Het Britse softwarebedrijf 5N6 heeft LiberaGPT gelanceerd, een gratis iPhone-app die meerdere AI-modellen volledig offline draait. De app maakt gebruik van de A18 Pro en A19 Pro chipsets en belooft gesprekken privé te houden zonder cloudverbinding. Het bedrijf positioneert de oplossing als groener en privacyvriendelijker alternatief voor cloudgebaseerde AI-diensten.

Het Britse softwarebedrijf 5N6 heeft LiberaGPT uitgebracht, een iPhone-app die volgens het bedrijf meerdere AI-modellen volledig offline kan draaien. De gratis app is geoptimaliseerd voor Apple’s A18 Pro en A19 Pro chipsets, maar werkt naar eigen zeggen ook op de iPhone 15 Pro.

Lokale verwerking zonder cloudverbinding

Volgens 5N6 blijven alle gesprekken op het toestel zelf, zonder cloudsynchronisatie, telemetrie of dataverzameling. De app zou werken zonder internetverbinding na de download en is bedoeld voor gebruik in de metro, vliegtuigen, landelijke gebieden of kelders.

Het bedrijf stelt dat de timing van de lancering samenhangt met Apple’s nieuwste hardware. De A19 Pro chip bevat een 6-core GPU met Neural Accelerators en een 16-core Neural Engine, wat volgens 5N6 lokale taalverwerking mogelijk maakt zonder externe servers.

Technische architectuur

Directeur Ontwikkeling Stephen Pereira heeft een witboek gepubliceerd over de technische architectuur van LiberaGPT. Het document beschrijft de app als een “local-first cognitive interface” met compacte on-device taalmodellen, lokaal geheugen en thermisch bewuste compute-routing.

Volgens Pereira kunnen smartphones nu zinvol lokaal werk verrichten voor alledaagse AI-verzoeken, in plaats van alleen als scherm te dienen voor externe berekeningen. Het bedrijf beweert dat token-generatie intelligent wordt aangepast op basis van voorspelde GPU-belasting en beschikbare systeembronnen.

Positionering als groen alternatief

Bedrijfssecretaris Amy Waller stelt dat LiberaGPT gebruikers “bevrijd” van abonnementskosten terwijl het een productiviteitstool biedt met een kleinere ecologische voetafdruk. Het bedrijf presenteert de lokale aanpak als milieuvriendelijker dan de “uitgebreide internet- en datacenterarchitectuur” van cloudgebaseerde diensten.

5N6 positioneert LiberaGPT als alternatief voor cloudgebaseerde diensten zoals ChatGPT of Gemini. Het bedrijf belooft vergelijkbare prestaties voor alledaagse taken, maar dan met meer privacy, offline betrouwbaarheid en controle voor gebruikers.

Fujitsu introduceert Digital Sovereignty Advisory Services voor Europese organisaties. De dienst helpt bedrijven hun digitale autonomie te beoordelen en te versterken te midden van toenemende geopolitieke risico’s en veranderende regelgeving. Binnen vier weken krijgen klanten een concreet actieplan met roadmap en budgetindicaties.

Fujitsu heeft Digital Sovereignty Advisory Services gelanceerd, een nieuwe adviesdienst voor Europese organisaties die hun digitale soevereiniteit willen versterken. Het bedrijf stelt dat de dienst helpt bij het omgaan met toenemende geopolitieke risico’s, veranderende wet- en regelgeving en vendor lock-in.

Drie domeinen van soevereiniteit

Volgens Fujitsu beslaat digitale soevereiniteit drie domeinen: datasoevereiniteit, technische soevereiniteit en operationele soevereiniteit. Het bedrijf beoogt organisaties meer controle, transparantie en autonomie te geven binnen deze gebieden. Caragh O’Carroll, Hybrid IT Portfolio Lead van Fujitsu Europe, stelt dat digitale soevereiniteit door regelgeving en geopolitieke spanningen een belangrijk aandachtspunt is geworden voor directies.

De dienst richt zich op organisaties die hun strategie voor digitale soevereiniteit nog moeten ontwikkelen. Fujitsu wil hen helpen risico’s en investeringsprioriteiten in kaart te brengen, zodat ze een beter evenwicht vinden tussen het gebruiksgemak van hyperscalerdiensten en de behoefte aan autonomie.

