Check Point Software Technologies maakt zijn Cloud Firewall-oplossing beschikbaar op de AWS European Sovereign Cloud. Dit cloudplatform van Amazon Web Services is bedoeld voor Europese organisaties en overheden die te maken hebben met eisen rond operationele autonomie en datalocatie binnen de EU. Klanten kunnen hun workloads op deze omgeving beveiligen met dezelfde firewall-functionaliteit die Check Point ook op reguliere AWS-regio’s aanbiedt.

Check Point Software Technologies heeft zijn Cloud Firewall beschikbaar gemaakt op de AWS European Sovereign Cloud. Dit is een nieuw, zelfstandig opererend cloudplatform van Amazon Web Services dat losstaat van de bestaande reguliere AWS-regio’s. Volgens AWS is het platform ontworpen voor organisaties en overheidsinstellingen in Europa die te maken hebben met regelgeving rond datalocatie en operationele autonomie.

De fysieke infrastructuur van de AWS European Sovereign Cloud bevindt zich volgens AWS volledig binnen de Europese Unie. Het platform combineert technische controles en juridische waarborgen die zijn afgestemd op soevereiniteitseisen van Europese enterprise-klanten en de publieke sector. Gebruikers behouden toegang tot het bestaande AWS-portfolio, de API’s en functies zoals het AWS Nitro System.

Firewall op netwerk- en applicatieniveau

Check Point stelt dat de Cloud Firewall beveiliging biedt op netwerk-, workload- en applicatieniveau, gericht op het voorkomen van dreigingen voordat deze schade veroorzaken. Het bedrijf geeft aan dat de prestaties en beschikbaarheid vergelijkbaar zijn met wat klanten van reguliere AWS-omgevingen gewend zijn. Met de beschikbaarheid op de soevereine cloud kunnen organisaties volgens Check Point ook privacygevoelige workloads naar dit platform migreren.

Reactie van Check Point

Joaquin Reixa, Vice President Western Europe bij Check Point Software Technologies, noemt de komst van de AWS European Sovereign Cloud een stap voor organisaties die onder Europese regelgeving vallen. Door de Cloud Firewall op deze infrastructuur aan te bieden, stelt het bedrijf klanten volgens Reixa in staat om gevoelige data binnen de EU te verwerken met behoud van operationele autonomie.

Reixa stelt verder dat de combinatie van de dreigingsinformatie van Check Point, die gebruikmaakt van AI, en de soevereiniteitscontroles van AWS organisaties moet ondersteunen bij digitale transformatie terwijl ze voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Volgens Check Point kunnen organisaties per direct beginnen met het plannen van een migratie naar de nieuwe omgeving.

Cybersecurityincidenten worden bij veel organisaties pas maanden na de eerste kwaadaardige activiteit ontdekt. Uit onderzoek van de Compromise Assessment-divisie van Kaspersky blijkt dat bij 31 procent van de onderzochte incidenten aanvallers al langer dan drie maanden actief waren. Meer dan de helft van de ernstige incidenten bleef minstens negentig dagen onopgemerkt, en het oudste gevonden incident speelde al vier jaar.

Cybersecurityincidenten blijven bij veel organisaties lang onopgemerkt, blijkt uit onderzoek van de Compromise Assessment-divisie van Kaspersky. Volgens het bedrijf ontstaat dit door een reactieve beveiligingsaanpak, onvoldoende monitoring en operationele tekortkomingen binnen organisaties. Bij 31 procent van de onderzochte incidenten waren kwaadaardige activiteiten al langer dan drie maanden gaande voordat ze werden ontdekt. Meer dan de helft (52 procent) van de incidenten met een hoge ernst bleef minstens negentig dagen onopgemerkt. Het oudste incident dat het afgelopen jaar werd geïdentificeerd, speelde zelfs al vier jaar.

Detectie leunt op menselijke inbreng

Van alle ontdekte incidenten werd 20 procent handmatig gevonden. Kaspersky meldt dat 60 procent van de incidenten werd gemist omdat bestaande monitoringtools geen waarschuwingen met hoge betrouwbaarheid genereerden. Het bedrijf wijst dit toe aan een afhankelijkheid van geautomatiseerde tools die niet altijd correct zijn geconfigureerd of bewaakt. Kaspersky stelt dat monitoringtools doorlopend moeten worden aangepast aan het veranderende dreigingslandschap en dat menselijke analisten een rol blijven spelen bij het onderzoeken van waarschuwingen met lage betrouwbaarheid, die nu vaak onderzocht blijven liggen.

