KnowBe4 en het AI-videoplatform Synthesia gaan samenwerken om organisaties in staat te stellen gepersonaliseerde securitytrainingsvideo’s te maken met AI-avatars. Volgens KnowBe4 kunnen klanten hiermee binnen enkele minuten professionele trainingsvideo’s produceren, zonder camera’s of productieteams. De video’s zijn direct beschikbaar via het KnowBe4-platform en kunnen worden gelokaliseerd in meer dan 130 talen.

KnowBe4, aanbieder van een platform voor security awareness-training, kondigt een strategische samenwerking aan met Synthesia, een aanbieder van AI-videotechnologie. De samenwerking stelt organisaties in staat om merkconforme en gelokaliseerde trainingsvideo’s te maken met behulp van AI-avatars, die vervolgens direct via het KnowBe4-platform worden verspreid.

Sneller trainingscontent produceren

Volgens KnowBe4 lopen organisaties regelmatig tegen de beperkingen van traditionele videoproductie aan: lange doorlooptijden, complexe bewerking en hoge productiekosten staan gepersonaliseerde trainingscontent in de weg. Met de AI-avatars van Synthesia kunnen KnowBe4-klanten die drempels omzeilen. Het bedrijf stelt dat trainingsvideo’s van studiokwaliteit binnen enkele minuten zijn te produceren, zonder dat daar camera’s, studio’s of productieteams aan te pas komen.

Greg Kras, Chief Product Officer bij KnowBe4, geeft aan dat de samenwerking een stap voorwaarts betekent in het persoonlijker en toegankelijker maken van security awareness-training. Kras benadrukt daarbij de focus van Synthesia op verantwoord gebruik van AI als onderscheidende factor.

Lokalisatie in meer dan 130 talen

Een belangrijk onderdeel van de samenwerking is de lokalisatiemogelijkheid. KnowBe4 meldt dat videocontent via de AI-dubbingfunctionaliteit van Synthesia direct vertaald kan worden naar meer dan 130 talen. Daarmee beoogt het bedrijf organisaties met internationaal verspreide teams in staat te stellen om medewerkers in hun eigen taal te trainen.

Ken Lawshe, Chief Revenue Officer bij Synthesia, stelt dat securitytraining het meest effectief is wanneer die persoonlijk en relevant aanvoelt. Lawshe verwacht dat de combinatie van AI-videotechnologie en het KnowBe4-platform securityteams in staat stelt om snel content bij te werken zodra nieuwe dreigingen of compliance-eisen dat vragen.

Distributie via HRM+-platform en gratis startersplan

De gemaakte video’s worden verspreid via het bestaande KnowBe4 HRM+-platform. KnowBe4 kondigt aan dat klanten in aanmerking komen voor een gratis Synthesia Starter Plan, waarmee zij direct kunnen starten met het maken van AI-gestuurde trainingsvideo’s.

De samenwerking loopt vooruit op een grotere update van de KnowBe4 ModStore. Die bibliotheek met trainingsmodules krijgt volgens KnowBe4 een vernieuwd ontwerp met geavanceerde AI-zoekfunctionaliteit, zodat organisaties sneller de juiste trainingscontent kunnen vinden.

Arctic Wolf presenteert Decipio, een community-based defensieve beveiligingstool die aanvallers wil onderscheppen op het moment dat ze logingegevens proberen te stelen. De tool maakt gebruik van zogenoemde detectievallen in het netwerk en is beschikbaar via een besloten bètaprogramma voor geverifieerde cybersecurityprofessionals. Volgens Arctic Wolf blijft het stelen van inloggegevens een van de meest gebruikte initiële aanvalsvectoren.

Arctic Wolf kondigt Decipio aan, een defensieve cybersecuritytool die is ontwikkeld om credential-diefstal vroeg in de aanvalsketen te detecteren. Toegang verloopt via een besloten community-bètaprogramma en is uitsluitend beschikbaar voor geverifieerde cybersecurityprofessionals.

