Het partnerecosysteem kent veel partijen. Regelmatig staan we stil bij de activiteiten van een IT-dienstverlener. Deze keer is dat PQR. We spreken met Marco Lesmeister, Managing Director van het IT-partner­bedrijf dat al ruim dertig jaar actief is in de markt. Sinds drie maanden maakt de organisatie deel uit van het Duitse Bechtle dat meer dan 13.000 werknemers heeft. PQR houdt de eigen naam en autonomie. 

Wat betekent de naam PQR?

“Onze naam heeft geen betekenis. De oprichters wilden 32 jaar geleden een bedrijfsnaam met de letters ABC erin, want daarmee stond je vooraan in de Gouden Gids, maar alle mogelijkheden waren al vergeven. Toen zochten ze drie andere letters die elkaar opvolgen in het alfabet.”

Kun je iets vertellen over de begindagen van PQR?

“Het bedrijf startte als reseller van computers van het merk Digital Equipment. Die vendor werd overgenomen door Compaq, dat vervolgens onderdeel ging uitmaken van HP. Na een jaar of tien werd de hardware voor veel van onze ­klanten te ingewikkeld om te implementeren en is de Professional Serviceorganisatie ontstaan binnen PQR. Zes jaar geleden is daar een Managed Services-club bijgekomen, die onder meer beheer en ­security levert. Zodat we nu het single point of contact zijn geworden voor onze klanten. Dit zijn nog steeds de drie pijlers onder onze activiteiten: reselling, implementatie en managed services.”

Cloud is steeds vaker de standaard. Hoe spelen jullie daarop in?

“Je hoort wel eens in de markt dat het verkopen van hardware niet meer van deze tijd is. We gaan immers allemaal naar de cloud. Ik vraag dan graag waar die cloud op draait. Uiteindelijk is de basis toch nog steeds hardware. Alleen draait het nu in een datacenter waarvan je niet weet waar het staat. Daarnaast zijn er nog steeds legio klanten die een eigen ICT-afdeling of datacenter hebben. Kleinere klanten ­kiezen inderdaad vaak voor public- en private-cloud omgevingen, maar daarvoor leveren wij ook hard­ware – maar dan aan de datacenters. Het verkopen van hardware blijft dus een onderdeel van onze activiteiten.”

Uiteindelijk is de basis toch nog steeds hardware.

Maar het wordt vaak wel anders ingekocht.

“In plaats van concrete ­devices ­willen afnemers nu beheerde capaciteit om de applicaties te laten draaien. De transactie gaat daarbij op basis van het gebruik per maand per medewerker. Dat consumptiemodel wordt snel belangrijker. Toch is ook dan maatwerk nodig. Vaak heeft onze klant al infrastructuur staan. Dan kun je wel roepen dat je naar de public cloud gaat, maar een en ­ander moet wel integreren met de legacy. Niet alleen als het om hardware gaat, maar ook om de applicaties die erop draaien. Daar is kennis voor nodig, en die hebben wij. We bestaan ­immers ruim dertig jaar.”

Er is nog steeds een distributeur tussen jullie en de leverancier?

“Zeker, dat is een wens van de leveranciers. Die leveren niet direct aan ons. Wel hebben ook distributeurs inmiddels een andere rol. Vroeger waren ze nadrukkelijk voorraadhoudend, met een magazijn en zelfs een afhaalbalie. Naast ondersteuning en financiering, wat je nu nog wel ziet. Hoewel ook hier de financieringsmodellen veranderen. Nu ook hardware van fabrikanten als HP, Dell, Cisco en Fujitsu op basis van een abonnement naar gebruik afgerekend wordt, is de rol van financiering ook veranderd.”

Hoe hebben jullie de transitie van Capex naar Opex gemaakt?

“Wij zijn daar gelukkig al ongeveer zes jaar geleden mee begonnen. We maakten onze klanten duidelijk dat ze, als ze dat wilden, per maand per gebruiker konden afrekenen. Dus niet een ton besteden aan hardware, aan software, aan diensten, maar gedurende drie jaar een vast bedrag per gebruiker per maand.”

Waarom was dat voor de markt interessant?

“Om verschillende redenen. Ten eerste blijf je flexibel. Een IT-omgeving verandert vaak al binnen een jaar. Meestal stijgt het gebruik en het dataverkeer sneller dan verwacht. Software krijgt updates, beveiliging moet geactualiseerd worden. Dat is binnen dit model gegarandeerd. Daarbij doen wij het beheer. Dat is voor veel bedrijven, ook grotere, een uitkomst gezien de bijzonder krappe arbeidsmarkt als het gaat om IT’ers.”

