Het aantal verstuurde sms’jes is in Nederland de afgelopen vier jaar gedaald van 3,3 miljard in 2019 naar 1,8 miljard in 2022. Het aantal belminuten via een vaste lijn is in die periode gehalveerd tot 4,8 miljard in 2022. Dat staat in het interactieve dashboard van de Telecommonitor van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

De jarenlange trend van de verschuiving van vast naar mobiel bellen en van telefoontikken naar dataverbruik blijkt duidelijk uit de cijfers. Intussen leidt de opkomst van het ‘internet der dingen’ (Internet of Things, IoT) tot een sterke vraag naar telefoonnummers voor apparaten met verbindingsmogelijkheden. Bijna de helft van de daarvoor beschikbare nummers is inmiddels uitgegeven. Daarin staan nu ook gegevens over de nummeruitgifte.

Er komen steeds meer apparaten die op afstand gegevens kunnen uitwisselen, zoals slimme rookmelders of alarmsystemen. Door de opkomst van dergelijke apparaten is er ook veel vraag naar telefoonnummers voor deze toepassingen. In 2022 heeft de ACM 37 procent meer nummers uitgegeven; de snelst groeiende categorie van alle uitgegeven nummers. Van de 100 miljoen beschikbare nummers in deze categorie is inmiddels bijna de helft uitgegeven (47,5 miljoen).

Van de 06-nummers is 89 procent uitgegeven; een lichte stijging (1 procent) vergeleken met een jaar eerder. Omdat de vraag blijft stijgen, adviseert de ACM de wetgever om 06760-nummers beschikbaar te maken voor mobiele telefonie. Die nummers zijn bestemd voor toegang tot internet voor bepaalde diensten maar worden niet meer gebruikt.

Netwerkinvesteringen

Vorig jaar is meer geïnvesteerd in vaste dan mobiele netwerken. Er is 550 miljoen euro besteed aan mobiele netwerken en 2,5 miljard aan vaste netwerken, zoals de aanleg van glasvezel. Het aantal glasvezelaansluitingen is met 1,2 miljoen gestegen naar 5,7 miljoen. Er zijn nu net zoveel huishoudens met een koperaansluiting als een glasvezelaansluiting. Het aantal koperaansluitingen daalde vorig jaar met 200 duizend. Er zijn nog altijd veel meer kabelaansluitingen: bijna 8 miljoen.

Minder doorschakeldiensten

Het aantal toegekende telefoonnummers voor informatie- en abonnee-informatiediensten (zoals 0800-nummers en 0906-nummers) daalt al jaren geleidelijk. De ACM heeft zich de afgelopen jaren gericht op het voorkomen en aanpakken van misleiding bij doorschakeldiensten. Op advies van de ACM zijn daarom in 2022 de regels voor deze diensten aangepast. De ACM is strenger geworden bij zowel het toekennen van informatienummers als bij de handhaving op overtredingen.

Klik hier voor het interactieve dashboard.

Slechts 9% van de bedrijven in Nederland is goed voorbereid op toekomstige cyberaanvallen – terwijl 77% verwacht aan te worden gevallen in de komende twee jaar. Kleinere bedrijven zijn het meest kwetsbaar. Dat blijkt uit de Cybersecurity Readiness Index, een wereldwijd onderzoek uitgevoerd door Cisco.

Jan Heijdra security specialist bij Cisco Nederland: “Kleine bedrijven zien zichzelf wellicht niet als een voor de hand liggend doelwit voor cyberaanvallen, maar in de wereldeconomie zijn veel van de kleinere bedrijven belangrijke partners of een cruciaal onderdeel van de toeleveringsketen voor grotere bedrijven of de publieke sector. Dit kan cybercriminelen in staat stellen om via onderaannemers kritieke systemen te verstoren of er toegang toe te krijgen.”

Heijdra vervolgt: “Het is daarom belangrijk dat de grote en meest volwassen organisaties de kleinere bedrijven helpen met het vergroten van hun cyberweerbaarheid, zoals ook staat omschreven in de Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022 – 2028.”

