Securitybedrijf Kaspersky heeft een nieuwe Android-malwarevariant ontdekt onder de naam Keenadu. De malware kan aanvallers in sommige gevallen volledige controle geven over besmette apparaten en verspreidt zich via firmware, systeemapps en officiële appstores.

Volgens Kaspersky waren in februari 2026 meer dan 13.000 apparaten besmet met Keenadu. De meeste infecties zijn vastgesteld in Rusland, Japan, Duitsland, Brazilië en Nederland, daarnaast zijn ook in andere landen besmettingen gemeld.

Keenadu wordt op drie manieren verspreid. In de eerste variant is de malware geïntegreerd in de firmware van bepaalde Android-tablets. Net als bij de eerder ontdekte Triada-backdoor kan de malware tijdens de productieketen in het apparaat zijn geplaatst. In deze vorm fungeert Keenadu als backdoor met verregaande rechten. De malware kan geïnstalleerde apps infecteren, nieuwe apps via APK-bestanden toevoegen en permissies toekennen. Daarmee kunnen onder meer media, berichten, bankgegevens, locatiegegevens en incognito-zoekopdrachten in Chrome worden buitgemaakt.

De firmwarevariant activeert zich niet wanneer de taalinstelling een Chinees dialect betreft in combinatie met een Chinese tijdzone. Ook blijft de malware inactief als Google Play Store en Google Play Services niet op het apparaat aanwezig zijn.

Een tweede verspreidingsvorm betreft integratie in systeemapps met verhoogde rechten. In deze variant is de functionaliteit beperkter, maar kan de malware alsnog ongemerkt apps installeren. Kaspersky trof Keenadu aan in een applicatie voor gezichtsherkenning waarmee apparaten kunnen worden ontgrendeld. Ook werd de malware aangetroffen in een app die verantwoordelijk is voor het beheer van het startscherm.

De derde variant werd aangetroffen in meerdere apps in Google Play, met name in applicaties voor slimme beveiligingscamera’s. Deze apps zijn gezamenlijk meer dan 300.000 keer gedownload voordat ze uit de store werden verwijderd. Na installatie konden de apps onzichtbare browsertabs openen om websites te bezoeken zonder medeweten van de gebruiker. Eerder onderzoek liet zien dat vergelijkbare besmette apps ook via losse APK-bestanden en alternatieve appstores werden verspreid.

Kaspersky spreekt van een groeiend probleem rond voorgeïnstalleerde malware op Android-apparaten. Volgens het bedrijf kunnen apparaten al bij aankoop besmet zijn zonder dat de gebruiker handelingen verricht. De leverancier stelt dat fabrikanten waarschijnlijk niet op de hoogte waren van een inbreuk in de toeleveringsketen, omdat de malware zich voordoet als legitieme systeemcomponenten. Het bedrijf wijst op het belang van controle in alle fasen van het productieproces om besmette firmware te voorkomen.

Westcon-Comstor heeft een pan-Europese distributieovereenkomst gesloten met UiPath. De samenwerking richt zich op robotic process automation en workflowautomatisering, met nadruk op diensten, financiering en terugkerende modellen.

De overeenkomst bouwt voort op bestaande distributieactiviteiten van UiPath in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Portugal en Duitsland. Door de samenwerking op Europees niveau te bundelen ontstaat volgens beide partijen één uniforme route naar de markt. Daarbij ligt de focus op packaged services en modellen met terugkerende inkomsten.

UiPath ontwikkelt software voor robotic process automation en workflowautomatisering op basis van ai. Met deze technologie kunnen repetitieve processen en digitale taken worden geautomatiseerd. Westcon-Comstor wil partners ondersteunen bij het aanbieden van deze oplossingen, inclusief zogenoemde agentic workflows.

Partners krijgen via de distributeur toegang tot white-label professionele diensten rond implementaties van UiPath. Daarnaast biedt Westcon-Comstor presales-ondersteuning, leadkwalificatie via het Intelligent Demand-programma en financieringsmogelijkheden via Flex. Daarmee willen de bedrijven projecten ondersteunen waarbij budgetten gefaseerd worden ingezet.

Volgens Westcon-Comstor past de samenwerking binnen een bredere strategie waarin distributeurs een meer services-gedreven rol innemen. Het bedrijf wil partners ondersteunen bij implementatie, financiering en opschaling van automatiseringsprojecten. UiPath ziet in de markt een verschuiving van afzonderlijke botprojecten naar organisatiebrede trajecten. Dat vraagt volgens de leverancier om extra commerciële en technische ondersteuning vanuit het kanaal.