Vierweken traject met concrete output

Het adviestraject duurt ongeveer vier weken en bestaat uit drie fasen. In de ontdekkingsfase voeren Fujitsu-consultants workshops uit en interviewen ze belangrijke business- en IT-profielen. Tijdens de analysefase wordt een technische risicobeoordeling uitgevoerd. De laatste fase resulteert in een rapport met roadmap, inclusief kosten- en tijdslijnindicaties.

Fujitsu hanteert volgens eigen zeggen een gestructureerde methodologie die aansluit bij het Cloud Sovereignty Framework van de Europese Commissie. Het bedrijf belooft organisaties inzicht te geven in hun huidige situatie en duidelijkheid over welke stappen de meeste impact hebben.

Strategische autonomie en compliance

De dienst moet organisaties helpen bij verschillende uitdagingen rond digitale soevereiniteit. Fujitsu stelt dat klanten hun strategische autonomie kunnen vergroten door onafhankelijke keuzes te maken binnen hun digitale omgeving. Ook beoogt het bedrijf hen meer controle over data en infrastructuur te geven.

Daarnaast wil Fujitsu organisaties helpen bij het voldoen aan lokale wet- en regelgeving en databeschermingseisen. Het bedrijf stelt dat dit bijdraagt aan betere compliance en governance, evenals het opbouwen van robuustere digitale ecosystemen die minder gevoelig zijn voor externe storingen.

Klanten ontvangen volgens Fujitsu een beoordeling van hun soevereiniteitspositie met inzicht in huidige en toekomstige situaties, een geprioriteerde roadmap voor concrete acties, en gebalanceerde aanbevelingen voor oplossingen van Europese cloudproviders tot infrastructuur- en AI-oplossingen.

HP heeft TPM Guard aangekondigd, naar eigen zeggen de eerste hardwareoplossing die fysieke aanvallen op de TPM-bus blokkeert. De technologie moet een beveiligingslek in BitLocker dichten dat aanvallers in staat stelt om schijfversleuteling te omzeilen met slechts twintig dollar aan hardware. Daarnaast kondigt HP verbeteringen aan binnen Wolf Security en quantum-resistente beveiliging voor printers.

HP stelt dat TPM Guard de eerste hardwareoplossing ter wereld is die fysieke TPM-busaanvallen voorkomt. Deze aanvallen maken het volgens het bedrijf mogelijk om BitLocker-schijfversleuteling te omzeilen door communicatie tussen de Trusted Platform Module en CPU te onderscheppen.

Aanval met twintig dollar hardware

Volgens HP kunnen aanvallers met fysieke toegang BitLocker omzeilen met een techniek die minder dan een minuut duurt en slechts twintig dollar aan hardware kost. De methode berust op het onderscheppen van communicatie tussen de TPM en CPU, wat met minimale training uitvoerbaar zou zijn.

TPM Guard introduceert naar eigen zeggen een versleutelde verbinding tussen TPM en CPU om onderschepping te voorkomen. Het bedrijf stelt dat de TPM cryptografisch aan het apparaat wordt gekoppeld, zodat deze niet meer functioneert als hij wordt verwijderd of gemanipuleerd.

HP heeft een voorstel ingediend bij de Trusted Computing Group om TPM Guard als industriestandaard op te laten nemen. De technologie is ontwikkeld in samenwerking met siliconpartners van het bedrijf.

Uitbreiding Wolf Security

Het bedrijf kondigt ook nieuwe mogelijkheden aan binnen zijn Wolf Security-portfolio. Deze omvatten integratie van Wolf Controller met het Workforce Experience Platform, een nieuwe Wolf Connect cellular card met volgens HP betere nauwkeurigheid en lager energieverbruik, en bredere platformondersteuning voor Sure Recover.

Daarnaast wordt gecentraliseerde verzameling van beveiligingslogs via de Wolf Controller mogelijk, aldus HP.

Quantum-resistente printers

HP breidt quantum-resistente cryptografie uit naar meer printers vanwege zorgen over toekomstige quantumcomputers. Het bedrijf verwijst naar experts die stellen dat de kans op doorbreking van bestaande cryptografie door quantumcomputers tegen 2034 kan oplopen tot 34 procent.

De nieuwe LaserJet Pro 4000/4100-serie moet volgens HP de eerste mkb-printers ter wereld zijn met quantum-resistente bescherming. De LaserJet Enterprise 5000/6000-serie krijgt eveneens bescherming tegen quantumaanvallen en bevat Automated Guided Redaction voor het automatisch detecteren en verwijderen van gevoelige informatie.