Cisco’s Cybersecurity Readiness Index, onderzocht de paraatheid op vijf verschillende gebieden: identiteitsbeheer, apparaten, netwerken, cloud gebaseerde toepassingen en gegevens. Het zijn de laatste twee categorieën waar de mate van paraatheid qua beveiliging het laagst is. Als het gaat om de bescherming van gegevens, bevindt bijna een kwart (24%) van de bedrijven zich op het allerlaagste niveau van paraatheid. Als het gaat om cloudapplicaties, haalt slechts 28% een van de twee hoogste niveaus.

Heijdra geeft drie tips voor kleine bedrijven:

 Doe wat mogelijk is en doe het nu

Ook als je niet de financiële kracht hebt om grote, ingrijpende veranderingen door te voeren, zijn er altijd wel enkele maatregelen die onmiddellijk kunnen worden getroffen. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om nu al na te denken over wat de mogelijkheden zijn qua dataherstel naar een cyberaanval. Ook is het aan te raden om regelmatig te testen: simuleer een aanval om werknemers te trainen, zodat zij precies weten wat ze moeten doen in het geval van een echte aanval. Bovendien is dit een goede manier om eventuele zwakke punten te ontdekken voordat een cybercrimineel dit doet.

Creëer een cultuur waar cyberbeveiliging centraal staat

Het creëren van betrokkenheid en belangstelling onder werknemers voor securitymaatregelen hoeft niet veel tijd en geld te kosten. De resultaten kunnen echter van onschatbare waarde zijn, aangezien de overgrote meerderheid van de cyberaanvallen gericht is op mensen en niet op infrastructuur. Hier is het belangrijk dat de boodschap positief is, met als doel dat werknemers de eerste verdedigingslinie vormen tegen cyberdreigingen. Bovendien moeten organisaties zorgen voor een cultuur waarbij werknemers worden aangemoedigd om zo snel mogelijk een melding te doen van een risicovolle situatie, zoals het per ongeluk geklikt hebben op een mogelijk malafide link.

Zie de voordelen van kleinschaligheid

Het zijn niet alleen kleinere bedrijven die moeite hebben om de cybersecuritywedloop bij te benen. Hetzelfde geldt voor de grootste bedrijven, waar veranderingen vaak complexer zijn en langer duren, vooral omdat zij rekening moeten houden met de bestaande infrastructuur. In een kleine organisatie is het gemakkelijker om wendbaar en flexibel te zijn en buiten de gebaande paden te denken. Het is ook eenvoudiger om de zogenoemde ‘cybersecuritycultuur’ op te bouwen, er activiteiten omheen te creëren, alle werknemers erbij te betrekken en van cybersecurity een gemeenschappelijk doel te maken. Praten over zaken als CEO-fraude krijgt meer respons wanneer werknemers dicht bij het management staan.

Copaco breidt het cloudportfolio uit met de cybersecurity-oplossing van QS solutions. Met deze samenwerking willen ze de digitale beveiliging verbeteren van Copaco Cloud-partners.

De Cyber Security Assessment Tool (CSAT) beoordeelt de huidige beveiligingsstatus van een organisatie en geeft vervolgens concreet advies voor verbeteringen.

Door de inzet van CSAT stellen de Copaco Cloud-partners een actieplan op om de hybride IT-omgeving van eindklanten beter te beveiligen. De tool verzamelt  beveiligingsgegevens van o.a. endpoints, lokale en/of cloudinfrastructuur en Microsoft Cloud. Daarnaast gebruikt CSAT een vragenlijst om gegevens te verzamelen over het beleid, procedures en andere indicatoren. Hierdoor kunnen klanten snel aan de slag met het updaten van hun security.

“We merken dat veel partners het lastig vinden om digitale security met hun klanten te bespreken en te vertalen naar verkoopbare oplossingen die ook begrepen worden. CSAT maakt dit eenvoudig met inzichten, rapporten en presentaties waardoor een klant de waarde  van deze technische oplossingen ook echt ziet.” aldus Rob van den Bogaard, Teammanager Sales van Copaco Cloud.

