We praten en schrijven op ChannelConnect al heel lang over NIS2 en de gevolgen voor IT-dienstverleners en hun klanten. Nu, ruim drie jaar na de aankondiging van NIS2 komt er eindelijk schot in de Nederlandse implementatie.

Terwijl in veel Europese landen de richtlijn al is omgezet in concrete wetgeving, gaat hier nu pas de internetconsultatie van start voor de ministeriële regeling onder de Cyberbeveiligingswet. Dat betekent dat de IT-community, toezichthouders en bedrijven pas in deze fase formeel mogen meedenken over de uitwerking. Een opmerkelijke vertraging, zeker gezien de impact van NIS2 op de digitale weerbaarheid van vrijwel alle sectoren.

Van richtlijn naar wet: een trage vertaalslag

De NIS2-richtlijn (Network and Information Security 2) werd eind 2022 vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad van de EU. Lidstaten kregen tot oktober 2024 de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Waar landen als Frankrijk en Duitsland hun kaders al grotendeels klaar hebben, is Nederland pas net begonnen met de laatste fase: de inspraakronde voor de ministeriële regelingen die de praktische invulling vormen van de nieuwe Cyberbeveiligingswet.

Deze wet moet de Nederlandse vertaling worden van NIS2 en de verplichtingen vastleggen voor bedrijven en instellingen die vallen onder de categorie ‘essentiële’ of ‘belangrijke’ entiteiten. Denk aan energie, transport, IT-diensten, voedselvoorziening, zorg en overheid. Maar zolang de onderliggende regelgeving niet is afgerond, blijft onduidelijk welke specifieke verplichtingen gelden en wanneer toezicht daadwerkelijk van start gaat.

Ministeriële regelingen: de echte invulling

Waar de Cyberbeveiligingswet en het bijbehorende Cyberbeveiligingsbesluit vooral de hoofdlijnen vastleggen, zorgen de ministeriële regelingen voor de daadwerkelijke vertaling naar de praktijk. Daarin staan onder meer de sectorspecifieke beveiligingseisen, drempelwaarden voor de meldplicht bij incidenten en de manier waarop toezicht wordt ingericht.

Zes ministeries – Binnenlandse Zaken (BZK), Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Economische Zaken (EZ), Klimaat en Groene Groei (KGG), Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) – publiceren deze week hun conceptregelingen. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) volgt later. De consultatie loopt tot en met 21 december 2025 via internetconsultatie.nl.

Bijzonder is dat vier ministeries – I&W, EZ, KGG en LVVN – hebben gekozen voor een gezamenlijke uitwerking van de zorgplicht. Zo ontstaat één set beveiligingseisen voor meerdere sectoren, wat de administratieve last voor organisaties zou moeten beperken. De meldplicht voor incidenten krijgt daarentegen per sector een eigen invulling.

Jarenlange vertraging

De vertraging van de Nederlandse implementatie is niet nieuw. De eerste contouren van de Cyberbeveiligingswet doken al in 2023 op, maar sindsdien bleef het stil. Pas in het voorjaar van 2025 werd via een eerdere consultatie input gevraagd op de invulling van de zorgplicht. Dat die fase nu pas wordt gevolgd door de volledige ministeriële regelingen, betekent dat bedrijven voorlopig nog geen zekerheid hebben over de exacte eisen die aan hen gesteld worden.

Voor organisaties die onder NIS2 gaan vallen, is dat een probleem. De Europese richtlijn is formeel al van kracht, en in theorie zijn lidstaten verplicht de bepalingen te handhaven. Maar zonder nationale wetgeving kan er geen toezicht of handhaving plaatsvinden. Het gevolg: onzekerheid bij bedrijven, verwarring over verantwoordelijkheden en een groeiend risico dat Nederland opnieuw achterloopt op Europese normen voor cybersecurity.

Paralleltraject: de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten

Naast de Cyberbeveiligingswet start ook de internetconsultatie voor de ministeriële regelingen onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Deze wet vertaalt de Europese CER-richtlijn, die zich richt op fysieke en digitale weerbaarheid van vitale infrastructuren. Ook hier geldt dat de uitwerking per ministerie verschilt, maar er wordt wel samengewerkt om doublures te voorkomen.

De overlap met de Cyberbeveiligingswet is groot: veel organisaties vallen onder beide wetten. In theorie zou dat voor consistentie moeten zorgen, maar zolang beide trajecten nog in consultatie zijn, blijft het gissen hoe de toezichtstructuren zich tot elkaar gaan verhouden.

Onrust in de IT-gemeenschap

Binnen de IT-sector klinkt al langer frustratie over het uitblijven van duidelijkheid. Zowel brancheverenigingen als securityspecialisten waarschuwen dat Nederland hierdoor risico loopt. Bedrijven weten niet goed waar ze aan toe zijn, en de kans bestaat dat implementaties die nu in gang worden gezet straks niet volledig aansluiten op de uiteindelijke eisen.

Ook op bestuurlijk niveau is er zorg. Toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens en Agentschap Telecom (tegenwoordig Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) zullen hun capaciteit en werkwijze moeten aanpassen aan de nieuwe taken, maar zolang de wetgeving niet definitief is, blijft die voorbereiding beperkt.

Een inspraakronde die laat komt

Dat de internetconsultatie nu pas plaatsvindt, roept vragen op over de prioriteit die Nederland aan cybersecuritywetgeving geeft. De Europese Commissie heeft al eerder laten weten dat landen die te laat zijn met de implementatie, rekening moeten houden met formele waarschuwingen of zelfs boetes.

