Zakelijke mobiliteitsplatform XXImo breidt haar team uit met drie nieuwe collega’s. Per 1 september startent Michael Grabmayer (46) en Nick Pannell (56) en per 1 oktober ook Pieter van Mierlo (52). Zij gaan een prominente rol spelen in de Europese uitbreiding van het platform.

Momenteel is het bedrijf actief in Nederland, Duitsland en België. Nog dit jaar wordt het platform ook uitgerold in het Verenigd Koninkrijk en Slowakije. In 2023 volgen Tsjechië, Roemenië, Hongarije en Polen.

Grabmayer wordt Director of International Expansion en wordt verantwoordelijk om alle nieuwe vestigingen in nieuwe landen operationeel te maken. Hij bekleedde hiervoor diverse functies bij W.A.G. payment solutions plc, waar hij ervaring heeft opgedaan met het betreden van nieuwe markten in Europa.

Pannell neemt als Country Director van het Verenigd Koninkrijk de leiding over in deze regio’s. Hij brengt meer dan 25 jaar ervaring mee als strategisch consultant voor diverse internationale projecten, onder andere bij Shell en BP.

Van Mierlo sluit zich aan bij de Management Board als Chief Commercial Officer, waarin hij de verantwoordelijkheid draagt voor de aansturing van de commerciële teams en de nieuwe landen. Ook hij heeft zijn sporen verdiend in de financiële wereld, waaronder bij Equens, Worldline en ABN AMRO.

IT-dienstverleners die zich specialiseren in een bepaald type service worden gemiddeld hoger gewaardeerd dan allround-dienstverleners. Een uitzondering hierop is te vinden bij pure securitypartijen. Hun waarde blijkt vaak pas bij een incident

Dit is te lezen in de laatste editie van de IT Xperience Monitor van Giarte. Dit is het jaarlijks onderzoek naar de tevredenheid van organisaties die hun IT uitbesteden. In het onderzoek zijn evaluaties betrokken van 762 uitbestedende organisaties, die zakendoen met in totaal 36 IT-bedrijven.

Uit het jaarlijkse onderzoek naar de tevredenheid van organisaties die hun IT uitbesteden blijkt dat eindklanten security-dienstverlening veelal zien als water uit de kraan of elektriciteit. “Het moet er altijd zijn,” is de houding bij uitbesteders. De toegevoegde waarde van de dienstverlening blijkt vooral bij incidenten pas echt.

Security dienstverleners scoren lager

IT-bedrijven die (alleen) actief zijn op het vlak van IT-securitydienstverlening ontvangen gemiddeld lagere scores dan organisaties die zich niet alleen met security-management bezighouden.

Er is sinds COVID-19 wel meer aandacht voor securitymanagement. Maar Giarte ziet nog steeds dat de zorg voor IT-security slechts bij een klein deel van de markt een significant deel van het IT-budget omvat. Tevens constateert Giarte op basis van het onderzoek dat de verantwoordelijkheid vaak nog niet bij een partij is belegd die zich alleen maar met security bezighoudt.

Voor de allrounders, dat zijn IT-bedrijven die alle typen dienstverlening binnen Managed Services leveren, in het onderzoek geldt dat samenwerken met hen aantrekkelijk is voor bedrijven die bijvoorbeeld één aanspreekpunt willen hebben. Of die volledig ontzorging wensen. Maar blijkt ook dat deze allround-IT-bedrijven erg hun best moeten doen om domeinkennis op te bouwen. Ze kunnen geconfronteerd kunnen worden met te hoge verwachtingen van uitbestedende organisaties.

Operationele fit

IT-bedrijven die hoog scoren op Customer Delight (Aanbeveling, Vertrouwen en Verwachtingen) in het onderzoek, hebben vaak een aantal gemene delers. Deze IT-bedrijven hebben een goede operationele of culturele fit. Dat betekent dat hun werkwijze of cultuur goed aansluit met de organisatie waarmee ze samenwerken.

Hoog scorende IT-bedrijven hebben daarnaast een hoge mate van klantintimiteit. Bijvoorbeeld doordat ze snel reageren op vragen en verzoeken. En daarnaast beschikken over vergaande kennis van de businessprocessen. Deze dienstverleners dragen bij aan het verwezenlijken van de businessdoelstellingen van hun klanten. Ook is bij hoog scorende IT-bedrijven vaak sprake van een focus en/of specialisatie in een bepaald type dienstverlening. Of in een bepaalde vertical.