Je kunt ons vergelijken met een grote voetbalclub in de Eredivisie.

Hoe acteert PQR zelf bij het werven van personeel?

“Je kunt ons vergelijken met een grote voetbalclub in de Eredivisie. Mensen komen graag naar ons toe omdat we mooie klussen bieden. Zoals de grote voetbalclubs talent aantrekken, maar ook weer zien vertrekken, zo zien wij ook dat goede mensen niet voor altijd blijven. Een Citrix- of SAP-specialist gaat op een gegeven graag voor die leverancier werken om werkelijk tot in detail met de producten bezig te zijn.”

Waar ligt een CIO wakker van?  Security?

“Was het maar waar, zou ik bijna zeggen. Beveiliging krijgt nog steeds niet de aandacht die het werkelijk verdient. Er valt bij veel bedrijven nog veel te verbeteren. Nee, ze liggen wakker van kostenbesparing. Vooral in combinatie met de beschikbare resources en de complexiteit. Bedrijven die ouder zijn dan vijf jaar, en niet digital native, zien een complexiteit die steeds verder toeneemt. Nieuwe applicaties komen erbij terwijl de oude on-premise omgeving ook moet blijven draaien. De inhuur van mensen is daarnaast lastig en duur.”

Bring Your Own Device (BOYD), het zakelijk werken op privé-devices zoals smartphones, komt sinds het massale thuiswerken steeds vaker voor. Vaak vergeten ondernemers echter dat BYOD juridische consequenties kan hebben. Zeker voor MKB-bedrijven gaat BYOD gepaard met uitdagingen.

In tegenstelling tot grote ondernemingen zijn veel mkb-ondernemers aarzelend bij het verstrekken van een mobiele telefoon van de zaak. Het zorgt immers voor extra kosten, het toestel kan kwijtraken of beschadigen, privégebruik is nauwelijks uit te sluiten én meestal beschikt de werknemer al over een eigen device.

Zolang medewerkers vooral op kantoor werken is het verstrekken van een mobieltje van de zaak vaak niet nodig. Nu thuis- en hybridewerken vaker voorkomen is het onvermijdelijk dat werknemers privé-devices ‘voor de zaak’ inzetten.

Daarnaast hebben potentiële medewerkers in een krappe arbeidsmarkt ruimte om wensen te formuleren. Zo werken veel werknemers graag op de privé-devices waar ze aan gewend zijn voor toegang tot bedrijfstoepassingen en -informatie. Jongeren die op de arbeidsmarkt komen maken minder verschil tussen zakelijk- en privégebruik van device(s), terwijl hun (aanstaande) leidinggevenden dit onderscheid vaak nog wel maken.

Jongeren gaan uit van BYOD

80% van de digital natives geeft aan graag gebruik te maken van BYOD-constructies, waarbij ze op hun eigen apparaten werken. Slechts 7% van leidinggevenden doet dit ook. Ook gebruikt 78% van de digital natives instant messaging apps zoals WhatsApp, naast een waaier aan andere social media applicaties die vaak qua security voor uitdagingen zorgen.

 

Juridische consequenties van Bring Your Own Device

Voor werkgevers ontstaan er nieuwe zorgen bij BYOD. En juridische problemen. Zeker bij het MKB, dat vaak niet over eigen juristen beschikt. Wie is verantwoordelijk (en dus aansprakelijk) bij hacks, virussen en andere problemen? Mag de werkgever het ICT-beleid onverkort handhaven op privéapparaten? Hoe staat het met de privacy van de medewerkers, ontstaan er problemen met de handhaving van AVG-regelgeving?

BYOD lastig te verenigen met AVG

Laten we met dat laatstgenoemde aspect beginnen. De AVG, Algemene Verordening Gegevensbescherming, is de Nederlandstalige benaming van een Europese wet die ervoor zorgt dat recht op privacy gehandhaafd wordt. Dat wil voor telefonie zeggen dat zowel het 06-nummer van de werknemer, als de gegevens van diens toestel niet zomaar openbaar gemaakt mogen worden. En dat is ook wat de Nederlandse wet voor BYOD voorschrijft.

Werknemers hebben recht op privacy op de werkplek

Medewerkers moeten daar hun uitdrukkelijke toestemming voor geven. Dat geldt ook voor hun persoonlijke data op de mobiele toestellen. Het is eigenlijk een verdere invulling van wat we al veel langer kennen als het briefgeheim. Samengevat: BYOD en gegevensbescherming werken eigenlijk maar in één richting en die is in het voordeel van je werknemers.

