Commvault heeft zijn samenwerking met Google Cloud uitgebreid met nieuwe functies voor databescherming en herstel in cloud- en hybride omgevingen. De uitbreiding richt zich op het beter beveiligen van back-ups, het versnellen van herstelprocessen en het ondersteunen van compliance-eisen.

Volgens Commvault speelt de uitbreiding in op de groeiende verplaatsing van workloads naar de cloud en de toenemende aandacht voor cyberweerbaarheid. Organisaties krijgen te maken met complexere dreigingen, strengere regelgeving en kortere hersteltermijnen na incidenten. Binnen die context wil het bedrijf klanten meer mogelijkheden bieden om data veilig op te slaan en sneller te herstellen.

Een belangrijk onderdeel van de uitbreiding is Air Gap Protect, waarmee onveranderlijke back-ups kunnen worden opgeslagen in een geïsoleerde omgeving binnen Google Cloud. Deze constructie is bedoeld om back-ups beter te beschermen tegen ransomware en ongeautoriseerde toegang. Daarnaast introduceert Commvault een nieuwe archieflaag voor langdurige opslag en compliance-doeleinden.

Ook wordt de functionaliteit Cloud Rewind breder beschikbaar voor Google Cloud-gebruikers. Hiermee kunnen organisaties cloudapplicaties en bijbehorende data terugzetten naar een eerder moment, bijvoorbeeld na een aanval of configuratiefout. Daarbij wordt rekening gehouden met onderlinge afhankelijkheden tussen applicaties.

Verder breidt Commvault zijn eDiscovery-mogelijkheden voor Google Workspace uit. Gebruikers kunnen hiermee data uit back-ups doorzoeken en exporteren voor audits, juridische procedures en interne onderzoeken. De functionaliteit moet het terugvinden en verwerken van relevante gegevens vereenvoudigen.

De uitgebreide Air Gap Protect-functionaliteit is per direct beschikbaar. Cloud Rewind en de Google Workspace-bescherming worden aangeboden via de Google Cloud Marketplace. De nieuwe compliance-zoekfunctie bevindt zich momenteel in de testfase en wordt naar verwachting in de eerste helft van 2026 algemeen beschikbaar.

Met de uitbreiding willen Commvault en Google Cloud hun gezamenlijke aanbod voor databescherming en herstel in cloudomgevingen verder versterken.

Palo Alto Networks heeft een vernieuwde versie aangekondigd van zijn NextWave Partner Program. In het aangepaste programma verschuift de nadruk van productverkoop en volumeafspraken naar een bredere platformbenadering en dienstverlening.

Volgens het bedrijf sluit deze wijziging aan op de toenemende inzet van AI binnen beveiligingsoplossingen. Partners worden binnen het programma minder beoordeeld op basis van transactievolume en meer op technische kennis, gebruik van meerdere producten binnen het platform en het leveren van aanvullende diensten. Daarbij richt het programma zich op het combineren van netwerk-, cloud- en SOC-oplossingen binnen één omgeving.

Het vernieuwde programma bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste worden de bestaande rebate-structuren aangepast, met extra aandacht voor next-generation firewalls, bredere securityoplossingen en technische certificeringen. Daarnaast introduceert Palo Alto Networks verbeteringen in het verkoopproces, zoals aangepaste CPQ-functionaliteit en geautomatiseerde dealregistratie. Tot slot komt er een Partner Development Fund, waarmee partners kortingen kunnen inzetten voor onder meer marketingactiviteiten, trainingen en productontwikkeling.

Binnen NextWave zijn verschillende trajecten ingericht voor specifieke partnergroepen. Voor managed security service providers gelden vaste prijsmodellen met meerdere niveaus. Distributeurs krijgen aanvullende ondersteuning voor partnerbeheer en -ontwikkeling. Voor grote system integrators wordt later dit jaar een apart traject aangekondigd, gericht op internationale projecten en adviesdiensten. Voor partners die implementatie- en supportdiensten leveren, zijn aanvullende ondersteuningsmogelijkheden opgenomen.

