Onderzoekers van Check Point Research hebben een nieuwe phishingmethode geïdentificeerd, genaamd ZipLine. In plaats van traditionele phishingmails maken de aanvallers gebruik van contactformulieren op bedrijfswebsites. Daarmee weten zij e-mailfilters te omzeilen en zich toegang te verschaffen tot bedrijfsnetwerken.

Volgens de onderzoekers doen de criminelen zich voor als potentiële zakenpartners en sturen zij na verloop van tijd een zip-bestand dat zogenaamd een geheimhoudingsverklaring bevat. In werkelijkheid gaat het om de MixShell-malware, die technieken als DNS-tunneling en HTTP-fallback inzet om onopgemerkt opdrachten uit te voeren en zich verder in een netwerk te nestelen.

De methode laat zien hoe social engineering wordt gebruikt om zakelijke relaties na te bootsen. Aanvallers maken in sommige gevallen zelfs nagemaakte websites van bestaande bedrijven. Een tweede golf van de aanval was gericht op de actuele belangstelling voor kunstmatige intelligentie: medewerkers ontvingen verzoeken om vragenlijsten in te vullen over de impact van AI op bedrijfsprocessen.

De risico’s die de campagne met zich meebrengt zijn volgens CPR onder meer diefstal van intellectueel eigendom, accountovernames, ransomware en verstoringen in de supply chain.

Check Point Software adviseert organisaties om ook contactformulieren en samenwerkingstools te monitoren, medewerkers te trainen in het herkennen van multi-channel phishing, nieuwe zakelijke contacten onafhankelijk te verifiëren en beveiligingstools zo in te richten dat ook zip-bestanden grondig worden gecontroleerd.

Mike Privette heeft bijna twintig jaar ervaring in de wereld van cybersecurity. Hij begon als security engineer, groeide door naar Chief Information Security Officer (CISO) en richtte uiteindelijk Return on Security op, een platform dat de economische kant van cybersecurity belicht. Daar noemt hij zichzelf de eerste ‘cybersecurity economist’. Zijn doel: praktijkgerichte economische intelligentie leveren aan securityleiders, oprichters en investeerders.

Privette analyseert investeringsstromen, fusies en overnames, economische indicatoren en veranderingen in regelgeving. “Op die manier kunnen we beter zien waar de industrie naartoe gaat, vaak nog voordat het breed zichtbaar is,” zegt hij. Tijdens Cybersec Netherlands 2025 geeft hij een presentatie onder de titel The State of Cybersecurity Economics in Europe: Building Resilience in an Uncertain World.

AI als kans en bedreiging

Een van de belangrijkste thema’s waar Privette op wijst, is de opkomst van AI in relatie tot cybersecurity. Hij ziet een dubbele beweging: enerzijds enorme investeringen en een golf van nieuwe startups, anderzijds een toename van nieuwe aanvalsvectoren. “De dreigingen worden geavanceerder en volgen elkaar sneller op. Daar komt bij dat geopolitieke spanningen en een gefragmenteerde supply chain de druk verder vergroten. Juist daarom is het van groot belang dat Europa inzet op eigen innovatie en regionale veerkracht.”

Privette benadrukt dat cybersecurity niet langer een puur technische aangelegenheid is. “Cyber is een economische motor en een strategisch onderscheidend vermogen. Wie in dit veld werkt, moet snappen dat technologie, economie en beleid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Alleen met zo’n multidisciplinaire blik kun je risico’s en kansen goed inschatten.”

Belangrijkste inzichten voor het publiek

Tijdens zijn presentatie in Utrecht wil Privette drie kernpunten meegeven.
• Europa heeft een essentiële rol in de toekomst van cybersecurity. De mate van samenwerking tussen landen bepaalt de weerbaarheid van de regio.
• Cybersecurity is een economische noodzaak. Het gaat niet alleen om voldoen aan compliance-eisen, maar om de continuïteit van de economie.
• Investeren in gedeelde kennis en innovatie binnen Europa is de meest duurzame route naar een veilig digitaal landschap.

Technologische ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op, maar volgens Privette blijven de fundamenten van cybersecurity onveranderd. “De terminologie en tools zullen veranderen, maar het draait altijd om drie zaken: veiligheid, veerkracht en vertrouwen. Naarmate de technologie complexer wordt, is het alleen maar belangrijker dat de security-industrie gelijke tred houdt.”

Het belang van samenkomen

Evenementen als Cybersec Netherlands spelen hierbij een cruciale rol. Privette: “Niemand beschikt over alle antwoorden – niet de publieke sector en ook niet het bedrijfsleven. Door samen te komen in een onafhankelijke setting ontstaat er ruimte om te leren, samen te werken en elkaar te vertrouwen. Alleen zo kunnen we de dreigingen van morgen het hoofd bieden en nieuwe kansen benutten.”

