KPN brengt na de zomer een AI-uitbreiding uit op zijn mobiele abonnement voor MKB-bedrijven. Het bedrijf beoogt hiermee ondernemers te ondersteunen bij het verwerken van inkomende gesprekken en berichten. De aankondiging volgt op onderzoek van Motivaction in opdracht van KPN, waaruit blijkt dat een meerderheid van MKB’ers stress ervaart door verwachtingen rond bereikbaarheid.

Uit het onderzoek blijkt dat 61 procent van de MKB’ers de verwachting van klanten om direct geholpen te worden als bron van werkstress ervaart. Meer dan de helft (54 procent) voelt druk om altijd bereikbaar te zijn, en 53 procent geeft aan dat telefonische bereikbaarheid ten koste gaat van de concentratie van medewerkers. Het onderzoek is uitgevoerd door Motivaction in opdracht van KPN, onder 819 MKB-beslissers en -beïnvloeders op het gebied van AI en data, werkzaam bij bedrijven met 2 tot 150 medewerkers.

Klanttevredenheid als drijfveer

De druk om bereikbaar te zijn hangt volgens het onderzoek samen met het belang dat MKB’ers hechten aan klanttevredenheid: 69 procent noemt het verhogen daarvan een belangrijke zakelijke uitdaging. Thomas Tolsma, verantwoordelijk voor het MKB bij KPN, stelt dat bereikbaarheid voor veel ondernemers geen keuze is, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het werk. Volgens Tolsma kost klantcontact in de praktijk veel tijd en leidt het tot onderbrekingen, wat vooral bij kleinere bedrijven waar medewerkers meerdere rollen combineren ten koste gaat van focus en overzicht. Tolsma geeft aan dat veel MKB’ers zoeken naar manieren om klantcontact te organiseren zonder extra systemen of complexiteit, en dat AI-toepassingen daarbij een rol kunnen spelen als ze aansluiten op het dagelijkse werk.

AI nog niet structureel ingezet

MKB’ers zien volgens het onderzoek kansen voor AI om bereikbaarheid en klantcontact te organiseren: 60 procent denkt dat AI bedrijven in staat stelt om 24/7 bereikbaar te zijn zonder extra personeel, en 66 procent verwacht dat AI een deel van het klantcontact kan overnemen. Toch gebruikt 82 procent van de MKB’ers AI nog niet gestructureerd of strategisch, en 51 procent zet AI niet of alleen ad hoc en individueel in binnen de organisatie.

AI-uitbreiding op mobiel abonnement

KPN introduceert na de zomer een AI-uitbreiding op het mobiele abonnement voor MKB-bedrijven. Volgens het bedrijf helpt de functie bij het verwerken en opvolgen van inkomende gesprekken en berichten: gesprekken worden samengevat, voicemails omgezet naar tekst en er wordt aangegeven welke klant als eerste aandacht vraagt. Nieuwe klanten kunnen kiezen voor een abonnement met of zonder deze AI-functionaliteit. Bestaande klanten kunnen de functie toevoegen zonder over te stappen of van nummer te wisselen.

LANCOM Systems en Rohde & Schwarz Cybersecurity zijn per 1 juli 2026 samengegaan onder de naam Rohde & Schwarz Networks and Cybersecurity. De nieuwe organisatie telt ongeveer 550 medewerkers en richt zich op vier marktsegmenten. Voor het partnerkanaal betekent de fusie één programma in plaats van twee losse trajecten.

LANCOM Systems en Rohde & Schwarz Cybersecurity, beide dochterondernemingen van familieconcern Rohde & Schwarz, zijn per 1 juli 2026 gefuseerd tot Rohde & Schwarz Networks and Cybersecurity. Volgens Robert Mallinson, co-managing director van de nieuwe combinatie, is de fusie niet ingegeven door kostenbesparing maar door een geleidelijke inhoudelijke toenadering tussen beide organisaties. Klanten vroegen de afgelopen jaren steeds vaker om een combinatie van netwerk- en securitytechnologie, wat volgens Mallinson leidde tot een verschuiving van losse projecten naar structurele samenwerking tussen sales-, marketing- en R&D-teams.