Naast zorgen om de privacy van de werknemers, speelt bij AVG natuurlijk de bescherming van klantdata. Het voorkomen van datalekken bij de inzet van Bring Your Own Devices is niet eenvoudig te realiseren.

De medewerker zal ermee akkoord moeten gaan dat specifieke software op zijn toestel wordt geplaatst, namelijk MDM (mobile device management) software die onder andere de zakelijke gegevens van de privé-data scheidt op het toestel.

Bring Your Own Device en software licenties

Niet alleen de privacyregelgeving kan roet in het eten gooien. De Nederlandse rechtspraak heeft eerder al aangegeven dat een werkgever aansprakelijk kan zijn voor de door de werknemer geïnstalleerde illegale software, zelfs wanneer het gaat om privé-apparatuur. BYOD betekent weliswaar niet ‘Bring Your Own Software’, maar de toetsing en naleving is lastig te organiseren op een privé-toestel.

Werknemers hebben recht op privacy op de werkplek, ook bij het gebruik van eigen apparatuur. Pas bij een redelijk vermoeden van wangedrag mag de werkgever gaan observeren of registreren wat werknemers met die devices doen. Dit moet dan ook nog eens vooraf in een duidelijk ICT-reglement zijn vastgelegd. Dit is lastig te verenigen met het vaak vertrouwelijke karakter van zakelijke documenten en de steeds strikter wordende privacyregelgeving. Zowel technische maatregelen als goede afspraken zijn nodig om BYOD juridisch in te richten.

Vijf overwegingen bij het toestaan van BYOD:

  • Als medewerkers hun eigen toestellen ook zakelijk (moeten) gebruiken dan moet de werkgever een BYOD-overeenkomst opstellen. Hierin staan de rechten en plichten van zowel werkgever als werknemer vermeld.
  • Leg in de overeenkomst officieel vast dat een medewerker zijn toestel (ook) zakelijk gebruikt. En daarvoor de noodzakelijke apps installeert. Volgens de Nederlandse wet voor BOYD, is de werknemer hier niet toe verplicht.
  • Het installeren van Mobile Device Management is bijna onontkoombaar, om privé en zakelijke gegevens te scheiden. Maak dit meteen duidelijk als BYOD ter sprake komt. Of als iemand zonder overeenkomst zakelijk (b)lijkt te werken op een privé-toestel.
  • Als er bij BYOD-problemen met het toestel zijn is het niet altijd duidelijk of de oplossing hiervoor bij de werkgever of de eigenaar, de werknemer dus, ligt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan reparaties. Maak hier afspraken over.
  • Leg ook vast dat de eigenaar van het toestel (de werknemer) alle noodzakelijke systeem- en software-updates doorvoert.
  • Wees je ervan bewust dat het opleggen van een toesteltype of OS niet eenvoudig is. Kan de interne ICT-afdeling een veelvoud aan devices van verschillende fabrikanten aan?

Wel of geen BYOD?

Bring Your Own Device is in het mkb een relatief nieuw fenomeen. Het sluit niet altijd aan bij de wettelijke regels voor werknemers. En ook niet bij de wetgeving op het gebied van datalekken. Om hierin meer zekerheid en duidelijkheid te introduceren, is het zeer verstandig eigen beleid te formuleren. Bepaald kan worden wat voor soort apparaten mogen worden gebruikt en waarvoor. Ook kan de werkgever eisen aan de beveiliging stellen.

Verdergaande maatregelen, zoals het mogen meekijken of zelfs wissen van data op de privéapparaten, zijn moeilijker in te richten, aangezien die raken aan de privacy van de werknemer. En die weegt zwaar. Het gebruik van mobile device management (MDM) kan een oplossing zijn om BYOD te laten slagen zonder al te grote uitdagingen.

BYOD aantrekkelijk voor cybercriminelen

Sinds de snelle verschuiving naar hybride werkmodellen, ingegeven door de coronapandemie, wijzigden cybercriminelen aanvalstactiek. Ze richten vaker op de mobiele devices waarmee mensen thuis en op afstand werken. Denk daarbij aan smartphones, tablets en laptops.
De overstap op thuis en op afstand werken zorgde er ook voor dat aanvallers zich niet langer vooral richten op devices en applicaties, maar steeds vaker op de gebruikers ervan. Daarbij gaat het vooral om phishing-campagnes die bedoeld zijn om toegang te krijgen tot zakelijke cloudapplicaties, zoals Office 365 en Google Workplace-apps (voorheen G Suite). Het toestaan van BYOD werd daardoor risicovoller.

