Uit onderzoek van Sophos onder 5.000 IT- en cyberbeveiligingsmanagers blijkt dat 71% van de onderzochte organisaties het afgelopen jaar te maken kreeg met minstens één identiteitsgerelateerd beveiligingsincident. Menselijke fouten en gebrekkig beheer van niet-menselijke identiteiten zijn daarbij de voornaamste oorzaken. De gemiddelde herstelkosten bedroegen 1,64 miljoen dollar.

Sophos publiceert het rapport ‘State of Identity Security 2026’, gebaseerd op een leveranciersonafhankelijk onderzoek uitgevoerd in het eerste kwartaal van 2026. Aan het onderzoek namen 5.000 IT- en cyberbeveiligingsmanagers deel uit 17 landen, in organisaties met 100 tot 5.000 medewerkers verspreid over 14 sectoren.

Organisaties meldden gemiddeld drie afzonderlijke incidenten. Vijf procent rapporteerde zelfs zes of meer inbreuken. Twee derde van de ransomware-slachtoffers (67%) bevestigde dat hun incident voortkwam uit een identiteitsaanval, waarmee identiteitscompromittering volgens Sophos het voornaamste distributiemechanisme voor ransomware is. Bij 73% van de getroffen organisaties lagen de kosten op 250.000 dollar of meer; het gemiddelde bedroeg 750.000 dollar.

Menselijke fouten en NHI-beheer domineren oorzaken

Bij bijna 43% van de incidenten speelde menselijke fout een rol: medewerkers werden misleid om inloggegevens te verstrekken. Zwak beheer van zogeheten Non Human Identities (NHI’s) — zoals API-sleutels opgeslagen in broncode, statische inloggegevens en verweesde serviceaccounts — werd in 41% van de gevallen als oorzaak genoemd. Sophos meldt dat organisaties met zwak NHI-beheer 22% meer kans hebben op financiële diefstal en gemiddeld circa 150.000 dollar meer herstelkosten maken.

Slechts één op de drie organisaties wisselt of controleert serviceaccounts en niet-menselijke identiteiten regelmatig. Elf procent doet dit continu. Sophos geeft aan dat agentic AI dit probleem vergroot: AI-agents kunnen zelfstandig subagents opzetten die elk nieuwe inloggegevens genereren met brede en blijvende toegangsrechten, terwijl menselijk toezicht beperkt blijft.

Zichtbaarheid en detectie als zwakke schakels

Slechts 24% van de onderzochte organisaties controleert continu op ongebruikelijke inlogpogingen; meer dan de helft doet dit maximaal eens per kwartaal. Veertien procent van de getroffen organisaties kon de voornaamste aanval niet detecteren en stoppen voordat schade was aangericht. Kleinere organisaties met 100 tot 250 medewerkers hadden volgens het rapport bijna twee keer zoveel kans op een mislukte detectie vergeleken met middelgrote organisaties.

Uit de sectorverdeling blijkt dat energie-, olie-, gas- en nutsbedrijven (80%) en de centrale overheid (78%) de hoogste inbreukpercentages rapporteerden. Organisaties die nalevingsvereisten als zeer uitdagend ervaren, meldden in 82,4% van de gevallen een inbreuk, tegenover 68,3% bij organisaties die minder moeite hebben met naleving.

Ross McKerchar, Chief Information Security Officer bij Sophos, stelt dat identiteit is uitgegroeid tot het voornaamste aanvalsoppervlak en dat de meeste organisaties terrein verliezen. Volgens McKerchar is het NHI-vraagstuk bijzonder urgent: AI-agents krijgen toegangsrechten toegewezen sneller dan beveiligingsteams kunnen bijhouden, en organisaties die hier niet tijdig op inspelen lopen het risico op steeds hogere herstelkosten.

Aanbevolen maatregelen

Sophos adviseert een meerlaagse aanpak die zowel menselijke als niet-menselijke identiteiten omvat. Concreet noemt het bedrijf: het verplicht stellen van multifactorauthenticatie (MFA) voor alle gebruikersaccounts, toepassing van het principe van minimale toegangsrechten en het direct deactiveren van inactieve identiteiten.

Voor NHI’s specifiek adviseert Sophos een volledige inventarisatie en classificatie, vervanging van langdurige inloggegevens door kortdurende alternatieven, en de inzet van platforms voor secretsmanagement. Gezien de verspreiding van agentic AI noemt het bedrijf Identity Threat Detection and Response (ITDR) en een Zero Trust-beveiligingsmodel als steeds belangrijkere verdedigingslagen.