Het Nederlandse bedrijfsleven is koploper als het om cloud gaat. 65 Procent van de Nederlandse bedrijven maakte in 2021 gebruik van cloud-diensten. Hieronder vallen zowel het gebruik van cloud-opslag als van cloud-applicaties. In Europa maakte gemiddeld 41 procent van de bedrijven gebruik van cloud.

ACM ziet risico

Het succes van cloud heeft gevolgen voor de relatie tussen cloud-aanbieders en het bedrijfsleven. Vooral als het gaat om grote platforms. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet risico’s voor de concurrentie op deze markt. Ze vindt het belangrijk om bedrijven en organisaties hiertegen te beschermen.

Uit een marktstudie van de autoriteit blijkt dat de grootste twee aanbieders (Microsoft Azure en Amazon Web Services) elk een marktaandeel hebben van 35 procent à 40 procent. “Gezien de kenmerken van de markt is het voor kleinere spelers moeilijk om effectief met grote geïntegreerde aanbieders te concurreren”, meldt de studie.

Gratis cloud-opslag als lokkertje

Manon Leijten, bestuurslid van de ACM wijst erop dat de concurrentie tussen clouddiensten zich vooral richt op het moment waarop bedrijven of instellingen hun aanbieder voor het eerst kiezen. Aanbieders proberen hen dan te verleiden. Bijvoorbeeld door bijvoorbeeld gratis clouddiensten, zoals een bepaalde capaciteit aan cloud-opslag, en door volumekortingen aan te bieden. “Wie eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan daarna moeilijk overstappen naar een andere aanbieder.” Door een beperkte interoperabiliteit hebben bedrijven en organisaties weinig vrijheid in de keuze tussen clouddiensten van verschillende aanbieders, stelt Leijten.

Dominantie voorkomen

Simon Besteman, directeur van Dutch Cloud Community, geeft op vragen van ChannelConnect aan dat hij met belangstelling kennis heeft genomen van de marktstudie over clouddiensten van de Autoriteit Consument en Markt. “De ACM stelt dat Clouddiensten essentieel zijn voor digitalisering en de digitale economie. En dat Nederland bij de inzet van Cloud vooroploopt ten opzichte van de rest van Europa. Dat herkennen wij.” Ook is Besteman het ermee eens dat er bij aanbieders vaak sprake is van een gebrek aan interoperabiliteit. “Dat kan marktverstorend werken.”

Behoud van concurrentie en het voorkomen van dominantie van enkele aanbieders is ook naar het oordeel van Besteman essentieel. “Ook kleinere spelers moeten hun kansen op de markt van clouddiensten behouden.” De directeur voegt eraan toe dat regelgeving zoals die op dit moment geformuleerd wordt in de DMA data-act interoperabiliteit en portabiliteit al afdwingt.

Kleinere spelers mee laten wegen

Leijten (ACM) onderkent dat. Ze vindt dat aanbieders van clouddiensten verplicht moeten worden om interoperabiliteit mogelijk te maken. Besteman: “Zo verkleinen we de risico’s op lock-in voor afnemers. En geven we kleinere aanbieders de mogelijkheid om beter te concurreren. Bij betere interoperabiliteit kunnen afnemers ook diensten van kleinere spelers meenemen in hun cloud-strategie.”

Duurzaamheid speelt voor meer dan de helft van de organisaties (53%) een rol in de keuze voor een datacenter of cloudprovider. Dit blijkt uit onderzoek van datacenter BIT. Voor het onderzoek werden meer dan duizend IT-beslissers ondervraagd over beheer, opslag en beveiliging van data.

Wanneer respondenten echter gevraagd wordt om de belangrijkste factoren bij de keuze voor een IT-leverancier aan te geven, staat duurzaamheid slechts bij zeven procent in de top drie. De meest belangrijke factoren in het keuzeproces zijn veiligheid (45%), prijs/kwaliteit-verhouding (31%) en privacy (28%). Opvallend is dat duurzaamheid vooral in het keuzeproces van IT-beslissers van jonger dan dertig jaar een rol speelt (17%).