Wat gebeurt er als jij of je klant wordt getroffen door een ransomware-aanval? Welke scenario’s gaan dan lopen en wat moet je doen? En natuurlijk de hamvraag: kun je onder de betaling uitkomen? Een verslag van een real-life case.

We schrijven het vaak: het is niet de vraag óf je getroffen wordt door cybercriminelen, maar wanneer het gebeurt. En daarbij benadrukken we graag de rol die de ms(s)p kan spelen bij het beschermen van de klant. In dit artikel beschrijven we het verloop van een ransomware aanval op Bilthoven Biologicals. En de samenwerking met hun IT-partners bij het oplossen van het incident. Voor al deze partijen was het de eerste grote confrontatie met cybercriminelen.

Grote fabrikant van vaccins

De vestiging in Bilthoven werkt in zeer hoge mate zelfstandig, ook qua IT, maar is onderdeel van een groter concern met hoofdkantoor in India. Bilthoven Biologicals is de voortzetting van het voormalige Nationaal Vaccinatie Instituut en was lang onderdeel van het RIVM.

Dag één van de ransomware aanval

Op 20 september vorig jaar begon de ransomware aanval. “Dat wisten we toen nog niet,” blikt Paul Vries, IT Infrastructure Architect bij Bilthoven Biologicals terug, “maar naderhand bleek dat de aanvaller die dag na werktijd binnendrong.” Op dat moment was geen sprake van actieve monitoring, dus werd het incident niet direct geregistreerd.

Korte incubatietijd

Al op 21 september, dag twee nadat de indringers hun malware activeerden, was duidelijk dat er afwijkende patronen te zien waren op het netwerk. Die ‘incubatietijd’ is erg kort. “Klopt,” reageert Vries. “Soms zijn criminelen al maanden binnen voordat ze de ransomware activeren.” Uit forensisch onderzoek bleek al snel dat een medewerker op een privé-laptop onbewust het incident veroorzaakte. Simpel gezegd liepen qua wachtwoorden zakelijke en privé-activiteiten door elkaar heen. “Dat is meteen een eerste les die we nadrukkelijk leerden. Wees erg voorzichtig met werkapplicaties die je op een device installeert dat je ook privé gebruikt.” Dat dit sinds we massaal thuis- of hybride-werken een uitdaging is, is duidelijk. “We hadden geen monitoring op de privé-devices. Dat is ook lastig, maar we hebben ook daar stappen in gezet inmiddels.”

Vage klachten

Aanvankelijk was er op die 21e september eigenlijk, om in medische termen te blijven, sprake van ‘vage klachten’. Medewerkers konden niet meer bij het intranet of kwamen niet meer bij bestanden op hun homedrive. Het bleken allemaal zaken die gekoppeld waren aan de Active Directory van de onderneming.

In de loop van de ochtend zag je de, zoals dat in securitytermen heet, laterale verspreiding: steeds meer mensen ondervonden problemen. “Toen was duidelijk dat we werkelijk een probleem hadden.” Het duurde niet lang voordat de IT-afdeling een ransomware-note vond met verwijzing naar een TOR-adres om te betalen. “Het was dus overduidelijk een geslaagde ransomware aanval.”

Er werd een fors team bij elkaar geroepen. “Een groot voordeel was dat we sinds corona gewend waren aan het gebruik van Teams en dat werkte nog gewoon. Er was dus ruimte voor veilige communicatie.” Naast de eigen vaste medewerkers en gedetacheerden zoals Vries, kwamen ook medewerkers van KEMBIT, de msp van Bilthoven Biologicals erbij.” Ook de verantwoordelijken van de Operationele Techniek (OT), die verantwoordelijk zijn voor de automatisering van de productie-omgeving waren gealarmeerd. “Dat domein was gelukkig niet getroffen.”

