Proofpoint heeft het Proofpoint Partner Network aangekondigd, een nieuw wereldwijd partnerprogramma. Het programma moet partners ondersteunen bij groei, margeverbetering en het ontwikkelen van diensten rond mens- en agent-centric security. Volgens het bedrijf sluit de opzet aan op veranderende dreigingen en aankoopmodellen.

Met het Proofpoint Partner Network introduceert de leverancier een vereenvoudigde programmastructuur met aangepaste incentives en aanvullende investeringen. Het programma is gericht op terugkerende omzetmodellen en bevat volgens het bedrijf uitgebreidere dealbescherming en ondersteuning bij het ontwikkelen van diensten rond het ai-gedreven platform.

Proofpoint meldt een verlengingspercentage van meer dan 90 procent en klantrelaties die in veel gevallen langer dan tien jaar lopen. Dat biedt volgens de leverancier een basis voor voorspelbare inkomsten voor partners. Het vernieuwde programma omvat onder meer stimulansen voor nieuwe klanten en verlengingen, co-investeringen via fondsen voor demand generation en extra aandacht voor datasecurity. Daarnaast is de bescherming van door partners aangebrachte en gezamenlijke verkoopkansen uitgebreid, inclusief bij contractverlengingen.

Het programma kent drie partnerniveaus, Select, Elite en Elite+, die zijn gekoppeld aan investeringen en prestaties. Hogere niveaus geven toegang tot aanvullende voordelen, waaronder NRF-licenties voor training, demo’s en technische verdieping.

Verder breidt Proofpoint de verkoopmogelijkheden via de marktplaatsen van AWS en Microsoft Azure uit. Dat moet extra routes naar de markt bieden op het gebied van AI, datasecurity en diensten. Voor 2026 voorziet het bedrijf verdere ondersteuning om partners in staat te stellen hun securitydiensten uit te bouwen.

Cyberaanvallen slagen meestal niet door nieuwe of innovatieve technieken, maar door achterstallig onderhoud en gebrekkige basismaatregelen. Dat stelt Hunt & Hackett in zijn 2026 Trend Report, gebaseerd op 54.400 SOC- en incidentresponse-analyses uit 2025. Zwakke identiteitsbeveiliging, niet-gepatchte systemen en beperkte monitoring geven aanvallers structureel ruimte.

Uit het rapport komt naar voren dat aanvallers vooral misbruik maken van bekende kwetsbaarheden. Gestolen inloggegevens, openstaande patches in internetgerichte systemen en achterstallig IT-onderhoud vormen de belangrijkste toegangsroutes. De gebruikte technieken zijn volgens het bedrijf al geruime tijd gedocumenteerd en met passende controles detecteerbaar.

Toch lukt het veel organisaties niet om die controles structureel en op schaal in te richten. In complexe IT- en OT-omgevingen stapelen kwetsbaarheden zich in de loop van de tijd op. Legacysystemen, ingebedde componenten en onderlinge afhankelijkheden maken het lastig om consistent onderhoud en patchbeheer door te voeren. Omdat systemen gelaagd met elkaar verbonden zijn, kan een aanpassing in de ene laag gevolgen hebben voor andere onderdelen. Aanvallers maken volgens het rapport gebruik van die vertragingen en hiaten.

Complexiteit

Tegelijk groeit de complexiteit van het dreigingslandschap. Naast traditionele aanvalspaden verschuift de aandacht naar identiteitsgerichte aanvallen en het gebruik van generatieve AI. Dat vergroot het aanvalsoppervlak, terwijl veel basismaatregelen nog niet op orde zijn. Het rapport schetst daarmee een spanningsveld tussen toenemende dreiging en achterblijvende uitvoeringskracht.

Van alle incidentresponse-trajecten die het bedrijf in 2025 behandelde, had 71 procent een financieel motief. Ransomware kwam het vaakst voor met 43 procent, gevolgd door e-mailfraude met 29 procent. Toegang werd in veel gevallen verkregen via kwetsbare remote services, edgeapparaten of gestolen inloggegevens.

