een wijkwinkelcentrum. Cybercriminelen richten hun pijlen op het mkb, richt je netwerk daarom veilig in. Wij willen daarin ondersteunen op het bedraade en draadloze deel van het netwerk.”

Als jullie netwerken ontwerpen voor resellers, zijn redundantie, continuïteit en prijs dan allemaal even belangrijk voor hen?

Roseval: “Dat hangt ervan af. Als gevraagd wordt om, ­bijvoorbeeld, een mini-datacenter on-premise, dan gaat het vooral over beschikbaarheid en hoge snelheden.”

Karssies: “En zeker ook over de benodigde rackspace. Dat is vaak een issue, alles moet toch zo klein mogelijk gehouden worden. Wij hebben switches met een breedte van een halve RU, dat betekent dat je er twee naast elkaar in kunt plaatsen. Daarmee maak je redundantie natuurlijk wel heel makkelijk.

Roseval: “Binnen onze M4300-serie hebben we switches met een diversiteit aan formaten van 1RU halve breedte tot 2RU volledige breedte. Deze switches kunnen een vorm van redundantie bieden met NSF (non stop forwarding). Hitless forwarding zorgt ervoor dat op het moment dat de master switch niet beschikbaar is de standby het overneemt en de dienst niet onderbroken wordt. De eindgebruiker merkt hier niets van.”

Het gaat uiteindelijk om beschikbaarheid.

Roseval: “Je kunt je hele endpoint-deel perfect voor elkaar hebben maar als je netwerk (gedeeltelijk) down is dan ligt toch je bedrijf stil en dat wil niemand, of je nu ProRail of KLM bent of de lokale ondernemer – we zijn allemaal afhankelijk van een werkende IT-infrastructuur en internetverbinding. We zien zelfs weer een toename in de verkoop van mobiele hotspots (M6/M6Pro) om altijd een 5G back-up internetlijn te hebben voor het geval de ISP het laat afweten.”

Fujitsu en Deep Instinct slaan de handen ineen en lanceren een anti-ransomwaredienst. Volgens de beide bedrijven worden geavanceerde bedreigingen – bekend en onbekend – dankzi j Ransomware Prevention for Endpoints (RPE) in minder dan twintig milliseconden onschadelijk gemaakt.

Fujitsu en Deep Instinct willen met deze samenwerking ‘een nieuwe gouden standaard instellen’. Huidige Endpoint Detection and Response (EDR)-tools werken op basis van reactie en mitigatie en laten onbekende/de nieuwste malware soms door. Door juist in te zetten op preventie van malware-aanvallen, zorgt dit volgens Fujitsu en Deep Instinct voor rust in beveiligingsteams.

Jeroen Bouma, TETC Senior Technical Consultant Fujitsu Nederland: “Ondanks dat veel bedrijven denken dat ze beveiligd zijn tegen aanvallen met ransomware, ondervindt het bedrijfsleven er nog altijd veel hinder van. Dit komt voornamelijk door een combinatie van snelheid en het uitbuiten van zero-day kwetsbaarheden door ransomware. Dankzij deep learning verleggen we samen met Deep Instinct de focus van organisaties: van reageren op cyberaanvallen, naar het voorkomen daarvan.”

Crayon heeft Bart Bijman per 1 juli aangesteld als Managing Director (MD) voor de Benelux. Bijman is in zijn nieuwe rol verantwoordelijk voor de verdere groei van het bedrijf en het toekomstbestendig maken van klanten binnen de Benelux.

“Wij zijn verheugd om Bart, een ervaren leider op het gebied van cloudtransformatie, te hebben aangetrokken voor Crayon Benelux.”, aldus Martin Modl, Executive Vice President Western Europe bij Crayon.

Voor zijn huidige rol was Bijman General Manager Google Cloud EMEA bij Rackspace Technology, waar hij verantwoordelijk was voor de Google Cloud-activiteiten van het bedrijf in de Benelux, Scandinavië, het Verenigd Koninkrijk, DACH en het Midden-Oosten. Daarvoor richtte hij in 2016 de Nederlandse vestiging van Nordcloud op, een Finse specialist op het gebied van public cloud, waar hij fungeerde als Country Manager Benelux. Ook leidde Bijman al diverse digitaliseringsprojecten binnen de document management-sector, onder andere bij PCI-Groep, Adel Media, Service Point en Konica Minolta.

