WatchGuard Technologies is in het nieuwste GigaOm Radar Report for Endpoint Detection and Response (EDR) benoemd tot zowel Leader als Outperformer.

Het jaarlijkse rapport beoordeelt leveranciers op innovatiekracht, uitvoeringsvermogen en gebruiksmodellen, en helpt IT- en securityleiders bij het kiezen van de juiste oplossing. Volgens GigaOm onderscheidt WatchGuard zich door ‘de levering van een breed scala aan innovatieve features, een consistent releasebeleid en de uitvoering van een ambitieuze roadmap’.

AI-gedreven bescherming en Zero Trust
In het rapport prijst GigaOm met name WatchGuards sterke positie binnen het Innovation/Platform Play-kwadrant. De Advanced EPDR-oplossing van het bedrijf combineert AI-gedreven detectie, zero-trusthandhaving en supplychain-risicobeperking via XDR-integratie. Ook noemt het rapport de nieuwe GenAI Telemetry Assistant als onderscheidende innovatie. Deze assistent gebruikt natuurlijke taal voor het versnellen van analyses over dreigingen.

Dankzij deze technologieën kunnen organisaties onbekende malware stoppen voordat die wordt uitgevoerd, het aanvalsoppervlak verkleinen met uniforme policies en incidenten sneller onderzoeken via intelligente correlatie van signalen.

Eén incident, één overzicht
Het incidentgerichte model van WatchGuard bundelt alle meldingen in één duidelijk overzicht, dat is gekoppeld aan het MITRE ATT&CK-framework. AI-algoritmes filteren ruis uit talloze alerts. Op die manier kunnen analisten zich richten op één incident in plaats van honderden losse meldingen. Dat verhoogt de efficiëntie en versnelt de respons bij dreigingen.

“Onze klanten weten dat ze profiteren van geavanceerde endpointbeveiliging dankzij functies zoals onze Zero-Trust Application Service”, zegt Andrew Young, Chief Product Officer bij WatchGuard Technologies. “We willen security vereenvoudigen en tegelijkertijd de krachtigste, meest geïntegreerde bescherming in de markt bieden. Dat we nu zowel als Leader als Outperformer zijn aangemerkt, bevestigt dat.”

Steeds meer Nederlandse gemeenten maken gebruik van AI, maar doen dat vaak zonder duidelijke kaders. Uit onderzoek van Uniserver, uitgevoerd door Motivaction, blijkt dat ruim de helft (55%) van de gemeentelijke medewerkers AI-tools gebruikt op eigen initiatief, zonder formele richtlijnen of training. Tegelijk vreest 90% van de gemeenten voor datalekken of onvoldoende dataveiligheid.

De adoptie van AI binnen gemeenten verloopt in veel gevallen informeel. Slechts 55% van de gemeenten heeft een beleid opgesteld voor het gebruik van AI, en evenveel bieden hun medewerkers opleidingen of trainingen aan. Dat betekent dat een groot deel van de ambtenaren AI inzet zonder duidelijke ondersteuning vanuit hun organisatie.

Het gebruik van AI binnen gemeenten groeit sneller dan het beleid dat dit moet reguleren. Veel toepassingen ontstaan bottom-up: medewerkers experimenteren zelf met nieuwe tools, wat innovatie stimuleert maar ook risico’s met zich meebrengt. Vooral wanneer burgerdata terechtkomt in systemen die buiten de controle van de organisatie vallen, kan dat leiden tot veiligheidsproblemen.

Onzekerheid over data en wetgeving

De zorgen over datagebruik zijn groot. Negen op de tien IT-beslissers bij gemeenten en semi-overheden vrezen datalekken of gebrekkige dataveiligheid. Daarnaast zegt 63% geen goed zicht te hebben op hoe AI-tools omgaan met gegevens van burgers of organisaties. Ook de naleving van wet- en regelgeving is een punt van twijfel: 81% weet niet zeker of het huidige AI-gebruik voldoet aan de eisen van onder meer de aankomende EU AI Act.

