Fortinet introduceert de FortiGate 3500G en FortiGate 400G als toevoegingen aan zijn FortiGate G-serie. Beide firewalls draaien op Fortinets eigen NP7- en SP5-processors en FortiOS 8.0. Volgens Fortinet zijn de modellen gericht op datacenters en gedistribueerde omgevingen waar AI-workloads en versleuteld verkeer toenemen.

Fortinet kondigt twee nieuwe firewalls aan binnen zijn FortiGate G-serie: de FortiGate 3500G voor datacenteromgevingen en de FortiGate 400G voor de rand van bedrijfsnetwerken. Beide modellen worden aangedreven door Fortinets eigen ASIC-processors en draaien op FortiOS 8.0.

Detectie van onbevoegd AI-gebruik

Volgens Fortinet beschikken de nieuwe firewalls over native detectie van shadow AI, waarmee organisaties inzicht krijgen in het gebruik van AI-oplossingen die niet officieel zijn goedgekeurd. Daarnaast passen de apparaten controlemechanismen toe om gevoelige data af te schermen. De FortiGuard AI-beveiligingsdiensten maken gebruik van machine learning om bedreigingen te identificeren en te prioriteren.

FortiOS 8.0 biedt ondersteuning voor het Model Context Protocol (MCP), een open standaard die large language models en AI-agents in staat stelt om met externe systemen te communiceren. Het besturingssysteem voert daarnaast inspectie uit op dataverkeer tussen AI-agents.

FortiGate 3500G: gericht op datacenters

De FortiGate 3500G is bedoeld voor datacenters met hoge verkeersvolumes. Het model beschikt over 400Gb-connectiviteit en is volgens Fortinet ontworpen om oost-west datastromen en zero trust-architecturen te ondersteunen zonder dat architectuurwijzigingen nodig zijn. Het platform biedt controle op hardwareniveau en ondersteuning voor veilige firmware, wat verificatie van systeemintegriteit mogelijk maakt.

Fortinet stelt dat de 3500G integratie biedt tussen firewallbeveiliging en SOC-activiteiten, terwijl de bestaande vormfactor behouden blijft.

FortiGate 400G: voor gedistribueerde omgevingen

De FortiGate 400G richt zich op de rand van bedrijfsnetwerken. Fortinet geeft aan dat het model door hardware versnelde prestaties levert bij het verwerken van versleuteld en oost-west dataverkeer, ook wanneer meerdere beveiligingsfuncties tegelijk actief zijn. Het apparaat is bedoeld voor netwerksegmentatie in gedistribueerde omgevingen.

Volgens Fortinet sluit de 400G aan op bestaande FortiGate-implementaties via een gestandaardiseerd upgradetraject en consistente beheersinterfaces.

Eén platform met gecentraliseerd beheer

Beide modellen maken deel uit van de bredere Security Fabric van Fortinet, die FortiOS, FortiManager, FortiAnalyzer en de bedreigingsinformatie van FortiGuard Labs samenbrengt onder één beheeromgeving. Fortinet verwacht dat deze aanpak organisaties in staat stelt het aantal losstaande beveiligingstools terug te dringen en de responstijd bij incidenten te verkorten.

Ken Xie, oprichter en CEO van Fortinet, geeft aan dat de uitbreiding van de G-serie bedoeld is om beveiligingsarchitecturen te vereenvoudigen en AI-applicaties integraal te beveiligen, van het datacenter tot de netwerkrand.

HPE heeft TD SYNNEX aangewezen als een van zijn wereldwijde distributiepartners. De stap maakt deel uit van een strategie waarbij HPE zijn distributienetwerk consolideert tot een uniform wereldwijd model. TD SYNNEX krijgt hiermee toegang tot het volledige HPE-portfolio in alle regio’s, waaronder netwerken, cloud en AI.

HPE kiest voor een meer geconsolideerd distributiemodel en selecteert TD SYNNEX als een van zijn mondiale distributiepartners. De selectie geeft TD SYNNEX de positie om het HPE-portfolio wereldwijd te ondersteunen, terwijl regionale distributeurs en specialisten actief blijven.

Uitbreiding naar meerdere regio’s

Volgens TD SYNNEX breidt de nieuwe overeenkomst de bestaande relatie met HPE uit naar aanvullende geografische markten. Het bedrijf stelt dat de samenwerking is gericht op consistente uitvoering en operationele continuïteit per regio, gecombineerd met lokale marktkennis. Sergio Farache, Chief Strategy and Technology Officer bij TD SYNNEX, geeft aan dat de organisatie schaal en operationele consistentie wil combineren met lokale expertise, zodat partners het HPE-portfolio beter kunnen positioneren bij hun klanten.

