Dstny neemt het Duitse bedrijf easybell over, dat Cloud PBX en VoIP-telefonie levert aan B2B-klanten.

“Met easybell aan boord voegen we niet alleen Duitsland toe aan de landen waar we actief zijn, we versterken ook ons team met uitzonderlijke mensen en talenten. Easybell is jaren vooruit met hun digitale mindset en hun expertise om producten online te verkopen,”, aldus Daan De Wever, CEO van Dstny Group.

“Dstny en easybell delen dezelfde pan-Europese visie, en door ons aan te sluiten bij Dstny kunnen we ons internationaliseringsproces aanzienlijk versnellen. We krijgen ook toegang tot een productportfolio dat ons vandaag en morgen positioneert als innovatieleider op onze thuismarkten”, zo laat Andreas Bahr, CEO van easybell, weten.

“De vorige aandeelhouders zijn op zoek gegaan naar strategische partners om de indrukwekkende groei van easybell nog verder te versnellen”, zegt Markus Hendrich, CEO van ecotel communication ag, de voormalige meerderheidsaandeelhouder van easybell. “Van wat ik tijdens het proces heb geleerd, zal Dstny easybell helpen nog sneller door te breken op andere Europese markten, terwijl Dstny aanwezigheid krijgt in Duitsland. ecotel zal op lange termijn een leverancier van easybell blijven, waardoor de transactie gunstig is voor alle betrokken partijen.”

Easybell werd opgericht in 2006 en is een Berlijnse internet- en telefonieprovider met bijna 100.000 zakelijke en particuliere klanten en 75 medewerkers.

Owl Labs onderzocht de ervaringen van hybride werken onder 10.000 Europese respondenten, onder wie 2.000 Nederlanders, voor hun jaarlijkse State of Hybrid Work-rapport. Uit het onderzoek blijkt dat hybride werken productief is, maar dat managers en medewerkers er verschillende standpunten en uitdagingen op nahouden.

Zowel managers als werknemers zijn het erover eens dat hybride werken hun productiviteit niet negatief beïnvloedt: 86% van de werknemers en 82% van de managers voelen zich minstens even productief. Opmerkelijk is wel dat 26% van de managers voelt alsof hun team op afstand minder productief is.

Werknemers hebben nu dubbel zoveel meetings (zowel online als fysiek) dan voor de pandemie – al zijn dit er nog steeds minder dan hun managers. Voor beide groepen is het aantal meetings gestegen. 41% van de managers vindt daarbij dat ze te veel online meetings hebben, vergeleken met 34% van de medewerkers. Voor fysieke meetings is dit respectievelijk 42% en 37%. Het grootste deel van de respondenten dat aangeeft te veel meetings te hebben, gelooft dat hun productiviteit eronder lijdt (55% van medewerkers vergeleken met 43% van de managers).

In het onderzoek blijkt dat respondenten op hun hoede zijn voor proximity bias, een onbewuste neiging om collega’s in de directe omgeving een voorkeursbehandeling te geven. Uit het onderzoek blijkt dat managers een stuk bezorgder zijn over proximity bias dan werknemers (52% tegenover 38%). Ze zijn bang zeggenschap te verliezen als ze op afstand werken, en carrièrekansen mislopen. Werknemers vinden het vooral moeilijker om op afstand samen te werken en relaties op te bouwen. Managers zien daar juist weer minder uitdagingen in.

De lusten en lasten van hybride werken
Er is een flink verschil in mening over wie de kosten van hybride werken zou moeten betalen (zoals kantoormateriaal voor een thuiswerkplek en een thuiswerkvergoeding). 62% van de werknemers verwacht dat werkgevers een thuiswerkvergoeding geven. Managers zijn het hiermee niet eens: slechts 42% vindt dit terecht.

Tegelijkertijd blijkt dat managers aangeven al vanaf de coronatijd meer secundaire voorwaarden hebben gekregen dan werknemers. Voorbeelden hiervan zijn een 4-daagse werkweek, onbeperkte vakantiedagen, flexibele werktijden, ondersteuning in geestelijke gezondheid en sportschoollidmaatschappen. Bij werknemers kwam dit vaak pas ter sprake tijdens de coronaperiode.

SentinelOne kondigt een integratie met Mandiant aan. Deze integratie maakt het mogelijk om de detectie, triage, hunting en reactieprocessen voor dreigingen te verbeteren.

