Te veel organisaties denken nog altijd dat een hack hooguit bij de buren plaats zal vinden en niet bij henzelf. Als je dan toch wordt aangevallen, moet je weten wat je te doen staat. Hierbij komt de Incident Response-service van NetWitness van pas. “Direct alle stekkers uit de netwerkapparatuur trekken, is het onverstandigste wat je kunt doen.”

Tijdens de pandemie is, met de versnelde digitalisering, het aantal cyberdreigingen flink toegenomen. Daar komt bij dat ­hackers steeds betere tools hebben en steeds strategischer te werk gaan. “Een hacker zet meestal niet direct de aanval in, maar gaat eerst eens rustig bekijken waar de kroonjuwelen zich bevinden,” vertelt Hielke Veltman, Channel Alliance Manager bij NetWitness.

Paniekreactie

Wanneer een organisatie een ongenode gast opmerkt, is vaak de eerste reflex alle kabels uit de netwerk­apparatuur te trekken en de oude back-up herstellen. “Dat is een ­paniekreactie voor de korte termijn. Een hacker heeft dan juist in de ­gaten dat hij is ontdekt. Wij zeggen altijd: the postman always rings ­twice. Een hacker komt vaak terug om alsnog toe te slaan als de dijk­bewaking niet is versterkt.”

Waar te beginnen?

Naast diensten voor Network Detection and Response en Endpoint ­Detection and Response (gezamenlijk aangeduid als XDR (eXtended Detection and Response) biedt NetWitness ook Incident Response als service aan. Daarbij stelt de specialist zich op als agnostic vendor: het is niet nodig om SIEM- of XDR-diensten van NetWitness af te nemen.

Organisaties hebben vaak geen idee van de collateral damage

“Veel organisaties willen meer dan de firewalls en andere securitymaatregelen die ze al hebben getroffen maar weten niet waar ze moeten beginnen. Hen raad ik aan op z’n minst een Incident Response-dienst te ­nemen. Zie het als een verzekering, maar dan een die niet uitkeert, maar met jou op zoek gaat naar de hacker en naar een oplossing om nu en in de toekomst erger te voorkomen. Dat kan ertoe leiden dat we gaan onderzoeken waarom de hack heeft plaatsgevonden. Was het een doelgerichte aanval of heeft iemand op een phishing-link geklikt? Moet ik wat doen aan bewustwording? Dat is iets waar onze partners dan weer sterk in zijn: vooraf onderzoeken of je up-to-date bent en via pentesting het hele netwerk scannen. Ook kunnen zij je medewerkers trainen met een bewustwordingscampagne.”

Hielke Veltman

Flexibele schil

Wordt een organisatie gehackt, dan is meestal niet de menskracht aan­wezig om het te onderzoeken. Daarmee biedt de Incident Response-service een flexibele schil. “Dat is geen overbodige luxe, zeker niet als je geen zaken meer kunt doen en je niet weet hoe je met de pers moet omgaan. Vaak hebben organisaties wel een globaal idee van de schade, maar niet van de collateral damage.” Als het eenmaal nodig is om op incidenten te reageren, kan dat fysiek of op afstand. “We doen dit altijd binnen Europa en houden daarbij vanzelfsprekend rekening met de AVG.”

Dit artikel verscheen eerder in het ChannelConnect Security & Privacy Dossier 2022

 

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een korte reactie op. Deze week: Jaap-Jan Wever van UiPath. 

Jaap-Jan Wever, Regional leader Benelux bij UiPath, selecteerde het artikel waarin ChannelConnect schrijft over de Trends die in 2023 spelen voor MSP’s.

“Zo rond deze tijd van het jaar zijn artikelen over trends niet ongewoon. De trends genoemd in het artikel geven MSP’s al veel ideeën, maar voor iemand die zijn hele carrière proces-optimalisatie centraal heeft staan, viel het wel op dat automatisering van de eigen dienstverlening niet genoemd werd als tip om in het aankomende marktgeweld steviger in de schoenen te staan,” geeft wever aan.

Machine learning

“Processen binnen de helpdesk bijvoorbeeld zijn vaak geschikt om met softwarerobots te optimaliseren,” gaat hij verder. “En het is ook een logische manier om te profiteren van de machine learning uit tip 11.” Het feit dat machine learning een instrument aan het worden is, waarmee bedrijven de concurrentie een stap voor kunnen blijven herkent Wever zeker. “Los van de individuele trends is de rol die MSP’s voor bedrijven innemen wellicht ook wel met die van de CIO binnen een grote onderneming te vergelijken.”