Mallinson geeft aan dat de integratie bewust niet overhaast is doorgevoerd. Het samenbrengen van systemen, data en processen vroeg volgens hem om een zorgvuldige aanpak, waarbij een extern adviesbureau werd ingeschakeld om de organisatorische gevolgen in kaart te brengen. Ook de samenvoeging van beide partnerprogramma’s is volgens hem stap voor stap voorbereid.

Vier marktsegmenten

De nieuwe organisatie telt ongeveer 550 medewerkers. Mallinson meldt dat LANCOM in zijn laatste jaar als zelfstandige eenheid een omzet van meer dan 100 miljoen euro realiseerde. In plaats van een productgerichte indeling werkt Rohde & Schwarz Networks and Cybersecurity voortaan met vier domeinen: Corporate Network Solutions, Public Network Solutions, defensie en kritieke infrastructuur.

Volgens Mallinson bestaan er vooral in de publieke sector synergieën tussen de voormalige zusterbedrijven, doordat beide organisaties daar al gezamenlijke klanten en vergelijkbare vraagstukken hadden. Binnen defensie kan de organisatie zowel zelfstandig opereren als nauwer samenwerken met het bredere Rohde & Schwarz-concern voor oplossingen rond communicatie, netwerken en cybersecurity. Bij kritieke infrastructuur ligt de nadruk op OT-omgevingen zoals energievoorzieningen en waterzuivering, in samenwerking met gespecialiseerde technologiepartners.

Eén partnerprogramma

Voor het kanaal vormt de fusie een zichtbare verandering. LANCOM werkte al volledig via partners, terwijl Rohde & Schwarz Cybersecurity naast partners ook rechtstreeks klanten bediende. De nieuwe organisatie kiest voor een kanaalstrategie waarin partners een rol blijven spelen. Partners die eerder met beide bedrijven zaken deden, krijgen voortaan te maken met één organisatie, één partnerprogramma en één aanpak.

Mallinson noemt de vermindering van contactpersonen als concreet voordeel voor partners. Daarnaast wordt een gezamenlijk trainings- en certificeringsprogramma uitgerold, waarbij de nadruk verschuift van omzetvolume naar aantoonbare expertise. Partners krijgen daarmee ook de mogelijkheid een breder portfolio aan te bieden, waarin netwerkoplossingen van LANCOM worden gecombineerd met cybersecurityoplossingen van Rohde & Schwarz Cybersecurity.

Beperkte naamsbekendheid

Voor de Nederlandse markt betekent de fusie dat de activiteiten van Rohde & Schwarz Cybersecurity zichtbaarder worden naast het al bekende LANCOM-portfolio. Mallinson wijst erop dat Rohde & Schwarz Cybersecurity onder meer beveiligde werkstations levert voor het verwerken van geclassificeerde informatie, met versleutelde harddrives en aparte VPN-verbindingen. Dat soort contracten krijgt volgens hem weinig media-aandacht, waardoor het bedrijf publiekelijk minder bekend is dan LANCOM. Niet elke partner zal volgens Mallinson het volledige portfolio gaan voeren, omdat aanbestedingen voor beveiligde werkstations specifieke expertise en schaal vereisen.

Bredere ambities

Als onderdeel van het bredere Rohde & Schwarz-concern kan de organisatie volgens Mallinson ook oplossingen leveren waarin meerdere technologische disciplines samenkomen, zoals beveiligingsscanners, draadloze netwerken en communicatie tussen vliegtuig en verkeerstoren op luchthavens. De komende jaren richt het bedrijf zich op verdere integratie van het portfolio, uitbreiding van het partnerecosysteem en groei in de segmenten publieke organisaties, kritieke infrastructuur en defensie. Mallinson noemt de ambitie om de omzet samen met partners binnen vier tot vijf jaar te verdubbelen.

Mallinson plaatst de fusie in de bredere context van Europese discussies over digitale soevereiniteit. Als voorbeeld noemt hij het tijdelijke Amerikaanse verbod uit juni 2026 op gebruik van het Mythos-model van Anthropic buiten de Verenigde Staten, wat volgens hem de afhankelijkheid van niet-Europese partijen benadrukt.

Anthropic heeft de toegang tot Claude Fable 5 en Claude Mythos 5 hersteld, nadat de Amerikaanse overheid op 12 juni exportcontroles op beide modellen instelde. Omdat het bedrijf geen betrouwbare manier had om nationaliteit in real time te verifiëren, sloot Anthropic de toegang voor alle gebruikers wereldwijd af.