Portfolio omvat netwerken, cloud en AI

Via het geünificeerde distributiemodel krijgen partners toegang tot het brede HPE-portfolio, waaronder netwerken, cloud en AI-oplossingen. TD SYNNEX meldt dat het daarbij ondersteunende diensten inzet op het gebied van logistiek, professional services, lifecycle services en digitale activering. Voor partners die AI-trajecten willen ontwikkelen, verwijst het bedrijf naar zijn eigen programma Destination AI, dat is bedoeld om partners te ondersteunen bij het opbouwen van een AI-praktijk.

Rol van regionale en lokale partners

HPE benadrukt dat het geünificeerde model de betrokkenheid van regionale en gespecialiseerde distributeurs niet vervangt. TD SYNNEX positioneert zich als de laag die mondiale schaal en lokale flexibiliteit bij elkaar brengt. Het bedrijf verwacht dat partners hierdoor makkelijker kunnen inspelen op veranderende klantvragen, ongeacht de regio.

Red Hat heeft tijdens Red Hat Summit meerdere nieuwe producten en uitbreidingen aangekondigd. Het gaat om Red Hat AI 3.4, nieuwe functionaliteit voor het AI Factory-platform met NVIDIA en een langetermijnondersteuningsoptie voor Red Hat Enterprise Linux. De aankondigingen richten zich op inferentie, agentic AI en infrastructuurstabiliteit voor sectoren met lange lifecycles.

Red Hat kondigt tijdens Red Hat Summit drie productontwikkelingen aan: een nieuwe versie van het AI-platform, uitgebreide samenwerking met NVIDIA en een add-on voor langdurige ondersteuning van Red Hat Enterprise Linux.

Red Hat AI 3.4

Red Hat AI 3.4 is een platform dat volgens Red Hat de ontwikkeling en uitrol van agentic workflows moet vereenvoudigen, van bare metal tot agent-niveau. De release combineert een vLLM-inferentieserver met de gedistribueerde llm-d-engine en een Model-as-a-Service-laag (MaaS), waarmee modeltoegang centraal te beheren valt voor zowel gebruikers als agents.

De versie bevat daarnaast AgentOps-functionaliteit met tracing, observability en evaluaties, en omvat beheer van agent-identiteit en -levenscyclus. Voor datakwaliteit introduceert Red Hat een evaluatiehub op basis van MLflow, inclusief experimenttracking en artefactbeheer voor zowel generatieve als voorspellende AI-toepassingen.

Op het vlak van beveiliging geeft Red Hat aan dat de aanpak loopt van het besturingssysteem tot de agentlogica, met geautomatiseerde veiligheidstests en red-teaming. Red Hat verwacht AI 3.4 later deze maand beschikbaar te stellen.

AI Factory met NVIDIA

Red Hat kondigt ook nieuwe mogelijkheden aan voor Red Hat AI Factory, het platform dat samen met NVIDIA is ontwikkeld. Nieuw is ondersteuning voor OpenShell, een open source-project van NVIDIA dat een sandbox-omgeving biedt voor het aansturen en monitoren van autonome AI-agents via één beleidslaag.

Daarnaast voegt Red Hat in een technology preview de mogelijkheid toe om vertrouwelijke containers te draaien met NVIDIA Confidential Computing binnen Red Hat OpenShift. Volgens Red Hat beschermt dit via confidential computing op hardwareniveau tegen het compromitteren van agents tijdens runtime. De innovaties uit Red Hat AI 3.4, waaronder MaaS-beheer en MLflow-gebaseerd lifecycle-beheer, zijn ook opgenomen in AI Factory.

Red Hat Enterprise Linux for NVIDIA 26.01 is nu algemeen beschikbaar. Red Hat meldt dat dit een stap vormt richting Day 0-ondersteuning voor de NVIDIA Blackwell- en Vera Rubin-architecturen.

Long-Life Add-On voor RHEL

Als derde aankondiging presenteert Red Hat de Red Hat Enterprise Linux Long-Life Add-On. Dit is een optionele jaarlijkse uitbreiding die toegang biedt tot beveiligingsupdates, bugfixes en technische ondersteuning voor een specifieke versie van RHEL, zonder vooraf vastgelegde einddatum.

De add-on richt zich op organisaties in sectoren als telecom, zorg en luchtvaart, waar systemen draaien op hardware- en compliance-cycli die zich over meerdere decennia uitstrekken. Red Hat stelt dat de add-on organisaties in staat stelt hun infrastructuur los te koppelen van bredere innovatiecycli.

Veeam Software heeft tijdens VeeamON 2026 in New York City een preview gegeven van Veeam Data Platform v13.1 en een nieuwe DataAI Resilience Module binnen het Veeam DataAI Command Platform. De nieuwe versie telt meer dan 70 functies en verbeteringen, waaronder ondersteuning voor portability tussen hypervisors, identity recovery en post-quantum cryptografie. Beide producten worden naar verwachting begin Q3 2026 algemeen beschikbaar gesteld via het partnerkanaal.

Veeam Software presenteerde op 15 mei 2026 tijdens VeeamON in New York City een eerste blik op Veeam Data Platform v13.1 en de nieuwe DataAI Resilience Module, onderdeel van het Veeam DataAI Command Platform. De beschikbaarheid is gepland voor begin Q3 2026.