Tegelijk biedt de inspraakronde wel een kans om de wetgeving beter te laten aansluiten op de praktijk. IT-bedrijven, beveiligingsexperts en brancheorganisaties kunnen hun ervaringen en zorgen delen, bijvoorbeeld over de uitvoerbaarheid van de meldplicht of de overlap met bestaande regelgeving zoals de AVG en de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni).

Wat er nu gebeurt

Na de consultatie worden de reacties per departement beoordeeld en waar nodig verwerkt in de definitieve teksten. Die gaan vervolgens naar de Tweede Kamer voor vaststelling. Pas daarna kan de Cyberbeveiligingswet daadwerkelijk in werking treden. Daarmee lijkt Nederland pas in 2026 echt klaar te zijn met de volledige implementatie van NIS2 – ruim anderhalf jaar na de Europese deadline.

Of dat te laat is, zal afhangen van hoe snel bedrijven zelf al anticiperen. Veel grotere organisaties zijn al bezig met de voorbereidingen op basis van de Europese richtlijn. Voor mkb-bedrijven en kleinere leveranciers zal de komende periode vooral duidelijk moeten maken wat er concreet van hen wordt verwacht.

De IT-sector zit in een overgangsperiode die dieper gaat dan de overstap van on-prem naar cloud. De manier waarop geld wordt verdiend, verandert fundamenteel. De beweging van licentie- en abonnementsmodellen naar managed en outcome-based diensten dwingt het hele kanaal tot herpositionering.

Het begon met de vraag om gemak. Organisaties wilden geen servers meer onderhouden, geen licenties meer tellen en geen upgrades meer plannen. SaaS leek het antwoord: een vast bedrag per maand voor software die altijd up-to-date is. Maar inmiddels verwachten klanten meer dan beschikbaarheid. Ze willen dat technologie aantoonbaar bijdraagt aan productiviteit, compliance, duurzaamheid of veiligheid.

Daarmee verschuift de vraag van wat je levert naar wat het oplevert. Bedrijven betalen liever voor meetbare uitkomsten dan voor technologie op zich. In die logica past de volgende stap: het outcome-based model, waarbij leveranciers niet worden beloond voor inspanning, maar voor resultaat.

Van licentie tot abonnement: de eerste transitie

Tot ver in de jaren 2000 draaide de IT-economie om eenmalige licentieverkopen, met onderhoudscontracten als bonus. Software werd lokaal geïnstalleerd en hardware verkocht met marges die ruimte boden voor implementatie en support. Dat model werkte zolang klanten bereid waren grote investeringen te doen en hun infrastructuur zelf te beheren.

Met de komst van SaaS veranderde dat beeld. In plaats van licenties te verkopen, konden softwareleveranciers abonnementen aanbieden. De inkomstenstroom werd voorspelbaar en de drempel voor klanten lager. Voor het kanaal betekende het: minder eenmalige omzet, maar stabiele maandelijkse inkomsten. Het was de eerste stap richting managed services, vaste tarieven voor doorlopende waarde.

De opkomst van managed services

Toen cloud en remote beheer volwassen werden, ontstond het managed-model. In plaats van losse abonnementen levert de dienstverlener complete ontzorging: monitoring, patchbeheer, beveiliging, back-ups en rapportage. Klanten betalen niet meer voor losse componenten, maar voor een volledig beheerde omgeving.

Dat model heeft zich razendsnel ontwikkeld. Msp’s combineren inmiddels tientallen tools in één beheerd platform, waarbij automatisering het verschil maakt tussen winst en verlies. Toch staat ook deze aanpak onder druk. Klanten willen niet alleen ontzorging, maar bewijs van effect. Ze vragen: Wat levert dit contract mij op? En daar begint het outcome-based denken.

Outcome-based: betaald worden voor resultaat

In een outcome-based model verschuift de focus van inspanning naar prestatie. De leverancier of msp wordt afgerekend op vooraf gedefinieerde KPI’s, zoals uptime, productiviteit, hersteltijd of energiebesparing. Het verdienmodel wordt dus gekoppeld aan de bedrijfsdoelen van de klant.

Een voorbeeld is HPE GreenLake, waar klanten betalen op basis van daadwerkelijk verbruik en prestaties, niet voor geïnstalleerde capaciteit. Cisco+ en Dell APEX volgen dezelfde richting. Ook in security ontstaan modellen waarin leveranciers alleen betaald krijgen wanneer incidenten binnen afgesproken kaders blijven of snel worden verholpen.

Voor partners betekent dit een fundamentele omslag: het risico verschuift van klant naar leverancier. Wie garanties afgeeft, moet de prestaties kunnen meten, rapporteren en bijsturen.

Drie drijfveren achter de verschuiving

  • Klanten willen voorspelbare waarde.
    De tijd van ‘koop en hoop’ is voorbij. Bedrijven willen weten wat technologie oplevert in zaken als uptime, energieverbruik of productiviteit. IT wordt gezien als strategische nutsvoorziening, niet als experimentele kostenpost.
  • Margedruk en commoditisering.
    Cloudopslag, compute en softwarelicenties zijn nauwelijks nog te onderscheiden op prijs. Je kunt het dus beter zoeken in advies, integratie en garantie. Het verdienmodel verschuift naar expertise en vertrouwen.
  • Regelgeving en duurzaamheid.
    Wetgeving zoals NIS2 en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) maakt prestaties en compliance meetbaar. Dat creëert ruimte om dienstverlening te koppelen aan aantoonbare resultaten, bijvoorbeeld op het gebied van CO₂-reductie of dataveiligheid.

De impact op het kanaal

De beweging richting outcome-based raakt alle schakels in het IT-kanaal.