Het vernieuwde NextWave-programma is per direct beschikbaar. Met deze aanpassing wil Palo Alto Networks het partnerprogramma beter laten aansluiten op de verschuiving naar geïntegreerde beveiligingsoplossingen en bredere dienstverlening.

Nederlandse organisaties worden steeds vaker getroffen door gerichte e-mailfraude, waarbij aanvallers gemiddeld 24 dagen onopgemerkt toegang houden tot mailboxen. Dat blijkt uit het Incident Response Report 2026 van Eye Security, gebaseerd op 630 cyberincidenten in de Benelux en Europa tussen 2023 en 2025.

Het rapport is gebaseerd op incidentrespons-data uit de praktijk en niet op meldingen of enquêtes. Volgens het bedrijf geeft dit een beeld van hoe aanvallen zich ontwikkelen en waarom ze lange tijd onzichtbaar blijven. E-mailfraude is het meest voorkomende aanvalstype. Meer dan 70 procent van de onderzochte incidenten betreft Business Email Compromise, waarbij criminelen misbruik maken van bestaande e-mailaccounts. In ruim 40 procent van de gevallen was één phishingmoment voldoende om toegang te krijgen.

Na toegang ondernemen aanvallers vaak geen directe actie. Ze lezen mee, analyseren betaalprocessen en passen communicatie geleidelijk aan. Financiële schade kan snel ontstaan, terwijl de aanwezigheid van de aanvaller wekenlang onopgemerkt blijft. Het rapport beschrijft dat aanvallen vooral draaien om misbruik van vertrouwen en dagelijkse werkprocessen, en minder om technische complexiteit.

Gebruikersaccounts en digitale identiteiten gelden volgens het onderzoek als het belangrijkste aanvalsvlak. Aanvallers doen zich voor als collega’s, leveranciers of managers en maken gebruik van bestaande vertrouwensrelaties. Multi-factor authentication biedt daarbij niet altijd voldoende bescherming. Sinds begin 2025 wist deze aanpak in 62 procent van de gevallen alsnog MFA te omzeilen, bijvoorbeeld doordat medewerkers onbewust een inlog bevestigden of doordat aanvallers al actief waren binnen een bestaande sessie.

Naast e-mailfraude blijft ransomware een belangrijk risico. De gemiddelde losgeldeis lag op 613.000 dollar, met uitschieters boven de miljoen. Deze aanvallen beginnen vaak met bekende zwakke plekken, zoals slecht beveiligde applicaties, onveilige remote toegang of phishing. Sectoren als industrie, bouw en logistiek worden relatief hard geraakt, omdat stilstand direct financiële gevolgen heeft.

Het rapport laat ook verschillen zien in detectietijd. Organisaties met continue monitoring en Managed Detection & Response ontdekten e-mailfraude gemiddeld binnen 24 minuten. Bij organisaties zonder actieve detectie bleef een aanval gemiddeld meer dan 24 dagen onopgemerkt. Volgens het onderzoek hangt de uiteindelijke impact sterk samen met de snelheid van detectie.

Cybercriminelen richten zich in toenemende mate op AI-agents om vertrouwelijke informatie uit organisatiesystemen los te krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van Check Point Software Technologies, gebaseerd op analyses van het in-house onderzoeksteam van Lakera, dat eind 2025 door Check Point werd overgenomen.

Volgens het onderzoek is sinds het vierde kwartaal van 2025 sprake van een duidelijke verschuiving in aanvalstactieken. Hackers maken daarbij gebruik van gerichte prompts om AI-agents te overtuigen gevoelige gegevens uit gekoppelde systemen vrij te geven en door te sturen. In het eerste deel van 2025 lag de focus nog vooral op het verkennen van het theoretische potentieel van AI-agents, later in het jaar volgde grootschalige inzet in productieomgevingen.