Back-ups als blinde vlek

Uit het onderzoek blijkt dat back-upsystemen bij veel organisaties buiten beeld blijven. Van alle ontdekte web shells, kwaadaardige scripts die aanvallers gebruiken om toegang te behouden, bevond 40 procent zich onopgemerkt in back-ups. Hierdoor konden deze na afronding van de eerste incidentresponsactiviteiten opnieuw worden hersteld. Kaspersky adviseert organisaties de integriteit en inhoud van back-ups structureel te controleren.

Communicatie als knelpunt

Bijna een derde (32 procent) van de compromise assessments bracht interne communicatieproblemen aan het licht, zoals onduidelijke bevestiging van genomen acties of kennisverlies door personeelsverloop. Volgens Kaspersky onderstreept dit de noodzaak van regelmatige oefeningen die technische handleidingen testen en communicatiewerkstromen tussen teams en afdelingen doorlichten.

Amged Wageh, expert bij Kaspersky Compromise Assessment, geeft aan dat organisaties te maken hebben met externe risico’s en met bedreigingen die zich binnen de eigen infrastructuur verschuilen, terwijl signalen van een compromis vaak onduidelijk blijven. Volgens Wageh vergroten proactieve beveiligingsaudits de kans dat een compromis wordt gedetecteerd. Het periodiek laten uitvoeren van compromise assessments door derden kan volgens hem de kans op onverwachte incidenten met hoge ernst verkleinen en de risicopositie van een organisatie verbeteren.

Aanbevolen maatregelen

Kaspersky adviseert organisaties onder meer om binnen dertig dagen een gezondheidscheck van de detectiemotor uit te voeren, met aandacht voor de integriteit van telemetrie en de relevantie van detectieregels. Daarnaast raadt het bedrijf aan een team in te richten dat waarschuwingen met lage betrouwbaarheid volgens een vast schema beoordeelt, en te zorgen voor continue monitoring aangevuld met threat hunting gericht op baselining en opkomende aanvalstechnieken. Ook adviseert Kaspersky de pijplijn voor kwetsbaarhedenbeheer te herzien, bewustwordingstrainingen te actualiseren met aandacht voor het lekken van inloggegevens via persoonlijke apparaten, en operationele afspraken vast te leggen voor communicatie tussen teams en documentatie van incidentrespons.

Barracuda breidt zijn BarracudaONE-platform uit met de overname van Evo Security, een leverancier van identity and access management gericht op MSP’s. De overname voegt privileged access management, toegangscontrole en identity threat detection toe aan het platform. Barracuda combineert hiermee bestaande identiteitsfuncties met de technologie van Evo Security tot één omgeving voor partners.

Barracuda neemt Evo Security over, een leverancier van identity and access management (IAM) die zich specifiek richt op managed service providers. Met de overname breidt het bedrijf de identiteitsfuncties van het BarracudaONE-platform uit met Privileged Access Management (PAM), toegangscontrole, identiteitsbescherming en Identity Threat Detection and Response (ITDR). Volgens Barracuda ontstaat hiermee een platform dat deze vier onderdelen binnen één partnergerichte omgeving samenbrengt.

Door de IAM- en PAM-functionaliteit van Evo Security te combineren met de bestaande identiteitsgerichte beveiligingsmaatregelen van Barracuda, ontstaat volgens het bedrijf een architectuur voor identiteitsbeveiliging die via één platform toegankelijk is. Barracuda stelt dat partners hierdoor via één multi-tenant-omgeving toegang krijgen tot alle onderdelen, zonder dat klanten meerdere losse tools hoeven te combineren.

Rohit Ghai, Chief Executive Officer van Barracuda, geeft aan dat het beveiligen van zowel menselijke als geautomatiseerde identiteiten een steeds grotere rol speelt in cyberweerbaarheid nu AI wordt ingezet bij aanvallen. Volgens Ghai sluiten bestaande enterprise-oplossingen voor identiteitsbeveiliging vaak niet aan op de schaal waarop MSP’s identiteiten in meerdere klantomgevingen moeten beheren. Hij stelt dat de combinatie met Evo Security dit gat moet opvullen.