Opvallend is dat in 86 procent van de onderzochte zaken onvolledige logging en monitoring de detectie bemoeilijkten. Ontbrekende auditlogs, beperkte logretentie of systemen buiten het securitybereik zorgden ervoor dat aanvallers langere tijd onopgemerkt actief konden blijven. Zonder volledig zicht op wat er binnen de omgeving gebeurt, loopt ook incidentonderzoek vertraging op.

Aanvalsoppervlak

Cloudomgevingen, direct aan internet gekoppelde apparaten en afhankelijkheden van leveranciers vergroten volgens het rapport de blootstelling verder. Succesvolle aanvallen komen vooral door het ontbreken van samenhang tussen preventie, zicht en regie. Nieuwe, geavanceerde aanvalstechnieken spelen vooralsnog een kleinere rol dan vaak wordt verondersteld.

Volgens het bedrijf ligt het probleem niet bij kennis of bewustzijn. Veel organisaties investeren in securitytools, maar de randvoorwaarden voor effectief gebruik ontbreken geregeld. Governance, structureel onderhoud en continue controle krijgen in de praktijk minder aandacht dan de aanschaf van nieuwe oplossingen. Daarmee ontstaat een situatie waarin tooling aanwezig is, maar de basisvoorwaarden voor preventie, detectie en respons onvoldoende zijn ingevuld.

Het rapport past in een bredere ontwikkeling waarin regelgeving en compliance-eisen toenemen, terwijl operationele weerbaarheid achterblijft. De cijfers uit 54.400 analyses laten zien dat bekende aanvalstechnieken in combinatie met uitvoeringsproblemen nog altijd voldoende zijn om grote impact te veroorzaken.

Cegeka heeft Koen Deryckere benoemd tot nieuwe Chief Executive Officer. Hij treedt op 1 mei aan. Tot die tijd blijft Bart Watteeuw actief als interim-CEO, waarna hij de rol van Chief Operating Officer op zich neemt.

Met de benoeming haalt Cegeka een bestuurder binnen met een lange internationale loopbaan bij Accenture, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor Frankrijk en de Benelux en deel uitmaakte van het Global Management Committee. Volgens Cegeka moet Deryckere het bedrijf naar een volgende groeifase leiden. Daarbij ligt de nadruk op het verder uitbouwen van de positie als Europese IT-dienstverlener en het versterken van de activiteiten in de Verenigde Staten via dochterbedrijf CTG. De nieuwe CEO brengt ervaring mee in het aansturen van internationale teams en het begeleiden van organisaties bij strategische transformaties.

Oprichter en voorzitter van de Raad van Bestuur André Knaepen spreekt van een belangrijk moment voor de organisatie en verwijst naar de voorbereidingen die de afgelopen periode zijn getroffen om verdere groei mogelijk te maken. Deryckere zelf zegt uit te kijken naar de samenwerking met teams binnen de groep en naar het verder uitbouwen van de internationale ambities.

Deryckere heeft zowel de Belgische als de Zwitserse nationaliteit en woont momenteel in Genève. Bij Accenture vervulde hij eerder verschillende leiderschapsrollen, waaronder Chief Operating Officer voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika, waar hij betrokken was bij de uitvoering van strategieën voor tienduizenden medewerkers in meerdere regio’s.

In AI Update van deze week draait het om een verschuiving van praten naar doen, met agentic AI als kapstok en een golf aan nieuwe interfaces en infrastructuur daar omheen.

MIT Sloan legt agentic AI uit

Agentic AI is meer dan een chatbot met wat extra knoppen. Het gaat om software die taken kan plannen, tools kan gebruiken en stappen kan uitvoeren over een langere tijdlijn. MIT Sloan zet de term netjes neer, zonder hype, en dat helpt om het gesprek wat concreter te maken.

Belangrijkste punten:

  • Agentic AI draait om systemen die acties uitvoeren, niet alleen tekst genereren.
  • Het verschil zit vaak in orkestratie, toolgebruik en geheugen over meerdere stappen.
  • De techniek schuift snel richting “workflow in software”, minder richting “chatvenster”.
  • De risico’s verschuiven mee: autonomie vraagt om duidelijke grenzen en toezicht.