Vanaf 1 juli is Fable 5 weer wereldwijd beschikbaar via Claude Platform, Claude.ai, Claude Code en Claude Cowork. Voor Pro-, Max-, Team- en een deel van de Enterprise-abonnementen valt het model tot 7 juli binnen 50 procent van het wekelijkse gebruikslimiet, daarna loopt gebruik via usage credits. Toegang via AWS, Google Cloud en Microsoft Foundry volgt op korte termijn.

Mythos 5 is inmiddels weer beschikbaar voor een selecte groep Amerikaanse organisaties binnen Project Glasswing, na goedkeuring door de overheid op 26 juni.

Aanleiding

De exportcontrole volgde op een rapport van Amazon-onderzoekers, die een manier vonden om de veiligheidsmaatregelen van Fable 5 te omzeilen bij het identificeren van softwarekwetsbaarheden. Anthropic laat weten dat ook minder krachtige modellen zoals Opus 4.8, GPT-5.5 en Kimi K2.7 dezelfde kwetsbaarheden konden vinden, en dat de gevonden methode geen unieke Mythos-niveau capaciteiten blootlegde.

Het bedrijf trainde een nieuwe classifier die de gerapporteerde methode in meer dan 99 procent van de gevallen blokkeert. Onderzoekers van het Amerikaanse Center for AI Standards and Innovation (CAISI) hebben zowel de oude als de nieuwe maatregelen getest en bestempelen ze als extreem sterk.

Branchestandaard voor jailbreaks

Samen met Amazon, Microsoft, Google en andere Glasswing-partners werkt Anthropic aan een gedeeld beoordelingskader voor de ernst van AI-jailbreaks, gebaseerd op vier criteria: capability gain, breedte van de capability gain, gemak van bewapening en vindbaarheid. Ook komt er een HackerOne-programma waar onderzoekers cyberjailbreaks in Fable 5 kunnen melden.

Daarnaast breidt Anthropic de samenwerking met de Amerikaanse overheid uit, met vroegtijdige toegang voor testen, snellere informatiedeling bij misbruik en gezamenlijk onderzoek naar AI-beveiliging.

Lenovo breidt zijn Security Services-portfolio uit met een managed endpoint-resiliencedienst genaamd Lenovo Security Services with Absolute. Volgens onderzoek van Lenovo geeft 90 procent van de IT-leiders aan onvoldoende voorbereid te zijn op AI-gedreven cyberaanvallen, mede door versnipperde verantwoordelijkheid binnen securityoperaties. Het bedrijf brengt apparaten, beveiligingstechnologie, expertdiensten en marktallianties samen onder één operationeel model.

Uit onderzoek van Lenovo blijkt dat 90 procent van de IT-leiders tekortkomingen erkent op het gebied van cybersecurity en aangeeft onvoldoende toegerust te zijn tegen dreigingen die met AI worden ontwikkeld. Volgens Lenovo blijven investeringen in beveiliging toenemen, maar kampen veel organisaties met versnipperde verantwoordelijkheid binnen security operations. Interne teams, externe dienstverleners, apparaten en beveiligingsplatforms opereren volgens het bedrijf vaak los van elkaar, wat de coördinatie bij incidenten, het herstelproces en het waarborgen van bedrijfscontinuïteit bemoeilijkt.

Eén operationeel model

Lenovo breidt zijn wereldwijde Security Services-portfolio uit met endpoint resilience- en managed security-diensten. Het bedrijf beoogt hiermee één aanspreekpunt te bieden gedurende de volledige levenscyclus van endpoints. Door apparaten, beveiligingstechnologieën, expertdiensten en marktallianties onder te brengen in één operationeel model, verwacht Lenovo dat organisaties de beveiligingscomplexiteit kunnen verminderen, systeemuitval kunnen beperken en herstelkosten kunnen verlagen. Het bedrijf noemt reductiepercentages tot 50 procent voor complexiteit en tot 40 procent voor herstelkosten, gebaseerd op eigen cijfers.