Over Cybersec Netherlands 2025
• Datum: 10 & 11 september 2025
• Locatie: Jaarbeurs Utrecht
• Meer dan 3.000 securityprofessionals
• Thema’s: cybersecurity, cryptografie, threat intelligence, compliance
• Gratis registratie: www.cybersec-netherlands.nl

ChannelConnect is mediapartner van Cybersec Netherlands 2025

De inzet van AI binnen cybersecurity is in opmars, maar organisaties in de Benelux blijven terughoudender dan het wereldwijde gemiddelde. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van Arctic Wolf onder bijna tweeduizend IT- en securitybeslissers.

Voor het onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met Sapio Research, werden 1.950 professionals ondervraagd in zestien landen. Daaronder 150 respondenten uit de Benelux. De resultaten laten zien dat wereldwijd 73 procent van de organisaties AI inmiddels heeft geïntegreerd in hun cybersecuritybeleid. In de Benelux ligt dat percentage met 63 procent beduidend lager.

Securityafdelingen krijgen dagelijks te maken met duizenden waarschuwingen, afkomstig uit verschillende bronnen en tooling. Door een tekort aan capaciteit en middelen moeten teams voortdurend keuzes maken in welke meldingen ze nader onderzoeken. Dit leidt tot langere responstijden en verhoogt het risico op gemiste dreigingen. De inzet van AI wordt daarom steeds vaker overwogen als middel om processen te automatiseren, detectie te verbeteren en de zogenoemde alert fatigue te beperken.

AI wordt in dat kader niet alleen gezien als hulpmiddel, maar als volwaardige component binnen security operations. De technologie helpt bij dreigingsdetectie, het bieden van context en het versnellen van analyses. Tegelijkertijd blijft menselijke inbreng noodzakelijk.

Gebruik en plannen

Uit het onderzoek blijkt dat wereldwijd 73 procent van de organisaties AI al gebruikt of van plan is in te zetten voor de volledige automatisering van security operations, inclusief 24/7 monitoring. Daarnaast wil 72 procent van de ondervraagde organisaties AI inzetten om dreigingen beter te kunnen voorspellen en blokkeren. Verder verwacht 70 procent dat AI in staat is om de mogelijkheden voor dreigingsdetectie aanzienlijk te verbeteren.

Binnen de Benelux liggen deze percentages structureel lager. Van de organisaties in deze regio zegt 64 procent AI te willen gebruiken voor geautomatiseerde securityprocessen. Eveneens 64 procent ziet mogelijkheden voor AI bij het voorspellen en stoppen van dreigingen. Voor het versterken van detectiecapaciteit ligt dat percentage op 62 procent.

Vooral sectoren zoals de financiële dienstverlening lopen wereldwijd voorop in AI-adoptie. Hier geeft 82 procent van de organisaties aan dat AI al een rol speelt in het cybersecuritybeleid. In meer risicomijdende sectoren, zoals nutsbedrijven, blijft de adoptiegraad voorlopig achter, met 59 procent. De Benelux volgt die laatste trend en toont zich gemiddeld iets voorzichtiger dan de rest van de wereld.

Meer dan twee derde van de Benelux-respondenten stelt dat AI aanzienlijke menselijke input nodig heeft. 44 procent verwacht dat securityteams zich moeten bijscholen om met AI-systemen te kunnen werken. 35 procent denkt dat analisten zich vooral gaan richten op het beoordelen van AI-gegenereerde alerts.

Belemmeringen en zorgen

De grootste uitdaging rond AI in de Benelux is het ontbreken van duidelijk beleid voor veilig gebruik (33%). Daarna volgen zorgen over dataprivacy (31%) en kosten (29%). Wereldwijd noemen organisaties privacy (33%), kosten (30%) en complexiteit van integratie (28%) als grootste obstakels.

Een opvallend verschil is zichtbaar in de perceptie van AI als oplossing tegen burn-out en verloop onder securitymedewerkers. Waar wereldwijd 66 procent denkt dat AI daarin een positieve rol speelt, is dat in de Benelux slechts 50 procent. Eén op de vijf organisaties in de regio ziet zelfs helemaal geen voordeel op dit vlak.

De snelle opkomst van AI en high-performance computing (HPC) zet de traditionele koelinfrastructuur van datacenters onder druk. Serverracks met een warmteafgifte van 50 kilowatt of meer zijn geen uitzondering meer, en die vermogens laten zich steeds moeilijker afvoeren met luchtkoeling. Vloeistofkoeling – en dan specifiek direct-to-chip (DTC) – wordt daarom steeds vaker ingezet om nieuwe generaties rekenintensieve workloads draaiende te houden.

Vertiv speelt in op die ontwikkeling met de introductie van drie nieuwe koeloplossingen binnen zijn Vertiv CoolChip CDU-serie (coolant distribution unit): de CDU 70, CDU 100 en CDU 600. Deze units zijn ontworpen voor directe vloeistofkoeling op chipniveau en richten zich op uiteenlopende datacenteromgevingen, van pilotinstallaties tot hyperscale-omgevingen.