Bron: MIT Sloan

top ^

Google rolt Gemini 3.1 Pro breed uit

Google zet Gemini 3.1 Pro tegelijk in meerdere kanalen klaar, van API en Vertex AI tot de Gemini-app en NotebookLM. Dat maakt duidelijk dat het model bedoeld is als nieuwe basis voor zwaardere taken, niet als experiment in een hoekje.

Belangrijkste punten:

  • Beschikbaar via Gemini API, Vertex AI, de Gemini-app en NotebookLM.
  • Google positioneert 3.1 Pro als upgrade voor complexere redeneertaken.
  • De brede uitrol wijst op focus op adoptie door developers en teams die al met Gemini werken.
  • De praktische vraag wordt nu: wat merk je van de sprong in kwaliteit, latency en kosten?

Bron: Google Blog

top ^

WordPress.com integreert een AI-assistent in de editor

WordPress.com zet een AI-assistent in de block editor: layout aanpassen, stijlen wijzigen, kleuren wisselen, content bewerken en ook beeld genereren, via gewone taal. Het werkt voorlopig vooral met block themes, maar dit is wel “AI in het CMS” dat direct op sitebeheer gaat zitten.

Belangrijkste punten:

  • De assistent zit in de editor en is gericht op praktische site-ops, niet op losse tekstgeneratie.
  • Focus op block themes, classic themes vallen grotendeels buiten de boot.
  • Je stuurt aan met prompts, de editor wordt meer een uitvoeringslaag.
  • Voor teams wordt governance belangrijker: wie mag via AI aan design en content sleutelen?

Bron: WordPress.com

top ^

Apple werkt mogelijk aan meerdere AI wearables

Volgens TechCrunch werkt Apple aan meerdere AI wearables. Het is nog een gerucht, maar het past in een patroon: als AI echt je “interface” wordt, dan kan die interface net zo goed iets zijn dat je draagt in plaats van iets dat je aantikt.

Belangrijkste punten:

  • Het gaat om geruchten, niet om een bevestigde productaankondiging.
  • De inzet lijkt te zijn: context verzamelen via sensoren en dat koppelen aan een AI-assistent.
  • Dat verschuift de discussie van apps naar omgevingsinput en privacy by design.
  • Als dit klopt, wordt hardware weer een belangrijk speelveld in de AI-race.

Bron: TechCrunch

top ^

Onderzoekers noemen AI-baanstress “AIRD”

In een artikel in Cureus stellen onderzoekers “Artificial Intelligence Replacement Dysfunction” voor als term voor stress en existentiële onrust rond baanverdringing door AI. Het is geen officiële diagnose, maar wel een signaal dat de impact zich ook psychologisch begint te vertalen naar meetinstrumenten.

Belangrijkste punten:

  • AIRD wordt gepresenteerd als voorgestelde klinische construct, niet als formele classificatie.
  • Het stuk koppelt onzekerheid over werk aan herkenbare klachten, met een screeningsaanpak.
  • Het onderwerp raakt direct aan veranderende arbeidsrollen, omscholing en werkidentiteit.
  • Voor organisaties is de praktische vraag: hoe begeleid je veranderingen zonder paniek of cynisme?

Bron: Cureus

top ^

Amsterdamse Orq.ai maakt LLM-router een los product

Orq.ai brengt zijn LLM-router als zelfstandig product uit, los van het bredere platform. De kern is kosten en controle: routing over meerdere modellen en providers, zonder dat teams hun applicaties steeds moeten ombouwen. Dat past bij een markt waar LLM-gebruik sneller groeit dan de budgetten.

Belangrijkste punten:

  • De router komt los beschikbaar als gateway voor het aansturen van meerdere LLM’s.
  • Focus op routing, governance en kostenbeheersing over modelkeuzes heen.
  • Dit soort tooling groeit mee met “LLM sprawl”, meer providers, meer varianten, meer beleid.
  • Het maakt het makkelijker om te wisselen van model als prijs, performance of compliance verandert.