Credential-diefstal als beginpunt van aanvallen

Het misbruik van gestolen inloggegevens is volgens Arctic Wolf keer op keer terug te zien als initiële aanvalsvector in zijn jaarlijkse Threat Report. Het bedrijf stelt dat dit type aanval bijzonder moeilijk vroeg te detecteren is: pas wanneer aanvallers overgaan tot laterale verplaatsing of daadwerkelijke schade wordt de activiteit zichtbaar. Decipio is ontwikkeld om dat patroon te doorbreken.

Ismael Valenzuela, VP Threat Intelligence Research bij Arctic Wolf, geeft aan dat aanvallers steeds sneller automatiseren en stiller opereren. Verdedigers kunnen zich volgens Valenzuela niet langer permitteren om pas te reageren nadat de schade is aangericht. Decipio is bedoeld om aanvallers te identificeren op het moment dat ze voor het eerst actief worden.

Hoe de detectieval werkt

Decipio maakt gebruik van een principe dat draait om zogenoemde nep-netwerkbronnen. Wanneer een systeem een ander apparaat in het netwerk niet kan vinden, stuurt het een verzoek aan omliggende devices. Aanvallers onderscheppen dat soort verzoeken en doen zich voor als het gezochte systeem, waarna de aangevallen computer inloggegevens prijsgeeft.

Arctic Wolf stelt dat Decipio dit gedrag omkeert tot een detectiesignaal. De tool verstuurt bewust samengestelde netwerkverzoeken voor bronnen die nooit zouden mogen bestaan. Legitieme systemen negeren deze verzoeken; aanvallers kunnen dat niet. Een reactie is daarmee een eenduidig signaal dat de detectieval is afgegaan. De tool bevestigt vervolgens het gedrag, legt bewijs vast en presenteert dat op een manier die verdedigers direct kunnen onderzoeken. Het bedrijf geeft aan dat hierbij slechts minimale afstemming en historische context nodig zijn.

Beperkte toegang als bewuste keuze

Arctic Wolf kiest bewust voor een gesloten toegangsmodel. Het bedrijf meldt dat het volledig openbaar maken van defensieve tools in een tijd van geautomatiseerde scraping en AI-gestuurd hergebruik onbedoeld de technieken kan versnellen die verdedigers proberen te detecteren. Via het bètaprogramma wil Arctic Wolf zinvolle defensieve mogelijkheden delen met geverifieerde professionals en tegelijk borgen dat de tool verantwoord wordt ingezet.

Toegangsverzoeken voor Decipio zijn in te dienen via arcticwolf.com/decipio.

Microsoft staat bovenaan in de nieuwste Brand Phishing Ranking van Check Point Research: 22 procent van alle phishingpogingen in het eerste kwartaal van 2026 maakte gebruik van de naam van het bedrijf. Apple en Google volgen op de tweede en derde plek. De top vier merken samen zijn goed voor bijna de helft van alle geregistreerde phishingpogingen.

Check Point Research (CPR) meldt dat cybercriminelen in het eerste kwartaal van 2026 opnieuw massaal grote technologiemerken misbruikten om gebruikers te misleiden. Microsoft blijft het vaakst geïmiteerde merk met 22 procent van alle phishingpogingen, gevolgd door Apple met 11 procent en Google met 9 procent. Amazon staat op de vierde plaats met 7 procent, LinkedIn klimt naar de vijfde plek met 6 procent.

De technologiesector is het meest geïmiteerd, gevolgd door sociale netwerken en de bankensector. Dat LinkedIn stijgt naar de vijfde positie wijst volgens CPR op een groeiende interesse van aanvallers in professionele identiteiten en toegang tot werkomgevingen.

