Horizon Telecom, een bedrijf dat zorgt voor veilige internet connectiviteit, communicatie en beveiliging, benoemt Bram Vermeulen tot Operations Director. Vorige maand kondigde zij de start van Sales Director, Jan-Willem Behrens, aan. 

Vermeulen heeft ruim 20 jaar ervaring in diverse (Service) Operations Management functies in de security en networking IT bij o.a. BT, NTT en Ahold Delhaize.

Vermeulen over de nieuwe aanstelling, “door de jaren heen heb ik gezien dat service excellence vrijwel alleen mogelijk is met 100% betrokkenheid van de medewerkers. Horizon Telecom begrijpt dit.”

Visma heeft het Nederlandse bedrijf clevergig overgenomen. clevergig helpt uitzend- en bemiddelingsbureaus om hun planning, urenregistratie en facturatie te organiseren en is actief in onder andere de zorgsector en het onderwijs.

clevergig gaat verder onder de vlag en het management van het Belgische Visma-bedrijf Beeple, een plannings- en communicatietool voor bedrijven die werken met flexibele shiftplanningen.

Beeple helpt via hun gelijknamige software uitzendbureaus, hun klanten en flexwerkers met het maken van complexe en flexibele planningen. Zo kunnen meerdere personen en stakeholders tegelijk aan een planning werken en kunnen uur- of locatiewijzigingen automatisch gecommuniceerd worden aan flexwerkers. Waar Beeple zich richt op grotere uitzendbureaus met complexe processen, helpt clevergig juist de wat kleinere uitzend- en bemiddelingsbureaus met het matchen van uitzendkrachten en freelancers aan ad-hoc diensten.

IT-kennis- en implementatiepartner ilionx maakt de overname van Inergy bekend. Inergy biedt een combinatie van datagedreven softwareoplossingen, managed analytics en dataplatformimplementaties.

Inergy werkt voor organisaties in de sectoren retail, logistiek, finance en lokale overheid die behoefte hebben aan inzicht in hun bedrijfsprocessen en een betere kwaliteit van de interne organisatie. Inergy blijft voorlopig onder eigen naam opereren. Vanuit haar kantoor in Woerden zal Inergy onderdeel worden van de bestaande ilionx-organisatie.

60% van de Nederlandse bedrijven heeft wel eens te maken gehad met een aanval op de on-premises software en/of de cloudomgeving. Dat blijkt uit een onderzoek van NetApp. 28 procent van de ondervraagden ondervond gevolgen hiervan, waarvan 6 procent aangaf dat dit grote gevolgen had voor de organisatie.

38 procent van de Nederlandse IT mede- en eindbeslissers geeft daarnaast aan dat ze geen volledig inzicht hebben over waar de gevoelige data staan en hoe deze zijn beveiligd. Daarnaast zijn ze van mening dat er nog voldoende verbeterpunten zijn in hun infrastructuur. 4 procent van de respondenten geeft zelfs aan dat ze totaal geen inzicht hebben in de data-infrastructuur.

De weerbaarheid van organisaties tegen een cyberaanval is voor een groot deel afhankelijk van de back-ups die een organisatie maakt. 86 procent van de IT mede- en eindbeslissers geeft aan dat de organisatie dusdanig is ingericht dat data altijd teruggehaald kan worden. Zo kan een organisatie binnen afzienbare tijd weer de dienstverlening herstellen en terugkomen van een ransomware aanval. Toch geeft nog ruim 9 procent van de beleidsmakers aan dat ze nog niet voldoende zijn ingericht op een mogelijke aanval.

“Data vormen het belangrijkste bezit van een bedrijf. Daarom heeft een cyberaanval ook zoveel impact op de gehele bedrijfsvoering. Back-ups maken om deze waardevolle data te beschermen blijft het nummer één advies, maar kennis over hoe de infrastructuur in elkaar zit is even zo belangrijk. Hoe meer inzicht men heeft in de datastromen, hoe sneller verdachte patronen opvallen”, aldus Oscar Wijnants, Country Director NetApp Nederland.

“Dat bijna vier op de tien respondenten toegeeft dat ze niet genoeg zicht hebben op waar gevoelige data staan opgeslagen en hoe deze beveiligd zijn, vind ik opmerkelijk. Cybercriminelen worden steeds slimmer en bij 60 procent van de organisatie wisten ze blijkbaar met gijzelsoftware al door te dringen tot belangrijke bedrijfsdata. Als je er als organisatie niet bovenop zit, geef je criminelen vrij spel en dat is niet alleen gevaarlijk voor de organisatie, maar ook voor klanten en partners.”

 

Het cloud- en security edrijf Emma Solutions uit Den Bosch breidt verder uit en neemt samen met investeringsmaatschappij Riverdam, Wylance ICT uit Tilbug over. De beide bedrijven gaan na de samenvoeging verder onder de naam Emma Solutions.