Cybersec Europe

HP zal op 20 en 21 mei aanwezig zijn op Cybersec Europe in Brussel. Bezoekers kunnen kennismaken met de Secure Supply Chain-aanpak en demo’s rond endpoint security bijwonen.

Cybercriminelen richten zich steeds vaker op identiteitsinfrastructuur en MFA-systemen om organisaties binnen te dringen. Tegelijkertijd blijven verouderde kwetsbaarheden massaal misbruikt worden, ondanks dat ze soms meer dan tien jaar oud zijn. Dit blijkt uit het Cisco Talos 2025 Year in Review rapport.

Cisco Talos rapporteert een explosieve groei van 178 procent in aanvallen gericht op identiteitsinfrastructuur. Volgens het beveiligingsbedrijf richten cybercriminelen zich specifiek op systemen die authenticatie en autorisatie beheren, zoals MFA-implementaties. Door deze controle te verkrijgen kunnen aanvallers zich volgens Cisco ongemerkt door netwerken bewegen.

Verouderde systemen blijven doelwit

Het rapport toont aan dat bijna 40 procent van de meest aangevallen kwetsbaarheden betrekking heeft op end-of-life systemen die geen beveiligingsupdates meer ontvangen. Daarnaast stelt Cisco dat 32 procent van de top 100 meest aangevallen kwetsbaarheden ouder is dan tien jaar.

Tegelijkertijd exploiteren cybercriminelen ook razendsnel nieuwe kwetsbaarheden. React2Shell werd volgens het bedrijf binnen drie weken na bekendmaking de meest aangevallen kwetsbaarheid van het jaar. Jan Heijdra van Cisco Nederland stelt dat securityteams hierdoor vrijwel geen tijd krijgen om te reageren tussen bekendmaking en grootschalig misbruik.

Gedeelde frameworks vergoten risico

Cisco meldt dat ongeveer 25 procent van de top 100 aangevallen kwetsbaarheden veelgebruikte frameworks en libraries trof. Hierdoor kunnen aanvallers volgens het bedrijf één enkele kwetsbaarheid inzetten tegen meerdere sectoren tegelijk.

Qilin was in 2025 de meest waargenomen ransomware-variant, met volgens Cisco gemiddeld 40 slachtoffers per maand. De productiebranche blijft de meest getroffen sector.

Drie aanbevelingen voor IT-dienstverleners

Cisco beveelt IT-dienstverleners aan zich te richten op drie gebieden. Ten eerste het snel patchen van nieuwe kwetsbaarheden om de steeds kortere exploitatietijden voor te blijven. Daarnaast adviseert het bedrijf het versterken van identiteitsinfrastructuur, bijvoorbeeld door phishing-bestendige MFA in te voeren.

Ten slotte raadt Cisco aan om end-of-life systemen agressief uit te faseren, omdat deze volgens het bedrijf fungeren als permanente achterdeuren voor cybercriminelen. Het bedrijf stelt dat organisaties door zich op deze drie pijlers te richten een robuustere, proactieve architectuur kunnen bouwen.

IGEL heeft samen met Microsoft nieuwe architectuurrichtlijnen ontwikkeld voor veilige toegang tot Windows 365 en Azure Virtual Desktop. De blueprints richten zich op organisaties met strenge beveiligingseisen, zoals zorg, overheid en contactcenters. Het ontwerp moet architectuurrisico’s beperken door onveranderlijke endpoints en centraal beleidsbeheer.

IGEL heeft de beschikbaarheid aangekondigd van nieuwe referentiearchitecturen die het bedrijf samen met Microsoft heeft ontwikkeld. De blueprints bieden volgens beide bedrijven organisaties architectuurpatronen voor veilige toegang tot Windows 365 en Microsoft Azure Virtual Desktop vanaf IGEL-apparaten.

De architecturen zijn specifiek ontworpen voor omgevingen met strengere beveiligingseisen, zoals in de zorg, overheid en contactcenters. IGEL stelt dat de blueprints organisaties helpen architectuurrisico’s te beperken en de inzet van beveiligde digitale werkplekken te versnellen.

Focus op endpoint-beveiliging

Volgens de bedrijven blijven endpoints vaak de meest aangevallen en operationeel kwetsbare componenten van digitale werkplekken. De referentiearchitecturen beogen dit risico te beperken door gebruik van onveranderlijke endpoints, centraal beleidsbeheer en door data niet lokaal op te slaan.