Vier campagnes uitgelicht

CPR identificeerde in het eerste kwartaal meerdere actieve phishingcampagnes. Bij Microsoft werd een kwaadaardige inlogpagina gevonden die de authenticatiedienst van het bedrijf imiteerde. De aanvallers verwerken de merknaam in lange subdomeinen onder niet-gerelateerde hoofddomeinen, waardoor gebruikers de volledige URL eerder over het hoofd zien.

Via een nep-PlayStation-webshop op het domein playstation-stores[.]com werden slachtoffers door een ogenschijnlijk normaal aankoopproces geleid, om hen vervolgens te vragen via een directe bankoverschrijving te betalen. Kapotte links en onverwachte doorverwijzingen duidden op verdere kwaadaardige intenties.

Een phishingpagina die WhatsApp Web imiteerde, vroeg gebruikers een QR-code te scannen. CPR stelt dat slachtoffers hierdoor hun account koppelden aan sessies die aanvallers beheerden, wat ongeautoriseerde toegang tot gesprekken en accountactiviteiten mogelijk maakt.

Tot slot ontdekte CPR een pagina die zich voordeed als Adobe Acrobat. Gebruikers werden verleid een installatiebestand te downloaden dat een Remote Access Trojan (RAT) installeerde, waarmee aanvallers op afstand controle konden krijgen over besmette systemen.

Cloudtoegang maakt één account waardevol doelwit

De dominantie van grote technologiemerken in de ranking hangt nauw samen met hun centrale rol in identiteitsbeheer, cloudopslag en productiviteitstools. CPR geeft aan dat één gecompromitteerd account toegang kan geven tot e-mail, samenwerkingstools, financiële gegevens of bedrijfsnetwerken, wat merkphishing tot een veelgebruikte methode maakt achter zowel consumentenfraude als datalekken binnen organisaties.

Omer Dembinsky, Data Research Manager bij Check Point Research, stelt dat phishingaanvallen toenemen in schaal en complexiteit, met steeds overtuigendere merkimitaties en subtiele manipulatie van domeinnamen. Dembinsky benadrukt dat organisaties een preventie-eerste aanpak nodig hebben die AI-gedreven threat intelligence combineert met proactieve bescherming van e-mail, webomgevingen en samenwerkingsplatforms.

Met de naderende inwerkingtreding van eIDAS 2.0 en de Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) staan Europese bedrijven voor een complexe identiteitsuitdaging. Ze moeten straks zowel de nieuwe EU Digital Identity Wallet als bestaande nationale eID’s ondersteunen. Signicat kondigt een gecentraliseerde hub aan die deze versnippering moet aanpakken en bedrijven via één aansluiting toegang geeft tot alle relevante identiteitssystemen.

Volgend jaar treden twee deels overlappende Europese verordeningen in werking: eIDAS 2.0, die de EU Digital Identity Wallet (EUDI Wallet) introduceert, en de Anti-Money Laundering Regulation (AMLR). Bedrijven die actief zijn in Nederland en de rest van Europa worden daarmee geconfronteerd met de kostbare uitdaging om parallelle systemen voor identiteitsverificatie, klant-onboarding en fraudepreventie op te zetten én te onderhouden.

Dat is geen tijdelijk vraagstuk. Miljoenen burgers gebruiken dagelijks nationale eID’s zoals DigiD en eHerkenning. Die systemen blijven de komende jaren naast de nieuwe EUDI Wallets bestaan, wat een strategische en flexibele aanpak van digitaal identiteitsbeheer vereist.

Gecentraliseerd aansluitpunt

Om die versnippering te adresseren, brengt Signicat zijn eID- en Wallet Hub uit. Volgens het bedrijf fungeert de hub als één centraal aansluitpunt, waarmee bedrijven gebruikers kunnen verifiëren via zowel de nieuwe EUDI Wallets als bestaande nationale eID’s, zonder daarvoor afzonderlijke integraties te bouwen of te beheren. Signicat meldt dat de hub al meer dan 500 miljoen transacties per jaar verwerkt.