De overeenkomst sluit aan bij een bredere ontwikkeling waarbij automation en ai steeds vaker als geïntegreerde programma’s worden aangeboden, inclusief testing, operations en workflow-optimalisatie. Westcon-Comstor wil met de uitbreiding zijn portfolio verder verbreden richting ai-gedreven automatisering en partners ondersteunen bij het ontwikkelen van aanvullende diensten rond deze technologie.

Onderzoek van Arctic Wolf laat zien dat het aantal ransomware-aanvallen in 2025 is toegenomen, terwijl de gemiddelde initiële losgeldeis daalde naar 414.000 dollar. Volgens het bedrijf stemmen criminelen hun eisen strategisch af om de kans op betaling te vergroten. De totale schade blijft hoog.

Arctic Wolf meldt dat de gemiddelde initiële losgeldeis bij ransomware-aanvallen is gedaald naar 414.000 dollar, bijna de helft van het niveau van een jaar eerder. Het is volgens het bedrijf de eerste daling in vier jaar tijd. De onderzoekers stellen dat criminelen bewust lagere bedragen vragen om de kans op uitbetaling te vergroten.

Ransomware bleef in 2025 de meest voorkomende vorm van cybercriminaliteit in de dossiers die Arctic Wolf behandelde, goed voor 44 procent van alle incidenten. Business Email Compromise was verantwoordelijk voor 26 procent van de incidenten en data-incidenten voor 22 procent. Bij die laatste categorie gaat het om ongeoorloofde toegang tot of diefstal van data zonder dat ransomware of een kwaadwillende insider de directe oorzaak is.

Bij de ransomware-incidenten waarbij het incident response-team van Arctic Wolf in 2025 betrokken was, werd in totaal meer dan 302 miljoen dollar aan losgeld geëist. Daarvan werd uiteindelijk bijna 16,5 miljoen dollar betaald. In 77 procent van de gevallen besloten getroffen partijen geen losgeld te betalen.

In 23 procent van de incidenten werd wel onderhandeld. Volgens Arctic Wolf wist het incident response-team in die gevallen gemiddeld 67 procent van de oorspronkelijke eis te reduceren. Door die reducties en het grote aantal organisaties dat niet betaalt, kwam uiteindelijk ongeveer 5 procent van het totaal geëiste bedrag daadwerkelijk bij de aanvallers terecht. Dat betekent dat circa 95 procent van het geëiste losgeld niet is uitbetaald.

Volgens het bedrijf worden losgeldeisen afgestemd op factoren zoals de sector, de verwachte impact van downtime en de aanwezigheid van een cyberverzekering. Hoewel de initiële eisen dalen, zorgen incidentele hoge betalingen er volgens het bedrijf voor dat sommige groepen hogere bedragen blijven vragen.

Om de impact van ransomware te beperken wijst Arctic Wolf op basismaatregelen zoals het gebruik van multi-factor authentication, het maken van back-ups, tijdige patching en het beperken van toegangsrechten. Daarnaast noemt het bedrijf het opstellen en oefenen van incident response-plannen en het vroegtijdig detecteren van afwijkend gedrag als belangrijke onderdelen van de aanpak.

Uit het Unit 42 Global Incident Response Report 2026 van Palo Alto Networks blijkt dat cyberaanvallen sneller en complexer worden. AI, zwakke plekken in identiteitsbeheer en complexe IT-omgevingen spelen volgens het bedrijf een centrale rol bij datalekken. Het aanvalstempo is in een jaar tijd verviervoudigd.

Palo Alto Networks heeft het Unit 42 Global Incident Response Report 2026 gepubliceerd. Het rapport is gebaseerd op een analyse van meer dan 750 cyberincidenten met grote impact. Volgens de onderzoekers zetten aanvallers AI in gedurende de volledige aanvalsketen, waardoor de tijd tussen eerste toegang en data-exfiltratie bij de snelste aanvallen is teruggebracht tot 72 minuten. Dat betekent een verviervoudiging van het tempo ten opzichte van een jaar eerder.