“De overname van Wylance ICT uit Tilburg maakt deel uit van een groter plan. Naast autonome groei zijn we actief op zoek naar overnamekandidaten in Noord-Brabant om de marktpositie van Emma Solutions verder te verstevigen en onze dienstverlening uit te breiden”, zegt Luuk Carpaij, directeur van Emma Solutions. In 2022 is Emma Solutions samengevoegd met BT Groep ICT uit Oisterwijk.

“De Nederlandse IT-markt is de derde ‘Mainport’ van Nederland en wij voorzien de komende jaren een verdere groeiversnelling door de verdere digitale transformatie als onderliggende driver”, stelt medeoprichter Manuel Leussink van investeringsmaatschappij Riverdam.

Eric Nabben, oprichter van Wylance ICT: “Emma Solutions groeit snel en verstevigt met de mensen en ervaring van Wylance ICT het fundament voor verdere professionalisering van de organisatie en groei in Noord-Brabant.”

Dutch Data Center Association (DDA), de brancheorganisatie voor datacenters in Nederland, heeft tijdens de Nationale Datacenter Dag het jaarlijkse ‘State of the Dutch Data Center’ rapport gepubliceerd.

Traditiegetrouw publiceert DDA tijdens de Nationale Datacenter Dag het State of the Dutch Data Center rapport. Het jaarlijkse marktrapport bevat informatie over de trends en ontwikkelingen in de sector.

In de negende editie van het rapport is onder andere te lezen dat colocatie datacenters in 2023 792.000 vierkante meter van de Nederlandse bedrijventerreinen (inclusief kantoren en buitenruimte) in gebruik nemen. 71,9% van deze datacenters is gevestigd in de Metroregio Amsterdam (MRA).

De groei van datacenter white space in 2023 is vooral zichtbaar geweest in regio’s buiten de MRA. Echter verwachten datacenters in de MRA dat deze groei de komende jaren weer zal aantrekken. Het onderzoek laat tevens zien dat, zowel in Amsterdam als daarbuiten, het toegang krijgen tot voldoende stroom de grootste uitdaging is.

Ook maakt het onderzoek duidelijk dat colocatie datacenters blijven groeien in aantal en dat ‘on-premise’ IT ruimtes sterk blijven afnemen. Dit is een positieve ontwikkeling voor de verdere efficiëntie en verduurzaming van ons datagebruik.

Met het thema ‘The Fact of the Matter’ wil de brancheorganisatie aanstippen dat rapportage over de sector van groot belang is en dat deze feiten het uitgangspunt moeten zijn voor de discussie rondom datacenters. Ondanks het feit dat er al meerdere cijfers en rapporten beschikbaar zijn over datacenters, onder andere gepubliceerd door het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), heeft de sector vaak te maken met ongenuanceerde en negatieve beeldvorming vindt de DDA. “Wij zullen ons blijven inzetten voor een genuanceerd beeld van de sector en hopen dat de cijfers en feiten voor zich spreken en het belang van de sector betuigen”, aldus Stijn Grove.

De nieuwste editie van het State of the Dutch Data Center Rapport is gratis te downloaden via de website van de DDA.

Vertiv, leverancier van digitale infrastructuur en connectiviteitsoplossingen, breidt zijn aanbod voor distributeurs en resellers verder uit met driefasige UPS-systemen met een vermogen van 10 tot 60 kVA, waaronder de Vertiv Liebert ITA2.

De Vertiv Liebert ITA2 biedt online dubbele conversietechnologie, een vermogensfactor van 1 en een compact rack-/torenontwerp. In vergelijking met enkelfasige systemen bieden driefasige UPS-systemen meer vermogen en een energie-efficiëntie tot 99 procent in de ECO-modus.

Partners kunnen daarnaast toegang krijgen tot speciale configuratietools die zijn gekoppeld aan een ecosysteem van technische en commerciële ondersteuningsteams.

Volgens een rapport van Omdia is er in de EMEA-regio sprake van een toenemende vraag naar driefasige UPS-systemen vanuit markten buiten de cloud, colocatie en telecommunicatie om. Voorbeelden zijn de retailsector, groothandel, gezondheidszorg en productie-industrie. De verwachting is dat de markt voor driefasige UPS-systemen in de EMEA-regio van 1,66 miljard dollar in 2021 zal uitgroeien tot 2,07 miljard dollar in 2026. Dat komt neer op een samengesteld jaarlijks groeipercentage van 5,84 procent.

 

Hybride werken heeft invloed op de IT-infrastructuur van een bedrijf, daar is inmiddels volop duidelijk geworden. Als managed service provider ben je voor mkb-bedrijven hét IT-aanspreekpunt voor advies over de transformatie, het beheer en onderhoud van hun IT-infrastructuur. Wat kun je voor je klant betekenen als het gaat om het faciliteren van online vergaderen?