Allard Keuter, Head of Authentication & Wallets bij Signicat, stelt dat de komende drie jaar digitale identiteit in Europa een periode van georganiseerde chaos wordt. Bedrijven worden wettelijk verplicht een nieuwe wallet te accepteren die de meeste van hun klanten nog niet hebben, terwijl ze tegelijkertijd de bestaande nationale en interbancaire ID-systemen moeten blijven ondersteunen. Keuter geeft aan dat de hub is ontworpen omdat de meeste bedrijven de financiële en technische last van dat beheer niet zelfstandig kunnen dragen.

Modulaire opzet voor hybride gebruik

Een belangrijk onderdeel van de hub is de modulaire infrastructuur. Signicat stelt dat bedrijven hiermee de flexibiliteit krijgen om gegevens rechtstreeks uit de wallet van een gebruiker op te halen, of via het netwerk van aangesloten eID’s en databronnen. Dat maakt het volgens Keuter mogelijk om alle benodigde gegevens op te vragen, ongeacht of een gebruiker al beschikt over een wallet of die wallet al gevuld heeft. De hybride aanpak beoogt een naadloze klantervaring te bieden zonder de lopende dienstverlening te verstoren.

Brede Europese context

De EUDI Wallet vormt een hoeksteen van het Digital Decade-beleid van de EU, dat impact heeft op meer dan 450 miljoen burgers. De EU streeft naar een adoptiegraad van 80% in 2030. Signicat verwacht dat zijn hub bedrijven in staat stelt deze grootschalige adoptie te ondersteunen, met behoud van fraudepreventie en compliance via één beheerde gateway.

Databalance heeft NextStep24 overgenomen, een specialist in dataprotectie, back-up en herstel. Met deze overname wil de Nederlandse managed IT-partner zijn expertise op het gebied van cyberweerbaarheid en continuïteit uitbreiden. De stap past binnen de groeistrategie van Databalance om uit te groeien tot een toonaangevende managed IT-partner voor business-critical vraagstukken.

Databalance kondigt de overname aan van NextStep24, een specialistisch IT- en securitybedrijf met een focus op dataprotectie, back-up en herstel. Beide partijen stellen dat de combinatie klanten toegang biedt tot bredere expertise op het gebied van cyberweerbaarheid, compliancy en continuïteit.

Druk op bedrijfskritische data neemt toe

Organisaties worden geconfronteerd met een groeiend aantal cyberdreigingen, aanscherping van regelgeving zoals NIS2 en de AVG, en een toenemende adoptie van AI. Databalance stelt dat dit vraagt om een robuust datafundament en een partner die verantwoordelijkheid neemt voor continuïteit op de lange termijn.

NextStep24 heeft volgens Databalance een sterke reputatie opgebouwd in het structureel verhogen van digitale weerbaarheid, met een pragmatische en hands-on werkwijze. Die aanpak sluit aan op de visie van Databalance dat dataprotectie geen puur technische discipline is, maar een strategische prioriteit voor organisaties.

Multi-vendor strategie als uitgangspunt

Databalance geeft aan bewust te kiezen voor een multi-vendor strategie, waarbij oplossingen worden afgestemd op de specifieke context en wensen van de klant. Met de toevoeging van NextStep24 verwacht het bedrijf zijn propositie verder te verdiepen op het gebied van specialisatie en keuzevrijheid.

CEO Nordi Malih van Databalance stelt dat dataprotectie al lang geen puur IT-onderwerp meer is, maar een strategische randvoorwaarde voor groei, compliance en veilige AI-adoptie. Malih benadrukt dat de overname niet leidt tot een standaardoplossing, maar juist meer diepgang en keuzevrijheid moet bieden voor klanten.

Mede-oprichter Marco Egberts van NextStep24 geeft aan dat zijn bedrijf binnen Databalance de opgebouwde positie in dataprotectie verder wil uitbouwen, met meer schaal en meer impact, waarbij de persoonlijke aanpak voor klanten behouden blijft.