Meer doen met minder

En die rol is aan het veranderen, weet Wever. “Waar de CIO traditioneel verantwoordelijk was voor het ‘in de lucht houden van de IT’ zien wij dat zij steeds meer betrokken worden bij het innoveren van zakelijke processen, zoals sales en marketing, recruitment, ESG en analytics. Tegelijkertijd wordt aan hen gevraagd om meer te doen met minder.”

Nog veel te ontdekken

Voor dezelfde opgave staan de MSP’s. Hoe meer zij hun klanten kunnen ondersteunen met de innovatie die de bedrijven moeten doormaken, hoe succesvoller ze kunnen zijn. “Daarom is tip 12 tot slot het minst herkenbaar. Er is nog zoveel te ontdekken, toe te passen en optimaliseren in bestaande ondernemingen dat opnieuw beginnen helemaal niet nodig is om zinvol bezig te zijn. In de meeste gevallen is dat vooral zonde van de tot nu toe opgebouwde expertise en het tegengestelde van wat ons in de komende tijd verder brengt.”

Nog steeds bevatten websites trackers. Het is lastig te controleren of die website trackers inbreuk maken op de AVG-wetgeving. Omdat trackers vooral op technologiesites geplaatst worden, is het voor IT-dienstverleners goed te weten dat deze praktijk ook op politiek niveau tot discussie leidt.

Op Nederlandse websites staan gemiddeld 13 ­trackers. De trackers ver­zamelen gegevens van mensen die de sites bezoeken. Partijen als Google en Facebook gebruiken deze informatie om advertenties nauwkeurig op het zoek- en bezoekgedrag van internetgebruikers af te stemmen. Nederlandse shopping-, tech- en streamingwebsites hebben de meeste trackers, gemiddeld 19. Maar zelfs op overheidssites vinden we trackers (zie afbeelding). Dit feit leidde onlangs tot Kamervragen, waarin de VVD-fractie vroeg naar de impact van trackers op security en privacy en gebruikers.

Meeste website trackers van Google

De meeste trackers op Nederlandse websites zijn eigendom van derden. Ongeveer 30% van de trackers is van Google, 11% van Facebook en 7% van Adobe. Deze bedrijven gebruiken de gegevens die ze verzamelen voor marketingdoeleinden.

Onderzoekers van NordVPN analyseerden de 100 populairste websites in 25 landen over de hele wereld. Met behulp van drie verschillende trackerblockers zagen ze hoeveel trackers (zoals een cookie of een trackingpixel) de websites gebruikten. Dit om meer over hun gebruikers te weten te komen.

Vergeleken met andere landen bevatten sites in ons land ­minder website trackers dan elders. Het aantal webtrackers hangt vooral af van de wet­geving omtrent gegevensbescherming in een land. Daarom hebben websites in Midden- en Noord-Europa, waar men de AVG-regels toepast, minder trackers dan in de VS.

Website trackers verzamelen gegevens

Trackers bevinden zich meestal in de broncode van een website. Ze zijn voor gewone gebruikers moeilijk te detecteren. Het soort informatie dat trackers verzamelen kan bestaan uit het IP-adres en de locatie, de browse­geschiedenis, het aantal klikken van gebruikers op een website, de items die ze bekeken en voor hoe lang, plus gegevens over de browser en het apparaat dat wordt gebruikt.

Aan de ene kant kunnen trackers websitebeheerders helpen de ervaring van gebruikers te verbeteren door te analyseren hoe bezoekers de tijd op hun website doorbrengen. Aan de andere kant helpt deze informatie echter om een gebruikersprofiel op te stellen waarvan partijen als Google, Facebook en Adobe profiteren. Zij gebruiken deze profielen om meer gerichte en opdringerige advertenties aan te bieden die gebruikers van website naar website volgen.

Risico cybercriminelen

Het ergste scenario is als cyber­criminelen deze gegevens in handen krijgen. Ze kunnen dan een gedetailleerd portfolio over iemand samenstellen en dit tegen hun slachtoffer gebruiken in een phishing-aanval door een gepersonaliseerd en geloofwaardig bericht op te stellen. Om die reden is het van groot belang dat websites van de overheid heel zorgvuldig omgaan met trackers.