De blueprints ondersteunen naar eigen zeggen Zero Trust-principes, zoals continue verificatie, toegang op basis van minimaal noodzakelijke rechten en het terugdringen van impliciet vertrouwen.

CEO Klaus Oestermann van IGEL benadrukt dat het verminderen van endpoint-risico’s vooral belangrijk is voor gezondheidssector, overheid en contactcenters. Het bedrijf wil door het afstemmen van zijn onveranderlijke endpoint OS en Adaptive Secure Desktop op Microsoft’s cloudoplossingen organisaties duidelijke richtlijnen bieden voor veilige digitale werkplekken.

Praktische implementatie

De architecturen bieden volgens de bedrijven praktische richtlijnen voor het uitrollen van klinische werkprocessen en voor publieke instellingen en contactcenters met hoog personeelsverloop. Ze beogen veilige authenticatie, betrouwbare identiteitscontrole en remote access-scenario’s te ondersteunen zonder lokale gegevensopslag.

Microsoft’s Partner Group Product Manager Phil Gerity stelt dat de samenwerking klanten duidelijke architectuurrichtlijnen biedt voor beveiligde cloud-pc’s en virtuele machines. Beide bedrijven willen hiermee organisaties helpen Windows 365 en Azure Virtual Desktop met meer vertrouwen in te zetten.

Ondersteuning bij implementatie

IGEL ontwikkelt een Unified Reference Architecture Enablement Suite, met handleidingen en playbooks om organisaties bij de implementatie te helpen. Het bedrijf wil hiermee de stap van ontwerp naar deployment efficiënter maken.

De referentiearchitecturen voor Windows 365 en Azure Virtual Desktop zijn nu beschikbaar. Organisaties kunnen de blueprints downloaden via de IGEL-website.

AI verandert de werkplek verder dan alleen tijdsbesparing. Uit onderzoek blijkt dat 57% van de werknemers net zo succesvol denkt te kunnen zijn met een AI-manager als met een menselijke leidinggevende. Ook gebruiken werknemers AI steeds vaker voor emotionele steun en besluitvorming.

AI heeft volgens onderzoek van SAP SuccessFactors een diepere impact op de werkplek dan alleen efficiëntiewinst. Het onderzoek, uitgevoerd door het Future of Work Research Lab van SAP, toont dat werknemers AI niet alleen inzetten voor tijdsbesparing, maar ook voor emotionele ondersteuning en complexe denkprocessen.

Tijdwinst en emotionele steun

Werknemers die AI gebruiken besparen volgens het onderzoek gemiddeld 75 minuten per dag – 23 minuten meer dan begin 2025. Werknemers schatten dat AI nu al 42% van hun werkzaamheden kan uitvoeren.

Opvallend is dat 40% van de werknemers AI inmiddels ook gebruikt voor emotionele steun. Sommigen wenden zich tot AI voor advies, om frustraties te uiten of successen te delen.

Impact op denkvermogen

Het onderzoek toont gemengde effecten op kritisch denken. 60% van de werknemers zet AI in om op nieuwe manieren over problemen na te denken. Tegelijkertijd geeft 90% aan wel eens volledig door AI gegenereerde content te hebben ingediend zonder controle.

Veranderende rol management

De bevinding dat 57% van de werknemers denkt net zo succesvol te kunnen zijn met een AI-manager als met een menselijke leidinggevende werpt volgens het onderzoek vragen op over de toekomst van management. Dit roept de vraag op of AI traditionele managementtaken overneemt, of dat de managersrol verschuift naar coaching en vertrouwensopbouw.

Gevolgen voor startersfuncties

Het onderzoek signaleert zorgen over afnemende startersfuncties doordat AI routinetaken overneemt. 37% van de jonge werknemers maakt zich zorgen dat tijdelijke contracten hun carrière op lange termijn schaden. Organisaties moeten volgens het onderzoek herdenken hoe nieuw talent zich kan ontwikkelen.

Veranderende werving en beloning

Binnen HR is werving en selectie het domein waar AI het meest doorgedrongen is. Tegelijkertijd gebruikt 39% van de werknemers AI tijdens sollicitatieprocedures.