Het volledige rapport is beschikbaar via de website van Sophos.

NetApp kondigt nieuwe databeheer- en dataprotectiemogelijkheden aan voor Red Hat OpenShift-omgevingen. De updates introduceren change tracking op blockniveau voor snellere back-ups en herstel, uitgebreidere ondersteuning voor gevirtualiseerde workloads en disaster recovery als service. De functies zijn beschikbaar voor zowel on-premises als cloudimplementaties.

NetApp kondigt een reeks nieuwe functies aan die zijn afgestemd op Red Hat OpenShift, met als doel back-up, herstel en disaster recovery van gevirtualiseerde omgevingen te versnellen en te vereenvoudigen. De aankondiging volgt op onderzoek van Red Hat waaruit blijkt dat 90 procent van de ondervraagde organisaties virtualisatie ziet als ondersteuning voor innovatie en dat bij 71 procent meer dan de helft van de IT-infrastructuur al gevirtualiseerd is.

Change Block Tracking in back-up en herstel

NetApp Backup and Recovery voor Red Hat OpenShift en OpenShift Virtualization werkt met zogeheten incremental-forever-back-ups op basis van Change Block Tracking (CBT). Hierdoor hoeft niet langer de volledige VM-disk gescand te worden bij elke back-up. Volgens NetApp leidt dit tot kortere back-upvensters, lagere compute-belasting en het wegvallen van data-rehydration tijdens back-ups. De update voegt ook VM-specifieke protectie- en herstelworkflows toe, inclusief resource-transformaties die hersteltijden verder moeten verkorten.

Dallas Olson, Chief Commercial Officer bij NetApp, stelt dat trage scan- en back-upprocessen het voor IT-teams lastig maken om recovery point- en recovery time-doelen te halen. Olson geeft aan dat de uitbreidingen het gedrag van back-up en herstel voorspelbaarder moeten maken naarmate VM-omgevingen groeien.

Disaster recovery als service in public preview

NetApp Disaster Recovery voor Red Hat OpenShift en OpenShift Virtualization is nu beschikbaar als public preview. De oplossing voegt georkestreerde disaster recovery toe voor Kubernetes-gebaseerde VM’s bovenop de bestaande back-upfunctionaliteit. NetApp omschrijft het als een Disaster Recovery-as-a-Service-oplossing met begeleide failover- en fallback-workflows voor gevirtualiseerde workloads op NetApp ONTAP-opslag.

Steve Gordon, Senior Director Product Management Hybrid Cloud Platforms bij Red Hat, meldt dat traditionele disaster recovery-modellen niet zijn ontworpen voor de schaal van huidige gevirtualiseerde omgevingen. Volgens Gordon beoogt de samenwerking met NetApp de dataprotectie en disaster recovery voor Red Hat OpenShift te moderniseren en voorspelbaardere resultaten te leveren.

Uitbreiding naar Google Cloud en parallelle opslaghandelingen

Daarnaast zijn Google Cloud NetApp Volumes en de Trident CSI-driver voor Red Hat OpenShift Virtualization nu algemeen beschikbaar op Red Hat OpenShift Dedicated-omgevingen op Google Cloud, inclusief gecertificeerde ondersteuning. Dit maakt het mogelijk om VM’s en containers in die cloudomgeving te draaien.

Tot slot introduceert NetApp Trident Parallelism: de Trident-controller voert opslaghandelingen nu gelijktijdig uit in plaats van sequentieel, voor Amazon FSx for NetApp ONTAP en Google Cloud NetApp Volumes-omgevingen. NetApp verwacht dat dit opslagknelpunten wegneemt bij grote implementaties.

Uit onderzoek van CyberArk blijkt dat 80% van de organisaties in EMEA het afgelopen jaar te maken had met minimaal drie succesvolle identiteitgerelateerde datalekken. Machine-identiteiten komen inmiddels 110 keer vaker voor dan menselijke identiteiten in de regio. Tegelijkertijd kondigt Palo Alto Networks het identity security platform Idira aan, waarmee het CyberArk als merknaam vervangt en identity als derde pijler in zijn platformstrategie positioneert.

CyberArk heeft het Identity Security Landscape Report 2026 gepubliceerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder organisaties in de EMEA-regio en brengt de staat van identiteitsbeveiliging in kaart. De uitkomsten vallen samen met de introductie van Idira, het identity security platform van Palo Alto Networks waarmee het bedrijf de CyberArk-merknaam vervangt.