Bron: Emerce

top ^

Advocaten corrigeren klanten die AI-chatbots vertrouwen

Advocaten krijgen vaker klanten die hun juridische vragen eerst bij een chatbot neerleggen en daarna met foutieve aannames het gesprek ingaan. Dat levert extra werk op, omdat je eerst misverstanden moet opruimen voordat je aan het echte probleem toekomt.

Belangrijkste punten:

  • Chatbots kunnen overtuigend klinken, ook als antwoorden feitelijk niet kloppen.
  • Het gevolg is extra correctiewerk en meer frictie in het klantgesprek.
  • De casus laat zien dat “AI bespaart tijd” in de praktijk soms omdraait.
  • Voor professionals wordt broncontrole en verwachtingsmanagement een vaste stap in intake en advies.

Bron: FD

top ^


De AI Update is deze week samengesteld door Marcel Debets.
Tips? Mail de redactie.

SUSE heeft het Industrial Internet of Things-platform Losant overgenomen. Met deze stap wil de open source-leverancier zijn edge-portfolio uitbreiden richting industriële automatisering en procesgestuurde toepassingen. Losant wordt onderdeel van de bestaande Edge-businessunit van SUSE.

Losant levert een low-code IIoT-platform waarmee organisaties sensordata, workflows en applicaties aan de edge kunnen beheren. Door deze technologie te combineren met zijn bestaande infrastructuurstack wil SUSE een bredere rol gaan spelen in industriële omgevingen, waar IT-systemen steeds vaker direct gekoppeld worden aan operationele technologie zoals machines en productielijnen.

Volgens SUSE verschuift de focus in edge computing van infrastructuur naar uitvoering. Waar edge-oplossingen eerder vooral gericht waren op connectiviteit en beheer, groeit de vraag naar platforms die processen automatiseren en data direct vertalen naar acties. Met de integratie van Losant wil het bedrijf die stap versnellen, onder meer door orkestratie, databeheer en AI-functionaliteit dichter bij de bron van de data te brengen.

Keith Basil, algemeen directeur van SUSE Edge, stelt dat de overname past binnen een bredere strategie om edge-infrastructuur te verbinden met operationele resultaten. Door workflows en automatisering aan de edge te integreren, wil SUSE industriële partners helpen om processen sneller aan te passen en meer inzicht te halen uit real-time data, zegt het bedrijf.

Losant werd eerder opgenomen in het Magic Quadrant voor industriële IoT-platforms van Gartner. De technologie en medewerkers van het bedrijf worden volledig geïntegreerd binnen SUSE Edge. SUSE geeft aan dat het platform verder wordt ontwikkeld binnen een open ecosysteem, met aandacht voor interoperabiliteit en standaardisatie.

De stap sluit aan bij een bredere trend waarin IoT-endpoints zich ontwikkelen tot AI-endpoints. Analisten verwachten dat edge-omgevingen een steeds belangrijkere rol krijgen als uitvoeringslaag voor hybride AI-architecturen. Daarbij verschuift het beheer van industriële omgevingen volgens hen richting semi-autonome systemen die lokaal beslissingen kunnen nemen.

Met de toevoeging van Losant breidt SUSE zijn portfolio uit van infrastructuursoftware naar toepassingen die dichter tegen operationele processen aan zitten. Dat kan invloed hebben op hoe industriële omgevingen worden beheerd, waar IT-beheer, data-analyse en automatisering steeds vaker samenkomen.

ESET Research heeft PromptSpy geïdentificeerd, een Android-dreiging die generatieve AI gebruikt om actief te blijven op een toestel. Volgens het beveiligingsbedrijf is dit de eerste bekende Android-malware die tijdens uitvoering een AI-model inzet om zijn gedrag aan te sturen.

De malware gebruikt Gemini van Google om te analyseren wat er op het scherm van een geïnfecteerd apparaat gebeurt. Op basis van die analyse ontvangt PromptSpy instructies om specifieke handelingen uit te voeren. Het doel is om de kwaadaardige app vast te zetten in de lijst met recente apps, vaak zichtbaar met een hangslotpictogram. Daardoor kan de app niet eenvoudig worden weggeveegd of automatisch worden afgesloten door het systeem.