Michael Roth, CEO en oprichter van Evo Security, licht toe dat zijn bedrijf is opgericht om identiteitsvraagstukken van MSP’s op te lossen. Volgens Roth krijgt Evo Security door aansluiting bij Barracuda meer schaal en middelen om deze aanpak breder beschikbaar te maken voor partners en hun klanten.

Vier lagen in de architectuur

Barracuda onderscheidt na de overname vier lagen binnen zijn identiteitsbeveiliging. De eerste richt zich op het beperken van misbruik van identiteiten en privileges. De IAM-tools van Evo Security moeten hier toegangsbeleid afdwingen en permanente toegangsrechten voorkomen, aldus het bedrijf.

De tweede laag betreft toegangspaden binnen netwerken. Barracuda SecureEdge ZTNA vervangt volgens het bedrijf brede netwerktoegang door toegang op basis van het least-privilege-principe, wat de reikwijdte van mogelijke incidenten moet beperken.

De derde laag richt zich op bescherming van identiteitssystemen zelf. Barracuda Entra ID Backup moet wijzigingen in Microsoft Entra ID herstelbaar maken, zodat organisaties na een verstoring de identiteitsconfiguratie kunnen terugzetten.

De vierde laag omvat detectie van identiteitsgerichte aanvallen. Barracuda Managed XDR combineert hiervoor signalen uit e-mail, endpoints, netwerk en cloud, met als doel misbruik van inloggegevens en laterale bewegingen binnen een netwerk te herkennen.

Integratie en vervolg

Het team van Evo Security is overgestapt naar Barracuda en de technologie wordt in BarracudaONE geïntegreerd. Barracuda meldt dat bestaande MSP-klanten van Evo Security ondersteund blijven terwijl de integratie van het platform wordt voortgezet. Financiële details van de overname zijn niet bekendgemaakt.

De Eerste Kamer heeft op vandaag ingestemd met de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Met deze stemming is de parlementaire behandeling van beide wetten afgerond. Ze treden op 15 augustus 2026 in werking, waarmee ruim 8.000 Nederlandse organisaties te maken krijgen met nieuwe verplichtingen op het gebied van digitale en fysieke weerbaarheid.

De Cyberbeveiligingswet implementeert de Europese NIS2-richtlijn en vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni). De wet geldt voor organisaties in 18 sectoren, waaronder energie, drinkwater, digitale infrastructuur, gezondheidszorg, overheid en vervoer. Organisaties die onder de Cbw vallen, krijgen te maken met een registratieplicht bij het Nationaal Cyber Security Centrum, een zorgplicht voor het beheren van risico’s in hun netwerk- en informatiesystemen en een meldplicht bij incidenten. Registreren via mijn.ncsc.nl is vanaf 15 augustus verplicht, en het NCSC raadt organisaties aan die registratie nu al voor te bereiden.

Naast de Cbw is ook de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten aangenomen. Deze wet implementeert de Europese CER-richtlijn en richt zich op bredere, fysieke en operationele dreigingen voor vitale infrastructuur, van sabotage en terrorisme tot extreem weer en pandemieën. Organisaties bepalen niet zelf of ze onder de Wwke vallen, dat doet de verantwoordelijke vakminister aan de hand van wettelijke criteria. Vanaf 15 augustus worden de eerste kritieke entiteiten formeel aangewezen.

Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel noemt de wetten een belangrijke stap. “Of het nu gaat om digitale dreigingen, sabotage, natuurrampen of andere verstoringen, organisaties moeten voorbereid zijn op risico’s die de continuïteit van essentiële dienstverlening kunnen raken,” zegt hij. “Met de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten versterken we de weerbaarheid van organisaties en onze samenleving.”

Voor MSP’s en MSSP’s is de impact van de Cbw op twee manieren voelbaar. Een deel van de dienstverleners valt zelf onder de wet, als aanbieder van digitale diensten of als beheerder van IT-omgevingen voor klanten in een van de aangewezen sectoren. Daarnaast werkt de zorgplicht door in de keten, want essentiële en belangrijke entiteiten moeten ook toezien op de beveiliging van hun leveranciers. Klanten die onder de Cbw vallen, zullen dus ook aan hun IT-partners vragen gaan stellen over risicobeheer, incidentrespons en contractuele afspraken rond cyberbeveiliging.