Integratie onder één kwaliteitsstandaard

NextStep24 wordt volledig onderdeel van de Databalance-organisatie. Het bedrijf meldt te sturen op één platform, één kwaliteitsstandaard en één bedrijfscultuur. Databalance geeft aan dat deze overname past binnen een bredere groeistrategie om uit te groeien tot een toonaangevende managed IT-partner voor business-critical IT-vraagstukken in Nederland.

Een overgrote meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het kabinet het DigiD-contract met Solvinity niet verlengt. De achtergrond: de Nederlandse IT-dienstverlener dreigt in Amerikaanse handen te vallen, wat volgens Kamerleden de veiligheid en beschikbaarheid van DigiD in gevaar brengt.

Een ruime Kamermeerderheid schaarde zich op 21 april achter een motie van Barbara Kathmann (PRO) en Chris Stoffer (SGP) om bij het aflopen van het huidige contract in 2028 het beheer van DigiD over te hevelen naar een Nederlandse aanbieder die buiten de invloedssfeer van de Amerikaanse overheid valt. Alleen Daniël van den Berg (JA21) stemde tegen. Volgens Van den Berg generaliseert de motie alle Amerikaanse bedrijven ten onrechte als risico en staat zij op gespannen voet met het aanbestedingsbeleid.

De indieners wijzen die bezwaren van de hand. Kathmann en Stoffer stellen dat de veiligheid en betrouwbaarheid van DigiD gebaat zijn bij een overgang naar een aanbieder zonder Amerikaanse eigendomsstructuur. Een specifiek vrees is uitval van DigiD als de regering in Washington Nederland politiek wil benadelen.

Vertrouwelijke briefing op komst

De Tweede Kamer krijgt binnenkort vertrouwelijk te horen welke concrete risico’s de mogelijke overname van Solvinity met zich meebrengt. Aanleiding is een interne waarschuwing van de hoogste privacy-functionaris van Logius, Pieter van Oordt. Van Oordt gaf aan dat de Kamer in februari informatie is onthouden over hoe een eigendomswijziging van Solvinity de nationale veiligheid kan bedreigen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stuurde de Kamer destijds een samenvatting, maar de volledige CISO-impactanalyse ontbrak. Dat document is volgens Van Oordt het meest relevante technische advies en concludeert dat mitigerende maatregelen onvoldoende zijn om zowel de beschikbaarheid als de privacy van DigiD te waarborgen.

Conflict rond gelekte analyse

Staatssecretaris Eric van der Burg (BZK) suggereerde in een brief van 21 april dat Van Oordt informatie uit de gerubriceerde impactanalyse met de media zou hebben gedeeld. Van Oordt ontkent dit. Hij meldt een verzoek van NRC om het document te verstrekken juist te hebben afgewezen; de krant bevestigt dat. Van Oordt beklaagt zich erover dat zijn leidinggevenden hem niet hebben gehoord voordat zij hun conclusies trokken en kondigt aan juridische stappen te zetten vanwege reputatieschade.

Microsoft zet nieuwe aanmeldingen voor GitHub Copilot Pro, Pro+ en Student tijdelijk stop. Agentische workflows zorgen voor een sterk gestegen rekenkrachtbehoefte, wat druk legt op de infrastructuur en de kosten opdrijft. Het bedrijf scherpt ook gebruikerslimieten aan en past de beschikbaarheid van bepaalde AI-modellen aan om bestaande klanten te beschermen.

Microsoft voert wijzigingen door in de individuele abonnementen van GitHub Copilot. Nieuwe aanmeldingen voor de Pro-, Pro+- en Student-abonnementen worden tijdelijk stopgezet. Volgens Microsoft zijn agentische workflows de belangrijkste oorzaak: deze manier van werken vergroot de rekenkrachtbehoefte aanzienlijk, wat leidt tot hogere kosten en toenemende druk op de infrastructuur.

