De omzet van de leden van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN), de branchevereniging voor detacheringsorganisaties, is in het tweede kwartaal van 2022 met maar liefst 20% per werkdag gestegen in vergelijking met hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Het verkooptarief is vergeleken met een jaar gestegen met 6,8%. Het aantal gedetacheerden in dienst is met dubbele cijfers gegroeid naar 19%. Het is in positieve zin ‘alle hens aan dek’ voor de detacheerders om aan de vraag te kunnen voldoen. De stijging van de markt gaat dermate hard dat het aanbieden van ‘vaste contracten’ de groei niet kan bijhouden waardoor het percentage ‘vaste contracten’ gelijk blijft. Dat blijkt uit de nieuwste MarktMonitor van de branchevereniging.

Kandidatenmarkt

De VvDN-leden worden wel geconfronteerd met gedetacheerden die steeds meer financiële eisen stellen bij het tekenen van het contract. Personeel moet voor hogere bedragen worden ‘ingekocht’. Gecombineerd met toename van onder andere hogere wervingskosten, komt dit ook terug in de hogere verkooptarieven.

Jongeren die net van de universiteit komen en kiezen voor een traineeship bij een detacheerder vinden vaste dienstverbanden minder relevant. Zij willen zich vooral ontwikkelingen, cursussen volgen, hun kennis vergroten en vinden sfeer en betrokkenheid belangrijk. Veel detacheerders hebben speciale Talent Management Teams ontwikkeld om deze jongeren langer vast te houden.

Impact corona

Uit de cijfers van de VvDN valt op dat corona een flinke wissel heeft getrokken. ‘Corona heeft’ aldus Boevé ‘eigenlijk niets te maken met normale economische patronen. Het zou zomaar weer eens kunnen zijn dat als we straks de winter ingaan er weer een opwaarts effect is waar te nemen in onze omzetcijfers vanwege corona gerelateerde projecten en daaraan gerelateerde uitdagingen. De vraag naar personeel kan dan weer sterk stijgen omdat er weer vaccinatiecampagnes, callcenters en meldpunten moeten worden opgezet.’

Ten opzichte van een jaar daarvoor is het aantal medewerkers dat beschikbaar is tussen opdrachten, de zogenaamde bankzitters,verder afgenomen van 3,75% naar 3,24%.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) wil dat het kabinet de voorgestelde Wet hergebruik van overheidsinformatie aanpast. Volgens de AP moet de overheid meer grenzen stellen aan het delen van persoonsgegevens met overheidsinstellingen.

De toezichthouder vindt dat het in het huidige wetsvoorstel nog te makkelijk is om persoonsgegevens te delen zonder toestemming of medeweten van de personen om wie het gaat.

Het is volgens de Autoriteit Persoonsgegevens niet aan de overheid om te bepalen of persoonlijke gegevens gedeeld kunnen worden, maar heeft de persoon in kwestie daar het laatste woord is. Hergebruik van persoonsgegevens in openbare registers is in principe verboden, zo benadrukt de AP.

De Wet hergebruik van overheidsinformatie moet ervoor zorgen dat overheidsdata – waaronder persoonsgegevens – openbaar zijn voor onder meer onderzoek.

Volgens een wereldwijd OnePoll-onderzoek in opdracht van Citrix Systems zijn werknemers verdeeld over waar ze willen werken. Hoewel de meerderheid van de werknemers de voorkeur geeft aan de voordelen van hybride werk, twijfelde een aanzienlijk aantal respondenten geen seconde om weer fulltime op kantoor te gaan werken.

Van alle respondenten werkt 58% 1 tot 4 dagen op kantoor, terwijl 21% fulltime is teruggekeerd.

“Veel werknemers hebben de positieve impact van flexibel werk ervaren, zoals verbeterde productiviteit, werk-privébalans en mentale gezondheid”, zegt Traci Palmer, Vice President of People and Organization Capability bij Citrix. “En ze vragen werkgevers om dit te omarmen en te investeren in tools en processen die hen in staat stellen om te werken wanneer, waar en hoe zij het best werken.”

