Fortinet en Crime Stoppers International introduceren het Cybercrime Bounty-programma. Het initiatief moet anonieme meldingen van digitale misdrijven bevorderen en samenwerking tussen publieke en private partijen versterken.

Fortinet en Crime Stoppers International gaan een wereldwijd partnerschap aan om meldprocessen voor cybercriminaliteit te verbeteren. CSI stelt zijn anonieme meldingsomgeving beschikbaar zodat burgers en ethische hackers informatie over digitale dreigingen kunnen delen. Volgens de organisaties biedt dit een kanaal om veilig en zonder identificatie vermoedelijke cyberactiviteiten te melden. Fortinet levert expertise op het gebied van dreigingsinformatie en analyseert en valideert binnenkomende meldingen. Waar nodig worden deze doorgestuurd naar opsporingsdiensten voor onderzoek en vervolging.

Het Cybercrime Bounty-programma is het eerste gezamenlijke resultaat van de samenwerking. Het initiatief richt zich op digitale misstanden en op vormen van geconvergeerde criminaliteit waarbij cyberaanvallen en traditionele misdrijven samenkomen. Het programma moet bijdragen aan een bredere aanpak waarbij informatie sneller wordt gedeeld en reacties beter op elkaar aansluiten.

Volgens beide partijen versterkt de aanpak de betrokkenheid van gemeenschappen en sectoren die met cyberdreigingen te maken hebben. Door meldingen via één beveiligd kanaal te verzamelen willen zij inzichten uit uiteenlopende regio’s en sectoren bundelen. Dit moet leiden tot een meer gecoördineerde respons op activiteiten van georganiseerde groepen. De organisaties melden dat schaalbaarheid een belangrijk doel is, omdat cyberdreigingen vaak landsgrenzen overstijgen en snelle afstemming vereisen.

Fortinet geeft aan dat de aanpak aansluit bij zijn werkzaamheden op het gebied van dreigingsinformatie. Het bedrijf wil via het programma bijdragen aan het verstoren van digitale criminele ketens. Daarbij hoort volgens Fortinet ook het afschrikken van jongeren die overwegen de stap naar cybercriminaliteit te zetten.

Het partnerschap moet leiden tot een langdurige samenwerking waarbij meldingen sneller kunnen worden vertaald naar acties van opsporingsdiensten. De organisaties verwachten dat het nieuwe programma bijdraagt aan verdere professionalisering van de internationale bestrijding van cybercriminaliteit.

Meta description:

IBM-oplossingen zijn nu via Copaco toegankelijk op de AWS Marketplace. Partners kunnen deze technologie hierdoor direct aanschaffen en inzetten binnen hun AWS-omgeving.

De AWS Marketplace is een digitaal platform van Amazon Web Services waar software kan worden aangeschaft en gebruikt binnen bestaande cloudomgevingen. In het persbericht staat dat de samenwerking met Copaco aansluit op de toename van digitale distributie binnen de sector. Partners maken volgens het document vaker gebruik van cloudplatforms voor het inkopen en inzetten van software.

In het bericht geeft Copaco aan dat de beschikbaarheid van IBM-oplossingen via de AWS Marketplace bedoeld is om de toegang tot IBM-technologie te vereenvoudigen. Het bedrijf meldt dat partners en hun klanten begeleiding kunnen krijgen bij onboarding, advies en implementatie. Daarbij kunnen aanvullende diensten worden ingezet om het gebruik binnen AWS op te starten.

Volgens Copaco vormt deze stap onderdeel van een bredere ontwikkeling waarbij het bedrijf meerdere cloudoplossingen en diensten van verschillende leveranciers via de AWS Marketplace wil aanbieden. Daarmee richt Copaco zich op uitbreiding van het aanbod richting diverse markten en segmenten.