Belangrijke productielijn stond stil

Het team besprak verschillende scenario’s. “Natuurlijk kun je alles uitzetten, maar dan stopt ook het productieproces. Je kunt het produceren en testen en vaccins niet zomaar onderbreken, dat weet iedereen hier in het bedrijf.” Gelukkig bleek het niet al te lastig het productiedomein te isoleren. “Waarbij we eerlijk moeten zeggen dat de grootste productielijn van ons juist die week stillag vanwege onderhoud.”

Een disaster recovery plan is essentieel om snel te herstellen na een ransomware-aanval.

Op 22 september, dag drie, kon IT starten met het herstellen van de domein controllers, DNS en andere cruciale infrastructuurcomponenten die geraakt waren. “Op die basis konden we ook het herstelplan dat onze partner AnyLinQ voor onze CommVault oplossing ontwikkeld had activeren.” Pas eind maart was de onderneming gestart met het verbeteren van de beveiliging van die CommVault oplossing. “We zaten eigenlijk nog vol in het verbeterproces. Gelukkig hadden we juist de belangrijkste onderdelen al beter beveiligd. Daardoor konden we vrijwel alle getroffen systemen vanuit CommVault terugzetten.”

Daardoor kwamen op die dag belangrijke systemen al terug. Op dat moment was ook duidelijk, dat door de totaal gescheiden back-up het niet nodig zou zijn werkelijk te onderhandelen met de criminelen. “Contact met hen is ook nooit de intentie geweest. De basis van onze IT was al veilig in de back-up. Dat heeft ons in zekere zin gered.”

Geen disaster recovery plan

Deze mijlpaal leidde ertoe, dat op 23 september, dag vier, de eerste bedrijfsprocessen al hersteld konden worden. “Vervolgens konden we dag na dag alle applicaties weer opstarten. Daar hadden we uiteindelijk nog vijf dagen voor nodig, ook omdat de optimale volgorde van herstel niet bepaald was.” De organisatie had toen nog niet echt een disaster recovery plan. “Dat hebben we nu wel, want je komt echt voor de vraag te staan welke processen je het eerst herstelt.”

Vries vertelt dat de afdeling HR al snel meldde niet bij CV’s van sollicitanten te kunnen, dat leek een dringend probleem. Maar het leek veel urgenter te zijn ervoor te zorgen dat Finance facturen kon opstellen. “Maar in beide gevallen merk je vervolgens pas dat de koppeling met een mailapplicatie wel essentieel is. En laten we eerlijk zijn: die mailserver stond wellicht niet heel hoog op onze prioriteitenlijst. Hier hebben we van geleerd dat het belangrijk is om alle relaties en afhankelijkheden tussen applicaties en processen in kaart te brengen.”

Het proces van vaccins maken had natuurlijk de hoogste prioriteit, sluit Vries af. “Maar een disaster recovery plan moet dus echt veel verder gaan. Elk bedrijf zal zijn kroonjuwelen kennen, maar die zijn weinig waard zonder een werkende en veilige omgeving.”

Ericsson-dochteronderneming Cradlepoint heeft Ericom Software overgenomen. De oplossingen van Ericom voor zero trust en vanuit de cloud aangeboden IT-beveiliging zullen de basis vormen van de nieuwe clouddienst Cradlepoint NetCloud Threat Defense.

De nieuwe clouddienst is speciaal ontwikkeld voor interoperabiliteit met de recent geïntroduceerde oplossing NetCloud Exchange SD-WAN. Hoewel NetCloud Threat Defense voor 5G is geoptimaliseerd, is de dienst bedrijfsbreed inzetbaar binnen elke netwerkinfrastructuur.

De overname van Ericom vormt volgens Cradlepoint een belangrijke pijler van de strategie van het bedrijf om een integrale zakelijke dienst voor de beveiliging van 5G-omgevingen te ontwikkelen.

“De expertise van Cradlepoint op het gebied van bedrijfsnetwerken en de innovatieve oplossingen van Ericom voor beveiliging op basis van SSE en zero trust bieden ons krachtige mogelijkheden om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar vanuit de cloud aangeleverde oplossingen voor netwerkbeveiliging,” aldus David Canellos, de CEO van Ericom.