Bart Bijman over zijn nieuwe positie: “De juiste commerciële en technische basis zijn essentieel voor een succesvolle en veilige cloud-first, digitale transformatie. Crayon bevindt zich in een uitstekende positie om bedrijven te helpen datagedreven en kostenbesparende beslissingen te nemen.”

Het Digital Trust Center (DTC), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, heeft laten weten dat Softwarebedrijf Ivanti beveiligingsupdates heeft uitgebracht voor een ernstige kwetsbaarheid in Ivanti Endpoint Manager Mobile (EPMM).

De kwetsbaarheid, aangeduid als CVE-2023-35078, wordt actief misbruikt en krijgt een CVSS-score van 10. Dit houdt in dat het om een zeer kritieke kwetsbaarheid gaat. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft de kwetsbaarheid aangeduid als ‘High/High’. Dat betekent dat er een grote kans is dat deze kwetsbaarheid misbruikt wordt en dat de schade groot kan zijn.

De kwetsbaarheid maakt het mogelijk om zonder inloggegevens op afstand toegang te krijgen tot een kwetsbare Endpoint Manager Mobile installatie. Alle nog ondersteunde en oudere (end-of-life) versies van het product zijn kwetsbaar. Bij misbruik van de kwetsbaarheid kan gevoelige informatie worden ingezien, ook kan het systeem volledig overgenomen worden.

Het dringende advies van het Digital Trust Center is om zo spoedig mogelijk de beschikbare beveiligingsupdates te (laten) installeren wanneer je gebruik maakt van Ivanti Endpoint Manager Mobile.

De Europese markt biedt unieke uitdagingen en kansen voor bedrijven, stelt Vik Malyala, MD & President EMEA bij Supermicro. “Vooral mkb-klanten profiteren van een heel nauwe band met hun partners.”

In dit Europese partner-ecosysteem speelt Exertis Enterprise een essentiële rol, legt Vik Malyala, die al 15 jaar voor Supermicro werkt, uit. Hij schrijft deze ­nauwe relatie toe aan verschillende factoren die in Europa spelen, en die veel partners en hun eindklanten raken. “Denk daarbij aan GDPR-regelgeving. Maar we zien ook veel regionale implementaties en, in tegenstelling tot de situatie in de VS, een sterkere behoefte aan persoonlijke assistentie.”

Volgens de topman van Supermicro maakt de nauwe samenwerking met Exertis Enterprise een vitaal partnerlandschap mogelijk, evenals een sterke relatie tussen de eindklant en hun partner, in de vorm van resellers, var’s of msp’s. “Dankzij dit ecosysteem zijn we in staat op maat gemaakte oplossingen te leveren, die tegemoetkomen aan de specifieke behoeften van de klanten in verschillende Europese landen”, is de overtuiging van Malyala.

Veranderende uitdagingen

De afgelopen jaren waren er talloze covid- en energiegerelateerde crises, met verstoringen in toeleveringsketens tot gevolg. Die stelden bedrijven voor grote uitdagingen, weet Malyala. “Supermicro biedt klanten dankzij de nauwe samenwerking met een partij als Exertis Enterprise een unieke waardepropositie. Ons vermogen om producten gedurende langere levenscycli te ondersteunen, zowel voor klanten die hun bestaande infrastructuur willen behouden, als voor klanten die de nieuwste innovaties willen gebruiken, heeft een belangrijke rol gespeeld bij het voldoen aan veranderende eisen en het verhogen van de efficiëntie en prestaties.”