IBM wordt in het document omschreven als een wereldwijd technologiebedrijf dat actief is op het gebied van AI, cloud, data-analyse, beveiliging en quantum computing. Copaco wordt gepositioneerd als distributeur van IT-producten en -diensten met een portfolio dat varieert van hardware en software tot cloudoplossingen en logistieke dienstverlening. De rol van beide organisaties wordt in het persbericht feitelijk weergegeven, zonder verdere claims.

De beschikbaarheid van IBM-oplossingen via de AWS Marketplace vormt volgens het bericht een uitbreiding van het cloudgerichte aanbod van Copaco.

ESET heeft de Cloud Scanner & Cleaner beschikbaar gemaakt via de Amazon Web Services (AWS) Marketplace. De dienst richt zich op organisaties die dagelijks grote hoeveelheden bestanden verwerken en deze willen controleren voordat ze de interne infrastructuur bereiken.

De introductie speelt in op de toename van file-borne malware, waarbij schadelijke code wordt verborgen in reguliere bestanden, zoals documenten met macro’s of afbeeldingen. De Cloud Scanner draait volledig binnen de AWS-omgeving en moet bestanden analyseren zonder dat organisaties extra rekenkracht of opslag hoeven te reserveren.

Volgens ESET is de dienst ontworpen om op de achtergrond ongewenste software uit bestandsverkeer te filteren. De oplossing wordt gepositioneerd voor zowel bedrijfsomgevingen als publieke instanties.

Met deze stap vergroot ESET zijn aanwezigheid in de cloudmarkt. Het bedrijf verwijst daarbij naar eerdere samenwerkingen, waaronder de App Defense Alliance van Google, waarin het bijdraagt aan de beveiliging van apps in de Play Store.

Datacenters die AI-workloads draaien, nemen inmiddels ongeveer één procent van het wereldwijde elektriciteitsverbruik voor hun rekening. Veel aandacht gaat uit naar efficiëntere koeling, maar het gebruik van bekabeling blijft onderschat, zegt Dick Philips, Sales Director Data Centre Solutions NW Europe bij CommScope.

Volgens recente schattingen kan de AI-industrie al in 2027 evenveel elektriciteit verbruiken als heel Nederland, tussen de 85 en 134 terawattuur per jaar. Intussen is duidelijk dat veel van de uitdagingen rondom AI-infrastructuur terug te voeren zijn op één fundament dat vaak wordt onderschat. “De aandacht gaat snel naar GPU’s en koeling, maar zonder de juiste bekabeling kun je geen betrouwbare of schaalbare AI-omgeving bouwen,” zegt Dick Philips. “Bekabeling is het onderdeel dat zorgt dat alles daadwerkelijk met elkaar kan praten.”

Dick Philips

Energiehonger waar geen rem op lijkt te zitten

De waarschuwingen vanuit het International Energy Agency sluiten nauw aan bij wat operators zien in hun dagelijkse praktijk. Grote techbedrijven proberen hun duurzaamheidsdoelen overeind te houden, maar worstelen met de impact van nieuwe AI-datacenters. Microsoft zag zijn emissies sinds 2020 bijna dertig procent stijgen, ondanks plannen om CO₂-negatief te worden. Philips herkent die dynamiek. “Organisaties onderschatten soms hoe heftig die energievraag oploopt zodra AI-clusters in productie gaan. Dat vraagt om andere keuzes dan bij traditionele compute.”

De druk op datacenters groeit bovendien door de eisen die AI stelt aan latency en bandbreedte. “Je praat niet over een paar servers die met elkaar communiceren,” legt Philips uit. “AI-modellen worden getraind met duizenden GPU’s die constant informatie uitwisselen. Hoe beter en sneller die verbindingen, hoe hoger de performance en hoe lager de verspilling.”

GPU-clusters dwingen tot nieuwe ontwerpkeuzes

De opbouw van een AI-cluster wijkt behoorlijk af van een klassiek datacenter. GPU-racks verbruiken regelmatig meer dan 40 kW per rack, soms zelfs meer. Daardoor kunnen operators minder servers per rack kwijt en moeten clusters vaak fysiek worden uitgesmeerd over grotere afstanden. Dat maakt de uitdaging rond latency groter dan ooit.