Circulaire IT wordt voor IT-partners in snel tempo belangrijk. Klanten vragen immers steeds vaker om duurzame IT-oplossingen. Verschillende grote fabrikanten belonen resellers die circulaire IT-oplosingen aanbieden inmiddels binnen hun partnerprogramma’s.

Circulaire IT lijkt moeilijk te realiseren. De CO2 voetafdruk van IT is aanzienlijk. Op basis van de huidige groeivoorspellingen is de IT-sector verantwoordelijk voor 6 tot 14% van de mondiale emissies in 2040. Dit blijkt uit cijfers van ING.

In de publieke opinie wordt vooral het gebruik van IT, bijvoorbeeld in datacenters, (ten onrechte) als belastend voor het milieu gezien. In de praktijk is de dagelijkse inzet van hardware echter het minst belastend. Zo vindt bijna 80 procent van de broeikasgasemissies van een nieuwe notebook plaats in de productiefase. Daar komt dan nog de winning van de grondstoffen voor de fabricage en het transport van de hardware naar de eindgebruiker bij.

Circulaire IT versnellen met langere gebruiksduur

Als de IT-sector wil verduurzamen, zouden aanbieders zich daarom in eerste instantie moeten afvragen of nieuwe apparatuur echt nodig is. Mobiele telefoons worden nu in veel gevallen eens per twee jaar (‘einde abonnement’) vervangen door een nieuw type. Pc’s zijn doorgaans na een jaar of drie aan vervanging toe. Door de gebruiksduur van een pc te verlengen neemt de totale milieubelasting af.

De gedachte erachter is niet nieuw. Al voor de eeuwwisseling waren sommige resellers en een organisatie als ICT Milieu (zie kader) bezig met het inzamelen, opnieuw inzetten en refurbishen van IT-apparatuur. De afgelopen tijd omarmden echter ook grote fabrikanten als Cisco, HP en Huawei het terugnemen van hardware. Het partnerecosysteem speelt daarbij een belangrijke rol.

Grote rol partners bij duurzame IT

Met name dat aspect benadrukte Chuck Robbins, CEO van Cisco, vorig jaar toen hij meldde dat de techgigant 100% van zijn hardwareproducten zal terugnemen en opknappen of recyclen. “Dit lukt alleen met de hulp van het kanaal,” meldde Robbins. De bereidheid onder de partners om te verduurzamen blijkt overigens groot. Robbins citeerde uit een onderzoek van technologie-analistenbedrijf Canalys, waaruit blijkt dat bijna de helft van de partners openstaat voor terugname, terugwinning en recycling van producten. Vijfenveertig procent van de partners zegt dat ze een deel van hun inkomsten uit duurzaamheidsoplossingen willen halen.

Geld verdienen met circulaire IT

Cisco lanceerde ook de Environmental Sustainability Specialization die partners beloont die een praktijk opbouwen rond terugname en hergebruik van producten. Partners kunnen de hardware die ze uit de omgeving van hun klanten halen teruggeven aan Cisco. Ze hoeven die niet zelf op te knappen of recyclen.

Circulaire IT is een geweldige manier voor partners om geld te verdienen

De specialisatie gaat, net als de rest van Cisco’s specialisaties, gepaard met co-branded materialen, handleidingen voor gesprekken met klanten en training in Cisco-programma’s. De specialisatie kan in een kort tijdsbestek worden bereikt – 15 uur met twee examens – en er is slechts één medewerker nodig om de specialisatie te bereiken, werd tijdens de lancering duidelijk. “Dit is niet alleen het juiste om te doen voor de wereld, maar het is ook een geweldige manier voor onze partners om geld te verdienen.”

Al ruim twintig jaar circulair

Dat met recycling en refurbished een gezond bedrijf is op te bouwen weet ook Maxicom. Jean-Pierre Verhoeven, oprichter van de distributeur die inmiddels onderdeel is van de Circular IT-Group, bewijst het. Al ruim twintig jaar is hij actief in de refurbished markt. Toen hij met zijn activiteiten startte, speelde het duurzaamheidsvraagstuk minder, maar was wel bekend dat refurbished apparatuur voor zowel eindgebruiker als reseller een betere prijs-kwaliteitverhouding kent. “Refurbished apparatuur stelt werknemers in staat goed hun werk te doen en levert resellers en IT-partners een prima marge én nieuwe activiteiten op,” legde hij eerder uit in een interview met ChannelConnect.