­Exertis Enterprise fungeert daarbij als een ­cruciale brug tussen Supermicro en de var’s en msp’s en klanten. ­Sebastiaan Reijmann Hinze, Country Manager Nederland van Exertis Enterprise: “Onze samenwerking stelt Supermicro in staat om de eisen van de klant te begrijpen en samen optimale oplossingen te ontwikkelen. Door gebruik te maken van de expertise en inzichten van Exertis Enterprise als oren en ogen in de markt kunnen wij ons aanbod afstemmen op de unieke uitdagingen waarmee verschillende klanten ­worden geconfronteerd.”

Feedback zorgt voor innovatie

Deze feedback van Exertis Enterprise ­leidde zo tot innovaties zoals systeemconfiguraties die de energie-efficiëntie verbeteren, geïntegreerde opslagoplossingen en de verkenning van opties voor vloeistofkoeling. Malyala: “Zo kunnen we producten ontwikkelen die de pijnpunten van de klant aanpakken, hetzij door het stroomverbruik te optimaliseren, hetzij door de acceptatie van opkomende technologieën zoals vloeistofkoeling te vereenvoudigen.”

De gemiddelde kosten van een datalek in 2023 liep wereldwijd op tot 4,45 miljoen dollar. Dit is een record, en een stijging van 15% vergeleken met de afgelopen drie jaar. Dat blijkt uit het jaarlijkse ‘Cost of a Data Breach’ van IBM Security.

De kosten voor detectie en opschalen stegen tijdens dezelfde periode met 42% en vertegenwoordigen het grootste deel van de totale kosten voor inbreuken.

Het onderzoek toont ook dat bedrijven verdeeld zijn over hoe ze van plan zijn om te gaan met de toenemende kosten en frequentie van datalekken. Zo blijkt dat, ondanks het feit dat 95% van de onderzochte organisaties meerdere malen te maken heeft gehad met een datalek, de kans groter is dat ze de kosten van het incident doorberekenen aan consumenten (57%) dan dat ze hun investeringen in beveiliging verhogen (51%).

Slachtoffers van ransomware die de politie inschakelden bij het onderzoek, bespaarden $470.000 op de gemiddelde kosten van een inbreuk in vergelijking met de slachtoffers die hier niet voor kiezen. Ondanks deze potentiële besparingen schakelde 37% van de onderzochte ransomware-slachtoffers de politie niet in bij een ransomware-aanval.

Slechts één derde van de onderzochte datalekken werd ontdekt door het securityteam van de organisatie zelf, terwijl 27% werd bekendgemaakt door cybercriminelen. Datalekken die door cybercriminelen worden onthuld, kosten gemiddeld $1 miljoen meer dan lekken die door organisaties zelf worden ontdekt.

Organisaties die AI en automatisering inzetten in hun beveiliging, verkorten de levenscyclus van datalekken gemiddeld met 108 dagen. Bovendien zijn de kosten van incidenten aanzienlijk lager dan bij organisaties die deze technologieën niet gebruiken. Onderzochte organisaties die AI en automatisering voor beveiliging implementeerden, hadden gemiddeld bijna $1,8 miljoen dollar minder kosten voor datalekken. Dit was de grootste kostenbesparing die in het rapport werd geïdentificeerd.

Tegelijkertijd hebben aanvallers de gemiddelde tijd om een ransomware-aanval te voltooien verkort. Met bijna 40% van de onderzochte organisaties die nog geen gebruik maken van AI en automatisering voor beveiliging, zijn er nog steeds aanzienlijke mogelijkheden voor organisaties om de detectie- en respons snelheid te verhogen.

Bedreigingsdetectie en -respons boekten vooruitgang, blijkt uit de Threat Intelligence Index 2023 van IBM. Vorig jaar slaagden slachtoffers erin een groter deel van de ransomware-aanvallen te stoppen. Ondanks deze progressie weten cybercriminelen nog steeds manieren te vinden om door de verdediging van organisaties te glippen. Uit het onderzoek bleek dat slechts één op de drie onderzochte inbreuken werd ontdekt door interne securityteams of -tools van de organisatie, terwijl 27% van dergelijke inbreuken bekend werd gemaakt door cybercriminelen. 40% werd ontdekt door neutrale derde partijen, zoals de politie.