Meer dan 70 nieuwe functies in v13.1

Veeam Data Platform v13.1 introduceert volgens het bedrijf meer dan 70 nieuwe functies en verbeteringen gericht op databescherming en herstel binnen hybride en multicloudomgevingen. De release richt zich op modernisering van infrastructuur, beveiliging en kostenbeheer.

Concreet voegt het bedrijf de volgende mogelijkheden toe: portability van workloads tussen meerdere hypervisors zonder herplatforming, met specifieke aandacht voor OpenShift Virtualization; Active Directory Forest Recovery voor identity resilience; en uitbreiding van het beveiligingsecosysteem met post-quantum cryptografie en ondersteuning voor hybrid FIPS-encryptie. Voor opslagbeheer kondigt Veeam NAS-archivering en lagere kosten voor langetermijnretentie aan.

Daarnaast meldt het bedrijf uitbreiding van de mogelijkheden voor bedreigingsdetectie: scannen van workloads op AWS, Azure, NAS en Microsoft 365, gecombineerd met versnelde Active Directory forest recovery. De release breidt ook de ondersteuning voor dark sites en soevereine omgevingen uit via een hybride SaaS-constructie die on-premises omgevingen verbindt met de cloud via het Veeam DataAI Command Platform.

DataAI Resilience Module als centraal beheerpunt

Naast de platformupdate introduceert Veeam de DataAI Resilience Module. Volgens het bedrijf is dit de eerste stap naar één geïntegreerde gebruikerservaring voor alle Veeam-oplossingen. De module is onderdeel van het Veeam DataAI Command Platform en is aangedreven door de DataAI Command Graph.

De module biedt een centraal dashboard met inzicht in databescherming, beveiligingsstatus en operationele gezondheid. Via Global Search and Inventory kunnen beheerders direct nagaan of een workload beschermd is en actie ondernemen, van herstel van individuele bestanden tot volledige site recovery of clean room recovery. Veeam stelt dat de module Day 2-operations vereenvoudigt en het risico op misconfiguraties verlaagt door consistentere configuratieprocessen.

De module bevat ingebouwde AI-agents waarmee beheerders via natuurlijke taal logs kunnen analyseren, ticketbeheer kunnen automatiseren en capaciteitsplanning kunnen uitvoeren. Veeam verwacht dat klanten op termijn agentic AI-functionaliteiten binnen hetzelfde platform kunnen inzetten.

Rehan Jalil, President Products and Technology bij Veeam, geeft aan dat versnipperde tools voor security, governance en operationeel beheer leiden tot verminderde zichtbaarheid en verhoogde complexiteit. Jalil stelt dat de combinatie van v13.1 en de nieuwe module organisaties in staat stelt om snel en schoon te herstellen en data beschikbaar te houden voor AI-toepassingen.

Beschikbaarheid en distributie

Veeam Data Platform v13.1 en de DataAI Resilience Module worden begin Q3 2026 algemeen beschikbaar gesteld via het wereldwijde netwerk van geautoriseerde partners, resellers en distributeurs. Aanvullende details over functies kondigt het bedrijf aan dichter bij de algemene beschikbaarheid.

Infoblox en GoDaddy kondigen hun steun aan voor twee complementaire open standaarden die AI-agents op het open web identificeerbaar, vindbaar en verifieerbaar moeten maken. Infoblox werkt aan DNS for AI Discovery (DNS-AID), terwijl GoDaddy bijdraagt aan de Agent Name Service (ANS). Beide initiatieven bouwen voort op het Domain Name System en zijn ontworpen als communitystandaarden zonder centrale controle door één leverancier.

Infoblox en GoDaddy hebben bekendgemaakt dat ze samenwerken aan open standaarden voor de ontdekking, identificatie en verificatie van AI-agents. De twee bedrijven richten zich op verschillende, maar verwante vraagstukken: Infoblox ontwikkelt DNS-AID voor agent discovery, GoDaddy werkt aan ANS voor agent-identiteit en -verificatie.

Twee standaarden, één fundament

DNS-AID (DNS for AI Discovery) is een open standaard die momenteel als IETF-draft wordt uitgewerkt en als open source-software beschikbaar komt. De standaard beschrijft hoe AI-agents vindbare metadata kunnen publiceren met bestaande DNS-recordtypes, waaronder RFC 9460 Service Bindings (SVCB), DNS-SD service discovery, DNSSEC en DANE. Infoblox stelt dat DNS-AID door elke organisatie, elk platform, elke registrar of elk agent-framework kan worden geïmplementeerd, zonder dat één partij eigenaarschap heeft.

De Agent Name Service (ANS) is een open standaard voor identiteit, naamgeving en verificatie van AI-agents, gebaseerd op DNS en public key infrastructure (PKI). GoDaddy is coauteur van de ANS-IETF-draft. Volgens het bedrijf kunnen operators van agents hiermee domeinnamen gebruiken die ze al bezitten, zonder dat een nieuwe registratie of een eigendomsgebonden naamgevingssysteem nodig is.

