26 procent van de Nederlandse IT’ers doet tijdens een werkdag een powernap, tegenover slechts tien procent van hun collega’s op andere afdelingen. Dit blijkt uit een onderzoek van IT consultancybedrijf Devoteam.

In het onderzoek zijn 750 professionals van IT- en andere afdelingen gevraagd naar onderwerpen als fysieke en mentale gezondheid en het bijhouden van hun kennisniveau.

Het onderzoek laat ook zien dat bijna de helft van de Nederlandse IT-professionals (45%) een grote werkdruk ervaart en ruim een kwart (28%) heeft daardoor moeite om werk en privé gescheiden te houden. Een op de vijf zegt zich verplicht te voelen om vrije tijd op te offeren voor werk. Kantoorpersoneel dat niet werkzaam is in de IT ervaart die verplichting bij een gelijke werkdruk een stuk minder. Slechts 13 procent van hen voelt zich genoodzaakt om in privétijd te werken.

Gezondheid is voor Nederlandse IT’ers een belangrijk thema, zo blijkt uit het onderzoek. In vergelijking met andere collega’s, zijn zij opvallend vaker met voeding en hun lichaam bezig. Ruim een kwart (26%) geeft aan diverse diëten te proberen tegenover slechts 16 procent van ander kantoorpersoneel. Daarnaast is een dubbel aantal IT’ers vegetarisch of zelfs volledig veganistisch.

Opvallend is dat 15 procent van de IT’ers aangeeft dat de aard van de werkzaamheden fysiek zwaar voor hen is, waar dat voor ander kantoorpersoneel slechts bij één op de tien het geval. Ook mentaal staan IT’ers sterk: bijna 11 procent van alle IT-specialisten is wel eens op retraite geweest, een afzondering voor spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening. Dat wijkt flink af van hun collega’s van andere afdelingen waar slechts vijf procent aangeeft dit wel eens gedaan te hebben.

IT-dienstverlener CTS en serviceprovider Sparkle slaan de handen ineen. Met de samenwerking zorgen de partijen voor een versnelde cloudadoptie in de Nederlandse onderzoeks- en onderwijssector, bij onder andere universiteiten, hogescholen en Universitair Medische Centra.

De samenwerking vindt plaats binnen de Open Clouds for Research Environments (OCRE), een initiatief dat de digitalisering van Europese universiteiten en onderzoekscentra en de adoptie van cloudsystemen wil versnellen.

Sparkle zal via SURF, een samenwerkingsverband van Nederlandse universiteiten, hogescholen, UMC’s, onderzoeksinstellingen en mbo-instellingen die gezamenlijk investeren in ICT-innovatie, Google Cloud-diensten aanbieden. CTS levert daarbij de professional services, zoals de migratie en het inrichten van een landing zone, om daarmee de instellingen tijdens hun hele cloudtraject te ondersteunen.

De samenwerking tussen CTS en Sparkle is voor de komende drie jaar verzegeld en de eerste gesprekken met potentiële klanten worden gevoerd. Vanuit beide bedrijven kunnen er klanten worden aangeleverd, waar CTS en Sparkle samen voor aan de slag gaan.

Marcel Stolk, Country Manager Nederland van CTS: “We zijn erg blij met de samenwerking met Sparkle, omdat we onderzoeksinstellingen zo kennis kunnen laten maken met de voordelen van Google Cloud. Van oudsher kiezen zij vaak voor Amazon of Microsoft, maar Google Cloud is bij uitstek geschikt voor deze bedrijven. Deze cloud is namelijk ontzettend sterk in het interpreteren, analyseren, visualiseren en beveiligen van data.”

Lexmark stelt Melanie Hudson per 1 december aan als senior vice president en chief commercial officer. Zij wordt lid van Lexmarks directieteam en rapporteert rechtstreeks aan Allen Waugerman, president en CEO van Lexmark. Thomas Valjak volgt Hudson op als Lexmark vice president en general manager EMEA, eveneens per 1 december. 

Hudson zal verantwoordelijk zijn voor de wereldwijde commerciële organisatie van Lexmark. Hudson werkt sinds 1994 bij Lexmark en heeft uitgebreide ervaring opgedaan binnen het bedrijf en over de hele wereld. Meest recent was ze vice president en general manager, Lexmark EMEA, met als standplaats Genève. In eerdere functies was ze onder meer president van Lexmark Canada en vice president van Lexmark Global Services.

Valjak, die Hudson opvolgt, maakt momenteel deel uit van het EMEA-leiderschapsteam als vice president sales voor Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Daarvoor was hij vice president voor channel EMEA bij Lexmark. Hij trad in 2019 bij Lexmark in dienst en heeft meer dan 20 jaar ervaring in de printsector.

Hudson volgt Brock Saladin op, die na 25 jaar bij Lexmark met pensioen gaat. In zijn zes jaar als senior vice president en chief commercial officer leidde Saladin de go-to-market strategie van Lexmark.

Onlangs gingen vijf security-specialisten met elkaar en de redactie van ChannelConnect in gesprek over actuele ontwikkelingen in de markt. Tijdens de discussie, die ruim twee uur duurde, kwam een waaier aan onderwerpen aan de orde, van endpointbeveiliging tot de arbeidsmarkt voor security-specialisten. “Niemand juicht als hij security mag aanschaffen.”

Deelnemers aan het Grotetafelgesprek

André Noordam – Senior Director of Sales Engineering EMEA – North bij SentinelOne
André Hiddink – Productmanager IT bij Rittal
René van Putten – Sales Director Benelux bij Datto
Vincent van der Linden – Director Sales Nordics, Benelux, Middle East en France bij Cloudian
Michael van der Vaart – Chief Experience Officer bij ESET in Nederland

1 – Het beeld van security in de markt

Michael van der Vaart

Het gesprek start met de vraag hoe eindklanten aankijken tegen security en de aanbieders ervan – waarmee dan zowel leveranciers als MS(S)P’s worden bedoeld. Die serviceproviders zijn ­immers doorgaans de directe contacten van de eindklanten. “Het feit dat je een specialist bent en expertise hebt opgebouwd is van belang,” zegt Michael van der Vaart, Chief Experience Officer bij ESET in Nederland. “Expertise is soms nog wel belangrijker dan de specifieke oplossingen die je levert.”

Expertise is soms nog wel belangrijker dan de specifieke oplossingen die je levert.