“Onderzoek laat zien dat tot dertig procent van de trainingstijd verloren kan gaan door latency op het netwerk,” vertelt Philips. “Idealiter plaats je GPU’s binnen honderd meter van elkaar. In bestaande datacenters is dat lastig, zeker nu AI-racks fysiek groter en heter zijn.”

Die combinatie, hogere vermogens en grotere fysieke spreiding, zorgt voor een forse toename van inter-rack-bekabeling. Het aantal vezels stijgt, de kabelgoten lopen voller en traditionele oplossingen lopen tegen hun grenzen aan. Operators schakelen daardoor versneld over op 400G- en 800G-verbindingen, omdat koperverbindingen zoals DAC’s, AEC’s en ACC’s simpelweg niet meer volstaan voor de benodigde bandbreedte.

“Er komt veel meer verkeer door die infrastructuur heen”, zegt Philips. “Daarnaast moet elke server worden verbonden met meerdere netwerken: de switch fabric, storage en beheer. Je ziet dat het aantal verbindingen per rack explosief groeit.”

Ruimtegebrek in goten en racks

Datacenters worstelen al jaren met beperkte ruimte in kabelgoten. De opkomst van AI verergert dit. “Zwaardere AI-clusters leiden tot zwaardere bekabeling en meer verbindingen, wat een uitdaging vormt voor het ontwerp en beheer van de fysieke omgeving.” Philips ziet daar een duidelijke ontwikkeling: “Je kunt niet blijven stapelen. Op een gegeven moment zit een goot gewoon vol.”

Rollable ribbon fiber blijkt in die context een van de oplossingen die terrein wint. Deze technologie maakt het mogelijk om duizenden vezels als compacte bundels te organiseren en efficiënt te verwerken. “Met rollable ribbon kun je zes bundels van 3.456 glasvezels kwijt in één vier-inch goot. Dat is een enorm verschil met traditionele fiberoplossingen. Je benut de beschikbare ruimte beter en de installatie gaat sneller, omdat de vezels eenvoudig te hanteren en te splicen zijn.”

Voor datacenters die geen extra ruimte meer kunnen creëren, levert dat een directe besparing op. “Elke centimeter die je wint, kun je weer inzetten voor groei van je AI-omgeving,” zegt Philips.

Optische technologie strategische keuze

Naast bekabeling speelt de optische laag een belangrijke rol in de prestaties van AI-clusters. Operators staan daarbij voor keuzes die directe impact hebben op kosten én energieverbruik. Vooral bij korte verbindingen is de prijs van transceivers bepalend, niet de vezel zelf. Parallelle vezeltransceivers bieden in dat soort scenario’s voordelen omdat ze geen optische multiplexers of demultiplexers nodig hebben.

“Parallel optics zijn efficiënt, eenvoudig en stabiel,” legt Philips uit. “Je haalt de complexiteit eruit. Dat scheelt niet alleen in kosten maar ook in warmte en energieverbruik.” Daarmee wordt de keuze voor transceivers een strategische beslissing, zeker in een markt waar elke watt telt.

De verschuiving naar AI verandert de ontwerpeisen van datacenters structureel. Operators moeten ontwerpen voor schaalbaarheid, hitte, bandbreedte en energie-efficiëntie tegelijk. Volgens Philips vormt slimme bekabeling de basis van dat nieuwe evenwicht. “AI-workloads vergen veel van de infrastructuur. Een goed ontworpen bekabelingsarchitectuur kan het verschil maken tussen een cluster dat efficiënt draait en een cluster dat onnodig veel energie verbruikt.”

CommScope werkt aan oplossingen die datacenters moeten helpen toekomstbestendig te blijven. Philips benadrukt dat het daarbij niet gaat om enkel hogere capaciteit, maar vooral om efficiëntie en beheersbaarheid. “Je wilt voorkomen dat groei in AI-capaciteit automatisch leidt tot disproportioneel hogere energiekosten. Met de juiste optische oplossingen, slimme structuren en schaalbare fibertechnologie kun je die balans bewaken.”