“Ons aanbod van open XDR voorziet klanten van flexibiliteit en keuze tijdens de opbouw van een XDR-strategie. Ons bedrijfsmodel concurreert niet met partners, maar ondersteunt ze”, aldus Raj Rajamani, Chief Product Officer bij SentinelOne. “Het benutten van het samenwerkingsvoordeel tussen Singularity Storyline en Mandiant’s Threat Intelligence biedt een nog snellere triage, root-cause-analyse en actionability voor elke melding. Met de identificatie van dreigingen door SentinelOne en het leveren van context en informatie door Mandiant, zijn organisaties uitgerust om zich te verdedigen tegen het alsmaar ontwikkelende dreigingslandschap.”

Via de gezamenlijke oplossing worden verdachte activiteiten en waarschuwingen automatisch verrijkt met dreigingsinformatie van Mandiant.

De integratie is momenteel in early access en is in het vierde kwartaal van 2022 beschikbaar via SentinelOne’s Singularity Marketplace.

Een op de vijf Nederlandse organisaties is naar eigen zeggen niet goed voorbereid op een ransomware-aanval. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek onder IT-professionals in opdracht van Mimecast. Van alle onderzochte landen scoort Nederland veruit het slechtste. 

22% van de Nederlandse IT-professionals geeft aan dat hun organisatie niet of nauwelijks voorbereid is op een ransomware-aanval. Dit percentage is veel hoger dan in landen als Frankrijk (5%), Duitsland (8%), het Verenigd Koninkrijk (10%) en de Verenigde Staten (1%). Ruim de helft van de Nederlandse organisaties is zeer of extreem goed voorbereid op een aanval met gijzelsoftware. Wereldwijd geldt dit voor 70% van de organisaties.

85% van de IT-professionals vindt dat ze niet genoeg budget hebben voor de verdediging tegen ransomware. Ruim een derde weet niet eens hoe vaak hun organisatie in het afgelopen jaar is aangevallen met ransomware. Wereldwijd geldt dit voor ongeveer een op de acht organisaties (13%). Relatief veel Nederlandse organisaties hebben dus weinig inzicht in de omvang van de dreiging.

Er zijn nog meer opvallende verschillen tussen Nederland en andere landen. Zo betaalde ruim een kwart (26%) van de Nederlandse organisaties in het afgelopen jaar losgeld na een ransomware-aanval. Dit percentage is het hoogste van alle landen: gemiddeld betaalde 15% het losgeld. Verder voelt wereldwijd 57% van de IT-professionals zich persoonlijk verantwoordelijk als hun organisatie zou worden getroffen door ransomware. In Nederland geldt dit voor slechts 36% van de IT-professionals.

Ook lijkt de investeringsbereidheid in Nederland fors lager dan in andere landen. Zo steekt minder dan een derde (29%) van de Nederlandse organisaties het komende jaar meer geld in security-awarenesstrainingen. Wereldwijd schroeft bijna de helft van de organisaties (46%) de investeringen hierin op. Voor bijna alle onderzochte securitymaatregelen scoort Nederland lager dan het gemiddelde. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor geplande investeringen in websecurity, endpointbeveiliging, VPN’s en AI/ML-technologie.

“Nederland is een Europese koploper op het gebied van digitalisering, maar de weerbaarheid tegen ransomware-aanvallen blijft ver achter op andere landen”, zegt Dirk Jan Koekkoek, VP Product Management bij Mimecast. “Het is zorgwekkend dat zoveel Nederlandse organisaties zelf aangeven dat ze niet goed voorbereid zijn op ransomware-aanvallen die vaak beginnen met een phishingmail. En ook op andere onderdelen, zoals het inzicht in het dreigingslandschap en de bereidheid om losgeld te betalen, scoort Nederland niet best.”

Volgens Koekkoek moet het onderzoek een wake-upcall zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Commvault heeft Patrick Laurier aangesteld als Senior Account Executive Public Sector. Binnen Commvaults’ salesteam zal Laurier zich richten op het realiseren van de groei van Commvault in de Nederlandse publieke sector.

Laurier is werkzaam geweest bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken als data architect en neemt uitgebreide ervaring in salesposities bij vooraanstaande reseller partijen zoals Computacenter mee. In zijn nieuwe functie zal hij zijn kennis en netwerk inzetten om uitvoerende Nederlandse overheidsorganisaties te helpen met het beantwoorden van hun datavraagstukken.