Over het selectieproces dat de eigen organisatie doorliep voor het kiezen van een hosting- of cloudprovider is ruim twee derde van de respondenten zeer te spreken. Zo heeft slechts vijf procent spijt van de gemaakte keuze voor de huidige cloudleverancier en geeft maar negen procent aan eigenlijk te willen wisselen. De helft van de IT-beslissers zou bovendien opnieuw voor de huidige cloudleverancier kiezen als dat nodig zou zijn.

“Maatschappelijk verantwoord ondernemen is steeds vaker een strategisch doel binnen organisaties”, zegt Alex Bik, CTO bij BIT. “Het is een goede trend dat men steeds vaker let op aspecten zoals het energieverbruik en de duurzaamheid van datacenters. Wel staan ze vaak nog onderaan het wensenlijstje. Gelukkig kunnen we met hedendaagse technologie de impact op het milieu steeds verder minimaliseren zonder daarbij in te leveren op kwaliteit of efficiëntie.”

SAP SE introduceert een nieuw systeem voor het categoriseren van partners: Competency Framework. Het is een onderdeel van het SAP PartnerEdge-programma. Het Competency Framework omvat twee belangrijke categorieën: partnercompetenties en klantresultaten.

Het nieuwe systeem laat de ervaring en vaardigheden van partners zien. En het zorgt op die manier voor een betere match tussen leveranciers, partners en klanten. “SAP-partners zijn cruciaal voor het succes van de digitale transformatie van klanten”, zegt Karl Fahrbach, Chief Partner Officer van SAP SE. “Daarom willen we het onze klanten zo gemakkelijk mogelijk maken om de juiste partners voor hun zakelijke behoeften te vinden. Bovendien kunnen we zo de kwaliteit van onze partners erkennen en belonen. Dit leidt tot meer succes voor hen.”

Kenmerken van het Competency Framework

Het Framework biedt het kanaal meer erkenning voor de ervaring en de toegevoegde waarde die partners met hun expertise en specialisaties inbrengen voor klanten. Daarnaast is er een geautomatiseerde omgeving die het mogelijk maakt dat partners snel anticiperen op de wensen van de klant. Ook introduceert de leverancier nieuwe logo’s in de SAP Partner Finder-tool die alle competenties van partners weergeven. Op die manier kunnen klanten die de tool gebruiken de juiste partner aan hun wensen koppelen.

Aan de andere kant worden de prestaties van de partners continu automatisch beoordeeld, aan de hand van hun expertkennis, gerealiseerde successen en bekwaamheid. Zo kunnen partners in het online portal SAP for Me continu zien welke aanvullende kwalificaties nodig zijn.

“Het Competency Framework geeft partners de mogelijkheid om hun expertise te laten zien en helpt klanten de juiste partners te vinden voor hun zakelijke behoeften”, zegt Paul Edwards, hoofd Software Channels & Ecosystems bij IDC. “Met de lancering van dit nieuwe model waardeert SAP het werk dat partners doen om klanten te helpen slagen.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Marc de Vries, Sales Director New Business Western Europe bij Unit4, kiest deze week het artikel over de nieuwe plannen van Microsoft voor haar cloud-servers. Het bedrijf kondigde namelijk tijdens een conference call aan dat het de levensduur van zijn cloud-servers verlengt van vier naar zes jaar. Naar eigen zeggen maken technologische vooruitgang en verbeterde efficiëntie van de server- en netwerkapparatuur de verlenging mogelijk. Microsoft neemt dit besluit in navolging van Amazon Web Services en Google.

Opvallend: tweejarige verlenging

Het nieuws viel De Vries meteen op omdat Unit4 ook haar cloud oplossingen aanbiedt op de Azure cloud-servers van Microsoft. Boekhoudkundig is het een snelle en grote winst van maar liefst 3,7 miljard dollar in 2023. Het luidt tevens ook het einde in van de jarenlange trend van het eindeloos uitbreiden en vervangen van hardware. Voor Marc de Vries is vooral de tweejarige verlenging van de levensduur erg opvallend. Het komt namelijk niet vaak voor dat organisaties in één keer een stap maken van 50 procent. Uit angst voor de uitval van een server, wordt er uit voorzorg vaak voor een kortere termijn gekozen. De keuze van Microsoft sluit volgens hem echter goed aan bij de huidige markt. Een markt die gekenmerkt wordt door zowel een personeels- als een chiptekort. En vooral één die vraagt duurzamere data centers. In deze samenloop van omstandigheden ziet Marc kansen om sustainability nog verder te verbeteren.