De helft van de Nederlandse organisaties (47%) maakt momenteel al gebruik van 5G. Dat blijkt uit onderzoek van NTT DATA onder 500 IT-professionals.

De top drie voordelen van 5G zijn volgens de ondervraagde IT-professionals: het zorgen voor een hogere snelheid (65%), het verhogen van de productiviteit (30%) en een betere gebruikerservaring (18%). Bovendien wordt 5G door 18% aangewezen als meest populaire opkomende technologie voor minder downtime.

Ondanks deze voordelen maakt 42 procent van de organisaties nog geen gebruik van 5G. Achttien procent hiervan heeft ook geen concrete plannen om met de technologie aan de slag te gaan. De voornaamste redenen hiervoor zijn: 5G kan de dienstverlening niet verder helpen (34%), een gebrek aan interesse (21%) en de perceptie dat de technologie nog niet voldoende ontwikkeld is (14%).

Jeetinder Purwaha, Telecom Consulting Lead Benelux bij NTT DATA: “Natuurlijk kunnen organisaties niet alle nieuwe technologieën die voorbij komen toepassen. Maar 5G is er zeker één om verder te bekijken. Naast een hoge snelheid biedt 5G ook andere functies, zoals low-latency en edge computing, die nodig zijn voor tijdkritische acties.”

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van NTT DATA door PanelWizard onder 503 Nederlanders (18+) in loondienst die hun huidige functie kunnen omschrijven als IT-er, IT-manager of IT-specialist.

Fortinet heeft zijn Network Security Expert (NSE) Certification-programma uitgebreid. Het bedrijf wil op die manier de pool van security-vaardigheden vergroten als antwoord op het nijpende tekort aan beveiligingstalent.

Deze verbeteringen gaan later dit jaar van kracht. Fortinet heef onder meer zijn trainingsaanbod beter afgestemd op diverse loopbaantrajecten op het gebied van IT-beveiliging. De namen van certificeringen zijn aangepast om effectiever blijk te geven van het kennisniveau en de vakkundigheid van professionals.

Fortinet lanceerde in 2015 het NSE Certification-programma als antwoord op het tekort aan security-vaardigheden. Het NSE Certification-programma zal zich meer gaan richten op trainingen die aansluiten op veel gevraagde functies, zoals specialisten in cloudbeveiliging en security operation center (SOC)-analisten. Volgens een recent rapport van Fortinet zijn deze twee functies het sterkst in trek bij werkgevers.

De uitbreidingen van het certificeringsaanbod van Fortinet gaan de pijler vormen van het Fortinet Training Institute, dat ook voorziet in het Education Outreach-programma, Academic Partner-programma en Authorized Training Center-programma.

STULZ heeft de STULZ Micro DC geïntroduceerd, een alles-in-één oplossing voor micro datacenters in één enkel rack. De STULZ Micro DC heeft een gestandaardiseerd en modulair ontwerp met vooraf geconfigureerde opties.

“We leggen ons toe op het leveren van datacentertechnologie die exact aan de behoeften van de klant voldoet”, legt Dushy Goonawardhane, managing director bij STULZ Modular uit. “Ons nieuwe datacenter in een rack is in nauwe samenwerking met onze beste partners ontworpen door middel van ‘ken-je-klant’ bijeenkomsten die we over de hele wereld houden.”

Goonawardhane: “De flexibiliteit die de STULZ Micro DC biedt door de mogelijkheid om zowel met een enkel rack als in multi-rack configuratie te werken, betekent dat de eindgebruiker extra IT-hardware naar behoefte kan toevoegen. Extra modules kunnen snel en gemakkelijk worden geïnstalleerd om de vitale infrastructuur te upgraden of extra computervermogen toe te voegen.”

De STULZ Micro DC is ontworpen en ontwikkeld voor toepassingen als high performance computing (HPC), content delivery netwerken (CDN), uitbreidingen van telecomnetwerken en IoT.

Veertig procent van de bedrijven in de Benelux heeft zijn medewerkers nog nooit enige vorm van cybersecurity awareness-training laten volgen. Dat blijkt uit een onderzoek van Telindus en moederbedrijf Proximus onder 270 CEO’s, CI(S)O’s en IT-managers.