Philips ziet de rol van bekabeling daarin alleen maar groter worden. “De industrie beweegt snel. Als je nu bouwt op het oude paradigma, loop je binnen een jaar al achter. Een toekomstgerichte bekabelingsarchitectuur geeft operators juist vrijheid, flexibiliteit en energie-efficiëntie.”

Cloudflare neemt Replicate over om ontwikkelaars sneller toegang te geven tot een grote catalogus van AI-modellen. De bedrijven willen het bouwen en draaien van toepassingen vereenvoudigen door modelimplementatie via Cloudflare Workers mogelijk te maken.

Cloudflare meldt dat het Replicate overneemt. Replicate biedt een platform waarmee ontwikkelaars AI-modellen kunnen uitvoeren zonder dat zij zelf complexe infrastructuur hoeven te beheren. Volgens Cloudflare sluit de technologie van Replicate aan op de ambitie om Workers uit te bouwen tot een omgeving voor schaalbare toepassingen. Het bedrijf geeft aan dat ontwikkelaars met weinig code toegang kunnen krijgen tot uiteenlopende modellen.

Replicate heeft een catalogus opgebouwd met meer dan 50.000 AI-modellen die geschikt zijn voor productie. Cloudflare stelt dat deze modellen beschikbaar komen voor gebruikers van Workers AI. Het bedrijf wil hiermee de drempel verlagen voor het bouwen van serverloze toepassingen waarin modellen kunnen worden gecombineerd of aangepast.

De overname brengt daarnaast de expertise van het team van Replicate naar Cloudflare. Het bedrijf geeft aan dat dit team ervaring heeft met het ontwikkelen van producten en community’s voor ontwikkelaars. Cloudflare verwacht dat deze kennis wordt ingezet voor het uitbreiden van de inferentie- en containerroadmaps van Workers AI.

De afronding van de overname wordt binnen twee maanden verwacht en is afhankelijk van de gebruikelijke voorwaarden.

ESET meldt dat de aan China gelieerde groep PlushDaemon een nieuwe techniek inzet om netwerkapparaten te besmetten. De groep gebruikt het implantaat EdgeStepper om updateverkeer om te leiden en zo spionagesoftware te installeren.

ESET-onderzoekers beschrijven een methode waarbij PlushDaemon netwerkapparaten zoals routers binnendringt. De groep gebruikt hiervoor vermoedelijk kwetsbaarheden in apparatuur of standaardwachtwoorden. Na toegang installeren de aanvallers het implantaat EdgeStepper, dat dns-verkeer manipuleert. De malware stuurt verzoeken voor software-updates door naar een kwaadaardige server die bepaalt of een opgevraagd domein hoort bij updateprocessen. Als dat zo is, wordt het verkeer omgeleid naar een vervangende server van de aanvallers. Daar wordt de legitieme update vervangen door schadelijke software.

Volgens ESET zijn meerdere populaire Chinese softwarepakketten op deze manier misbruikt. PlushDaemon maakt daarbij gebruik van de downloaders LittleDaemon en DaemonicLogistics, die uiteindelijk de backdoor SlowStepper op Windows-systemen installeren. SlowStepper bestaat uit tientallen componenten en functioneert als toegangspunt voor spionageactiviteiten. Door deze werkwijze kan de groep langdurige toegang krijgen tot netwerken van slachtoffers.

De groep is volgens ESET actief sinds 2018 en heeft sinds 2019 aanvallen uitgevoerd in onder andere de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Cambodja, Hongkong en Taiwan. Ook in China zelf zijn incidenten vastgesteld. Slachtoffers waren onder meer een universiteit in Beijing, een Taiwanese elektronicafabrikant, een bedrijf in de auto-industrie en een Japanse producent.