Aanpassingen aan modellen en limieten

Naast het stopzetten van nieuwe aanmeldingen past Microsoft de beschikbaarheid van Opus-modellen aan. Pro+-gebruikers behouden toegang tot Opus 4.7, maar Opus 4.5 en Opus 4.6 verdwijnen uit dat abonnement. Het bedrijf geeft aan dat deze aanpassingen nodig zijn om de servicekwaliteit voor bestaande klanten te kunnen waarborgen.

Gebruikers die tegen onverwachte limieten aanlopen of voor wie de wijzigingen problemen opleveren, kunnen hun abonnement opzeggen zonder kosten voor april. Tot 20 mei kunnen zij contact opnemen met GitHub-ondersteuning voor een terugbetaling.

Twee soorten gebruikerslimieten

GitHub Copilot hanteert sessielimieten en wekelijkse limieten. Sessielimieten zijn bedoeld om overbelasting tijdens piekuren te voorkomen. Wekelijkse limieten, die recent zijn ingevoerd, beperken het totale tokenverbruik per week. Microsoft stelt dat deze wekelijkse limieten specifiek zijn ingevoerd om langdurige, parallelle verzoeken te beheersen die anders tot zeer hoge kosten kunnen leiden.

Beide limiettypes zijn afhankelijk van het tokenverbruik en de multiplier van het gekozen model. Pro+-abonnementen bieden meer dan vijf keer de limieten van een standaard Pro-abonnement. Gebruikers die hogere limieten nodig hebben, kunnen upgraden naar Pro+.

Inzicht in verbruik en praktische tips

Om onverwachte overschrijdingen te voorkomen, tonen VS Code en de Copilot CLI voortaan het beschikbare gebruik zodra een gebruiker een limiet nadert. Microsoft geeft aan dat gebruikers hun tokenverbruik kunnen beperken door te kiezen voor een model met een lagere multiplier bij eenvoudigere taken, parallelle workflows te reduceren of over te stappen naar Pro+. Het bedrijf beveelt ook het gebruik van de planmodus aan, wat volgens Microsoft de efficiëntie en het slagingspercentage van taken verbetert.

Cisco heeft een kritieke Field Notice uitgegeven voor een groot aantal zakelijke Access Points. Een fout in Cisco IOS XE zorgt ervoor dat een logbestand dagelijks met ongeveer 5MB groeit totdat het flashgeheugen volledig vol zit. Het gevolg: mislukte updates en in het ergste geval een aanhoudende bootloop. Beheerders moeten hun netwerk binnen 48 uur controleren.

Cisco meldt een ernstige softwarefout in IOS XE releases 17.12.4 tot en met 17.12.6a die van invloed is op een breed scala aan zakelijke Access Points uit de Catalyst-serie. De fout is beschreven in Field Notice FN74383 en is terug te voeren op een onjuiste bibliotheekupdate. Apparaten die op deze softwareversies draaien, genereren continu data in een bestand genaamd cnssdaemon.log, dat dagelijks met circa 5MB aangroeit.

Omdat de opslagruimte op Access Points beperkt is, raakt partitie 2 van het flashgeheugen na verloop van tijd volledig verzadigd. Een bijkomend probleem is dat het bestand niet handmatig via de standaard command-line interface te verwijderen is.

Symptomen die beheerders signaleren

Volgens Cisco manifesteert het probleem zich op meerdere manieren. Beheerders die een software-update of servicepack willen installeren, krijgen meldingen zoals “No space left on device”. Wordt een update toch geforceerd terwijl er onvoldoende ruimte beschikbaar is, dan kan de systeemintegriteit in het geding komen en raakt het Access Point in een aanhoudende bootloop. Ook zijn er meldingen van handtekeningfouten bij het opstarten, waarbij het systeem “verify signature failed” rapporteert.