Distributeurs evolueren van doorgeefluik tot enablement-partner. Ze financieren de eerste implementaties, bieden consumptiemodellen aan en helpen partners bij cashflow-beheer. Steeds vaker verzorgen ze ook training, automatisering en dataverzameling, zodat msp’s hun SLA’s kunnen waarmaken.

Msp’s krijgen te maken met complexere contracten en hogere verwachtingen. Waar je voorheen niets meer of minder was dan een beheerder, draag je nu verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt. Dat betekent volwassen rapportage, risk management en voorspellende analyses. De grens tussen technische dienstverlener en business-consultant vervaagt.

ISV’s zien het einde van de eeuwige licentie. Hun succes hangt af van de performance van partners. Dat leidt tot nauwere samenwerking met integrators en msp’s die de software in operationele context kunnen bewijzen. Veel vendors ontwikkelen daarom eigen ‘as-a-Service’ proposities, inclusief pay-per-use- of performance-modellen.

De financiële realiteit

Outcome-based dienstverlening klinkt aantrekkelijk, maar heeft een keerzijde: het geld komt later. De initiële investering is hoger, terwijl de terugverdientijd afhangt van prestaties over maanden of jaren. Dat vraagt om financiering, risicodeling en betrouwbare meetmodellen.

Sommige distributeurs spelen hierop in met as-a-Service-financiering of consumption credits, waarmee partners de overgang kunnen overbruggen. Ook verzekeraars tonen interesse in prestatie-gebaseerde contracten, waarbij risico’s worden gedeeld op basis van data.

Het voordeel is dat wie het volhoudt, stabiele, langdurige relaties opbouwt. De voorspelbare cashflow maakt bedrijven minder afhankelijk van kwartaalverkopen en meer waardevast op de lange termijn.

Nieuwe praktijkvoorbeelden

De markt kent inmiddels talloze varianten van dit model. Zo bieden distributeurs als TD SYNNEX en Arrow financieringsoplossingen waarbij partners lifecycle-contracten kunnen afsluiten of kiezen voor een pay-as-you-grow-structuur. In security-diensten rekenen sommige MDR-aanbieders niet meer per seat, maar op basis van prestaties, bijvoorbeeld het aantal incidents avoided of de gemiddelde oplostijd.

Ook in de datacenterwereld wordt het verdienmodel steeds vaker gekoppeld aan aantoonbare efficiëntie of CO₂-besparing, ondersteund door real-time sensordata. En bij Workplace-as-a-Service factureren leveranciers op basis van uptime, tevredenheid of productiviteit in plaats van aantallen apparaten. Het onderliggende idee is dat data prestaties meetbaar maakt, en wat meetbaar is, kan als dienst worden verkocht.

Wat je als partner moet herzien

De overstap naar outcome-based dienstverlening vereist een herziening van het hele operationele fundament.

  • Contracten: SLA’s worden vervangen door XLA’s (Experience Level Agreements) met meetbare KPI’s die verder gaan dan uptime.
  • Pricing: tarieven moeten rekening houden met risico, performance-bonus of malus en continue optimalisatie.
  • Rapportage: transparantie is essentieel. Klanten willen dashboards, geen beloftes.
  • Data-management: real-time inzicht is de enige manier om prestaties aan te tonen en bij te sturen.
  • Samenwerking: partnerschappen worden intensiever, omdat niemand alle expertise in huis heeft.

De menselijke factor

Technologie maakt outcome-based modellen mogelijk, maar het is de menselijke factor die ze geloofwaardig maakt. Klanten willen partners die hun bedrijfsdoelen begrijpen en niet wegduiken bij tegenslag. Een prestatiecontract werkt alleen als beide partijen bereid zijn transparant te zijn over cijfers, risico’s en verwachtingen.

Het nieuwe verdienmodel is dus eerder gebaseerd op relaties dan op economische gronden. De leverancier verkoopt geen uren of producten, maar vertrouwen, ondersteund door data.

De weg vooruit

De komende jaren zal de scheidslijn scherper worden tussen aanbieders die blijven denken in transacties en partijen die sturen op waarde. Outcome-based modellen zullen niet overal passen; sommige klanten willen nog steeds vaste prijzen of klassieke SLA’s. Maar de trend is onomkeerbaar: technologie wordt afgerekend op resultaat.

 

 

De distributeur Exertis Benelux, actief in consumentenelektronica (Exertis Amacom) en Pro AV & Unified Communications (Exertis AV), stopt met zijn bedrijfsactiviteiten. Volgens het bedrijf is de stap onvermijdelijk door aanhoudende verliezen, stijgende kosten en een verschuiving in het distributielandschap.

Managing director Bas Janssen heeft klanten en leveranciers in een brief op de hoogte gebracht. Ondanks diverse verbetertrajecten ziet het bedrijf geen mogelijkheid meer om een positief rendement te behalen op het geïnvesteerde werkkapitaal.

Toenemende druk op traditionele distributie

De distributeur noemt twee hoofdredenen voor de verslechterde financiële situatie. Ten eerste zijn de kosten voor personeel, transport en opslag de afgelopen jaren fors gestegen, terwijl de omzetgroei en marges daar niet in meegingen. Daarnaast verandert de supplychain structureel: fabrikanten leveren steeds vaker rechtstreeks aan resellers en eindklanten, waarbij online verkoop en eigen marketingkanalen een grotere rol spelen.

Daardoor komt de traditionele rol van de distributeur verder onder druk te staan. Exertis werd steeds vaker ingezet voor specialistische logistieke taken, die hoge operationele kosten met zich meebrengen.