Duurzaam gebruik van de cloud-server

Het is De Vries natuurlijk ook opgevallen dat sinds Covid-19 de vraag naar software oplossingen in de cloud alleen maar toegenomen is en de cloud zich volledig heeft ingeburgerd in het bedrijfsleven. De continue, altijd toegankelijke en veilige opslagplaats voor data is niet meer weg te denken uit het IT-landschap. De vraag naar meer opslag leidt dan ook tot toenemende kritiek op het energieverbruik van datacenters en een roep om een duurzame oplossing. De oplossing en het probleem gaan in dit geval hand in hand. Op basis van de data over het gebruik van de cloud kan zowel de het gebruik van de cloud zelf als de benodigde  server capaciteit geoptimaliseerd worden.

Daarnaast stelt De Vries dat de kritiek op grote datacenters op dit onderdeel onnodig is. Het zijn juist de grote datacenters die door hun kwantiteit kunnen inzetten op duurzaamheid. Ze gaan doelmatiger om met energie onder andere door investeringen in restwarmte projecten. Deze mogelijkheid hebben organisaties met eigen servers op locatie niet tot hun beschikking. Met dit soort oplossingen kan sustainability zowel in de gehele keten van het bedrijfsleven als het datacenter verweven worden. Bovendien zullen grote datacenters in de toekomst zelfs CO2-neutraal gaan worden.

In de sectoren software & services en technologie zijn medewerkers het meest betrokken bij hun organisatie. Dat blijkt uit het rapport van Workday Peakon Employee Voice, dat doorlopend in 17 sectoren wereldwijd data verzamelt en analyseert.

De software- en technologiesector hebben in het onderzoek naar medewerkersbetrokkenheid (‘employee engagement’) hun toppositie verstevigd, met respectievelijk een eerste en tweede plaats van de 17 geanalyseerde sectoren. Op plek drie staat de commerciële & zakelijke dienstverlening.

Sectoren waar de betrokkenheid van medewerkers achteruitging, waren de zorg, farmaceutische industrie, de non-profitsector en transport & logistiek. Dit zijn ook sectoren die in 2021 nog onder druk stonden door de Covid-19-pandemie.

De invloed die de werkomgeving heeft op de betrokkenheid van medewerkers is, in alle sectoren die in Workday Peakon Employee Voice worden onderzocht, toegenomen tussen het eerste en vierde kwartaal van 2021. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat organisaties bij het uitbreken van de pandemie flexibel werken hebben ingevoerd en dat nu hebben uitgebreid.

De naweeën van de pandemie en de moeilijke omstandigheden die daar mee te maken hebben, lijken hun tol te eisen wat betreft het welzijn van de medewerkers. Werknemers die thuiswerken, werken vaak langer en hebben moeite om een goede balans te vinden tussen werk en privé.

De Workday Peakon Employee Voice-database bestaat uit bijna 225 miljoen enquête antwoorden van medewerkers en meer dan 41 miljoen opmerkingen van medewerkers uit 160 landen.

IT- en zakelijk dienstverlener NTT DATA is één van de vier Gold Partners van het Brunel Solar Team. Tijdens dit eenjarige sponsorship helpt NTT DATA het team studenten van de TU Delft bij het vergroten van hun kennis op het gebied van Digital Experience en Data Analytics.

Deze extra kennis past het team, dat zevenvoudig wereldkampioen is, toe op de zelfontwikkelde zonneauto, de Nuna 11s. De studenten nemen hiermee deel aan de Sasol Solar Challenge, die van 9 tot en met 16 september plaatsvindt in Zuid-Afrika.