TU Delft publiceerde echter in juli een onderzoek waaruit duidelijk werd dat websites van provincies en gemeenten de privacywet overtreden. Er worden tracking­cookies geplaatst zonder toestemming van bezoekers. De VVD stelde er Kamervragen over aan staatssecretaris Van Huffelen (D66). De fractie wilde onder meer weten waarom overheden cookies gebruiken en aan welke eisen met betrekking tot cookies van derden een overheidswebsite moet voldoen.

Overheid wil goede voorbeeld geven

Van Huffelen geeft in haar antwoord aan dat ze het belangrijk vindt dat ‘burgers veilig gebruik kunnen maken van de websites van de overheid, en dat hun privacy daarbij wordt verzekerd.’ Ze is zich bewust van de gevaren die het gebruik van website trackers met zich mee kan brengen, blijkt uit haar antwoord: “Het plaatsen van trackingcookies door derden staat daarmee op gespannen voet. De overheid moet natuurlijk het goede voorbeeld geven. Het is daarom vanzelfsprekend en noodzakelijk dat overheidswebsites in ieder geval voldoen aan de huidige wetgeving.”

De staatssecretaris meldt dat met ‘medeoverheden een handreiking [wordt] opgesteld voor het goed implementeren van de relevante wetgeving bij overheidswebsites.’ Het is nog niet bekend wanneer de gesprekken gaan plaatsvinden.

Zorgen bij gebruikers

Overigens is het publiek zich er zeker van bewust dat grote tech-partijen trackers inzetten. Volgens de enquête van NordVPN maakt 42% van de Nederlanders zich zorgen dat ze gevolgd worden door social mediagiganten (zoals Facebook), 37% is bezorgd dat hun gegevens worden verzameld door informatie- en advertentie-­aggregators (zoals Google), en 33% wil niet dat marketing­bureaus hun gegevens in handen krijgen.

Adviezen die MPS’s hun klanten kunnen geven

Trackers maken geen onderscheidt tussen zakelijke laptops en privé-devices. De meeste gebruikers overigens ook niet. Voor wie de (zakelijke) identiteit beter wil afschermen, kan een IT-partner het volgende voorstellen en/of implementeren:

1. Laat de klantorganisatie VPN’s gebruiken. Een Virtual Private Network verbergt je echte IP-adres en locatie voor derden, waaronder je internetprovider, cybercriminelen, netwerkbeheerders en adverteerders.

2. Installeer bij de klant een trackerblokker. Die zorgt ervoor dat je browser geen informatie over je kan verzamelen en kan ook als adblockers werken. Sommige trackerblockers bieden ook andere cybersecurity-functies, zoals bescherming tegen malware.

3. Adviseer browsers die de privacy respecteren. Laat klanten een browser gebruiken die speciaal is ontworpen voor mensen die hun privacy willen behouden: zonder auto-­synchronisatie, zonder spellingscontrole, zonder auto-fill en zonder plug-ins.

Uit een onderzoek gemaakt in opdracht van VMware blijkt dat organisaties met een hybride werkplekbeleid vaker formele meetinstrumenten gebruiken om de impact te meten dan organisaties waar werknemers alleen op kantoor mogen werken. Investeringen in automatiseringstechnologie zijn volgens de respondenten cruciaal om hybride werken tot een succes te maken.

Het onderzoek laat zien hoe de mening van respondenten over waar ze het meest innovatief zijn niet overeenkomt met waar ze het liefst zouden werken. 81% van de respondenten in EMEA is meer tevreden over hun werk wanneer ze dat op een zelfgekozen locatie kunnen doen. Daarnaast ziet meer dan de helft (56%) van de respondenten in EMEA die zowel op kantoor als op afstand kunnen werken een verhoogd moreel, meer creativiteit (52%) en meer samenwerking (53%) in hun teams sinds de pandemie.

Meer implementatie

“Economische onzekerheid zorgt ervoor dat organisaties nog meer focussen op innovatie en productiviteit, maar dit mag niet ten koste gaan van alle vooruitgang die we hebben geboekt in het ontwikkelen van flexibele manieren van werken”, zegt Erik de Geus, Senior Regional Director Benelux, VMware. “Onderzoek toont aan dat hybride werken gelukkigere, meer betrokken teams creëert die meer samenwerken, wat kan leiden tot een verhoogde productiviteit. Werknemers geloven dat ze het beste werk kunnen leveren als ze de keuze krijgen om hybride te werken, inclusief de tools die dit ondersteunen. Veel bedrijfsleiders geloven echter dat het kantoor innovatie stimuleert. Ons onderzoek suggereert dat meer organisaties formele meetinstrumenten moeten implementeren om de impact te meten, om ervoor te zorgen dat de perceptie niet zwaarder weegt dan de realiteit. Organisaties met een hybride werkbeleid nemen dit duidelijk zeer serieus.”