Patrick Laurier over zijn aanstelling: “Dankzij mijn ervaring aan beide kanten van de tafel heb ik een helder beeld van wat zich binnen de overheid op het gebied van datamanagement afspeelt. Dit inzicht zet ik graag in om meerwaarde te creëren voor organisaties rondom essentiële vraagstukken zoals de exponentiële groei van data en bijkomende nieuwe wetgeving en kosten.”

Er is inmiddels eigenlijk geen activiteit meer te noemen waarvan niet onderzocht wordt of en hoe verduurzaming mogelijk is. Zowel privé als zakelijk is de impact van klimaatmaatregelen merkbaar. 

Tijdens de IFA, de grote elektronicabeurs die in augustus weer plaatsvond in Berlijn, kwam het thema duurzaamheid in bijna elke productpresentatie en op elke stand van leveranciers terug. Logisch ook, gezien de hoge energieprijzen, de overbelasting van het elektriciteitsnet, de dreigende aardgastekorten en de gewenste decarbonisatie van de industrie en de economie.

Technische innovaties

Het opvallende is, dat het begrip duurzaamheid dan al snel vernauwd wordt tot het energiegebruik van apparaten of activiteiten, om vanuit dat gegeven de CO2-footprint van de sector als geheel, of van individuele producten te bepalen. Op zich is dat terecht. Als we weten dat, om een voorbeeld te geven, de IT-sector goed is voor bijna 4% van de totale wereldwijde CO2-uitstoot, dan is duidelijk dat ook deze branche nog een flinke bijdrage kan leveren aan de reductie van de CO2-footprint. Nog los van het feit dat technische innovatie zoals de sector die levert, kan helpen de uitstoot van andere branches te verminderen.

Binnen de IT krijgt het aspect circulariteit echter op dit moment (nog) veel minder nadruk. Ten onrechte. Hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans stelt dat na de energiecrisis die we nu doormaken, een grondstoffencrisis voor de deur staat. Ook die crisis veroorzaken we grotendeels zelf. 90% van alle mobieltjes, om een voorbeeld te geven, belandt in de prullenbak of wordt slechts ‘grof’ gerecycled, geeft de hoogleraar aan. Om eraan toe te voegen dat 70% van de CO2-uitstoot uiteindelijk veroorzaakt wordt door ons gedrag.

Grondstoffenschaarste

Natuurlijk is er aandacht voor circulariteit, maar fabrikanten hebben het dan al snel over de toepassing van hergebruikt verpakkingsmateriaal, of dat gebruik wordt gemaakt van gerecycled kunststof. Ook dat zijn stappen die gezet moeten worden, maar die houden nog onvoldoende rekening met het feit dat bepaalde grondstoffen niet onbeperkt beschikbaar zijn.

In elke computer, telefoon, windmolen of installatie van zonnepanelen worden kritieke metalen verwerkt. Zonder hergebruik van deze metalen is de energietransitie niet te realiseren. Fabrikanten zullen er meer dan nu het geval is bij het ontwerpen van devices rekening mee moeten houden dat hergebruik van materiaal belangrijker is dan ooit. Hergebruik van ICT-apparatuur is lange tijd een marginale business geweest. Het rijden in tweedehandsauto’s was nooit een probleem, maar een tweede leven voor een computer of laptop is eerder een uitzondering. En dat terwijl hardware door het toegenomen gebruik van cloud-services veel minder snel veroudert dan voorheen. Auto’s en kleding krijgen al decennia een tweede leven, glas en papier worden gerecycled. Hopelijk gaan we dat ook vaker zien bij IT-hardware.

Tussen nu en 2024 zullen wereldwijd ruim 500 miljoen nieuwe apps ontwikkeld worden, dat is meer dan in de afgelopen veertig jaar,” stelde Ken Hu, roulerend voorzitter van Huawei, eerder deze week in Parijs tijdens een toespraak.

In de Franse hoofdstad vond het congres Huawei Connect Europe plaats, in aanwezigheid van onder meer Nederlandse partners van de fabrikant en ChannelConnect. Het thema van het tweedaagse congres was ‘Unleash Digital’. Het enorme aantal applicaties dat de industrie zal bouwen maakt deze ontketening niet alleen mogelijk, maar is er ook een gevolg van.