Uit het onderzoek blijkt dat complexiteit binnen IT-omgevingen een belangrijke factor is. In 89 procent van de onderzochte incidenten werden zwakke plekken in identiteitsbeheer misbruikt. Daarnaast strekte 87 procent van de aanvallen zich uit over meerdere aanvalsvlakken, waaronder endpoints, cloudomgevingen, SaaS-applicaties en identiteitssystemen. In enkele gevallen opereerden aanvallers gelijktijdig op tien verschillende fronten.

Identiteitsgerelateerde technieken vormen in 65 procent van de gevallen het startpunt van een aanval. Daarbij gaat het onder meer om social engineering en het misbruiken van inloggegevens. Kwetsbaarheden liggen aan de basis van 22 procent van de aanvallen. De browser speelt volgens het rapport in 48 procent van de incidenten een centrale rol, waarbij reguliere websessies worden ingezet om inloggegevens te verkrijgen en beveiligingsmaatregelen te omzeilen.

Het aantal aanvallen via externe SaaS-applicaties is sinds 2022 met een factor 3,8 toegenomen en vertegenwoordigt 23 procent van het totaal. Aanvallers maken daarbij gebruik van onder meer OAuth-tokens en API-sleutels om zich binnen netwerken te verplaatsen.

Volgens de onderzoekers is 90 procent van de datalekken terug te voeren op misconfiguraties of beveiligingslekken. Complexiteit, beperkte zichtbaarheid en een overmaat aan vertrouwen dragen volgens het bedrijf structureel bij aan het succes van aanvallen.

Het rapport adviseert om beveiliging integraal te organiseren in één geïntegreerde platformaanpak. Daarbij noemt het bedrijf onder meer het versterken van security operations met AI en automatisering, het integreren van beveiliging in software- en AI-ontwikkelprocessen, het centraliseren van identiteitsbeheer en het toepassen van een zero trust-benadering waarbij interacties continu worden geverifieerd. Volgens het bedrijf is dat nodig om de steeds kortere aanvalscyclus effectief te kunnen beheersen.

Cybersecuritydistributeur e92plus neemt de oplossingen van EfficientIP op in zijn portfolio voor de Nederlandse markt. De samenwerking richt zich op DDI-beveiliging, met nadruk op automatisering en bescherming van DNS in hybride cloudomgevingen.

Met de toevoeging van EfficientIP wil e92plus inspelen op de groeiende kwetsbaarheid van DNS en de toenemende complexiteit van IP-adresbeheer. DNS, DHCP en IP-adresbeheer, samen aangeduid als DDI, vormen volgens de distributeur een aandachtspunt binnen veel IT-omgevingen. Het beheer ervan is bij veel msp’s nog grotendeels handmatig en tijdrovend.

Volgens cijfers die door de distributeur worden aangehaald, maakt een groot deel van de cyberaanvallen misbruik van DNS. Traditionele beveiligingsoplossingen signaleren deze dreigingen niet altijd. Tegelijkertijd nemen de financiële gevolgen van incidenten toe en gelden strengere eisen vanuit wetgeving zoals DORA en NIS2. Daarmee krijgt DDI-beveiliging een nadrukkelijkere plaats binnen bredere securitystrategieën.

De technologie van EfficientIP is gericht op het automatiseren van DNS-, DHCP- en IP-beheer in multicloudomgevingen. Door handmatige processen te vervangen door geautomatiseerde workflows, kunnen dienstverleners hun netwerkbeheer centraliseren en vereenvoudigen. Dit moet bijdragen aan een efficiëntere inzet van technische capaciteit, in een markt waar specialistische kennis schaars is.

De samenwerking is volgens betrokken partijen gebaseerd op een zogeheten automation-first benadering van DDI. Daarbij wordt beveiliging geïntegreerd in de netwerkinfrastructuur, onder meer als onderdeel van een zero trust-architectuur. Het doel is om dreigingen eerder te detecteren en netwerkprocessen minder foutgevoelig te maken.

Naast de distributie van de technologie biedt e92plus ondersteuning aan partners in de vorm van trainingen, technische begeleiding en ondersteuning bij marktbenadering. Daarmee wil de distributeur msp’s helpen bij de implementatie en positionering van DDI-oplossingen binnen hun dienstverlening.

Met de uitbreiding van het portfolio speelt e92plus in op de vraag naar geïntegreerde netwerk- en beveiligingsoplossingen, waarbij automatisering en compliance een grotere rol krijgen.