Volgens het rapport heeft 91% van de organisaties in EMEA het afgelopen jaar met een identiteitsgerelateerd datalek te maken gehad. Bij 80% ging het om minimaal drie succesvolle incidenten. In Nederland liggen deze cijfers met respectievelijk 90% en een vergelijkbaar aandeel op een vrijwel identiek niveau.

Machine-identiteiten groeien sneller dan menselijke

Het rapport stelt dat machine-identiteiten in EMEA inmiddels 110 keer vaker voorkomen dan menselijke identiteiten, een stijging ten opzichte van de verhouding van 83 keer in 2025. In Nederland is die verhouding gestegen van 74 naar 100 machine-identiteiten per menselijke identiteit. CyberArk geeft aan dat AI-gedreven identiteiten naar verwachting nog sneller zullen groeien dan zowel machine- als menselijke identiteiten.

Organisaties in EMEA verwachten de komende twaalf maanden groei over alle identiteitscategorieën: 64% voorziet een toename van menselijke identiteiten, 84% verwacht meer machine-identiteiten en 87% rekent op een stijging van het aantal AI-identiteiten. In Nederland liggen deze percentages op respectievelijk 60%, 77% en 85%. Als voornaamste aanjagers noemt het rapport AI en large language models (50%), machine-identiteiten zoals IoT en bots (47%) en de adoptie van cloudapplicaties (39%).

Automatisering en fragmentatie als knelpunten

Een structureel knelpunt dat het onderzoek signaleert, is de gebrekkige automatisering van certificaatbeheer. In EMEA heeft 75% van de organisaties de vernieuwing en monitoring van certificaten nog niet volledig geautomatiseerd; in Nederland is dat 71%. CyberArk verwacht dat dit organisaties gemiddeld 213.262 euro per jaar kost door financiële en beveiligingsrisico’s.

Daarnaast meldt het rapport dat 82% van de EMEA-respondenten aangeeft dat gefragmenteerde identity-systemen de detectie van en reactie op identiteitsdreigingen vertraagt. In Nederland ligt dat aandeel op 85%, met gemiddeld twaalf uur extra responstijd als gevolg van die fragmentatie.

Uit het onderzoek blijkt verder dat slechts een minderheid van de organisaties in EMEA gedragsmonitoring en het intrekken van toegangsrechten toepast op autonome AI agents. Voor autonome agents gaat het om respectievelijk 43% en 37%, voor conversational AI agents om 41% en 34%, en voor generatieve AI agents om 38% en 35%.

Voor Nederland specifiek signaleert het rapport dat gemiddeld 43% van de identiteiten meer toegangsrechten heeft dan noodzakelijk, en dat 61% van de verzoeken voor bevoorrechte toegang niet via just-in-time- of zero standing privilege-principes verloopt.

Idira als nieuwe merknaam

Parallel aan de publicatie van het rapport introduceert Palo Alto Networks het platform Idira. Het bedrijf positioneert identity hiermee als derde pijler naast netwerk- en cloudbeveiliging. Volgens Palo Alto Networks richt Idira zich op het ontdekken, controleren en beheren van alle identiteiten binnen organisaties, verspreid over gefragmenteerde systemen.

Renske Galema, Area VP Northern Europe Identity Security bij Palo Alto Networks, stelt dat de toename van machine-identiteiten een fundamentele verschuiving in het aanvalsoppervlak van organisaties markeert. Nu AI-gedreven identiteiten steeds meer toegang krijgen tot gevoelige data, zullen handmatige processen volgens Galema onvoldoende zijn. Het bedrijf beoogt hiermee organisaties te bewegen richting end-to-end automatisering en geïntegreerde governance.

Veeam Software kondigt Intelligent ResOps aan, een nieuwe add-on die datacontext en herstel samenvoegt binnen het Veeam DataAI Command Platform. De oplossing gebruikt de DataAI Command Graph als centrale intelligentielaag en ondersteunt in eerste instantie Microsoft 365. Later dit jaar volgen aanvullende workloads.

Veeam Software heeft tijdens VeeamON NYC Intelligent ResOps aangekondigd, een add-on die organisaties volgens het bedrijf in staat stelt om bij incidenten alleen de daadwerkelijk getroffen data te herstellen. De oplossing is de eerste resilience-functionaliteit binnen het nieuwe Veeam DataAI Command Platform.