Steeds meer organisaties gebruiken AI-agents voor taken zoals het ophalen en analyseren van documenten, communicatie met externe API’s en het uitvoeren van geautomatiseerde processen. Door deze brede toegang tot systemen en data vormen AI-agents een aantrekkelijk doelwit voor aanvallers. In tegenstelling tot traditionele taalmodellen kunnen deze agents zelfstandig externe tools en databronnen benaderen, wat het risico op misbruik vergroot.

Misbruik via prompts en interne instructies

Naast gerichte gebruikersprompts richten aanvallers zich ook op zogenoemde systeemprompts. Dit zijn interne instructies die het gedrag van een AI-agent bepalen. Door deze te manipuleren of te omzeilen, kunnen aanvallers agents ertoe bewegen een andere rol aan te nemen en vertrouwelijke informatie vrij te geven.

Het onderzoek laat zien dat aanvallers steeds vaker sociale manipulatie combineren met technische kwetsbaarheden. Bestaande beveiligingsmaatregelen blijken daarbij regelmatig onvoldoende, omdat AI-omgevingen nog niet volledig zijn geïntegreerd in het bredere securitybeleid.

Oproep tot bredere beveiligingsaanpak

Volgens Check Point onderstrepen de bevindingen het belang van aanvullende maatregelen bij de inzet van AI-agents. Organisaties moeten onder meer duidelijke grenzen stellen aan wat agents mogen benaderen, contextbewuste beveiliging toepassen en beter inzicht krijgen in de besluitvorming van AI-systemen. Ook nauwere samenwerking tussen AI- en securityteams wordt genoemd als aandachtspunt.

Daarnaast wijst het rapport op de noodzaak om regelgeving en interne governance aan te passen aan de opkomst van autonome AI-toepassingen. AI-beveiliging moet worden geïntegreerd in het bredere cybersecuritybeleid, in plaats van als los technisch vraagstuk te worden benaderd.

Het onderzoek laat zien dat AI-agents steeds vaker onderdeel worden van kritieke bedrijfsprocessen, terwijl beveiligingsstrategieën nog in ontwikkeling zijn. Daarmee groeit het belang van structurele aandacht voor governance, monitoring en risicobeheersing rond autonome AI-systemen.

Bijna de helft van de Nederlandse bedrijven is onvoldoende bekend met geldende AI-wetgeving, terwijl het merendeel AI al in de organisatie gebruikt. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van IDC, uitgevoerd in opdracht van Deel.

Uit het onderzoek blijkt dat 47 procent van de Nederlandse organisaties niet op de hoogte is van lokale AI-regelgeving. Tegelijkertijd heeft 73 procent inmiddels AI geïmplementeerd in de bedrijfsvoering. Slechts tien procent geeft aan zeer goed bekend te zijn met wetgeving zoals de Europese AI Act. Het onderzoek is uitgevoerd onder 5.500 beslissers in 22 landen, waaronder tweehonderd respondenten in Nederland.

De kenniskloof valt op, omdat de adoptie van AI in Nederland relatief vergevorderd is. Van de organisaties die AI inzetten, bevindt 28 procent zich in een vroege fase, 43 procent in een intermediaire fase en 29 procent in een geavanceerd stadium.

Interne richtlijnen vaker aanwezig dan wettelijke kennis

Hoewel kennis van wet- en regelgeving beperkt is, beschikt een groot deel van de organisaties wel over interne richtlijnen voor AI-gebruik. In totaal heeft 71 procent beleid opgesteld. Bij 22 procent gaat het om formele, gehandhaafde regels, terwijl 49 procent werkt met informele richtlijnen. Nog eens 22 procent is bezig met de ontwikkeling van beleid. Slechts zeven procent heeft geen plannen op dit gebied.

De focus van deze interne richtlijnen ligt vooral op betrouwbaarheid en validatie van AI-systemen, dataprivacy en beveiliging, en copyright en contentcreatie. Minder aandacht is er voor transparantie richting externe partijen, structurele prestatie-evaluatie en monitoring, en toepassingen binnen werving en recruitment.