Citrix, onderdeel van Cloud Software Group, draagt per 1 maart 2026 het volledige beheer en de ondersteuning van Citrix Service Providers in Europa en Noord-Amerika over aan distributeur Arrow Electronics. Voor IT-dienstverleners en msp’s verandert daarmee het primaire aanspreekpunt voor contracten en support.

Met de overdracht verschuift de dagelijkse interactie voor partners van de fabrikant naar de distributeur. Het gaat om alle Citrix Service Providers in Europa en Noord-Amerika. Eerder werden al de commerciële midmarketactiviteiten bij Arrow ondergebracht. De nieuwe stap bouwt daarop voort en maakt Arrow verantwoordelijk voor het beheer van het volledige CSP-ecosysteem in deze regio’s.

Voor msp’s betekent dit dat transactiebeheer, prijsstellingen, kortingen en incentives via Arrow verlopen. Ook contractverlengingen en administratieve processen worden door de distributeur afgehandeld. Daarmee wordt Arrow het centrale aanspreekpunt voor commerciële en operationele zaken binnen het CSP-programma.

Volgens Citrix moet het nieuwe model leiden tot een vereenvoudiging van processen. De fabrikant stelt dat een centraal distributiemodel kan bijdragen aan meer efficiëntie in de samenwerking met partners. Daarnaast krijgen partners toegang tot regionale ondersteuning via Arrow, afgestemd op de markten waarin zij actief zijn.

Binnen de gewijzigde structuur kan Citrix zich volgens het bedrijf sterker richten op productontwikkeling en technische innovatie. Door het operationele beheer van het CSP-programma bij Arrow onder te brengen, wil de leverancier de focus verleggen naar technologie en ondersteuning op productniveau.

Voor msp’s en MKB-dienstverleners die actief zijn als Citrix Service Provider betekent de verandering dat zij hun operationele contacten tijdig via Arrow moeten laten verlopen. Vanaf 1 maart 2026 lopen contractuele en commerciële trajecten niet langer rechtstreeks via de fabrikant.

Met de stap wordt de rol van distributie binnen het Citrix-ecosysteem verder uitgebreid en krijgt Arrow een centrale positie in het beheer van serviceproviders in Europa en Noord-Amerika.

Cisco heeft zijn partnervoorwaarden per direct aangepast vanwege de sterk toegenomen vraag naar AI-infrastructuur. De stijgende kosten van geheugencomponenten en logistiek zetten vaste prijsafspraken onder druk. De wijzigingen raken onder meer annuleringsrechten en prijsbescherming.

De aanpassingen hebben betrekking op compute-orders en gelden wereldwijd. Volgens Cisco zorgen hogere kosten voor componenten en transport ervoor dat bestaande prijsafspraken moeilijker houdbaar zijn.

Een belangrijke wijziging is dat Cisco het recht krijgt om compute-orders tot 45 dagen voor verzending eenzijdig te annuleren. Daarnaast kan het bedrijf bij sterke stijgingen van component- of transportkosten de prijs van een lopende bestelling aanpassen. Ook de periode waarin een uitgebrachte offerte gegarandeerd blijft, wordt herzien.

De wijzigingen hebben gevolgen voor margebeheer en projectplanning bij msp’s en MKB-dienstverleners. Waar eerder meer zekerheid bestond over offerteprijzen, ontstaat nu meer afhankelijkheid van marktomstandigheden tijdens het orderproces. Volgens Cisco kan de productiecapaciteit de huidige vraag naar AI-gerelateerde infrastructuur niet volledig bijbenen.

In vergelijking met andere leveranciers is de termijn van 45 dagen volgens marktanalisten relatief ruim. Bij concurrenten zoals Hewlett Packard Enterprise kunnen orders in sommige gevallen tot op de dag van verzending worden geannuleerd. Desondanks verschuift het risico in de keten deels naar resellers en dienstverleners.

Cisco heeft aangegeven extra voorraadverplichtingen te zijn aangegaan om leveringszekerheid te vergroten. Het bedrijf meldt dat hiervoor voor 1,8 miljard dollar aan aanvullende verplichtingen is vastgelegd.

Voor partners betekent dit dat zij hun eigen contractuele afspraken en offertetermijnen tegen het licht moeten houden. Prijsschommelingen en langere levertijden kunnen direct doorwerken in klantafspraken. Met de aangepaste voorwaarden speelt Cisco in op de huidige marktdynamiek rond AI-infrastructuur en componentenschaarste.