Daniel Fuster, CEO NTT DATA Nederland: “We zijn heel erg blij dat we het team niet alleen kunnen helpen met een financiële bijdrage, maar ook met onze expertise. We vinden het belangrijk om jong talent te ondersteunen, al helemaal als dat kan op het gebied van technologie en innovatie. De laatste jaren is NTT DATA bezig geweest met doelstellingen omtrent duurzaamheid. Het concept van een zonneauto sluit hier mooi op aan. We wensen het team veel succes en we hopen dat ze er met de winst vandoor gaan!”

Om organisaties te helpen de nieuwe Payment Security Standard te interpreteren, presenteert Verizon het 2022 Payment Security Report (PSR). De cybersecurity-dreigingen waarmee organisaties worden geconfronteerd zijn een stuk complexer en sluwer dan twee jaar geleden, zo blijkt uit het rapport.

Het 2022 PSR bevat een stapsgewijze aanpak van complexe beveiligingsproblemen, nu de PCI DSS v4.0 deadline van 2024 nadert. Uit het rapport van dit jaar blijkt dat de PCI DSS-naleving in 2020 aanzienlijk is verbeterd, met 43,4 procent van de organisaties die volledig aan de eisen voldoen. Dit is een verbetering van 15,5 procent ten opzichte van het PSR van 2019, waarin de compliance op een dieptepunt van 27,9 procent lag.

Hoewel meer dan de helft (56,7 procent) van de organisaties niet slaagde voor hun tussentijdse beoordeling omdat een of meer beveiligingscontroles niet aanwezig bleken te zijn, verbeterde de kloof tussen de beveiligingscontroles nog steeds aanzienlijk, van een hoge 7,7 procent in 2019 tot een lage 4,0 procent in 2020.

“Ondanks de verbeteringen op het gebied van compliance, weten we dat kwaadwillenden nog steeds actief zijn en sterker dan ooit”, zegt Sampath Sowmyanarayan, CEO van Verizon Business. “Uit ons eigen 2022 Data Breach Investigations Report bleek dat de financiële sector nog steeds het slachtoffer is van financieel gemotiveerde georganiseerde misdaad, waarbij servers betrokken zijn bij 90 procent van de financiële inbreuken. Als gevolg hiervan is het onwaarschijnlijk dat harder werken aan de huidige strategie de situatie zal verbeteren”, vervolgt Sowmyanarayan. “Om tegenwoordig veilig te blijven moeten organisaties hun doelen op project-, programma- en strategisch niveau benaderen.”

Verizon publiceerde de eerste wereldwijde analyse van PCI DSS-beoordelingen in het Verizon PCI Compliance Report van 2010, dat nu het Payment Security Report (PSR) wordt genoemd. Het rapport is gebaseerd op wereldwijde data, verzameld door PCI DSS-rapporteurs van Verizon en vier andere externe partijen, met aanvullende vergelijkingen tussen geografische regio’s (Noord- en Zuid-Amerika, EMEA en APAC).

Copaco heeft onlangs het SonicWall Managed Security Service Provider (MSSP)-programma toegevoegd aan zijn assortiment.

Het programma biedt technische ondersteuning met directe toegang tot level 3 support engineers, geautomatiseerde levering en facturering, bedreigingsanalyses en rapportages.

Via de online portal, onderdeel van het programma, kunnen partners zelf instellingen aanpassen. Zo zijn er flexibele prijsopties, waaronder maandelijkse en jaarlijkse abonnementen. Via het MSSP-programma krijgen partners toegang tot co-marketingfondsen en specialisatietrainingen voor sales en technisch personeel.

“De explosie van kwetsbaarheden in de digitale wereld heeft niet alleen het aanvalsoppervlak van organisaties vergroot, het heeft ook IT-afdelingen belast. Daardoor doen IT-afdelingen steeds vaker een beroep op MSSP’s om het snelgroeiende dreigingsvolume te helpen verminderen”, zegt SonicWall regionaal directeur, Luc Eeckelaert.

Bart Keijzers, manager datamanagement & security bij Copaco, voegt toe: “. Vrijwel alle licentie-gebaseerde SonicWall-oplossingen voor public, private en on-premise zijn beschikbaar via het MSSP-programma. Al twee jaar op rij mogen wij ons SonicWall-distributeur van het jaar noemen en dit MSSP-programma is de kers op de taart.”