Bechtle AG breidt zijn positie in de Nederlandse markt uit met de overname van Interforce Networks BV en Interforce Hosted Solutions BV. De MSP uit Hazerswoude-Dorp gaat op in Bechtle-dochter PQR, waarbij de fusie tussen beide bedrijven voor 2027 op de planning staat. Met de deal vergroot Bechtle zijn aandeel terugkerende omzet binnen de groep.

Interforce levert diensten aan middelgrote Nederlandse bedrijven op het gebied van Modern Workplace, Cloud Networking, Cloud Hosting en Communication Services. Het bedrijf werd in 2002 opgericht, telt 38 medewerkers en behaalde in boekjaar 2025 een omzet van 11,3 miljoen euro. Volgens Bechtle versterkt de overname het eigen aanbod aan managed services, en brengt de deal een team met technologische kennis en ervaring binnen de organisatie. Tot de fusie zijn beslag krijgt, blijft Interforce gewoon actief onder eigen naam in de markt.

Met de overname wil Bechtle zijn positie in Nederland verder versterken en groeimogelijkheden binnen managed services benutten. De organisatiestructuur van Interforce vertoont overeenkomsten met die van PQR, wat volgens Bechtle voorwaarden schept voor een soepele integratie. Ook ziet het bedrijf kansen voor cross-selling en synergie bij de gezamenlijke ontwikkeling en vermarkting van diensten, onder meer via de inkoopspecialisten Bechtle BV in Eindhoven en ARP Nederland BV in Maastricht. Op termijn wil Bechtle de diensten die Interforce heeft ontwikkeld ook in andere markten binnen de groep inzetten.

Marijke Krist, Vice President Benelux bij Bechtle AG, zegt dat Interforce zich vanuit een geschiedenis in managed services heeft ontwikkeld tot een partner van het Nederlandse MKB. Ze kijkt uit naar de samenwerking met het team, dat volgens haar ervaring, technische kennis en klantrelaties meebrengt. Krist verwacht dat Bechtle samen met de nieuwe collega’s de managed-services-activiteiten in Nederland kan uitbreiden en extra groeimogelijkheden voor de hele Bechtle-groep kan aanboren.

Aandeelhouders en co-directeuren Mark Brand en Robert Kuijf kozen voor aansluiting bij Bechtle om de verdere ontwikkeling van Interforce in een internationale context te waarborgen en de managed-services-activiteiten met een grotere partner uit te bouwen. Kuijf, mede-oprichter en co-CEO, ziet in de aansluiting bij Bechtle vooral herkenning: beide organisaties delen volgens hem een vergelijkbare visie op klantgerichtheid, technische kennis en groei op lange termijn. Medewerkers, klanten en partners van Interforce kunnen daar volgens hem van profiteren.

De Bechtle-groep is in Nederland actief onder de merken ARP, Bechtle, Cadmes en PQR en telt in totaal 950 medewerkers in het land. Over de koopprijs en overige contractvoorwaarden doen de partijen geen mededelingen.

Check Point Software Technologies heeft tijdens de Pax8 Beyond 2026-conferentie een uitbreiding van zijn platform voor Managed Service Providers aangekondigd. De update omvat beveiliging van AI-toepassingen, een gecentraliseerd beheerplatform en samengevoegde securitybundels. Het bedrijf koppelt de uitbreiding aan de rol die MSP’s spelen bij de beveiliging van bedrijfsmatige AI-adoptie.

Check Point Software Technologies heeft tijdens de Pax8 Beyond 2026-conferentie een uitbreiding van zijn platform voor Managed Service Providers aangekondigd. De vernieuwing bestaat uit drie onderdelen: beveiliging van AI-toepassingen, een gecentraliseerd multi-tenant beheerplatform en vereenvoudigde securitybundels.

Onderzoek naar AI-beveiliging

Check Point verwijst naar zijn eigen 2026 Cloud Security Report, waaruit blijkt dat de adoptie van kunstmatige intelligentie binnen organisaties sneller verloopt dan de bijbehorende beveiligingsmaatregelen. Volgens dit onderzoek heeft 77 procent van de organisaties de securitystrategie aangepast naar aanleiding van AI-gebruik, terwijl slechts 26 procent aangeeft over de architectuur te beschikken om dat beleid daadwerkelijk af te dwingen.

Om die kloof te verkleinen, brengt Check Point zijn Workforce AI Security naar het MSP-ecosysteem. Het bedrijf stelt dat dienstverleners hiermee AI-gebruik bij klanten kunnen inventariseren, interactie van medewerkers met AI-tools en autonome agents kunnen reguleren, en datalekken via deze kanalen kunnen tegengaan. De functionaliteit wordt aangeboden via een maandelijks consumptiemodel, zonder minimale afname of langlopende contractverplichting.