Kort samengevat: ANS beantwoordt de vraag wie een agent is, DNS-AID beschrijft wat die agent kan doen en hoe andere systemen hem kunnen vinden.

DNS als basis voor het agentic web

Beide bedrijven geven aan dat DNS de aangewezen infrastructuur is voor agent-identiteit en agent discovery, omdat het wereldwijd uitgerold, gefedereerd en uitbreidbaar is. Wei Chen, CLO en EVP Regulatory Strategy bij Infoblox, wijst op de parallellen met de vroege internetgeschiedenis: hij stelt dat DNS destijds een gedistribueerd alternatief bood voor centrale registers, en dat dezelfde architectuur nu als fundament kan dienen voor een open, op agents gebaseerd internet.

Jared Sine, Chief Strategy and Legal Officer bij GoDaddy, geeft aan dat AI-agents hun rol op het open web alleen kunnen vervullen als mensen en systemen kunnen vaststellen met welke agents zij te maken hebben. Beide bedrijven zijn van mening dat identiteits- en discovery-infrastructuur niet in handen mag komen van één leverancier of een kleine groep partijen.

Open uitnodiging aan de sector

Infoblox en GoDaddy roepen cloud providers, leveranciers van agent-platforms, registrars, beveiligingsbedrijven en standaardenorganisaties op om bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van deze standaarden. Vertrouwensbeslissingen moeten volgens de twee bedrijven gebaseerd zijn op open, cryptografisch verifieerbare signalen in plaats van op propriëtaire reputatiescores.

Meer informatie over DNS-AID is te vinden op www.dns-aid.org. Meer informatie over ANS is beschikbaar op www.ansinfo.ai.

Westcon-Comstor promoveert Arno Beker tot Vice President Regional Sales Northern Europe en Ronald Werndly tot Director of Sales & Country Manager Nederland. De benoemingen maken deel uit van een overgang naar één geïntegreerd Europees salesmodel, waarbij de afzonderlijke Westcon- en Comstor-teams worden samengevoegd. Het bedrijf richt zich daarbij op platforms, marketplaces en een lifecycle-benadering van partnerondersteuning.

Westcon-Comstor kondigt twee interne promoties aan die de Europese salesorganisatie verder vorm moeten geven. Arno Beker, werkzaam bij het bedrijf sinds 2007, stapt over van zijn rol als Managing Director North Europe naar de nieuw gecreëerde functie van Vice President Regional Sales Northern Europe. Ronald Werndly, in dienst sinds 2010 en begonnen als accountmanager, wordt Director of Sales & Country Manager Nederland en blijft rapporteren aan Beker. Beide zijn gevestigd in Nederland, respectievelijk in Utrecht en Houten.

De benoemingen volgen op de aanstelling van Stéphane Reboud als Senior Vice President Sales Europe vorig jaar, aan wie Beker rapporteert. Reboud stelt dat de promoties aansluiten bij een bredere strategische verschuiving: het kanaal beweegt volgens hem richting een ecosysteemmodel waarin co-selling, platforms en een lifecycle-aanpak centraal staan.

Eén Europees operating model

Westcon-Comstor brengt de afzonderlijke Westcon- en Comstor-salesteams samen onder één Europees operating model. Beker krijgt de leiding over deze geïntegreerde regionale organisatie. Volgens het bedrijf is het model gericht op schaal en consistentie, met dekking van grote strategische accounts tot kleinere partners, en met ruimte voor lokale invulling.

Beker geeft aan dat het geïntegreerde model samenwerking met partners en vendors moet vereenvoudigen en de waarde binnen het ecosysteem moet vergroten. De aanpak is volgens hem sterker gericht op data, platforms en marketplace-modellen, zodat partners kansen kunnen benutten over de volledige klantlevenscyclus — van acquisitie tot verlenging.

Focus op partnergroei en uitvoering

Westcon-Comstor positioneert zich met dit model als een hub die vendoroplossingen combineert met datagedreven diensten. Het bedrijf verwacht dat dit partners helpt modulaire en herhaalbare proposities te ontwikkelen. Gespecialiseerde salesteams, afgestemd op regio en markt, werken daarbij nauw samen met vendors om groei te versnellen.

Werndly geeft aan dat de focus in zijn nieuwe rol ligt op consistente uitvoering en een sterke partnerervaring, gericht op het opbouwen van pipeline en het realiseren van klantresultaten.

Foto: Arno Beker (l) en Ronald Werndly

Van cyberveiligheid tot een slimme muisaanwijzer: deze week laat zien hoe AI zich vertakt over infrastructuur, interface en regelgeving. Hieronder de zes belangrijkste ontwikkelingen.