Toch is er volgens het onderzoek een duidelijke wil om de situatie te verbeteren. Zes op de tien IT-beslissers vinden dat eerst grip op data en wetgeving nodig is voordat AI breder wordt uitgerold. 53% onderzoekt actief wat de EU AI Act betekent voor hun organisatie en 64% wil het beleid actualiseren aan de hand van de richtlijnen die in 2026 gaan gelden. Bovendien laat 60% bestaande AI-systemen al auditen op risico’s en mogelijke vooroordelen.

Google maakt het voor studenten van achttien jaar en ouder mogelijk om een jaar lang zonder kosten gebruik te maken van het AI Pro-abonnement. De aanbieding geldt tot 9 december 2025 en geeft toegang tot extra functies binnen Gemini, de AI-assistent van het bedrijf, evenals 2 TB opslagruimte in Google Drive, Gmail en Foto’s.

Met AI Pro krijgen studenten twaalf maanden toegang tot Gemini 2.5 Pro, dat beschikt over een uitgebreid contextvenster van één miljoen tokens. Hiermee kunnen grotere teksten of projecten in één keer worden verwerkt. Deep Research, een functie binnen Gemini, kan informatie verzamelen uit online bronnen en de resultaten rechtstreeks naar Google Documenten overzetten.

Het abonnement bevat ook multimediatoepassingen. Met Veo 3, de videomodule van Google, kunnen korte video’s op basis van tekst worden gegenereerd. Flow is bedoeld voor langere videoprojecten, zoals scènes of verhaallijnen. NotebookLM maakt het mogelijk om notities te structureren of samenvattingen in audio- of podcastvorm te genereren. Studenten met een AI Pro-account krijgen toegang tot meer notitieboeken en bronnen per project dan in de standaardversie.

AI Pro is geïntegreerd in bestaande Google-diensten zoals Gmail, Documenten en Spreadsheets, waardoor gebruikers in hun vertrouwde werkomgeving AI kunnen toepassen bij het schrijven, ordenen en verbeteren van teksten. Guided Learning binnen Gemini kan daarbij stap voor stap uitleg geven, bijvoorbeeld bij wiskundige of analytische opdrachten.

De Nederlandse markt voor onderwijstechnologie (EdTech) is de afgelopen jaren sterk gegroeid, maar dreigt tegen grenzen aan te lopen. Volgens een nieuw rapport van Stichting Dutch EdTech is de sectorwaarde gestegen van circa 400 miljoen dollar in 2020 naar 1,85 miljard dollar in 2025. Toch blijft brede toepassing van digitale leertechnologie in het formele onderwijs achter door structurele barrières in beleid, aanbestedingen en cultuur.

Bestuurslid Ewoud de Kok stelt dat bewezen technologieën onvoldoende worden opgeschaald. “De technologie is er, en de urgentie is groter dan ooit. Maar het huidige systeem – van wet- en regelgeving tot financiering en aanbestedingsstructuren – remt opschaling af.” Volgens Dutch EdTech zorgt dat ervoor dat veel innovaties beperkt blijven tot pilots, terwijl ze juist kunnen bijdragen aan het oplossen van personeelstekorten en het versterken van de kenniseconomie.

Nog geen scale-ups

Het rapport laat zien dat de Nederlandse EdTech-sector inmiddels 475 bedrijven telt, goed voor circa 13.000 banen in 2025, een groei van 18 procent ten opzichte van 2023. Vooral het segment rond levenslang leren en bedrijfsopleidingen ontwikkelt zich snel, doordat bedrijven sneller nieuwe technologie omarmen. Toch is er in Nederland nog geen enkele EdTech-startup uitgegroeid tot een scale-up volgens de Europese definitie.

Ook het investeringsklimaat staat onder druk. De gemiddelde dealgrootte daalde van ongeveer 6 miljoen dollar in 2021 naar 1 miljoen in 2024, terwijl het Europese gemiddelde rond 3 miljoen blijft. Grote investeringsrondes, zoals Series B en C, zijn zeldzaam geworden. Meer dan de helft van de startups noemt systeemblokkades en lange adoptietrajecten als grootste groeibarrières.

Nederland blijft achter

Volgens Dutch EdTech is dat niet alleen een economisch risico. Door de snelle ontwikkeling van AI verandert het werkveld in hoog tempo en is voortdurende bijscholing essentieel. Landen als Singapore, India en China investeren fors in leerinnovaties, terwijl Nederland dreigt achter te blijven. Dat kan volgens het rapport gevolgen hebben voor de energietransitie, de zorg en de arbeidsmarkt.