De kern van Intelligent ResOps wordt gevormd door de DataAI Command Graph, een intelligentielaag die continu data, gebruikers, rechten, AI-agents, activiteiten en beschermingsstatus in kaart brengt. Veeam stelt dat deze laag teams inzicht geeft in welke data aanwezig zijn, wat als risicovol moet worden beschouwd en wat beschermd is — zodat zij voor, tijdens en na incidenten gefundeerde beslissingen kunnen nemen.

Intelligent ResOps is geen standalone product, maar een uitbreiding op de bestaande resilience-oplossingen van Veeam. Rehan Jalil, President of Products and Technology bij Veeam, geeft aan dat veel organisaties nog steeds zonder duidelijk inzicht opereren in welke data zij hebben, wat er is veranderd en wat daadwerkelijk risico loopt. Jalil stelt dat de oplossing data-, identiteits- en AI-context koppelt aan herstelacties over productie- en back-upomgevingen.

Functionaliteiten

Volgens Veeam voegt Intelligent ResOps een informatielaag toe aan resilience-operaties met de volgende onderdelen:

– Contextual Intelligence: identificeert welke data gevoelig, gereguleerd, bedrijfskritisch of redundant en verouderd zijn.
– Backup and Recovery: verbindt datacontext met herstelacties, zodat alleen de noodzakelijke data wordt teruggezet.
– Data Lifecycle Intelligence: identificeert zogenoemde ROT-hotspots (redundant, obsolete, trivial), risico’s rond bewaartermijnen en verkeerd afgestemde beleidsregels.
– AI Trust and Resilience: biedt inzicht in activiteiten van AI-agents en ondersteunt onderzoek en terugdraaien van ongewenste AI-gestuurde wijzigingen via Agent Commander.
– Intelligence Agent: beantwoordt vragen over data en AI in natuurlijke taal ter ondersteuning van onderzoek en rapportage.

Microsoft 365 als eerste workload

Microsoft 365 — met SharePoint, OneDrive, Teams en Exchange — is de eerste ondersteunde workload. De add-on is beschikbaar als uitbreiding op Veeam Data Cloud for Microsoft 365. Veeam geeft aan dat teams hiermee gevoelige en verouderde data in zowel productie- als back-upomgevingen kunnen identificeren, gebruikers- en Copilot-activiteiten kunnen volgen en gericht kunnen herstellen. Later dit jaar kondigt het bedrijf aanvullende workloads aan.

De aankondiging is onderdeel van een bredere positionering van Veeam rondom wat het bedrijf het ‘agentic AI-tijdperk’ noemt, waarbij AI-agents op hoge snelheid met bedrijfsinformatie werken en een incident zich daardoor snel over grote hoeveelheden bestanden kan verspreiden.

Arctic Wolf brengt Aurora Mobile Threat Defense uit, een oplossing die mobiele endpoints beveiligt door continu het gedrag van devices, netwerkverbindingen, applicatieactiviteiten en phishingindicatoren te analyseren. De oplossing richt zich op zowel bedrijfseigen devices als BYOD-omgevingen op iOS en Android. Tegelijk kondigt het bedrijf verbeteringen aan voor Aurora Threat Intelligence Plus en de Concierge-ervaring.

Arctic Wolf maakt Aurora Mobile Threat Defense beschikbaar, een op AI gebaseerde oplossing voor de beveiliging van mobiele endpoints. Volgens het bedrijf analyseert de oplossing continu en in real-time het gedrag van devices, netwerkverbindingen, applicatieactiviteiten en phishingindicatoren, en dekt deze zowel iOS- als Android-omgevingen af, inclusief BYOD-devices.

Dan Schiappa, President Technology and Services bij Arctic Wolf, stelt dat mobiele devices directe toegang bieden tot gevoelige bedrijfsgegevens, maar tegelijk tot de minst beveiligde aanvalsoppervlakken behoren. Volgens Schiappa integreert Aurora Mobile Threat Defense mobiele security in bestaande securityprocessen, waarbij de privacy van medewerkers wordt ontzien.

Functies van Aurora Mobile Threat Defense

Arctic Wolf geeft aan dat de oplossing onder meer voorziet in real-time detectie en blokkering van mobiele phishing, malware en dreigingen op device-niveau. Daarnaast detecteert de oplossing ongeautoriseerde en onveilige netwerken, met automatische verbreking van de verbinding bij een vastgesteld risico. Schadelijke of niet-compliante applicaties die bedrijfs- of persoonsgegevens in gevaar kunnen brengen, worden geïdentificeerd. Het bedrijf stelt verder dat de forensische mogelijkheden privacyvriendelijk zijn opgezet en geen ingrijpende dataverzameling vereisen.