Innovatie, productiviteit en flexibiliteit

Meer dan driekwart (79%) van de ondervraagde organisaties in Nederland is van plan om de komende twaalf maanden aanzienlijk meer te investeren in hun digitale cultuur en een derde (33%) geeft prioriteit aan investeringen die innovatie en creativiteit stimuleren.

Van de organisaties die meer hebben geïnvesteerd in automatisering, investeert een derde (34%) van de organisaties in Nederland in automatisering om de werknemerservaring te verbeteren en de productiviteit te verhogen. Daarnaast wil 45% automatisering toepassen om innovatie te versnellen en 36% wil operations sneller en goedkoper maken. Organisaties met een hybride of anywhere-work-beleid doen de meeste investeringen in vergelijking met organisaties waar werknemers alleen op kantoor mogen werken.

Andere resultaten van het onderzoek zijn dat werkgevers weer de overhand krijgen binnen de machtsverhouding tussen werkgevers en werknemers, dat er grote tekorten aan talent zijn en dat automatisering het anywhere en hybride werken faciliteert.

NETGEAR is geen onbekende in de IT-wereld. Nu WiFI 6E snel terrein aan het winnen is, heeft NETGEAR met zijn porfolio de oplossingen in huis om zijn partners te helpen mooie resultaten te behalen. Een gesprek met Gillian Roseval, een NETGEAR pre-sales engineer die partners helpt bij maatwerk bij hun klanten.

Gillian Roseval: “Ik ben recent bij NET­GEAR in dienst getreden en sta geheel in dienst van onze partners. ­NETGEAR  heeft een breed portfolio IT-oplossingen, maar om die succesvol in te zetten is een weloverwogen design nodig. Dat is precies waar ik een rol kan spelen.” Dat de vraag naar WiFi 6E-­implementaties in een stroomversnelling gekomen is, is evident.

Ook nu weer heeft corona het IT-landschap flink veranderd. Aan het begin van de pandemie werden mensen met hun laptop, tablet en smartphone naar huis gestuurd. Dat was niet eenvoudig, want op dat moment werden ineens veel zwaardere eisen aan het thuisnetwerk gesteld. De bandbreedte moest hoger en de dekking moest er in alle hoeken zijn. Consumenten begonnen in rap tempo te inventariseren en hebben thuis WiFi ­versie 6 uitgerold.

Dat de vraag naar WiFi 6E-implementaties in een stroomversnelling gekomen is, is evident

Op dit moment is iedereen terug naar kantoor en dan duiken er problemen op want de manier van werken is in de ­hybride omgeving anders. Medewerkers gebruiken draadloze systemen en bewegen zich vaker door het pand, ook omdat er geen vaste werkplekken meer zijn. ­Bovendien zijn vaste netwerkaansluitingen soms verdwenen of sterk verminderd. Het kantoor is niet ingesteld op de ­nieuwe eisen van de gebruikers.

Risico’s door shadow IT

Roseval: “Nu kantoren ontdekken dat hun WiFi niet voldoet, zie je ineens ­ongewenste initiatieven. Shadow IT, waarbij medewerkers buiten alles om zelf een oplossing bouwen, duikt weer op. Die shadow IT is gevaarlijk en lost het kernprobleem niet op.” ­Bedrijven ­kloppen dus bij de partners van ­NETGEAR aan om hulp.

Roseval: “Wij hebben veel componenten voldoende op voorraad, we kunnen dus snel leveren. Voor een succesvolle implementatie moeten we leveren wat ­nodig is. Samen met de betrokken ­partner ga ik aan de slag om op basis van de ­plattegronden van kantoren een optimaal ­WiFi-design te maken. De partner kan deze service gratis ­gebruiken en daarna zelf aan de slag om succesvol te zijn. Zij rollen dan WiFi 6E uit, een versie met een snelle extra backbone op 6 GHz en nog meer ­capaciteit. Daarmee zijn alle applicaties en de draadl­oze ­systemen van de ­moderne kantoor­werker ­probleemloos te gebruiken.