Praktische uitvoering blijft lastig

Ondanks de aanwezigheid van interne kaders ervaren veel organisaties problemen bij de dagelijkse inzet van AI. Beperkte betrokkenheid van medewerkers en budgetbeperkingen worden het vaakst genoemd als knelpunt. Daarnaast wijzen bedrijven op een tekort aan gespecialiseerde trainers en op de moeite die het kost om skillstekorten binnen de organisatie in kaart te brengen.

Volgens IDC vraagt verantwoord AI-gebruik om meer aandacht voor regelgeving. “Nederlandse bedrijven omarmen AI duidelijk, maar het inzicht in de geldende regelgeving moet zich in hetzelfde tempo ontwikkelen. De EU AI Act biedt een kader om op verantwoorde wijze te innoveren. Door interne richtlijnen te combineren met meer kennis van wet- en regelgeving kunnen organisaties het maximale uit AI halen, met behoud van compliance en vertrouwen.’

Het onderzoek laat zien dat veel Nederlandse bedrijven zich in een overgangsfase bevinden. AI is in toenemende mate onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering, terwijl kennis van wetgeving en governance nog achterblijft. Daarmee groeit het belang van structurele aandacht voor compliance, training en interne verankering van AI-beleid.

Uit nieuw onderzoek van de OESO en Cisco blijkt dat het gebruik van generative AI wereldwijd sterk verschilt per regio en leeftijdsgroep. Vooral in opkomende economieën wordt AI relatief intensief gebruikt, terwijl in veel Europese landen sprake is van meer terughoudendheid. Tegelijkertijd wijst het onderzoek op een verband tussen hoog schermgebruik en verminderd digitaal welzijn, met name onder jongeren.

De resultaten zijn verzameld via de Digital Well-being Hub, een gezamenlijk initiatief van Cisco en de OESO. Dit platform brengt data samen over digitalisering, technologiegebruik en welzijn, en onderzoekt hoe nieuwe technologieën het dagelijks leven beïnvloeden.

Volgens het onderzoek maken mensen onder de 35 jaar wereldwijd het meest gebruik van sociale media, digitale apparaten en generative AI. In landen als India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika ligt het AI-gebruik hoger dan in veel westerse economieën. Ook het vertrouwen in AI en de deelname aan AI-trainingen zijn daar relatief groot. In Europese landen is het gebruik gematigder en bestaat meer onzekerheid over de rol van AI.

In Nederland geeft 25 procent van de respondenten aan actief gebruik te maken van generative AI. Het gebruik van sociale media en online apparaten ligt hier lager dan in opkomende economieën en ongeveer op het Europees gemiddelde. Nederlanders rapporteren daarnaast relatief weinig recreatieve schermtijd in vergelijking met andere onderzochte landen.

Het onderzoek laat zien dat in opkomende economieën het recreatieve schermgebruik het hoogst is. Bijna de helft van de respondenten in deze landen geeft aan meer dan vijf uur per dag online te zijn. Een meerderheid van deze groep ervaart een negatieve invloed op het digitale welzijn, bijvoorbeeld in de vorm van stemmingswisselingen of verminderde levensvreugde.

Ook tussen generaties zijn duidelijke verschillen zichtbaar. Meer dan de helft van de ondervraagden onder de 35 jaar gebruikt AI actief en ziet de technologie als nuttig. Onder volwassenen boven de 45 jaar ligt het gebruik aanzienlijk lager en bestaat vaker onzekerheid over de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van AI. Bij oudere groepen lijkt deze terughoudendheid vooral samen te hangen met beperkte bekendheid met de technologie.

Volgens Cisco en de OESO laat het onderzoek zien dat AI-adoptie niet los kan worden gezien van digitale vaardigheden en welzijn. Beide organisaties wijzen erop dat technologische vooruitgang gepaard moet gaan met aandacht voor educatie, digitale geletterdheid en verantwoord gebruik.