1. Online vergaderen boost voor tools
2. Voorkom schaduw-IT
3. Tools voor online vergaderen

Microsoft Teams
Zoom
Cisco Webex
Google Meet
Jitsi Meet
BlueJeans

4. Belangrijke criteria
5. Jouw rol als msp

Bij 41 procent van de mkb-bedrijven namen online vergaderingen in 2020 toe ten opzichte van 2019, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de Staat van het mkb. Die toename is natuurlijk vooral een gevolg van de coronacrisis., maar vergaderen op afstand is wel een blijvertje en werknemers staan er steeds positiever tegenover. Meer dan de helft van de mensen die digitaal vergaderen, vindt dat even productief als fysiek overleg op kantoor.

Flexibel werken is dan ook niet meer weg te denken bij veel bedrijven, ook niet bij het mkb. Eén op de drie werknemers blijft voor minimaal de helft van de tijd nog thuiswerken. Meer nog: ook nu het thuiswerkadvies niet meer geldt, blijven organisaties positief over hybride werken. Dat blijkt onder andere uit het werkgeversonderzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Dat vraagt om goede thuiswerkafspraken en vooral om goede en betrouwbare tools.

Online vergaderen boost voor tools

Het gedwongen thuiswerken heeft onweerlegbaar een boost gegeven aan digitale vergadertools. Toen van de ene dag op de andere het hele land in lockdown ging, waren bedrijven en organisaties genoodzaakt snel te schakelen. Plots werkten letterlijk alle kantoormedewerkers vanuit huis. Om dat vlot te laten verlopen en het contact met elkaar niet te verliezen, boomden de online meetings.

Die grote behoefte aan oplossingen voor online samenwerking heeft de technologische innovatie van de vergadertools versneld. Zowat alle aanbieders van digitale vergadertools hebben dankzij de pandemie de functionaliteiten van hun producten een upgrade gegeven, met betere video- en audiokwaliteit en betere integraties met in organisaties potentieel aanwezige software. Bovendien wilden alle technologiebedrijven een graantje meepikken van de stijgende vraag en kwam er plotseling een enorm aanbod aan digitale vergadertools op de markt.

 

Voorkom schaduw-IT

Het resultaat van al die technische innovaties is een veelvoud aan online vergaderoplossingen waaruit bedrijven kunnen kiezen. Wil jij als msp de IT-infrastructuur van jouw mkb-klanten overzichtelijk houden, dan is kennis van de verschillende tools onontbeerlijk. Al was het maar om te voorkomen dat je klanten op eigen houtje oplossingen voor online vergaderingen verzinnen en dubieuze software downloaden. Als msp is het jouw taak om degelijk advies te verlenen, zodat mkb-werknemers budgetvriendelijk, goed én veilig op afstand kunnen samenwerken.

Welke tools voor online vergaderen zijn er op de markt anno 2023?

Zoom, Microsoft Teams en Google Meet zijn de eerste tools waar je wellicht aan denkt bij vergaderen op afstand. Maar er zijn er veel meer. Een niet-uitputtend lijstje levert onder andere nog deze tools op, de een bekender dan de andere: Cisco Webex, GoToMeeting, Slack, BlueJeans, Adobe Connect, Jitsi, Lifesize, Webex Meetings, Whereby.

We lichten zes vergadertools uit verschillende budgetklassen toe.

1. Microsoft Teams

Laten we beginnen met een bekende digitale vergadertool. Teams is al lang de standaard bij grotere bedrijven (voorheen Skype for Business). Maar ook het mkb maakt nu steeds vaker gebruik van Teams. Het groeiende succes van Office 365 speelt daarin een rol, want daarin zit Teams als gratis functionaliteit.

De voordelen voor een mkb? Geen wildgroei meer van WhatsApp-groepen of honderden e-mails over en weer. In Teams maak je gemakkelijk groepen aan, bewaren projectteams alle contacten, informatie en bestanden op een locatie, en o ja, je kunt er ook nog mee op afstand vergaderen. En dat allemaal altijd en overal op elk device.

2. Zoom

Voor wie Microsoft Teams niet in het standaardpakket heeft zitten, is Zoom een van de populairste alternatieven om op afstand te vergaderen. De tool biedt een gratis versie aan waarmee je in beperkte mate (een-op-een of voor een korte vergadering van hoogstens 40 minuten) kunt samenwerken. Voor het mkb zijn er budgetvriendelijke maandabonnementen.

Een van de grote voordelen van Zoom is het gebruiksgemak: externe deelnemers hebben geen account nodig om deel te nemen een de meetings.

3. Cisco Webex

Webex is, zoals Teams, een oude getrouwe onder de vergadertools. Als onderdeel van Cisco geniet Webex een uitstekende reputatie op het gebied van security. De tool biedt videoconferenties, scherm delen, opname van vergaderingen en interactieve whiteboards.

Webex heeft een gratis versie, maar ook die is beperkt in gebruik met meetings die hoogstens 40 minuten mogen duren. Een voordeel is dan weer dat je met 100 personen aan meetings kunt deelnemen én dat je geen software hoeft te installeren.