Rakshit Ghura, Vice President en General Manager Digital Workplace Solutions bij Lenovo, stelt dat securityleiders volgens hem niet zozeer behoefte hebben aan extra tools, maar aan zekerheid dat mensen, apparaten en data beschermd zijn en aan duidelijke verantwoordelijkheid wanneer zich een incident voordoet. Ghura geeft aan dat organisaties vaak vastlopen doordat verantwoordelijkheid verspreid is over meerdere leveranciers, platforms en supportteams. Door vertrouwde apparaten, beveiligingstechnologie, beheerde diensten en marktallianties samen te brengen in één model, wil Lenovo klanten helpen de complexiteit te verminderen en de weerbaarheid te vergroten.

Lenovo Security Services combineert volgens het bedrijf hardware-vertrouwen, meerlaagse bescherming en door AI ondersteunde operaties binnen één raamwerk, met als doel organisaties te ondersteunen bij het waarborgen van bedrijfscontinuiteit en het beperken van operationele verstoringen.

Managed endpoint resilience op schaal

Als onderdeel van de portfolio-uitbreiding introduceert Lenovo de dienst Lenovo Security Services with Absolute. Dit is een beheerde dienst die organisaties moet helpen beveiligingscontroles te behouden in hybride en gedistribueerde werkomgevingen, zonder dat dit extra druk legt op interne IT-teams, aldus het bedrijf. Volgens Lenovo herstellen essentiële beveiligingsfuncties zich automatisch wanneer deze worden verstoord, waardoor minder handmatige interventie nodig is en endpoints beter beschermd blijven.

De dienst wordt ondersteund door het wereldwijde Security Operations Center van Lenovo, dat volgens het bedrijf 24 uur per dag, 7 dagen per week actief is. Beveiligingsspecialisten monitoren er systemen en ondersteunen organisaties bij het opsporen van en reageren op nieuwe dreigingen.

AI-tools worden op grote schaal gebruikt binnen organisaties, maar de opbrengst blijft achter bij de verwachtingen. Dat blijkt uit onderzoek van Info Support onder 400 IT-beslissers. Werknemers nemen zelf het initiatief tot AI-gebruik, terwijl sturing vanuit het management vaak ontbreekt.

Uit het AI-onderzoek 2026 van Info Support blijkt dat AI inmiddels een vaste plek heeft in het dagelijks werk van veel organisaties. Volgens het onderzoek gebruikt 92 procent van de respondenten AI dagelijks voor werkgerelateerde taken. In 44 procent van de organisaties zetten medewerkers zelfstandig tools als ChatGPT of Copilot in, bijvoorbeeld voor het schrijven van teksten, samenvatten of brainstormen.

Ondanks deze verspreiding geeft slechts 23 procent van de respondenten aan dat AI daadwerkelijk is verwerkt in standaardtools of workflows, bijvoorbeeld via automatisering of integraties. Het gebruik blijft daarmee vooral individueel bepaald in plaats van organisatorisch ingericht.

Potentie blijft onbenut

Info Support meldt dat 58 procent van de ondervraagde IT-beslissers meer potentie ziet in AI dan momenteel wordt benut. Daarnaast geeft 44 procent aan dat AI vooral wordt ingezet waar een tool op dat moment beschikbaar is, niet noodzakelijk waar de meeste waarde te behalen valt.

Volgens het onderzoek ligt het knelpunt niet bij een gebrek aan ideeën, maar bij het ontbreken van duidelijke richting. Ruim vier op de tien respondenten, 45 procent, geeft aan dat het vooral ontbreekt aan keuzes en focus binnen de organisatie.

Sturing vanuit management ontbreekt

Het onderzoek laat zien dat slechts 21 procent van de organisaties een AI-strategie heeft waarbij het management duidelijke doelen stelt. Tegelijkertijd noemt 22 procent het ontbreken van een heldere AI-strategie als grootste uitdaging bij de implementatie van AI.

Joop Snijder, Head of AI bij Info Support, stelt dat AI weliswaar veel wordt gebruikt, maar dat de waarde daarvan blijft liggen doordat management niet stuurt en doelen vaag of afwezig zijn. Volgens Snijder maken medewerkers in die situatie eigen keuzes en richten ze zich vooral op het vereenvoudigen van hun eigen werk, niet op het verbeteren van bedrijfsprocessen. Hij geeft aan dat dit ertoe leidt dat resultaten op de winst- en verliesrekening beperkt zichtbaar worden. Doordat iedereen zijn eigen tools kiest, ontstaat volgens Snijder versnippering, kan data de organisatie onveilig verlaten en wordt werk dubbel uitgevoerd. Hij wijst erop dat organisaties die wel op doelen sturen ondertussen een voorsprong opbouwen die volgens hem moeilijk in te halen is.