27% van de respondenten die (gedeeltelijk) thuiswerken geeft aan thuis productiever te zijn, terwijl van de fulltime kantoorliefhebbers 44% dit aangeeft. En terwijl 34% van de thuiswerkers zijn werk-privébalans beter op orde heeft, stelt 37% van de kantoorwerkers juist de betere scheiding tussen werk en privéleven op prijs.

Bekijk hier de volledige onderzoeksresultaten.

Cybersecurity-start-up Codean ontvangt 400.000 euro subsidie vanuit het Europese REACT-programma. Doel is de doorontwikkeling van de toolbox om ethische hackers sneller code te laten reviewen.

Arthur Tolsma, co-founder en CEO van Codean: “De trend van digitalisering heeft tot gevolg dat digitale criminelen steeds meer mogelijkheden zien. Zeker ook omdat software steeds complexer wordt, en omdat goede software schrijven iets heel anders is dan veilige software schrijven.”

Codean ontvangt €400.000 subsidie vanuit het REACT-programma om haar review environment door te ontwikkelen. Tolsma” “Onze eerdere investering van 1 miljoen euro gaf ons de mogelijkheid mensen van topkwaliteit aan te nemen, zodat we zijn gegroeid naar een team van elf personen. Onze review environment helpt security experts al om sneller te werken, maar dat kan en moet nog veel sneller omdat criminele hackers ook steeds slimmer werken. Daarvoor is wel complexe technologie nodig, en daarom is deze subsidie erg belangrijk.”

In onze rubriek ‘Het meest opvallende nieuws’ volgt een prominent in de markt een week lang intensief de berichtgeving op ChannelConnect.nl. Hij of zij selecteert een bericht dat opviel en geeft er een reactie op.

Tim Blok, CTO bij Visma | Onguard, liet deze week zijn blik vallen op het artikel over watergebruik in datacenters van de Dutch Data Center Association. Want de aanhoudende droogte en lage waterstand leiden tot een golf aan kritiek op datacenters. Volgens verschillende media zou het hoge waterverbruik van deze datacenters namelijk een van de mogelijke hoofdoorzaken zijn voor het tekort aan drinkwater.

Als reactie op deze aantijgingen heeft Dutch Data Center Association het waterverbruik van datacenters en andere sectoren met elkaar vergeleken. Zij stellen in het artikel ‘Watergebruik datacenters in perspectief dat het waterverbruik van datacenters in verhouding tot andere branches laag is en nooit een gevaar vormt voor de Nederlandse drinkwatervoorzieningen.

Duurzaamheid binnen software

Wat dit nieuws voor Tim Blok zo opvallend maakt, is dat er door veel media alleen wordt ingezoomd op het niet duurzame aspect van datacenters. Terwijl er nog veel meer stappen te zetten zijn als IT-organisatie om jouw processen te verduurzamen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de software. Daar gaat weinig watergebruik mee gemoeid, maar het aanbieden van applicaties en uitvoeren van workloads in datacenters kost vaak ontzettend veel stroom. Daar liggen dus veel onbenutte kansen en mogelijkheden om software zo te ontwikkelen dat het op een duurzame manier kan worden aangeboden.

Het is daarbij belangrijk dat bij de ontwikkeling van technologie milieuoverwegingen vanaf de tekentafel tot het eindproduct worden meegenomen. Denk daarbij aan factoren als stroomverbruik en benodigde capaciteit op de server van het datacenter.