De AI-functionaliteit beslaat slechts een beperkt deel van de code en is bedoeld om persistentie te regelen. Het gebruikte model en de bijbehorende prompt zijn hard gecodeerd en niet dynamisch aanpasbaar. Toch vergroot deze aanpak het aanpassingsvermogen van de malware, omdat navigatie via de gebruikersinterface niet langer afhankelijk is van vaste scripts die per apparaat of Android-versie verschillen.

Het primaire doel van PromptSpy ligt elders. De malware installeert een ingebouwde Virtual Network Computing-module waarmee aanvallers het scherm kunnen bekijken en het toestel op afstand kunnen bedienen. Daarnaast kan de dreiging gegevens van het vergrendelscherm vastleggen, apparaatinformatie verzamelen, schermafbeeldingen maken en schermactiviteit als video opnemen. Via misbruik van toegankelijkheidsdiensten blokkeert de malware pogingen tot deïnstallatie met onzichtbare overlays. De communicatie met de command-and-controlserver is versleuteld met AES.

Volgens ESET is dit de tweede keer dat het onderzoeks­team malware aantreft waarin generatieve AI een rol speelt. In augustus 2025 meldde het bedrijf al PromptLock, ransomware waarbij AI werd ingezet om functionaliteit aan te sturen. De inzet van dergelijke modellen past binnen een bredere ontwikkeling waarbij aanvallers experimenteren met automatisering en adaptieve technieken om detectie en verstoring te omzeilen.

Op basis van taalinstellingen en verspreidingsmethode lijkt de campagne financieel gemotiveerd en gericht op gebruikers in Argentinië. De malware wordt verspreid via een speciaal opgezette website en was nooit beschikbaar via Google Play. In de telemetrie van ESET is PromptSpy vooralsnog niet waargenomen, wat erop kan wijzen dat het om een proof of concept gaat of om een beperkt uitgerolde campagne.

De kwaadaardige app draagt de naam MorganArg en gebruikt een pictogram dat lijkt op dat van Morgan Chase. Ook op de bijbehorende website komt de naam MorganArg terug, vermoedelijk als afkorting van Morgan Argentina, wat de regionale focus onderstreept.

Als partner van de App Defense Alliance heeft ESET de bevindingen gedeeld met Google. Android-toestellen met Google Play Services zijn volgens het bedrijf automatisch beschermd tegen bekende varianten via Google Play Protect.

Doordat de malware deïnstallatie actief tegenwerkt, kan verwijdering alleen plaatsvinden via Veilige modus. In die modus worden apps van derden uitgeschakeld, waarna de app handmatig kan worden verwijderd via de instellingen.

Westcon-Comstor heeft zijn supportdiensten uitgebreid voor partners die werken met securityplatforms van CrowdStrike en Zscaler. De distributeur gaat in Europa Level 1- en Level 2-ondersteuning leveren rond het Falcon-platform van CrowdStrike en voegt aanvullende supportmogelijkheden toe aan bestaande programma’s rond Zscaler. Daarmee verschuift de rol van distributie verder richting operationele dienstverlening binnen het security-ecosysteem.

De nieuwe ondersteuning voor CrowdStrike wordt aangeboden via het Authorised Support Partner Programme en is beschikbaar in meerdere Europese talen. Volgens Westcon-Comstor moet dit de regionale supportcapaciteit vergroten en partners sneller toegang geven tot technische ondersteuning. De diensten worden geleverd vanuit supportcentra in Berlijn en Madrid.

Met de uitbreiding bouwt de distributeur voort op bestaande initiatieven rond Zscaler, waaronder het Westcon MSSP for Zscaler Programme en de gespecialiseerde businessunit Z Strike. In dat model fungeert Westcon-Comstor als centraal aanspreekpunt voor troubleshooting en escalaties, waarbij partners Level 1- en Level 2-support via de distributeur kunnen laten verlopen.