De anderen aan tafel beamen dit weliswaar, maar toch ‘is security niet meteen een heel sexy onderwerp’, zoals René van Putten, Sales Director Benelux bij Datto, het verwoordt. “Daarom moet je meer zijn dan de loodgieter die komt na een lekkage.” Van Putten bedoelt daarmee, dat je continu bij zowel resellers als eindklanten moet werken aan de cyberweerbaarheid. “En wij, als leveranciers, spelen daar een belangrijke rol in, vooral door continu expertise te delen met de markt.”

André Noordam, Senior Director of System Engineering EMEA bij SentinelOne, ziet wel dat de bewustwording als het gaat om cybersecurity toeneemt bij bedrijven, deels door schade en schande, maar zeker ook doordat incidenten in de media-aandacht krijgen. “Maar ­niemand staat uiteindelijk te juichen als ze ­security mogen aanschaffen.”

De noodzaak van security is helder

Daar staat dan wel tegenover dat iedereen ondertussen snapt dat het nodig is: een tandartspraktijk die niet in de tandzorgketen zat die onlangs werd aangevallen, is zich nu bewust van de risico’s. Van Putten (Datto) herkent dit. “Maar toch is het grootste probleem vaak dat mensen zich veilig voelen, maar het niet zijn.” Het probleem bij cybersecurity is immers dat het gevaar onzichtbaar is. Dat zal later in het gesprek nog een aantal keer naar voren komen: je ziet niet dat de deur niet op slot zit.

Het grootste probleem is vaak dat mensen zich veilig voelen, maar het niet zijn.

Op een dergelijk moment meldt André Hiddink, Product Manager IT bij Rittal dan ‘dat organisaties in elk geval nog aandacht hebben voor een slot, wat bij de aanschaf van behuizingen voor IT-systemen lang niet altijd het geval is.’ Dit ­terwijl de kwetsbaarheid op hardwaregebied van een IT-omgeving ook fors is en de gevolgen groot kunnen zijn. “Trek in een 19” behuizing maar eens een willekeurige stekker uit het stopcontact”, luidt de boodschap van Hiddink nog wel eens bij ­prospects. “Grote kans dat de ­systemen stilvallen.”

‘Het gaat om mensen’

Vincent van der Linden

Terug naar de schijnveiligheid bij de gebruikersorganisaties. Een ­ander aspect dat geadresseerd wordt, is het feit dat gebruikers zich juist door de massale omarming van clouddiensten en SaaS-oplossingen veiliger wanen dan ze zijn. Vincent van der Linden, Director of Sales bij Cloudian, legt hier de vinger op: “Security is niet alleen maar iets technisch, het gaat om mensen. Organisaties waarin zij werken zijn meestal tot stand gekomen in een andere tijd.”

Security is niet alleen maar iets technisch, het gaat om mensen.

Van der Linden legt zijn observatie verder uit, als hij vermoedt dat de IT-manager van vijf jaar geleden heel andere opdrachten had dan vandaag de dag. “Dat begint bij de omgeving waarmee gewerkt wordt. Niet langer puur on-premise, maar hybride, of ­helemaal in de cloud. En dat kan dan public cloud zijn, of private of juist een combinatie van beide vormen.”

Wellicht zou je nu, net vijf jaar ­later, die man al niet meer aannemen. “Deze manager was waarschijnlijk prima in het onderhouden van de IT-infrastructuur en het uitrollen van projecten, maar is hij ook voldoende toegerust om over actuele ­security-uitdagingen te praten?”

Ongrijpbare wereld

Hiddink constateert dat te veel sprake is van een ongrijpbare ­wereld voor eindgebruikers. “Dat geldt niet alleen voor het probleem, de cyberaanval, maar ook voor de oplossing, want dat is onzichtbare software.” Hij vermoedt dat veel organisaties zoekende zijn en zich afvragen waar ze goed aan doen. “Je spreekt dan een dienstverlener, en die expert geeft een advies, maar als klant wil je ook weten of dat wel klopt.”

Het is klanten helemaal niet duidelijk tot op welk niveau ze moeten beveiligen.

Het beeld doet denken aan een ­garage waar iets onduidelijks wordt gezegd over een mankement aan de auto. Veel bestuurders hebben geen idee waar het over gaat. “En er speelt nog iets,” geeft Hiddink aan, “het is klanten helemaal niet duidelijk tot op welk niveau ze moeten beveiligen, en welke investering bij welk niveau aan security past. Dat geldt bij fysieke veiligheid net zo zeer als bij digitale security.”

Security als integraal onderdeel

René van Putten

Veel bedrijven hebben geen kennis van security is een overtuiging die herkend wordt aan tafel. Het zijn immers geen IT-bedrijven, maar zorginstellingen of melkfabrieken. Er moet vaak eerst een incident plaatsvinden voordat er actie volgt. René van Putten (Datto) reageert: “We roepen allemaal als aanbieders al langer dat security een integraal onderdeel moet zijn bij elke IT-stap die je zet. Nieuwe applicatie of omgeving? Meteen de security mee­nemen.”

Nieuwe applicatie of omgeving? Meteen de security mee­nemen.

Daar, stellen alle deelnemers, ligt de verantwoordelijkheid voor het kanaal. En daarmee is de discussie ook weer terug bij waar Van der Vaart hem begon: het gaat niet direct om oplossingen, het gaan in eerste instantie om het ­delen van expertise. Expertise dat tot advies moet leiden dat eindklanten weerbaarder maakt.

2 – De veranderingen sinds de pandemie

Het snelle omschakelen naar thuiswerken tijdens de coronapandemie was alleen mogelijk door de grote adoptie van cloud en SaaS die we al kenden in Nederland. Maar meer dan ooit ging het endpoint een belangrijke rol spelen bij de security van bedrijfsnetwerken. Op welke devices was de medewerker actief op het netwerk? Hoe veilig was de wifi-verbinding?

“Security was ooit heel erg gericht op de endpoints die zich binnen de met firewalls beschermde kantooromgeving bevonden,” geeft Michael van der Vaart (ESET) aan, “dat werd breder en dynamischer. Infrastructuur en ­cloud kwamen erbij, waardoor we nu weer naar het endpoint kijken, maar deels met andere ogen, en deze belang­rijker is dan ooit.”