Beheer vanuit één omgeving

Het platform krijgt een multi-tenant beheeromgeving met een Management Control Plane. Check Point geeft aan dat MSP’s hiermee het volledige portfolio voor al hun klanten vanuit één dashboard kunnen beheren.

Daarnaast zet het bedrijf in op integraties met Professional Services Automation-systemen, wat het zogenoemde ‘open-garden’-uitgangspunt van het platform ondersteunt. Om partners te begeleiden bij uitrol en beheer heeft Check Point een apart MSP experience team opgericht, gericht op onboarding en ondersteuning van partners.

Samengevoegde securitybundels

Om het aantal losse point-solutions bij klanten te beperken, introduceert Check Point unified securitybundels. Deze pakketten combineren onder meer e-mailbeveiliging, endpoint- en browserbeveiliging, SASE, Workforce AI Security en awareness-trainingen in één aanbod.

De bundels zijn ondergebracht in één SKU die aansluit op de Microsoft-licentiestructuur van de partner. Check Point meldt dat dit de inkoop vereenvoudigt, de onboarding van nieuwe klanten versnelt en het voor MSP’s eenvoudiger maakt om de geleverde beveiliging te verantwoorden richting eindklanten.

Het vernieuwde platform en de bijbehorende licentiemodellen zijn per direct wereldwijd beschikbaar voor Check Point-partners.

De ACM Telecommonitor over het eerste kwartaal van 2026 laat een lichte daling zien in mobiel dataverbruik, abonnementen en sms-gebruik. Glasvezel blijft daarentegen toenemen, terwijl vaste telefonie verder afneemt. Odido is gemeten naar dataverbruik de grootste aanbieder in de mobiele markt.

Na een periode van sterke groei vlakt het gebruik van mobiele data af. Dat blijkt uit de Telecommonitor van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over het eerste kwartaal van 2026. Het mobiele dataverbruik daalde licht ten opzichte van het voorgaande kwartaal en is terug op het niveau van het derde kwartaal van 2025. Ook het aantal mobiele abonnementen, belminuten en sms-berichten nam af. Het aantal glasvezelabonnementen en bundels waarbij vaste en mobiele diensten worden gecombineerd bleef wel groeien.

Volgens de ACM past de daling van het aantal sms-berichten (-6,1%) in een trend die al langer zichtbaar is. Het aantal mobiele belminuten daalde dit kwartaal met 2,7%, maar is over een langere periode stabiel. De afname van mobiele abonnementen (-1,7%) en dataverbruik (-1,4%) vormt volgens de ACM wel een breuk met eerdere kwartalen. KPN en Odido blijven met een marktaandeel van 25 tot 30% de grootste aanbieders op de mobiele markt. Gemeten naar dataverbruik steeg het aandeel van Odido van 45-50% naar 50-55%, waarmee het bedrijf op dat vlak de grootste marktpartij is.

Vaste telefonie en internet

De markt voor vaste telefonie blijft krimpen. In het eerste kwartaal telde de ACM 3,69 miljoen vaste aansluitingen, een afname van 1,63% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Het aantal belminuten via een vaste verbinding is voor het derde kwartaal op rij stabiel en laat zelfs een lichte stijging zien.

Het aantal internetabonnementen op glasvezel steeg met iets meer dan 2% tot 3,49 miljoen. Abonnementen via de kabel (-2,27%) en het kopernetwerk (-3,76%) daalden verder. De ACM meldt dat de bandbreedte per huishouden blijft toenemen: het aandeel huishoudens met een aansluiting van minimaal 100 Mbps steeg tot 91,6%. Deze stijging komt vooral door een toename van het aantal gebruikers dat internet afneemt met een snelheid van 1 Gb/s of hoger.

Glasvezel blijft groeien

Het aantal glasvezelaansluitingen in Nederland groeit door naar iets meer dan 9 miljoen, waarvan 3,68 miljoen daadwerkelijk in gebruik zijn. Het gebruik van het kopernetwerk daalde met 4,23%.