Refurbished biedt goede en duurzame IT

Maar niet alleen de prijs is doorslaggevend voor eindgebruikers. “Refurbished staat inmiddels echt ergens voor. Namelijk voor een gegarandeerde kwaliteit. Daar waar fabrikanten de apparatuur ‘as is’ terugnemen, gaan de medewerkers van Maxicom actief met de apparatuur aan de slag. “We testen en controleren de aangeleverde hardware, alle gegevens van vorig gebruik worden gewist. Vervolgens herstellen we de fabrieksinstellingen, zodat de nieuwe gebruiker in feite dezelfde ervaring heeft als wanneer hij het device nieuw zou kopen.”

En los van de duurzaamheidseffecten, is er nog een aspect dat het aanbieden van refurbished producten op dit moment interessant maakt voor resellers en hun eindklanten. Namelijk de beschikbaarheid van onder meer chips. De levertijden van nieuwe hardware nam sterk toe door een tekort aan halfgeleiders. “Via onze partners is onze refurbished apparatuur voor netwerken, computing en mobility direct leverbaar.”

IT-dienstverlener Telindus onderscheiden

Het door Cisco gelanceerde partnerprogramma gericht op circulaire IT werd ook in Europa al snel opgepakt. Zo kwalificeerde IT-dienstverlener Telindus (onderdeel van Proximus) zich al in april binnen de Cisco Environmental Sustainability Specialization, nadat het bedrijf vorig jaar al door de leverancier was onderscheiden met de Sustainability & Social Impact Partner of the Year 2021 award.

Telindus ontwikkelde een oplossing voor de connectiviteit en digitale weerbaarheid van een gemeentelijke organisatie. Duurzaamheid was een belangrijk element in de aanbesteding. Telindus geeft daaraan invulling door de hardware die vervangen wordt opnieuw te gebruiken. Zo levert de onderneming een bijdrage aan circulaire IT.

HP ondersteunt kanaal met Amplify Impact

Cisco is echter niet de enige fabrikant die hardware terughaalt uit de markt en daarbij leunt op het partnerkanaal. Zo kent HP het programma Amplify Impact. En ook Huawei zet stappen op het gebied van duurzame IT en circulaire IT. HP wil met het uitgebreide(re) duurzaamheidsprogramma milieubewuste partners, en hun klanten, bereiken. Bij de lancering gaf HP aan graag te zien dat maar liefst 50 procent van zijn partners meedoet aan het programma.

Circulair ecosysteem

Ook bij Huawei gaat het streven naar sustainability verder dan het stroomverbruik van de hardware, legde Kenneth Soechit, Channel Director Nederland bij de fabrikant, uit aan ChannelConnect. “Een belangrijk aspect bestaat uit het feit dat we na een aantal jaar de apparatuur weer vervangen tegen goede condities. Deze hardware kan opnieuw worden ingezet. Of we zorgen ervoor dat onderdelen hergebruikt worden. Zo zorgen we ervoor dat kostbare materialen niet verloren gaan en ontstaat een circulair ecosysteem.” Partners kunnen deze service goed inzetten bij het verkopen van nieuwe oplossingen en hun klanten wijzen op de MVO-voordelen van zowel het hergebruik, als de inzet van moderne, duurzame hardware.

Duurzame IT biedt volop kansen voor IT-partners

Het is duidelijk dat circulaire IT en refurbishment belangrijke items zijn geworden in de IT-industrie. Het biedt het partnerkanaal ook nieuwe kansen. “We steken miljarden in de bouw van windmolens op zee. Maar we zouden belangrijke duurzaamheidsdoelstellingen al kunnen behalen door IT-apparatuur een langer leven te geven,” aldus Jean-Pierre Verhoeven van Maxicom. Steeds meer grote fabrikanten geven hem inmiddels gelijk.

Al twee decennia streven naar circulaire IT

Het belang van duurzaamheid uitte zich heel concreet in de oprichting van het ICT Milieu inzamelsysteem voor afgedankte ICT-hardware in 1999. Inmiddels is ICT Milieu opgegaan in het sector-overschrijdende initiatief Stichting Open. Hier doen alle Nederlandse producenten en importeurs van elektrische apparaten aan mee.

De Stichting Open streeft ernaar om alle sectoren zo goed en snel mogelijk te verduurzamen. Het terughalen van elektronische apparatuur, het zorgen voor goede recycling en daarmee ook het meetbaar maken van de inspanningen zijn de eerste stappen richting circulaire IT.

Nutanix voert aanpassingen door aan het partnerprogramma Elevate. De focus van het programma is aangescherpt om een betere ervaring te bieden voor zowel partners als klanten.