Processen als voorwaarde

Bas Meerman, Managing Director bij Info Support, geeft aan dat organisaties die waarde willen halen uit AI eerst grip moeten krijgen op hun processen. Volgens Meerman betekent dit dat helder moet worden hoe het werk daadwerkelijk verloopt, zodat processen goed kunnen worden ingericht. Hij benadrukt dat dit geen bijzaak is, maar een voorwaarde. Organisaties die dit volgens Meerman serieus nemen, verbeteren hun manier van werken en leggen daarmee de basis waarop AI wel waarde toevoegt.

Het AI-onderzoek 2026 is uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Info Support, onder 400 IT-beslissers bij organisaties met meer dan 50 medewerkers. Het onderzoek vond plaats in maart en april 2026.

Onderzoek van Kaseya laat zien dat gastaccounts inmiddels 69 procent van alle geanalyseerde SaaS-accounts uitmaken, meer dan het aantal gelicentieerde gebruikers. Het bedrijf wijst daarnaast op ontbrekende multi-factor authenticatie, groei van OAuth-integraties en externe bestandsdeling als factoren die het aanvalsoppervlak bij MKB-organisaties vergroten.

Kaseya heeft zijn 2026 SaaS Security Report gepubliceerd, gebaseerd op de analyse van meer dan 27,6 miljard SaaS-security events binnen ruim 50.000 MKB-omgevingen, waaronder 5.400 MSP-partners en 6,2 miljoen eindgebruikersaccounts. Volgens het bedrijf ligt de belangrijkste risicobron in moderne IT-omgevingen bij vertrouwen tussen systemen en accounts, waar aanvallers zich richten op identiteiten, OAuth-koppelingen en samenwerkingsprocessen in plaats van traditionele perimeterverdediging.

Uit de data blijkt dat onbeheerde gastaccounts 69 procent van alle gemonitorde accounts vormen: 4,3 miljoen tegenover 1,9 miljoen gelicentieerde gebruikers. Kaseya stelt dat deze combinatie van gastaccounts, aanhoudende toegang van derde partijen en extern gedeelde data een aanzienlijk veiligheidsrisico vormt voor kleine en middelgrote bedrijven.

Jim Lippie, Chief Product Officer bij Kaseya, geeft aan dat aanvallers die gebruikmaken van AI de IT-omgeving als één samenhangend geheel benaderen, terwijl organisaties hun infrastructuur doorgaans in afzonderlijke onderdelen beveiligen. Volgens Lippie zijn organisaties die continue monitoring, identity governance en geautomatiseerde respons als basisvereisten hanteren beter bestand tegen deze ontwikkeling.

Groei van machine-identiteiten en AI-gedreven aanvallen

De snelle adoptie van AI heeft volgens het rapport geleid tot een toename van OAuth-integraties van derde partijen die werken met permanente tokens in plaats van wachtwoorden. Dit geeft aanvallers blijvende toegang tot data, ook na een wachtwoordreset. Niet-menselijke service-principal-logins vormen inmiddels 20 procent van de kritieke beveiligingsmeldingen, meldt Kaseya. Daarnaast zetten aanvallers geautomatiseerde AI-tools in om slapende gastaccounts op te sporen en te misbruiken, sneller dan handmatige verdedigingsmaatregelen kunnen reageren.

Beperkingen van bestaande controles

Traditionele controlemechanismen zoals geolocatieblokkades schieten volgens het rapport tekort, omdat aanvallers verkeer routeren via vertrouwde cloudhosts en VPN’s. Buiten Noord-Amerika kwam 44 procent van ongeautoriseerde logins van vertrouwde infrastructuur en outsourcinghubs, met India (14 procent), de Filipijnen (10 procent), Duitsland (7 procent), het Verenigd Koninkrijk (7 procent) en Nederland (6 procent) als grootste bronnen. Hierdoor kunnen indringers opgaan in regulier zakelijk verkeer.

Eenmaal binnen, profiteren aanvallers van identiteitsgaten: bij 56 procent van de accounts ontbrak actieve MFA en slechts 27 procent van de MKB-organisaties paste organisatiebrede MFA toe. In combinatie met toenemende bestandsdeling maakt dit het volgens Kaseya mogelijk om data ongemerkt te exfiltreren.