Nieuwe fase in koelstrategie

Veel datacenters balanceren momenteel tussen het uitbreiden van AI-capaciteit en het behouden van operationele betrouwbaarheid. Vooral bij retrofits of de uitbreiding van bestaande installaties blijkt dat luchtkoeling vaak niet meer voldoet. DTC-koeling biedt in dat geval uitkomst: het leidt de warmte direct van de processor naar een gesloten vloeistofcircuit, met minimale verliezen.

“Datacenterworkloads leiden tot steeds hogere rackdichtheden en koelbehoeften,” zegt Sam Bainborough, Vice President EMEA Thermal Business bij Vertiv. “Daarom hebben klanten oplossingen nodig die zich aanpassen aan hun specifieke implementatiestrategieën, zoals direct-to-chip.”

Volgens Bainborough zijn schaalbaarheid en flexibiliteit essentieel in deze fase van de AI-transitie. Niet ieder datacenter kan of wil immers in één keer overstappen op vloeistofkoeling. De nieuwe CDU-modellen bieden daarom verschillende capaciteiten en configuraties, afgestemd op uiteenlopende omgevingen en groeiscenario’s.

Drie modellen, verschillende toepassingen

De Vertiv CoolChip CDU 70 is een in-row vloeistof-naar-luchtoplossing met een koelcapaciteit tot 70 kW. Deze uitvoering is vooral bedoeld voor datacenters die bestaande infrastructuur willen upgraden zonder ingrijpende aanpassingen. Door gebruik te maken van bestaande thermische systemen kunnen organisaties relatief snel overstappen naar vloeistofkoeling. De geïntegreerde besturing maakt beheer over meerdere units eenvoudiger en ondersteunt realtime monitoring.

Vertiv CoolChip CDU 70

Voor datacenters die vloeistofkoeling per rack willen toepassen – bijvoorbeeld voor het ondersteunen van een AI-pilot of een high-density workload – is de Vertiv CoolChip CDU 100 ontwikkeld. Deze 4U-unit biedt een koelvermogen van 100 kW via vloeistof-naar-vloeistofkoeling. Een groot warmtewisselaaroppervlak zorgt voor efficiënte warmteoverdracht bij lage benaderingstemperaturen. Via nauwkeurige temperatuurregeling (binnen ±1 °C) en ingebouwde filtratie blijft de vloeistofkwaliteit op peil. Ook is er sprake van fysieke scheiding tussen IT- en facilitaire circuits, wat het onderhoud en de veiligheid in bedrijfskritische omgevingen vereenvoudigt.

De Vertiv CoolChip CDU 600 is de krachtigste uitvoering en richt zich op grootschalige implementaties. Deze in-row unit biedt een koelcapaciteit van 600 kW en is ontworpen voor hyperscale datacenters en colocatieomgevingen waar AI- en HPC-infrastructuur op grote schaal wordt uitgerold. Het systeem kan via boven- of onderaansluitingen worden geïntegreerd in bestaande of nieuwe installaties en is voorzien van redundante pompen en geavanceerde monitoring van temperatuur en vloeistofkwaliteit.

Vertiv CoolChip CDU 600

De rol van DTC-koeling in AI-gedreven datacenters

Direct-to-chip vloeistofkoeling is geen nichetechnologie meer. De toenemende inzet van AI-modellen – vaak ondersteund door GPU’s en andere gespecialiseerde processoren – vereist hogere vermogensdichtheden en nauwkeurigere thermische controle. Luchtkoeling bereikt daarbij in veel gevallen zijn limiet.

DTC-koeling biedt een direct pad voor warmteafvoer met een hogere thermische efficiëntie dan lucht, zonder dat volledige immersie van componenten nodig is. De koelvloeistof stroomt in een gesloten circuit direct naar de warmste onderdelen van de server – meestal de CPU of GPU – en wordt via een warmtewisselaar opnieuw afgekoeld. Deze aanpak leidt tot lagere PUE-waarden en stelt datacenters in staat om meer rekenkracht per vierkante meter te leveren.

Daarnaast maakt DTC-koeling het eenvoudiger om gericht te investeren. In plaats van een complete omgeving om te bouwen, kunnen operators beginnen met een enkele rij of een aantal racks en die later uitbreiden. Dat past bij de gefaseerde groei die veel organisaties nastreven bij de uitrol van AI-workloads.

Onderdeel van bredere strategie

De drie nieuwe CDU’s maken deel uit van een bredere Vertiv 360AI-portfolio, waarin naast koelsystemen ook stroomvoorziening, monitoring en consultancy zijn ondergebracht. Het bedrijf wil zich daarmee positioneren als een partij die niet alleen technologie levert, maar ook ondersteuning biedt bij ontwerp, installatie en beheer. Dat geldt zowel voor greenfieldprojecten als voor het aanpassen van bestaande datacenters.