OpenAI opent cybersecurity-modellen voor Europese bedrijven

OpenAI geeft tientallen Europese bedrijven toegang tot zijn nieuwste modellen, waaronder GPT-5.5-Cyber. Via het “Trusted Access for Cyber”-programma krijgen geverifieerde organisaties in vitale sectoren als financiële dienstverlening, telecom, energie en publieke diensten toegang tot AI-modellen met ingebouwde waarborgen voor defensief werk. Deelnemers zijn onder meer Deutsche Telekom, BBVA, Telefonica en Sophos. De Europese Commissie verwelkomde de stap, maar bevestigde dat Anthropic vooralsnog minder toeschietelijk is geweest over toegang tot zijn eigen cybermodel Mythos.

  • Het programma richt zich op defensief gebruik: kwetsbaarheden opsporen, systemen beschermen en snel reageren op dreigingen.
  • George Osborne, hoofd van het “OpenAI for Countries”-initiatief, stuurde een toelichting aan de Europese Commissie over de aanpak.
  • OpenAI kondigt tegelijk een nieuw bedrijf aan met meer dan 4 miljard dollar startinvestering voor het bouwen en implementeren van AI-systemen.
  • AI-consultancybedrijf Tomoro wordt overgenomen om die tak snel op te schalen.

Bron: Reuters via The Star

top ^

Google maakt Android intelligent met Gemini Intelligence

Tijdens The Android Show: I/O Edition 2026 introduceerde Google Gemini Intelligence, een AI-laag op OS-niveau die agentische mogelijkheden brengt naar Android-telefoons, Chrome, Googlebook-laptops, auto’s, smartwatches en een bril. Google positioneert het als antwoord op Apple Intelligence: geen losstaande AI-app, maar AI ingebakken in de apparaatlaag zelf.

  • Gemini kan meerstapsprocessen uitvoeren, zoals een boodschappenlijst uit een notitie-app kopiëren en de items direct toevoegen aan een winkelwagen in een andere app.
  • Met “Create My Widget” bouwen gebruikers eigen widgets door in gewone taal te beschrijven wat ze willen, zoals een wekelijkse meal-planning widget.
  • Rambler in Gboard zet gesproken tekst om naar opgeschoonde tekst: vulsyllaben worden verwijderd en tussendoor gecorrigeerde tijden worden netjes verwerkt.
  • Chrome Auto Browse kan zelfstandig taken afhandelen zoals het boeken van afspraken of reserveren van een parkeerplaats.
  • Uitrol start bij de nieuwste Samsung Galaxy- en Google Pixel-telefoons deze zomer; watch, auto, bril en laptop volgen later dit jaar.

Bron: Google Blog

top ^

Google DeepMind herontwerpt de muisaanwijzer

Google DeepMind presenteert wat het beschouwt als de eerste fundamentele herontwerp van de muisaanwijzer in meer dan vijftig jaar. In plaats van een passieve indicator op het scherm wordt de cursor een actieve AI-interface die begrijpt wát de gebruiker aanwijst, niet alleen wáár. Een foto van een gekrabbeld briefje wordt zo een interactieve takenlijst; een stilstaand frame in een reisfilm leidt direct naar een boekingslink.

  • Vier ontwerpprincipes: werken zonder de gebruikersflow te onderbreken, visuele én semantische context meenemen, vage aanduidingen als “fix this” of “move that” begrijpen, en pixels omzetten in bruikbare entiteiten zoals plaatsen, datums en objecten.
  • Experimentele demo’s zijn beschikbaar in Google AI Studio voor beeldbewerking en kaartnavigatie.
  • De aankomende Googlebook-laptop krijgt een functie genaamd Magic Pointer, gebaseerd op dezelfde technologie.
  • Ook Gemini in Chrome wordt uitgerust met de context-bewuste aanwijzerfuncties.

Bron: Google DeepMind Blog

top ^

Thinking Machines Lab doorbreekt het beurt-gebaseerde AI-model

Thinking Machines Lab, het bedrijf van voormalig OpenAI-CTO Mira Murati, presenteert een research preview van zogeheten interaction models: AI-modellen waarbij interactiviteit geen bijzaak is maar van de grond af ingebakken zit. Het systeem neemt continu audio, video en tekst op en denkt, reageert en handelt in realtime. Het kernprobleem dat wordt aangepakt: huidige modellen ervaren de werkelijkheid in één enkele thread, waardoor ze wachten tot de gebruiker klaar is en pas daarna beginnen te denken.

  • Micro-turns van 200 milliseconden zorgen voor real-time responsiviteit, zonder de gebruiker te laten wachten op een volledige beurt.
  • Het systeem verwerkt gelijktijdig live audio, video, tekst en webzoekopdrachten.
  • Een tweede achtergrondmodel handelt dieper, asynchroon werk af terwijl de interactie doorgaat.
  • De gebruiker kan op elk moment onderbreken, bijsturen en de uitvoering in realtime aanpassen.