Problemen met inefficiënte software wordt regelmatig opgelost door inzet van extra hardware of capaciteit, omdat dit een eenvoudige en snelle oplossing is. Maar het werkelijke probleem kan vaak veel beter in de software worden opgelost. Een verdubbeling van hardware is namelijk een flinke stap met bijbehorende stroomverbruik en kosten, terwijl het soms eenvoudig mogelijk is om de software tien keer zo efficiënt te maken. Het ontwikkelen van duurzame technologie maakt een product voor de hele keten sterker en komt alle knooppunten ten goede, van de klant, tot het eigen bedrijf en uiteraard het milieu.

Toepassen schaalbaarheid

Een andere manier om technologie te verduurzamen is door gebruik te maken van flexibele capaciteit bij het datacenter. Als bedrijven snel kunnen opschalen bij piekbelasting en af kunnen schalen in een rustige periode, zorgt dit voor minder stroomgebruik en waterverbruik in de datacentra. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van software voor kantoren. Die vragen overdag veel meer capaciteit van een datacenter dan ’s nachts. Het is dan zonde om die capaciteit ook in de nacht in te zetten.

Op het gebied van verduurzaming van technologie valt er dus ontzettend veel te winnen en dat is niet alleen voorbehouden aan de optimalisatie van hardware. Ook op het gebied van software zijn er veel kansen om als IT-bedrijf zo duurzaam mogelijk bezig te zijn. Dus neem alle IT-processen onder de loep om te zien hoe jouw bedrijf bij kan dragen aan een beter milieu.

Ransomware-as-a-Service (RaaS)-groep BlackByte, die bedrijven wereldwijd aanvalt sinds juli 2021, rukt op. Eerdere versies van de ransomware werden geschreven in C#. Inmiddels hebben de auteurs de ransomware herontwikkeld met gebruik van de Go programmeertaal. De BlackByte Go variant werd gebruikt in meerdere aanvallen op kritieke infrastructuur in de VS. De FBI heeft het dan ook opgenomen in zijn advisory.

BlackByte-varianten

Het Zscaler ThreatLabz-team heeft twee varianten geïdentificeerd van de Go variant van BlackByte. De eerste variant werd gespot in september 2021 en heeft veel overeenkomsten met de C# versie, inclusief de opdrachten die worden uitgevoerd om laterale propagatie, privilege-escalatie en algoritmen voor file-encryptie uit te voeren. Een meer recente Go variant werd geïntroduceerd rond februari 2022. Deze nieuwe variant introduceerde veel extra features en geüpdatete algoritmen voor file-encryptie.

Dreiging verminderen

Interessant is dat BlackByte instellingen heeft die bepaalde talen ontwijken, zoals Russisch, Oekraïens, Armenisch en Georgisch. Deze talen worden specifiek vermeden door BlackByte om te voorkomen dat bestanden worden versleuteld op systemen die zich in landen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) bevinden.

Dit geeft waarschijnlijk aan dat de dreigingsactoren achter BlackByte zich in Oost-Europa en/of Rusland bevinden. Dit is bedoeld om de dreiging te verminderen dat lokale wetshandhavers in die regio’s strafrechtelijke vervolging zullen instellen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor BlackByte.

Grote bedragen aan losgeld

BlackByte is een complete ransomware-familie die wordt beheerd door een dreigingsgroep die organisaties binnendringt en grote bedragen aan losgeld eist. De dreigingsgroep voert ook dubbele afpersingsaanvallen uit door de bestanden van een organisatie te stelen en online te lekken als het losgeld niet wordt betaald.

De ransomware-code zelf wordt regelmatig bijgewerkt om bugs op te lossen, beveiligingssoftware te omzeilen en malware-analyse te belemmeren. De coderingsalgoritmen zijn ook beter beveiligd om bestandsherstel te voorkomen. Dit toont aan dat de dreigingsgroep de ransomware waarschijnlijk zal blijven verbeteren en een aanzienlijke dreiging voor organisaties zal blijven.

Volgens onderzoeksinstituut Omdia was het Zero Day Initiative (ZDI) – dat is opgericht door Trend Micro – in 2021 verantwoordelijk voor het openbaren van 64% van alle kwetsbaarheden wereldwijd.