Het onderzoek stelt dat prestatiemanagement en beloning nog vaak gebaseerd zijn op hiërarchie en dienstjaren in plaats van daadwerkelijke bijdrage. Werknemers zijn echter tevredener wanneer beloning zichtbaarder gekoppeld is aan hun toegevoegde waarde.

Volgens Bart Van der Biest, Managing Director van SAP Benelux, wordt de toekomst van werk niet alleen bepaald door de snelheid van AI-invoering, maar vooral door hoe organisaties technologie combineren met menselijk talent.

Twintig procent van de Nederlandse organisaties heeft geen volledige zeggenschap over eigen data, blijkt uit onderzoek van Proximus NXT Nederland. De helft vreest dat buitenlandse autoriteiten toegang hebben tot bedrijfsdata in de EU. Kosten en leveranciersafhankelijkheid vormen de grootste barrières om datasoeverein te worden.

Eén op de vijf Nederlandse organisaties heeft geen controle over waar de eigen data staat, onder welke wetgeving die valt en wie er toegang toe heeft. Dat blijkt uit onderzoek van Proximus NXT Nederland onder ruim 550 beslissers en eindverantwoordelijken op het gebied van ICT en automatisering.

De zorgen over databescherming zijn groot: 51 procent maakt zich zorgen dat niet-Europese autoriteiten toegang krijgen tot bedrijfsdata, ook als deze binnen de EU is opgeslagen. Volgens het onderzoek verwacht 42 procent dat Europese bedrijven binnen vijf jaar volledig afhankelijk zijn van niet-Europese cloudleveranciers, tenzij er sterke Europese alternatieven komen.

Bewustzijn groeit, maar regie blijft achter

Organisaties zijn zich steeds meer bewust van de risico’s van cloudafhankelijkheid. Een derde ervaart een gebrek aan transparantie van cloudleveranciers over de locatie en toegang tot data. Daarnaast vermijdt 59 procent bewust cloudleveranciers waarbij datasoevereiniteit twijfelachtig is.

Toch accepteert 29 procent de risico’s van dataopslag in het buitenland zolang prijs en prestaties gunstig zijn. Dit toont aan dat commerciële overwegingen en beperkte alternatieven organisaties soms weerhouden van volledig datasoeverein opereren.

Kosten vormen grootste barrière

Als grootste drempel om datasoeverein te worden noemt 42 procent de kosten, gevolgd door afhankelijkheid van cloudleveranciers (38%) en gebrek aan kennis of expertise (34%). Slechts 13 procent ervaart helemaal geen barrières.

Ondanks de drempels groeit het besef dat datasoevereiniteit een strategische randvoorwaarde is geworden. Bij 36 procent is het een topprioriteit voor de komende twaalf maanden. Bijna de helft (43%) is bereid hogere kosten te accepteren als dit bijdraagt aan Europese technologische soevereiniteit.

AI-gebruik zonder beleid

De meerderheid (57%) verwacht dat organisaties in de toekomst uitsluitend nog zaken zullen doen met cloudleveranciers die datasoevereiniteit kunnen garanderen. Slechts 28 procent verwacht dat hun organisatie binnen drie jaar overstapt naar Europese cloudoplossingen.

Opvallend is dat 17 procent van de organisaties generatieve AI-tools gebruikt voor gevoelige data zonder dat er beleid of bewustwording aanwezig is binnen de organisatie.

Volgens van Heek, CEO van Proximus NXT Nederland, weten organisaties steeds beter wat datasoevereiniteit inhoudt en waarom het ertoe doet. Het bedrijf stelt dat de combinatie van kostenoverwegingen, leveranciersafhankelijkheid en beperkte kennis ervoor zorgt dat veel organisaties de regie over hun data nog onvoldoende in handen hebben.

IT-dienstverlener ilionx breidt zijn dienstverlening uit met voicebots die telefonie koppelen aan bestaande chatbot-platforms. Via een samenwerking met Seamly kunnen klanten hun digitale klantcontactoplossingen binnen enkele weken uitbreiden naar spraak. Zuyderland Medisch Centrum is de eerste implementatie waarbij 75% van de doorverbindingen volledig automatisch verloopt.

ilionx voegt voicebot-oplossingen toe aan zijn dienstverlening waarmee organisaties hun bestaande chatbots ook via telefonie kunnen inzetten. Het bedrijf is hiervoor een samenwerking aangegaan met technologiepartner Seamly.