De wereldwijde technologiesector groeit de komende jaren stevig door. Volgens marktonderzoeker Omdia stijgen de totale IT-uitgaven naar 8,49 biljoen dollar in 2030. De aanjager is een nieuwe AI-cyclus die de markt structureel hertekent.

Volgens Jay McBain, hoofdanalist bij Omdia, is de wereld drie jaar geleden een nieuwe twintigjarige AI-cyclus ingegaan. Die ontwikkeling plaatst hij in het verlengde van eerdere technologische golven sinds de maanlanding van Apollo 11 in 1969. Na het mainframe-tijdperk in de jaren zestig en zeventig, client-server in de jaren tachtig en negentig en cloud in de jaren nul en tien, markeert AI volgens hem de vierde grote groeifase.

De cijfers die Omdia publiceert zijn fors. De wereldwijde IT-uitgaven stijgen van 6,07 biljoen dollar in 2026 naar 8,49 biljoen dollar in 2030. Dat komt neer op een samengestelde jaarlijkse groei van 9,1%. Daarmee verdubbelt de markt in omvang ten opzichte van 2020.

In de eerste fase ligt de nadruk op infrastructuur. Omdia verwacht dat investeringen in AI-datacenters jaarlijks met 13,5% groeien. Vooral de markt voor servers laat een sterke stijging zien met een verwachte CAGR van 17,3%. Ook koelsystemen voor datacenters liften mee op de bouw van nieuwe AI-capaciteit. Cloud Infrastructure Services groeit volgens de prognoses zelfs met 22,4% per jaar tot 2030.

Naast hardware verschuift ook het zwaartepunt in software. McBain wijst op de opkomst van zogeheten agentic AI, systemen die zelfstandig taken uitvoeren in plaats van alleen content genereren. De markt voor agentic AI-software bereikt naar verwachting 41,8 miljard dollar in 2030. De bredere GenAI-softwaremarkt groeit in dezelfde periode naar 122,8 miljard dollar. Voor de totale softwaremarkt rekent Omdia op een jaarlijkse groei van 11,5%.

Ook IT-diensten groeien mee. De markt voor IT Services stijgt volgens de ramingen met 10,6% per jaar. Specifiek voor AI-gerelateerde diensten, zoals advies, data-integratie en risicobeheer, wordt de wereldwijde markt in 2030 geschat op 267 miljard dollar. Dat past binnen een bredere ontwikkeling waarin de waardecreatie verschuift van pure hardwarelevering naar integratie, governance en beheer rond complexe AI-omgevingen.

De groeiverwachtingen komen op een moment dat de wereldeconomie te maken krijgt met inflatie en geopolitieke onzekerheid. Toch blijft technologie structureel de snelst groeiende sector. Met AI als nieuwe groeigolf verschuift het investeringspatroon richting datacenters, gespecialiseerde infrastructuur en software die processen autonoom kan aansturen.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) waarschuwt voor de privacy- en beveiligingsrisico’s van OpenClaw en vergelijkbare autonome AI-agents. De toezichthouder constateert dat deze systemen vaak onvoldoende basisveiligheid bieden, waardoor ze vatbaar zijn voor misbruik, datalekken en accountovernames.

OpenClaw is een open source-platform dat gebruikers in staat stelt een AI-assistent te installeren die zelfstandig taken uitvoert met volledige toegang tot systemen, waaronder e-mail, bestanden en online diensten. Die autonome toegang maakt dergelijke agents aantrekkelijk voor kwaadwillenden, stellen beveiligingsexperts. Uit onderzoek blijkt dat circa twintig procent van de beschikbare plug-ins voor OpenClaw code bevat die is gericht op het stelen van inloggegevens of cryptotegoeden. Daarnaast zijn er kwetsbaarheden ontdekt waarmee aanvallers systemen op afstand kunnen overnemen en met verborgen opdrachten via websites, e-mails of chatberichten misbruik kan worden gemaakt van de agent.

De AP benadrukt dat het gebruik van autonome AI-agents op systemen met privacygevoelige of vertrouwelijke gegevens grote risico’s met zich meebrengt. Organisaties moeten volgens de toezichthouder terughoudend zijn met inzet van dergelijke tools, zeker wanneer deze toegang hebben tot toegangscodes, financiële gegevens, klant- of personeelsinformatie of identiteitsdocumenten. Daarbij blijft de verantwoordelijkheid voor naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) altijd liggen bij de organisatie zelf. Risico’s moeten vooraf in kaart worden gebracht en gemitigeerd.