“De basis van de digitale transformatie is cloud,” is de overtuiging van Ken Hu. “In 2025 zal 85% van de organisaties een cloudstrategie hebben en forse stappen hebben gezet in de richting van een cloud first-werkwijze.” In dat zelfde jaar al, zal 97% van de organisaties artificial intelligence (AI) inzetten, meent de topman.

Enorme versnelling

De grote uitdaging is te zien in de snelheid waarmee applicaties moeten worden gebouwd, getest en uitgerold. Dat is hooguit een kwestie van maanden, waar het voorheen veel langer kon en mocht duren. “In een omgeving die, onder meer door het maximaal uitbuiten van de kracht van 5G connectiviteit, extreem versnelt, kunnen ontwikkelaars niet achterblijven.” Hierbij speelt bijna overal in de wereld een gebrek aan talent om de digitale transformatie vorm te geven. En, gaf de topman aan, ook de eisen die gesteld worden aan de infrastructuur en de computerkracht zullen dramatisch toenemen. “Cloud zal ook daar kansen bieden.”

Alle technologie als een service

De verwachting van de topman is, dat zo goed als alle technologie uiteindelijk ‘as a service’-zal worden aangeboden. “We spreken dan van technologie als een service: van AI, tot software development, data-governance en digitale content-productie: alles zal gebaseerd zijn op cloud-diensten. We moeten, kortom, alles uit de cloud halen om de digitale transformatie te laten slagen.”

Om die ontwikkeling echt mogelijk te maken is intensief samenwerken op lokaal niveau, met partners, van groot belang. “Op dat niveau kun je digitaal talent aan je binden en het midden- en kleinbedrijf als fundament van de economie steun geven,” sloot Ken Hu zijn bijdrage af. “Bij bedrijven vind je veel goede ideeën, maar ontbreekt het vaak aan technische kennis. Onze partners kunnen dan hun kracht aanwenden.”

De opmars van Bring Your Own Device die een paar jaar geleden startte maakte een gedegen endpoint-beveiliging belangrijk. Het massale thuiswerken heeft zowel BYOD als de belangstelling van cybercriminelen voor endpoints versterkt. Het inrichten en monitoren van een goede endpoint-beveiliging biedt kansen voor MSP’s.

Bij het thuis- of hybride werken én bij BYOD gaat het, vanuit een security-perspectief bekeken, in essentie om het gebruik van endpoints. Slechts één gestolen of kwetsbaar apparaat kan criminelen toegang tot het complete netwerk verschaffen, gevoelige gegevens blootleggen en de gehele infrastructuur in gevaar brengen. Dit heeft voor de organisatie mogelijk grote financiële consequenties, nog afgezien van reputatieschade.

Daar staat tegenover dat de massale omarming van cloud- en saas-diensten ertoe leidt dat aanvallen eigenlijk pas op het endpoint van de gebruikers daadwerkelijk zichtbaar worden. Dit biedt kansen voor Managed Service Providers die inzetten op het monitoren van de klantomgeving om zo cyberincidenten te voorkomen.