Omdia heeft een onafhankelijke vergelijkende analyse uitgevoerd van 11 wereldwijde organisaties die kwetsbaarheden onderzoeken en openbaar maken. Hierbij zijn in totaal 1.543 kwetsbaarheden geanalyseerd die in 2021 een CVE (Common Vulnerabilities and Exposures) toegekend kregen. Van de 984 kwetsbaarheden die door Trend Micro’s ZDI werden ingediend waren 48 kwetsbaarheden kritiek en werden 723 kwetsbaarheden geclassificeerd als zeer ernstig. 129 waren middelmatig.

Het aantal onthulde kwetsbaarheden steeg in 2021 12% ten opzichte van 2020.

Brian Gorenc, Senior Director of Vulnerability Research bij Trend Micro: “Sinds onze eerste marktanalyse in 2007 heeft het ZDI voor het vijftiende achtereenvolgende jaar het aantal openbaringen van kwetsbaarheden uitgebreid. Ons onderzoek is wereldwijd ongeëvenaard, zowel pre- als post-disclosure. We leveren een continue strijd tegen cybercriminelen en we zijn er trots op dat we marktleider zijn op dit gebied en zo helpen de digitale wereld veiliger te maken.”

Klik hier voor een volledig exemplaar van het rapport Quantifying the Public Vulnerability Market: 2022 Edition.

Vectra AI kondigt de komst aan van Myrna Soto. Zij volgens het bedrijf een belangrijke rol spelen in de ondersteuning van Vectra’s versnelde groeiplannen wereldwijd.

Soto zit momenteel in de raad van bestuur van CMS Energy/Consumers Energy, Spirit Airlines, TriNet, Popular Inc., Headspace Health en Delinea. Ze is ook de oprichter en CEO van Apogee Executive Advisors en was voorheen Chief Strategy and Trust Officer bij Forcepoint, een technologieleverancier voor ondernemingen en de federale overheid.

Daarnaast heeft Soto eerder leidinggevende en senior managementposities bekleed bij bedrijven als Comcast, MGM Resorts International, American Express en Royal Caribbean Cruise Line. Ze is ook erkend als Governance and Board Leadership Fellow door de National Association of Corp Directors (NACD) en is uitgeroepen tot een van SC Magazine’s Top 10 Power Players for Women in Security.

“Op basis van mijn ervaring in de sector ben ik onder de indruk van de innovatieve benadering van Vectra om cybersecurity risico’s te verlagen en tegelijkertijd de efficiëntie te verhogen van de security operations en de cybersecurity skills gap te verlagen door middel van automation.. Vooral op het gebied van detectie- en responsmogelijkheden in kritieke omgevingen van het ecosysteem van een organisatie,” aldus Soto.

Cloudsoevereiniteit krijgt steeds meer prioriteit voor organisaties die op zoek zijn naar veilige, innovatieve en schaalbare oplossingen om hun data te beheren, zo stelt het laatste rapport van het Capgemini Research Institute, “The journey to cloud sovereignty – Assessing cloud potential to drive transformation and trust”.

Het rapport stelt dat de acceptatie van cloudsoevereiniteit voornamelijk wordt gedreven door regelgeving en de behoefte van organisaties om hun data te controleren. Bovendien verwachten organisaties dat soevereine cloudoplossingen vertrouwen en samenwerking bevorderen en de verschuiving naar een data-ecosysteem versnellen.

Volgens het onderzoek maken organisaties zich zorgen over het gebruik van een publieke cloud als basis voor hun digitale transformatie: 69 procent van de respondenten vreest mogelijk onderworpen te worden aan extraterritoriale wetten in een dergelijke cloud-omgeving, bijvoorbeeld als de gegevens buiten de EU worden opgeslagen. 68 procent maakt zich zorgen over een gebrek aan transparantie en controle over wat er met hun gegevens in de cloud gebeurt. Daarnaast vreest 67 procent een afhankelijkheid van cloudproviders waarvan het hoofdkantoor zich buiten het eigen rechtsgebied bevindt.