Overige bevindingen

Binnen Microsoft 365 werd bijna de helft (45 procent) van alle gedeelde bestanden buiten de organisatie verstuurd, aldus het rapport. Verder classificeerde SaaS Alerts in 2025 98,9 procent van alle gemonitorde security events als laag risico, terwijl organisaties tegelijk meer dan 278 miljoen meldingen met medium- of kritieke ernst moesten onderzoeken.

Aanbevolen aanpassingen

Kaseya adviseert organisaties over te stappen van statische perimeterverdediging naar identity-first governance. Het bedrijf beveelt aan om geautomatiseerde gedragsmonitoring in te zetten die afwijkende activiteit binnen vertrouwde accounts signaleert, security-stacks te consolideren, organisatiebrede MFA te verplichten en machine-identiteiten en externe deelrechten doorlopend te controleren. Volgens Kaseya kunnen MKB-organisaties zo zichtbaarheidshiaten wegnemen en de persistentie van aanvallers eerder onderbreken.

Negen op de tien CEO’s zijn positiever over AI dan een jaar geleden, maar 65 procent maakt zich zorgen dat hun organisatie te weinig investeert. Dat blijkt uit onderzoek van Cisco onder 2.500 topbestuurders wereldwijd. Infrastructuur, dataspreiding en beveiliging van AI-agents worden als de grootste drempels voor opschaling gezien.

Cisco presenteert de tweede editie van zijn jaarlijkse CEO-onderzoek, uitgevoerd onder 2.500 topbestuurders van organisaties met 250 of meer medewerkers in 23 landen. De gegevens zijn verzameld in januari 2026. Het onderzoek brengt in kaart hoe CEO’s aankijken tegen AI, welke prioriteiten zij stellen en wat hen tegenhoudt.

Het optimisme is volgens Cisco toegenomen: 91 procent van de ondervraagde CEO’s is positiever over het potentieel van AI dan vorig jaar. Tegelijkertijd stelt het bedrijf dat 65 procent vreest te weinig te investeren, tegenover 53 procent een jaar eerder. Ruim twee derde geeft aan AI inmiddels onmisbaar te vinden voor een efficiënte bedrijfsvoering.

Menselijk toezicht als uitgangspunt

Vrijwel alle deelnemende CEO’s verwachten dat AI in 2030 een vaste rol heeft in de bedrijfsvoering. Cisco meldt dat 72 procent daarbij uitgaat van een model waarin AI taken uitvoert of ondersteunt, terwijl mensen de aansturing, beoordeling en governance in handen houden. Genoemde redenen zijn het veilig houden van AI-systemen, het bewaken van productiviteit in gemengde mens-AI-teams en het waarborgen van ethisch verantwoorde besluitvorming.

Cynthia Koetsier-Beerten, General Manager van Cisco Benelux, geeft aan dat de boardroom in Nederland steeds meer tempo maakt met AI. Waar vorig jaar nog 74 procent van de CEO’s aangaf dat een gebrek aan AI-kennis hen afremde, is dat aandeel gedaald naar 47 procent. Tegelijk groeit volgens haar het besef van wat nodig is om AI verantwoord in te zetten. Europese CEO’s plaatsen vertrouwen, transparantie en ethiek centraal in hun AI-keuzes, waarbij snelheid een minder zwaar gewicht krijgt.

Drie drempels voor opschaling

Het onderzoek wijst op drie terugkerende knelpunten. Ten eerste verwacht 53 procent van de CEO’s dat infrastructuurbeperkingen hen zullen afremmen. Het upgraden van infrastructuur voor AI-workloads is daarmee de topprioriteit voor 2026, gevolgd door het omscholen van teams en de integratie van AI-agents.

Ten tweede noemt Cisco beveiliging en controle van autonome AI-systemen als de grootste zorg zodra AI-agents een structurele rol in de organisatie krijgen. Ten derde geeft 34 procent van de CEO’s aan dat versnipperde data de vooruitgang belemmert: problemen met datakwaliteit, toegankelijkheid en centralisatie worden als de grootste barrière gezien.