Het aantal geactiveerde glasvezelaansluitingen is ten opzichte van het aantal beschikbare aansluitingen iets afgenomen. Dit komt volgens de ACM mede doordat op sommige adressen meerdere aansluitingen beschikbaar zijn. De toezichthouder noemt deze zogeheten overbouw een positieve ontwikkeling, omdat consumenten daardoor kunnen kiezen tussen verschillende glasvezelaanbieders. Ook zorgt overbouw ervoor dat telecomaanbieders zonder eigen vast netwerk minder afhankelijk zijn van netwerkbedrijven, aldus de ACM.

Over de monitor

De ACM publiceert de Telecommonitor elk kwartaal om trends in de telecomsector inzichtelijk te maken. Voor het onderzoek leveren de grootste partijen in de sector periodiek gegevens over hun activiteiten aan, die de ACM controleert. De cijfers vormen een basis voor de marktanalyses van de toezichthouder en zijn terug te vinden in een interactief dashboard, waarin gebruikers marktcijfers vanaf 2013 kunnen raadplegen.

WatchGuard Technologies heeft Vincent Hwang aangesteld als Chief Product Officer. Hwang rapporteert aan CEO Joe Smolarski en gaat zich richten op de platformstrategie en AI-functionaliteit van het bedrijf. De benoeming valt in een periode waarin WatchGuard zijn aanbod voor MSP’s verder ontwikkelt.

WatchGuard Technologies heeft Vincent Hwang benoemd tot Chief Product Officer. Hwang rapporteert in deze functie aan CEO Joe Smolarski. Volgens WatchGuard treedt Hwang aan op een moment waarop het bedrijf inzet op uitbreiding van zijn platformstrategie en de integratie van AI-functionaliteit voor managed service providers (MSP’s).

WatchGuard stelt dat de aanpassingen MSP’s moeten helpen hun IT-landschap te vereenvoudigen, het aantal losse securitytools terug te dringen en de beveiliging op schaal te verbeteren.

Achtergrond in cybersecurity

Hwang heeft volgens WatchGuard meer dan twintig jaar ervaring in productontwikkeling binnen cybersecurity. Hij werkte eerder bij Fortinet, waar hij leiding gaf aan de cloudsecurity-divisie. Het bedrijf meldt dat Hwang daar zorgde voor groei met dubbele cijfers. Voor zijn tijd bij Fortinet was Hwang actief bij Sourcefire en Cisco, waar hij meewerkte aan de ontwikkeling van endpoint detection and response (EDR)-oplossingen en aan strategieën voor malwarebescherming en Zero Trust. Daarvoor bekleedde hij de functie van Chief Product Officer bij Bitdefender, waar hij leiding gaf aan de wereldwijde productorganisatie, inclusief productmanagement en engineering.

Focus op platform en MSP’s

In zijn nieuwe rol richt Hwang zich op de volgende fase van productontwikkeling bij WatchGuard. Zijn aandacht gaat uit naar het toegankelijker maken van enterprise-grade beveiliging voor partners die de midmarket bedienen, meldt het bedrijf. Daarnaast werkt Hwang aan de ontwikkeling van AI-functionaliteiten die MSP’s moeten helpen efficiënter te werken en op te schalen.

CEO Joe Smolarski geeft aan dat Hwang cybersecuritykennis combineert met de vaardigheid om productstrategieën te vertalen naar commercieel resultaat. Volgens Smolarski begrijpt Hwang wat partners nodig hebben en heeft hij eerder aangetoond innovatie te kunnen omzetten in resultaten, wat volgens de CEO aansluit bij de groeifase waarin WatchGuard zich bevindt.

Hwang stelt zelf dat WatchGuard de mogelijkheid heeft om richting te geven aan de ontwikkeling van cybersecurity voor MSP’s en hun klanten. Hij wijst op een markt waarin partners kiezen voor minder leveranciers en op zoek zijn naar platforms die beheer vereenvoudigen zonder dat dit ten koste gaat van bescherming tegen dreigingen. Hwang geeft aan de bestaande positie van WatchGuard te willen uitbouwen en de productstrategie te versnellen, met als doel meer operationele efficiëntie en meetbare beveiligingsresultaten voor partners.

WatchGuard levert cybersecurityoplossingen voor MSP’s en biedt met het Unified Security Platform een combinatie van netwerk-, endpoint- en identiteitsbeveiliging. Volgens het bedrijf werken wereldwijd meer dan 25.000 MSP’s met WatchGuard, die samen ruim 1,5 miljoen organisaties beschermen.