Dit artikel verscheen eerder in het ChannelConnect Security & Privacy Dossier 2022

Een flink deel van de Nederlandse bedrijven binnen het mkb heeft geen moeite met het overwegen van illegale alternatieven van bedrijfssoftware. Dat blijkt uit onderzoek van beveiligingsbedrijf Kaspersky. 

Volgens het onderzoek gaf maar liefst 18 procent van de Nederlandse besluitvormers toe bereid te zijn illegale alternatieven van bedrijfssoftware te gebruiken om de IT-uitgaven te beperken, nu de kosten van levensonderhoud en de stijgende inflatie de economie aantasten. Bij grotere bedrijven (250-999 werknemers) liep dit percentage op tot maar liefst 33 procent. Het onderzoek werd uitgevoerd onder 100 Nederlandse bedrijfseigenaren en besluitvormers binnen het mkb tot 999 werknemers die verantwoordelijk zijn voor bedrijfsontwikkeling en strategie.

Met het einde van het jaar in zicht zijn bedrijven druk bezig de laatste hand te leggen aan hun plannen en budgetten voor het komende jaar, die waarschijnlijk zullen worden beïnvloed door het wereldwijde economische landschap. Hoewel meer mkb’s zeggen dat cybersecurity-incidenten (19 procent) een grotere uitdaging vormen dan een recessie (11 procent), zou 13 procent toch bezuinigen op cybersecurity als ze vanwege een crisis zouden moeten bezuinigen.

Kostenbesparing op cybersecurity

Daarnaast zei 23 procent dat ze werknemers zouden vragen hun persoonlijke apparaten op het werk te gebruiken, wat volgens de onderzoekers ernstige gevolgen heeft voor de cybersecurity van bedrijven. “Dit komt doordat cybercriminelen actief schadelijke bestanden verspreiden via de meest gebruikte software, en persoonlijke apparaten niet altijd zijn uitgerust met de beste en nieuwste beveiligingsoplossingen en -updates, waardoor ze een groter infectierisico lopen.”

Malware die zich voordoet als populaire softwareproducten

Uit cijfers van het Kaspersky Security Network (KSN) blijkt dat in slechts acht maanden tijd in totaal 9.685 gebruikers te maken kregen met malware en ongewenste software die zich voordeed als de populairste softwareproducten voor het mkb. In totaal werden 4.525 unieke schadelijke of potentieel ongewenste bestanden verspreid via onofficieel verspreide (waaronder illegale) mkb-gerelateerde software.

Wat betreft de soorten programma’s die de respondenten denken te kunnen vervangen door gehackte kopieën, kiest de meerderheid voor communicatie-, verkoop- of zelfs cybersecuritysoftware. Maar liefst 28 procent stemt in met het gebruik van illegale cybersecuritysoftware.

Welke soorten software zou je vervangen door een illegaal alternatief?

“Een gebrek aan middelen is een gebruikelijke situatie voor kleine en middelgrote bedrijven, maar het gebruik van illegale of gehackte software moet volledig worden uitgesloten als een organisatie waarde hecht aan haar veiligheid, reputatie en inkomsten. Illegale softwarekopieën bevatten meestal Trojaanse paarden en miners, en bevatten niet de fixes of patches die door ontwikkelaars zijn uitgebracht om kwetsbaarheden te dichten die door cybercriminelen kunnen worden uitgebuit. Officiële gratis alternatieven zijn veel betere opties voor wie geld moet besparen op IT”, aldus Jornt van der Wiel, Senior security researcher, Global Research & Analysis team, Kaspersky.

Met ruim 1.200 channelpartners wereldwijd, wil Okta het partnerprogramma naar een hoger niveau tillen. Om dat te bereiken stelde de identity management specialist eerder dit jaar Bill Hustad aan als Senior Vice President Partners en Allianties. Tijdens zijn tour door Europa afgelopen week sprak hij ChannelConnect over de lancering van het nieuwe partnerprogramma, gepland voor begin 2023.

Hustad onderzoekt momenteel of een badging- of puntensysteem voor oplopende niveaus een zinvolle toevoeging is voor het nieuwe partnerprogramma. Andere opties zijn kortingen voor partners om te investeren in hun bedrijfs- en markt ontwikkelingsfondsen, en adviesgroepen om feedback van partners te krijgen.