4. Google Meet

Ook Google wil munt slaan uit het toenemend aantal vergaderingen op afstand. Met Google Meet heeft de concurrent van Microsoft een krachtige videovergadertool ontwikkeld. Het voordeel is dat je er geen software voor hoeft te downloaden en de tool beschikbaar is voor de meeste browsers, dus niet alleen voor Chrome. Je hebt wel een Gmail-account voor nodig om een vergadering te organiseren, maar deelnemers kunnen gewoon via een URL inloggen. Google Meet biedt een gratis versie met beperkte videovergaderingen die hoogstens 60 minuten duren. Heb je meer functionaliteiten nodig, dan zijn er verschillende abonnementsformules mogelijk.

5. Jitsi Meet

Jitsi Meet is open-source software en een gratis online vergadertool. Open-source heeft als voordeel dat iedereen de beveiliging en achterliggende privacybescherming kan controleren en je de applicatie zelf kunt hosten, waardoor je niet afhankelijk bent van de security en privacy-oplossingen van de leverancier. Toch is dat meteen ook de zwakke plek: een degelijke kennis van hosting is hier onontbeerlijk om de beveiliging van de infrastructuur sterk te houden.

6. BlueJeans

BlueJeans van Verizon is een cloudgebaseerd videocommunicatieplatform. Ook deze tool komt in een gratis versie, en deze keer mag je wel zo lang vergaderen als je wilt, weliswaar met maximaal 25 deelnemers. Ga je voor een abonnement, dan biedt ook BlueJeans alle functionaliteiten die werknemers nodig hebben om op afstand te vergaderen en samen te werken.

Belangrijke criteria bij de keuze voor online vergaderen voor het mkb

Welke tool een bedrijf kiest, is afhankelijk van verschillende criteria. Wil je als msp jouw mkb-klanten in hun keuze ondersteunen, dan moet je hun behoeften en vereisten kennen. Ook ICT-trends die soms moeilijker doorsijpelen tot bij het mkb kun je als msp gericht aanbrengen.

Criteria die een grote rol spelen bij de keuze van een vergadertool voor het mkb zijn kostenbeheersing, eenvoudige implementatie en gebruiksgemak, schaalbaarheid en flexibiliteit, (toekomstige) integratiemogelijkheden en ondersteuning.

Hoe ga je als msp om met de keuzecriteria van het mkb?

Het mkb heeft vaker dan grote bedrijven een beperkt budget. Dus speelt kostenbeheersing een belangrijke rol bij de keuze voor een digitale vergadertool. Tegelijk moet de tool schaalbaar zijn en kunnen meegroeien met het bedrijf.

Omdat een mkb-bedrijf vaak niet over een uitgebreide IT-afdeling beschikt, ben jij als msp IT-manager, IT-afdeling en vaak ook nog servicehelpdesk voor jouw klant. Technische ondersteuning, training in vergaderen op afstand, integratie met bestaande en toekomstige hardware en software, beveiliging en compliance en niet te vergeten de betrouwbaarheid en het gebruiksgemak van een vergadertool liggen allemaal in jouw handen.

Ga dus uitgebreid in gesprek met jouw mkb-klant over de oneindige lijst met vergadertools en videoconferencesoftware. En leer vooral zelf de verschillende tools kennen met al hun voor- en nadelen, zodat je degelijk advies kunt verlenen om de IT-infrastructuur van jouw mkb-klant optimaal te beheren.

IT-detacheerder Neomax heeft Marieke Veenstra benoemd tot talent & development director. Vanaf 1 juni versterkt Veenstra het directieteam van de IT-detacheerder. In haar nieuwe rol is ze verantwoordelijk voor acquisitie, groei en ontwikkeling en behoud van talent. 

Sinds augustus 2022 is Veenstra als interim bij Neomax betrokken. Eerder werkte ze ruim tien jaar bij marketingbureau Maxlead, waar ze verantwoordelijk was voor het opzetten en aansturen van diverse businessunits.

Veenstra over haar nieuwe aanstelling: “Mensen in hun kracht zetten vind ik het allerleukst om te doen. Om ze te zien groeien en ze met energie hun werk te zien uitvoeren. Dat gebeurt pas als ze op de juiste plek zitten, waar ze hun talent kunnen inzetten en competenties verder kunnen ontwikkelen. Bij Neomax staat de relatie boven de transactie, tegelijkertijd is er sprake van een enorme groeiambitie.”

Richard Stassen, CEO van Neomax: “Ik ben heel blij om Marieke te verwelkomen in ons directieteam. Bij een organisatie waar de mens het verschil maakt, mag een talent & development director niet ontbreken. Mariekes ervaring op het gebied van talentontwikkeling en haar visie wat betreft de focus op medewerkers en vanuit daar businessgroei realiseren, sluit perfect aan bij de waarden van Neomax.”

30 jaar digitale mobiele telefonie in Nederland

In maart 1980 ging autotelefoon van start, beter bekend onder de afkorting ATF. In 1985 kwam ATF2 om de capaciteit te vergroten en in januari 1989 was ATF3 een feit. Maar de mobiele telefonie ging pas echt los na de start van het eerste gsm-netwerk op 1 juli 1994. We kijken terug op de (netwerk) ontwikkelingen in die bijna 30 jaar gsm in Nederland.