Het bedrijf positioneert Aurora Mobile Threat Defense als aanvulling op bestaande UEM- en MDM-tools, die volgens Arctic Wolf niet zijn ontworpen voor de detectie van mobiele phishing, schadelijke apps of onveilige netwerken.

Verbeteringen voor Threat Intelligence Plus

Naast Aurora Mobile Threat Defense introduceert Arctic Wolf twee aanpassingen aan Threat Intelligence Plus. Ten eerste is threat intelligence nu beschikbaar als losstaand product, zodat organisaties toegang krijgen tot de dreigingsdata van Arctic Wolf zonder de Managed Detection and Response-oplossing te hoeven implementeren. Ten tweede worden dynamische blocklists geïntroduceerd, waarmee indicators of compromise automatisch kunnen worden ingezet op een reeks security-devices, ook op devices die geen STIX/TAXII-integraties ondersteunen.

Arctic Wolf verwacht dat deze aanpassingen het aantal handmatige stappen verminderen en de toegang tot threat intelligence verbreden.

Zelfbediening in Concierge-ervaring

Klanten van Arctic Wolf Concierge krijgen in alle serviceniveaus toegang tot de Security Posture in-depth Reviews (SPiDR’s) als zelfbedieningsfunctie. SPiDR’s vatten bevindingen samen, brengen relevante data in kaart en genereren geprioriteerde taken. Klanten kunnen voortaan direct securitybeoordelingen uitvoeren via de Unified Portal, zonder te wachten op een geplande afspraak met het Concierge Security-team. Samenwerking met dat team blijft wel mogelijk. Arctic Wolf stelt dat dit leidt tot snellere beslissingen.

Barracuda Networks heeft zijn 2026 Email Threats Report gepubliceerd, gebaseerd op analyse van meer dan 3,1 miljard e-mails. Het onderzoek laat zien dat AI-gestuurde social engineering en phishing-as-a-service het volume en het slagingspercentage van e-mailaanvallen verhogen. Aanvallers stappen daarbij over op minder detecteerbare methoden om traditionele beveiligingslagen te omzeilen.

Barracuda Research analyseerde in januari 2026 wereldwijde telemetrie van ruim 3,1 miljard e-mails. Het rapport brengt in kaart hoe aanvallers hun werkwijze aanpassen en welke dreigingen organisaties het vaakst treffen.

Cijfers uit het onderzoek

Uit de analyse blijkt dat een op de drie e-mailberichten schadelijk is of bestaat uit ongewenste spam. Bijna de helft van de schadelijke e-mailactiviteit, 48 procent, betreft phishing. Ruim een derde van de onderzochte organisaties, 34 procent, krijgt maandelijks te maken met minimaal één account-overname. Meer dan tien procent van alle HTML-bijlagen blijkt schadelijk te zijn.

Van de schadelijke PDF’s bevat 70 procent een QR-code die verwijst naar een phishingwebsite. Barracuda stelt dat negentig procent van de grootschalige phishingcampagnes gebruikmaakt van phishing-as-a-service-kits, waarmee aanvallers kant-en-klare tooling inzetten om phishingoperaties op te schalen.

Verschuiving in aanvalstactieken

Volgens Barracuda verschuiven aanvallers van schadelijke bestandsbijlagen naar URL-gebaseerde payloads en QR-codes ingebed in veelgebruikte documentformaten. Die aanpak is erop gericht traditionele filteroplossingen te omzeilen, die doorgaans beter zijn afgestemd op het detecteren van bijlagen dan op het analyseren van ingebedde links of beeldmateriaal.

Daarnaast signaleert het rapport een toename van account-overnames. Aanvallers die toegang krijgen tot een bestaande mailbox, kunnen vanaf een vertrouwd en legitiem e-mailadres berichten sturen. Dat maakt het voor zowel ontvangers als beveiligingstools lastiger om dergelijke berichten als verdacht te markeren.

Geïntegreerde beveiliging als aanbeveling

Barracuda geeft aan dat organisaties die phishing-as-a-service en AI-gestuurde aanvallen willen tegengaan, e-mailbeveiliging moeten combineren met identiteitsbescherming en geautomatiseerde incidentrespons. Merium Khalid, Director of SOC Offensive Security bij de Office of the CTO van Barracuda, stelt dat preventie, detectie en geautomatiseerde respons samen moeten werken om de impact van gecompromitteerde accounts te beperken en bedrijfscontinuïteit te waarborgen.