ESET plaatst de nieuwe campagne in een breder patroon. PlushDaemon staat bekend om het gebruik van eigen tools en verkreeg eerder toegang via kwetsbaarheden in webservers. In 2023 kwam daar een supply-chain-aanval bij. Het nu beschreven misbruik van updateverkeer laat volgens het bedrijf zien dat de groep haar methoden uitbreidt met mechanismen die gericht zijn op langdurige en gerichte spionage.

Digital Realty heeft in Amsterdam het datacenter AMS11 geopend. De faciliteit vergroot de capaciteit van het bedrijf in Nederland en is ingericht voor hoge duurzaamheidseisen en toepassingen die veel rekenkracht vragen.

Digital Realty meldt dat AMS11 onderdeel is van het wereldwijde PlatformDIGITAL. Het datacenter biedt ongeveer 27MW aan IT-capaciteit op een vloeroppervlak van 12.000 vierkante meter. Het is de twaalfde locatie van het bedrijf in Nederland, waarmee de totale capaciteit in het land volgens Digital Realty uitkomt op circa 159MW.

Volgens het bedrijf sluit de nieuwe faciliteit aan op een toenemende vraag naar datacenterruimte voor zware rekenprocessen. Klanten krijgen toegang tot meer dan 280 serviceproviders en directe koppelingen met NL-ix. Digital Realty verwacht dat de combinatie van schaalbaarheid en connectiviteit een breed spectrum aan toepassingen ondersteunt.

Het bedrijf geeft aan dat AMS11 volledig op duurzame energie draait, in lijn met de andere locaties in Europa. Meer dan 120 Europese datacenters van Digital Realty worden uitsluitend gevoed met groene stroom. Wereldwijd heeft het bedrijf ruim 1,7GW aan hernieuwbare energie gecontracteerd. Daarmee benadrukt Digital Realty dat het inzet op energie-efficiëntie binnen zijn portfolio.

De bouw van AMS11 vindt gefaseerd plaats. De eerste twee fasen zijn gereed en operationeel. De resterende fasen worden in 2026 opgeleverd. In totaal is bijna 1.000.000 uur aan arbeid in het project gestoken.

SLTN, één van de grootste IT-powerhouses van Nederland, en ESET, Europa’s grootste onafhankelijke cybersecurityleverancier, kondigen vandaag een strategische alliantie aan. Samen gaan zij complexe en soevereine cybersecurity-oplossingen leveren voor Defensie, overheid en corporate organisaties die de hoogste eisen stellen aan digitale veiligheid.

De samenwerking richt zich op unieke, high-end projecten waarin standaardoplossingen tekortschieten. Denk aan airgapped security-oplossingen, embedded security in kritieke systemen en maatwerk consultingdiensten voor organisaties die opereren in de meest gevoelige en gereguleerde omgevingen.

Unieke combinatie van schaal en specialisatie
Met meer dan 700 hoogopgeleide IT-professionals en een omzet van ruim 307 miljoen euro heeft SLTN de schaal en expertise om complexe IT-landschappen te integreren en beheren. In deze alliantie treedt SLTN op als security integrator, waarbij de certificeringen, ervaring en consultingcapaciteit van het bedrijf worden gecombineerd met de toonaangevende technologie en threat intelligence van ESET.

“SLTN heeft bij uitstek de schaal en ervaring om de meest complexe uitdagingen op te lossen,” zegt Eugene Tuijnman, CEO van SLTN. “Maar we zien het ook als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de digitale weerbaarheid van Nederland. Door samen te werken met ESET kunnen we organisaties die onder de zwaarste digitale druk staan voorzien van oplossingen die écht future-proof zijn.”

Lokale kracht, wereldwijde impact

Voor ESET is de samenwerking een logische stap om de Europese en Nederlandse markt te versterken. “Deze tijd vraagt om allianties, juist op lokaal niveau,” zegt Dave Maasland, CEO van ESET Nederland. “De vraag naar soevereine en specialistische cybersecurity-oplossingen groeit enorm. Samen met SLTN kunnen we 7-sterren cybersecurity-dienstverlening bieden: technologie, consultancy en integratie op het allerhoogste niveau. Dit partnerschap maakt het mogelijk om niet alleen complexe projecten te winnen, maar ze ook succesvol uit te voeren.”