Wij Nederlanders hebben de naam dat we nieuwe technologieën heel snel omarmen. Dat was echter nog niet zo toen mobiele telefonie zijn intrede deed. In de Verenigde Staten werd in al 1946 gestart met autotelefonie. In Nederland moesten we daarop wachten tot 1980. En het was toen iets voor zakenmensen en de ‘happy few’. In 1983 waren er 2.500 abonnees. Dagblad NRC schreef op 4 januari 1991: ‘Het beeld van zakenlieden in gestreept-grijs, die wandelend op straat met zaktelefoons zaken doen, is in Amsterdam of Rotterdam nog vrijwel onbekend. In steden als Stockholm, Londen of New York wordt het een alledaags verschijnsel.’ Ir. Wim van Eck, hoofd mobiele telecommunicatie van de PTT, bevestigde dit beeld in diezelfde krant: “De penetratie van de draadloze telefoon is bij ons nog aan de lage kant.”

Kermit en Greenpoint

Het autotelefoonnetwerk was vanwege de hoge prijs bepaald niet voor iedereen weggelegd. Om meer mensen te bereiken, introduceerde PTT Telecom in 1992 Greenpoint. Dit was een zogeheten Cordless Telephone type 2 (CT2)-systeem dat digitaal werkte. De telefoon van Greenpoint stond bekend onder de naam Kermit (later Greenhopper). Gebruikers van de draagbare telefoon moesten zich op een afstand van maximaal 150 meter van een basisstation (Telepoint) bevinden. Nederland telde in de hoogtijdagen van Greenpoint zo’n vijfduizend basisstations, vooral te vinden bij postkantoren, stations, tankstations, parkeerplaatsen en winkels van V&D. Gebruikers konden bij deze locaties bellen maar niet gebeld worden. Wie toch telefoontjes wilde ontvangen, had een semafoon nodig, al dan niet ingebouwd in het Kermit-toestel. Greenpoint stopte in 1999, toen het gsm-netwerk goed ingeburgerd was.

1 juli 1994: het eerste GSM-netwerk in Nederland

Op 1 juli 1994 werd het eerste gsm-netwerk van Nederland in gebruik gesteld. Een groot voordeel van gsm (de afkorting stond eerst voor ‘Groupe Spécial Mobile’ en later voor ‘Global System for Mobile communications’) was een veel betere dekking en het digitaal verzenden van spraaksignalen. Bovendien was het grensoverschrijdend: met een gsm-toestel kon je ook in andere Europese landen bellen en gebeld worden. Daar hing natuurlijk wel een flink prijskaartje aan.

In 1994 kwam een einde aan het telefoniemonopolie van de PTT (vanaf 1998 KPN). De overheid had besloten dat er concurrentie moest komen. Een licentie voor gsm zou worden verstrekt aan een tweede bedrijf. Er waren diverse gegadigden, alle onder aanvoering van banken. ABN AMRO vormde met onder meer Heidemij en Radio Holland een groep onder de naam NL Tel, ING zocht samenwerking met het Britse Vodafone onder de naam MT2, terwijl Rabobank met Getronics en Bell South de strijd aan ging. Later mengde ook Deutsche Telekom zich in de ‘beauty contest’ via dochter DeTeMobil.

De eerste concurrent

Het was MT2 die van de Nederlandse overheid de licentie voor het tweede gsm-netwerk kreeg. In 1995 startte het als Libertel (met als belangrijkste aandeelhouders, naast eerdergenoemde ING en Vodafone, LIOF (een NV met als aandeelhouders de Staat der Nederlanden en de Provincie Limburg), Vendex International, InternatioMüller en Macintosh Retail Group) met vooralsnog alleen dekking in de Randstad. Medio 1996 was er landelijke dekking. Het was Libertel die prepaid introduceerde onder de naam Libertel iZi. Prepaid bellen kostte in die beginperiode 1,35 gulden per minuut (omgerekend ongeveer 0,61 euro).

PTT en Libertel benaderden de markt op hun eigen manier. De PTT communiceerde tarieven vooral exclusief btw terwijl Libertel juist voor bedragen inclusief btw koos. “De meeste gebruikers zitten, hebben we in Engeland geleerd, op de particuliere markt”, vertelde C. Gent, lid van de raad van bestuur van Vodafone, in september 1995 aan De Volkskrant.

Hi

De PTT richtte zich met gsm in eerste instantie op de zakelijke gebruiker. Het ATF-netwerk was echter nog honderd procent goed én er was landelijke dekking. PTT wilde de levenscyclus van ATF verlengen en zo investeringen terugverdienen. Men bedacht het merk Hi als consumentenmerk. Hi startte in 1996 en was op dat moment veel goedkoper dan gsm. Dat trok klanten aan, maar in een snelheid die ook PTT niet verwacht had. De capaciteit van ATF was onvoldoende, waardoor klanten gedwongen overgezet werden naar gsm. Dat betekende voor die klanten dat ze een nieuw toestel moesten aanschaffen en bovendien nummerbehoud niet mogelijk was. Op 1 oktober 1999 werden de ATF-netwerken gesloten. Hi, dat later de doelgroep ‘jongeren’ kreeg, stopte als merk in 2015.