Bron: Thinking Machines Lab Blog

top ^

Google werkt aan tussenabonnement voor Gemini-gebruikers

Google bereidt een nieuw abonnementsniveau voor Gemini voor, met de codenaam “Neon” en voorlopig “Google AI Ultra Lite” geheten. Het moet de forse kloof dichten tussen het huidige AI Pro-abonnement van 20 dollar per maand en het AI Ultra-abonnement van 250 dollar per maand. Aanleiding is de groeiende token-krapte in de markt: gebruikers die AI intensief inzetten voor codering of complexe workflows vinden Pro te beperkt, maar Ultra te duur.

  • De codenaam “Neon” werd gevonden in de broncode van de Gemini-app voor macOS; de uiteindelijke naam is nog niet definitief.
  • Naast het nieuwe niveau werkt Google aan een gebruiksdashboard met aparte limieten per vijf uur en per week, vergelijkbaar met wat Anthropic biedt voor Claude-abonnees.
  • Analisten schatten de prijs rond de 100 dollar per maand, waarmee het zou concurreren met vergelijkbare aanbiedingen van Anthropic en OpenAI.
  • Verdere details worden waarschijnlijk bekendgemaakt tijdens Google I/O 2026, dat deze week plaatsvindt.

Bron: 9to5Google

top ^

EU publiceert drie onderzoeken naar markering AI-gegenereerde content

De Europese Commissie heeft drie studies laten uitvoeren over de stand van de techniek voor het markeren en detecteren van AI-gegenereerde content, voor tekst, audio en beeld/video afzonderlijk. De studies ondersteunen de ontwikkeling van een gedragscode die voortvloeit uit de AI Act. Artikel 50 van die wet verplicht aanbieders om AI-gegenereerde content in een machine-leesbaar formaat te markeren; deployers die generatieve AI voor professionele doeleinden inzetten, moeten deepfakes en AI-gegenereerde teksten over zaken van publiek belang expliciet labelen.

  • De gedragscode geldt als vrijwillig instrument voor aanbieders en gebruikers van generatieve AI om naleving van de transparantieverplichtingen aan te tonen.
  • De definitieve versie van de gedragscode wordt verwacht in juni 2026.
  • De Commissie stelt parallel richtlijnen op om de reikwijdte van de wettelijke verplichtingen te verduidelijken.
  • De transparantieverplichtingen treden in augustus 2026 in werking, wat voor MSP’s en IT-dienstverleners die generatieve AI inzetten concrete complianceverplichtingen meebrengt.

Bron: Europese Commissie

top ^

De AI Update is samengesteld door Marcel Debets. Tips? Mail de redactie op mspb@dutchit.com.

Organisaties wereldwijd boeken vooruitgang op het gebied van cybersecurity, maar tegelijk bestaan er hardnekkige tegenstrijdigheden tussen vertrouwen, uitvoering en budgettering. Dat blijkt uit de Global Future of Cyber Survey van Deloitte, uitgevoerd onder 1.058 business- en cyberleiders in 43 landen. Het onderzoek identificeert vijf paradoxen die de weerbaarheid van organisaties structureel onder druk zetten.

Vertrouwen loopt voor op uitvoering

De meest opvallende bevinding uit het Deloitte-onderzoek is de kloof tussen zelfvertrouwen en feitelijke implementatie. 85% van de respondenten geeft aan vertrouwen te hebben in de eigen cybersecuritystrategie, terwijl de daadwerkelijke uitvoering van cybermaatregelen gemiddeld op 70% ligt. Niels van de Vorle, cybersecurityspecialist en partner bij Deloitte, stelt dat de data aantonen dat strategische stappen worden gezet, maar dat de vertaling naar de uitvoering achterblijft. Volgens Van de Vorle is het dichten van die kloof de sleutel tot toekomstbestendige beheersing van cyberrisico’s.

Deloitte signaleert dat de rol van Business Information Security Officer (BISO) nog onvoldoende is ingebed: slechts 63% van de respondenten geeft aan deze functie in grote of zeer grote mate te hebben geïmplementeerd. Third-party cyber risk-capaciteiten zijn bij 65% van de organisaties breed verankerd, wat het onderzoek aanmerkt als een potentiële blinde vlek in de keten.

C-suite-steun vertaalt zich niet naar engineering

Cybersecurity staat hoog op de agenda van het topmanagement en CISOs hebben vaak directe lijnen naar de CEO of CIO. Dat leidt volgens Deloitte niet automatisch tot invloed op dagelijkse engineering- en productbeslissingen. Hoewel 78% van de respondenten aangeeft dat cyberleiders formeel participeren in DevSecOps-processen, ervaart slechts 40% daadwerkelijk gezamenlijk eigenaarschap en gedeelde KPI’s. Het onderzoek benoemt de samenwerking tussen de CISO en de Chief Architect of CTO als essentieel: zonder die verbinding blijven security-by-design en technische guardrails onvoldoende verankerd.