De cloud brak security open

André Noordam

De andere deelnemers aan het ­Grotetafelgesprek beamen dat: ­firewalls beschermden de infrastructuur tegen gevaren van buiten, maar nu bevinden zich de ‘terminals’, in de vorm van endpoints, zélf buiten de zichtbare omgeving van de beheerorganisatie. Noordam (SentinelOne) zegt erover: “­Klanten hebben jarenlang geïnvesteerd in de buitenkant van het netwerk, maar cloud brak dat open. De endpoints zijn nu ook buiten de bedrijfsomgeving in gebruik.”

Klanten hebben jarenlang geïnvesteerd in de buitenkant van het netwerk, maar cloud brak dat open.

Van der Linden (Cloudian) deelt daarbij een observatie: “We hebben te maken met een generatie medewerkers die het helemaal niet interesseert waar welke applicaties of data staan, als het maar werkt.” De werkplek zelf maakt dan nóg ­minder uit voor die werknemers, weet Van ­Putten ­(Datto): “Dat kan net zo goed een public wifi-omgeving zijn bij een fastfoodfiliaal.” Het endpoint is echter van het laatste punt vaak het eerste punt geworden waar een aanval of incident zichtbaar wordt.

Andere aspecten van hybride werken

Dat brengt de discussie op een ­ander aspect van het hybride ­werken dat sinds corona dominant is geworden: de beveiliging van de communicatie tussen de endpoints en de applicaties – of die nu in de cloud staan of on-premise. “­Multifactor authenticatie lost al een hele hoop problemen op,” zegt Van Putten stellig. Ook pleiten veel deelnemers voor de ‘ouderwetse’ VPN-verbinding voor de communicatie.

Multifactor authenticatie lost al een hele hoop problemen op.

Wie dacht dat André Hiddink, bij Rittal actief in de fysieke IT-omgevingen, geen veranderingen ziet sinds het uitbreken van de pandemie heeft het mis. “Mensen moesten afstand houden als ze al naar kantoor kwamen. Het serverhok werd met het verplaatsen van een aantal wanden ineens een plek om te vergaderen, of juist een stiltehok. Dus niet langer een omgeving waar één of twee mensen alleen toegang tot hadden, maar het werd omgedoopt tot een verblijfsruimte. De omgeving verandert maar is het beveiligingsniveau van de IT aangepast op de nieuwe situatie? Helaas zien we dat daar voldoende aandacht aan wordt besteed en dat komt de fysieke security en de bedrijfscontinuïteit niet ten goede.”

3 – De rol van de IT-dienstverleners

Een autofabrikant adverteert ­vrijwel nooit met het basismodel van een auto, en hoewel hij wel de ­‘vanaf-prijs’ vermeldt koopt in de praktijk haast niemand de meest kale uitvoering. Noordam (Sentinel­One): “Als je een auto koopt komt er emotie bij, daar speelt de verkoper op in. Helaas is security voor veel budget verantwoordelijken vooral een kostenpost.”

Helaas is security voor veel budget verantwoordelijken vooral een kostenpost.

Toch is de rol van de ‘verkopers’, in de vorm van de IT-dienstverleners, heel groot, zegt Michael van der Vaart van ESET. “Dat begint al bij simpele basis­hygiëne, die de partner kan aan­bieden en monitoren. Wachtwoordbeleid, multifactor-authenticatie, training aan de medewerkers op het gebied van security.”

André Hiddink

We moeten samen met de partners dus nog meer werken aan de bewustwording, vult Hiddink (Rittal) aan. “Zou een dienstverlener ook niet vaker moeten melden hoeveel aanvallen de oplossing die hij leverde of de dienst die hij uitvoert in een bepaalde periode tegenhield?” Noordam herkent dit. “Je maakt zo wel zichtbaar waaraan de eindklant zijn geld besteedt.”

Adresseer business-continuïteit

Voor Van Putten (Datto) zou die bewustwording nog verder moeten gaan. “Wij en onze partners zouden bij de eindgebruikersorganisaties niet alleen over het tegenhouden van cybercriminelen moeten praten maar vooral over het belang van business-continuïteit. Maak duidelijk wat de functie is van de pakketten en diensten die je aanbiedt, waar het prijsverschil in zit. Een ­onderneming wil snel up en running zijn, en de partners kunnen dat leveren. En ja, dat kost geld.”

Vincent van der Linden (Cloudian), vindt dat de partners hun klanten moeten helpen de silo-problematiek te doorbreken. Waar voorheen een duidelijke afhankelijkheid ­tussen de applicatie, infrastructuur en de ­data-opslag bestond komen data nu vanuit verschillende ­bronnen en locaties en worden ze verwerkt door meerdere applicaties.”

Je moet het gesprek voeren hoe je op elk niveau en op alle componenten binnen de organisatie ­security ­doorvoert.

De business moet daarbij de ­belangrijkheid van data aangeven en zorgen dat IT het budget krijgt om de continuïteit te waarborgen. ­Omdat security uiteindelijk de ­business mogelijk maakt. “Je moet dus het gesprek voeren hoe je op elk niveau en op alle componenten binnen de organisatie ­security ­doorvoert. En zorgen dat de voorgestelde oplossing inderdaad ­problemen snel kan herstellen als het mis is gegaan.”

Van der Vaart (ESET): “Uiteindelijk ga je toch naar die garage voor de wintercheck of APK. En die garage heeft zich bewezen als specialist. Het is op dezelfde manier aan de MS(S)P om producten en techniek aan te bieden, zelf of samen met de leverancier, waar hij vertrouwen in, en kennis van, heeft.”

4 – Arbeidsmarkt in beweging

De deelnemers aan de discussie zien steeds meer ondernemingen die geen security-kennis in huis hebben. En die ook niet in huis ­wíllen hebben. Nogmaals: het zijn geen IT-bedrijven maar ondernemingen met een andere business.

Michael van der Vaart (ESET) stelt ter discussie of de gemiddelde mkb-klant kan acteren op een 24/7 monitoringsdienstverlening. “Vaak zal het nodig zijn,” zegt Van Putten (Datto), “Maar waar haal je de ­mensen vandaan? Dat lukt veel MSP’s al niet.” Zoek daarom samenwerking met de leveranciers, is het devies aan tafel.

Van Putten: “Meerdere partijen hier aan tafel bieden managed soc-services aan. De ­leverancier ziet een incident en waarschuwt de MSP. Die onderneemt vervolgens actie bij de klant.”