Libertel had in die tijd een opmerkelijk abonnement: ‘Stand-by’, bedoeld voor mensen die alleen gebeld wilden worden. Het abonnement was met 28,95 gulden (13,14 euro) in die tijd verhoudingsgewijs goedkoop, maar per ‘tik’ betaalde je wel 2,29 gulden (1,04 euro). Het bedrijf liet wel zijn sociale gezicht zien: geregistreerde invalide autobezitters kregen per maand gratis gesprekstijd ter waarde van 50 gulden ‘omdat bereikbaarheid voor hen van levensbelang is’.

En nog meer concurrenten

De concurrentie zorgde ervoor dat beltarieven lager en ook toestellen steeds goedkoper werden. De Nederlandse overheid besloot dus om een veiling uit te schrijven om nog meer aanbieders op de gsm-markt toe te laten. Na afloop van de veiling in februari 1998 leek het erop dat er twee landelijke aanbieders zouden bijkomen: het samenwerkingsverband van British Telecom en Nederlandse Spoorwegen (Telfort) en de combinatie van France Telecom, Deutsche Telekom, Rabobank en ABN AMRO (werknaam Federa, dat later het merk Dutchtone werd).

Er waren ook partijen die slechts losse regiogebonden frequentiepakketten wisten te bemachtigen, waaronder de combinatie van Belgacom en Tele Denmark met werknaam Brucop (vernoemd naar de hoofdsteden Brussel en Kopenhagen). Door na de veiling frequenties van andere partijen als Orange en VEBA over te nemen, kreeg Brucop voldoende frequenties in handen om toch een landelijk netwerk op te bouwen. Dit werd het mobiele netwerk Ben.

Cameraman Frans Bromet ging in 1998 de straat op om mensen te vragen of ze een mobiele telefoon hadden. Dat resulteerde in een filmpje, waarin voorbijgangers antwoorden gaven als ‘Ik heb al een antwoordapparaat’ en ‘Als mensen mij willen bereiken, dan kunnen ze dat met een brief doen’. Bekijk hier de video.

 

Ben begon daardoor wel met een achterstand. Telfort startte in september 1998 en was daarmee de derde aanbieder van gsm in Nederland. Dutchtone kwam als vierde en Ben was in februari 1999 de hekkensluiter. Toch wist Ben zich, na PTT/KPN en Libertel, al snel op te werken tot de derde speler in Nederland qua marktaandeel, gevolgd door Telfort en Dutchtone.

Tip: meer informatie over de ontwikkelingen van de ICT markt in je mailbox? Meld je aan voor de gratis ChannelConnect nieuwsbrief!

Opvallen met reclames

De nieuwkomers op de Nederlandse markt moesten natuurlijk proberen om zo snel mogelijk marktaandeel te pakken. Wat dat betreft lagen er kansen genoeg, want er waren nog niet zo heel veel mensen met een gsm. Iedere aanbieder probeerde dat op zijn eigen manier. Telfort trok de aandacht met ‘Pak & Bel’, een toestel met simkaart verpakt in een soort van melkpak. Dutchtone gooide het over een heel andere boeg. Men huurde de Canadese acteur en komiek Leslie Nielsen in voor absurdistische, lachwekkende reclamespotjes. En Ben ging op 4 februari 1999 van start met een reclameboodschap van drie minuten (!) die bijna gelijktijdig op alle Nederlandse televisiezenders te zien was.

Met een reclame van drie minuten die vrijwel gelijktijdig op alle Nederlandse televisiezenders te zien was, presenteerde Ben zich als aan het Nederlandse publiek. Bekijk hier de video.

Gegoochel met aandeelhouders

Zoals beschreven waren er dus opmerkelijke aandeelhouders bij de nieuwkomers, als ook bij de combinaties van de ‘beauty contest’ die uiteindelijk door MT2/Libertel werd gewonnen. Die aandeelhouders stapten vaak na enige tijd weer uit. Laten we beginnen met Telfort (British Telecom en Nederlandse Spoorwegen). De NS verkocht in 2000 zijn aandelen aan BT. Die laatste werd in 2001 gesplitst in een deel voor vaste telefonie (BT Ignite) en mobiele telefonie (BT Wireless). De mobiele tak werd niet veel later losgemaakt van BT en ging verder onder de naam mmO2 Plc, later O2. In Nederland veranderde de naam Telfort daardoor in O2 (Netherlands) BV.