Volgens ilionx kunnen organisaties hiermee hun digitale klantcontactoplossingen binnen enkele weken uitbreiden naar telefonie, zonder nieuwe software te hoeven ontwikkelen. Het bedrijf stelt dat standaardvragen en routering van telefoongesprekken automatisch worden afgehandeld, zodat medewerkers zich kunnen richten op complexere klantvragen.

Bestaande dialogen hergebruiken

Het bedrijf positioneert de voicebot als volgende stap voor organisaties die hun klantcontact al grotendeels hebben gedigitaliseerd via web. Telefonie blijft volgens ilionx vaak een van de meest gebruikte maar ook arbeidsintensieve contactkanalen. De automatisering via voicebots moet organisaties helpen piekbelasting op te vangen en klanten sneller te helpen.

Volgens Business Unit Manager Harry Beckers van ilionx kunnen bestaande dialogen uit conversational platforms direct worden ingezet voor telefonie. Het bedrijf stelt dat door het gebruik van bestaande systemen en kennisbanken de implementatie in twee tot zes weken kan worden afgerond. Na livegang optimaliseren ilionx en Seamly de voicebot volgens het bedrijf continu.

Seamly Partner Manager Albert Hop benadrukt volgens ilionx de meerwaarde van de samenwerking, waarbij Seamly de technologie levert om conversational AI via spraak beschikbaar te maken, terwijl ilionx de businessprocessen van klanten kent.

Eerste implementatie bij ziekenhuis

Zuyderland Medisch Centrum is het eerste ziekenhuis waarbij ilionx de voicebot-oplossing heeft geïmplementeerd. Het systeem handelt volgens het bedrijf maandelijks meer dan 15.000 calls af die worden doorverbonden naar poliklinieken.

Volgens ilionx verloopt in 75% van de gevallen de doorverbinding direct en volledig automatisch. In de overige 25% wordt een beller doorverbonden naar een telefonist, bijvoorbeeld wanneer de vraag om persoonlijk contact vraagt. Het bedrijf stelt dat het systeem zo het grootste deel van het belvolume opvangt, terwijl maatwerk binnen handbereik blijft.

Een onderzoek onder 5.000 organisaties wereldwijd toont aan dat vertrouwen in cybersecurityleveranciers dramatisch laag is. Bijna alle bedrijven worstelen met het beoordelen van de betrouwbaarheid van hun securitypartners, wat leidt tot operationele risico’s en vertraagde besluitvorming.

Een groot internationaal onderzoek van Sophos brengt een fundamenteel probleem in de cybersecuritymarkt aan het licht: organisaties hebben nauwelijks vertrouwen in hun securityleveranciers. Van de 5.000 ondervraagde organisaties uit 17 landen geeft slechts 5% aan volledig vertrouwen te hebben in hun cybersecuritypartners.

Vertrouwenscrisis raakt operaties

Het onderzoek, dat volgens Sophos vendor-onafhankelijk is uitgevoerd, toont de omvang van het vertrouwensprobleem. Bijna acht op de tien organisaties (79%) hebben moeite met het beoordelen van de betrouwbaarheid van nieuwe cybersecuritypartners. Ook bij bestaande leveranciers blijkt dit lastig: 62% van de respondenten vindt het uitdagend om hun huidige partners te evalueren.

Dit gebrek aan vertrouwen heeft directe gevolgen. Meer dan de helft (51%) van de ondervraagde organisaties meldt een toegenomen angst voor cyberaanvallen als rechtstreeks gevolg van het vertrouwenstekort. Voor CISO’s vertaalt zich dit in operationele problemen, vertraagde beslissingen en een hoger verloop van leveranciers.

Transparantie met bewijs gevraagd

Het onderzoek laat zien dat organisaties vooral waarde hechten aan aantoonbare beveiligingselementen. Onafhankelijke beoordelingen, certificeringen en bewezen operationele volwassenheid zijn de belangrijkste vertrouwensfactoren. CISO’s vinden transparantie tijdens incidenten en consistente technische prestaties het meest belangrijk, terwijl bestuurders focussen op onafhankelijke validatie en prestaties in analyses.

Volgens Sophos willen organisaties transparantie ondersteund door bewijs, in plaats van algemene garanties van leveranciers.

AI vergroot vertrouwensuitdaging

De integratie van AI in cybersecuritytools voegt een nieuwe dimensie toe aan het vertrouwensvraagstuk. Organisaties evalueren niet alleen of securityoplossingen effectief zijn, maar ook of AI verantwoord en transparant wordt ingezet met de juiste governance.