AI Readiness Index bevestigt achterstanden

De bevindingen uit het CEO-onderzoek sluiten aan bij de Cisco 2026 AI Readiness Index, gebaseerd op data van ruim 8.000 IT-leiders wereldwijd. Cisco stelt dat slechts 22 procent van de ondervraagden het eigen netwerk beoordeelt als optimaal voor AI-workloads. Daarnaast voelt maar 31 procent zich toegerust om AI-agents te beveiligen en heeft 19 procent data volledig gecentraliseerd en beschikbaar gemaakt voor AI-toepassingen. Organisaties die op deze drie vlakken vooroplopen, bouwen volgens Cisco een meetbare voorsprong op.

Onderzoekers van Barracuda hebben in juni 2026 vier uiteenlopende e-maildreigingen in kaart gebracht. De technieken variëren van misbruik van legitieme Microsoft-inlogpagina’s en PDF-bijlagen met een ingebouwde vervaldag tot een zeldzame split-click-methode en een verschuiving van inloggegevensdiefstal naar directe malware-aflevering.

Barracuda publiceert maandelijks een overzicht van opvallende e-maildreigingen die zijn onderzoekers tegenkomen. In de editie van juni 2026 staan vier aanvalstechnieken centraal die elk een ander aspect van moderne phishingcampagnes belichten.

Tycoon 2FA misbruikt legitiem Microsoft-domein

In een van de gedocumenteerde aanvallen gebruiken aanvallers geen nagemaakte inlogpagina, maar een echte Microsoft-inlogpagina om sessietokens te onderscheppen. Gebruikers ontvangen een e-mail met de melding dat hun inbox bijna vol is, inclusief een agenda-uitnodiging voor een afspraak met Microsoft Security. Een knop in de e-mail, die is gepresenteerd als een manier om vastgehouden berichten vrij te geven, leidt via het Tycoon 2FA phishing-as-a-service platform naar de echte Microsoft-inlogomgeving. Doordat het om een legitiem domein gaat, omzeilt de aanval veel automatische securitycontroles en zijn ook getrainde gebruikers moeilijker te waarschuwen.

PDF-bijlagen als drager voor device code phishing

Een tweede techniek verplaatst schadelijke links van de e-mailbody naar een PDF-bijlage, waardoor URL-scanners ze minder snel oppikken. De bijlage verwijst naar een nep-authenticatieproces dat inloggegevens en zakelijke e-mailadressen onderschept. De aanvallers genereren codes lokaal in de browser, wat het proces nabootst dat gebruikers kennen van het koppelen van apparaten aan een Microsoft-account. Barracuda meldt dat de phishinginfrastructuur een ingebouwde ‘kill switch’ bevat: de pagina’s verdwijnen automatisch na een ingestelde tijd, wat forensisch onderzoek achteraf bemoeilijkt.

Split-click-techniek verbergt schadelijke redirect

Onderzoekers van Barracuda zijn ook een aanval tegengekomen waarbij een enkele knop twee verschillende acties uitvoert, afhankelijk van waar de gebruiker precies op klikt. De bovenste helft van de knop opent een legitieme Microsoft-pagina; de onderste helft activeert een schadelijke redirect via het Sneaky 2FA-platform. Automatische linkanalyse ziet in dat geval alleen de veilige variant. Barracuda geeft aan dat deze split-click-techniek zeldzaam is en specifiek is ontworpen om securitytools te omzeilen.

Phishing verschuift van inloggegevensdiefstal naar malware

Tot slot signaleert Barracuda een bredere verschuiving in phishingcampagnes. Waar aanvallers voorheen inloggegevens probeerden te stelen, leveren recente campagnes direct malware af. In één geval verwijst een link die lijkt te leiden naar een PDF-factuur in werkelijkheid naar een download van een schadelijk JavaScript-bestand dat code verbergt via steganografie. In een andere campagne bootsen aanvallers de Amerikaanse Social Security Administration na om zogeheten bestandsloze malware te verspreiden via Windows ActiveX-componenten. De payload wordt rechtstreeks in het geheugen uitgevoerd, zonder dat er bestanden op schijf achterblijven, waardoor traditionele endpointsecurity de dreiging moeilijker detecteert.

Rubrik heeft tijdens zijn jaarlijkse conferentie Rubrik FORWARD twee nieuwe producten aangekondigd: Rubrik AI, een autonome AI-agent binnen zijn beveiligingsplatform, en Rubrik Agent Cloud voor Anthropic’s Claude Code. Beide oplossingen richten zich op het beheer en herstel van AI-gestuurde workflows binnen organisaties.