Elf tips voor MSP’s die endpoints van hun klant optimaal willen beveiligen

  • 1. Installeer Mobile Device Management op alle devices die werknemers gebruiken. Leg dit vast in een BYOD-overeenkomst als (ook) op privé-devices wordt gewerkt.
  • 2. Separeer. Zorg ervoor dat privé-data en zakelijke informatie op elk device gescheiden is. Dus ook op de zakelijke toestellen. Het is immers simpelweg niet te voorkomen dat zakelijke devices ook privé worden gebruikt.
  • 3. Beveilig de endpoints adequaat. Dat gaat verder dan alleen de combinatie gebruikersnaam-wachtwoord. Denk bijvoorbeeld aan FIDO (Fast IDentity Online) , in de vorm van hardwaretokens in combinatie met een pincode, of biometrische beveiliging.
  • 4. Versleutel de data op de endpoints. Vergeet daarbij niet dat printers, scanners en point-of-sales-apparatuur (zoals kassasystemen) ook endpoints zijn die veel gegevens verwerken, soms ook (tijdelijk) opslaan en een connectie hebben met het netwerk. Ook via deze devices kunnen criminelen toegang krijgen tot de bedrijfsomgeving. Encryptie is een belangrijke drempel die voorkomt dat data in verkeerde handen terechtkomen bij aanvallen, verlies of diefstal van het device. Veel encryptie-oplossingen integreren naadloos met Windows en MacOS.
  • 5. In het verlengde daarvan: let op details. Een niet-versleutelde draadloze muis is tot op 180 meter te hacken en vormt daarmee een groter risico dan je zou verwachten. Raad klanten dus een muis met versleuteling aan en verkoop pc’s of laptops die geen USB-dongle nodig hebben.
    6. Beperk de impact van phishing-gerelateerde datalekken. Ga er dus in zekere zin van uit dat de organisatie vroeg of laat te maken krijgt met phishing. Aanvallers zijn steeds inventiever in hun mailtjes aan medewerkers en toeleveranciers van bedrijven. Voorzie de apparatuur van jouw klanten daarom van een sandbox-omgeving waar medewerkers na het klikken op een misleidende link ‘landen’. Op dezelfde manier kunnen zij ook PDF’s en Office-documenten (relatief) veilig openen.
  • 7. Vergroot het cyberbewustzijn binnen de klantorganisatie. Er zijn trainingen van leveranciers die je als MSP kunt leveren aan eindgebruikersorganisaties. Het platform van KnowBe4 is een goed voorbeeld.
  • Vergroot het cyberbewustzijn bij de eindgebruikersorganisatie die BYOD toestaat

  • 8. Blokkeer schermen voor ongewenste meekijkers. Ook beeldschermen met daarop privacygevoelige informatie vormen een risico. Zeker in publiekelijk toegankelijke ruimtes –en dat hoeft niet meteen een dokterspraktijk te zijn. Als medewerkers van een organisatie op het vliegveld of in de trein werken is een beeldscherm ook voor meerdere mensen te zien. De eindklanten denken er vaak niet aan, maar er zijn simpele applicaties op de markt die bij inschakeling zorgen voor een soort privacy-modus op het beeldscherm. Die verkleint de inkijkhoek sterk en beschermt zo de privacy van betrokkenen en de bedrijfsgegevens van de onderneming.
  • 9. Zet in op het gebruik van multifactor-authenticatie. Accountgegevens zijn al decennia belangrijke targets voor cybercriminelen. Hiermee krijgen zij toegang tot endpoints, en dus tot het netwerk en de data van een onderneming. Multifactor-authenticatie maakt dit een stuk lastiger voor kwaadwillenden. Dat kan in de vorm van FIDO (hardwarematig) of door het verzenden van codes per SMS. De combinatie met Single Sign-On (SSO) maakt multifactor-authenticatie minder belastend voor de gebruiker.
  • 10. Verzorg voor de klant het correct verwijderen van afgedankte apparaten. Dit aspect wordt nogal vaak vergeten. Let erop dat jouw klantorganisaties oude laptops en tablets niet zomaar tijdens het jaarlijkse Sinterklaasfeest weggeven, of afgedankte pc’s verloot. Afgeschreven apparaten kunnen namelijk nog veel privacygevoelige data bevatten. Bied zelf aan de toestellen leeg te maken, of werk samen met een gespecialiseerde partner.
  • 11. Zorg ervoor dat devices zichtbaar zijn zodra ze connectoren met het netwerk van de klant. Er bestaan applicaties die daarbij meteen monitoren om welke hardware het gaat en of zowel de devices als de applicaties up to date zijn.

Security 2.0-model nodig bij BYOD

Een feit blijft dat de privéapparatuur van de werknemers niet volledig geïntegreerd is in de ‘basis-IT’ van een bedrijf. En dat de bedrijfstoestellen, ook binnen de muren van de organisatie, steeds vaker ook privé gebruikt worden. Dat maakt een overkoepelend beheer noodzakelijk, volgens een Security 2.0 model.

Door de security van de klant als MSP holistisch in te vullen, wordt de beveiliging niet alleen vanuit technisch oogpunt, maar ook vanuit het perspectief van de gebruiker geoptimaliseerd. Zeker bij het vaststellen van rechten en plichten bij BYOD mogen we de gebruiker niet vergeten. Het device is immers zijn eigendom.

Het is daarom van groot belang dat je als MSP jouw klanten helpt bij het opstellen van een beveiligings- en compliancecode. Die moet niet alleen gedragsregels op het gebied van gegevensbescherming adresseren, maar nadrukkelijk ook de manier waarop de organisatie het optimaal functioneren van privé-devices waarborgt. In dit artikel lees je meer over de juridische aspecten van BYOD.