Het onderzoek is uitgevoerd in veertien landen, waaronder Nederland, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, India en Zuid-Afrika. In totaal namen bijna 15.000 mensen deel aan de enquête. De data zijn begin 2025 verzameld door een onafhankelijk onderzoeksbureau volgens OESO-richtlijnen.

De bevindingen onderstrepen volgens de betrokken organisaties het belang van beleid en initiatieven die niet alleen gericht zijn op technologische adoptie, maar ook op het versterken van digitale vaardigheden en het bevorderen van duurzaam digitaal gebruik.

Westcon-Comstor heeft het programma Tech Insights gelanceerd voor channelpartners in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Met deze dienst kunnen partners de staat van IT-omgevingen bij klanten in kaart brengen, met aandacht voor beveiligingsbeleid en de inzet van AI-gerelateerde data.

Tech Insights is opgezet als een laagdrempelig assessmentprogramma waarmee partners inzicht krijgen in mogelijke risico’s en verbeterpunten. De beoordelingen richten zich onder meer op cloud-, identiteits-, applicatie- en databeveiliging. Op basis daarvan ontvangen klanten een overzicht van aandachtspunten en aanbevelingen die kunnen helpen bij het prioriteren van verbetermaatregelen.

Volgens Westcon-Comstor biedt het programma een momentopname van de beveiligings- en datavoorbereiding binnen organisaties, zonder dat bestaande omgevingen worden verstoord. De assessments worden ondersteund door experts en zijn bedoeld om multi-vendoroplossingen in praktijksituaties te toetsen.

Daarnaast zijn de beoordelingen afgestemd op bestaande richtlijnen en regelgeving, waaronder GDPR en NIS2. Daarmee wil Westcon-Comstor partners ondersteunen bij gesprekken over compliance en bijbehorende investeringen.

Tech Insights is bedoeld om een meer adviserende benadering van klanten te ondersteunen en kan dienen als uitgangspunt voor vervolgprojecten. Het programma sluit aan op bestaande initiatieven van de distributeur, zoals het 3D Lab-demoplatform, Intelligent Demand en de Tech Xpert-community.

“Met Tech Insights willen we partners ondersteunen bij het voeren van beter onderbouwde gesprekken met hun klanten over cyberbeveiliging, AI en cloud,” zegt Geert Busse, Solutions Architect Director EMEA Go-To-Market bij Westcon-Comstor. “Het programma biedt inzicht in bestaande IT-landschappen en kan helpen bij het bepalen van vervolgstappen.”

Partners kunnen via Westcon-Comstor een assessment aanvragen en het programma kosteloos inzetten binnen hun klanttrajecten.

HP heeft zijn Workforce Experience Platform (WXP) uitgebreid met nieuwe functies voor devicebeheer, printermanagement en inzicht in het gebruik van vergaderruimtes. Met de uitbreiding richt het bedrijf zich op IT-teams die hybride werkplekken en verspreide gebruikers ondersteunen.

Een belangrijk onderdeel van de update is de toevoeging van out-of-band remote access naast de bestaande in-band ondersteuning. Hiermee kunnen IT-beheerders apparaten op firmware- en BIOS-niveau beheren, ook wanneer het besturingssysteem niet meer functioneert. De functionaliteit is beschikbaar voor systemen die geschikt zijn voor Intel vPro Enterprise.

Met de combinatie van in-band en out-of-band beheer kunnen apparaten op afstand worden geanalyseerd en hersteld zonder fysieke interventie. Volgens HP kan dit bijdragen aan kortere hersteltijden en minder verstoring voor eindgebruikers. Out-of-band remote access wordt in 2026 beschikbaar als losse licentie of als onderdeel van een WXP Fleet Management-abonnement. In-band remote access is momenteel beschikbaar in bèta voor Pro- en Elite-abonnementen.

Centraal beheer van printers

Naast devicebeheer is ook het printerbeheer geïntegreerd in het platform. IT-teams kunnen voortaan multi-vendor printers monitoren via hetzelfde dashboard als pc’s en audiovisuele apparatuur. Voor HP FutureSmart 5 enterprise printers is het mogelijk om instellingen en beveiliging centraal te beheren.