“Met de vernieuwingen van het Elevate-programma spelen we in op de behoeften van onze partners,” geeft Channel Director Sven Schoenaerts aan in gesprek met ChannelConnect. “We verkopen niet alleen de technologie, maar we stellen partners vooral in staat te adopteren en te presteren.” Hij legt uit dat de veranderingen in het programma met name impact hebben voor resellers; voor distributeurs voert de leverancier in een later stadium veranderingen door.

Meer autonomie voor partners
“We zagen in de markt dat partners graag meer autonomie wilden bij het onboarden van nieuwe klanten en het uitrollen van projecten. In de praktijk had Nutanix daarbij nog een aantal touchpoints bij het sluten van de transactie en de samenstelling van de propositie.”

De leverancier heeft het partnerprogamma nu aangepast. “De partner speelt nu een nog grotere rol in het hele verkoopproces, van het ontdekken van een kans, het ontwikkelen van een configuratie – inclusief het sizen van de architectuur, tot het vaststellen van de prijs en het sluiten van de deal.” Met name bij de pricing was voorheen nog regelmatig contact met de Nutanix-organisatie.

De aanpassingen worden vanuit Nutanix mogelijk gemaakt door de partners toegang tot extra tools te bieden. “Dat zijn in feite de tools die onze eigen, interne, staff ook gebruikt. We delen op die manier onze kennis, onze Intellectual Property met het kanaal.” Door die kennis te delen met de partners borgt Nutanix de kwaliteit van de verkochte configuraties.

De pricing zal de reseller-partner ook in de toekomst niet geheel autonoom doen. “We hebben onze distributeurs in staat gesteld om autonoom pricing-modellen toe te passen. Op die manier kunnen projecten volledig door ons partner-ecosysteem ingevuld worden.” Schoenaerts verwacht dat de go-to-market van oplossingen op deze manier een versnelling krijgt.

Financiele beloning
De leverancier zal partners ook financieel ondersteunen om autonoom deals te sluiten. “We komen met kortingen voor resellers en distributeurs voor transacties die ze zonder tussenkomst realiseren.” De leverancier breidde de incentives overigens niet alleen uit naar de partnerorganisaties. Ook individuele verkopers en system engineers kunnen profiteren van de aanwas aan nieuwe klanten die de reseller weet op te tekenen.

Het intenet had als oorspronkelijk doel om informatie voor iedereen toegankelijk te maken. Bij de snelle digitalisering is de toegankelijkheid echter niet altijd in het oog gehouden. Zo bleek onlangs uit onderzoek dat 45% van de laagopgeleiden moeite heeft om zelfstandig online belastingaangifte te doen. Dit, terwijl er wettelijke verplichtingen gelden voor overheden. Zij moeten websites toeganklijke maken voor iedereen.

Kansen voor partners

Dergelijke wetgeving gaat nu ook gelden voor het bedrijfsleven. En dat zal gevolgen hebben, betoogt Rowan Verbraak. Hij is UX Designer & Research Lead bij Humanoids. “Voor veel mensen met een beperking kost het vaak erg veel moeite om online uit de voeten te kunnen. Dat betekent een uitdaging voor veel organisaties, legt Verbraak uit. IT-dienstverleners kunnen een belangrijke rol spelen bij het adviseren van hun klanten en bij het aanpassen van de site. “Een website toegankelijk maken komt neer op het doorvoeren van een verandering in het ontwerp- en ontwikkelproces.”

In 2025 wordt nieuwe wetgeving van kracht die websites en apps verplicht om te voldoen aan internationaal geldende richtlijnen voor toegankelijke online content. Niet alleen Nederland, maar de hele Europese Unie moet hieraan geloven.

Verbaak: “Een toegankelijke website betekent dat die bruikbaar is voor zoveel mogelijk mensen, doordat bij het bouwen rekening is gehouden met uiteenlopende capaciteiten van doelgroepen. Oók voor mensen met een beperking.”

Brede groep profiteert

Denk bij het woord beperking aan een heel brede groep gebruikers. Niet alleen blinden en slechtzienden, of mensen met een motorische handicap. Maar ook laaggeletterden of minder digitaal vaardigen vallen onder deze doelgroep. Dat staat alles bij elkaar in Nederland alleen al gelijk aan een groep van 4 miljoen gebruikers. Daarnaast kan iedereen wel eens beperkt zijn door tijdelijke omstandigheden. Bijvoorbeeld door een blessure, of stressvolle situaties, fel zonlicht of omgevingslawaai.

Het grootste voordeel van een toegankelijke website, voor zowel een bedrijf als voor de overheidsinstantie, is dat ook bezoekers zonder handicap de site vaak als prettiger ervaren. Verbaak: “Een toegankelijke website maakt je sneller vindbaar, geeft je groter bereik, is kostenbesparend. En geeft invulling aan maatschappelijke betrokkenheid van de onderneming.”