De stap past binnen een bredere ontwikkeling waarbij distributeurs een actievere rol krijgen in dagelijkse supportprocessen. Vendors zoeken naar manieren om hun diensten sneller schaalbaar te maken, terwijl partners vaak moeite hebben om voldoende gespecialiseerde securitykennis beschikbaar te houden. Door supporttaken deels bij distributie te beleggen ontstaat een extra laag tussen vendor en partner, wat processen kan vereenvoudigen maar ook de afhankelijkheid van het channel vergroot.

Voor partners betekent dit dat operationele ondersteuning steeds vaker via hun distributeur loopt in plaats van direct via de leverancier. Dat kan zorgen voor kortere lijnen en lokale taalondersteuning, maar verandert ook de manier waarop escalaties en SLA-afspraken worden ingericht. De uitbreiding laat zien dat support steeds meer onderdeel wordt van het services-gedreven model dat binnen securitydistributie terrein wint.

Volgens Westcon-Comstor is het doel om partners te helpen bij het leveren van securitydiensten zonder dat zij alle specialistische support zelf hoeven op te bouwen. CrowdStrike en Zscaler zien in het model vooral een manier om hun Europese partnernetwerk sneller te laten groeien en klanten toegang te geven tot lokale ondersteuning.

In 90% van de ransomware-incidenten in 2025 werd misbruik gemaakt van firewalls. Dat blijkt uit het nieuwste Managed XDR Global Threat Report van Barracuda. Aanvallers benutten vooral niet-gepatchte software en kwetsbare accounts. In het snelste waargenomen incident zat slechts drie uur tussen inbraak en versleuteling.

Uit het rapport van Barracuda Networks komt naar voren dat firewalls een centrale rol spelen in recente ransomware-aanvallen. In negen van de tien onderzochte incidenten maakten aanvallers misbruik van een kwetsbaarheid of een zwak account op de firewall. Daarmee kregen zij toegang tot het netwerk en wisten zij beveiligingsmaatregelen te omzeilen, waarna schadelijk verkeer buiten beeld bleef.

De kortste aanvalstijd werd gemeten bij een incident met Akira-ransomware. Tussen de initiële inbraak en de versleuteling van data zat drie uur. Zulke korte doorlooptijden verkleinen de reactietijd aanzienlijk en passen binnen een bredere ontwikkeling waarin ransomwaregroepen hun processen verregaand automatiseren.

Ook laterale bewegingen blijken een sterke indicator. In 96% van de incidenten waarbij aanvallers zich binnen het netwerk verplaatsten, volgde uiteindelijk een ransomware-aanval. Zodra een aanvaller toegang heeft tot een onbeschermd endpoint, wordt actief gezocht naar andere systemen om de impact te vergroten. Het moment van laterale beweging markeert daarmee vaak de overgang van verkenning naar uitvoering.

Supply chain-aanvallen en derde partijen spelen eveneens een grotere rol. 66% van de incidenten had betrekking op third party software of een externe ketenpartner, tegenover 45% in 2024. Aanvallers benutten kwetsbaarheden in externe componenten om beveiligingslagen te omzeilen en hun bereik te vergroten. Die verschuiving sluit aan bij een bredere trend waarin indirecte toegangsroutes aantrekkelijker worden dan frontale aanvallen.

Opvallend is dat een op de tien gedetecteerde kwetsbaarheden een bekende exploit betrof. De meest aangetroffen kwetsbaarheid dateert uit 2013, CVE-2013-2566. Deze fout zit in een verouderd versleutelingsalgoritme dat nog voorkomt in legacy servers, embedded devices en applicaties. Dat juist oudere kwetsbaarheden blijven opduiken, laat zien dat patchmanagement en uitfasering van legacy-systemen nog altijd aandacht vragen.

Daarnaast signaleren de onderzoekers misbruik van legitieme IT-tools, waaronder remote access software, en het gebruik van onbeveiligde devices. Verouderde versleuteling en uitgeschakelde endpoint security vergroten het risico verder. Afwijkend inloggedrag en misbruik van privileged accounts gelden volgens het rapport als terugkerende waarschuwingssignalen.