Herstelmaatregelen boden onvoldoende uitkomst

De afgelopen periode probeerde Exertis de verliezen terug te dringen door nieuwe merken aan het portfolio toe te voegen, marges te verbeteren en operationele kosten te verlagen. Ook een nieuw centraal warehouse in Oss, bedoeld om de logistiek efficiënter te maken, kon geen structureel herstel brengen.

Volgens het bedrijf was het benodigde werkkapitaal te hoog in verhouding tot de winstverwachting, waardoor stoppen de enige reële optie werd.

Afhandeling lopende verplichtingen

Exertis geeft aan de lopende verplichtingen richting klanten en leveranciers netjes af te handelen. Bestaande bestellingen worden nog geleverd, en betalingen aan leveranciers worden volledig nagekomen. Klanten kunnen via het Quecom-systeem voorraad blijven raadplegen en orders plaatsen zolang de voorraad strekt. Nieuwe inkooporders worden echter niet meer geplaatst.

De samenwerkingsovereenkomsten met klanten worden per brief beëindigd. Janssen zegt dat Exertis actief contact opneemt met klanten om tot “passende en werkbare oplossingen” te komen voor de afronding van projecten. Ook intern wordt overleg gevoerd over de gevolgen voor medewerkers.

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Apple huurt Google’s AI voor Siri

Apple onderhandelt over een jaarlijkse deal van 1 miljard dollar om Siri te laten draaien op Google Gemini (1,2 biljoen parameters). Het verschil met Apple’s eigen 150B-model toont hoe groot de kloof nog is.
Bron: Bloomberg

AI-search krijgt fotorechten

Perplexity sloot een meerjarige overeenkomst met Getty Images na beschuldigingen van plagiaat. Voortaan krijgen alle beeldresultaten correcte bronvermelding en licenties, iets waar concurrenten nu ook niet meer omheen kunnen.
Bron: Getty Images Newsroom

AI-bedrijven slaan alarm: hackers vinden nieuw lek in kunstmatige intelligentie

Onderzoekers melden dat kwaadwillenden gevoelige trainingsdata kunnen terughalen uit modellen. Grote AI-bedrijven roepen op tot strengere beveiligingsprotocollen.
Bron: Financial Times

Elon Musk over AI: ‘Het kapitalistische pad leidt naar een communistisch utopia’

Musk voorspelt dat geavanceerde automatisering kan leiden tot een maatschappij zonder schaarste, waarin werk grotendeels verdwijnt. Zijn visie verdeelt de techwereld.
Bron: AI Wereld

Coca-Cola trapt alweer in de AI-val

Na het echec van vorig jaar krijgt ook de nieuwe AI-commercial van Coca-Cola flinke kritiek. Kijkers vinden de beelden onpersoonlijk en afstandelijk.
Bron: YouTube

Tools*

Paraflow

Brengt PRD’s, user flows en UI-ontwerpen samen op één canvas waar ideeën direct prototypes worden.
Bron: Paraflow

Promtist AI

Genereert automatisch professionele, meerlagige prompts en verlaagt zo de drempel voor goed promptschrijven.
Bron: Promtist

Rocket

Zet prompts om in volledige apps met UI, backend, AI-workflows en schone, direct te deployen code.
Bron: Rocket

Tinkery

Automatiseert tachtig procent van datavoorbereiding door inkomstenbronnen op te schonen en via natuurlijke taal te bevragen.
Bron: Tinkery

Raphael AI

Biedt onbeperkte FLUX.1-Dev-beeldgeneratie om professionele visuals betaalbaar te maken.
Bron: Raphael

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

ChatGPT over de opvolger van Heitinga bij Ajax

AI Wereld vroeg ChatGPT wie John Heitinga moet opvolgen bij Ajax en kreeg naast realistische ook verrassende suggesties. Erik ten Hag wordt als eerste genoemd.
Bron: AI Wereld

Eerste signalen: komende jaren verdwijnen er onvermijdelijk banen door AI

Economen zien de eerste structurele verschuivingen in sectoren als administratie en transport. Omscholing en begeleiding worden essentieel.
Bron: BNR

EU overweegt tijdelijke stopzetting van delen van AI-wetgeving

Onder druk van VS en grote techbedrijven bespreekt de EU een tijdelijke pauze op onderdelen van de nieuwe AI-regels om innovatie niet te belemmeren.
Bron: MarketScreener (NL)

Bijna 3 miljard euro investering in AI-projecten voor schone technologie door de EU

De Commissie steekt bijna 3 miljard euro in AI-toepassingen voor energieoptimalisatie, circulaire industrie en monitoring, als versneller van de klimaatdoelen.
Bron: European Newsroom

EU lanceert hoofdwerkprogramma Digital Europe met focus op AI-innovaties

De nieuwe aanvraagronde binnen Digital Europe stimuleert mkb’s, publieke instellingen en onderzoekscentra bij de ontwikkeling van herbruikbare en verantwoorde AI-oplossingen, volledig in lijn met de AI Act.
Bron: RVO

De browser, ooit een stille interface tussen mens en internet, staat opnieuw in de schijnwerpers. Sinds OpenAI onlangs zijn eigen browser Atlas lanceerde, is het duidelijk dat grote en kleine spelers in de AI-markt een nieuwe strijd aangaan: niet om zoekmachines, maar om het toegangspunt zelf. Waarom willen al die AI-bedrijven ineens een eigen browser, en wat zegt dat over de richting die het internet opgaat?

OpenAI noemt Atlas de plek ‘waar je werk, tools en context samenkomen’. De browser is niet langer een neutrale omgeving, maar het centrale platform voor persoonlijke AI-assistenten. Wie de browser controleert, krijgt toegang tot de digitale routine van de gebruiker: wat je zoekt, leest, aanklikt of invult. Dat maakt het een ideale basis voor AI-diensten die context nodig hebben om relevant te zijn.