ESET en Hunt & Hackett kondigen een nieuw partnership aan. Hunt & Hackett zal ESETs Endpoint Prevention, Detection & Response (EPDR)-platform en Incident Response-capaciteiten integreren in zijn Managed Detection & Response (MDR/XDR)-diensten.

Beide bedrijven houden zich bezig met het beschermen van organisaties tegen gerichte dreigingen door Advanced Persistent Threat-groepen. Deze groeperingen richten zich op spionage, informatiediefstal en financieel gemotiveerde criminaliteit.

ESET en Hunt & Hackett werken al een langere tijd samen op het gebied van kennisdeling en het creëren van bewustzijn omtrent digitale veiligheid. Zo schoof Ronald Prins, medeoprichter van Hunt & Hackett, eerder aan bij de ESET Security Days en ESETs CISO Secure the Future podcast.

Ashley Schut, Head of SMB & MSP bij ESET Nederland: “Wij zijn er ontzettend blij mee dat een partij als Hunt & Hackett zich aansluit bij ESET als partner. Niet alleen zijn wij op het gebied van kernwaarden en onze focus op Europese soevereiniteit een goede match, ook op het gebied van onze producten en diensten zijn we complementair aan elkaar. Hunt & Hackett richt zich volledig op Incident Response & MDR-dienstverlening en is dankzij de expertise van hun medewerkers hierin zeer gespecialiseerd. De samenwerking vormt een mooie aanvulling op het ESET-portfolio. Zij bieden een gespecialiseerde dienst waarbij ze klanten in Nederland elke dag digitaal veiliger maken.”

Werknemers op afstand zijn bang dat ze minder zeggenschap hebben over hun werk en carrièrekansen mislopen. Dat geldt met name voor jongeren (18-24 jaar), zo blijkt uit recent onderzoek van Owl Labs. Bij 55-plussers is de vrees het daarentegen een stuk minder.

Voor hun jaarlijkse State of Hybrid Work-rapport ondervroeg Owl Labs 10,000 Europese respondenten, waaronder 2,000 Nederlanders. De respondenten geven aan op hun hoede te zijn voor proximity bias, een onbewuste neiging van managers om collega’s in de directe omgeving een voorkeursbehandeling te geven. Hoe groot de zorgen zijn, verschilt per leeftijd: 53% van de jongeren vreest voor proximity bias, vergeleken met 31% van de 55-plussers.

Jongeren (18 tot 24 jaar) werken dan ook vaker op kantoor dan 55-plussers. Van hen werkt 43% fulltime op kantoor, vergeleken met 28% van de 55-plussers. Slechts 12% van de jongeren werkt fulltime op afstand, tegenover 28% van de 55-plussers. Gemiddeld genomen zijn jongeren per week een volle dag langer op kantoor.

Desondanks lopen jongeren óók warm voor flexibele werkuren en -plekken. 25% van de jongeren zou een baan afwijzen die geen flexibiliteit in werklocatie biedt, en 35% wil graag flexibele werktijden. Het gaat hen op afstand ook beter af werkrelaties op te bouwen. Meer dan de helft van de jongeren (59%) heeft geen moeite met het gebrek aan face-to-face contact, vergeleken met 39% van de 55-plussers.

“Het is makkelijk te vergeten dat verschillende leeftijdsgroepen en generaties anders omgaan met hybride werken en verschillende behoeften hebben”, zegt Owl Labs CEO Frank Weishaupt. “Een van de redenen waarom we dit jaarlijkse onderzoek uitvoeren, is om inzicht te krijgen in trends op het gebied van werken en bewustzijn te creëren rond de veranderende behoeften van werknemers. Want een toekomstbestendige hybride werkplek voldoet niet alleen aan de wensen van het management, maar aan die van álle medewerkers.”

E-commerce verzendplatform Sendcloud versterkt per 1 november 2022 zijn bestuur met de aanstelling van Madelein Smit als nieuwe COO. De benoeming volgt een jaar nadat het bedrijf in een Serie C-financieringsronde €150 miljoen binnenhaalde.

“Madelein is een doorgewinterde executive die bekend staat om haar ondernemersmentaliteit”, zegt Rob van den Heuvel, CEO en Co-founder van Sendcloud. “Als groot voorstander van de kracht van technologie, past Madelein perfect bij onze missie om bedrijven te laten groeien met behulp van een optimaal verzendproces. Met haar ruime ervaring in scale-ups, zijn we ervan overtuigd dat Madelein de juiste persoon is om Sendcloud te ondersteunen verder op te schalen.”