Volgens Ross McKerchar, CISO bij Sophos, is vertrouwen geen abstract concept maar een meetbare risicofactor. Het bedrijf stelt dat als organisaties de securityvolwassenheid van leveranciers niet onafhankelijk kunnen bevestigen, deze onzekerheid doorstroomt naar bestuursniveau en securitystrategieën.

Fundamentele verschuiving nodig

Het onderzoek wijst op een structureel probleem in de cybersecuritymarkt. Respondenten noemen een gebrek aan toegankelijke, gedetailleerde informatie de grootste barrière voor het beoordelen van leveranciers. Dit vraagt volgens het onderzoek om een fundamentele verschuiving waarbij cybersecurityproviders voortdurend vertrouwen moeten verdienen via transparantie en onafhankelijke validatie.

Sophos positioneert het onderzoek als onderdeel van zijn eigen vertrouwensinitiatieven via het bedrijfs Trust Center, waarmee het securityleiders wil helpen bij snellere besluitvorming.

Een nieuw onderzoek laat zien dat de meerderheid van IT- en cybersecurityleiders zich zorgen maakt over AI-gedreven cyberaanvallen. Ondanks deze zorgen blijkt de adoptie van immutable back-upopslag nog beperkt, waardoor veel organisaties kwetsbaar blijven voor ransomware. Slechts de helft heeft voldoende vertrouwen in snel herstel na een aanval.

Een onderzoek van Object First laat zien dat 89% van de IT- en cybersecurityleiders zich meer zorgen maakt over de veiligheid van data door de opkomst van AI-gedreven cyberaanvallen. Het onderzoek werd uitgevoerd naar aanleiding van World Backup Day.

De belangrijkste maatregel die organisaties nemen is het verbeteren van de beveiliging van back-updata, aldus 73% van de respondenten. Toch blijkt de implementatie van beschermende technologieën achter te lopen: slechts 58% gebruikt immutable back-upopslag voor alle data. Dit resulteert erin dat maar 53% van de ondervraagden veel vertrouwen heeft in een snel herstel na een AI-gedreven ransomwareaanval.

Dreigingslandschap verandert snel

Het snel veranderende dreigingslandschap zet IT- en cybersecurityleiders onder druk. Meer dan de helft (52%) geeft aan dat het momenteel lastiger is om bij te blijven met dreigingen dan vijf jaar geleden. De focus ligt daarbij steeds vaker op de beveiliging van back-ups: 79% noemt toegang tot back-ups door AI-gedreven aanvallen als grootste zorg.

Volgens Object First is het vermogen om data snel, veilig en effectief te herstellen bepalend voor het voortbestaan van een organisatie. Als aanvallers back-ups kunnen wijzigen of verwijderen, is herstel niet gegarandeerd. Het bedrijf stelt dat back-upopslag met Absolute Immutability waarborgt dat niemand, zelfs niet een beheerder met de hoogste rechten of een aanvaller, back-updata kan aanpassen of verwijderen.

Belangrijkste bevindingen

Uit het onderzoek komen drie belangrijke bevindingen naar voren. Ten eerste denkt 62% van de respondenten dat AI de kans vergroot dat hun organisatie losgeld moet betalen om weer toegang te krijgen tot data na een aanval.

Ten tweede heeft slechts 58% van de ondervraagden Zero Trust-principes geïmplementeerd als basis voor databescherming. Object First beweert dat de combinatie van Zero Trust Data Resilience en immutable back-upopslag, least-privilege-toegang en strikte netwerksegmentatie back-ups beschermt, ongeacht welke andere beveiligingsmaatregelen falen.

Ten derde volgt bijna een op de drie (31%) de 3-2-1 back-upregel niet volledig. Deze regel houdt in dat organisaties 3 kopieën moeten hebben op 2 verschillende media, waarvan 1 offsite. Volgens Object First blijven organisaties hierdoor kwetsbaar, zeker nu AI-gedreven ransomwareaanvallen blijven toenemen.

CEO David Bennett stelt dat IT- en securityleiders zich zorgen maken over AI-dreigingen, maar achterlopen met hun eigen verdediging. Het bedrijf beweert dat organisaties back-upopslag nodig hebben die absoluut immutable is als laatste verdedigingslinie tegen het verlies van kritische data.