Het Cloud Sovereign Report ondervroeg ook 70 Nederlandse organisaties. Het onderzoek bracht verschillende zorgen aan het licht bij de in Nederland gevestigde organisaties over de huidige cloudomgeving. Voorop staan ​​de bezorgdheid over de afhankelijkheid van providers die zich buiten de jurisdicties van hun land/regio bevinden (71% is het eens met deze stelling) en mogelijke blootstelling aan extraterritoriale wetten, of de mogelijkheid van toegang tot gegevens door buitenlandse overheden (70% is het eens met deze stelling). Organisaties geven prioriteit aan soevereiniteitsgerelateerde factoren bij het kiezen van cloudplatformproviders. Momenteel werkt bijna de helft van de Nederlandse organisaties aan hun cloudsoevereiniteitsstrategie, waarbij 24% aangeeft dat dit momenteel in uitvoering is en 23% zegt dat dit op de planning staat voor de komende 12 maanden.

Bijna de helft (48%) van de organisaties in de publieke sector overweegt cloudsoevereiniteit al als onderdeel van hun cloudstrategie of is van plan dit in de komende 12 maanden op te nemen. Ze zijn iets meer gedreven door compliance (76% versus 70% voor bedrijven) en door het waarborgen van immuniteit voor extraterritoriale toegang tot data (69% versus 64% voor bedrijven). Organisaties uit de publieke sector verwachten ook meer datagerelateerde voordelen te halen uit de soevereine cloud dan bedrijven.

Klik hier voor meer informatie of om het rapport te downloaden.

Het aantal malware in archiefbestanden, waaronder snelkoppelingen, steeg met 11% ten opzichte van vorig kwartaal. Dit blijkt uit het HP Wolf Security Threat Insights Report waarin cyberaanvallen worden geanalyseerd.

Dit rapport toont aan dat een groot gedeelte van de cybercriminelen die malwarefamilies verspreiden – waaronder QakBot, IceID, Emotet en RedLine Stealer – overstappen naar snelkoppelingen (LNK-bestanden) om malware te verspreiden.

Snelkoppelingen vervangen de macro’s van Office – die standaard worden geblokkeerd in Office – als een manier voor aanvallers om voet aan de grond te krijgen in netwerken, door gebruikers ertoe te verleiden hun pc’s te infecteren met malware.

Cybercriminelen plaatsen vaak snelkoppelingsbestanden in ZIP e-mailbijlagen om hen te helpen e-mailscanners te ontwijken. Het HP Wolf Security threat researchteam zag ook dat LNK-malwarebouwers te koop waren op hackerforums, waardoor het voor cybercriminelen makkelijk werd om over te schakelen op deze “macrovrije” code-uitvoeringstechniek.

“Het openen van een snelkoppeling of HTML-bestand lijkt misschien onschadelijk voor een werknemer, maar dit kan leiden tot een groot risico voor de onderneming”, legt Alex Holland uit, Senior Malware Analyst van het HP Wolf Security threat researchteam. “We raden aan om snelkoppelingsbestanden die als e-mailbijlagen zijn ontvangen of van het web gedownload zijn onmiddellijk te blokkeren.”

HP heeft tevens een phishingcampagne ontdekt die een nieuwe malwarefamilie genaamd SVCReady verspreidt. Deze familie valt op door de ongebruikelijke manier waarop de malware op doelcomputers wordt afgeleverd – via shellcode die in de eigenschappen van Office-documenten is verborgen. De malware – die voornamelijk is ontworpen om secundaire malware payloads te downloaden naar geïnfecteerde computers nadat er systeeminformatie en schermafbeeldingen zijn verzameld – bevindt zich nog in een vroeg ontwikkelingsstadium en is de afgelopen maanden verschillende keren geüpdatet.