Door samen te werken maak je het systeem weerbaar.

Hij kan isoleren, de situatie vervolgens onderzoeken en een geschikte work-around creëren, vult André Noordam (SentinelOne) aan. “Dat is de goede verhouding,” weet ­Michael van der Vaart van ESET. “Wij hebben verstand van security, de MSP kent de dagelijkse business van de klant en weet wat bij een incident voorrang moet krijgen.” Door zo samen te werken maak je het systeem weerbaar, sluit Van Putten (Datto) af.

Noordam (SentinelOne) komt toch nog even terug op de 24/7 monitoring of dienstverlening. “De meeste ransomware aanvallen vinden plaats op vrijdag na 17:00 uur. ­Zodat aanvallers het eerste weekend ­ongestoord hopen te blijven. Dan is continue monitoring geen overbodige luxe.”

Feit is echter dat dit voor een mkb-onderneming niet op te ­zetten is. André Hiddink (Rittal): “dat is niet te doen, daar hebben zelfs ­multinationals al problemen mee. En dan vind je iemand met hart voor security, en die stapt dan over naar een security-specialist. Daar is hij of zij onder gelijkgestemden.”

Aannamebeleid soms uitdagend

Naar aanleiding van die uitspraak stipt Vincent van der Linden ­(Cloudian) een praktisch probleem aan: hoe kan een HR-afdeling beoordelen of iemand de skills heeft om, bijvoorbeeld, als CISO te ­werken? “Het toetsen of iemand iets weet van Excel of ­Salesforce is nog wel te organiseren, maar een security officer is toch wel een echte specialist. Dat maakt het aannamebeleid tot een uitdaging.”

Om die veelvoud aan redenen, beleggen partijen hun security-­management steeds vaker extern, bij een MSSP, of bij een partner die samenwerkt met de leverancier.

Consolidatiegolf vanwege personeel

Overigens mag niet onderschat worden dat ook bij de securitypartijen zelf het arbeidsmarkt­probleem een issue is. Van Putten: “Die consolidatiegolf die we zien heeft een reden. Voorheen gingen ondernemingen op overnamepad om klanten te kopen. Nu om personeel met een bepaalde expertise aan zich te binden.”

Securitypartijen zijn zo een interessante omgeving voor security­specialisten. “En je kunt volgens een one-to-many model werken, waardoor je met minder mensen meer bedrijven kunt monitoren.”

Houd security persoonlijk

De vraag komt tot slot op, of er niet meer geautomatiseerd moet worden als het gaat om security, bijvoorbeeld door de inzet van CASB. Daar worden beslist kansen gezien, maar er is ook een aarzeling die Van Putten van Datto verwoordt: “Als een eindgebruiker niet meer ziet wat een partner of leverancier concreet levert zie je dat de waarde van die dienst of dat product in de perceptie van de klant afneemt. Je hebt persoonlijk contact nodig als je diensten wilt verlenen, dat geldt voor de relatie tussen eindgebruiker en partner, maar net zo goed voor de band tussen partner en leverancier.”

“We zijn een bedrijf dat zijn klanten op IT-gebied op alle mogelijke manieren ontzorgt”, zegt Igor Kloosterhof, eigenaar van Cigma Automatisering. “Dan moet je zoveel mogelijk vanuit één centrale omgeving kunnen configureren en beheren.” WatchGuard Technologies vult die behoefte in met het Unified Security Platform (USP) voor partners.

Cigma Automatisering uit Hengelo is al sinds 2003 actief op het gebied van IT, security en VoIP-telefonie. De klanten zijn vooral kleinere bedrijven tot ongeveer honderd werkplekken. “Voor die klanten doen we eigenlijk alles”, vertelt Kloosterhof. “Ze betalen een vast bedrag per maand per werkplek en daar zit alles in, van de hardware en software tot antivirus, back-ups en remote werkplekbeheer.”

Vliegen van klant naar klant

Voor een kleinere IT-dienstverlener kan die volledige ontzorging een behoorlijke uitdaging zijn. “Cybersecurity is nu eenmaal een markt waarin iedereen handen tekort komt“, aldus Sem van Ouden-hoven, Sales Representative Security bij distributeur Copaco. “Dan is het belangrijk dat al die oplossingen met elkaar kunnen praten en via één platform goed te beheren zijn.”

Op het gebied van security neemt Cigma oplossingen af van WatchGuard Technologies. Die komen samen in het Unified Security Platform en zijn te beheren via één interface: de WatchGuard Cloud. Kloosterhof: “Het werkt prettig om voor het beheer slechts één omgeving te hebben. Je logt in en vervolgens vlieg je van de ene naar de andere klant. Een WatchGuard-firewall draait bijvoorbeeld al binnen een uurtje”, merkt Kloosterhof op. “Het beheer in WatchGuard Cloud kunnen we bovendien op afstand doen zonder dat de klant daar last van heeft.”

Je logt in en vervolgens vlieg je van de ene naar de andere klant

Alles-in-één

Naast de Firebox-appliances zet Cigma WatchGuard AuthPoint in voor het opzetten van SSL VPN-verbindingen en voor multifactorauthenticatie op de werkplek. Ook maakt Cigma gebruik van WatchGuard Endpoint Protection, Detection and Response (EPDR). WatchGuard EPDR vervangt de traditionele antivirusoplossing die Cigma leverde aan zijn klanten. “We hadden al langer het voornemen om richting een Endpoint Detection and Response-oplossing te gaan, want je kunt eigenlijk niet meer zonder. Antivirus is iets van jaren geleden”, vindt Kloosterhof.

Cigma heeft WatchGuard EPDR inmiddels voor enkele klanten uitgerold. “WatchGuard en Copaco boden ons de volledige support bij de aanschaf en hebben uitgelegd wat het product allemaal kan”, blikt Kloosterhof terug. Het verkopen van WatchGuard EPDR en uitrollen bij de eerste klanten heeft Cigma echter zonder verdere ondersteuning gedaan. “EPDR maakt ook weer deel uit van het Unified Security Platform, en is dus vanuit één centrale omgeving te beheren”, besluit Katja Exalto, Productmanager bij Copaco. “WatchGuard vult daarmee een behoefte in die leeft bij veel van onze partners. Het zorgt voor meer zichtbaarheid en betere reporting en voor een stuk efficiëntie.”