Leverancierslandschap groeit ondanks consolidatiewens

Organisaties staan voor een tegenstrijdige situatie op het gebied van leveranciersbeheer. Bij 74% van de ondervraagde organisaties nam het aantal leveranciers het afgelopen jaar toe; 79% verwacht verdere groei binnen drie jaar en 85% voorziet meer leveranciers op een termijn van vijf jaar. Tegelijk willen veel organisaties consolideren om complexiteit te verminderen. Deloitte wijt deze spanning deels aan de opkomst van AI, waarvoor organisaties nieuwe leveranciers en capaciteiten nodig hebben.

Het onderzoek laat een verschuiving zien naar geïntegreerde cyberplatforms. In 2024 noemde slechts 10% van de respondenten platformtransformatie als doelstelling; in 2025 was dat al 21% en 51% verwacht deze transformatie in 2026 te realiseren.

Incidentfrequentie daalt, maar voorzichtigheid geboden

In 2025 rapporteerde 78% van de respondenten minstens één openbaar cyberincident, tegenover 91% in 2024. Operationele verstoring blijft de meest genoemde zakelijke consequentie: 58% geeft aan daar in grote of zeer grote mate last van te hebben gehad, tegen 66% in 2024. Gemiddeld meldt 52% dat incidenten negatieve consequenties veroorzaakten, waar dat in 2024 nog 64% was. Deloitte waarschuwt dat zowel een stijging als een daling van meldingen genuanceerd moet worden geïnterpreteerd, omdat een hoger aantal meldingen ook kan wijzen op betere detectie.

Budgetten groeien, flexibiliteit ontbreekt

Cyberbudgetten zijn bij de meeste organisaties gestegen: 85% van de respondenten geeft aan het budget het afgelopen jaar te hebben verhoogd en 88% verwacht een verdere stijging in de komende twaalf maanden. Deloitte stelt dat bestaande budgetprocessen het voor veel organisaties lastig maken om snel te reageren op nieuwe ontwikkelingen, zoals de doorbraak van generatieve AI. 72% van de respondenten heeft nieuwe generatieve redeneermogelijkheden inmiddels geïntegreerd in bestaande AI-programma’s. Het onderzoek adviseert meer flexibiliteit in cyberbegrotingsmodellen, bijvoorbeeld door een reservering aan te houden voor onvoorziene investeringen of rolling forecasts in te voeren.

In het eerste kwartaal van 2026 stonden 2.122 organisaties vermeld op ransomware-leksites, het op één na hoogste aantal voor een eerste kwartaal ooit. Tegelijkertijd daalde het aantal actieve ransomwaregroepen terwijl de grootste spelers een groter deel van de aanvallen voor hun rekening namen. Dat blijkt uit het State of Ransomware-rapport van Check Point Software Technologies.

Check Point Research bracht in het eerste kwartaal van 2026 meer dan 70 actieve leksites in kaart. Die sites registreerden gemiddeld meer dan 700 slachtoffers per maand, met minimale schommelingen tussen januari, februari en maart. Volgens Check Point wijst een vergelijking met het eerste kwartaal van 2025 op het eerste gezicht op een lichte daling, maar die vergelijking is volgens het bedrijf misleidend: de cijfers van vorig jaar werden vertekend door één grootschalige exploitatiecampagne. Gecorrigeerd voor die uitschieter is de activiteit jaar-op-jaar juist toegenomen.

Concentratie aan de top

De top 10 van ransomwaregroepen was in het eerste kwartaal van 2026 verantwoordelijk voor 71% van alle slachtoffers. Daarmee keerde het gefragmenteerde beeld dat gedurende een groot deel van 2025 zichtbaar was, zich om. Qilin bleef voor het derde kwartaal op rij de meest actieve groep met 338 slachtoffers. The Gentlemen groeide van 40 slachtoffers in het vierde kwartaal van 2025 naar 166 in het eerste kwartaal van 2026. LockBit keerde terug in de wereldwijde top met 163 slachtoffers. Samen waren Qilin, Akira, The Gentlemen en LockBit verantwoordelijk voor 41% van alle geregistreerde slachtoffers.

Van versnippering naar consolidatie

In het derde kwartaal van 2025 was het aantal actieve ransomwaregroepen nog op een recordhoogte. Sindsdien daalde dat aantal. Check Point geeft aan dat druk van rechtshandhavingsinstanties, infrastructuurverstoringen en onderlinge concurrentie er doorgaans voor zorgen dat kleinere spelers verdwijnen, terwijl sterkere groepen verdreven partners absorberen en groeien.

Volgens het rapport zijn grotere ransomwareoperaties doorgaans beter georganiseerd, consistenter in hun werkwijze en veerkrachtiger bij verstoringen. Check Point stelt dat ransomware in 2026 daarmee wordt gekenmerkt door concentratie en niet door schaalvergroting: minder groepen nemen een steeds groter deel van de aanvallen voor hun rekening.