Directeur Jitske van Os roept onderwijsinstellingen, bedrijven en beleidsmakers op tot meer samenwerking en lef. “De oplossingen liggen klaar en we weten dat ze werken. Wat nodig is: leiders die durven te investeren en een overheid die groei mogelijk maakt. Alleen zo behouden we onze kennispositie.”

Security Delta (HSD) heeft een nieuw onderzoek gepresenteerd naar de arbeids- en onderwijsmarkt voor cybersecurity in Nederland. De studie laat zien waar in de toekomst de grootste tekorten aan kennis en vaardigheden ontstaan, en hoe een competentiegerichte aanpak kan helpen om die kloof te verkleinen.

Het onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering (CVD), is onderdeel van het Europese CADMUS-programma waarin zeven consortiumpartners samenwerken. In Nederland zijn 483 vacatures en 144 opleidingen en trainingen geanalyseerd. Volgens HSD kwamen daarbij duidelijke competentietekorten naar voren.

Tijdens de ONE Conference in Den Haag lichtte programmadirecteur Mark Ruijsendaal (HSD) de resultaten toe. “Het onderzoek brengt het huidige aanbod van trainingen en opleidingen in kaart en vergelijkt dit met de toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt. Daarbij zien we dat nieuwe trainingen zich meer moeten richten op het kunnen verzorgen van opleiding en training, risicomanagement, personeelsontwikkeling, incidentmanagement, systeembeheer en testen.”

Voor functies op een hoger abstractieniveau is volgens Ruijsendaal juist meer vraag naar wetenschappelijke en analytische vaardigheden, architectuurontwerp, systeembouw, kwaliteitsmanagement en het kunnen ontwikkelen en aansturen van een cybersecuritystrategie.

Competentietool

Om professionals en werkgevers concreet te ondersteunen, lanceert HSD later dit jaar een nieuwe competentietool via securitytalent.nl. Met deze online tool kunnen securityprofessionals zien welke competenties ze al bezitten en welke ze willen ontwikkelen. De tool koppelt die inzichten aan passende opleidingen of trainingen. Werkgevers kunnen er bovendien mee in kaart brengen welke kennis of vaardigheden binnen hun organisatie ontbreken. De ontwikkeling wordt mede mogelijk gemaakt door het IT Verband Zuid-Holland.

Op basis van de onderzoeksresultaten gaat het CADMUS-consortium nieuwe curricula en trainingsprogramma’s ontwikkelen die inspelen op de geconstateerde tekorten. De focus ligt daarbij op de specifieke uitdagingen van het mkb en de publieke sector, waar cybersecuritydreigingen snel toenemen. Factoren als de invoering van Europese regelgeving (zoals NIS2, DORA en CRA), de groei van cloud- en hybride infrastructuren en de inzet van automatisering en AI zorgen voor extra complexiteit.

De resultaten worden ook gedeeld met Nederlandse trainers en opleiders, zodat zij hun aanbod kunnen aanpassen aan de veranderende arbeidsmarkt.

Met deze combinatie van data-analyse, praktijkonderzoek en tooling wil HSD bijdragen aan beter opgeleide securityprofessionals en een toekomstbestendige arbeidsmarkt. De aanpak vormt een onderdeel van de uitvoering van de Nederlandse cybersecuritystrategie, in samenwerking met onder meer het Ministerie van Economische Zaken, het ICT Topteam, het Platform voor Talent en Technologie en Dialogic.

Object First introduceert met de Ootbi Mini een compacte appliance voor immutable storage die is ontwikkeld voor kleinere omgevingen, zoals nevenvestigingen, edge-locaties en mkb-bedrijven.

De oplossing is bedoeld voor organisaties die hun Veeam-back-ups lokaal willen beschermen tegen ransomware, zonder afhankelijk te zijn van een datacenter. De Ootbi Mini is beschikbaar in varianten van 8, 16 en 24 terabyte en heeft dezelfde Veeam-integratie en beveiligingsfuncties als de bestaande Ootbi-systemen.