Toen in 2003 het Britse O2 en KPN wilden fuseren, stond O2 Nederland dat in de weg. O2 trok zich daarom terug van de Nederlandse markt en verkocht zijn aandelen O2 (Netherlands) BV aan investeringsmaatschappij Greenfield Capital Partners voor 25 miljoen euro. Tevens nam het management deel in het nieuwe bedrijf. In dat jaar werd ook de naam Telfort weer ingevoerd. Het samengaan van O2 en KPN ketste overigens uiteindelijk in 2004 af. In het najaar van 2004 werd een groot aandelenpakket Telfort verkocht aan investeerder Marcel Boekhoorn. Omdat hij ook een belang had in Greenfield, Capital Partners, had hij uiteindelijk 56 procent van de aandelen Telfort in handen. Ruim een half jaar later (juni 2005) maakte KPN bekend Telfort te kopen voor 980 miljoen euro. In juni 2007 schakelde Telfort zijn eigen radionetwerk uit en klanten gingen over op het KPN-netwerk. In 2019 kondigde KPN aan dat de naam Telfort gaat verdwijnen.

Acteur Leslie Nielsen maakte voor Dutchtone diverse humoristische reclamefilmpjes, waaronder deze die werd geschoten in Italië. Bekijk hier de video.

Mobiele virtuele network operators

Bij Dutchtone stapte Deutsche Telekom al vrij snel uit het consortium (om later juist in te stappen bij Ben).Wat later verkochten de banken hun aandeel aan de Vendex KBB Groep. Nadat France Telecom alle aandelen Dutchtone had verworven en ook Orange UK had gekocht, werd de naam veranderd in Orange, want onder die naam werden vanaf dat moment alle mobiele activiteiten van France Telecom samengebracht. In oktober 2007 werd Orange Nederland overgenomen door T-Mobile, de mobiele tak van Deutsche Telekom.

Het vertrek van Deutsche Telekom bij Dutchtone was in eerste instantie vreemd. Maar later werd duidelijk wat de Duitsers precies wilden. En dat was Ben. Dit was zoals gezegd een samenwerking van Belgacom en Tele Denmark. Maar de belangstelling van de Duitsers werd duidelijk toen ze in juli 2000 samen met Belgacom en Tele Denmark 320 miljoen euro neerlegden voor een UMTS-licentie (tegenwoordig bekend als 3G). Op 30 september 2002 kwam Ben volledig in handen van T-Mobile. Een half jaar later was het gedaan met de merknaam Ben, die werd ingeruild voor T-Mobile. Toch maakte Ben als merk een rentree in 2008, maar dan als ‘mobiele virtuele netwerk operator’ (een aanbieder die gebruik maakt van het netwerk van een andere operator) die eerst alleen sim-only-abonnementen aanbood.

Stabiele markt

Na de roemruchte eerste jaren van dit millennium is de markt van mobiele telecomproviders gestabiliseerd. Al jarenlang zijn er drie aanbieders met een eigen netwerk: KPN, Vodafone en T-Mobile. Wel telt ons land nog allerlei mobiele virtuele netwerk operators, maar die maken gebruik van een van die drie netwerken. Voorbeelden zijn Simyo, Youfone, AH, Aldi, Jumbo, HEMA, Kruidvat (op het KPN-netwerk), Ben, Delta, Simpel, Tele-2 (T-Mobile) en Budgetfone en Hollandsnieuwe (Vodafone). In 2017 ontstond VodafoneZiggo na een fusie tussen de Nederlandse activiteiten van Liberty Global en Vodafone. De twee gefuseerde bedrijven profileren zich nog wel onder hun eigen merknaam.

Verdienmodel providers gaat op de schop

Bellen en sms’en, tot de komst van mobiel internet was dit een uitstekende inkomstenbron voor de mobiele providers. Ook het aanbieden van databundels leverde nog flink wat winst op. Maar het mobiele internet veranderde de manier waarop we communiceren radicaal. Bellen kon plotseling ook via internetdiensten als Skype en overal waar we online waren, konden we voortaan gratis WhatsApp gebruiken. Sommige providers reageerden in eerste instantie door diensten als Skype te blokkeren, iets wat gezien de wettelijk geregelde netneutraliteit in Nederland verboden is. Partnerschappen met diensten als Spotify, waarbij het gebruik van die diensten niet ten koste ging van de databundel, moesten klanten verleiden. Inmiddels is deze zero rating-dienstverlening ook verboden, ook hier omdat het in strijd is met de netneutraliteit. De bedrijven achter de mobiele providers bieden inmiddels een veel breder pakket aan diensten, variërend van vast internet in combinatie met radio en tv tot cloudopslag en Internet-of-Things-diensten.

Van 1G naar 5G

De geschiedenis van 30 jaar gsm in Nederland startte dus op 1 juli 1994. Maar wie denkt dat gsm dus 1G is, vergist zich. Onder 1G wordt namelijk het analoge mobiele netwerk verstaan, de 1e Generatie dus. Gsm is derhalve 2G. Nu 5G een feit is, is het wel aardig om de tussenstappen nog even te benoemen. GPRS, oftewel General Packet Radio Service, was een techniek als uitbreiding op bestaande gsm-netwerken en werd daarom 2,5G genoemd. Met die technologie kon op een efficiëntere en snellere wijze mobiele data verstuurd worden (tot 20 kbps). Met 2,5G is er een constante verbinding, maar gebruikers werden alleen afgerekend op de hoeveelheid verstuurde en ontvangen data.