Door printerbeheer op te nemen in WXP wil HP het aantal beheertools binnen organisaties beperken en een overzichtelijker beheer van werkplekapparatuur mogelijk maken. De bijbehorende printmanagement-abonnementen worden naar verwachting eind 2026 in de Benelux beschikbaar.

Inzicht in gebruik van vergaderruimtes

Met WXP Collaboration Technology Insights introduceert HP nieuwe analysemogelijkheden voor vergaderruimtes en aangesloten apparatuur. IT-teams krijgen hiermee inzicht in prestaties, storingen en gebruikspatronen van audio-, video- en netwerkcomponenten.

Daarnaast is Collaboration Space Insights toegevoegd, waarmee organisaties het gebruik van vergaderruimtes kunnen analyseren op basis van bezettingsgegevens, technologiegebruik en ruimteplanning. Deze informatie kan worden gebruikt bij beslissingen over inrichting, capaciteit en investeringen in werkplektechnologie. De functionaliteit komt op korte termijn beschikbaar in de Benelux.

Aangepaste meldingen voor IT-beheer

Verder is WXP uitgebreid met Custom Alerts, waarmee beheerders zelf meldregels kunnen instellen voor individuele apparaten of complete omgevingen. Op basis hiervan kunnen automatische waarschuwingen worden gegenereerd bij prestatieproblemen of storingen.

De meldingen kunnen worden doorgestuurd via het platform, e-mail of Microsoft Teams. Ook is het mogelijk om drempelwaarden en herstelperiodes in te stellen, zodat meldingen automatisch worden afgesloten wanneer problemen zijn verholpen. Custom Alerts worden binnenkort in de Benelux uitgerold.

Met de uitbreiding breidt HP de functionaliteit van het Workforce Experience Platform verder uit voor organisaties die hybride werkplekken centraal willen beheren en monitoren.

Odido heeft een nieuwe variant van zijn dienst 5G Internet voor Bedrijven geïntroduceerd onder de naam 5G Internet Pro. De nieuwe uitvoering maakt gebruik van een buitenmodem om de ontvangst te verbeteren en is bedoeld voor bedrijven met hogere eisen aan capaciteit en stabiliteit.

Met de buitenmodem wordt het 5G-signaal direct van buiten naar binnen geleid, wat volgens Odido moet zorgen voor een betere dekking, met name in goed geïsoleerde panden. De Pro-variant ondersteunt maximaal twintig apparaten en biedt downloadsnelheden tot 500 Mbit/s en uploadsnelheden tot 50 Mbit/s. 5G Internet voor Bedrijven werd in april 2025 gelanceerd als alternatief voor vaste verbindingen zoals glasvezel en DSL. De nieuwe Pro-variant is bedoeld voor intensiever gebruik en kan onder meer worden ingezet als primaire verbinding of als back-up.

Volgens Odido Business sluit de uitbreiding aan op de vraag van zakelijke klanten die op locaties werken waar vaste infrastructuur beperkt beschikbaar is. Pre-orders voor 5G Internet Pro zijn inmiddels mogelijk. De buitenmodem en bijbehorende apparatuur worden op locatie geïnstalleerd.

Voys heeft zijn partner Verbonden overgenomen. Per 1 januari 2026 zijn alle aandelen van Verbonden overgedragen aan Voys Group.

De twee bedrijven werkten al langere tijd samen, waarbij Verbonden als whitelabelpartner de communicatieoplossingen van Voys aanbood onder eigen naam. Met de overname komt het bedrijf volledig in handen van Voys. Volgens beide partijen verandert er voor klanten weinig. Verbonden blijft als merk bestaan en de bestaande diensten en contactpersonen blijven gehandhaafd. In 2020 nam Voys eerder al een andere whitelabelpartner over, Eigennummer.nl. Over financiële details van de overname zijn geen mededelingen gedaan.