Naast de Mini-versie lanceert het bedrijf de nieuwe Ootbi Honeypot 1.7. Deze functie zet een gesimuleerde Veeam Backup & Replication-omgeving op binnen een afgeschermde omgeving van het opslagapparaat. Zodra verdachte activiteit wordt gedetecteerd, ontvangt de gebruiker een melding via het ingestelde kanaal. De Honeypot is kosteloos beschikbaar voor klanten die werken met versie 1.7 van Ootbi.

Ook start Object First met een bètaprogramma voor Fleet Manager, een tool die centraal inzicht moet geven in de status en het gebruik van Ootbi-apparaten. Volgens CEO David Bennett wil het bedrijf hiermee veilige, toegankelijke en beheersbare back-upopslag mogelijk maken voor alle Veeam-gebruikers.

De Europese organisatie EuroHPC Joint Undertaking heeft de financiering toegekend voor de bouw van een Europese AI-fabriek in Groningen. Het project krijgt in totaal €200 miljoen aan investeringen en moet in 2027 volledig operationeel zijn.

Tijdens een bijeenkomst in Luxemburg maakte EuroHPC Joint Undertaking (EuroHPC JU) vandaag bekend dat Nederland een Europese bijdrage ontvangt voor de realisatie van een nationale AI-fabriek in Groningen. Het project is een initiatief van de Stichting Nederlandse AI Fabriek, SURF, TNO, de Nederlandse AI Coalitie (AIC4NL) en Samenwerking Noord. De aanvraag werd gesteund door meerdere ministeries en de regionale investeringsorganisatie Nij Begun.

De AI-fabriek wordt een expertisecentrum, datacenter en AI-supercomputer in één. De faciliteit moet laagdrempelige toegang bieden tot krachtige rekeninfrastructuur en kennis op het gebied van kunstmatige intelligentie. Daarmee wil het consortium zowel publieke als private partijen ondersteunen bij de ontwikkeling van geavanceerde AI-modellen en -toepassingen.

Totaalbudget 
De totale investering in het project bedraagt €200 miljoen. EuroHPC JU levert een bijdrage van €70 miljoen. Het kabinet stelt eveneens €70 miljoen beschikbaar, terwijl de resterende €60 miljoen afkomstig is uit de regionale Nij Begun-middelen van Groningen en Noord-Drenthe.

Volgens de initiatiefnemers is de AI-fabriek een belangrijke stap richting technologische onafhankelijkheid binnen Europa. Het project moet de innovatiekracht van start-ups, mkb-bedrijven, kennisinstellingen en overheden versterken. Ook draagt het bij aan het aantrekken van internationaal talent en het behouden van kennis binnen Nederland.

Operationeel in 2027
De AI-fabriek moet in 2026 van start gaan als expertisecentrum. De supercomputer zal naar verwachting in 2027 op volle kracht draaien. De faciliteit zal worden ingezet voor onderzoek en toepassingen in sectoren als zorg, mobiliteit en veiligheid.

Europees AI-netwerk
Met de toekenning wordt Groningen onderdeel van een breder Europees netwerk van AI-fabrieken dat door EuroHPC wordt ondersteund. EuroHPC JU is een Europees samenwerkingsverband dat investeert in supercomputing- en AI-initiatieven in de EU, met als doel de Europese rekenkracht en digitale soevereiniteit te vergroten.

Tijdens MSP GLOBAL deelt Ben Lee, Head Nerd bij N-able, een nuchtere kijk op de opmars van Microsoft Copilot. Volgens hem ligt de echte uitdaging voor msp’s niet in de technologie zelf, maar in het begrijpen van wat er onder de motorkap gebeurt. ChannelConnect is als mediapartner aanwezig bij het event om de belangrijkste inzichten uit de internationale msp-gemeenschap te delen.

ChannelConnect is mediapartner van MSP GLOBAL, dat dit najaar in Reus (Spanje) plaatsvindt. Lezers van ChannelConnect krijgen gratis toegang tot de beurs! Zie onderaan dit artikel.

Sinds de introductie van Microsoft 365 Copilot lijkt het alsof elke organisatie “iets met AI” moet. Maar wie de tool zonder voorbereiding inschakelt, neemt een risico, waarschuwt Lee. Copilot is geen generieke chatbot, maar een verzameling van geïntegreerde assistenten die in verschillende omgevingen opereren – Word, Teams, Excel, Outlook. Elke variant heeft zijn eigen “persoonlijkheid”, zoals Lee het noemt, en gedraagt zich anders afhankelijk van de context waarin je werkt.