EDGE was de volgende stap. Ook dit werkte op bestaande gsm-netwerken (en wordt daarom ook wel 2,75G genoemd), maar was een uitbreiding op GPRS waarbij hogere snelheden (tot 60 kbps met mogelijke uitbreiding tot 1,3 Mbps) werden bereikt. UMTS (Universal Mobile Telecommunications System) wordt 3G genoemd. Ook hier was weer sprake van hogere snelheden (tot 2 Mbps). Met de toevoeging van HSDPA (High Speed Downlink Packet Access) is er sprake van 3,5G en zijn snelheden tot 14 Mbps mogelijk. En bij uitbreiding met HSDPA+ zelfs tot 84,4 Mbps. En dan komen we in de buurt van 4G. Maar er was nog één tussenstapje, namelijk LTE (Long Term Evolution), waarbij snelheden van 326Mbps mogelijk waren. Dit wordt 3,9G genoemd. LTE Advanced, dat snelheden tot 3Gbps mogelijk maakt, is het huidige 4G.

Veiling frequenties

Inmiddels hebben we 5G. Dat wil zeggen, er zijn al sinds 2020 telefoons die 5G-ondersteunen en 5G-abonnementen, maar in de praktijk is het netwerk in Nederland tot 2024 nog niet veel sneller dan 4G. Dat zit zo: tot eind 2023 is 5G alleen beschikbaar via de 700 MHz-frequentieband, waar KPN, VodafoneZiggo en T-Mobile alle drie gebruik van maken. De 3,5 GHz-frequenties, die pas echt de snelheidswinst en de lage vertraging van 5G benutten, worden pas eind 2023 geveild. Het probleem met die 3,5 GHz-band is dat er verschillende spelers aanspraak op maken. De inlichtingendiensten MIVD en AIVD gebruikten het netwerk in het Friese Burum voor het afluisteren van satellietverkeer. Satellietaanbieder Inmarsat luisterde daar ook naar noodsignalen van het internationale scheepvaartverkeer. Deze provider verhuist naar het buitenland, waardoor de veiling eind 2023 eindelijk plaats kan vinden. Voor Europa is overigens ook nog de 26 GHz-frequentieband gereserveerd voor 5G, maar die wordt voorlopig nog niet in gebruik genomen.

Overigens draait het bij 5G minder om snelheid maar juist om een lagere latency, oftewel de vertragingsduur in communicatie tussen apparaten. Bij ‘echt’ 5G zal data in 1 milliseconde verzonden kunnen worden, terwijl dat bij 4G zo’n 50 milliseconden duurt. Zeker bij technieken als zelfrijdende auto’s is een lage latency essentieel.

Uitfasering 2G en 3G

We hebben steeds meer behoefte aan netwerkcapaciteit voor het versturen en ontvangen van data. Tegelijkertijd is de capaciteit van de netwerken beperkt. 2G en 3G maken voor een deel gebruik van dezelfde frequenties als 4G. Daarom worden de oudere netwerken langzaam maar zeker uitgefaseerd. Het tempo waarmee dat gebeurt, verschilt per provider. Het verdwijnen van 2G en 3G heeft voor de gemiddelde gebruiker geen grote gevolgen. Telefoons schakelen normaal gesproken automatisch over op het beste netwerk dat beschikbaar is. In de praktijk komt dat bijna altijd neer op 5G of 4G.

Wel is het zo dat er zakelijke machine-to-machine-toepassingen zijn die gebruikmaken van het 2G-netwerk. Daarom heeft KPN besloten dit netwerk in ieder geval tot 2025 in de lucht te houden. Ook Vodafone heeft het 2G-netwerk nog niet uitgeschakeld. KPN en Vodafone hebben al wel het 3G-netwerk voor consumenten afgesloten. T-Mobile ondersteunt momenteel nog 3G, 4G en 5G.

Voorspellingen doen bleek lastig

In 1992 werd er al gesproken over de start van gsm als tweede mobiele netwerk. Op vrijdag 27 november van dat jaar publiceerde Het Financieele Dagblad een prognose over het aantal gsm-gebruikers in Nederland. Men verwachtte toen dat in 2008 het aantal van één miljoen gepasseerd zou worden. In werkelijkheid werd dat aantal al in het jaar 2000 gehaald. De groei zorgt voor onveiligheid in het verkeer: er wordt gesproken over zeker vijftien doden en enkele honderden gewonden in 2001 als gevolg van handheld bellen in de auto. In maart 2002 kwam er daarom een verbod op het in de hand houden van een telefoon tijdens het rijden. Nederland was een van de laatste Europese landen die het verbod invoerde.

Inmiddels is het verbod uitgebreid: je mag geen mobiele apparaten vasthouden tijdens het rijden. Dat betekent dat ook appen, mail of Instagram checken tijdens het rijden niet is toegestaan.