Het volledige rapport is beschikbaar via de website van Barracuda Networks.

Odin Groep heeft Victa overgenomen, een specialist op het gebied van data management, analytics en AI. Victa wordt onderdeel van dochteronderneming Previder en blijft als zelfstandig label opereren. Met de overname breidt Odin Groep zijn positie op het gebied van data en AI verder uit.

Odin Groep heeft Victa overgenomen, een bedrijf dat zich richt op data management, data analytics, business consultancy, data science en AI. Victa wordt onderdeel van Previder, de dochteronderneming van Odin Groep die klanten ondersteunt op het gebied van cloud, security en continuïteit.

Victa is actief in Borne en Amsterdam en telt 62 medewerkers. Het bedrijf ondersteunt volgens eigen opgave meer dan 2.000 organisaties bij het verkrijgen van data-inzichten en het maken van datagedreven keuzes, en doet dat al ruim zestien jaar.

Zelfstandig label binnen Odin Groep

Victa blijft na de overname opereren als zelfstandig label. Bestaande klanten behouden hun vertrouwde contactpersonen en krijgen tegelijkertijd toegang tot de schaal en structuur van Previder en Odin Groep.

Arno Witvliet, CEO van Odin Groep, stelt dat data voor steeds meer organisaties een sleutelrol speelt in hoe zij sturen en vernieuwen. Volgens Witvliet voegt Victa op dat vlak inhoudelijke expertise toe aan Previder en helpt het de groep om klanten beter te ondersteunen bij concrete datavraagstukken.

Marcel Baart, algemeen directeur van Victa, geeft aan dat de stap naar Odin Groep toegang biedt tot schaalvoordelen, aanvullende kennis en ondersteuning. Baart verwacht dat Victa zich samen met Previder verder ontwikkelt richting een bredere Microsoft- en cloudpropositie.

Uitbreiding van de propositie

Met de toevoeging van Victa beoogt Previder zijn dienstenaanbod uit te breiden van infrastructurele IT naar datagedreven werken en AI. Odin Groep meldt dat de expertise van Victa aansluit op de koers van Previder, waarbij het de combinatie van een IT-fundament met data- en AI-dienstverlening als leidend principe hanteert.

Foto: Carlo Vruwink, eigenaar Victa, Arno Witvliet, CEO Odin Groep, Marcel Baart, Algemeen Directeur Victa, Rinse Tamsma, CRO Odin Groep.

KnowBe4 brengt een herstructurering van zijn Security Awareness Training-portfolio uit, met twee nieuwe abonnementsniveaus en een Content Creation Agent die op basis van generatieve AI organisatiespecifieke trainingsmodules genereert. De nieuwe opzet maakt deel uit van de bredere AI Defense Agents-suite (AIDA) van het bedrijf. Beide SAT-niveaus en de nieuwe agent zijn nu wereldwijd beschikbaar.

KnowBe4 presenteert twee nieuwe niveaus voor zijn Security Awareness Training: SAT Foundation en SAT Advanced. SAT Foundation is gericht op kernbeheer van beveiligingsrisico’s en biedt toegang tot een beperkte contentbibliotheek met een selectie AI-functionaliteiten. SAT Advanced geeft toegang tot de volledige contentbibliotheek van KnowBe4, gecombineerd met de volledige suite van AI Defense Agents, die KnowBe4 aanduidt als AIDA.

Content Creation Agent als nieuwe AIDA-component

AIDA omvat onder meer een Orchestration Agent voor geautomatiseerd programmabeheer en een Deepfake Training Content Agent waarmee organisaties deepfake-trainingsmateriaal kunnen genereren met een eigen leidinggevende als onderwerp. Nieuw binnen AIDA is de Content Creation Agent. Volgens KnowBe4 zet deze agent interne beleidsdocumenten en organisatiematerialen via natural language prompting om naar trainingsmodules, inclusief quizzen. Organisaties kunnen daarbij stijl, toon en duur zelf bepalen, of een training vanaf nul opbouwen via een tekstprompt.

De gegenereerde trainingen zijn beschikbaar in 30 talen en kunnen rechtstreeks worden gepubliceerd in een trainingscampagne of worden geëxporteerd naar een extern Learning Management System. KnowBe4 meldt dat de integratie met Synthesia directe generatie van gelokaliseerde AI-video’s mogelijk maakt.