Volgens Vertiv is die ondersteuning steeds belangrijker, nu vloeistofkoeling opschuift van experiment naar standaard. De complexiteit van integratie – denk aan leidingen, monitoring, vloeistofkwaliteit en onderhoud – is voor veel datacenters nog een drempel. Door complete ondersteuning te bieden, van planning tot service, wil Vertiv die barrière verlagen.

Koeltechniek als strategische factor

De lancering van de Vertiv CoolChip CDU-serie markeert een volgende stap in het professionaliseren van vloeistofkoeling binnen het datacenter. De nadruk ligt op flexibiliteit, schaalbaarheid en betrouwbaarheid – eigenschappen die onmisbaar zijn in een infrastructuur waar AI en HPC een steeds grotere rol spelen.
Waar de discussie over AI-toepassingen vaak draait om data en modellen, is de fysieke kant van die technologie minstens zo bepalend. Zonder efficiënte koeling, geen betrouwbare prestaties. Direct-to-chip vloeistofkoeling maakt het mogelijk om die prestaties ook op lange termijn vol te houden.

Frans Feldberg, Hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, opent Data Expo op donderdag 11 september met de keynote ‘AI: in de beperking toont zich de meester!’ Organisaties beschikken over meer data dan ooit, en AI-oplossingen ontwikkelen zich razendsnel. Toch blijkt het lastig om de potentie van deze technologieën structureel om te zetten in waarde. Volgens Feldberg is technologie zelden de beperkende factor. Het ontbreekt eerder aan gezamenlijk begrip en richting.

Feldberg is als hoogleraar verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en medeoprichter van onder meer het Amsterdam Center for Business Analytics en Data Science Alkmaar. Vanuit die rol overziet hij zowel wetenschappelijke inzichten als de praktijk van datagedreven innovatie in bedrijfsleven en publieke sector.

Op papier lijkt de beschikbaarheid van grote hoeveelheden data een ideaal uitgangspunt voor innovatie. Organisaties kunnen klantbehoeften beter doorgronden, beslissingen verbeteren en nieuwe diensten ontwikkelen. In werkelijkheid blijft het rendement vaak achter. “Onderzoek laat zien dat 70 tot 80 procent van de dataprojecten hun doelen niet halen,” stelt Feldberg. “We hebben de technologie en de data, maar de randvoorwaarden blijken lastig te realiseren.”

AI is geen Haarlemmerolie – wie dat denkt, loopt vroeg of laat vast.

Volgens Feldberg ontbreekt het vaak aan een samenhangend verhaal binnen organisaties: “Bij AI hoor je vaak: we móeten er iets mee. Maar waarom eigenlijk? Wat is het doel, en wat kan AI wel en niet betekenen voor jouw organisatie? Die vragen komen zelden eerst.”

Data raakt het hele businessmodel

De inzet van data en AI beperkt zich niet tot technologieafdelingen. Ze beïnvloeden vrijwel alle onderdelen van het businessmodel: van waardecreatie en klantrelaties tot interne processen en partnerschappen. Feldberg: “Een businessmodel draait om drie kernvragen: hoe creëer je waarde, hoe lever je die, en hoe zorg je dat er iets overblijft? Data en AI kunnen al die elementen veranderen.”

Dat stelt organisaties voor strategische vragen. Zeker als andere partijen – zoals platforms of startups – beter zicht hebben op de eigen klant dan de organisatie zelf. “Dat dwingt je na te denken over relevantie. Hoe blijf je van waarde als iemand anders jouw klant beter kent dan jij?”

Feldberg benadrukt dat er geen universele aanpak bestaat. De impact van data en AI verschilt per organisatie, afhankelijk van sector, datastructuur, doelen en cultuur. “Maatwerk is essentieel. Het gaat om leren en durven experimenteren, waarbij technologie slechts één onderdeel van het verhaal is.”

Volgens hem draait succes om samenwerking tussen verschillende disciplines. Business, IT en dataspecialisten moeten gezamenlijk optrekken. “Ze spreken vaak een andere taal, en hebben verschillende doelen. Zonder gedeeld begrip en gedeelde doelen blijft samenwerking moeizaam.”

Alignment als sleutel tot succes

“Uit onderzoek blijkt dat alignment – het op één lijn krijgen van mensen, processen en doelen – essentieel is,” aldus Feldberg. “Je kunt de beste infrastructuur en de slimste algoritmes hebben, maar als teams elkaar niet begrijpen, strandt het project alsnog.”

Het ontwikkelen van een gezamenlijk verhaal – waarin de rol van data en AI helder is uitgelegd en breed wordt gedragen – is volgens hem een noodzakelijke voorwaarde voor succes. “Dat klinkt simpel, maar het is dé succesfactor.”