Een MSSP gaat verder

In feite kan bijna elke MSP bovenstaande diensten leveren. Of klanten op beveiligingsaspecten wijzen. Een Managed Security Service Provider (MSSP) zal nog een paar stappen verder kunnen gaan. Met een Security Operations Center (SOC) en managed security services kan die dienstverlener ook sectorspecifieke dreigingsinformatie leveren aan zijn klanten. En direct op die dreigingen reageren om de impact en benodigde tegenmaatregelen steeds actueel te houden.

Mobiele endpoints belangrijke targets

Wereldwijd verdubbelde het aantal mobiele devices dat cybercriminelen met malware wisten te infecteren afgelopen jaar. Concreet steeg dat aantal van 3% in 2020 naar 6% in 2021. Ruim een derde (36%) van de bedrijven ontdekte in 2021 aanwijzingen voor kwaadaardig netwerkverkeer op een remote device. Dit blijkt uit onderzoek van Jamf. Zorgelijk is daarbij dat vier op de tien organisaties (39%) het gebruik van devices met bekende kwetsbaarheden bleef toestaan. Dit zonder de toegang tot gevoelige data te beperken. In 2020 goldt nog voor drie op de tien organisaties (28%).

Onveilige verbinding met de cloud

Van de gecompromitteerde zakelijke devices werden in 2021 7% nog steeds gebruikt om verbinding te maken met een opslagdienst in de cloud, zoals OneDrive, Google Drive en Dropbox. Een kwart van deze devices (25%) maakte verbinding met e-maildiensten in de cloud zoals Gmail en/of Outlook. Wanneer we devices meetellen met een potentieel riskante configuratie (bijvoorbeeld doordat patches niet zijn uitgevoerd), dan stijgen deze aantallen tot respectievelijk 9% en maar liefst 48%.

De Nederlandse politie stuurde afgelopen week via onder meer de Dutch Cloud Community een brief aan, wat zij noemen, digitale service providers. In de brief staat een lijst hosting resellers die op het surface web (het openbaar toegankelijke internet) worden besproken als facilitators van cybercrime.

Volgens het schrijven afficheren deze ondernemingen zich als een “bulletproof dienstverlener”, al dan niet met een specificering van de verschillende misdrijven die zij mogelijk maken. De politie denkt dat de hosting resellers op de lijst de schakels kunnen zijn tussen de aangeschreven service providers en individuen of groepen die het “volgende slachtoffer al in het vizier” hebben.

Reputatieschade

Op fora en ratingsites voor bulletproof hosting gebruiken deze bedrijven de Nederlandse digitale infrastructuur vaak als verkoopargument. Ze weten dat Nederland doorgaans synoniem staat voor “bulletproof”. Dit negatieve profiel van Nederland als een accomoderende omgeving voor cybercriminele activiteiten geeft de Nederlandse hostingsector een slechte naam.

Samenwerking

De politie geeft in het bericht aan te willen samenwerken met de digitale service providers. “Wij willen geen servers in beslag nemen, waardoor inkomsten onder druk komen, legitieme klanten last krijgen en werkdagen worden verstoord zonder ondernemingen de mogelijkheid te geven om hun bedrijfsvoering te wapenen,” staat in de brief. De politie adviseert de volgende handelingen als een van de personen of bedrijven die in de lijst staan tot het klantenbestand horen. “Herzie uw overeenkomst met deze partijen, doe een risicobeoordeling door een serie vragen te stellen en verzeker dat uw voorwaarden helder en consequent zijn.”

De politie vraagt om de hulp van de digitale service providers bij de bestrijding van deze criminele entiteiten. “Zij vormen een essentiële schakel voor cybercrime en zorgen voor significante reputatieschade voor Nederlandse digitale diensten.” De brief en de lijst met verdachte organisaties is hier te vinden.

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws volgens…’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Na het bijwonen van verscheidene congressen en events, viel de blik van Vincent Turner, Sales Director bij BlueVoyant, op een artikel over samenwerkingen tussen IT partners in de cybercrimesector. Organisaties moeten zich gaan voorbereiden op zogenoemde Security 2.0, omdat de oude maatregelen niet meer volstaan in deze huidige samenleving.