 

 

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Yvonne Beumer, Chief Technology Officer bij CTS, kiest deze week het artikel over de vermelding van het woord ‘cyberschaamte’ in de nieuwe editie van het Nederlandse cybersecuritywoordenboek.

Cyberschaamte is verkozen tot het Cybersecuritywoord van het Jaar tijdens de Europese Cybersecuritymaand afgelopen oktober. Naar eigen zeggen wil de Cybersecurity Alliantie met deze verkiezingen het gesprek aangaan over de onterechte schaamte die men voelt na een cyberincident. Mensen generen zich vaak en schuiven een cyberaanval onder het tapijt in plaats van hulp te zoeken. Door bewustwording rondom dit fenomeen wil de organisatie problemen zoals ransomware sneller aanpakken.

Lippen stijf op elkaar

Het nieuwsbericht viel Beumer meteen op. Cyberschaamte komt haar namelijk ook bekend voor. Gelukkig niet uit eigen ervaring, maar het is een fenomeen dat zij regelmatig in de markt ziet. Waar het woord in deze verkiezingen gaat over de schaamte die je bijvoorbeeld voelt als je als medewerker op een phishinglink hebt geklikt, ziet Beumer ook regelmatig schaamte bij de bedrijfstop of IT-afdeling van bedrijven die slachtoffer zijn van een cyberaanval.

Die schaamte heeft als gevolg dat iedereen zijn lippen stijf op elkaar houdt. Bedrijven die niet open zijn over wat hen overkomen is of IT-afdelingen die geen uitleg bieden aan de rest van het bedrijf. Allemaal het resultaat van die schaamte. En dat is waar het volgens Beumer misgaat.

Openheid het beste wapen

Want zo lang niemand deelt welke fouten gemaakt zijn, kan men ook niet van elkaar leren, aldus Beumer. Afgelopen decennium heeft het Nederlandse bedrijfsleven door schade en schande kennisgemaakt met de risico’s van IT. Cyberaanvallen in de vorm van phishingmails en ransomware veroorzaakten datalekken en reputatieschade bij tientallen bedrijven. En nog steeds. Het tempo waarop cybercriminelen zich ontwikkelen is niet bij te benen. Daarbij is cybersecurity ook nog eens ontzettend complex: er is flink wat expertise nodig om een gedegen cybersecuritybeleid te hanteren.

Die expertise is er inmiddels bij de meeste IT-professionals, maar nog lang niet bij de rest van de medewerkers van het bedrijf. Veel medewerkers zitten nu in de fase ‘onbewust onbekwaam’. Zij weten niet goed hoe een gedegen cybersecuritybeleid werkt en wat daar het nut van is. Laat staan dat zij weten welk risico zij lopen. Waardoor het risico op een cyberaanval alleen maar groter wordt.

Willen we dat een halt toeroepen, dan hebben we volgens Beumer openheid nodig. Bedrijven zullen openlijk moeten communiceren dat hen iets is overkomen en ze zullen aan hun medewerkers moeten laten zien hoe dit gebeurd is, zodat zij weer zien welk gevaar op de loer ligt en hoe ze dit een volgende keer kunnen voorkomen. Op die manier maken we van openheid het beste wapen tegen cyberaanvallen.

Het kan iedereen overkomen

Beumer kan de verkiezing en de bekroning van het woord ‘cyberschaamte’ tot het Cybersecuritywoord van het Jaar alleen maar toejuichen. Al hoopt ze dat we het woord over een jaar of drie toch wel uit het lijstje kunnen schrappen. Niet omdat het een slecht woord is, maar omdat het hopelijk niet meer nodig is. Er is immers niets om je voor te schamen als je slachtoffer bent van een cyberaanval: het kan iedereen overkomen.

Dat schaduw-SaaS in bijna elke organisatie speelt is bij IT-managers meestal wel bekend. Maar welke niet goedgekeurde applicaties gebruiken medewerkers nu precies? MSP’s kunnen de vraag eenvoudig beantwoorden met DNS-monitoring.

Volgens IDC is SaaS de belangrijkste bron voor IT-clouduitgaven dit jaar. Het is wereldwijd goed voor 177,8 miljard dollar aan investeringen. In een nieuw onderzoek van Snow meldt 44% van de IT-leiders dat werknemers nieuwe SaaS-applicaties toevoegen zonder IT hiervan op de hoogte te stellen. Het vormt hun grootste uitdaging bij het beheer van SaaS-omgevingen.

Schaduw-SaaS leidt eigen leven

Het probleem speelt natuurlijk al veel langer, en viel voorheen onder ‘schaduw-IT’. Wie echter vroeg waaruit die niet zichtbare IT dan bestond, kreeg meestal toch antwoorden die wezen in de richting van opslag- en collaboration-tools. SaaS-applicaties dus. Het gaat daarbij meestal om niet-officiële secundaire systemen die een eigen leven leiden naast de eigenlijke IT-infrastructuur.

Vooral sinds het uitbreken van de pandemie, hebben organisaties te maken met een grote toename van SaaS-applicaties die worden geïnstalleerd op werkcomputers, of al aanwezig zijn op de privé-devices van de medewerker. Dit, zonder medeweten van IT-afdeling. BYOD en Schaduw-SaaS werken elkaar in de hand.

Eigen SaaS-applicaties zijn efficiënter

Medewerkers gebruiken deze schaduwapplicaties graag omdat ze sneller, gemakkelijker en (soms) bekender zijn dan de software die officieel is goedgekeurd. Ze werken er simpelweg efficiënter mee. (Of denken dat, omdat ze niet anders gewend zijn.)
Het hybride werken dat nu breed omarmd wordt, leidde tot een explosie van schaduw-SaaS, waarbij werknemers vaak onbeveiligde applicaties vanuit huis gebruiken.

Schaduw-SaaS creëert AVG-conflicten

Bovendien zijn gegevens die zijn opgeslagen op een (thuis)netwerk dat niet voldoet aan de standaarden voor bedrijfsnetwerken kwetsbaar voor hacking. Een werknemer die op afstand werkt en gevoelige gegevens uploadt naar een applicatie dat niet veilig is brengt dit het hele bedrijf in gevaar.