Zonder begrip van wat AI niet kan, krijg je gegarandeerd verkeerde verwachtingen.

De opkomst van generatieve AI heeft het tempo in de markt verder opgevoerd. Feldberg ziet kansen, maar waarschuwt ook voor overspannen verwachtingen. “AI wordt in media vaak gepresenteerd als een wondermiddel dat alles verandert. Maar dat klopt niet. Je moet weten wat AI wél kan en waar de beperkingen liggen.”

Zo noemt hij het begrip ‘intentionaliteit’ – het vermogen om het doel van menselijk gedrag te begrijpen – als iets dat AI nog niet beheerst. “AI kan veel, maar het is niet in staat tot denken zoals mensen dat doen. Verwachtingen die daar geen rekening mee houden, leiden vaak tot teleurstelling.”

Feldberg roept op tot realisme: “Als je niet weet welke vormen van AI er zijn, of wat de technologie wel en niet kan, dan wordt het lastig om goede keuzes te maken. Dan ontstaan verkeerde discussies, en soms zelfs mislukkingen die vermeden hadden kunnen worden.”

De kracht van beperking

Tot slot verwijst Feldberg naar een uitspraak van Goethe: ‘In de beperking toont zich de meester’. Een passende metafoor, vindt hij, voor organisaties die zich niet laten meeslepen door de hype, maar met duidelijke kaders en focus inzetten op verantwoorde innovatie. Tijdens zijn keynote zal hij deze lijn verder uitwerken.

Bron: data-expo.nl

Data Expo 2025 in het kort
● Editie: 9e (Data Expo bestaat 11 jaar)
● Datum & locatie: Jaarbeurs Utrecht, 10 en 11 september 2025
● Bezoekers: >4.500 professionals uit profit- en non-profitorganisaties
● Programma: 120+ lezingen en workshops (Nederlands & Engels)
● Beursvloer: tientallen exposanten met software, data-oplossingen en consultancy
● Samenwerking: gelijktijdig met Cybersec, voor extra focus op security en data-soevereiniteit

Wil je Data Expo bezoeken? Registreer je hier gratis voor het event.

ChannelConnect is mediapartner van Data Expo en Cybersec Netherlands

De vergrijzing en het groeiende tekort aan zorgpersoneel zorgen ervoor dat bewoners van zorginstellingen steeds vaker binnen verblijven. Een dagelijks rondje buiten zit er vaak niet in, terwijl daglicht juist essentieel is voor het welbevinden en de gezondheid. Het Nederlandse Firefly ontwikkelt biodynamische verlichting die met behulp van IoT het natuurlijke dag- en nachtritme nabootst.

De naam Firefly verwijst naar het vuurvliegje, een insect dat licht produceert zonder warmteverlies. Het diertje zet energie volledig om in licht, een efficiëntie waar de verlichtingsindustrie alleen van kan dromen. Firefly wil met dit principe in gedachten gebouwen en openbare ruimtes voorzien van duurzame en slimme ledverlichting. Daarmee richt het bedrijf zich niet alleen op energiebesparing, maar ook op toepassingen die direct bijdragen aan de kwaliteit van leven.

Een belangrijk speerpunt is de ontwikkeling van biodynamische verlichting, ook wel bekend als human centric lighting. Daarmee kunnen lichtomstandigheden worden aangepast aan het natuurlijke ritme van de mens.

Met verlichting kun je het dag- en nachtritme subtiel beïnvloeden

“Biodynamische verlichting maakt het mogelijk om een natuurlijk dag- en nachtritme na te bootsen met kunstlicht,” legt Stefan van den Berg, manager business development en marketing bij Firefly, uit. “Ons lichaam is gewend aan een vast ritme. ’s Ochtends zien we helder licht, dat helpt om wakker te worden. ’s Avonds wordt het licht warmer en gedempt, waardoor we slaperig worden.”

Volgens Van den Berg draait het om de invloed van twee hormonen: cortisol en melatonine. “Helder licht stimuleert de aanmaak van cortisol, waardoor mensen energieker en productiever worden. Warmer, gedimd licht stimuleert melatonine, dat zorgt voor rust en slaperigheid. Met verlichting kun je dit subtiel beïnvloeden.”

Toepassing in de zorg

De technologie wordt inmiddels in verschillende zorginstellingen toegepast. Daar brengen bewoners vaak het grootste deel van de dag door in dezelfde ruimtes, waar conventioneel kunstlicht een constante kleur en intensiteit heeft. Voor mensen met dementie kan dit desoriëntatie veroorzaken: zij verliezen het besef van tijd en hebben moeite met het onderscheiden van ochtend, middag en avond.