Controle binnen 48 uur noodzakelijk

Cisco geeft aan dat beheerders een pre-upgrade check moeten uitvoeren voordat ze onderhoud plegen. Omdat het logbestand dagelijks groeit, is een controle die ouder is dan 48 uur niet langer betrouwbaar.

Voor geautomatiseerde controle adviseert Cisco het gebruik van de WLANPoller-tool, die meerdere Access Points tegelijkertijd scant en in kaart brengt welke apparaten risico lopen. Wie liever handmatig controleert, kan via het commando “show boot” nagaan welke partitie actief is en vervolgens met “show flash | in cnss” de omvang van het logbestand bekijken. Is er minder dan 85MB beschikbaar op partitie 2, dan zal een upgrade volgens Cisco waarschijnlijk mislukken.

Voor apparaten waarvan het geheugen al vol zit, stelt het bedrijf herstelpaden beschikbaar via de Validate and Recover Catalyst APs handleiding. Organisaties die bij herstel tegen hardnekkige problemen aanlopen, adviseert Cisco een zaak te openen bij het Cisco Technical Assistance Center.

Getroffen modellen

De waarschuwing is van toepassing op een groot aantal modellen uit de Cisco Catalyst-serie. De IW9167 Heavy Duty-modellen kunnen eveneens getroffen zijn als ze ooit in AP-modus hebben gedraaid met de betreffende softwareversies.

De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat het selectieve distributiestelsel van HP niet in strijd is met Europese mededingingsregels. Webshop 123inkt, die stelde dat HP de concurrentie illegaal beperkt door alleen geautoriseerde partners toe te laten, slaagde er niet in voldoende bewijs aan te dragen. De uitspraak van 11 februari 2026 is een belangrijke precedent voor de verhouding tussen hardwarefabrikanten en online retailers.

De rechtbank Amsterdam heeft op 11 februari 2026 uitspraak gedaan in een langlopend conflict tussen webshop 123inkt en HP over de verkoop van printerbenodigdheden. Centraal stond de vraag of HP met zijn selectieve distributiestelsel — waarbij alleen geautoriseerde partners de producten mogen verhandelen — het Europese kartelverbod overtreedt.

123inkt, een van de grootste webshops in de sector, stelde dat dit systeem in strijd is met artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Volgens de webshop houdt HP concurrenten buiten de markt en beperkt het systeem de vrije handel.

Eerdere tik op de vingers

In een tussenvonnis uit 2024 had de rechtbank al vastgesteld dat het distributiestelsel van HP niet voldoet aan de zogeheten Metro-criteria. Die Europese criteria bepalen onder welke voorwaarden een fabrikant eisen mag stellen aan distributeurs, bijvoorbeeld bij luxeartikelen of technisch complexe producten. Toch betekent het niet voldoen aan die criteria niet automatisch dat een systeem verboden is.

Onvoldoende bewijs

Voor het eindvonnis volgde de rechtbank een recent beoordelingskader van het Britse Competition Appeal Tribunal. Op basis daarvan beoordeelde de rechter of het systeem van HP een zogenoemde doelbeperking of gevolgbeperking oplevert.

Op beide punten trekt 123inkt aan het kortste eind. De rechtbank stelt vast dat niet is bewezen dat HP het stelsel heeft opgezet met het specifieke doel de concurrentie te beperken. Het systeem staat in beginsel open voor iedere handelaar die aan de voorwaarden voldoet. Bovendien heeft 123inkt volgens de rechter geen economische analyse overlegd waaruit blijkt hoe de markt er zonder dit stelsel uit zou zien. De rechtbank concludeert dat de webshop onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangedragen om te kunnen vaststellen dat het selectieve distributiestelsel schadelijk is voor de mededinging.

Misbruik van machtspositie verworpen

Naast het kartelverbod probeerde 123inkt HP ook aan te spreken op misbruik van een economische machtspositie op grond van artikel 102 VWEU. Ook dit argument houdt geen stand. De rechtbank oordeelt dat HP zich niet schuldig maakt aan onrechtmatige handelspraktijken.