SmartRisk Engine analyseert 316 indicatoren

Onder de SAT-oplossingen werkt de SmartRisk Engine van KnowBe4, die op basis van meer dan 15 jaar aan dreigingsinformatie en gebruikersgedragsdata 316 indicatoren analyseert. Het systeem kijkt daarbij onder andere naar het zogeheten Phish Prone Percentage van medewerkers, hun vermogen om deepfakes te herkennen en hun omgang met AI-tools. De uitkomst is een individuele risicoscore per gebruiker, op basis waarvan AIDA trainingsinhoud personaliseert en programma’s aanpast aan nieuwe dreigingen.

Greg Kras, Chief Product Officer bij KnowBe4, geeft aan dat de uitbreiding van AIDA en de nieuwe SAT-structuur zijn gericht op het bieden van meer gebruiksgemak via automatisering, waarbij de trainingsinhoud doorlopend aansluit op het actuele dreigingslandschap.

Beschikbaarheid

SAT Foundation en SAT Advanced zijn nu wereldwijd beschikbaar. De Content Creation Agent is toegankelijk voor klanten met een KSAT Diamond + AIDA-abonnement of een SAT Advanced-abonnement. Meer informatie is beschikbaar via knowbe4.com.

Vrijwel alle IT-dienstverleners in de Benelux passen AI toe, maar slechts 19 procent heeft de technologie structureel ingebed in strategie en bedrijfsvoering. Dat meldt branchevereniging Global Technology Industry Association (GTIA) in het State of the Channel 2026-onderzoek. Tegelijk neemt de ontevredenheid over technologiepartners sterk toe, mede door veranderende licentiestructuren die AI met zich meebrengt.

Bijna alle IT-dienstverleners in de Benelux zetten AI in, maar slechts 19 procent kwalificeert zich als ‘AI-driven’. Dat zijn organisaties met formeel AI-leiderschap, geïntegreerde strategieën en aantoonbare AI-omzet. De rest bevindt zich nog in een vroege fase van strategische adoptie. Dat blijkt uit het State of the Channel 2026-onderzoek van GTIA, gebaseerd op een enquête onder IT-dienstverleners in de Benelux.

Carolyn April, Vice President of Research & Market Intelligence bij GTIA, geeft aan dat AI weliswaar breed aanwezig is in het kanaal, maar dat een beperkte groep de technologie weet om te zetten in structurele groei. Volgens April verandert het kanaal snel, aangedreven door AI, toenemende technologische complexiteit en de verdere opkomst van managed services en cloudmodellen.

Ontevredenheid over techpartners verdrievoudigd

Een opvallende uitkomst van het onderzoek is de sterke daling in tevredenheid over technologiepartners. De ontevredenheid verdrievoudigde van 3 naar 15 procent, terwijl de tevredenheid over de meest gebruikte oplossingen daalde van 77 naar 64 procent. GTIA stelt dat de introductie van AI hieraan bijdraagt. Meertaligheid en versnipperde ondersteuning versterken die druk in de Benelux, omdat programma’s niet altijd voldoende zijn aangepast aan kleinere, lokale markten.

Estelle Johannes, Director, Head of Regional Communities bij GTIA, constateert dat AI de relatie tussen IT-dienstverleners en hun technologiepartners verder onder druk zet. Leveranciers herzien hun licentiestructuren mede als gevolg van AI-integratie, wat IT-dienstverleners dwingt tot uitleg aan klanten over een nieuwe prijsopbouw.

Verschuiving naar verbruiksgebaseerde tarieven

Johannes legt uit dat softwarepakketten van samenstelling veranderen en dat klanten zelf moeten beoordelen welke variant het beste bij hen past. Veel leveranciers stappen af van tarieven gebaseerd op het aantal gebruikers en gaan over op verbruik van AI-diensten. Dat geeft onzekerheid, zowel bij IT-dienstverleners als bij hun klanten.

Een nieuw fenomeen dat Johannes signaleert is resultaatgerichte facturatie, waarbij een leverancier een deel van de toegevoegde waarde van AI verwerkt in de rekening. Nieuwe AI-functies worden toegevoegd aan bestaande pakketten, maar het is niet altijd duidelijk hoeveel die worden gebruikt en welke impact ze hebben op de factuur. Als die functies onderdeel zijn van de basislicentie maar de klant maakt er geen gebruik van, ontstaat snel het gevoel te veel te betalen. Bovendien wijzigen leveranciers regelmatig de contractvoorwaarden, aldus Johannes.