Het dreigingslandschap zit vol mijnenvelden

Het cyberdreigingsveld is nooit groter geweest dan nu. De effecten van Covid-19 en de oorlog in Oekraïne zijn merkbaar in elk facet van ons dagelijks leven. Denk aan de massale en veel te snelle overstap naar thuiswerken, zonder dat de juiste veiligheidsmaatregelen zijn genomen. Een instabiele wereld opent nieuwe portalen voor cybercriminelen, die steeds meer hun best doen om ons – vaak al wankelende – IT-landschap verder te destabiliseren.

Bedrijven vertrouwen er nog veel te vaak op dat zij de juiste security-maatregelen hebben genomen; dat een firewall en antivirusoplossingen voldoende zijn. We leven in een continu onveilige wereld en daar moeten organisaties naar handelen. Daar komt bij dat je nog zo’n goed cybersecuritysysteem kunt hebben, het helpt je niet wanneer mensen niet weten hoe ze dreigingen moeten signalen en hiermee moeten omgaan. Daarnaast neemt men vaak uit onwetendheid maatregelen veel te laat. Des te belangrijker dat cybersecuritybedrijven veel meer aan de voorkant kennis moeten gaan delen en bewustzijn creëren.

Samenwerken vraagt om meer dan verkopen

De sector – leveranciers, gebruikers en overheden – moet één vuist maken om voldoende security kennis en resources te genereren. Het gebrek aan communicatie en educatie kan namelijk desastreuse gevolgen hebben. Zo zette Log4J in december 2021 de wereld op zijn kop. Een ongekende zero-day raakte ons tot in onze kern. Met man en macht werkten we als industrie en partners samen om de oorzaak te achterhalen en te patchen. Is het dan niet schokkend om te moeten vaststellen dat tot op de dag van vandaag ruim 30 procent van de gedownloade versies van Log4J nog steeds de versies zijn met kwetsbaarheden? Men is niet op de hoogte van de risico’s, en uiteindelijk blijft de mens de zwakste schakel in de keten.

Samenwerkingen zijn niet meer weg te denken in de cybersecuritywereld. Maar een trend van tegenwoordig is dat veel organisaties lijken samen te werken om het samenwerken. Er wordt niet specifiek gekeken naar de wens van de klant bij het aangaan van een partnership. In het artikel over Security 2.0 wordt gesteld dat het aangaan van samenwerkingen een succesvolle manier is om cybercrime in te dammen, maar dit werkt alleen wanneer het DNA van de organisaties met elkaar én met de klant matchen. Vanuit deze visie wordt nog niet vaak gehandeld, en dan moeten we ons gaan afvragen of zo’n samenwerking überhaupt wel effectief is.

Iedereen is een doelwit

De online wereld is al gevaarlijk genoeg, maar door het gebrek aan bewustzijn hiervan, maken we deze eigenhandig nog gevaarlijker. Het is naïef om te denken dat jouw organisatie niet belangrijk genoeg is om ten prooi te vallen aan cybercriminelen, maar toch komt deze manier van denken nog vaak voor bij kleine(re) organisaties. Bedrijven zijn onderdeel van een hele toeleveringsketen en dat vergeten mensen vaak. Wellicht zijn kleine organisaties niet het hoofddoelwit, maar wel een makkelijk schaakstuk om deze te bereiken, met alle gevolgen van dien.

Vooral juist omdat het bewustzijn bij kleinere organisaties ontbreekt, zijn ze het perfecte slachtoffer voor phishing- of ransomwareaanvallen. Ook herstellen van een dergelijke aanval wordt een stuk moeilijker wanneer je niet beschikt over de juiste kennis en over vrijgemaakt budget. We raken gewend aan pay-per-use, waarbij we alleen betalen wanneer we iets gebruiken (en dus nodig hebben, wanneer het veelal al te laat is), omdat dit minder drukt op de balans. Terwijl we ons eigenlijk moeten afvragen wat we doen met alle informatie die we tot onze beschikking krijgen. We kunnen immers pas echts iets doen aan cybercrime als we weten wat de dreiging is en waar deze vandaan komt.

Samenwerking in het ecosysteem van partners is belangrijker dan ooit geworden. Neem preventief maatregelen, zorg voor goede cyberhygiëne en kies de partners uit die bij je eigen DNA passen maar ook bij dat van de klant. Uiteindelijk worden we als industrie dan volwassener en kunnen we samen een veiliger BV Nederlandverzorgen.