“Ik zie het nieuwe partnerprogramma als mijn product voor Okta én voor onze partners. We hebben een stappenplan uitgewerkt voor een succesvolle uitrol”, licht Hustad toe. “Omdat we blijven groeien en we onze partners méér willen laten profiteren van de samenwerking, investeren we in betere partnerbegeleiding op het gebied van productaanbod, integratie, en sales. Zo kunnen onze partners sneller up-selling en cross-selling kansen herkennen, betere relaties opbouwen met hun klanten en meer voorspelbaarheid in hun omzet creëren, om maar een aantal voordelen te noemen.”

Okta wil nauwer optrekken met zijn partners en leren van hun ervaringen, zegt Hustad. “Het is belangrijk voor onze partners om te kunnen monitoren zien hoe succesvol ze zijn, of ze nu alleen gericht zijn op levering van Okta producten, of op het aantrekken van nieuwe business of transacties. Daarom streven we ernaar om vanuit één stem te communiceren met onze partners. Dat geeft zekerheid en transparantie.”

Bill Hustad

Zes ‘motions that matter’

Wat zijn de belangrijkste manieren waarop Okta, zijn partners en klanten profiteren van de samenwerking? Deze vraag widel Hustad sinds zijn aantreden als SVP Partners en Allianties beantwoorden. “Wat moeten onze partners doen om sterke relaties met klanten te creëren en hoe draagt dit bij aan een triple-win situatie? Wij hebben die vraag beantwoord met wat ik de six motions that matter noem: Vinden, Ontwikkelen, Beïnvloeden, Leveren, Beheren en Overeenkomen.”

Okta wil dat partners kansen vinden en creëren, en blijven doorontwikkelen, specifiek rond diens nieuwe customer identity cloud-oplossing. Omdat partners diepe relaties hebben en als eerste de pijnpunten en behoeften van de gebruikers kunnen identificeren, wil Okta dat zij proactief invloed uitoefenen. Met leveren bedoelt Hustad dat hij partners wil uitnodigen om te helpen bij de ontwikkeling van oplossingen die klantwaarde en succes stimuleren.

“En we willen dat partners beheren. Klanten “outsourcen” kritische situaties aan partners – waarvan vele identity in de kern hebben. Dat partners deze situaties beheren is voordelig voor Okta’s positie in de markt en het aanpakken van complexe oplossingen, maar ook voor adoptie, uitbreiding, cross-sell en toekomstige upgrades”, aldus Hustad.

De laatste motion, Overeenkomen, komt neer op klantkeuze. Partners kunnen namens Okta transacties uitvoeren op verschillende locaties, bedrijfssegmenten en/of modellen die waarde bieden aan Okta en de eindklant.

Alles onder één noemer

Hustad is ervan overtuigd dat, kijkend naar partnerbijdragen als geheel, Okta nog veel meer kan doen. “De omzet die gegenereerd wordt door partners van Okta is in de afgelopen paar jaar met slechts 10 procent gestegen, en dat was met het bestaande, traditionele partnerprogramma. We kunnen dit percentage flink laten stijgen”, vertelt Hustad. Met het traditionele partnerprogramma doelt Hustad op de resellers, distributie, opschaling en een groeiend sales team.

“Onze bestaande initiatieven zitten goed in elkaar. Denk bijvoorbeeld aan ons integratienetwerk, technology partners netwerk, go-to-market netwerk, en natuurlijk ons net gelanceerde (Auth0) customer identity partner netwerk. Het nieuwe programma brengt al deze elementen samen, onder één noemer.” Daar bovenop richt Hustad een partner experience team op dat onder andere verantwoordelijk wordt voor adviesgroepen. Dit om er zeker van te zijn dat alle partners van Okta regelmatig de mogelijkheid hebben om hun ervaringen en inzichten te delen. “De feedback van onze partners is essentieel om wereldwijd een duurzaam, succesvol partnerprogramma op te zetten”, concludeert hij.

Uitrol in fases

“Het programma wordt in fases uitgerold vanaf 2023. Ik voorzie dan ook meerdere lanceringsmomenten,” legt Hustad uit. De reden daarachter is dat we met een gefaseerde uitrol feedback van verschillende partners meteen mee kunnen nemen, en het programma al uitrollend kunnen doorontwikkelen. We hebben een duidelijke roadmap uitgestippeld en communiceren aan de voorkant wat onze partners in de verschillende markten op welke momenten kunnen verwachten.”

Meer dan 30 jaar geleden ontwikkelde G DATA het eerste programma dat de strijd aanbond met computervirussen. Tegenwoordig is het bedrijf een van de grote leveranciers wereldwijd van IT-beveiligingsoplossingen. Channel Connect sprak met Eddy Willems, de security evangelist, en Jihane Abid, de International Sales Manager, over de huidige trends en de recente analyses van de cyberrisico’s in de markt.