De bevindingen zijn gebaseerd op de Managed XDR-dataset van Barracuda, met meer dan twee biljoen IT-events uit 2025, bijna 600.000 security alerts en meer dan 300.000 beveiligde endpoints, firewalls, servers en cloudassets. Het rapport schetst daarmee een beeld van een dreigingslandschap waarin bestaande kwetsbaarheden, ketenafhankelijkheid en snelheid van uitvoering samenkomen.

Veeam Software past zijn EMEA-partnerstrategie aan om beter aan te sluiten bij de groei van SaaS-diensten en de toenemende vraag naar databeveiliging binnen grotere omgevingen. De leverancier kondigde een herstructurering van zijn channelorganisatie aan, waarbij nieuwe leiderschaprollen moeten zorgen voor een sterkere focus op enterprise-samenwerkingen en cloudgebaseerde diensten.

De stap past binnen een bredere beweging van Veeam richting een SaaS-first model. Met uitbreidingen rond Veeam Data Cloud en investeringen in AI-gedreven databeheer verschuift het zwaartepunt van traditionele back-upsoftware naar geïntegreerde dataprotectie en databeheer in hybride omgevingen. Volgens het bedrijf vraagt die ontwikkeling om een andere manier van samenwerken met partners en allianties in de regio.

In plaats van regionale verkoopstructuren wil Veeam het ecosysteem meer rond oplossingen organiseren. Daarbij krijgen enterprise-partners en strategische integraties een grotere rol, terwijl het partnerprogramma verder wordt afgestemd op cloudservices en terugkerende diensten. De benoeming van nieuwe channel-directors voor onder meer UKI, EMEA East en enterprise-allianties is een onderdeel van deze reorganisatie, maar staat niet op zichzelf.

Voor partners betekent de aanpassing vooral dat de focus verschuift naar diensten rond SaaS, dataveiligheid en langdurige samenwerking in grotere trajecten. Tegelijk blijft het partnerkanaal volgens Veeam de belangrijkste route naar de markt in EMEA.

Het aantal nieuw geregistreerde domeinnamen met de extensie .ai groeit snel. Nieuwe cijfers van webhostingprovider TransIP laten zien dat het marktaandeel van .ai-domeinen in Nederland in 2025 met 85 procent is toegenomen. Daarmee zet de sterke groei van AI-gerelateerde websites voor het tweede jaar op rij door.

Volgens TransIP kiezen steeds meer organisaties bewust voor een domeinextensie die aansluit bij hun activiteiten. Met een .ai-domeinnaam willen bedrijven direct zichtbaar maken dat hun diensten draaien om AI, bijvoorbeeld rond automatisering, data-analyse of digitale assistenten. De extensie, die enkele jaren geleden nog nauwelijks werd gebruikt, is inmiddels doorgestoten naar plek twintig van de meest gekozen domeinextensies in Nederland. Het aandeel ligt nu op 0,13 procent van alle nieuw geregistreerde domeinen.

De groei komt vooral uit de hoek van softwareontwikkelaars en SaaS-aanbieders. Veel nieuwe .ai-websites richten zich op nichetoepassingen zoals marketingautomatisering, klantinteractie, contentcreatie en analyseplatforms. Ook consultancybureaus en gespecialiseerde AI-dienstverleners kiezen vaker voor de extensie om hun positionering online duidelijker te maken.

Beeld: TransIP

Ondanks de opmars van .ai blijft het .nl-domein veruit de meest gekozen extensie in Nederland. Met een marktaandeel van 61 procent behoudt .nl een stevige voorsprong. Daarnaast heeft ruim een op de acht nieuw geregistreerde websites een .com-domein. Tegelijkertijd neemt het aantal registraties van extensies als .info, .net en .nu al enkele jaren af.

Volgens TransIP wijst de verschuiving naar extensies als .ai, .tech en .app op een bredere trend waarbij ondernemers hun domeinnaam steeds vaker inzetten als onderdeel van hun positionering. De provider verwacht dat deze ontwikkeling doorzet, nu AI een steeds grotere rol speelt binnen digitale diensten en online zichtbaarheid.