IT-dienstverleners verwachten van hun partners meer ondersteuning rond AI, betere aansluiting op hun businessmodel en sterkere lokale ondersteuning in de Benelux.

AI als voornaamste groeimotor

Voor de komende jaren verwachten IT-dienstverleners in de Benelux vooral groei vanuit nieuwe domeinen. AI-diensten worden het vaakst genoemd als groeimotor: 30 procent verwacht de komende twee jaar aanzienlijke groei op dit vlak, terwijl 10 procent aangeeft dat AI de belangrijkste inkomstenbron wordt.

Het volledige rapport is beschikbaar voor GTIA-leden via gtia.org/research.

Veeam Software heeft tijdens VeeamON 2026 in New York City het DataAI Command Platform aangekondigd. Het platform combineert databeveiliging, governance, compliance, privacy en resilience in één infrastructuurlaag die specifiek is ontworpen voor omgevingen waar autonome AI-agents opereren. De aankondiging volgt op de overname van Securiti AI en markeert een nieuwe productcategorie binnen het Veeam-portfolio.

Veeam Software kondigt het DataAI Command Platform aan, een platform dat data, toegang, identiteiten en AI-agents samenbrengt in één geïntegreerde infrastructuurlaag. Volgens Veeam richt het platform zich op de governance en beveiliging van zowel productie- als back-updata voor elke agent, identiteit en elk model binnen de IT-omgeving van een organisatie.

Het platform is het resultaat van de overname van Securiti AI, gecombineerd met Veeams achtergrond in dataprotectie en resilience. Veeam meldt meer dan 550.000 klanten te bedienen in ruim 150 landen, waaronder 77% van de Global 2000.

CEO Anand Eswaran stelt dat de infrastructuur om AI te implementeren al bestaat, maar dat de infrastructuur om AI te vertrouwen ontbreekt. Volgens hem verschuift het controlepunt voor beveiliging naar de data zelf wanneer AI-agents toegang krijgen tot bedrijfsdata, en vraagt dat om een andere benadering van vertrouwen.

Zes componenten

Het platform bestaat uit zes geïntegreerde componenten. De DataAI Command Graph vormt de basislaag en biedt via meer dan 300 connectors naar clouds, SaaS-applicaties en on-premises-omgevingen inzicht in welke data waar staat, wie er toegang toe heeft en welke wijzigingen risico’s hebben veroorzaakt. Veeam geeft aan dat de graph zowel live- als back-upsystemen omvat, wat volgens het bedrijf onderscheidend is ten opzichte van bestaande point solutions.

DataAI Security combineert data security posture management (DSPM), identiteitsintelligentie en resilience-inzichten in één overzicht. DataAI Governance dwingt beveiligingscontrole af bij de databron zelf, zodat zowel bekende als onbekende agents geen toegang krijgen tot gevoelige data, ongeacht of die agents zijn goedgekeurd of kwaadaardig.

DataAI Compliance ondersteunt volgens Veeam meer dan 100 regelgevingsframeworks, waaronder de EU AI Act, DORA, GDPR, HIPAA, NIST en AI RMF, en genereert controleerbaar bewijsmateriaal voor toezichthouders. DataAI Privacy dwingt privacyregels realtime af bij de bron op basis van gebruiker en jurisdictie, ondersteund door een People Data Graph die persoonsgegevens uit hybride multicloudomgevingen samenvoegt.

De zesde component, DataAI Precision Resilience, is gericht op herstel na incidenten. Veeam stelt dat het platform door zijn gedetailleerd databegrip gericht kan herstellen — alleen terugdraaien wat fout ging, zonder een volledig systeem te resetten.

Preview van twee oplossingen

Tegelijk met de platformaankondiging kondigt Veeam een preview aan van twee specifieke resilience-oplossingen. Veeam Intelligence ResOps for M365 brengt de intelligentie van de DataAI Command Graph beschikbaar voor Microsoft 365-omgevingen. De DataAI Resilience Module geeft bestaande Veeam Data Platform-klanten toegang tot de cross-domain intelligence- en agentic-mogelijkheden van het nieuwe platform, zonder dat migratie van bestaande data noodzakelijk is.

Veeam beoogt met het platform in te spelen op de toename van autonome AI-agents in organisaties. Het bedrijf stelt dat deze agents in veel gevallen over buitensporige toegangsrechten beschikken en dat de snelheid waarmee ze opereren de detectie- en responstijd voor dreigingen verkort.