Gevolgen voor risicobeheer

Check Point geeft aan dat de risicobalans voor organisaties verschuift. Het bedrijf verwacht dat er mogelijk minder incidenten plaatsvinden, maar dat elk incident grotere gevolgen kan hebben. Aanvallen zijn vaker herhaalbaar en gericht op het verkrijgen van toegangen. Daardoor worden preventie en beheersing volgens Check Point belangrijker dan een puur reactieve aanpak.

Uit onderzoek van Sophos onder 5.000 IT- en cyberbeveiligingsmanagers blijkt dat 71% van de onderzochte organisaties het afgelopen jaar te maken kreeg met minstens één identiteitsgerelateerd beveiligingsincident. Menselijke fouten en gebrekkig beheer van niet-menselijke identiteiten zijn daarbij de voornaamste oorzaken. De gemiddelde herstelkosten bedroegen 1,64 miljoen dollar.

Sophos publiceert het rapport ‘State of Identity Security 2026’, gebaseerd op een leveranciersonafhankelijk onderzoek uitgevoerd in het eerste kwartaal van 2026. Aan het onderzoek namen 5.000 IT- en cyberbeveiligingsmanagers deel uit 17 landen, in organisaties met 100 tot 5.000 medewerkers verspreid over 14 sectoren.

Organisaties meldden gemiddeld drie afzonderlijke incidenten. Vijf procent rapporteerde zelfs zes of meer inbreuken. Twee derde van de ransomware-slachtoffers (67%) bevestigde dat hun incident voortkwam uit een identiteitsaanval, waarmee identiteitscompromittering volgens Sophos het voornaamste distributiemechanisme voor ransomware is. Bij 73% van de getroffen organisaties lagen de kosten op 250.000 dollar of meer; het gemiddelde bedroeg 750.000 dollar.

Menselijke fouten en NHI-beheer domineren oorzaken

Bij bijna 43% van de incidenten speelde menselijke fout een rol: medewerkers werden misleid om inloggegevens te verstrekken. Zwak beheer van zogeheten Non Human Identities (NHI’s) — zoals API-sleutels opgeslagen in broncode, statische inloggegevens en verweesde serviceaccounts — werd in 41% van de gevallen als oorzaak genoemd. Sophos meldt dat organisaties met zwak NHI-beheer 22% meer kans hebben op financiële diefstal en gemiddeld circa 150.000 dollar meer herstelkosten maken.

Slechts één op de drie organisaties wisselt of controleert serviceaccounts en niet-menselijke identiteiten regelmatig. Elf procent doet dit continu. Sophos geeft aan dat agentic AI dit probleem vergroot: AI-agents kunnen zelfstandig subagents opzetten die elk nieuwe inloggegevens genereren met brede en blijvende toegangsrechten, terwijl menselijk toezicht beperkt blijft.

Zichtbaarheid en detectie als zwakke schakels

Slechts 24% van de onderzochte organisaties controleert continu op ongebruikelijke inlogpogingen; meer dan de helft doet dit maximaal eens per kwartaal. Veertien procent van de getroffen organisaties kon de voornaamste aanval niet detecteren en stoppen voordat schade was aangericht. Kleinere organisaties met 100 tot 250 medewerkers hadden volgens het rapport bijna twee keer zoveel kans op een mislukte detectie vergeleken met middelgrote organisaties.

Uit de sectorverdeling blijkt dat energie-, olie-, gas- en nutsbedrijven (80%) en de centrale overheid (78%) de hoogste inbreukpercentages rapporteerden. Organisaties die nalevingsvereisten als zeer uitdagend ervaren, meldden in 82,4% van de gevallen een inbreuk, tegenover 68,3% bij organisaties die minder moeite hebben met naleving.

Ross McKerchar, Chief Information Security Officer bij Sophos, stelt dat identiteit is uitgegroeid tot het voornaamste aanvalsoppervlak en dat de meeste organisaties terrein verliezen. Volgens McKerchar is het NHI-vraagstuk bijzonder urgent: AI-agents krijgen toegangsrechten toegewezen sneller dan beveiligingsteams kunnen bijhouden, en organisaties die hier niet tijdig op inspelen lopen het risico op steeds hogere herstelkosten.

Aanbevolen maatregelen

Sophos adviseert een meerlaagse aanpak die zowel menselijke als niet-menselijke identiteiten omvat. Concreet noemt het bedrijf: het verplicht stellen van multifactorauthenticatie (MFA) voor alle gebruikersaccounts, toepassing van het principe van minimale toegangsrechten en het direct deactiveren van inactieve identiteiten.

Voor NHI’s specifiek adviseert Sophos een volledige inventarisatie en classificatie, vervanging van langdurige inloggegevens door kortdurende alternatieven, en de inzet van platforms voor secretsmanagement. Gezien de verspreiding van agentic AI noemt het bedrijf Identity Threat Detection and Response (ITDR) en een Zero Trust-beveiligingsmodel als steeds belangrijkere verdedigingslagen.

Het volledige rapport is beschikbaar via de website van Sophos.