Ook Perplexity AI, dat in juli zijn browser Comet lanceerde, denkt in die richting. De startup wil dat je niet meer zoekt, maar vraagt, en dat de browser het antwoord al op de pagina plaatst. Hun bod van 34,5 miljard dollar op Google Chrome, eerder dit jaar, paste precies in dat plaatje: een directe toegangspoort tot honderden miljoenen gebruikers.

OpenAI’s Atlas: assistent in elke tab

Atlas verschilt van klassieke browsers doordat ChatGPT overal aanwezig is. In elke tab kun je vragen stellen, teksten laten samenvatten of acties uitvoeren. Met de ‘agent mode’ kan de AI zelfs zelfstandig onderzoek doen of formulieren invullen. Volgens OpenAI blijft de gebruiker eigenaar van de data, maar de verleiding is groot om steeds meer context te delen, juist omdat de assistent daar beter van wordt.

Daarmee schuift OpenAI het web langzaam op richting een interactiemodel waarin niet jij, maar een agent navigeert. Jij vraagt, de AI klikt. Wat je ziet, is het resultaat van die bemiddeling.

Comet en Dia: nieuwkomers met hetzelfde doel

Perplexity’s Comet en de Dia-browser van The Browser Company volgen dezelfde lijn. Beide zijn gebouwd op Chromium, de open-sourcebasis van Chrome. Het verschil zit in de laag erboven: een AI die begrijpt wat je doet en je helpt bij de volgende stap. Van automatische samenvattingen tot takenlijsten of e-mails opstellen vanuit webcontent, het is een workflowmodel waarin de browser een digitale werkassistent wordt.

De vraag is of gebruikers dat willen. De overstap naar een nieuwe browser is groot, en Chrome, Edge en Safari domineren de markt. Toch tonen de downloads van Comet sinds de zomer dat er animo is voor browsers die ‘meer doen dan alleen browsen’.

Google en Microsoft slaan een andere weg in

De gevestigde namen zien het gevaar. Google bouwt geen nieuwe browser, maar probeert Chrome zelf om te vormen tot een AI-platform. De integratie van Gemini in de adresbalk, Gmail en Docs maakt de stap naar ‘Gemini in Chrome’ logisch. Zo blijft Google eigenaar van het toegangspunt, zonder het merk opnieuw te moeten opbouwen.

Bij Microsoft Edge is dat proces al verder. De ingebouwde Copilot-sidebar vat pagina’s samen, vult formulieren in en combineert webdata met lokale bestanden. Dankzij Windows-integratie en nieuwe NPU-chips krijgt Edge een directe verbinding met lokale AI-verwerking. In feite is Edge vandaag al wat Atlas morgen wil worden: een browser die weet waar je mee bezig bent en daarop anticipeert.

Macht, data en vertrouwen

Onder de innovatie ligt een oude spanning: wie de interface bezit, bezit de gebruiker. Browsers verzamelen gedragsdata, voorkeuren en interacties, allemaal onmisbare brandstof voor AI-training. Dat roept vragen op over privacy, data-eigendom en transparantie.

OpenAI en Perplexity beloven instellingen waarmee gebruikers zelf bepalen wat er wordt gedeeld. Toch weten de meeste mensen nauwelijks hoeveel metadata een browser standaard verzamelt. Als AI-modellen steeds meer context gebruiken, groeit het risico dat ook gevoelige informatie in die stroom belandt.

Het web wordt minder open

Een tweede spanning is subtieler. AI-browsers laten gebruikers minder vaak zelf klikken. Ze presenteren antwoorden direct, zonder dat iemand nog websites bezoekt. Dat maakt informatie sneller beschikbaar, maar vermindert het verkeer naar kleinere sites. Het internet dreigt zo te verschuiven van een open netwerk naar een geaggregeerde AI-laag waar een handvol bedrijven bepaalt wat zichtbaar is. Een ontwikkeling die we maar al te goed kennen van sociale media.

Voor uitgevers en ontwikkelaars is dat geen goed nieuws. Minder zichtbaarheid betekent minder advertentie-inkomsten, minder data, minder invloed. Het is dezelfde discussie die eerder speelde bij de opkomst van zoekmachines, maar dan versterkt door AI-automatisering.

Een nieuwe browseroorlog?

De markt lijkt af te stevenen op een herhaling van de jaren 2000, toen Internet Explorer, Firefox en later Chrome vochten om marktaandeel. Alleen is de inzet nu groter: het gaat niet meer om snelheid of compatibiliteit, maar om context.

De nieuwe spelers bouwen browsers rondom hun AI-modellen; de gevestigde partijen voegen AI toe aan hun bestaande browsers. Beide benaderingen draaien om hetzelfde doel: de gebruiker zo dicht mogelijk bij hun ecosysteem houden.

Voor gebruikers kan dat handig zijn – één plek waar zoeken, werken en communiceren samenkomen – maar het maakt ook afhankelijk. Wie eenmaal werkt binnen de context van een slimme browser, wisselt minder snel van leverancier. Dat maakt de browser opnieuw tot strategisch strijdtoneel.

Of Atlas en Comet de gevestigde namen kunnen verdringen, valt te bezien. Google en Microsoft hebben distributie, integratie en gewoontes aan hun kant. Toch zetten de nieuwkomers iets in gang wat moeilijk te negeren is: een verschuiving van het open web naar een gepersonaliseerd, AI-gedreven navigatiemodel.

De komende jaren zal blijken of dat leidt tot een slimmer internet, of tot een web waarin de AI bepaalt wat wij zien, in plaats van andersom.