Gevolgen voor de markt

Door de uitspraak blijven de distributieregels van HP ongewijzigd van kracht. 123inkt is veroordeeld in de proceskosten van ruim 3.400 euro. Juridisch gezien is de winst voor HP aanzienlijk groter: de Amsterdamse rechter heeft bevestigd dat de fabrikant het recht heeft om zelf te bepalen wie zijn producten mag verkopen.

De uitspraak is relevant voor de bredere discussie over selectieve distributie in de technologiesector. Fabrikanten die vergelijkbare stelsels hanteren, kunnen zich op dit vonnis beroepen, terwijl online retailers die buiten geautoriseerde kanalen willen opereren voortaan moeten aantonen dat zo’n systeem aantoonbare schade veroorzaakt op de markt.

Technologievereniging HCC! wil dat het kabinet ingrijpt bij de voorgenomen overname van het Nederlandse IT-bedrijf Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. De vereniging stelt dat gevoelige overheidsdata van miljoenen Nederlanders hierdoor binnen bereik van Amerikaanse wetgeving kan komen. DigiD en MijnOverheid draaien op infrastructuur van Solvinity.

De overname van Solvinity door Kyndryl ligt onder vuur. HCC!, de vereniging voor digitale technologie in de Benelux, roept het kabinet op de deal te blokkeren als de privacy van Nederlandse burgers niet volledig gewaarborgd kan worden. De vereniging vertegenwoordigt ruim 32.000 leden en richt zich rechtstreeks tot het kabinet en de Tweede Kamer.

Cloud Act als kernprobleem

Het bezwaar van HCC! spitst zich toe op de Amerikaanse Cloud Act. Die wetgeving stelt de Amerikaanse overheid in staat bedrijven te verplichten data te verstrekken, ook als die gegevens fysiek op Nederlandse servers staan. Solvinity beheert systemen als DigiD en MijnOverheid, die inkomensgegevens, adressen en sofinummers bevatten van vrijwel elke Nederlander.

Volgens voorzitter Wijnand van Swaaij van HCC! is het onacceptabel dat deze gegevens potentieel toegankelijk worden voor een buitenlandse overheid. Van Swaaij stelt dat dit raakt aan de kern van de rechtsstaat en het vertrouwen dat burgers moeten hebben in hun overheid.

Continuïteit van vitale diensten

HCC! wijst op meer dan alleen privacyrisico’s. De vereniging geeft aan dat DigiD de toegangspoort is tot zorg, belastingen en andere vitale overheidsdiensten. Elke afhankelijkheid van partijen onder buitenlandse jurisdictie kan volgens HCC! de integriteit van die systemen aantasten. De vereniging benadrukt dat het hier geen theoretisch risico betreft, maar een reële dreiging voor de Nederlandse digitale soevereiniteit.

Drie eisen aan het kabinet

HCC! formuleert drie concrete eisen. Ten eerste moet het Bureau Toetsing Investeringen de overname niet alleen juridisch toetsen, maar ook maatschappelijk en strategisch wegen. Ten tweede vraagt de vereniging om volledige transparantie richting de Tweede Kamer over de risico’s. Ten derde moet het kabinet de overname blokkeren met de beschikbare wettelijke instrumenten als volledige privacygaranties uitblijven.

Bredere discussie over digitale soevereiniteit

De kwestie rondom Solvinity staat volgens Van Swaaij symbool voor een bredere trend waarbij kritieke infrastructuur wordt uitbesteed aan buitenlandse techbedrijven. Hij stelt dat dit het moment is om te kiezen tussen verdere afhankelijkheid of het bouwen aan een digitale infrastructuur die Nederland zelf controleert en beschermt.

HCC! kondigt aan de ontwikkelingen rond de overname nauwgezet te blijven volgen.