Eddy Willems is een graag geziene spreker op congressen en in bedrijven. Hij helpt bij het opbouwen van de awareness rond cybersecurity-risico’s. Willems: “Het recent namens ons uitgevoerde onderzoek laat zien dat mensen goedwillend zijn en denken dat ze weinig menselijke fouten maken bij het omgaan met cybersecurity-aanvallen. Oudere mensen denken zelfs minder vaak menselijke fouten te maken dan jongeren. Cyberaanvallen beginnen echter altijd op dezelfde manier: het aanbieden van links naar kwaadaardige software. Deze doelgerichte aanvallen komen per mail naar pc’s en mobiele telefoons. Mobiele telefoons zijn een groot risico omdat daar vaak privé en zakelijk gebruik samenkomen.”

Eddy Willems en Jihane Abid

Ontwikkelingen gaan hard

Hoewel het uitbreken van de oorlog in Oekraïne het aantal nieuwe kwaadaardige apps gereduceerd heeft, verschijnen er nog steeds minimaal vijf nieuwe apps per minuut. In de hoogtij dagen was dat zelfs 12 per minuut. Vooral Android is een gewilde prooi. Zelfs apps uit de Google Play Store zijn niet gegarandeerd veilig. En hoewel er goede beveiligingssoftware is, gebruiken weinig mensen zo’n oplossing op hun mobiele telefoon. Jihane Abid: “Op bijvoorbeeld Samsungtelefoons zit die software standaard, maar als je hem gaat activeren worden veel extra’s aangeboden waarvoor betaald moet worden. Dan haken gebruikers af. Zelfs als de basisbeveiliging van Android de mensen constant adviseert niet verder te klikken, weten hackers mensen toch te motiveren door te gaan. Omdat de telefoons zowel zakelijk als privé gebruikt worden, opent zo’n cyberaanval de weg naar de bedrijfssystemen.” Teabot en FluBot zijn voorbeelden van zulke aanvallen.

Via Google weten ze alles

Ook een simpele USB-stick die gebruikt wordt om een document tussen het privédomein en de bedrijfsomgeving uit te wisselen is een groot risico. Virussen van een geïnfecteerde privé-computer komen zo in het bedrijfsdomein om het kwade werk te doen.

Omdat de telefoons zowel zakelijk als privé gebruikt worden, opent zo’n cyber-aanval de weg naar de bedrijfssystemen

Willems: “Recent waren er voorbeelden met Uber en Cisco waarbij hackers misbruik konden maken van mensen die hun VPN-wachtwoord bij Google bewaren. Uit buitgemaakte bestanden halen ze een account met wachtwoorden en de naam van een bedrijf waar iemand werkt. Met die combinatie gaat een hacker aan de slag. Hij probeert op de bedrijfs-VPN in te loggen. Als two factor authentication aan staat, krijgt de gebruiker repeterend verzoekjes om te authentiseren dat hij wil inloggen. Een paar keer drukt men het weg, maar na het zoveelste verzoek bezwijken mensen en bevestigen ze het verzoek denkende dat ze zelf dat verzoek geïnitieerd hebben. Daarna staat de deur open.”

Trainen helpt bedrijven

Aangezien de meeste cyberincidenten veroorzaakt worden door menselijk handelen, doen ondernemers er verstandig aan om hun medewerkers te trainen op cyberbewustzijn. G DATA biedt daarom al geruime tijd security awareness trainingen aan.

Cyberaanvallen beginnen altijd op dezelfde manier: het aanbieden van links naar kwaadaardige software

Abid geeft aan dat G DATA met name via partners de eindklant wil bereiken: “Om ervoor te zorgen dat bedrijven hun beveiliging naar een hoger niveau brengen, ondersteunen wij partners met trainingen. Dit doen we natuurlijk door een goede uitleg te geven over onze trainingen, maar ook door het organiseren van bijeenkomsten. Onlangs was er nog onze jaarlijkse Tech Day op het hoofdkantoor in Bochum. Tijdens dergelijke evenementen praten we niet over hoe goed onze oplossingen zijn, maar proberen we écht de discussie aan te gaan over cyber-kwesties. Dit geeft niet alleen ons maar ook onze partners meer inzicht.”