“Onze lichtplannen zorgen ervoor dat bewoners zich overdag frisser voelen en actiever zijn,” zegt Van den Berg. “In de avond komen ze juist meer tot rust. ’s Nachts zien we dat bewoners die wakker worden sneller terug naar bed gaan. Ze ervaren door het gedimde licht dat het nog nacht is, wat leidt tot minder dwalingen in de gangen.”
Naast de standaardarmaturen ontwikkelt Firefly ook speciale wolkenplafonds. Dat zijn ledpanelen met de afbeelding van een blauwe lucht en wolken, die meebewegen met het biodynamische ritme. “Bewoners gaan er vaak onder zitten en kijken er rustig naar, alsof ze buiten op een bankje zitten,” vertelt Van den Berg. “Het geeft een gevoel van herkenning en rust.”

Technologie achter de oplossing

Om het ritme nauwkeurig te kunnen volgen, maakt Firefly gebruik van IoT-technologie. Iedere armatuur is uitgerust met een simkaart en maakt deel uit van een draadloos mesh-netwerk. Via dit netwerk ontvangen de lampen voortdurend commando’s, zodat de lichtintensiteit en -kleur per minuut kunnen worden aangepast.

“De lampen communiceren met elkaar en zijn volledig vanuit de cloud te beheren,” legt Van den Berg uit. “Voor de connectiviteit gebruiken we het mobiele netwerk van Odido. Op die manier zorgen we dat alle armaturen synchroon werken en dat het lichtplan precies het natuurlijke verloop van de dag volgt. Voor zorginstellingen betekent dit dat ze nauwelijks onderhoud hebben en toch altijd de juiste lichtinstellingen gebruiken.”

We willen licht laten aansluiten bij de menselijke behoefte aan ritme en balans

De voordelen beperken zich niet tot het welzijn van bewoners. Ook zorgmedewerkers profiteren van een omgeving waarin licht beter aansluit bij het dagritme. Overdag is er meer energie in de groep, ’s avonds meer rust. Dit kan bijdragen aan een prettigere werkomgeving en een betere nachtrust voor bewoners, wat de druk op personeel indirect verlaagt.

Daarnaast sluit de technologie aan bij bredere duurzaamheidsdoelen. Ledverlichting verbruikt aanzienlijk minder energie dan traditionele verlichting en de aansturing via IoT maakt verdere optimalisatie mogelijk. Instellingen kunnen de verlichting bijvoorbeeld automatisch laten dimmen in ongebruikte ruimtes, wat het energieverbruik verder terugdringt.

Vooruitblik

Biodynamische verlichting staat nog relatief aan het begin van zijn ontwikkeling, maar de praktijkervaring bij zorginstellingen laat zien dat de impact groot kan zijn. Firefly ziet kansen om de technologie ook buiten de zorg breder in te zetten. Denk aan onderwijs, waar concentratie en alertheid in de klas direct samenhangen met lichtomstandigheden, of aan kantoren waar productiviteit en welzijn steeds belangrijker worden.

“Ons doel is om verlichting écht slim te maken,” besluit Van den Berg. “Niet alleen door energie te besparen, maar door licht te laten aansluiten bij de menselijke behoefte aan ritme en balans. Daarmee brengen we een stukje van de buitenwereld naar binnen.”

 

Vertiv heeft Waylay NV, een Belgische specialist in hyperautomation en AI-software, overgenomen. Het bedrijf wil met de acquisitie zijn portfolio uitbreiden met AI-gestuurde monitoring, voorspellende diensten en prestatieoptimalisatie voor digitale infrastructuur.

Volgens Vertiv speelt de technologie van Waylay in op de groeiende vraag naar slimme energie- en koelsystemen in datacenters, die steeds vaker worden belast door AI-workloads. Door realtime monitoring, voorspellend onderhoud en dynamische optimalisatie van energie- en thermische prestaties moet de technologie bijdragen aan efficiëntere en veerkrachtigere datacenteromgevingen.

Giordano Albertazzi, CEO van Vertiv, noemt de overname een stap om de visie van het bedrijf op ‘slimme infrastructuur’ te versnellen. “Met de technologie en het softwareteam van Waylay krijgen we extra voorspellende mogelijkheden die klanten meer efficiëntie en veerkracht moeten bieden.”

Waylay, opgericht in 2014, ontwikkelde een AI-gedreven platform dat workflows automatiseert, systemen integreert en processen coördineert. Het platform analyseert machinedata in realtime, signaleert trends en voorspelt mogelijke problemen. Volgens Waylay helpt dit klanten om downtime te beperken en systeemprestaties te verbeteren.

Met de integratie van deze technologie kan Vertiv zijn aanbod op grotere schaal beschikbaar maken. Daarmee speelt het bedrijf in op de toenemende vraag naar oplossingen die geschikt zijn voor high-density, high-performance computingomgevingen.

De discussie over digitale soevereiniteit draait vaak om de cloud en Europese dataopslag. Jessica Strobl, Sales Manager Nederland bij LANCOM Systems, vindt dat te smal. “Echte digitale weerbaarheid en cybersecurity beginnen niet in de cloud. Ze beginnen bij de hardware waarop jouw hele netwerk is gebouwd.”