Voor haar start bij Sendcloud, was Madelein Smit Chief Information Officer bij EVbox waar zij verantwoordelijk was voor IT, beveiliging en strategische projecten.

Naast Madelein breidt Sendcloud zijn managementteam uit met Julia Pilkes (VP of Demand Gen) en Diana McDermott Borsten (Global Head of Talent Success).

Enreach is nu officieel beschikbaar als connectiviteitspartner in het Operator Connect-programma van Microsoft.

Eindgebruikers zijn in combinatie met Enreach direct telefonisch bereikbaar in hun Teams-omgeving en kunnen vanuit Teams uitbellen, in combinatie met hun zakelijke telefoonnummers.

Daarnaast hebben zij toegang tot diverse complementaire diensten, waaronder WhatsApp en social mediakanalen. Dankzij het Operator Connect-programma kunnen organisaties zelf hun telecomoperator selecteren in hun Microsoft-omgeving.

Joep LeCluse, Head of Cloud Workspace Productivity bij Enreach: “Met Operator Connect stellen we klanten in staat om het maximale uit hun Microsoft-suite te halen. De combinatie met onze geïntegreerde, complementaire diensten maakt het daarbij nog makkelijker om klantcontact naar een hoger niveau te tillen en optimaal samen te werken. Deze integratie is een mooie nieuwe mijlpaal in ons streven om oplossingen te bieden voor persoonlijk contact, waar mensen zich dan ook bevinden.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Robert-Jan Dullaart, Director Channels Benelux bij Veeam, vindt het onderzoek van Conclusion MBS over de ontwikkeling dat organisaties businesskansen mislopen vanwege ontoereikende IT het meest opvallende nieuws deze week op de site van ChannelConnect.

Gebrek aan inzicht leidt tot missen van nieuwe businesskansen

Dit onderzoek concludeert onder meer dat 36% van de IT-beslissers wel eens businesskansen mist vanwege ontoereikende IT. Hierbij is met name gebrek aan overzicht een probleem. Ongeveer de helft (49%) geeft aan dat de de wirwar van applicaties en data zorgt dat zij niet de informatie kunnen vinden die zij nodig hebben om zakelijke besluiten op te baseren of nieuwe kansen te identificeren.

Het is noodzakelijk dat IT-beslissers, maar ook zakelijk leiders, zich realiseren dat een overzichtelijke en goed beheerde IT-omgeving essentieel is voor het (toekomstige) succes van de organisatie. Dit geldt niet alleen voor de day to day operations, maar dus ook voor het uitzetten van strategieën en het identificeren en, belangrijker nog, laten slagen van nieuwe businesskansen.

De back-up als veilige testomgeving

Vrijwel iedere organisatie maakt gebruik van back-ups als verzekeringspolis, om data te kunnen herstellen als er zich calamiteiten voordoen. De back-updata die zich binnen de organisatie bevinden zijn uitermate geschikt om nieuwe businesskansen te identificeren. Back-ups bieden namelijk een veilige en afgesloten omgeving die precies lijkt op de organisatie. Perfect om data te analyseren en uiteindelijk ook om nieuwe initiatieven te testen zonder dat deze impact te hebben op het dagelijks functioneren van de organisatie.

Er kan bijvoorbeeld getest worden of processen efficiënter kunnen worden ingericht of welke applicaties overbodig zijn geworden, maar er kunnen ook volledig nieuwe kansen worden ontdekt die de basis vormen van nieuwe inkomstenbronnen. Door wijzigingen in de IT-omgeving te testen in een afgeschermde omgeving zorg je ervoor dat er geen resources verloren gaan aan niet-werkende initiatieven en dat het bedrijf geen risico loopt op downtime.

Eindeloze mogelijkheden

De mogelijkheid om een back-up te gebruiken om nieuwe kansen te identificeren en te testen, valt en staat echter met de manier waarop deze ingericht is en beheerd wordt. Bij Veeam raden we aan hiervoor de 3-2-1-1-0 back-up-regel te gebruiken. Maar wanneer back-ups eenmaal goed ingericht zijn, zijn de mogelijkheden eindeloos.

Het is van groot belang dat IT- en zakelijke leiders beter gaan nadenken over de positie die de IT-omgeving, en dus ook back-ups, innemen in de strategische routekaart die zij hebben uitgezet voor hun organisatie en de rol die het kan spelen bij het identificeren van nieuwe businesskansen. Alleen zo kunnen we voorkomen dat onoverzichtelijke IT een rol speelt in het missen van nieuwe businesskansen.