Dit artikel verscheen eerder in het ChannelConnect Security & Privacy Dossier 2022

 

Vandaag opent Green Tech Ventures de digitale deuren van een groeiprogramma voor ambitieuze en ‘groene’ start-ups. Het programma is ontwikkeld voor start-ups die zich richten op verduurzaming, en wordt gedreven door een ervaren groep MKB-ondernemers met diverse expertises. Green Tech Ventures bestaat uit zeven ondernemers en is een groeiprogramma waarin ze op een persoonlijke manier beginnende ondernemers willen helpen om van start-up naar succesvol bedrijf door te groeien. 

Verduurzaming als focus 

De ondernemers hebben een passie en interesse voor duurzame energie. Mede-oprichter Adriaan Ackers legt uit: ‘Klimaatverandering is de uitdaging van onze tijd, het is duidelijk dat er nu iets moet gebeuren. En wij als ondernemers geloven als geen ander in de kracht van technologische innovatie. Daarnaast weten we dat van de 100 bedrijven die in een jaar starten, er over vijf jaar nog maar tien van over zijn. Voor ons was het dus een simpele optelsom om met onze ondernemerservaring bij te dragen op dit vlak.’

Begeleiden en investeren 

In het groeiprogramma komen alle facetten aan bod die van belang zijn voor het laten groeien van je bedrijf: van het juiste netwerk en businessmodel, tot een strategische business case en sterke marketing en sales. Naast coaching op al deze gebieden door de experts van Green Tech Ventures, zal de start-up ook geholpen worden door middel van financiering uit durfkapitaal. De aanpak kenmerkt zich dan ook door persoonlijk contact, waarbij vertrouwen en verbondenheid hoog in het vaandel staan. En dat is niet gek, want er wordt een langdurige samenwerking van minimaal drie jaar aangegaan.

Ambitie en commitment

‘De kracht van dit groeiprogramma is zo intens, dat een start-up in drie jaar de resultaten zal behalen waar anders tien jaar over wordt gedaan’, voegt Ackers toe. ‘Degenen die de pitches winnen, selecteren we omdat we geloven in hun product of dienst, maar ook vooral in hun ondernemerskracht om te willen groeien en impact te maken. Diegenen krijgen van ons dan ook 100% commitment en hands-on begeleiding door eenieder van ons. Kom je met de juiste dosis ambitie, dan krijg je dat van ons ervoor terug. En in een dusdanige mate, dat we succes durven te garanderen.’

Jouw ‘groene’ start-up in dit unieke groeiprogramma? 

Alle ambitieuze start-ups met een product of service voor CO2-reductie of verduurzaming, kunnen zich aanmelden op de website: www.greentechventures.nl. Uit alle aanmeldingen worden minimaal vijf start-ups gekozen om hun bedrijf te komen pitchen. Aanmelden is kosteloos en de pitches zullen begin februari 2023 worden gehouden.

Broad Horizon kondigt de aanstaande overname aan van data- en analytics specialist 2Foqus. De overname maakt deel uit van de plannen van de Broad Horizon-group om zijn data science- en business intelligence-kennis en consultancy uit te breiden en te verdiepen via een buy and build-groeistrategie. 2Foqus zal onder zijn eigen merk blijven opereren, met behoud van de naam en merkidentiteit. Dit is ook het geval bij de andere bedrijven die onder de Broad Horizon-group vallen, waarbij ze gebruikmaken van elkaars expertise.  

Jean-Yves Charlier, CEO bij Broad Horizon: “We kijken ernaar uit om 2Foqus bij ons team te verwelkomen. 2Foqus zal een cruciaal onderdeel zijn van onze totale propositie voor mid-market- en enterprise klanten in Nederland. Zij zijn experts in het implementeren van business intelligence-tooling en -processen. Daarnaast hebben zij verschillende sterke partnerships (PowerBI, Qlik, TimeXtender), waarmee ze van grote waarde zijn voor ons bestaand klantenbestand. Ook zien we mooie mogelijkheden rond het gezamenlijke klantenbestand en productaanbod van 2Foqus en een van onze bestaande merken, Cmotions, dat gespecialiseerd is in business solutions & analytics, applicatie-integratie en datamigratie.”

FourPoint ook onderdeel van Broad Horizon-group

2Foqus heeft onlangs het bedrijf FourPoints voor business intelligence-analyse, applicatie-integratie en datamigratie overgenomen. Zij opereren naast 2Foqus als een onafhankelijk label. FourPoints wordt door de overname ook onderdeel van de Broad Horizon-group.