Niet alleen de interne processen en systemen van het bedrijf, maar vooral ook de data staan dan ​​bloot aan een veiligheidsrisico. Dit geldt vooral bij onzorgvuldig gebruik van diensten voor het delen van bestanden zoals Dropbox of andere freeware-oplossingen voor het uitwisselen van grote hoeveelheden gegevens.
Zo kan vertrouwelijke of gegevensbeschermingsgevoelige informatie uit de organisatie weglekken. Dat komt neer op een conflict met de AVG-richtlijnen.

DNS inzetten als defensie

Gelukkig kunnen MSP’s met professionele tooling het gebruikt om schaduw-SaaS heel goed en relatief eenvoudig opsporen. DNS-systemen (Domain Name System) verbinden clients met webadressen. Als een gebruiker bijvoorbeeld een URL invoert, start de server een DNS-query om de hostnaam te herkennen. De DNS-server informeert vervolgens de DNS-client over de IP-adressen die de gevraagde URL hosten.

Dit kan worden ingezet als defensie. DNS-tooling is namelijk in om naadloos al het IP-verkeer te identificeren. Het systeem biedt daarom waardevolle diensten als eerste verdedigingslinie tegen cyberaanvallen.

MSP’s geven waardevolle informatie

Kortom, met op DNS gebaseerde monitoring van verkeer en netwerkgegevens geeft een MSP zijn klant waardevolle informatie. Hierdoor kunnen schaduw-IT-structuren nauwkeurig worden geïdentificeerd en kunnen tegenmaatregelen worden genomen.

In oktober van dit jaar maakte Fortinet bekend dat de organisatie meer dan een miljoen Network Security Expert (NSE)-certificeringen heeft verstrekt. Het bedrijf wil zich daarmee wereldwijd inzetten om het tekort aan security-professionals op te lossen. Dat het aantal security-professionals groeit is hard nodig, want uit recent onderzoek van Fortinet blijkt dat 80% van alle beveiligingsincidenten te wijten is aan een gebrek aan cybervaardigheden.

Het Network Security Expert (NSE) Certification-programma is ook voor resellers van groot belang. Het programma omvat acht niveaus en heeft als doel om de kennis en vaardigheden van security-professionals door een onafhankelijke partij te laten toetsen. Het vormt de pijler van het certificeringsproces voor deelnemers aan het Fortinet Engage Partner Program. Bas van Hoek, Manager Channel Netherlands bij Fortinet: “Resellers willen graag dat hun security-specialisten goed en op een toegankelijke manier getraind worden. Dat kan bij ons, de NSE-trainingen omvatten zowel fysieke als virtuele klassikale training, en zelfstudiemogelijkheden. Partners die deelnemen aan het NSE Certification-programma bouwen uitgebreide kennis op van onze technologie en van netwerkbeveiliging. Dit sluit perfect aan bij de beveiligingsbehoeften van hun klanten. Het stelt hen daarnaast in staat om sneller Engage Specializations op te doen en te profiteren van de voordelen die daarmee gepaard gaan.”

Experts die meedenken

Met zijn Security Fabric zorgt Fortinet voor uitgebreide, geïntegreerde en geautomatiseerde bescherming van het complete digitale aanvalsoppervlak van organisaties. Dit omvat alle bedrijfskritische apparaten, data en applicaties en verbindingen van het datacenter naar de cloud en thuiswerkomgevingen. Partners die deelnemen aan het NSE Certification-programma laten zien dat ze uitgebreide kennis van de technologie van Fortinet en netwerkbeveiliging in huis hebben. Dat geeft veel vertrouwen bij klanten. 

Bas van Hoek

Van Hoek: “Werknemers met NSE-certificeringen op het hoogste niveau, namelijk 7 en 8, beschikken over de gedegen kennis is die nodig is om deel te nemen aan grotere en uitdagendere beveiligingsprojecten. Dit stelt partners in staat om op te treden als betrouwbare partner van klanten en om langdurige winstgevende relaties met hen op te bouwen. Door hun hoge trainingsniveau en de inzet van Security -Fabric, zijn channelpartners efficiënter in het beheer van de omgevingen van klanten. Dat scheelt tijd, en dus budget. We zien dat bedrijven ook steeds meer en steeds complexere beveiligingsvraagstukken hebben. Resellers die de NSE-niveaus Advanced en Expert hebben gehaald zijn in staat om effectieve oplossingen te ontwikkelen voor deze uitdagende beveiligingsomgevingen.”

Juist in deze tijd is het essentieel personeel nieuwe kansen te bieden

Voordelen voor partners

Naarmate het certificeringsniveau van partners stijgt nemen ook de voordelen van het Engage Partner Program toe. “Natuurlijk begrijpen we dat als een partner zich geweldig inzet om zijn kennis van onze oplossingen op een hoog niveau te houden, we dat moeten erkennen en waarderen”, vertelt Van Hoek. “Deze partners krijgen meer kortingen, een vermelding in de Partner -Locator op de website van Fortinet en toegang tot het Specialization-programma. Hiermee laten we zien dat Fortinet is toegewijd aan deelnemers aan zijn Engage Partner Program. Partners ontvangen daarnaast ook relevante verkoop-, marketing- en managementondersteuning, zodat ze een productieve en winstgevende beveiligingspraktijk kunnen opbouwen.”

Nieuw talent heeft baat bij NSE 

In Nederland is het opleidingsprogramma een groot succes. Ook onderwijsinstellingen maken gebruik van Fortinets Network Security Expert (NSE) Certification-programma. Van Hoek: “Er zijn in Nederland inmiddels negen ROC’s die de inhoud van de NSE trainingen hebben toegevoegd aan hun opleiding. Dit zorgt ervoor dat er jaarlijks steeds meer gecertificeerde schoolverlaters de arbeidsmarkt opkomen.” Vanwege het tekort aan security-professionals maakt ook een flink aantal resellers gebruik van NSE-training om intern talent te ontwikkelen. “Het mooie is dat onze trainingen voor alle kennisniveaus geschikt zijn,” legt Van Hoek uit. “Heeft een partner een gemotiveerde werknemer die bijvoorbeeld op niveau 1 of 2 zit, dan helpt de NSE training die om naar een hoger niveau op te klimmen. Dat kost natuurlijk wel wat tijd, maar het biedt partners een ideale manier om de professionele ontwikkeling van hun medewerkers een impuls te geven. Juist in deze tijd is het essentieel personeel nieuwe kansen te bieden en in de volgende stap van hun loopbaan te investeren. Het zorgt voor personeelsbehoud én nieuwe security-specialisten. Win win!”