Arctic Wolf voegt de gedragsdetectietechnologie van Abnormal AI toe aan het Aurora-platform. De integratie moet de signalering en aanpak van e-maildreigingen binnen de mdr-dienst van het bedrijf verder stroomlijnen.

Arctic Wolf integreert de technologie van Abnormal AI in het eigen Aurora-platform. De koppeling brengt gedragsgegevens uit Microsoft 365 en Google Workspace rechtstreeks naar de detectie- en responseprocessen van Arctic Wolf. Het bedrijf meldt dat hiermee meer inzicht ontstaat in activiteiten die kunnen wijzen op Business Email Compromise, phishing, malware of misbruik van accounts. Gebruikers krijgen één overzicht van e-maildreigingen en kunnen vanuit dezelfde omgeving acties uitvoeren zoals het isoleren van verdachte berichten.

Volgens gegevens uit het Arctic Wolf Threat Report 2025 hield meer dan een kwart van de onderzochte incidenten verband met Business Email Compromise. Phishing was verantwoordelijk voor bijna 73 procent van deze gevallen. De leverancier stelt dat aanvallers gedragspatronen benutten om beveiliging te omzeilen en dat de integratie helpt om afwijkingen sneller te herkennen.

Arctic Wolf wil met de uitbreiding de responsmogelijkheden binnen het eigen soc versterken. De toevoeging van gedragsinformatie moet leiden tot snellere analyse en een meer samenhangende workflow voor dreigingsonderzoek en herstel. Voor gezamenlijke klanten van beide bedrijven betekent de integratie dat e-maildreigingen binnen dezelfde operationele omgeving kunnen worden gedetecteerd en afgehandeld.

De aankondiging past binnen ontwikkelingen waarbij leveranciers meer nadruk leggen op gedragssignalen om e-mailaanvallen in een vroeg stadium te identificeren.

Het Ministerie van Economische Zaken heeft in de tweede ronde van de regeling Faciliteiten voor Toegepast Onderzoek (FTO) 105 miljoen euro toegekend aan elf Nederlandse onderzoeksprojecten. Het geld is bestemd voor nieuwe faciliteiten en infrastructuur op het gebied van luchtvaart, klimaatonderzoek, biodiversiteit en technologische vernieuwing.

De investering brengt het totaalbedrag dat via de FTO-regeling sinds 2024 is toegekend op 395 miljoen euro. De projecten worden uitgevoerd door Nederlandse Toegepaste Onderzoeksorganisaties en Rijkskennisinstellingen. Een deel van het budget gaat naar vernieuwing en uitbreiding van test- en laboratoriumomgevingen. Bij het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) gaat het onder meer om een nieuwe windtunnel, een onderzoeksvliegtuig en een grotere dronefaciliteit.

Deltares ontvangt middelen voor de upgrade van water- en klimaatgerelateerde onderzoeksbassins en laboratoria, waar ook AI-modellen worden ingezet voor het analyseren van weer en waterveiligheid. Naturalis werkt aan het automatiseren van biodiversiteitsmonitoring met behulp van AI.

Andere projecten zijn gericht op voedselonderzoek en circulaire processen bij Wageningen University & Research, een centrale monsterbank bij het RIVM en het verbeteren van de toegankelijkheid van erfgoeddata bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. MARIN en Deltares krijgen daarnaast afzonderlijke steun voor nieuwe faciliteiten op het gebied van maritiem onderzoek.

De projecten bestrijken een mix van veiligheid, duurzaamheid en technologische ontwikkeling. De FTO-regeling is bedoeld om onderzoeksinstellingen toegang te bieden tot faciliteiten die nodig zijn voor toegepast onderzoek met een nationale of maatschappelijke functie.