Rubrik heeft tijdens Rubrik FORWARD 2026 twee producten aangekondigd die gericht zijn op het beheren en terugdraaien van acties van AI-agents binnen bedrijfsomgevingen.

Rubrik AI als autonome agent in Security Cloud

Het bedrijf introduceert Rubrik AI, een autonome agent binnen Rubrik Security Cloud (RSC) en Rubrik Agent Cloud (RAC). Volgens Rubrik werkt de agent op machinesnelheid en past hij zich aan op basis van de beveiligingscontext en -dreigingen binnen een specifieke organisatie.

Rubrik stelt dat de oplossing voortbouwt op het bestaande API-first platform en zich richt op wat het bedrijf ‘agentische cyberweerbaarheid’ noemt: bescherming tegen zowel externe AI-aanvallen als de risico’s die ontstaan bij intern gebruik van AI-agents. De agent beschikt over ingebouwde guardrails en georkestreerde herstelworkflows. Rubrik geeft aan dat deze workflows herstelprocessen aanzienlijk moeten versnellen, al onderbouwt het bedrijf die verwachting niet met concrete cijfers.

Agent Cloud voor Claude Code van Anthropic

Naast Rubrik AI kondigt het bedrijf Rubrik Agent Cloud (RAC) aan, specifiek voor Claude Code en Claude Cowork van Anthropic. RAC is bedoeld om Claude-gestuurde agents op grote schaal te draaien met mogelijkheden voor monitoring en controle.

Een centrale functie is de zogenoemde ‘agent rewind’: hiermee kunnen ongewenste acties van een AI-agent worden teruggedraaid. Rubrik meldt ook dat RAC onveranderlijke herstelmogelijkheden biedt voor codebases, voor situaties waarin acties van een agent het reguliere versiebeheer omzeilen. Dit adresseert een risico dat zich voordoet bij het gebruik van autonome coding-agents die direct in productieomgevingen opereren.

Rubrik heeft geen aanvullende technische details of prijsinformatie vrijgegeven over de beschikbaarheid van de producten.

Bijna 70 procent van de MKB-bedrijven wereldwijd bevindt zich nog in de vroege, experimentele fase van AI-volwassenheid. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van IDC in opdracht van SAS onder ruim 1.600 bedrijven in 28 landen. De voornaamste struikelblokken zijn versnipperde data, losstaande initiatieven en een gebrek aan expertise en governance.

De meeste MKB-bedrijven zetten AI inmiddels in voor afzonderlijke toepassingen, maar beschikken nog niet over de juiste combinatie van datastrategie, governance, vaardigheden en processen om de technologie structureel bedrijfsbreed in te zetten. Volgens het IDC-onderzoek, uitgevoerd in opdracht van SAS, resulteert dat in een duidelijke kloof tussen AI-ambities en daadwerkelijke resultaten.

Structurele obstakels

Het onderzoek — uitgevoerd onder ruim 1.600 MKB-bedrijven in 28 landen — identificeert vier terugkerende knelpunten: versnipperde data, losstaande AI-initiatieven, een tekort aan interne expertise en onvoldoende inzicht in rendement en governance. MKB-bedrijven die deze obstakels niet adresseren, blijven steken in projecten die nauwelijks schaalbaar of meetbaar zijn, zo stelt het onderzoek.

De onderzoekers onderscheiden meerdere fasen van AI-volwassenheid, waarbij de experimentele en opportunistische fasen de laagste niveaus vertegenwoordigen. Bijna 70 procent van de onderzochte bedrijven haalt de hogere niveaus — waarbij AI structureel is ingebed in bedrijfsprocessen en aantoonbaar waarde levert — nog niet.

Van experimenteren naar fundament

Robert Slotema, Country Director Nederland bij SAS, geeft aan dat de volgende stap voor veel organisaties niet ligt in méér experimenteren, maar in het leggen van een fundament waarop AI schaalbaar, betrouwbaar en verantwoord kan worden ingezet. Volgens Slotema is het verbinden van AI-projecten aan concrete bedrijfsdoelstellingen en meetbare waardecreatie daarbij de sleutel.

SAS brengt het volledige Engelstalige rapport beschikbaar via de eigen website.