Tegelijk pleit de AP op Europees niveau voor duidelijkheid dat autonome AI-agents onder de geplande AI-verordening vallen. Door expliciet vast te leggen dat deze toepassingen onder de nieuwe regelgeving vallen, kan onveilige software van de markt worden geweerd en kan de inzet van autonome agents beter worden gereguleerd.

Het aantal cyberaanvallen groeit wereldwijd explosief. Volgens het Cyber Security Report 2026 van Check Point Software Technologies krijgt een organisatie gemiddeld bijna 2000 aanvallen per week te verwerken. In Nederland ligt dat aantal lager, maar ook hier stijgt de druk stevig.

Uit het rapport van Check Point Software Technologies komt naar voren dat aanvallen steeds minder bestaan uit losse technieken. In plaats daarvan combineren aanvallers ransomware, identiteitsmisbruik, social engineering en AI in gecoördineerde campagnes. Door automatisering en AI winnen zij snelheid en schaal, terwijl veel beveiligingsmodellen nog zijn ingericht op afzonderlijke dreigingen.

Wereldwijd komt het gemiddelde uit op bijna 2000 aanvallen per week per organisatie. In Nederland bleef het aantal onder dat gemiddelde, maar groeide het aantal aanvallen wel met 38% naar 1167 per week. Incidenten betroffen vooral mogelijke datalekken, misbruik van toegangsrechten en manipulatie van AI-prompts. Binnen Europa richtten aanvallen zich met name op onderwijs, telecom en overheid.

De snelle invoering van AI binnen bedrijven loopt volgens het rapport vooruit op de beveiliging ervan. Gegevens uit bedrijfsomgevingen laten zien dat 90% binnen drie maanden te maken kreeg met risicovolle interacties met AI-tools. Ook de onderliggende infrastructuur blijkt kwetsbaar. Onderzoek van Lakera, onderdeel van Check Point, onder duizenden MCP-servers toont dat 40% onvoldoende is beveiligd. Daarmee groeit de potentiële impact van incidenten, zeker nu AI-systemen steeds vaker onderdeel zijn van operationele processen.

Ransomware-aanvallen nemen eveneens toe en worden tegelijk meer gefragmenteerd en geautomatiseerd. In 2025 splitsten aanvallers hun activiteiten vaker op in kleinere, gespecialiseerde campagnes, ondersteund door AI. AI helpt bij het selecteren van doelwitten, het voeren van onderhandelingen en het opvoeren van druk, vooral bij datadiefstal. Het aantal slachtoffers groeide op jaarbasis met 53%, terwijl het aantal nieuwe ransomware-as-a-servicegroepen met 50% steeg. Opvallend is dat aanvallen zelden draaien om nieuwe kwetsbaarheden, maar vooral om misbruik van bestaande toegangen en trage detectie.

Social engineering verschuift intussen naar meerdere kanalen. E-mail blijft met 82% het belangrijkste kanaal voor het afleveren van schadelijke bestanden, tegenover 18% via webgebaseerde aanvallen. Aanvallers combineren e-mail echter steeds vaker met telefoonfraude, webaanvallen en misbruik van samenwerkingsplatforms in één operatie. ClickFix-campagnes, waarbij gebruikers worden misleid om zelf schadelijke acties uit te voeren, namen met ongeveer 500% toe.

Cyberoperaties vormen daarnaast een vast onderdeel van geopolitieke conflicten. In 2025 werden digitale campagnes structureel ingezet ter ondersteuning van militaire en politieke doelstellingen. Doelwitten beperken zich niet tot overheden, maar omvatten ook civiele systemen, cloudomgevingen en essentiële infrastructuur. AI vergroot daarbij de schaal en snelheid van beïnvloedingsoperaties.

Volgens het rapport ligt een belangrijke structurele kwetsbaarheid in de complexiteit van hybride IT-omgevingen. De combinatie van cloud, on-premises systemen en edge-infrastructuur zorgt voor een versnipperd aanvalsoppervlak. Aanvallers gebruiken slecht beheerde edge-apparaten steeds vaker als eerste toegangspunt, verzamelen daar inloggegevens en bewegen zich vervolgens lateraal door netwerken voordat afwijkingen worden opgemerkt. De verschuiving naar geïntegreerde, geautomatiseerde aanvalscampagnes past binnen een bredere ontwikkeling waarin digitalisering en geopolitieke spanning elkaar versterken.