 

Datacenters worden steeds slimmer, maar ook kwetsbaarder. Nu AI-workloads en multicloud-architecturen razendsnel groeien, komt een nieuwe beweging op gang: beveiliging wordt niet langer uitsluitend in software geregeld, maar ingebouwd in de hardware zelf. Wat begon als optimalisatie, ontwikkelt zich tot een fundamentele hertekening van het datacenter.

In de afgelopen tien jaar is vrijwel elke beveiligingsfunctie gevirtualiseerd. Firewalls, gateways, proxies en IDS-systemen verhuisden naar softwarecontainers of cloudomgevingen. Dat bood flexibiliteit, maar vergde veel van de CPU’s in de servers. Bovendien bleef er één kwetsbaar punt over: als het besturingssysteem of de hypervisor werd gecompromitteerd, kon een aanvaller vrijwel overal bij.

De nieuwste generatie datacenter-architecturen probeert dat op te lossen door beveiliging letterlijk onder te brengen in de infrastructuurlaag zelf. In plaats van software die de host moet beschermen, draait security-logica nu op afzonderlijke chips of kaarten, los van de CPU.

De opkomst van de DPU

De bekendste exponent van deze trend is de Data Processing Unit (DPU). NVIDIA’s BlueField-platform is daarvan het bekendste voorbeeld, maar ook AMD Pensando, Intel IPU en Marvell Octeon vallen in dezelfde categorie. Hun taak is om de netwerk-, opslag- en beveiligingsfuncties over te nemen van de host-CPU en uit te voeren op een eigen, geïsoleerde omgeving.

Zo’n DPU bevat meerdere ARM-cores, geheugen, een netwerkcontroller en vaak een speciaal besturingssysteem. Daarop draaien functies als encryptie, microsegmentatie, datapad-analyse of zero-trust-beleid. Dat betekent dat verkeer wordt geverifieerd, versleuteld en gelogd nog vóórdat het de server bereikt.

Volgens leveranciers leidt dat niet alleen tot betere prestaties, maar ook tot sterkere scheiding tussen infrastructuur en applicatie. Als de host-OS wordt aangevallen, blijft de DPU-laag functioneren en kan verkeer worden geblokkeerd of herleid.

Hardware-gebaseerde isolatie

Het idee sluit aan bij eerdere ontwikkelingen, zoals de secure enclaves in moderne processors (Intel SGX, AMD SEV) of de TPM-chips die cryptografische sleutels opslaan. Waar die enclaves individuele processen beschermen, richt de DPU zich op het hele dataverkeer tussen servers en tenants.

De logica is hetzelfde: gevoelige operaties horen thuis in een gecontroleerde, hardware-matige omgeving. Zo wordt niet alleen de kans op menselijke fouten kleiner, maar ook de impact van een succesvolle aanval.

Security-defined infrastructure

Fabrikanten spreken intussen van security-defined infrastructure: een model waarin beveiliging niet langer een laag bovenop de hardware vormt, maar een integraal onderdeel van het ontwerp.
• AMD Pensando biedt netwerk- en securityoffloading met hardwarematige microsegmentatie.
• Intel IPU (Infrastructure Processing Unit) koppelt netwerkpolicy’s aan fysieke interfaces.
• NVIDIA BlueField combineert dit met AI-ondersteuning via het programmeerbare DOCA-platform.

Bovenop die hardware werken partijen als Trend Micro, Palo Alto Networks en Fortinet aan integraties die hun software dichter tegen de DPU-laag plaatsen. Hun tools kunnen zo verkeer inspecteren of segmenteren zonder de CPU te belasten.

De AI-versnelling

AI-datacenters versnellen deze ontwikkeling. In zogeheten AI factories delen duizenden GPU’s hetzelfde netwerk en dezelfde opslag. De hoeveelheid data die daarbij beweegt is enorm, en elke extra softwarelaag verhoogt de latency. Hardware-gebaseerde beveiliging maakt het mogelijk om verkeer te controleren zonder de performance van trainings- of inferentietaken te beïnvloeden.

Bovendien stellen AI-workloads nieuwe eisen aan compliance en tenant-isolatie. Wanneer meerdere teams of klanten toegang hebben tot dezelfde infrastructuur, moeten datapaden strikt gescheiden blijven. Met een DPU is zo’n scheiding afdwingbaar op chipniveau in plaats van via virtuele netwerken.

Efficiëntie als bijvangst

Naast veiligheid spelen ook praktische argumenten mee. Door infrastructuurtaken af te handelen op de DPU:
• daalt de CPU-belasting aanzienlijk;
• blijft de latency stabiel, ook bij zware encryptie;
• en kunnen beheerders policies uitvoeren zonder productiesystemen te verstoren.

Voor serviceproviders en cloudoperators betekent dat: meer workloads per rack en minder energieverbruik. De extra efficiëntie maakt hardware-beveiliging aantrekkelijk, zelfs voor partijen waar compliance niet de primaire drijfveer is.

Nieuwe verantwoordelijkheid

Toch brengt de verschuiving naar hardware-security ook nieuwe verantwoordelijkheden mee. De firmware en software-stack op DPU’s en enclaves vormen een extra aanvalsvlak.
Beheer, patching en auditing worden complexer, zeker in omgevingen waar meerdere leveranciers samenwerken. Een lek in de DOCA-laag of IPU-firmware kan even schadelijk zijn als een kwetsbaarheid in het besturingssysteem.

Beveiliging op silicon-niveau vraagt dus ook om security-kennis op silicon-niveau: firmware-analyse, hardware-attestatie en supply-chain-controle worden nieuwe competenties in het datacenter.