Ruim driekwart (78%) heeft als het gaat om cybersecurity voor het komende jaar de grootste focus liggen op preventie. De top drie prioriteiten voor de komende twaalf maanden zijn hierbij employee security awareness programma’s (26%), cybersecurity technisch maturity level (19%) en securitybeleid en strategie (18%).

Het overgrote deel van de respondenten uit het onderzoek (83%) is bezorgd om (opnieuw) geconfronteerd te worden met een cybersecurity-incident. Momenteel biedt 24 procent van de bedrijven eenmaal per jaar een cybersecurity-training aan en 37 procent biedt dit al meerdere keren per jaar aan. Grotere organisaties lopen hierbij ver voor op het mkb.

Joris Leupen, CEO van Telindus: “Je kan je IT-infrastructuur nog zo goed beveiligd hebben, ‘human hacking’ blijft altijd een risico. Hierbij worden nietsvermoedende gebruikers ertoe aangezet om gegevens bloot te geven, malware-infecties te verspreiden of toegang te verlenen tot afgeschermde systemen. Cybersecurity awareness-trainingen zorgen ervoor dat medewerkers binnen een bedrijf een extra verdedigingslinie vormen tegen cybercriminelen. Het aanleren van veilige IT-gewoonten, het identificeren van phising en ransomware en het doen van een oefening met een cyberaanval zijn enorm leerzame activiteiten waarmee het verschil gemaakt kan worden.”

Veeam Software lanceert het Veeam Competency Program voor Veeam Value-Added Resellers (VVAR’s) en Veeam Cloud & Service Provider (VCSP)-partners. Het programma biedt expertise en middelen om klanten en partners te ondersteunen in het gebruik van het onlangs gelanceerde Veeam Data Platform, dat Veeam Backup & Replication v12 als basis heeft.

Uit het Veeam Data Protection Trends Report 2023 blijkt dat 55% van de organisaties wereldwijd zich richt op het verbeteren van de betrouwbaarheid en het succes van back-ups om te voldoen aan interne doelen op het gebied van Recovery Point Objective (RPO), Recovery Time Objective (RTO) en Service Level Agreement (SLA). Bedrijven hebben echter vaak niet de nodige interne vaardigheden en middelen om de bestaande IT-strategie te optimaliseren. Een ecosysteem van gecertificeerde partners vult die leegte.

Het Veeam Competency Program heeft als doel “ProPartner Competency” op te bouwen via een partnernetwerk. VVAR’s en VCSP-partners die in aanmerking komen kunnen een aanvraag indienen om hun use case-specifieke aanbod te laten auditen door Veeam. Elke bereikte go-to-market en technische competentie wordt vervolgens beloond met een geverifieerde Veeam-badge. Dit nieuwe vaardigheidsniveau zal worden benadrukt door een premium plaatsing in de Veeam ProPartner Directory, een lijst met Veeam-partners voor klanten die op zoek zijn naar een geschikte IT-partner.

“Ons succes is gebaseerd op de nauwe samenwerking met onze partners”, zegt Larissa Crandall, Vice President Global Channel and Alliances bij Veeam. “We bieden innovatie en combineren dat met de expertise van onze partners om klanten een perfect op elkaar afgestemde oplossing te bieden die zorgt voor de beste bescherming en herstel van hun gegevens. Als honderd procent kanaalgestuurde organisatie zet Veeam zich in om ervoor te zorgen dat partners toegang hebben tot de meest waardevolle bronnen en trainingen om de beste resultaten voor klanten te leveren. Daarom zijn deze nieuwe verbeteringen in het programma ontworpen in samenwerking met onze partners op een manier die hen in staat stelt het potentieel van de totale adresseerbare markt aan te boren.”

Het Veeam Competency Program zal een centraal thema zijn tijdens VeeamON 2023, dat van 22 tot 24 mei plaatsvindt in Miami, Florida, en ook online is te volgen.