“Copilot krijgt geen extra rechten,” zegt hij. “Het werkt alleen binnen bestaande permissies. Als er SharePoint-sites of Teams-kanalen te breed gedeeld zijn, wordt dat via Copilot zichtbaar. Je ziet dus niet meer, maar anders.” Voor msp’s betekent dat: eerst de basis op orde brengen, dan pas automatiseren.

Data, permissies en context

Het onderscheid tussen de gratis en betaalde varianten van Copilot vervaagt snel. De gratis versie helpt bij algemene taken, de betaalde kan dieper in de tenant kijken – mits de juiste toegang is ingesteld. Juist daar ligt volgens Lee de toegevoegde waarde van msp’s: klanten helpen hun datastructuur en toegangsrechten te herzien voordat Copilot aan het werk gaat.

Lee noemt permissiebeheer de échte grens van AI-toepassing. Een gebruiker kan alleen samenvatten of analyseren wat hij of zij al mocht zien. Dat klinkt logisch, maar in veel organisaties zijn oude rechten nooit opgeschoond. Zodra Copilot daar context over creëert, komen die verborgen kwetsbaarheden aan het licht.

Microsoft voegt in hoog tempo functies toe. Een van de opvallendste is Copilot Notebooks, waarmee gebruikers eigen databronnen kunnen combineren en daar contextuele vragen over stellen. Volgens Lee biedt dat msp’s praktische kansen: “Je kunt bijvoorbeeld oude tickets of supportmails in een notebook stoppen, zodat Copilot leert hoe klanten het liefst worden aangesproken.”

Die snelle ontwikkeling vraagt om voortdurende alertheid. Wat vandaag een premiumfunctie is, kan morgen in de gratis laag belanden – of juist verdwijnen achter een nieuwe licentie. Lee: “De roadmap van Microsoft is beweeglijk. MSP’s die hun dienstenmodel niet meebewegen, lopen het risico klanten te verliezen aan partijen die wél up-to-date blijven.”

Van dirigent tot data-architect

Lee vergelijkt de rol van msp’s met die van een dirigent: Copilot en de verschillende AI-agents zijn de instrumenten, maar het is aan de dienstverlener om ze in harmonie te laten spelen. “Je kunt de technologie niet zomaar zijn gang laten gaan,” zegt hij. “Je moet bepalen welke data wanneer beschikbaar is en hoe dat aansluit bij de bedrijfsdoelen van je klant.”

De volgende stap in die evolutie is volgens Lee de opkomst van geagenteerde AI: gespecialiseerde agents die met specifiek afgebakende datasets werken. Die trend maakt het voor msp’s nog belangrijker om datastromen te begrijpen en governance-modellen te bouwen waarin AI veilig kan opereren.

Lee herinnert aan eerdere Microsoft-ervaringen, zoals Delve, waarbij plotseling informatie zichtbaar werd die nooit bedoeld was om breed gedeeld te worden. De les: een nieuwe tool zonder governance-kader leidt snel tot datalekken of reputatieschade. Hij raadt aan om vóór implementatie de permissies grondig te auditen en eventueel SharePoint Advanced Management of vergelijkbare tools te gebruiken.

Van tool naar strategie

De rode draad in Lee’s verhaal: Copilot is geen doel op zich, maar een middel dat regie vraagt. De toegevoegde waarde voor klanten ontstaat pas als msp’s helpen de interne processen, rechten en dataflow goed te structureren. Zonder dat fundament levert Copilot vooral verwarring op.

Tegelijk biedt de technologie nieuwe kansen. Wie Copilot inzet als startpunt voor betere data-hygiëne, gebruikersadoptie en training, positioneert zich niet alleen als beheerpartner, maar als strategisch adviseur. Voor msp’s is dat een logische volgende stap – van uitvoerder naar orkestrator van de digitale werkplek.

Bron: MSP GLOBAL

Je kunt de presentatie van Ben Lee zelf bijwonen op MSP GLOBAL, op woensdag 22 oktober om 15:00. Als mediapartner biedt ChannelConnect gratis toegang tot het event. Klik hier.