IT-dienstverlener Innvolve uit Vught breidt zijn managementteam uit met twee nieuwe functionarissen. Marc Dert treedt aan als Head of Operations en Reno van der Looij als Manager Sales. Met de benoemingen haalt het bedrijf naar eigen zeggen ruim veertig jaar gecombineerde ervaring in IT-dienstverlening en Managed Services in huis.

Innvolve heeft Marc Dert benoemd tot Head of Operations en Reno van der Looij aangesteld als Manager Sales. Beide functionarissen maken vanaf nu deel uit van het managementteam van de Brabantse IT-dienstverlener, die actief is op het gebied van Data & AI, Security, Cloud en Modern Work.

Innvolve stelt dat de uitbreiding van het managementteam past binnen de strategische ontwikkeling van de organisatie. Het bedrijf geeft aan dat de vraag naar structureel beheer, continuïteit en dienstverlening op abonnementsbasis toeneemt, en investeert volgens eigen zeggen in de uitbouw van schaalbare oplossingen en de Managed Services-organisatie.

Operationele rol

Marc Dert wordt verantwoordelijk voor de professionalisering van de operationele organisatie. Volgens Innvolve richt Dert zich op het optimaliseren van processen, de verdere ontwikkeling van de Managed Services-propositie en het verhogen van de kwaliteit en voorspelbaarheid van de dienstverlening.

Commerciële rol

Reno van der Looij neemt de leiding over het salesteam van Innvolve. Het bedrijf meldt dat Van der Looij zich vanuit zijn ervaring binnen IT-services en Managed Services richt op commerciële groei, klantontwikkeling en het versterken van de marktpositie van de organisatie.

Reactie directie

CEO Roel Rens van Innvolve stelt dat het bedrijf de afgelopen periode flink is gegroeid en inmiddels beschikt over een fundament aan kennis en expertise. Volgens Rens voegen Dert en Van der Looij leiderschapservaring en kennis van de MSP-markt toe aan de organisatie. Rens verwacht dat Innvolve daarmee beter in staat is klanten te ondersteunen bij digitale-transformatievraagstukken en de groei van de Managed Services-activiteiten te realiseren.

Innvolve is meer dan twintig jaar actief in de IT-sector en positioneert zich als businesspartner voor Security, Workspace & Cloud en Data & AI. Het bedrijf telt meer dan 130 medewerkers en ondersteunt organisaties vanuit zijn kantoor in Vught met IT-projecten en beheerdiensten onder eigen regie, aangevuld met consultancydiensten.

KPN heeft de securitydienst Managed Detection and Response (MDR) geïntroduceerd, die dreigingsdetectie combineert met monitoring vanuit een Nederlands Security Operations Center. Het bedrijf organiseerde een webinar om partners te informeren over de commerciële mogelijkheden en technische werking van de dienst.

KPN heeft zijn nieuwe securitydienst Managed Detection and Response (MDR) geïntroduceerd. De dienst combineert volgens KPN AI-analyse met monitoring door analisten van het Nederlandse KPN Security Operations Center (SOC), dat continu actief is.

Werking van de dienst

KPN stelt dat de MDR-dienst verdachte activiteiten binnen enkele minuten detecteert en isoleert. Het systeem combineert geautomatiseerde detectie met menselijke beoordeling vanuit het SOC, zodat mogelijke incidenten worden geverifieerd voordat actie wordt ondernomen. KPN richt de dienst op organisaties die behoefte hebben aan doorlopende monitoring van hun IT-omgeving zonder dit zelf in te richten.

Webinar voor partners

KPN organiseerde een online sessie om IT-partners te informeren over de zakelijke mogelijkheden en technische inrichting van MDR. Tijdens het webinar toonde het bedrijf hoe de detectie en isolatie van verdachte activiteiten in de praktijk verlopen.

Het bedrijf liet daarnaast zien hoe partners de MDR-dienst kunnen opnemen in hun eigen securityaanbod. Volgens KPN kunnen deelnemers de dienst gebruiken om extra diensten aan eindklanten te leveren, gericht op het verhogen van de digitale weerbaarheid van die klanten.

KPN positioneert de introductie van MDR als aanvulling op het bestaande portfolio aan securitydiensten voor zakelijke klanten en partners. Het bedrijf geeft aan dat partners de dienst kunnen inzetten als uitbreiding op hun huidige dienstverlening, zonder zelf een eigen SOC te moeten opzetten.