 

 

 

Cloudian levert met zijn S3 Storage-oplossing niet alleen het ideale platform voor back-up-voorzieningen, maar volgens Mark Dik, verantwoordelijk voor het ontwerpen van S3 Cloud Infrastructure oplossingen, is dit het opslagsysteem van de -toekomst. Hij legt uit voor wie de oplossing interessant is.

De groep eindklanten die de object storage-oplossingen van Cloudian gebruikt is heel divers. “Op basis van toepassingsmogelijkheden (use cases) kunnen we iedereen bedienen, van kleinere ondernemingen tot enterprise organisaties en van financiële instellingen tot productieorganisaties, ziekenhuizen en overheden,” legt Mark Dik uit. Daarbij is het verzorgen van back-up van oudsher de meest gebruikte activiteit waarvoor het platform van Cloudian wordt gebruikt. “30% van de afnemers gebruikt het om te integreren met de verschillende back-up-omgevingen om zich met onze object lock opties extra te beveiligen tegen ransomware,” geeft Dik aan. S3 Storage heeft volgens hem echter veel meer in zijn mars. “Eigenlijk is het de storage-oplossing van de toekomst. Veel applicaties zijn inmiddels zodanig geschreven dat ze koppelen aan het internet door data direct naar S3 Storage weg te schrijven.”

Rechtstreeks naar S3 Storage

Dan heb je in de praktijk dus niet meer te maken met bijvoorbeeld een storage array met een filesystem. “Het werkt vanuit de URL, waardoor je data portable zijn. Het maakt niet meer uit of je de opslagomgeving vanuit de cloud benadert, vanuit een container, direct vanuit de applicatie, lokaal of een combinatie van deze. Je kunt het overal gebruiken.”

Om die reden is het natuurlijk heel geschikt als back-up, maar het gebruik verschuift in de praktijk nu ook naar datalake-achtige en IoT-toepassingen, is de observatie van Dik. “Er zijn nu camera’s op de markt die beelden rechtstreeks naar S3 schrijven. Je koppelt daar automatisch metadata aan. En die metadata is doorzoekbaar. Dit geeft veel nieuwe toepassingsmogelijkheden doordat we in tegenstelling tot traditionele opslagsystemen ongelimiteerd databronnen aan elkaar kunnen koppelen.”

Mark Dik van Cloudian over S3 Storage

Elke wijziging als nieuwe versie opslaan

Mensen zien soms niet direct hoe ons systeem werkt, weet Dik. “In de kern komt het erop neer dat we elke keer dat de gebruiker iets wijzigt in een object, en daarmee bedoelen we een file of foto, een nieuwe versie opslaan. De versie die je als laatste wegschreef wordt als actuele kopie getoond. Maar alle voorgaande versies zijn er ook nog. Dus als een hacker er al bij zou komen en de file probeert te versleutelen om losgeld te vragen, dan moet dit voor ieder individueel object gebeuren. Ons systeem detecteert dat en kan het door middel van een Write-Stop stoppen. Vervolgens kun je simpelweg de voorlaatste versie van het document openen, waardoor in zeer korte tijd de situatie weer opgelost kan worden.” 

Deze manier van werken heeft nog een voordeel: er is geen externe back-up meer nodig, want het systeem verzorgt en synchroniseert continu zijn eigen back-up. “Als je al een nadeel wilt aanwijzen, dan is het wellicht dat we vrij veel opslagruimte nodig hebben. Het is daarom zaak het aantal kopieën en de bewaartermijn goed vast te leggen.” 

Er is geen externe back-up meer nodig, want het systeem verzorgt en synchroniseert continu zijn eigen back-up

S3 Storage betekent veilig wegschrijven

Dat zorginstellingen en banken de oplossing van Cloudian omarmen, zoals Dik aangaf, is niet gek. De veiligheid van de opgeslagen data is door de technologie die de fabrikant ontwikkelde gegarandeerd. Dik: “We ontkoppelen de metadata van de daadwerkelijke data. De gegevens zijn zonder elkaar onbruikbaar. Daarnaast kunnen we de data die naar het platform geschreven worden ook beveiligen tegen het verwijderen.” Als die data vastliggen voor een bepaalde retentieperiode, dan kan noch Cloudian, als leverancier, noch een hacker daar iets mee doen. “Wat we daarmee bieden is een soort objectlock. De gebruiker kan de data ongelimiteerd lezen, maar kan het niet verwijderen.”

Incentive als partners hun omzettarget halen

Tijdens het gesprek wordt de aandacht soms afgeleid door de kleurrijke motieven van een flipperkast. “Dat is een incentive voor onze partners,” legt Mark Dik uit. “Bij het behalen van een bepaald omzettarget krijgen ze een flipperkast. En uiteraard hebben we er hier op kantoor ook een staan, die nemen we ook regelmatig mee naar evenementen.”

Dit vormt een logisch bruggetje naar de rol die de partners van Cloudian hebben. Dik: “Cloudian werkt volledig indirect, dus altijd via partners. Dat betekent ook dat we partners enthousiasmeren en trainen. En dat we leads doorgeven aan hen.” Mark Dik speelt zelf een rol bij het begeleiden en trainen van partners. “Op het eerste gezicht lijkt ons product simpel. S3 storage is immers op software gebaseerd.” Cloudian levert een applicatie, die partners voor hun klanten zowel op fysieke, als op virtuele hardware kunnen installeren – en ook in containers. “Maar je moet natuurlijk wel weten waar je mee bezig bent. Dat is waar we partners en hun medewerkers in trainen.”

Het gaat er vooral om, maakt Dik duidelijk, dat de oplossing past binnen de omgeving van de klant. “Als een van onze partners bezig is met de afronding van een verkooptraject, dan gaat de propositie ook door mijn mailbox. Ik wil graag weten welke configuratie waarvoor gebruikt gaat worden, en of dat ook de slimste manier is om het probleem van de eindklant op te lossen. We zorgen er liever voor dat die toets vooraf aan de implementatie wordt gedaan, dat bespaart veel mogelijke obstakels in een later stadium.”

 

 

Criminelen bereiden een cyberaanval grondig voor. Als MSSP moet je de verschillende fasen kennen om adequaat in te kunnen spelen op de dreigingen. 