Volgens Strobl is de beveiliging van clouddiensten ‘slechts zo sterk als de fysieke infrastructuur die deze ondersteunt’. Organisaties doen er daarom goed aan evenveel aandacht te besteden aan de herkomst en integriteit van hun netwerkhardware – de routers, switches en access points die de ruggengraat van hun operaties vormen. Haar oproep: kijk niet alleen naar leveranciers in de cloud, maar naar de hele keten van productie tot implementatie.

Wie vertrouwt op niet verifieerbare bronnen, loopt risico’s, zegt Strobl: “Vertrouwen op hardware van niet verifieerbare bronnen kan kwetsbaarheden creëren, ongeacht hoe veilig de cloudomgeving is.” Dat weegt extra zwaar in omgevingen met gevoelige informatie. “Dit is nog belangrijker als het gaat om data in de gezondheidszorg, scholen, openbaar bestuur en kritieke infrastructuur. Ook is het belangrijk om ervoor te zorgen dat deze producten backdoorvrij zijn, zodat er geen ongewenste of onverwachte gasten binnen kunnen dringen.” Daarom is het niet alleen een voorkeur, maar een veiligheidsvereiste om ervoor te zorgen dat de hardware wordt ontworpen en geproduceerd in een vertrouwde omgeving, zoals Europa, zegt Strobl.

Geïntegreerde beheeroplossing

Is de basis op orde, dan kan de aandacht naar software en beheer. “Een geïntegreerde beheeroplossing is essentieel voor het handhaven van een robuuste veiligheidspositie,” zegt Strobl. “De LANCOM Management Cloud (LMC) bijvoorbeeld maakt een uitgebreid overzicht van netwerkcomponenten mogelijk, zorgt voor organisatie en optimalisatie, en dat beveiligingsbeleid consequent wordt toegepast en dreigingen vanuit een centraal punt worden beheerd.” De LMC is ontwikkeld en wordt gehost in Europa, zegt Strobl, en kan bedrijven helpen met het naleven van wettelijke vereisten zoals de AVG en NIS2.

Dit samenspel van herleidbare hardware en centrale software controle is volgens haar de sleutel: “Deze combinatie van vertrouwde hardware, intelligente en veilige software creëert een krachtige verdediging tegen de steeds evoluerende cyberdreigingen. Het zorgt ervoor dat er altijd een goede voorbereiding en basis is op het gebied van cybersecurity.”

Strobl wijst erop dat LANCOM Systems al ruim twintig jaar vertrouwd wordt door bedrijven op de Europese markt. “We leveren state of the art netwerk en beveiligingsoplossingen, ontwikkeld in Duitsland. Als onderdeel van de technologiegroep Rohde & Schwarz willen we ons inzetten voor hoge normen van veiligheid en betrouwbaarheid. We zijn ervan overtuigd dat je door hardware als hoeksteen van de cyberbeveiligingsstrategie te prioriteren, een veerkrachtige digitale fundering legt, die klaar is om de uitdagingen van morgen aan te gaan.”

Op 16 september 2025 vormt de Jaarbeurs in Utrecht het decor voor een nieuwe beurscombinatie: de MSP Show & Service Desk Show. Het event, dat al bijna dertig jaar in het Verenigd Koninkrijk plaatsvindt, richt zich op zowel managed service providers als interne IT-supportteams. ChannelConnect is mediapartner van de beurs.

De beurs combineert twee nauw verbonden thema’s: managed services en interne IT-support. De opzet bestaat uit twee zones. In de paarse zone staat de service desk centraal, met onderwerpen als ITSM-best practices, automatisering, gamification, SIAM en AI. De oranje zone is ingericht voor msp’s – in het bijzonder kleinere aanbieders die willen groeien of zich voorbereiden op een overname. Daar zijn sessies te volgen over onder meer sales, marketing, cybersecurity en bedrijfsgroei.

Theaters en programma

Op de beursvloer staan drie thematheaters opgesteld. Het MSP Theater behandelt strategie en groei, cybersecurity, marketing, fusies en overnames en het opbouwen van communities. Het Keynote Theater gaat in op leiderschap, diversiteit, ethiek rond AI en time management. Het Service Desk Theater biedt sessies rond automatisering, ITSM, service-integratie en praktische AI-toepassingen.

De theaters zijn open en laagdrempelig opgezet, zodat bezoekers eenvoudig kunnen binnenlopen en meeluisteren. Elke sessie biedt plaats aan circa zestig deelnemers, waardoor interactie met sprekers en andere professionals centraal staat.

Onafhankelijk karakter

De organisatie benadrukt dat de inhoud vendor-neutraal is. Het gaat om kennisdeling en praktische inzichten, niet om productpromotie. Bezoekers kunnen in gesprek gaan met leveranciers, demonstraties bijwonen of zelf nieuwe tools uitproberen. Tot de bevestigde exposanten behoren onder andere TOPdesk, Kaseya, ConnectWise en SuperOps.