Vooruitblik

De trend richting hardware-gebaseerde beveiliging blijft zich uitbreiden. Waar het nu vooral wordt toegepast in grootschalige AI- en cloudomgevingen, komt dezelfde technologie in compacte vorm naar de edge en enterprise-servers. Denk aan netwerkkaarten met geïntegreerde beveiligingsmodules, of storage-controllers die zelf encryptie en policy-handhaving uitvoeren.

De onderliggende gedachte is universeel: infrastructuur en beveiliging zijn niet langer te scheiden. In een tijdperk van gedistribueerde data, AI-verkeer en zero-trust-eisen wordt de hardware zelf de eerste verdedigingslinie.

Veel Nederlandse banen worden beïnvloed door AI, maar dat hoeft geen bedreiging te zijn. Nieuwe cijfers laten zien dat Nederland juist koploper is in functies waarin AI het werk aanvult in plaats van vervangt. De uitdaging verschuift daarmee van baanbehoud naar slim gebruik van technologie.

Volgens ING Research is 43 procent van de Nederlandse banen complementair aan AI – het hoogste percentage van Europa. In deze functies versterkt AI menselijke taken, bijvoorbeeld door repetitief werk te automatiseren of complexe analyses te versnellen. Dat vergroot de productiviteit en laat ruimte voor creativiteit en besluitvorming. Ter vergelijking: in Frankrijk ligt dit aandeel op 39 procent, in Duitsland op 35 procent.

Ook Allianz Trade ziet die trend. Zes op de tien banen bevatten taken die gevoelig zijn voor automatisering, maar dat betekent niet dat evenveel mensen hun werk verliezen. Vooral hoogopgeleiden profiteren van de mogelijkheden van AI, zolang ze zich blijven ontwikkelen. Beide onderzoeken benadrukken dat de risico’s voor deze groep genuanceerd liggen: functies veranderen, maar verdwijnen zelden volledig.

Kansen door samenwerking tussen mens en technologie

De onderzoekers maken onderscheid tussen blootstelling aan AI – de mate waarin taken kunnen worden overgenomen – en complementariteit, waarbij technologie juist ondersteunend werkt. Vooral die tweede categorie groeit in Nederland. Dat komt mede door de brede inzet van AI in sectoren als zorg, onderwijs, logistiek en financiële dienstverlening, waar menselijke interpretatie en besluitvorming essentieel blijven.

Investeren in visie en vaardigheden

Nederland heeft volgens ING een sterke uitgangspositie in het AI-tijdperk. Om die positie te behouden, is het belangrijk dat bedrijven verder kijken dan de hype en investeren in praktische kennis, opleiding en adoptie. Het formuleren van een duidelijke visie op hoe AI processen verandert en versterkt, wordt daarbij een onderscheidende factor.

AI belooft niet alleen efficiëntere organisaties, maar ook werk dat zinvoller en uitdagender wordt. Mits bedrijven de technologie bewust inzetten – als hulpmiddel, niet als vervanger.

 

Wekelijks verzamelt ChannelConnect de opvallendste, leukste of beste nieuwsitems en tools. Met natuurlijk speciale aandacht voor de toepassingen ervan voor IT-dienstverleners en msp’s. Het overzicht van de afgelopen week.

Nieuws

Bitcoin miners stappen massaal over op AI

Bitcoin miners investeren wereldwijd ruim 11 miljard dollar in AI-infrastructuur. Door de dalende winstgevendheid van cryptomining zoeken veel bedrijven nieuwe inkomstenbronnen in dataverwerking en modeltraining.
Bron: AIwereld

OpenAI introduceert Aardvark

Het nieuwe model Aardvark scant open-sourceprojecten zoals OpenSSH, Postgres en PHP op bugs die mensen vaak missen. Bevindingen worden automatisch gevalideerd en als rapporten gepubliceerd onder de tag “reported by Aardvark”.
Bron: OpenAI

GitHub lanceert Agent HQ

Met Agent HQ krijgen ontwikkelaars één dashboard om AI-coding-agents van OpenAI, Anthropic, Google en GitHub Copilot te beheren. De tool biedt een Plan Mode en geavanceerde code-reviewfuncties.
Bron: GitHub Blog

Secure chips blijken minder veilig

Een nieuw type aanval breekt de beveiligingslagen van chips van Nvidia, AMD en Intel met apparatuur van minder dan $1.000. De onderzoekers tonen aan dat ‘secure enclaves’ fysiek veel kwetsbaarder zijn dan gedacht.
Bron: Ars Technica

Wees bot tegen ChatGPT (het helpt)

Uit een preprint op arXiv blijkt dat ChatGPT betere antwoorden geeft op onbeleefde prompts. In tests steeg de accuraatheid van 80,8 naar 84,8 procent bij ‘botte’ formuleringen.
Bron: arXiv

Tools*

Cora Intelligence

Cora Intelligence belt leads automatisch op en volgt ze net zo lang tot er contact is, zodat geen kans verloren gaat.
Bron: cora-intelligence.com

Rosey

Rosey maakt documenten en statusupdates aan, houdt versies bij en zorgt dat alles actueel blijft terwijl jij de eindcontrole behoudt.
Bron: getrosey.com

Reclaim

Reclaim beschermt focustijd in je agenda door automatisch blokken voor diep werk te plannen en vergaderingen flexibel te herschikken.
Bron: reclaim.ai

OpenHands

OpenHands is een autonome AI-software-engineer die code schrijft, commando’s uitvoert, websites bezoekt en samenwerkt via chat.
Bron: GitHub

intoCHAT

IntoCHAT verandert je data in AI-assistants die klantintentie begrijpen, in meerdere talen reageren en schaalbaar zijn.
Bron: intochat.ai

*Beschrijvingen van tools zijn op basis van de informatie op de websites van de makers. ChannelConnect is niet verantwoordelijk voor de juistheid daarvan.