Wie zich niet goed voelt gaat naar de dokter en hoopt op een behandeling of medicijn. Maar daarnaast stellen mensen hun arts vaak de vraag hoe de ziekte of kwetsuur precies ontstond. Waren er al eerder signalen? Had er ingegrepen kunnen worden voor een bepaalde infectie zich in volle omvang manifesteerde? Zo is het bij cyberaanvallen ook. Tegen de tijd dat systemen zijn geblokkeerd en losgeld in het kader van een ransomware-aanval wordt geëist, zijn de criminelen soms al maanden actief in het netwerk. De succesvolle cyberaanval volgt bijna altijd dezelfde stappen. ChannelConnect zet de acht fasen op een rij.

1. Verkenning 

Allereerst gaan hackers op jacht naar potentiële doelwitten. Dit kunnen zowel bedrijven als personen zijn. Het kan hen bijvoorbeeld gaan om geld, toegang tot gevoelige informatie, het zorgen voor imagoschade, etc. Vervolgens gedragen ze zich als detectives en verzamelen informatie om hun doelwit echt te begrijpen. Dat gaat van het onderzoeken van e-maillijsten tot open source-informatie, van pogingen data uit gelekte wachtwoordbestanden te matchen aan medewerkers, tot het scannen van vacatureteksten. 

De inzet van de criminelen is om het netwerk van het slachtoffer nóg beter te kennen dan de mensen die het beheren en onderhouden. Ze checken daartoe of er zwakke punten zijn. Eigenlijk is de verkenningsfase de belangrijkste. Niet alleen omdat die tot de beslissing leidt de cyberaanval daadwerkelijk uit te voeren, maar ook omdat er veel tijd mee bemoeid is. Soms zijn aanvallers er maanden mee bezig.

2. Kiezen voor aanvalstype en bewapening

Nadat criminelen een goed beeld van de kwetsbaarheden bij hun target hebben (en daarbij beslist geen ventilatoren, buitenthermostaten, bewakingscamera’s en -andere endpoints overslaan) bepalen de aanvallers welke aanvalsstrategie het meest geschikt is om een bres te slaan in het netwerk. Spoofing door een vervalst gastennetwerk? Een nepmailtje van de snackbar om de hoek die elke week de vrijdagmiddagborrel brengt? Het standaard admin-wachtwoord van de airco manipuleren?

In veel gevallen is er maar één gebruiker nodig om een slechte link te openen of kwaadaardige malware te downloaden en te installeren.

3. Het bruggenhoofd

Deze fase van de levenscyclus van een cyberaanval komt in beeld zodra de exploit in het netwerk, de code of het systeem is geïmplementeerd. En vooral: niet direct worden ontdekt en afgeslagen. Het biedt ruimte een bruggenhoofd te bouwen van waaruit de vijand wapens in stelling kan brengen om volgende stappen te ondernemen. Klinkt dat als oorlogstaal? Zeker. De vijand heeft voet aan de grond gekregen, maar zou, bij ontdekking nog heel eenvoudig te weren zijn.

4. Omsingeling

De volgende fase is ingewikkeld. Om bij de vergelijking met een oorlog te blijven: de jonge rekruten willen nu meteen uit de startblokken, maar het is veel verstandiger het slachtoffer langzaam te omsingelen. Het primaire doel van deze fase is niet om toegang te krijgen tot de gewenste gegevens, maar om een veilige verbinding met het thuisnetwerk van de criminele organisatie op te bouwen. De aanvoerlijnen moeten betrouwbaar zijn, zonder op te vallen. Zo kunnen de criminelen communiceren en data overdragen tussen de geïnfecteerde omgeving en de eigen infrastructuur. Het is in deze fase voor een aanvaller de uitdaging om dit verkeer er te laten uitzien als ‘normaal’ webverkeer. Dat is vooral ook essentieel om langdurig onopgemerkt te blijven in het systeem.

5. Laterale beweging

De laterale fase verwijst naar de verschillende technieken die aanvallers gebruiken om zich te verplaatsen en verspreiden binnen een netwerk. In de meeste gevallen proberen aanvallers zich te verplaatsen van het ene systeem naar een ander systeem, en toegangsrechten te verkrijgen om bij de meest waardevolle gegevens van een netwerk te komen. Wanneer zij worden ontdekt op één van de systemen, hebben zij nog de mogelijkheid om vanuit een nieuwe positie de cyberaanval voort te zetten.

6. Commando en controle

Ook dit klinkt als een legeroefening, maar het geeft wel in essentie de zesde fase van de aanval aan. De tegenstanders hebben nu het bevel aan elke kant van de bestaande verbinding en voeren hun aanvalsplannen uit. Ze hebben de controle over het netwerk, het systeem of de applicatie(s) van hun beoogde slachtoffer. De aanvallers beginnen het proces van het extraheren van de persoonlijke informatie of gevoelige gegevens en verzamelen die aan hun kant. Die gevoelige gegevens verschillen per gekozen target. Bij de zorg zal het dan bijvoorbeeld gaan om data uit het Elektronisch patiëntendossier (EPD)

Dit extraheren gebeurt vaak onder de neus van de gebruikers. Aanvallers gebruiken namelijk dezelfde toepassingen en protocollen als zij. Zo vallen ze nauwelijks op.

7. De ‘bonus’

Wanneer de data zijn ontvreemd, kan de aanvaller ook nog eens besluiten om ransomware toe te passen. Als men beide acties op het slachtoffer loslaat, dan spreken we over ‘double extortion’.

8. De oogstfase

Uiteindelijk hebben de aanvallers hun doel bereikt. Soms worden hun activiteiten pas veel later ontdekt, maar het laatste jaar maken aanvallers zich juist bekend, of ondernemen een opvallende actie zoals het blokkeren van een website. Dit om losgeld te eisen voor de vrijgave van gegijzelde data, of deblokkade van het systeem.

Het juiste wapen voor elke aanvalsfase

Op elk niveau van de aanvalscyclus kan een MSSP een rol spelen bij het weren, ontdekken of neutraliseren van een aanval. In deze editie van ChannelConnect komt een groot aantal van die technieken aan de orde van endpointbeveiliging (bijvoorbeeld antivirus), via firewalls tot 2FA en de wachtwoordloze toegang die FIDO mogelijk maakt. Het is voor iedere dienstverlener van belang te weten welke verdediging bij welke aanvalslinie past, om eindklanten maximaal te beveiligen.