Informele afsluiting

Na afloop van het inhoudelijke programma is er vanaf 16:30 uur een netwerkborrel in het centrale café van de beursvloer. Dat moment is bedoeld om ervaringen uit te wisselen en nieuwe contacten te leggen in een informele setting.

Als msp mag je dit event niet missen. Je krijgt toegang tot drie thematheaters waar uiteenlopende onderwerpen aan bod komen, variërend van strategie en groei tot automatisering en praktische toepassingen van AI. Tijdens de sessies doe je kennis en praktijkvoorbeelden op uit zowel de wereld van managed services als die van interne IT-support, waardoor je inzicht krijgt in beide kanten van het IT-dienstverleningsvak.

Daarnaast biedt de beurs de gelegenheid om leveranciers en branchegenoten te ontmoeten in een vendor-neutrale setting, zonder dat commerciële boodschappen de boventoon voeren. Het event wordt afgesloten met een netwerkborrel, waar je in een informele sfeer contacten kunt leggen en ervaringen kunt uitwisselen. En niet onbelangrijk: de toegang is volledig gratis voor IT-professionals.

MSP Show & Service Desk Show

  • Datum: dinsdag 16 september 2025
  • Locatie: Jaarbeurs, Utrecht
  • Tijd: vanaf 10:00 uur, afsluitende netwerkborrel om 16:30 uur
  • Toegang: gratis voor IT-professionals
  • Doelgroepen: managed service providers en interne IT-supportteams
  • Programma: drie thematheaters (MSP Theater, Keynote Theater en Service Desk Theater) met sessies rond strategie, groei, ITSM, automatisering, AI, leiderschap en meer
  • Website & registratie: mspshownl.com

ChannelConnect is mediapartner van het event. Bezoek ons op stand G5.

Westcon-Comstor, wereldwijd technologieaanbieder en gespecialiseerde distributeur, heeft vandaag bekendgemaakt dat het is erkend als 2024 Partner of the Year door Juniper Networks, inmiddels onderdeel van HPE. De award eert Westcon-Comstor als partner die uitblinkt in het leveren van innovatieve AI-native netwerkoplossingen, het realiseren van uitzonderlijke klantervaringen en het behalen van sterke zakelijke resultaten.

Westcon-Comstor werd onderscheiden als Partner of the Year voor zowel Worldwide Distribution als APAC (Asia-Pacific) Distribution. Dit benadrukt het succes van het bedrijf bij het stimuleren en opschalen van de adoptie van Junipers innovatieve AI-native netwerkoplossingen in verschillende regio’s. Als strategische distributiepartner van Juniper Networks speelt Westcon een sleutelrol in het versnellen van partnereducatie en -enablement, ondersteund door een toegewijd team van interne Juniper-specialisten.

Via een uitgebreid pakket aan value-added services en diepgaande, datagedreven inzichten stelt Westcon partners bovendien in staat om transformatieve resultaten te realiseren in een steeds dynamischer digitaal landschap.

De relatie tussen Westcon en Juniper bestrijkt meerdere regio’s en wordt ondersteund door strategische distributieovereenkomsten in belangrijke markten in APAC, Europa en Afrika.

De 2024 Partner of the Year Awards van Juniper maakten deel uit van het Juniper Partner Advantage Program (JPA), dat partners erkent voor hun uitzonderlijke prestaties en hun bijdrage aan digitale transformatie bij klanten. Naast erkenning stelt het JPA partners in staat om hun Juniper-praktijk op te bouwen, te onderhouden en verder te laten groeien met de tools en ondersteuning die nodig zijn om next-gen, AI-native netwerkoplossingen te leveren.

“Deze award weerspiegelt de kracht van onze samenwerking met Juniper en de toewijding van onze teams in verschillende regio’s en markten,” zegt René Klein, Executive Vice President, Europe bij Westcon-Comstor. “Junipers next-generation, AI-native netwerkoplossingen hebben een strategische rol in het huidige technologie-ecosysteem. Onze langdurige relatie is een belangrijk onderdeel van onze missie om partners klaar te maken voor de toekomst.”

“We zijn verheugd om onze winnaars van de 2024 Juniper Partner Awards te eren voor hun uitzonderlijke prestaties en onwankelbare toewijding aan innovatie. Deze partners hebben de lat hoog gelegd door veilige, AI-native netwerkoplossingen te leveren die industrieën transformeren en klanten wereldwijd sterker maken. Ik feliciteer onze partners met deze welverdiende erkenning. We zijn er trots op om samen de toekomst van netwerken vorm te geven,” zegt Gordon Mackintosh, VP Worldwide Networking Channel and Partner Ecosystem Networking Sales bij HPE.