AI in Nederland en Europa

HvA: de ongemakkelijke waarheid over AI

Een kritisch essay van de Hogeschool van Amsterdam stelt dat AI geniaal oogt maar fundamenteel onbetrouwbaar blijft, vooral bij morele of contextuele beslissingen.
Bron: HvA

Eindhovense start-up ontwikkelt superchip voor AI

Een jonge onderneming in Eindhoven werkt aan een energiezuinige chiparchitectuur die training en inferentie in één ontwerp combineert.
Bron: AIwereld

ING schrapt bijna 1000 banen door AI

ING verwacht tot eind 2026 circa 950 banen te schrappen. Volgens de bank komt dit deels door de inzet van AI en procesautomatisering, waarmee werk wordt herschikt.
Bron: BusinessWise

Europese techsector groeit door AI

AI-toepassingen zorgen voor sterke winstgroei bij Europese technologiebedrijven. De stijging komt vooral uit productiviteitswinsten in software- en chipontwikkeling.
Bron: AIwereld

Angst voor baanverlies door AI neemt toe

Onder financieel professionals groeit de vrees dat AI werkplekken overneemt. Ruim de helft verwacht dat hun taken binnen vijf jaar deels worden geautomatiseerd.
Bron: Accountant.nl

VodafoneZiggo heeft in het tweede kwartaal van 2025 een lichte omzetgroei gerealiseerd, ondanks aanhoudende druk op de vaste markt. Het telecombedrijf spreekt van ‘de eerste tekenen van herstel’ in zijn vaste diensten, al blijft het aantal internetklanten dalen. Dat blijkt uit de kwartaalupdate van moederbedrijf Liberty Global.

De omzet van VodafoneZiggo kwam uit op ruim 1 miljard euro, een stijging ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. De winst (EBITDA) bleef nagenoeg stabiel. Volgens de onderneming werpen de recente strategische aanpassingen hun vruchten af. Daarbij gaat het onder meer om nieuwe tarieven, een scherpere focus op klantbehoud en de verdere integratie van vaste en mobiele diensten.

Het aantal vaste internetverbindingen liep wel verder terug, al minder sterk dan in voorgaande kwartalen. Vooral de concurrentie van glasvezelproviders drukt nog steeds op de resultaten. Tegelijk groeit het aantal mobiele klanten licht, mede door bundelkortingen en converged proposities. Daarmee compenseert VodafoneZiggo deels het verlies in vaste lijnen.

Voor de zakelijke markt ziet het bedrijf stabiliteit. De vraag naar gecombineerde oplossingen voor connectiviteit, beveiliging en communicatie blijft toenemen. VodafoneZiggo investeert verder in gigabitnetwerken en in nieuwe 5G-toepassingen voor bedrijven, waarmee het zich wil onderscheiden in kwaliteit en betrouwbaarheid.

Het moederbedrijf Liberty Global noemt de Nederlandse tak een belangrijke groeipijler binnen de portefeuille. De strategie van VodafoneZiggo richt zich de komende periode op klanttevredenheid, behoud van marktaandeel en verdere digitalisering van processen. De onderneming verwacht dat het herstel van de vaste markt zich de komende kwartalen zal voortzetten, maar blijft voorzichtig over de vooruitzichten.

Cybercriminelen maken in toenemende mate misbruik van vertrouwde online diensten zoals QuickBooks, Zoom, SharePoint en PayPal. Volgens het 2025 Phishing Threat Trends Report Vol. Six van KnowBe4 steeg dit type misbruik het afgelopen jaar met 66,9 procent.

De aanvallers gebruiken echte accounts op deze platforms, waardoor phishingmails vaak moeiteloos langs e-mailbeveiligingssystemen komen. Doordat deze domeinen doorgaans op interne ‘allowlists’ staan, slagen zij erin om ook DMARC-authenticatie te omzeilen. Alle onderzochte aanvallen voldeden zelfs aan de DMARC-controle, die normaal nepafzenders moet blokkeren.

Het gebruik van vertrouwde platforms werkt bovendien psychologisch: medewerkers herkennen de afzender en beschouwen de berichten sneller als legitiem. Vooral organisaties in de financiële sector, verzekeringswereld, productie en juridische dienstverlening blijken kwetsbaar, omdat communicatie via dergelijke platforms daar gangbaar is.

Het rapport van KnowBe4 noemt de volgende trends:
• Misbruik van legitieme platforms voor phishing nam met 214,3 procent toe sinds 2023 en met 604 procent sinds 2022.
• Phishinglinks blijven de meest gebruikte payload, terwijl het gebruik van bijlagen sinds 2024 met 60 procent daalde.
• Het aantal aanvallen waarbij een telefoonnummer wordt gebruikt als payload is in drie jaar tijd met 900 procent gestegen.
• C-level executives vormen het voornaamste doelwit, gevolgd door managers en medewerkers met leverancierscontact.
• QuickBooks was begin 2025 het meest gebruikte platform, gevolgd door Zoom in de zomer en Google Classroom in het najaar.

Jack Chapman, SVP Threat Intelligence bij KnowBe4, waarschuwt dat traditionele e-mailbeveiliging steeds vaker wordt omzeild: “Aanvallers maken gebruik van legitieme platforms en manipuleren slachtoffers via verfijnde social engineering. Organisaties moeten hun technologische weerbaarheid versterken met AI-gestuurde detectie, geïntegreerd in een breder human risk management-ecosysteem.”