Infokader

MSP GLOBAL 2025

  • MSP GLOBAL vindt plaats op 22 en 23 oktober 2025 in Reus, Spanje.

  • Het evenement brengt meer dan 3.500 internationale msp’s, distributeurs en vendoren samen.

  • ChannelConnect is als mediapartner aanwezig en doet verslag met een serie achtergrondartikelen.

  • Lezers van ChannelConnect krijgen gratis toegang met promo-code S59YdxzN (normale prijs €399). Registreer via deze link.

Vertiv maakt bekend dat Chief Technology Officer Stephen Liang op 1 januari 2026 met pensioen gaat, na meer dan dertig jaar dienst. Hij wordt opgevolgd door Scott Armul, die de gecombineerde functie van Chief Product and Technology Officer (CPTO) op zich neemt.

Einde van een tijdperk bij Vertiv

Stephen Liang begon zijn loopbaan bij Emerson, de voorloper van Vertiv, en speelde in de loop van drie decennia een centrale rol in de ontwikkeling van de technologische koers van het bedrijf. Sinds zijn benoeming tot CTO leidde hij de strategie voor technologie en innovatie binnen Vertiv. Liang verlegt zijn aandacht in zijn laatste jaar volledig naar zijn CTO-verantwoordelijkheden voordat hij op 1 januari 2026 met pensioen gaat.

CEO Giordano Albertazzi benadrukt Liangs invloed: “Stephens bijdragen hebben een grote impact gehad. Hij heeft onze technologiestrategie helpen vormgeven en zijn leiderschap heeft Vertiv gepositioneerd als een technologie-innovator in de industrie.”

Nieuwe gecombineerde rol voor Scott Armul

Per 1 januari 2026 neemt Scott Armul de rol van Chief Product and Technology Officer op zich. Armul werkt sinds 2009 bij Vertiv en bekleedde sindsdien meerdere technische en leidinggevende functies. Begin 2025 werd hij benoemd tot Executive Vice President, global portfolio and business units.

In zijn nieuwe functie krijgt Armul de leiding over het Technology Office en verantwoordelijkheden voor engineering, research & development en de business units binnen het oplossingenportfolio van Vertiv.

Google vergroot de capaciteit van zijn Belgische datacenter in Saint-Ghislain met een investering van 5 miljard euro. De uitbreiding moet de groei van cloud- en AI-diensten ondersteunen en levert 300 extra banen op.

Het datacenter van Google bij Saint-Ghislain, ten zuiden van Bergen, krijgt de komende twee jaar een forse uitbreiding. De investering maakt deel uit van de bredere strategie om de Europese infrastructuur voor cloud- en AI-toepassingen verder te versterken. Door de uitbreiding stijgt het personeelsbestand van ongeveer 600 naar 900 medewerkers.

Voor de energiebehoefte van het datacenter sluit Google nieuwe overeenkomsten met de Belgische energiebedrijven Eneco, Luminus en Renner Energies. De drie partijen ontwikkelen samen meerdere windparken met een totale capaciteit van circa 110 megawatt. Deze projecten moeten bijdragen aan het gebruik van koolstofvrije energie voor de datacenteractiviteiten.

Naast de technische uitbreiding investeert Google in maatschappelijke initiatieven. Het bedrijf gaat non-profitorganisaties financieel ondersteunen die gratis, praktijkgerichte trainingen aanbieden rond kunstmatige intelligentie. Deze programma’s zijn bedoeld voor werknemers met een lagere scholingsgraad. Welke organisaties hierbij betrokken zijn, is nog niet bekend.

Volgens premier Bart De Wever versterkt de uitbreiding de positie van België als knooppunt voor digitale innovatie en duurzame economische groei. Hij benadrukt dat het project niet alleen nieuwe werkgelegenheid oplevert, maar ook bijdraagt aan de energietransitie en de Europese digitale infrastructuur.

Google is sinds 2007 actief in Saint-Ghislain. Met de nieuwe uitbreiding komt het totale investeringsbedrag in deze locatie boven de 11 miljard euro uit. Het datacenter is onderdeel van het wereldwijde Google Cloud-netwerk, dat inmiddels 42 operationele vestigingen telt.